Heerlijk ontspannend: `Mr. Mercedes` van Stephen King

advertisement
Knetterende Letteren
Het huistijdschrift van Luisterpunt
November 2015
Inhoudsopgave:
Op de Hoogte
De Daisy- en braillebijbel
Nieuwe app voor audiodescriptie
Voordracht van Geertje De Ceuleneer over haar boek ‘Ontmoetingen in het donker’
Een rondleiding door de tentoonstelling SARCOPHAGI
Heerlijk ontspannend: ‘Mr. Mercedes’ van Stephen King
Heerlijk ontspannend: ‘Met andere woorden’ van Jhumpa Lahiri
Auteurs lezen voor: ‘Weerwater’ en ‘Liever horen we onszelf’ van Renate Dorrestein
Het Neusje van de Zalm: ‘Tot ziens daarboven’ van Pierre Lemaitre
Hedendaags: ‘I'm your man: het leven van Leonard Cohen’ van Sylvie Simmons
Historie. Historia. Boeken over de Germanen, over de Oostfronters, over een meisje dat het
leven redt van honderden soldaten, over Winston Churchill en over de hel van Treblinka
Deel 1: ‘De Germanen: werkelijkheid en mythe’ van Ugo Janssens
Deel 2: ‘Oostfronters: Hitlers SS-Legioen Vlaanderen’ van Jonathan Trigg
Deel 3: ‘Gasten van de führer: de vlucht van Vlaamse collaborateurs naar nazi-Duitsland
tijdens de bevrijding in september 1944’ van Rosine De Dijn
Deel 4: ‘Heldin achter de frontlijn’ van Airey Neave
Deel 5: ‘De Churchill factor: hoe één man geschiedenis schreef’ van Boris Johnson
Deel 6: ‘Churchills oorlogsmachine: de kring experts, wetenschappers en vernieuwers die
Churchill naar de overwinning leidde’ van Taylor Downing
Deel 7: ‘Een klein leven: korte verhalen en essays’ van Vasili Grossman
Deel 8: ‘Blauwe ogen: de laatste overlevende van de nazi-experimenten getuigt’ van Rita
Winterstein-Prigmore
Vertel me een verhaal: ‘Kleine mechanieken’ van Philippe Claudel
Het hoorspel: ‘De gedaanteverwisseling’ van Franz Kafka
De integrale geluidsopname van de perspresentatie van de Daisy- en braillebijbel
Op de Hoogte
De Daisy- en braillebijbel
Luisterpunt en Blindenzorg Licht en Liefde sloegen de handen in elkaar, zorgden ervoor dat
de bijbel voortaan ook beschikbaar is in Daisy-luistervorm en in braille en presenteerden
deze primeur aan de pers. Getuigen hiervan zijn twee korte verslagen: een van de WestVlaamse regionale TV-zenders en een van Radio 2.
(…)
Op het einde van deze ‘Knetterende Letteren’ hoort u een integrale geluidsopname van de
persvoorstelling, met daarin onder meer een gesprek tussen senator Steven Van Ackere en
monseigneur Jozef De Kesel. En op woensdag 4 november, na het avondnieuws van acht
uur, kunt u op Radio 1 luisteren naar een programma van ERTS, de Evangelische Radio- &
TelevisieStichting. Daarin fragmenten uit de persvoorstelling, interviews die bij deze
gelegenheid gemaakt werden en enkele fragmenten uit de Daisy-bijbel.
Mocht u één of enkele delen van de Daisy-bijbel willen beluisteren, dan kunt u de
boeknummers ervan op uw lijst zetten of laten zetten. Die boeknummers vindt u in het
oktobernummer van Knetterende Letteren of op onze onlinecatalogus. Maar mocht u
geïnteresseerd zijn in alle boeken van het Oude Testament en/of van het Nieuwe Testament,
dan biedt Blindenzorg Licht en Liefde u de mogelijkheid om die aan te kopen. Alle boeken
van het Oude Testament kosten 30 euro. Alle boeken van het Nieuwe Testament kosten 10
euro. Alle boeken van de bijbel, dus van zowel het Oude als het Nieuwe Testament, kosten
40 euro. Bestellen kunt u door 10, 30 of 40 euro te storten op het rekeningnummer van
Blindenzorg Licht en Liefde: BE 93 7370 3703 7067.
In tegenstelling tot wat we zeiden in het oktobernummer is de brailleversie van de bijbel niet
te koop. Het duurt immers drie uur om één exemplaar af te drukken en hij is zo’n drie meter
dik. U kunt wel afzonderlijke bijbelboeken lenen bij Luisterpunt. Voor de diverse
boeknummers verwijzen we u graag naar de rubriek ‘Onder de vingers’ in deze aflevering
van Knetterende Letteren.
Nieuwe app voor audiodescriptie
Een artikel uit het NRC Handelsblad.
Nieuwe app vertelt blinden wat er tussen dialogen in een film gebeurt. Blinden en
slechtzienden kunnen voortaan makkelijker volgen wat er in films gebeurt. Er is een app
ontwikkeld, Watson genaamd, die op smartphones laat horen wat er tussen de dialogen in
gebeurt. Zoals: „Het meisje klimt tegen een muur op.” Of: „Twee agenten pakken de vrouw
beet.” Deze ‘audiodescriptie’ bestond al wel, maar was slechts beschikbaar in vier bioscopen
in Nederland. „Bezoekers moesten een speciaal kastje dragen voor het ontvangen van het
signaal”, vertelt Eveline Ferwerda van de Vereniging Bartiméus Sonneheerdt, die de app met
het bedrijf SoundFocus heeft ontwikkeld. „Dat signaal moest eerst worden aangezet. Het
waren dus altijd speciaal geprogrammeerde voorstellingen.” Er bestonden ook maar een
paar films waarvoor audiodescriptie was gemaakt, waaronder Zwartboek, Oorlogswinter
en Tirza. De nieuwe app kan overal en op elk moment worden gebruikt, ook thuis voor de tv.
Watson ‘luistert’ naar de film, op dezelfde manier waarop muziekherkenningsapps als
Shazam en SoundHound dat doen. De app ‘weet’ op die manier waar in de film de
audiodescriptie moet worden ingevoegd. Een internetverbinding is niet nodig in de bioscoop,
de audiodescriptie kan van tevoren thuis op de telefoon worden geladen. Nu deze app er is,
zullen er ook meer films worden uitgebracht met audiodescriptie. De komende maanden
worden onder meer Schone Handen, Natuur in de Delta en Dummie de Mummie van
audiodescriptie voorzien.
Tot zover het artikel uit het NRC Handelsblad.
Voordracht van Geertje De Ceuleneer over haar boek ‘Ontmoetingen in het donker’
Voor haar boek ‘Ontmoetingen in het donker’ interviewde Geertje De Ceuleneer twaalf
slechtziende en blinde mensen die zich tonen in hun zwakte en hun sterkte. Zoals ieder
ander krijgen ze te maken met teleurstellingen en gloriemomenten. De reportages tonen hoe
de beperking hun dagelijks leven en mogelijkheden beïnvloedt, maar vooral hoe je een
succesvol en geslaagd leven kunt leiden met een zintuig minder. Het boek confronteert je
ook met de grote onwetendheid over het onderwerp. Want wat weten we uiteindelijk over
blindheid? Blinde mensen zien niets, denken velen. Maar hoe ziet dat niets er dan uit? Is dat
gewoon zwart? Op welke manieren kun je iemand herkennen wanneer je niets ziet? Welke
jobs kan een slechtziende doen en op welke manier? Met veel inlevingsvermogen probeert
Geertje De Ceuleneer deze en andere vragen te beantwoorden. Haar boek bestaat ook in
Daisy-vorm en werd ingelezen door de schrijfster zelf (Speelduur: 12 uur. Boeknummer:
9060).
Geertje De Ceuleneer, voormalige radio- en tv-presentatrice en journaliste, werkt momenteel
als beleidsmedewerker diversiteit bij de VRT. Ze komt in de Brusselse gemeente Ganshoren
spreken over haar boek. Tijdstip: woensdag 18 november (en niet vrijdag 13 november zoals
eerst werd meegedeeld), dus woensdag 18 november van 14u30 tot 16u30. Plaats: Lokaal
Dienstencentrum De Zeyp, Van Overbekelaan 164 in Ganshoren.
Een rondleiding door de tentoonstelling SARCOPHAGI
Een bericht van Ria Cooreman van het Jubelparkmuseum in Brussel.
