Stress en angststoornissen

advertisement
Stress en
angststoornissen
Samenvatting
Stress en
angststoornissen
1/6
Iedereen heeft wel eens last van angst en stress, het zijn normale lichamelijke
reacties. Maar als het dagelijks leven erdoor wordt belemmerd, wordt het een
probleem. Hoe ga jij in de apotheek om met cliënten met stress en angststoornissen?
In deze cursus lees je over de achtergrond van stress en angststoornissen. Je leest hoe
je cliënten met stress kunt herkennen en kunt adviseren, en hoe je cliënten met een
angststoornis kunt ondersteunen bij het goed gebruiken van hun geneesmiddelen.
Je leest ook waar je rekening mee moet houden bij de medicatiebegeleiding,
therapietrouw en het geven van advies, en hoe je professioneel kunt inspelen op hun
gedragskenmerken.
Stress en angststoornissen
Stress
Stress zorgt dat adrenaline vrijkomt. Dit
maakt je alert en zorgt ervoor dat je in een
gevaarlijke situatie snel kunt reageren. Een
zekere hoeveelheid stress kan prestaties en
(werk)plezier verhogen. Maar te veel stress
is niet goed, dan raak je overbelast.
Gezonde en ongezonde stress
Gezonde stress betekent dat de stress
of spanning die iemand heeft, net een
prettige kick geeft en dat men zich daarna
weer kan ontspannen. Bij ongezonde stress
is sprake van te veel of onaangename
spanning als gevolg van een verstoord
evenwicht tussen de belasting door werken privéomstandigheden en wat je als
persoon aankunt. Maar ook te weinig
uitdaging of verantwoordelijkheid - en
dus te weinig spanning - kan leiden tot
ongezonde stress.
Gevolgen van stress
Te veel voortdurende ongezonde stress
zorgt ervoor dat het lichaam niet kan
herstellen. Het blijft alert en geactiveerd.
Het lichaam geeft dan voorrang aan het
handhaven van die alerte toestand boven
allerlei andere lichaamsfuncties, zoals de
spijsvertering en het immuunsysteem.
Te veel stress kan allerlei lichamelijke
en psychische klachten als angst en
depressiviteit veroorzaken. Belangrijk
dus om in een vroeg stadium stress aan te
pakken, voordat stress chronisch wordt en
overgaat in overspannenheid of burn-out.
Angst
Iedereen is wel eens bang en dat is goed.
Angst is nuttig om je te beschermen tegen
pijn of gevaar. Angst waarschuwt je voor
naderend gevaar, bijvoorbeeld wanneer je
wakker schrikt van een brandlucht. Angst
Lichamelijke en psychische klachten door stress
Stress kan leiden tot lichamelijke en psychische klachten.
Lichamelijke klachten
Psychische klachten
verhoogde bloeddruk
verhoogd cholesterolgehalte
slapeloosheid
hartkloppingen
spierpijn
hoofdpijn
aanhoudende vermoeidheid
slechte eetlust
verminderde weerstand
maag- en darmstoornissen
depressiviteit
niet meer kunnen genieten
prikkelbaarheid en irritatie
verminderde interesse
besluiteloosheid
gevoelens van machteloosheid
gejaagdheid
snelle geëmotioneerdheid
angst
bereidt je voor op vluchten of vechten. Je
staat bij angst op scherp door het vrijkomen van de stresshormonen adrenaline en
cortisonen.
Angst is dus een heel belangrijke en ook
gezonde emotie. Angstklachten komen
regelmatig voor en zijn vaak van voorbijgaande aard. Bijna altijd zijn de klachten
gerelateerd aan (dreigende) problemen of
zorgen op belangrijke levensgebieden (gezin, relatie, werk, sociaal en gezondheid).
Bij angstklachten is medicatie niet nodig.
Vaak zijn voorlichting en advies over het
aanpakken van de problemen voldoende.
Angststoornis
Wanneer angst abnormaal genoemd kan
worden, is lastig te bepalen. Angst wordt
een stoornis wanneer het zich voordoet op
de verkeerde momenten, of zo intens is dat
het je belemmert in je normale dagelijkse
activiteiten. Je kunt een angststoornis zien
als een alarmsysteem dat verkeerd staat
afgesteld: het alarm gaat af wanneer daar
geen echte reden voor is.
