Waterhouderij Walcheren

advertisement
Waterhouderij Walcheren
Stand van zaken 12 augustus 2010
1. Meetresultaten:
In onderstaande kaart zijn de resultaten van de EC metingen van 2 en 3 augustus 2010
weergegeven. De grote kaart kan bekeken worden door ‘metingen_sloten_augustus2010.jpg’
te openen. Hoe hoger de EC waarde, hoe hoger de chlorideconcentratie in de sloot.
Voor het omrekenen van EC naar mg Cl/l kan voor deze sloten grofweg de volgende
tabel gebruikt worden (WUR-PRO icm informatie van Perry de Louw):
EC [mS]
0 – 0.9
0.9 – 1.5
1.5 – 3.8
3.8 - 6
6 - 12
> 12
Chloride [mg Cl/l]
0 – 150
150 – 300
300 – 1000
1000 – 2000
2000 – 4000
> 4000
Figuur 1: resultaten EC metingen waterlopen van 2 en 3 augustus 2010 Samenvatting bespreking 3
augustus 2010
Korte analyse van de metingen:
 In het binnenland is het niet heel erg zout maar wel droog. Er is hier dus geen kwel of
er is weinig kwel en deze verdampt.
 Er liggen zoete tot brakke sloten in het noordwesten van het gebied. Deze sloten
zouden gebruikt kunnen worden voor transport van zoet water vanuit de duinen of
voor tijdelijke opslag van zoet water.
 In de zomer is er nu te weinig water beschikbaar om een (zoete) watergang voor
transport van water te gebruiken. Eerder in het jaar, maar na het bewerken van de
akkers, is dit wellicht nog wel mogelijk. Tot wanneer is echter onbekend.
 In het oosten van het gebied, in de buurt van de duinen, zijn sloten met een hoge EC
waarde. Hier is nog geen duidelijke verklaring voor gevonden.


In vergelijking met de metingen van het waterschap uit 2009 lijken de sloten nu
zouter te zijn dan in 2009.
De grondwaterstand bij Wim van Nieuwenhuijzen is 2 m – maaiveld.
2. Samenvatting bespreking 3 augustus
Aanwezig: René Geschiere (Waterschap), Wim van Nieuwenhuizen, Simon Maljaars, Esther
van Baaren (Deltares), Valesca Harezlak (Deltares).
Doel:
Het bespreken van de EC-metingen van 2 en 3 augustus 2010. Er is in de zomer gemeten,
omdat de sloten die nu zoet zijn waarschijnlijk geen zoute kwel hebben en dus altijd zoet
zullen zijn.
Mogelijkheden opslaan water voor voorkomen wateroverlast en voor waterberging:
 Natuurgebieden Zeeuws Landschap onderaan de binnenkant duin. Van half augustus
tot half maart kan hier water vastgehouden worden. Dit lijkt dus vooral geschikt als
retentiegebied of om begin maart andere opslaglocaties aan te vullen voor berging.
 Grote vijvers op landgoederen; in ieder geval buitenplaats Ipenoord wil meezoeken
naar mogelijkheden. Het peil van de vijver van landgoed van Zeeduin lijkt snel te
dalen bij droogte, een peil van de vijver van Oranjebos blijft wel redelijk stabiel. Deze
vijvers zijn zoet.
 Vijvers op het eigen perceel. Deze kunnen aangevuld worden met regenwater van
daken.
 Tertiaire waterlopen.
 De hoeveelheid water die hier opgeslagen kan worden is echter niet groot genoeg om
alle droogteschade tegen te gaan. Aanvullend moet gezocht worden naar andere
opslag.
 Een andere oplossingsrichting is om gezamenlijk een stuk land op te kopen en daar
waterberging te realiseren. Het lijkt dat vooral waterberging in de diepte een kansrijke
optie is. De vraag is alleen of dit ook financieel een goede optie is.
Water vasthouden in de bodem:
 Een idee voor het langer beschikbaar houden van zoet water is om het gebied met
behulp van stuwen en duikers fijnmaziger in te richten. Deze oplossingsrichting staat
reeds op de agenda van de gebiedsgerichte aanpak, die door het waterschap
opgestart gaat worden. In Zeeuws-Vlaanderen wordt nu een proef uitgevoerd waarbij
de boeren in het gebied zelf (fijnmazig) het peil kunnen regelen. Het Waterschap is er
niet happig op om dat ook voor de Waterhouderij te doen omdat er altijd spanningen
tussen partijen kunnen ontstaan.
 Een genoemde optie is om onderling een fasering in werken af te spreken: wanneer
er bijvoorbeeld in het noorden van het gebied als eerste wordt aangeplant of gezaaid,
kan het water dat daar gedraineerd wordt kort in de rest van het gebied worden
opgeslagen. Wanneer deze boer(en) klaar zijn met het land bewerken, kan de
grondwaterstand weer omhoog.
Waterbronnen:
 Wateroverlast Oostkapelle wordt naar het westen afgevoerd. Daar is ook veel
droogte, dus dit water kan niet gebruikt worden voor De Waterhouderij.
 Ten oosten van Oranjezon komt de meeste zoete kwel uit het duingebied. Dit sluit
aan op de zoete watergang die gemeten is en dit water zou dus getransporteerd
kunnen worden via het slootsysteem zonder dat het zout wordt.
 Een optie die opnieuw onderzocht kan worden is de mogelijkheid om het uitgemalen
water op de Veerse Kreek terug het gebied in te pompen (met behulp van
bijvoorbeeld windenergie). Deze optie is in het (verre) verleden ook al eens
geopperd, maar toen te duur bevonden. Het kan zijn dat met nieuwe technologieën
en de kosten in verband met droogte en zoutschade, dit toch een optie is.
Overig:

Op het voetbalveld van Oostkappele is onlangs peilgestuurde drainage
aangelegd. Het blijkt dat er inderdaad water in de grond blijft staan, echter de
grond daar is te grofkorrelig voor capillaire werking. Volgend jaar wordt getest om
in februari en maart de grond vol te zetten met water om te kijken of er dan
minder beregening nodig is. Op landbouwgrond wordt het lastiger om dit te doen,
omdat het land eind maart goed bewerkbaar moet zijn, waardoor pas na half april
de bodem “volgezet” kan worden. Er is nu niet voldoende water om de
waterberging in de bodem weer aan te vullen.
3. Vervolgacties
Rond half maart wordt de wateropslag van de sloten en de bodem waarschijnlijk optimaal
benut. Op het moment dat het land bewerkt moet worden wordt het water afgevoerd. Daarna
is het lastig om de watervoorraad in het gebied weer aan te vullen omdat er vanaf begin april
weinig neerslag valt. De vraag is echter of de opslagcapaciteit wel echt helemaal benut wordt.
Als het water langer vastgehouden kan worden in het gebied, en met name in de bodem, kan
de droogte misschien uitgesteld worden met enkele weken waardoor sommige gewassen
beter kunnen groeien. De volgende punten moeten onderzocht worden:
1. Maximale berging in de bodem benutten zonder dat er wateroverlast ontstaat: is het
zomerpeil optimaal, kan het zomerpeil vervroegd worden, kan extra water geïnfiltreerd
worden in de bodem? Om dit te onderzoeken moeten peilbuizen geplaatst worden in het
gebied zodat de grondwaterstand regelmatig gemeten kan worden. (acties: plaatsen
peilbuizen Deltares, wekelijks meten grondwaterstand: agrariërs of andere
landeigenaren of landgebruikers)
2. Wekelijks meten EC bij enkele stuwen: is het water gedurende het hele jaar geschikt voor
bv infiltratie in de bodem of als transportweg voor zoet water? (acties: locaties
selecteren en beschikbaar stellen meetapparatuur: Deltares, meten: agrariërs of
andere landeigenaren of landgebruikers).
3. Als de berging in de bodem optimaal wordt benut is het erg belangrijk dat water snel
afgevoerd kan worden bij piekbuien: hiervoor moeten retentiegebieden ingericht worden
waar het water vastgehouden kan worden. Van deze retentiegebieden moet de capaciteit
worden berekend. Met de overige landgoederen moet contact worden gezocht. (acties:
Deltares in overleg met het Waterschap en de landgoedeigenaren)
4. Staan alle stuwen en duikers op de juiste plaats of kan dit beter ingericht worden? Als
voorbereiding op de gebiedsgerichte aanpak van het Waterschap wordt een bijeenkomst
in Serooskerke georganiseerd waar elke landeigenaar of landgebruiker kan aangeven
waar verbeteringen nodig zijn. De conclusies van deze bijeenkomst worden door het
Waterschap meegenomen in de gebiedsgerichte aanpak. (acties: organisatie
bijeenkomst Deltares en het waterschap, aangeven verbeterpunten watersysteem
agrariërs of landeigenaren en landgebruikers).
Dit is echter geen oplossing voor de gewassen die later in de zomer water nodig hebben. Er
is niet genoeg water om de sloten in een droge zomer ook dan op peil te houden. Daarom
worden ook de mogelijkheden van een extra opslagbak onderzocht (berekend): hoeveel
invloed heeft onttrekken uit een nieuwe vijver op de grondwaterstand, hoe diep mag deze
vijver zijn, welke ondergrond is het beste etc om te onderzoeken om een waterbak in open
verbinden met het grondwater een oplossing zou kunnen zijn of dat de bak bekleed moet
worden met bv folie. (actie: berekeningen Deltares, bekijken resultaten en zoeken
geschikte locatie met alle partijen).
Overige acties:
 Inzicht krijgen in hoeveel water er nodig is om droogte- en/of zoutschade op te
vangen (in een normaal jaar en een droog/droger jaar). Dit maakt inzichtelijk welke
opties het meest kansrijk zijn. (acties: invullen vragenlijst: agrariërs,
berekeningen: Deltares/Aequator)
 Mogelijkheden water terugpompen uit de Veerse Kreek onderzoeken (actie:
Waterschap zoekt de gegevens van de oude studie op en hoe de situatie
veranderd is).
Download