Na dertig jaar heeft het ‘Museum voor Blinden’ een nieuwe weg ingeslagen. Er werd
gekozen voor een meer geïntegreerde publiekswerking. De aparte zaal van het Museum
voor Blinden sloot de deuren en het accent verschoof naar een parcours op maat in het
gewone museumcircuit langs vitrines met voorwerpen die mogen betast worden. Daarnaast
zijn er regelmatig wandelvoordrachten in de verzamelingen van het museum en/of
aansluitend bij de tijdelijke tentoonstellingen.
De eerstvolgende rondleiding -met verbale beschrijving en hopelijk ook met enkele echte
voorwerpen om te betasten– zal doorgaan op vrijdag 20 november om 14u30. We willen met
onze bezoekers dan een rondleiding maken door de tijdelijke tentoonstelling SARCOPHAGI
over de dood in het oude Egypte. Voor deze tentoonstelling werden nagenoeg alle
belangrijke sarcofagen van het museum uit de reserves en uit de zalen gehaald en samen
gezet. Door deze sarcofagen samen te brengen kan men duidelijk de evolutie zien van deze
kisten door de eeuwen heen. Het tentoonstellingsparcours volgt “De twaalf uren van de
nacht”. Dat zijn de uren die de zon nodig heeft om haar reis af te leggen naar de
wedergeboorte d.w.z. de zonsopgang. We verkennen tijdens ons bezoek de verschillende
soorten sarcofagen en de Egyptische goden die hielpen bij de wederopstanding. Ook de
mummificatie die zo belangrijk was voor de oude Egyptenaren komt aan bod.
Iedereen is welkom. Ook blindengeleidehonden. De toegangsprijs bedraagt 13 euro.
Reserveren kunt u op het nummer: 02/741.72.14.
Heerlijk ontspannend: ‘Mr. Mercedes’ van Stephen King
Stephen King breidt zijn hegemonie over het spannende verhaal uit en levert zijn eerste
hard-boiled thriller af. Eentje waarmee hij zijn collega's meteen het nakijken geeft.
December 2009, een klein stadje in de Midwest. De crisis slaat ongenadig hard toe, en op
een mistige aprilochtend verzamelen zich een duizendtal werkzoekenden aan de ingang van
een jobbeurs. Sommigen hebben er de nacht doorgebracht, in de hoop als eerste aan een
baan te raken. De rijen worden langer en langer. De meesten zijn met de bus gekomen benzine is duur voor bijstandstrekkers. Op één uitzondering na: de man die met een
Mercedes Benz SL500 de parking op rijdt. Voor iemand goed en wel beseft wat er gebeurt,
trekt de V12 op en beukt in op de menigte. De Duitse tank laat een spoor van bloed en
ledematen achter, en verdwijnt in de mist. Van de dader, die een clownsmasker draagt, geen
enkel spoor. Het politieonderzoek loopt vast, de zoveelste cold case dreigt in de archieven te
verdwijnen.
Zes maanden later krijgt de gepensioneerde rechercheur Bill Hodges een brief van de dader,
die zichzelf Mr. Mercedes noemt. Hodges wordt uit zijn pensioenslethargie geschud: hij was
danig verdikt, vulde zijn lege dagen met daytime TV en likte regelmatig aan de loop van zijn
.38 - zelfmoord uit pure verveling leek een aantrekkelijke optie. Omdat Mr. Mercedes zo
nadrukkelijk vermeldt dat hij zijn massamoord niet zal herhalen, raakt Hodges van het
tegendeel overtuigd en hij begint op eigen houtje een onderzoek. Gaandeweg krijgt hij de
steun van zijn tuinier en whizzkid Jerome en de labiele meisjesvrouw Holly. Maar ook Mr.
Mercedes zit niet stil. Hij bespioneert zijn tegenstanders, houdt zich in plain sight verborgen
en beschikt over zoveel hackerstalent dat hij zijn vijanden digitaal manipuleert.
Stephen King blijft vooral bekend om zijn horrorverhalen, maar de laatste jaren exploreert hij
andere genres zoals fantasy en de graphic novel, en nu dus ook het hard-boiled thrillergenre.
King heeft zijn research gedaan en Mr. Mercedes leest vaak als een slimme pastiche op het
moderne detectiveverhaal. Een realtime-verteltrant, aandacht voor technische details, de
noodzakelijke blonde femme fatale, de gleufhoed en de trenchcoat - King introduceert het
allemaal met ironische flair. En hij kan het niet laten om af en toe een horrorverwijzing in zijn
tekst te verstoppen: de moordenaar woont in Elm Street, draagt een Pennywise-masker en
onderhoudt net als in ‘Psycho’ een rare relatie met zijn moeder, maar liefhebbers zullen ook
de Plymouth uit Christine herkennen en Holly lijkt wel over de paranormale gaven van Carrie
te beschikken. Leuke spielerei, maar King schetst ook een grimmig beeld van Amerika in
crisistijd. Het siert de bestsellerauteur dat hij in zijn boeken meer en meer aandacht besteedt
aan maatschappelijke vraagstukken. Tel daarbij de vinnige dialogen, het spel met
genreclichés, de goed uitgewerkte personages en de V12-rotvaart waarmee het verhaal
voortdondert, en je hebt een vintage King in handen. Leesplezier gegarandeerd, tenzij je de
ceo van Daimler-Benz bent.
(…)
Stephen King.
Mr. Mercedes.
Speelduur: 16 uur. Boeknummer: 23067.
27 braillebanden. Boeknummer: 40374.
Heerlijk ontspannend: ‘Met andere woorden’ van Jhumpa Lahiri
Jhumpa Lahiri begon een jaar of twintig geleden Italiaans te leren. Ze wilde de taal onder de
knie krijgen, niet om ze als toerist te gebruiken, maar om volwaardig deel te nemen aan de
Italiaanse maatschappij. 'Met andere woorden' is het relaas van haar worsteling met het
Italiaans.
Jhumpa Lahiri heeft geen moedertaal. Het Bengaals, de taal van haar ouders, spreekt ze
met een accent en kan ze niet lezen of schrijven. Het Engels dat ze als migrantenkind in de
Verenigde Staten leerde, beheerst ze perfect en toch voelt ook deze taal als een slecht
zittende jas. Thuis was Bengaals de verplichte voertaal. Op school probeerde de jonge Lahiri
mee te doen met haar vriendinnetjes en toch voelde ze een afstand omdat haar klasgenoten
totaal geen interesse hadden voor haar Bengaalse identiteit.
Lahiri is een gelauwerde schrijfster van prachtige verhalenbundels en romans waarin ze
thema's als ballingschap en identiteit verkent. Toch komt het niet vals bescheiden over
wanneer ze stelt dat ze altijd de indruk heeft tekort te schieten. Ze ervaart een leegte, een
gevoel van niet-zijn dat de kern vormt van haar schrijverschap. Zo verwoordt ze het in ‘Met
andere woorden’: 'Als ik niet zou schrijven, als ik niet met woorden zou werken, zou ik het
gevoel hebben dat ik niet op aarde aanwezig was.'
Na de publicatie van vier Engelstalige boeken keert Lahiri het Engels de rug toe om verder te
gaan in het Italiaans, een taal die haar verleidde toen ze in 1994 voor het eerst in Florence
kwam. Ze kocht er een zakwoordenboek en ontdekte dat het Italiaans haar zowel vertrouwd
als vreemd in de oren klonk. Ze werd verliefd op de taal, die veel weerstand bood. Lahiri
volgde les bij privéleraren en toch bleef ze op haar honger zitten. Een complete
onderdompeling drong zich op en de schrijfster verhuisde met haar gezin naar Rome.
(…)
Jhumpa Lahiri.
Met andere woorden.
Speelduur: 3 uur. Boeknummer: 23076.
Auteurs lezen voor: ‘Weerwater’ en ‘Liever horen we onszelf’ van Renate Dorrestein
Een van de figuren die de lezer van ‘Weerwater’ leert kennen, is Dennis. Door
omstandigheden is hij er nog maar net achter gekomen hoe zijn vader ooit aan zijn eind
kwam. Niet door een ongeluk, zoals zijn moeder altijd beweerde, maar door zelfmoord.
Dennis raakt door deze wetenschap flink van slag. Hij voelt zich besmet, schuldig zelfs, ook
al speelde het drama zich al voor zijn geboorte af. Hij brengt maar liefst drie hele jaren als
een kluizenaar door, voordat hij zich, gelouterd door nieuwe inzichten, weer onder de
mensen durft te begeven. Na deze beproeving wordt hij wel beloond: hij krijgt een relatie met
het liefste meisje van de hele stad.