Bijna een op de vijf Nederlanders heeft in
zijn leven ooit last van een angststoornis.
Angststoornissen staan in de top tien
van aandoeningen die de kwaliteit
van leven aantasten. Sociale fobie en
paniekstoornissen komen het meest voor.
Angst en depressie
Stress, angst, depressie: het ligt allemaal
dicht bij elkaar. Stress kan zich ontwikkelen
tot angststoornissen en depressies. En
iemand met een angststoornis heeft een
sterk vergrote kans op het ontwikkelen
van een depressie in het komende jaar. Het
risico op het ontwikkelen van een depressie
is het sterkst bij een gegeneraliseerde
angststoornis en een paniekstoornis.
Samenvatting
Stress en
angststoornissen
2/6
Verschillende vormen van angststoornissen
‘Angststoornissen’ is eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende stoornissen met
abnormale angst, waarbij de angst leidt tot een belemmering in het sociaal functioneren.
Abnormale angst kan bij veel psychische aandoeningen voorkomen (depressie, delier,
psychose), maar wanneer angst het belangrijkste symptoom is, is sprake van een
angststoornis.
We bespreken hier verschillende typen angststoornissen, zodat je een goed beeld
hebt met welke uiteenlopende klachten cliënten te maken kunnen hebben. Bovendien
verschillen ze in beloop en hoe ze behandeld worden, dus je kunt verschillende
geneesmiddelen tegenkomen in de apotheek.
Gegeneraliseerde angststoornis
Bij een gegeneraliseerde angststoornis
is sprake van een voortdurende angst
die het leven beheerst. Iemand met een
gegeneraliseerde angststoornis maakt zich,
beduidend meer dan normaal en zonder
echt duidelijke reden, langdurig vreselijk
druk over algemene zaken.
Paniekstoornis
Een paniekstoornis is een onverwachte
aanval van een steeds terugkerende,
overweldigende angst. Iemand met een
paniekstoornis heeft aanvallen van ernstige
ongefundeerde angst, die optreden zonder
dat daar een directe aanleiding voor is, en
die gepaard gaan met een aantal andere
klachten, zoals ademnood, hartkloppingen,
transpireren en angst om de controle over
zichzelf te verliezen.
Wanneer iemand uit vrees voor een sterke
angst menigten gaat mijden en situaties
waar men niet snel genoeg uit weg kan
komen, is er sprake van agorafobie (ook wel
pleinvrees genoemd). In dit geval komt de
paniekstoornis voort uit agorafobie, maar
ook zonder agorafobie kan iemand een
paniekstoornis hebben.
Fobie
Een fobie is een angst voor een specifiek
object of een specifieke situatie. Iemand
met een sociale fobie kan heel bang zijn
voor bepaalde sociale situaties, vooral
als daar een prestatie van hem wordt
verwacht. Hij is bijvoorbeeld niet in staat in
het openbaar te spreken. Vaak heeft deze
persoon gevoelens van schaamte en angst
voor afwijzing. Als het mogelijk is, probeert
hij de situatie te vermijden.
Iemand met een specifieke fobie heeft een
grote angst voor één bepaald ding, dier of
situatie (bijvoorbeeld angst voor spinnen,
wateroppervlakten, vliegen). De angst
moet wel zo groot zijn dat iemand daardoor
in het dagelijks leven wordt beperkt.
Voorbeelden: smetvrees, pleinvrees,
vliegangst.
Dwangstoornis of obsessiefcompulsieve stoornis
Bij een obsessief-compulsieve
stoornis staan steeds terugkerende
dwanggedachten (obsessies) of
dwanghandelingen (compulsies) centraal.
Dwanggedachten zijn steeds terugkerende,
aanhoudende gedachten of beelden die
spanning oproepen. De dwanghandelingen
zijn herhaalde en schijnbaar zinvolle
handelingen, die volgens bepaalde
regels op steeds dezelfde manier worden
verricht. Het doel van de handelingen
is het neutraliseren van spanning
of het voorkomen van bedreigende
Oorzaken
Bij het ontstaan van een angststoornis
spelen biologische, psychologische en
sociale factoren een rol. Angststoornissen
komen in bepaalde families meer voor dan
in andere. Erfelijkheid speelt daarin een rol,
maar ook de opvoeding.