Dennis is niet de enige die in ‘Weerwater’ op de proef wordt gesteld. Renate Dorrestein
brengt in deze avonturenroman een flinke menigte op de been, die voornamelijk uit vrouwen
bestaat en zich in uiterst primitieve omstandigheden moet zien te redden. De mensen zijn
verstoken van alles wat het leven aangenaam maakt, zoals voldoende eten en kleren, zeep
en shampoo, internet en telefoon, winkels en uitgaansmogelijkheden.
De roman begint nog heel kalmpjes. In het eerste hoofdstuk vertelt hoofdpersoon Renate
Dorrestein aan haar naasten dat zij een schrijfopdracht heeft gekregen. Zij gaat een roman
schrijven over een stad met een slecht imago: Almere, een stad waar menigeen nog niet
dood gevonden zou willen worden. Maar Dorrestein grijpt de opdracht met beide handen
aan, in de hoop zo van haar al twee jaar durende schrijfkramp af te komen. Op een
zomerdag in augustus neemt ze haar intrek in de wijk ‘De Fantasie’, in het centrum van
Almere. Daarna volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. God schiep de aarde, zoals
bekend, in zeven dagen. Maar Dorrestein breekt hem hier in een enkele dag weer nagenoeg
af.
Eerst is er een verschrikkelijk noodweer, daarna een explosie en vervolgens is alles en
iedereen weg. Alleen Almere is er nog en degenen die op de dag van de ramp in Almere
waren. ‘Het was alsof een reuzenhand een kolossale vuilnisemmer over de stad had
uitgestort’, lezen we. De ontreddering is groot, want niets werkt meer en iedereen mist
minstens de helft van zijn familie, als hij of zij al niet wees is geworden. Een natuurkundig
niet nader verklaarde, zwavelachtige mistdamp omgeeft Almere. Wie die damp probeert te
trotseren, komt jammerlijk om. Niemand van de ongeveer vijfduizend overlevenden kan dus
nog weg.
Met deze zelf geschapen puinhoop kan Dorrestein wel uit de voeten. In twintig vlot weg
lezende, vrolijk getoonzette hoofdstukken worden we bijgepraat over een inderhaast
opgericht crisisteam, over corveeploegen die ‘Naaste Families’ worden genoemd, over
baby’s die maar niet geboren willen worden en over ontvluchte gevangenen die de stad
onveilig maken.
Als vanouds brengt Dorrestein hier mensen samen en zet ze hen, als haar dat goed uitkomt,
ook weer tegen elkaar op. Een snufje jaloezie hier, een dosis opofferingsgezindheid daar.
Voormalige gevangenisboeven ontpoppen zich tot brave, sturende burgers, terwijl
voormalige bestuurders de macht juist gelaten uit handen geven. Een meisjesbaby die
zomaar uit het niets verschijnt, als een vrouwelijk christuskind, zorgt nu eens voor algehele
verbroedering, dan weer voor onderlinge haat en nijd.
(…)
Renate Dorrestein.
Weerwater.
Ingelezen door de auteur.
Speelduur: 9 uur. Boeknummer: 22660.
14 braillebanden. Boeknummer: 40615.
(…)
Een ander boek dat Renate Dorrestein zelf inlas is: ‘Liever horen we onszelf’ dat gaat over
de jonge fotografe Mila die de liefde van haar leven vindt. Ze doet alles om hem gelukkig te
houden, zelfs als hij een van zijn buien heeft. Maar dan, op een dag, verdwijnt hij. Ze trekt
enige tijd in bij haar schoonmoeder, die een teruggetrokken leven leidt.
(…)
Renate Dorrestein.
Liever horen we onszelf.
Ingelezen door de auteur.
Speelduur: 1:20. Boeknummer: 22919.
Het Neusje van de Zalm: ‘Tot ziens daarboven’ van Pierre Lemaitre
Nog altijd zit de Grote Oorlog in het collectieve geheugen van de Fransen gegrift en worden
er boeken over vol geschreven. Bijna honderd jaar na het begin van die oorlog won de
roman ‘Tot ziens daarboven’ een van de belangrijkste Franse literatuurprijzen, de
Goncourt. De juryleden kozen voor een toch wel opmerkelijk ‘populair’ boek, ten koste van
de wat zwaardere literaire tegenhangers die ook in de race waren voor deze prijs. Maar te
begrijpen is die keus wel: het boek van Pierre Lemaitre is een indrukwekkend meesterwerk
over de niet afgeloste schuld van een land aan zijn soldaten, een pakkend verhaal,
eenvoudig maar doeltreffend verteld.
Na vier jaar oorlog zijn de soldaten het vechten moe. In de herfst van 1918 steken diverse
geruchten de kop op dat het wel eens snel afgelopen kan zijn. Dat ontneemt velen de lust
om te strijden. Een constatering die ook kapitein Pradelle trekt, maar waar hij geen
genoegen mee neemt. Hij wil zijn heldenstatus na de oorlog namelijk veilig stellen, en
daarvoor moet nog een heldendaad verricht worden. Om zijn mannen aan te moedigen
stuurt hij twee soldaten op verkenning naar een Duitse stelling. De twee worden afgeslacht
(in de rug neergeschoten) en dat zet de soldaten nog even in vuur en vlam. De heuvel wordt
veroverd op de Duitsers, maar niet zonder verliezen. Albert, de hoofdpersoon van ‘Tot ziens
daarboven’, passeert de twee neergeschoten verkenners en ziet dat deze in de rug zijn
geschoten. Voordat hij kan bedenken wat dit betekent, werkt kapitein Pradelle hem
vakkundig uit de weg, althans zo denkt hij. Opgeruimd staat netjes. Maar door een
toevalligheid is Édouard in de buurt, een flamboyante jonge man uit een gegoede familie.
Deze raakt bij de reddingspoging van Albert zwaar gewond en zoekt na de oorlog een
manier om te verdwijnen, zijn familie wil hij niet meer onder ogen komen.
Samen met Albert verdwijnt Édouard enkele maanden later in de anonimiteit. Hij is een
gueule cassée, een ex-soldaat die met een gruwelijke verwonding door het leven moet.
Albert neemt de zorg voor hem op zich, een beetje alsof hij een schuld te vereffenen heeft
omdat Édouard hem het leven gered heeft. Maar Alberts baantje als reclamebordloper
brengt nauwelijks genoeg op. Zeker niet genoeg om de morfine te betalen waar zijn vriend
inmiddels aan verslaafd is geraakt. Édouard komt dan ook met een verbluffend plan om snel
geld te verdienen en de samenleving een loer te draaien.
Pradelle heeft zich intussen opgewerkt als boegbeeld en oorlogsheld. Toevalligerwijs is hij
getrouwd met de zus van Édouard, die in de veronderstelling verkeert dat haar broer om het
leven is gekomen en netjes begraven ligt in het familiegraf. En ook Pradelle is op zijn beurt
bezig zich te verrijken. Miljoenen worden er uitgegeven om de doden een nette laatste
rustplek te geven, en Pradelle zorgt dat hij er met zijn schimmige bedrijf tussen komt te
zitten. Hij schuwt geen afpersing en is creatief: om kosten te besparen mogen de
doodskisten best tientallen centimeters korter, dan moet er gewoon wat meer gepropt
worden. En of de juiste botten bij het juiste naamplaatje terechtkomen maakt hem ook niet
uit.
Pierre Lemaitre geeft met ‘Tot ziens daarboven’ de vele ex-soldaten van de Eerste
Wereldoorlog een gezicht. De samenleving liet hen grotendeels in de steek, velen moesten
rondkomen van een mager pensioentje terwijl er grote bedragen werden gespendeerd aan
de doden. De alwetende verteller in het verhaal fungeert bijna als een op zichzelf staand
personage, en voorziet het verhaal van anekdotisch commentaar, meestal niet zonder enige
donkere humor. Daardoor worden de personages levendiger en kleurrijker en winnen ze aan
kracht.