Stressvolle gebeurtenissen
Het stuklopen van een relatie, het
overlijden van een naaste, het verliezen van
werk, het meemaken van een trauma of
levensbedreigende ramp.
Biologische factoren
Een tekort aan serotonine is van
invloed op het ontstaan van angst- en
paniekstoornissen. Mogelijk is erfelijk
bepaald of iemand hiervoor gevoelig is.
Bij een gegeneraliseerde angststoornis
werkt het GABA-systeem waarschijnlijk
minder goed. Het systeem van deze
neurotransmitter is een van de
belangrijkste remmende systemen in
de hersenen en vermindert zo nodig
hersenactiviteit; je wordt er ‘rustiger’
van. Mensen met gegeneraliseerde
angststoornis zijn minder gevoelig voor
GABA, waardoor ze in sommige situaties
sneller en heviger reageren.
Verder blijkt dat stimulatie van het
serotoninesysteem - door bijvoorbeeld
gebeurtenissen of situaties. Obsessies
hebben vaak te maken met angst voor
besmetting, twijfel, verlies en agressie.
Hypochondrie
Hypochondrie is officieel geen
angststoornis maar angst staat hierbij
wel centraal. Hypochondrie kenmerkt
zich door een aanhoudende angst voor de
mogelijkheid een ernstige ziekte te hebben
of te krijgen, ondanks adequate medische
beoordeling en geruststelling. Onschuldige
lichamelijke verschijnselen worden als
tekenen van een ernstige ziekte gezien.
Deze angst veroorzaakt een aanzienlijk
lijden of beperkingen in het dagelijkse
functioneren.
Posttraumatische stressstoornis
(PTSS)
Een posttraumatische stressstoornis is een
angststoornis die wordt veroorzaakt door
blootstelling aan een overweldigende,
traumatische gebeurtenis. De symptomen
van PTSS (nachtmerries, constante
waakzaamheid, prikkelbaarheid en
verlies van interesse) doen zich soms pas
na vele maanden - of zelfs jaren - na de
traumatische gebeurtenis voor.
Samenvatting
Stress en
angststoornissen
antidepressiva - sommige mensen, zeker
als ze daar al gevoelig voor zijn, angstiger
maakt. Ook hier lijken erfelijke factoren
weer een rol te spelen.
Psychologische factoren/persoonlijke
factoren
Karaktertrekken als slecht voor jezelf
opkomen, niet goed met gevoelens
omgaan, het overschatten van gevaar,
verkeerde interpretatie van situaties en
gebeurtenissen.
Angstgevoelens veroorzaakt door
geneesmiddelen of aandoeningen
Ziekten zoals epilepsie, diabetes, kanker,
aids en hartaandoeningen wakkeren vaak
angstgevoelens aan.
Bepaalde middelen kunnen angst
opwekken. Het kan gaan om alcohol,
stimulerende middelen zoals amfetamines,
cafeïne, cocaïne en tal van geneesmiddelen
zoals methylfenidaat (Ritalin®),
benzodiazepinen en antidepressiva.
De angst als gevolg van het gebruik van
een geneesmiddel treedt voornamelijk op
bij het stoppen. Er ontstaan verslavingsen onthoudingsverschijnselen die met
angst gepaard gaan. De angst moet
verdwijnen als de aandoening is behandeld,
of nadat het gebruik van een (genees)
middel zo lang is gestaakt dat alle
ontwenningsverschijnselen zijn verdwenen.
2/6
Zelfzorgmiddelen bij
stress en angstklachten
Te veel stress kan leiden tot lichamelijke
en psychische klachten; klachten waarvoor cliënten bij jou in de apotheek om
zelfzorgmiddelen kunnen vragen, bijvoorbeeld maagklachten, hoofdpijn of onrust.
Voor lichte vormen van spanning,
stress en nervositeit is een groot aantal
zelfzorgmiddelen verkrijgbaar.
Valeriaan heeft een licht rustgevende
werking. De samenstelling en werking
van de beschikbare producten wisselen
sterk en zijn onder andere ook afhankelijk
van de vorm waarin ze beschikbaar zijn
(bijvoorbeeld als druppelvloeistof, als thee
of als dragees).
Homeopatische middelen bevatten
bijvoorbeeld passiflora.