In tal van scènes komt de ervaring als thriller- en scenarioschrijver van de auteur om de hoek
kijken. Benauwend beschrijft hij bijvoorbeeld het moment dat Albert bedolven wordt onder
een laag aarde, in een granaatkrater. Het laatste beetje zuurstof raakt op, Albert sluit zijn
ogen, het einde nadert. Maar dankzij een verdwaalde rottende paardenkop en de hulp van
Édouard neemt het verhaal een wending. De paardenkop is als een spiegel voor Albert, en in
alles wat verder volgt blijft de kop hem bij. Een herinnering aan de dood die hij voor geen
fortuin wil opgeven. De spiegel is een metafoor die vaker terugkomt, zo ziet Édouard een half
verminkt hoofd als hij in de spiegel kijkt, en houden de oplichters heel Frankrijk een spiegel
voor met hun praktijken. Niet uit idealisme overigens, in de samenleving die Lemaitre
beschrijft lijkt daar geen plaats voor. Of misschien toch, in de persoon van een eenzame, wat
schimmige ambtenaar, die de kans krijgt voor eens en voor altijd iets te betekenen voor de
maatschappij. En die er ‘morele gemoedsrust’ voor terugkrijgt.
De zorgvuldig opgebouwde personages brengen ‘Tot ziens daarboven’ tot leven. Het is
een roman vol verbeeldingskracht, die goed leesbaar blijft dankzij de wat nonchalante,
humoristische toon. Leesgenot gegarandeerd!
(…)
Pierre Lemaitre.
Tot ziens daarboven.
Speelduur: 19 uur. Boeknummer: 22943.
Hedendaags: ‘I'm your man: het leven van Leonard Cohen’ van Sylvie Simmons
Wie zijn helden wil ontmoeten, loopt het risico om de magie te doorprikken. Als ervaren
rockjournaliste en biografe kende Sylvie Simmons die gevaren ongetwijfeld toen ze zich
stortte op het levensverhaal van Leonard Cohen. Maar ook nu ‘I'm your Man: het leven van
Leonard Cohen’ in de rekken ligt, blijft veel van de magie overeind.
'Darling", zo vertrouwt Cohen zijn biografe Sylvie Simmons toe in de proloog, "ik ben
geboren in een pak." En Simmons zelf bevestigt dat haar beeld van de Canadees niet echt
gewijzigd is na het minutieus neerpennen van zijn lang en bochtig parcours. Cohens
levensloop wordt verteld in zo'n slordige vijfhonderd pagina's, waarin de auteur geen
moment weet te vervelen. Dat heeft niet alleen te maken met Simmons' narrative non fiction
stijl maar uiteraard ook met het rijk gevulde leven van Cohen zelf.
In vijfentwintig hoofdstukken worden de belangrijkste episodes uit Cohens leven belicht: de
totstandkoming van alle muzikale albums, maar ook het privéleven (al wilde Simmons niet
"door het sleutelgat van de slaapkamer gluren"), de invloed van Cohens boeddhistische
leermeesters, de financiële perikelen met zijn manager Kelley Lynch en de comeback in
2008. Van in de eerste bladzijden zet Simmons het beeld neer van een toegewijde en
gevoelige maar vastberaden jongeman die zijn weg zoekt als kunstenaar.
Die zoektocht begint in de straten van het multiculturele en meertalige Montréal van de jaren
dertig en veertig, waar Cohen als dertienjarige 's nachts rondzwierf. Aan de prestigieuze
McGill University wordt zijn talent als dichter ontdekt. Hij geeft er ook zijn eerste
poëziebundel uit, Let us Compare Mythologies.
Na een tussenstop in New York belandt Cohen in Londen en later op het zonovergoten
Griekse eiland Hydra, waar hij intens schrijft aan verschillende romans en poëziebundels. In
1967 maakt hij zijn debuut als zanger, een carrièrewending waarover de inkt maar niet
opgedroogd raakt. Simmons beaamt dat vooral financiële motieven de doorslag hebben
gegeven. Ze ontkracht wel de hardnekkige mythe dat Cohen zijn bekendste hit 'Suzanne' via
de telefoon zou gezongen hebben aan de folkzangeres Judy Collins, die op slag verkocht
was en het nummer prompt op haar nieuwe LP opnam. Dat heeft ze wel degelijk gedaan,
maar de samenwerking verliep een stuk pragmatischer.
Tegen 1971 had Cohen al drie albums uitgebracht, die nog steeds tot de beste van zijn
oeuvre behoren: Songs of Leonard Cohen (1967), Songs from a Room (1969) en Songs of
Love and Hate (1971). Simmons beschrijft ook andere aspecten van Cohens 'leven in de
kunsten': de soms woelige concerttournees, de teleurstellingen en mislukkingen in de jaren
tachtig, de mediatieke wederopstanding met het album I'm your Man in 1988, en de recente
bekroning van zijn werk. Eén constante: wie of wat Cohens pad ook zou kruisen, hij zou altijd
terugkeren naar zijn schrijftafel.
Veel van dat alles was al bekend: het rijtje biografen is lang. Toch steekt I'm your Man er
bovenuit. Om te beginnen is dit een van de enige biografieën over Cohen die in het
Nederlands beschikbaar is en bovendien up to date. Zo wordt er ruime aandacht besteed
aan Cohens recente activiteiten, zoals zijn spirituele rondreis die hem onder meer in India
bracht. "Er was in India iets gebeurd met Leonard", schrijft Simmons. "Iets had
eenvoudigweg de sluier van de depressie 'opgetild' waardoor hij de wereld altijd had
bekeken. Zijn depressie was verdwenen." (einde citaat).
De recensenten zagen daarvan de weerslag in zijn werk: "Het verlangen houdt aan, maar de
gevangenschap is voorbij", schreef een van hen. Bovenal is de volledigheid van het boek
van Simmons opmerkelijk: dat komt niet alleen door de nauwkeurigheid van de auteur maar
ook door de talloze boeiende getuigenissen. Meer dan honderd stemmen worden aan het
woord gelaten. Tot de opmerkelijkste behoren Cohens jeugdvriend Mort Rosengarten, de
rabbi die Cohen voorbereidde op zijn bar mitswa, Bob Johnston, de producer van drie
albums, en Rebecca de Mornay, met wie Cohen een tijdje verloofd was.
Ook de schimmige samenwerking met de muziekproducer Phil Spector (die onder meer The
Beatles produceerde) wordt uitvoerig gereconstrueerd. Simmons had ook het voorrecht om
Cohen zelf te kunnen interviewen, waardoor hij als een aparte getuige een uniek licht kan
werpen op zijn eigen leven. Ze is pas de tweede biografe die deze eer te beurt valt.
Bovendien mocht Simmons grasduinen in Cohens omvangrijke archieven. "Dit is het echte
werk", vertelde Cohen ooit, wijzend naar een stapel gevulde archiefdozen. "Ik blijf maar
bladzijden toevoegen". I'm your Man bevat dan ook heel wat intrigerende referenties naar
onuitgegeven nummers die ergens op een plank stof liggen te vergaren. Tot voor kort
werden sommige daarvan als bonustrack opgenomen bij heruitgaves van oude albums.
Cohen vond dat dit het oorspronkelijke geheel echter te veel oneer aan deed en verbood zijn
platenmaatschappij die praktijk nog toe te passen. Simmons vroeg Cohen ook of er nog iets
is wat hij koste wat het kost, al wordt het zijn dood, wil voltooien. Cohen: "Er is inderdaad een
nummer dat ik graag wil voltooien, maar dat me veel hoofdbrekers geeft. Ik wil het heel
graag op mijn volgende album hebben, maar dat wilde ik bij de laatste twee, drie, misschien
zelfs vier platen ook al."
(…)
Sylvie Simmons.
I'm your man: het leven van Leonard Cohen.
Speelduur: 25 uur. Boeknummer: 23114.
Historie. Historia. Boeken over de Germanen, over de Oostfronters, over een meisje
dat het leven redt van honderden soldaten, over Winston Churchill en over de hel van
Treblinka
Deel 1: ‘De Germanen: werkelijkheid en mythe’ van Ugo Janssens
Op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog wakkeren de fascistische staten de
nationalistische gevoelens onder hun bevolking aan door te verwijzen naar het grootse
verleden. Mussolini kan hiervoor putten uit de gekende, glorierijke geschiedenis van de
Romeinen. In Nazi-Duitsland profiteert Himmler juist van het in nevelen omhulde verleden
van de Germanen om een herschreven Duitse geschiedenis naadloos te doen passen in de
propagandamachine.
De Nazi’s zijn overigens niet de enigen die de Germanen voor hun kar spanden, zo toont
Ugo Janssens aan in zijn boek ‘De Germanen: werkelijkheid en mythe’. De Romeinse
staatsman en veldheer Julius Caesar voelt al heel gauw bij de verovering van Gallië aan dat
het onderwerpen van de stammen over de Rijn zeer moeilijk zal verlopen. Hij beschrijft hen
dan ook in zijn Commentarii de Bello Gallico als stammen met gewoonten en gebruiken die
inferieur zijn aan de Gallische stammen die hij toen had overwonnen.
De Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus trekt later in zijn boek Germania
van leer tegen de decadente levensgewoonten van zijn eigen volksgenoten. De Germanen
worden beschreven als onbedorven barbaren. En als dusdanig houdt hij zijn volk een spiegel
voor.
De geschriften van de Romeinse schrijvers vormen de eerste geschreven bronnen over de
Germanen. In het boek wordt hieraan veel aandacht besteed. Vóór de Romeinse tijd bestaat
de enige vorm van kennis uit wat archeologen hebben gevonden en wat andere
wetenschappers zoals genetici en linguïsten aantonen. Trouwens wat de Romeinse
schrijvers ‘de Germanen’ noemden, was niet één volk: het was een losse verzameling van
een aantal stammen die niets liever deden dan elkaar te bevechten. De namen van een
aantal van deze stammen klinken ons vandaag bekend in de oren: de Bataven, de Friezen,
de Eburonen, enzovoort.
In het tweede deel van het boek maakt Ugo Janssens enkele grote sprongen in de
geschiedenis. De volksverhuizingen die de eeuwen daarop volgen, worden door Janssens
overgeslagen om tenslotte uit te komen bij Karel de Grote. Vervolgens maakt hij terug een
sprong naar de Renaissance waar de Duitse humanisten aan bod komen. De auteur
beschrijft hoe de zoektocht naar de Duitse wortels dikwijls gebaseerd is op pure verzinsels of
niet onderbouwde geschriften. Samen met het nationalisme dat onder Bismarck opduikt, zal
dit uiteindelijk leiden tot het gekende, rampzalige gevolg. Dat de Duitsers ‘de zuiversten
onder de Ariërs’ zijn, is trouwens iets dat de Nazi’s hebben overgenomen uit een essay van
de Franse edelman Arthur de Gobineau.
Ugo Janssens levert met zijn boek De Germanen andermaal een zeer goed onderbouwd en
gedocumenteerd werk af. Het boek leest zeer vlot waarbij de auteur zich vrij dicht bij zijn
bronnen houdt. Verder is de auteur niet te beroerd geweest om binnenlandse en
buitenlandse experts schriftelijk te bevragen of te interviewen. Dit liep blijkbaar niet altijd van
een leien dakje.
Uit het boek blijkt nogmaals hoe bepaalde extreme partijen en totalitaire regimes er niet voor
terugdeinzen om met de geschiedenis een loopje te nemen of naar hun hand te zetten. Maar
ook het grootkapitaal is een belangrijke drijvende factor in het opwekken van gruwel en
geweld. Overigens laat Ugo Janssens in de laatste hoofdstukken van zijn boek duidelijk
aanvoelen dat we oog moeten hebben voor het feit dat een gebeurtenis als de Tweede
Wereldoorlog niet altijd een volledig zwart-wit verhaal is van goeden en slechten. Zo hielpen
ook Amerikaanse firma’s de Nazi’s en over de rol van de katholieke kerk in dit verhaal is het
laatste woord nog niet geschreven. Maar ieder conflict wekt heel veel leed op bij de mensen.
Ugo Janssens besluit: “Iedere dode betekende het einde van een relatie, een gezin, het
einde van geluk, van gekoesterde dromen, van liefde.”
De geschiedenis op een objectieve manier opzoeken en weergeven is dan ook een
belangrijke taak voor historici. Dit boek draagt hier in belangrijke mate toe bij. Werkelijkheid
en mythe worden netjes gefileerd.
(…)
Ugo Janssens.
De Germanen: werkelijkheid en mythe.
Speelduur: 12 uur. Boeknummer: 23035.
Deel 2: ‘Oostfronters: Hitlers SS-Legioen Vlaanderen’ van Jonathan Trigg
Niet minder dan 38 nationaliteiten vochten tijdens de Tweede Wereldoorlog mee in het
uniform van de Duitse Waffen-SS. Verhoudingsgewijs leverde niemand meer vrijwilligers dan
Vlaanderen. In totaal waren ze met 23.000, maar door verloven, verzorging en een pak
gesneuvelden waren ze tijdens het grootste deel van WO II met een groep van 6000 samen
aan de slag.
Twee jaar geleden verscheen het boek van de Britse historicus en de voormalige
legerkapitein Jonathan Trigg, Hitler's Flemish Lions, dat nu naar het Nederlands werd
vertaald. Ondanks zijn achtergrond, is Triggs verhaal ruimer dan een militair relaas. Zo heeft
hij ook aandacht voor de evolutie van de Vlaamse Beweging. Op die manier probeert hij te
verduidelijken waar de drive van die jongens lag - stuk voor stuk vrijwilligers, men vergeet
het vaak.
Anticommunisme speelde een rol bij hun keuze voor het oostfront. Maar ook de drang naar
avontuur. De Vlaamse rekruten werden door de Duitsers aanvankelijk met een scheef oog
bekeken. Maar naarmate de oorlog vorderde, versterkte hun reputatie.
De geschiedenis van het Vlaams Legioen - pas aan het einde van de oorlog werd het een
volwaardige divisie - is verbonden aan de Duitse achteruitgang aan het oostfront. Leningrad
was hun eerste inzet, een belegering die uiteindelijk 900 dagen zou duren. Jonathan Trigg
plaatst het verhaal van de Vlamingen in een bredere strategische context. En dat is er een
van terugtrekking. Het eerste contact met het front vond plaats in de koude winter van '41'42. Het weer bleek al snel een even grote vijand als het Rode Leger. Kanonnen die
blokkeerden door de kou, olie die verstijfde, onbruikbare voertuigen en heel wat soldaten die
tijdens een geïmproviseerde sanitaire stop bij temperaturen tot min 50 graden doodvroren.
De Vlamingen aan het oostfront kregen het als eerste kennismaking geserveerd. Maar ze
beten door, ondanks de ontbering en zware verliezen. Het Vlaams Legioen kampte met een
permanent tekort aan Vlaamse officieren en onderofficieren. Bovendien lag de verhouding
met de Duitse bevelhebbers niet altijd even eenvoudig. Trigg besteedt ook hier aandacht
aan.
Op 1 mei 1945 zat de oorlog er voor de meesten op. Enkele dagen eerder had hun
bevelhebber, Thomas Müller, een gesprek met Léon Degrelle. Ze bespraken wat de
mogelijkheden van hun Belgische soldaten waren. De leider van het Waals Legioen had
besloten naar het Spanje van Franco te vluchten. Müller bleef bij zijn mannen. Op die eerste
mei ontsloeg hij hen van hun eed en gaf hen de keuze tussen de tocht naar Vlaanderen op
eigen kracht, of in gevangenschap met hem. De meeste, uitgeput en moedeloos, kozen voor
het tweede. Eén dag later gaven ze zich over aan de Britten. Sommigen sloegen op de
vlucht. Anderen deelden tijdens de repressie in de klappen. Nog anderen verbleven
jarenlang in gevangenschap. Pas begin jaren zestig keerden de laatste Vlaamse oostfronters
uit Sovjet-gevangenschap terug.
(…)
Jonathan Trigg.
Oostfronters : Hitlers SS-Legioen Vlaanderen.
Speelduur: 10 uur. Boeknummer: 22959.
Deel 3: ‘Gasten van de führer: de vlucht van Vlaamse collaborateurs naar naziDuitsland tijdens de bevrijding in september 1944’ van Rosine De Dijn
In september 1944 werden ongeveer 15.000 Vlaamse collaborateurs in het kielzog van de
halsoverkop terugtrekkende Wehrmacht naar het Duitse Rijk geëvacueerd. Voor hen begon
de oorlog pas echt toen hij afgelopen was. Duizenden Vlaamse families lieten alles achter en
ontvluchtten hun vaderland, in hun onwrikbare geloof in de Endsieg, maar ook beducht voor
represailles. In Duitsland stichtten ze een regering in ballingschap, financieel ondersteund
door het Reich, en ze stuurden hun piepjonge zonen zelfs in maart 1945 nog naar het
oostfront. Rosine De Dijn onderzocht deze onbekende episode uit de geschiedenis van de
collaboratie. Ze volgde het spoor van de ‘gasten van de Führer’ en belandde op plaatsen
waar dood en ellende aan het einde van de Tweede Wereldoorlog alomtegenwoordig waren.