Behandeling
Voor de behandeling van stress en angststoornissen kunnen zelfzorgmiddelen,
receptgeneesmiddelen, zelfhulp of psychotherapie, afzonderlijk of in combinatie, worden
toegepast.
Praten
Antidepressiva of benzodiazepinen
kunnen geen ander gedragspatroon of
andere gedachten teweegbrengen. Als
gekozen wordt voor een behandeling
met geneesmiddelen, zal de arts vaak
ook een vorm van gespreksvoering
of psychotherapie voorstellen.
Psychotherapie zorgt ervoor dat iemand
zijn angststoornissen zelf meer onder
controle heeft.
Pillen
Geneesmiddelen die gebruikt worden bij
angststoornissen, zijn benzodiazepinen,
antidepressiva, propranolol, buspiron en
pregabaline.
Pillen en praten zijn bij angststoornissen
bijna even effectief, al kunnen
angststoornissen bij het stoppen met pillen
weer terugkomen. Psychotherapie zorgt
voor meer grip op de angststoornissen.
Zelfmanagement
Er zijn verschillende zelfhulpprogramma’s
in boekvorm of op internet bij stress,
angst, depressie en burn-out. Een uitkomst
voor mensen die niet openstaan voor
psychotherapie. Mensen leren focussen
op wat voor hen werkt, vanuit hun eigen
vertrouwde omgeving, op een tijd dat het
hun uitkomt.
Leefstijladviezen
Mensen met stress hebben ook baat bij
leefstijladviezen:
• ontspanningsoefeningen als meditatie
of yoga.
• bewegen
• gezond eten
• met iemand over problemen praten of
problemen opschrijven.
• negatieve denkpatronen ombuigen in
een positief denkpatroon.
• nee durven zeggen.
Sint-janskruid (Hyperiplant®, Laif®) wordt
gebruikt bij lichte tot matige depressie.
Of het stress en angstklachten kan
verminderen, is niet duidelijk. Het kan
de werking van veel geneesmiddelen
(bijvoorbeeld antidepressiva,
chemotherapie, anticonceptiepillen)
beïnvloeden. Gebruik daarom altijd de
UA-vragenlijst en controleer of je cliënt
andere geneesmiddelen gebruikt. Alleen
dan kun je een passend advies geven.
Wanneer naar de dokter verwijzen
met stress?
Als je cliënt veel klachten heeft en de
spanning je cliënt teveel dreigt te worden,
adviseer dan altijd naar de huisarts te
gaan. Samen met je cliënt kan de huisarts
zoeken naar de oorzaak en mogelijke
oplossingen vinden.
Een arts kan slaapmedicatie of
kalmerende medicijnen geven tegen de
slapeloosheid of onrust. Op die manier
kan het lichaam zich beter herstellen.
Deze medicijnen lossen echter niet
de stress zelf op en zijn alleen als
ondersteuning bedoeld.
Stress herkennen in de apotheek
Teveel stress kan leiden tot psychische
klachten als angst en depressiviteit.
Hoe herken je klachten door stress in de
apotheek? Stel bij zelfzorgvragen van een
cliënt altijd de WHAM-vragen. Dan krijg
je vaak een goed beeld van de situatie en
kun je advies op maat geven.
Samenvatting
Stress en
angststoornissen
3/6
Antidepressiva bij angst en paniekstoornissen
De medicijnen die het meest worden ingezet bij angst- of dwangklachten, zijn
antidepressiva. Net als bij depressie lijkt bij angst het serotonine/noradrenalinesysteem
in de hersenen ontregeld te zijn. Antidepressiva herstellen een normale activiteit van
serotonine in de hersenen, waardoor de angst kan afnemen.
Serotonine
De neurotransmitter serotonine is belangrijk bij het regelen van geheugen, stemming,
zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust. Serotonine is niet alleen
actief in de hersenen waar ze de stemming beïnvloedt, maar is ook elders in het lichaam
actief. Dit zou kunnen verklaren waarom mensen naast angst, dwang of depressie ook last
hebben van fysieke klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid of maag-darmproblemen.
Werking antidepressiva
Antidepressiva blokkeren de heropname van bepaalde
neurotransmitters in de zenuwcel, waardoor deze stoffen meer
vrij komen in de hersenen. Daarom worden antidepressiva
ook wel ‘heropnameremmers’
genoemd. SSRI’s remmen alleen
de heropname van serotonine,
SNRI’s en TCA’s remmen de
heropname van zowel serotonine
als noradrenaline.