Honderdduizenden Duitse vluchtelingen waren op de been. Ondervoeding en uitputting
hadden Duitsland verminkt. Verblind door de nazi-ideologie werden Vlaamse collaborateurs
meegesleurd in deze oorlogshel. Voor hen was het de onttovering van de Germaanse mythe.
Dat collaboratie zeventig jaar later nog altijd een heikel onderwerp is, ondervond de auteur
tijdens haar onderzoek zelfs binnen haar eigen vriendenkring. Rosine De Dijn is een
Vlaamse journaliste die in Duitsland woont en werkt.
(…)
Rosine De Dijn.
Gasten van de führer: de vlucht van Vlaamse collaborateurs naar nazi-Duitsland tijdens de
bevrijding in september 1944.
Speelduur: 8 uur. Boeknummer: 23084.
Deel 4: ‘Heldin achter de frontlijn’ van Airey Neave
De ontsnappingsroute stond bekend onder vele namen –Comet Line, Komeetlijn, Réseau
Comète– en was de belangrijkste vluchtroute van het Belgische verzet. In de drie jaren van
haar bestaan, werden meer dan 800 geallieerde soldaten gered van een bijna zekere dood.
Andrée De Jongh –alias Dédée- zette de lijn in 1941 op toen ze een gewonde soldaat vond
die was gestrand achter de frontlijn. België en Nederland waren al maanden bezet, dus
smokkelde ze hem te voet en per trein over de Pyreneeën naar het Britse consulaat in het
vrije Spanje. Met een onverzettelijkheid en doorzettingsvermogen die haar de bijnaam Kleine
Wervelwind opleverden, streed Dédée onvermoeibaar door, tot ze in januari 1943 werd
opgepakt en gemarteld door de Gestapo. Zeven maanden later werd ze naar Ravensbrück
gedeporteerd, en later naar Mauthausen. Als door een wonder overleefde Dédée de oorlog,
en ze werd door zowel België als Engeland overladen met eerbewijzen en in de adelstand
verheven. Bij die gelegenheid koos ze een wapenspreuk die exemplarisch was voor haar
levenswijze: Servitio libertatis (Ik dien de vrijheid). Dit boek is een eerbetoon aan haar moed
en heldendaden geschreven door de Britse politicus Airey Neave.
(…)
Airey Neave.
Heldin achter de frontlijn.
Speelduur: 8 uur. Boeknummer: 23126.
9 braillebanden. Boeknummer: 16303.
Deel 5: ‘De Churchill factor: hoe één man geschiedenis schreef’ van Boris Johnson
Wanneer een politicus een paar maanden voor de verkiezingen een boek publiceert over de
belangrijkste staatsman die zijn land heeft gekend, dan is enig wantrouwen op zijn plaats.
Voor de politicus is zo'n boek de ideale manier om zich met zijn grote voorbeeld te
vereenzelvigen.
En dat opperden tegenstanders ook toen de Londense burgemeester Boris Johnson een
biografie uitbracht van Winston Churchill. Niet alleen bijna vijftig jaar na de dood van de
legendarische premier, ook een paar maanden voor de parlementsverkiezingen. Het is geen
geheim dat Johnson zich profileert als mogelijk voorzitter van de Britse conservatieven voor
het geval eerste minister David Cameron de verkiezingen verliest. En er is geen betere
manier om de eigen capaciteiten in de verf te zetten.
Maar dat is wat Johnson met zijn boek De Churchill Factor net niet doet. Hij wil gewoon dat
Churchill niet in de vergetelheid geraakt. Ook al is de rondbuikige en sigaar rokende politicus
de held die Groot-Brittannië door de Tweede Wereldoorlog loodste, Churchill raakt in de
vergetelheid. En vijftig jaar na zijn dood zijn er critici die hem afschilderen als racist,
imperialist en kolonialist. Zo noemde Churchill de Indiase onafhankelijkheidsstrijder Mahatma
Ghandi een "halfnaakte fakir". Johnson plaatst de uitspraken van Churchill in hun tijdskader.
Hij was een radicale verdediger van het Britse imperium, maar Churchill kan je geen
massamoorden verwijten zoals in het Congo van Leopold II, of de genocide op de ZuidwestAfrikaanse Herero-stammen door Duitse kolonisten. Churchill was als conservatief - een deel
van zijn carrière was hij ook liberaal - een verdediger van sociale rechten. Hij was ook
voorstander van een belasting op de verkoop van vastgoed. Die werd door de Britse adel fel
bestreden. Een milieu waarin Churchill, afstammeling van de hertog van Malborough,
opgroeide.
Johnson heeft er ook geen probleem mee om de vele fouten van Churchill op te sommen.
Als minister van Marine wist hij in 1914 de voor de Britten belangrijke vesting Antwerpen niet
te redden. In 1915 leden de Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders een pijnlijke nederlaag
in Gallipoli tegen de Turken. Churchill was een van de architecten van de dramatische
aanval. Als minister van Financiën in de jaren twintig hield hij vast aan de goudstandaard.
Een absurd economisch beleid dat Engeland in een crisis duwde.
Eigenlijk was Churchill een mislukte politicus toen hij in 1940 premier werd. Het wantrouwen
tegenover hem was groot. Zeker de upper class wou een deal sluiten met Adolf Hitler na de
Franse nederlaag. Ook het oorlogskabinet was verdeeld. Maar Churchill hield voet bij stuk.
Hij gokte op een intrede van de Amerikanen in de oorlog. Met de Japanse aanval op Pearl
Harbour op 7 december 1941 en de Duitse oorlogsverklaring aan de VS kort daarop wist
Churchill de zo belangrijke Amerikanen aan zijn kant te krijgen. Naar eigen zeggen ging de
Britse premier de avond na Pearl Harbour voldaan slapen. Hij wist dat de Britten nu de
oorlog konden winnen.
(…)
Boris Johnson.
De Churchill factor: hoe één man geschiedenis schreef.
Speelduur: 14 uur. Boeknummer: 22911.
23 braillebanden. Boeknummer: 40616.
Deel 6: ‘Churchills oorlogsmachine: de kring experts, wetenschappers en vernieuwers
die Churchill naar de overwinning leidde’ van Taylor Downing
Oorlog is de moeder van Uitvinding. Geen oorlog genereerde meer ongelooflijke ideeën,
meer technische vooruitgang en meer sprongen vooruit in de wetenschap dan de Tweede
Wereldoorlog. Het boek ‘Churchills oorlogsmachine’ kijkt naar die heksenketel van
uitvindingen die uit de Tweede Wereldoorlog zijn voortgekomen; van straalmotor tot roll-onroll-off-schip, van flying wing tot drijvende tank en van miniatuurradio tot geleide raket. Het
boek beschrijft hoe Churchill zichzelf wierp op het werk van zijn ingenieurs en uitvinders,
soldaten, matrozen en vliegeniers, en hoe hij zijn stempel drukte op de machines die in zijn
naam werden gemaakt.
‘Churchills oorlogsmachine’ geeft een onthullend beeld van Winston Churchill als een
krijgsheer, als militair strateeg en als briljante, maar gekmakende leider om onder te werken.
Het leven van een van de grootste mannen uit de wereldgeschiedenis wordt vanuit een
nieuwe invalshoek beschreven. Het boek zal lezers van militaire geschiedenis, militaire
technologie en leiderschap zeker aanspreken.
Winston Churchill was zijn leven lang gefascineerd door het fenomeen oorlog. De Britse
militair-historicus Taylor Downing beschrijft de ervaringen en stappen van de jonge Churchill
in de Boerenoorlog en de Eerste Wereldoorlog; hieruit stammen onder meer zijn kritiek op
zwak leiderschap en eigenzinnig optreden van generaals. Dit vormt de intro op het eigenlijke
thema van Downings boek: Churchill als energieke en inspirerende leider in de Tweede
Wereldoorlog. Het boek biedt in vlotte verhaalvorm een mix van technische innovaties (radar;
ontcijfering van Duitse codes) en persoonlijke trekken van de premier gedurende 1940-1945
(o.m. zijn impulsiviteit en depressies). Churchills relatie tot Roosevelt en Stalin en zijn
omgang met lastige generaals als Montgomery worden beschreven, evenals o.m. de Battle
of Britain, de allesbepalende confrontatie tussen RAF en Luftwaffe, de strijd ter zee (UBoote) en de achteraf omstreden bombardementen op Duitsland. De auteur laat zien dat
Churchill met zijn tekortkomingen toch de juiste man op de juiste plaats was.