Bij angststoornissen wordt
gekozen voor antidepressiva met
een serotonerge werking die
alleen de hoeveelheid serotonine
regelen in de hersenen. Gevoelens
van angst worden hierdoor
verminderd.
Bijwerkingen
Door het remmen van de
serotonineheropname wordt de
hoeveelheid beschikbare serotonine
verhoogd, niet alleen in de hersenen, maar
in het hele lichaam. Daardoor ontstaan
tegelijkertijd bijwerkingen in alle gebieden
waar serotonine actief is.
De belangrijkste bijwerkingen zijn:
• sufheid of slapeloosheid (bespreek
rijvaardigheid!)
• hoofdpijn
• maag- en darmklachten, zoals
misselijkheid, diarree en buikkrampen.
• transpireren (vaak bij SSRI’s, soms bij
TCA’s)
• centrale bijwerkingen, zoals
slapeloosheid, hoofdpijn, nervositeit en
trillen van de handen (tremor).
• wegblijven van menstruatie, misschien
veroorzaakt door een teveel aan
prolactine.
• risico van suïcidaal gedrag.
• tepelvloed: SSRI’s verhogen de
Welk middel?
Omdat de werkzaamheid vergelijkbaar is, wordt de keuze
voor een antidepressivum gemaakt op basis van bijwerkingen,
comorbiditeit en comedicatie. Na een recent hartinfarct, bij
hartritmestoornissen, urineretentie en onbehandeld glaucoom
hebben SSRI’s de voorkeur. Als de cliënt ook een NSAID gebruikt,
wordt liever gekozen voor clomipramine of imipramine.
Vraag naar indicatie
Krijg je een recept voor een van deze middelen, vraag dan goed
na waarom het middel wordt voorgeschreven. Een depressie is
tenslotte iets anders dan een angststoornis. Dat geldt ook voor
een recept met amitriptyline: dat wordt niet zo vaak gebruikt bij
een angststoornis, maar wel bij een hoop andere aandoeningen,
zoals zenuwpijn, migraine en slapeloosheid.
prolactinespiegel.
• seksuele problemen
• gewichtstoename
• houdingsduizeligheid (met name bij
TCA’s).
Net als in de behandeling van depressie
komen bijwerkingen als misselijkheid,
braken, diarree, obstipatie en maagen darmkrampen meteen voor. Deze
bijwerkingen kunnen na een tot twee
weken weer verdwijnen. Je kunt de cliënt
adviseren het middel met wat voedsel in
te nemen of de arts te vragen de dosering
langzamer op te bouwen.
Interacties: serotoninesyndroom
SSRI’s en serotonerge TCA’s mogen niet
met andere serotonergwerkende medicatie
gecombineerd worden (zoals triptanen,
maar ook tramadol en sint-janskruid),
omdat dan het zeldzame, maar potentieel
fatale serotoninesyndroom kan optreden.
Er komt dan te veel serotonine in de
hersenen vrij.
Ook drugs als ecstasy (xtc), cocaïne
of amfetamine kunnen in combinatie
met serotonerge geneesmiddelen een
serotoninesyndroom uitlokken. Het
syndroom kan ontstaan direct nadat
het nieuwe middel is voorgeschreven of
pas na enkele maanden. Soms ontstaat
het pas als er een dosisverhoging heeft
plaatsgevonden.
Interactie SSRI-NSAID’s
NSAID’s verhogen de kans op maag- of
darmzweren en SSRI’s verminderen de
bloedstolling. Daardoor is er bij combinatie
met een NSAID een sterk verhoogde kans
op een maag- of darmbloeding. Raad
mensen die SSRI’s gebruiken daarom af
NSAID’s te gebruiken als zelfzorgpijnstiller,
en dus te kiezen voor paracetamol. Als je
cliënt, bijvoorbeeld vanwege reuma, echt
een NSAID moet gebruiken, overleg dan
met de arts om een maagbeschermer toe
te voegen.