Met zijn soms lastig karakter en ondanks zijn geringe kennis van wiskunde wist Churchill zich
toch te omringen met wetenschappers van allerlei soort. Er kwam een register van
astronomen, ingenieurs, chemici, natuurkundigen en noem maar op. Het leger kon op die
manier steeds specialisten vinden waarop ze een beroep konden doen. Dit nieuw soort
wetenschapper kreeg de bijna onvertaalbare naam 'boffin'. Technische onderzoekers met
veel inventiviteit om soms vreemde oplossingen te bedenken voor prangende vragen.
Bijvoorbeeld hoe je Duitse bommenwerpers kon tegenhouden. Door Churchills tussenkomst
kreeg Bletchley Park veel meer personeel om de Duitse Enigmacode verder te breken en zo
inlichtingen te krijgen over de plannen van Hitler. Hij luisterde naar de raad van o.m. Alan
Turing die aan de basis lag van de computer. Tijdens de Slag om Engeland betekende de
nog primitieve radar het verschil tussen nederlaag en overwinning. Ook de ontwikkeling van
dat instrument steunde Churchill met alle kracht. Hij was toen al ruim in de zestig.
Er zaten vreemde kerels bij de boffins, weet Downing. Cryptograaf Josh Cooper ging nu en
dan naast zijn stoel zitten in Bletchley Park; als hij aan het denken ging stak hij zijn
rechterhand achter zijn hoofd en begon zijn linkerschouder te aaien. Een andere boffin vond
een das makkelijker dan een riem om zijn broek op te houden. Maar Churchill had veel
eerbied voor de codekrakers. Hij noemde ze: 'De ganzen die de gouden eieren legden en
nooit kakelden'. Daarmee verwees hij naar de vele nuttige informatie die ze brachten en hun
complete stilzwijgen over wat ze deden.
(…)
Taylor Downing.
Churchills oorlogsmachine: de kring experts, wetenschappers en vernieuwers die Churchill
naar de overwinning leidde.
Speelduur: 17 uur. Boeknummer: 23025.
Een ander boek van Taylor Downing is: ‘Spionnen in de lucht: de geheime strijd om
inlichtingen vanuit de lucht in de Tweede Wereldoorlog’. Geallieerde piloten maakten
luchtfoto's van bezet Europa, die vervolgens door analisten geïnterpreteerd werden. Zo
traceerden ze o.m. het Duitse slagschip de Bismarck en Hitlers V1- en V2-wapens. Downing
vertelt hun persoonlijke verhaal, van de vermiste piloot Adrian Warburton tot Churchills
dochter Sarah Oliver.
Speelduur: 15 uur. Boeknummer: 21114.
Deel 7: ‘Een klein leven: korte verhalen en essays’ van Vasili Grossman
‘Een klein leven’ is een bescheiden titel voor een bundel die je geweten klaarwakker schudt.
Schrijver Vasili Grossman moest in de Sovjet-Unie boeten voor zijn kritische geschriften.
Moet een schrijver het geweten van zijn tijd zijn? Moet hij de vragen stellen die
machthebbers liefst onder het tapijt vegen? Kunst om de kunst is mooi, maar er zijn
omstandigheden die erom smeken blootgelegd te worden - en dat met alle passionele
verontwaardiging waar een goed mens toe in staat is. Als zo'n rechtvaardige ook het literair
talent heeft om zijn getuigenis de wereld in te sturen, dan kan hij waarschijnlijk niet anders dan stuurt zijn geweten de pen, of het toetsenbord.
Of dat veel moed vraagt hangt af van het tijdsgewricht. Schrijf in Vlaanderen anno 2015 een
roman over de moeilijkheden van het samenleven in een multiculturele stad - het komt je op
een paar columns pro en contra te staan. Verhef je stem als onderdaan van een tsaar, van
Stalin, van Hitler, en je raakt zoek in de kelders van de KGB, in Siberië of in een naamloos
massagraf. Of het kan minder dramatisch maar niet minder triest: je wordt monddood
gemaakt en bij leven vergeten, want een auteur bestaat bij gratie van uitgevers. De totalitaire
waanzin van de twintigste eeuw vermaalde zijn schrijvende gewetens zonder mededogen.
Het overkwam Vasili Grossman, een Russische Jood uit het Oekraïense stadje Berditsjev,
die leefde van 1905 tot 1964. Net als die andere Russisch-Joodse generatiegenoot, Isaak
Babel, was Grossman een goed mens én een goed schrijver. En net als Babel zou hij daar,
na een periode van succes en felicitaties van het regime, voor boeten. Babel verdween in de
kelders van de staatsveiligheid, Grossman werd persona non grata.
De ups en downs van Grossmans schrijverscarrière zijn verzameld in ‘Een klein leven’, een
literair portret aan de hand van korte verhalen, oorlogsreportages, essays en brieven. We
leren Vasili kennen als een beminnelijke jongeman uit een bemiddeld milieu die,
aangestoken door lectuur en revolutionair vuur, de scheikunde opgeeft om schrijver te
worden. Het debuutverhaal 'In de stad Berditsjev' is meteen raak: een soldate moet er kiezen
tussen legeravonturen of haar pasgeboren baby, tussen Mauser en papfles. Isaak Babel en
Gorki knikten goedkeurend, en onder het oog van de Sovjetautoriteiten ontwikkelde
Grossman zich tot een publiekslieveling van de jaren 30.
Grossmans stijl is helder en trefzeker, met oog voor detail, maar zonder hoogstandjes. Hij
doet het weemoedige zielenleven van de Sovjetburger uit de doeken in verhalen als 'Een
jonge vrouw en een oude vrouw' en 'Een klein leven' - waarin respectievelijk twee vrouwen
en een oude man geconfronteerd worden met veranderingen in het dagelijks bestaan. 'Een
soort nieuwe gemeenschapszin was overal voelbaar... alsof alle mensen op straat neven en
nichten waren', klinkt het in 'Een klein leven'. Toch ziet de stille Lev Orlov bij de 1 meistoet
vooral 'de tragiek achter de rozenblaadjes'. Het is niet al vrolijkheid in Stalins volksrepubliek,
Grossman zou het ondervinden. Tegen de tijd dat Hitler de USSR binnenvalt, heeft hij
collega's zien verdwijnen en censureerde hij waar nodig eigen werk.
De Tweede Wereldoorlog wordt een keerpunt in Grossmans leven - zijn geweten wordt
wakker geschud, om nooit meer in te slapen. Als oorlogscorrespondent voor de legerkrant
De Rode Ster verslaat hij alle belangrijke veldslagen, maar Stalingrad, Koersk en Moskou
moeten het afleggen tegen persoonlijke tragedie en de horror van de nazi-dodenkampen.
Grossmans moeder verdwijnt in een massagraf bij Berditsjev en haar zoon bereikt in 1944
met het Rode Leger het Vernichtungslager Treblinka.
In het verhaal 'De oude onderwijzer' reconstrueert Grossman de massaexecutie van
Berditsjev, des te ijzingwekkender tegen de achtergrond van het vriendelijke stadje ('De lucht
was diepblauw, de zon scheen en de vogels zongen'). In 'De hel van Treblinka' loopt hij over
deinende aarde, die botten en tanden van honderdduizenden slachtoffers uitbraakt - alsof ze
niet medeplichtig wil zijn aan de gruwelen die zich op haar oppervlak hebben afgespeeld.
Grossman bespaart ons geen enkel detail. 'Het is de plicht van de schrijver de
verschrikkelijke waarheid te vertellen', schrijft hij, 'en de burgerplicht van de lezer er kennis
van te nemen. Wie zich afwendt, wie zijn ogen sluit en hieraan voorbijgaat, schendt de
nagedachtenis van de overlevenden.'
(…)
Vasili Grossman.
Een klein leven : korte verhalen en essays.
Speelduur: 15 uur. Boeknummer: 23119.
23 braillebanden. Boeknummer: 16301.
Deel 8: ‘Blauwe ogen: de laatste overlevende van de nazi-experimenten getuigt’ van
Rita Winterstein-Prigmore
Bij de miljoenen slachtoffers van het naziregime waren ook honderdduizenden zigeuners.
Rita Winterstein is er een van: als baby voerden nazi-artsen medische proeven op haar uit.
Haar levensverhaal staat nu beschreven in een boek. 'Omdat niemand dit vergeten mag.'
Niemand had ooit vermoed dat zij, met haar zwakke gezondheid, die leeftijd zou halen. 71
jaar is Rita Winterstein intussen en een erg levendige vrouw. "Eigenlijk had ik zelfs nooit
mogen geboren worden", lacht ze. "Maar kijk, de nazi's konden mij niet tegenhouden."
Zigeuners werden, net als joden, geestelijk gehandicapten en nog een pak andere groepen,
slachtoffer van de grote sterilisatiecampagne van de nazi's. "Mijn moeder, die nogal
recalcitrant was, werd toch zwanger", glimlacht Winterstein. Een abortus en een enkeltje
Auschwitz, zo waarschuwde de ambtenaar van de 'nazi-Zigeunercentrale', haar toen de
zwangerschap werd ontdekt. Tot bleek dat ze een tweeling verwachtte. Toen werd Theresia
Winterstein plots wel interessant.
Op hetzelfde moment dat de meisjes Rolanda en Rita werden geboren in het ziekenhuis van
het Duitse Würzburg, raakt de benoeming bekend van ene dokter Josef Mengele als
kamparts van Auschwitz. De dokter die de meisjes Winterstein ter wereld brengt, Werner
Heyde, is vol lof over Mengeles plannen om medische experimenten uit te voeren op
gevangenen en zal hem op de hoogte houden van zijn onderzoek.
Vier weken na hun geboorte, wordt de tweeling Winterstein weggenomen bij de ouders. Heel
lang zijn de ouders in het ongewisse, tot de moeder hen terugvindt in het ziekenhuis.
Rolanda is dood, met een verband om haar hoofdje. Rita, die ook een verband heeft, leeft
nog. De moeder grijpt het kindje en rent weg.
Van de leden van de familie Winterstein die naar Auschwitz worden afgevoerd, zullen er
dertien ooms, tantes, neven en nichten niet terugkomen. Rita en haar moeder overleven de
oorlog maar Rita zal de rest van haar leven last hebben van haar gezondheid. "Ik val flauw
op onverwachte momenten. Een keer heb ik daardoor zelfs bijna een auto-ongeluk gehad. Ik
heb plotse angstaanvallen, ben vaak misselijk."
Haar moeder sleept haar van dokter naar dokter om erachter te komen wat ze heeft. Tot ze,
tijdens een zoveelste bezoek aan een specialist, de naam Werner Heyde laat vallen en er
een verschrikte reactie volgt. Nog later zegt een andere arts dat de linkerhelft van haar
hersenen is beschadigd door een inkerving boven haar oog.
Wat er precies werd uitgevoerd op baby Rita, is niet helemaal zeker omdat bijna alle
medische attesten van destijds verloren zijn gegaan. Waarschijnlijk, zo vermoedt
Winterstein, was een van de experimenten een poging om haar ogen een blauwe kleur te
geven.
Rita zelf weet, ondanks haar zwakke gezondheid, jarenlang van niets: "Ik was al 43 toen mijn
moeder mij een deel van het verhaal vertelde. We woonden intussen in de VS. Pas nog
meer flarden later begreep ik dat de nazi's experimenten op mij hadden uitgevoerd. Ik was
toen al zelf getrouwd en had kinderen. Mijn moeder wilde het mij niet vertellen om mij te
beschermen, zei ze me later."
Ze heeft alle reden om verbitterd te zijn. Zelfs het verkrijgen van een schadevergoeding van
de Duitse overheid was traumatisch: omdat ze niet veel bewijsstukken had, wilde niemand
haar moeder geloven. Pas nadat ze zelf op de hoogte was van de experimenten en nieuwe
rechtszaken aanspande, kreeg Rita Winterstein gelijk.
Bitter is ze niet, zegt Winterstein. Gemotiveerd, dat wel. Want wat gebeurde, mag niet
vergeten worden. Vandaar dat ze zoon, dochter en kleinkinderen in de VS achterlaat om
haar verhaal te vertellen in de wereld. "Ik merk dat in Europa het racisme opnieuw toeneemt.
Ik zie er niet meteen uit als een doorsneezigeuner en als ik dan in de trein zit in Duitsland,
hoor ik vaak mensen schimpen op buitenlanders. Dat Hitler maar nog eens een kuisoperatie
houdt, klinkt het dan. Ik kan niet zo goed om met al die nieuwe dingen, maar ik heb mezelf
onlangs een gsm gekocht. Stiekem neem ik die gesprekken op. Anders gelooft niemand mij."
(…)
Rita Winterstein-Prigmore.
Blauwe ogen: de laatste overlevende van de nazi-experimenten getuigt.
Speelduur: 7 uur. Boeknummer: 23149.
Vertel me een verhaal: ‘Kleine mechanieken’ van Philippe Claudel
Een nagenoeg onopgemerkte verhalenbundel van succesauteur Philippe Claudel is eindelijk
in het Nederlands vertaald. ‘Kleine mechanieken’ speelt zich af in een wonderlijke wereld vol
outcasts en underdogs.
Philippe Claudel wisselt kloeke composities af met novelles en vertellingen, die beduidend
minder aandacht krijgen dan zijn romans. De Franse auteur scoorde in 2003 een
internationale bestseller met ‘Grijze zielen’, een indrukwekkend boek over schuld en boete
dat speelt ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. In datzelfde jaar verscheen zijn allereerste
verhalenbundel, maar die publicatie bleef nagenoeg onopgemerkt. Verhalen zijn nu eenmaal
niet zo'n gewild artikel, maar ‘Les petites mécaniques’ is inmiddels toch in het Nederlands
vertaald.
De meeste vertellingen spelen in lang vervlogen tijden, tegen een decor van duistere
wouden, barokke paleizen en met wingerd begroeide herbergen, want in zo'n setting is
Claudel in zijn element. In die wonderlijke wereld uit oude volksverhalen en legenden kunnen
de mooiste dromen en de gruwelijkste nachtmerries werkelijkheid worden. Het wemelt er van
woeste roversbendes en mysterieuze gemaskerden, schurken en schooiers, dichters en
dromers, want outcasts en underdogs kunnen op de onvoorwaardelijke sympathie van de
auteur rekenen. Een onbeduidende museumsuppoost met een passie voor zeldzame,
vergeten woorden, een jonge vrouw die in een kafkaiaanse toestand belandt, vervolgde
poëten en boetvaardige criminelen, allemaal zijn ze getuige of slachtoffer van een drama dat
hen overstijgt. Stuk voor stuk zijn het nietige wezens, verdwaald in een onafzienbaar heelal.
Of om met Blaise Pascal te spreken: 'Wij zijn kleine mechanieken, van slag gebracht door
het oneindig grote of kleine'. De titel en het motto bij de bundel zijn ontleend aan de Franse
filosoof en wiskundige, van wie de schrijver een groot bewonderaar is.
In de boeken van Claudel vallen talloze overlijdens te betreuren en dat is hier niet anders,
want de auteur is zich scherp bewust van de eindigheid van het bestaan. Vriend Hein heeft
eens te meer de glansrol en neemt in ieder verhaal een andere gedaante aan. De
personages vallen als vliegen. Ze worden geveld door geheimzinnige kwalen, door
criminelen of door de gevestigde orde. Hun mechaniekjes raken ontregeld door
sterfgevallen, ziekte of oorlog. De dood heeft altijd het laatste woord, maar kunst en literatuur
kunnen gelukkig enige troost bieden. Dankzij de schilders en de dichters staat de poort naar
de eeuwigheid op een kier.
Uit de bundel ‘Kleine mechanieken’ hoort u nu het verhaal 'De ander'. Hierin laat een
welgesteld handelaar zijn vrouw, zijn kinderen en zijn hele fortuin achter om een zekere
Arthur Rimbaud te gaan opzoeken in het verre Afrika.
(…)
Dit was traditionele muziek uit Harrar, een stad in Ethiopië.
Philippe Claudel.
Kleine mechanieken.
Speelduur: 4 uur. Boeknummer: 22740.
Het hoorspel: ‘De gedaanteverwisseling’ van Franz Kafka
Op een ochtend wordt Gregor Samsa wakker en stelt vast dat zijn lichaam in de loop van de
nacht is veranderd in dat van een reusachtige kever. Wat hij ook probeert, omgaan met zijn
verbijsterde ouders en zus is niet meer mogelijk: ze begrijpen niet wat hij bedoelt of wil
zeggen. Geleidelijk wordt Gregor in hun ogen steeds minder een zoon en broer en steeds
meer een vervelend insect dat hun verdere leven in de weg staat.
(…)
De integrale geluidsopname van de perspresentatie van de Daisy- en braillebijbel
(…)
Download