Samenvatting
Stress en
angststoornissen
Benzodiazepinen
Soms kan er in het begin van de
behandeling met antidepressiva sprake
zijn van een toename van de bestaande
klachten. Dit wordt vooral gezien bij de
paniekstoornis en de gegeneraliseerde
angststoornis. Bij deze aandoeningen
kunnen de angsten en paniekaanvallen
enige tijd verergeren.
Om dit te verminderen kan tijdelijk een
benzodiazepine worden voorgeschreven,
zoals oxazepam, om deze angsttoename in
het begin op te vangen.
Werking
Benzodiazepinen werken via de
neurotransmitter GABA (gammaaminoboterzuur) die een angstdempende
werking in de hersenen heeft. Ze werken
kalmerend bij angst en spanning, en
verminderen ook de lichamelijke klachten,
zoals hartkloppingen, buikpijn, trillen
en transpireren, die vaak met angst en
spanning gepaard gaan.
Voordeel
Benzodiazepinen zijn geschikt om
kortdurend te gebruiken, omdat de
angstklachten direct verminderen.
Er hoeft dus niet een aantal weken te
worden gewacht voordat het effect
merkbaar is. Indien iemand met een
antidepressivum gaat starten en de
angstklachten moeilijk hanteerbaar zijn,
kan de arts voorstellen om in de eerste
weken van het instellen op deze medicatie
hiernaast tijdelijk een benzodiazepine te
gebruiken. De benzodiazepine zorgt dan
dat de angst vermindert in de tijd dat het
antidepressivum nog niet voldoende werkt
Nadeel
Het nadeel is echter dat benzodiazepinen
verslavend kunnen zijn, in tegenstelling
tot de antidepressiva. Dat is de reden
dat artsen heel terughoudend zijn om
benzodiazepinen voor te schrijven, en ook
maar kort: maximaal vier weken.
Bijwerkingen
Benzodiazepinen hebben een
negatieve invloed op alertheid,
4/6
concentratievermogen en motorische
vaardigheid. Ze beïnvloeden dus ook de
rijvaardigheid. Tijdens het gebruik van
benzodiazepinen kunnen klachten als
een verhoogde eetlust in combinatie met
een toename van het lichaamsgewicht,
vermoeidheid en libidoverlies voorkomen.
Bij ouderen, kinderen en cliënten
met een hersenbeschadiging kunnen
benzodiazepinen juist tegengestelde
reacties veroorzaken, zoals rusteloosheid,
agitatie, agressief gedrag en hallucinaties.
Propranolol
Bij een sociale fobie kan bij angst en
spanning de bètablokker propranolol
(10-40 mg) worden gegeven, een half
uur tot twee uur voor een belangrijke
sociale gebeurtenis, zoals een optreden
of een examen. Propranolol blokkeert de
werking van (nor)adrenaline waardoor
de vlucht-vechtreactie niet ontstaat. De
hartslag vertraagt en hierdoor worden
hartkloppingen en trillen minder.
Propranolol werkt dus niet tegen de
angst zelf, maar kan wel de verschijnselen
maskeren.
Startdosis (mg/dag)
Langzaam ophogen tot
streefdosis (mg/dag)
Maximale dosis (mg/dag)
Sertraline
50 (ouderen 25)
150 (ouderen 100)
200 (ouderen 150)
Paroxetine
10-20
20-40
50-60 ’s ochtends (ouderen 40)
Citalopram*
10
20-30 (ouderen 20)
40 (ouderen 20)
Clomipramine
25 als nodig (ouderen 10 a.n)
• 100-150 in 2 tot 3 giften
• kies evt. voor 75 met
vertraagde afgifte (1-2 dd)
• ouderen 30-50 (in 2 tot 3
giften)
• 250 in 2 tot 3 giften
• ouderen 30-50 in 2 tot 3
giften
Imipramine*
25 a.n (ouderen 10 a.n)
• 100-150 in 2 tot 3 giften
ouderen 30 – 50 (in 2 tot 3
giften)
• 300 in 2 tot 3 giften
• ouderen 30 – 50 (in 2 tot 3
giften)
SSRI’s
TCA’s (niet bij sociale fobie)
Bètablokker (bij examen en podiumvrees)
Propranolol*
10 (een ½ tot 2 uur voor de te
leveren prestatie)
40
Benzodiazepine (als ondersteuning bij start van de behandeling, maximaal 2-4 weken)
Diazepam
5-10
40
Oxazepam
30 (in 3 tot 4 giften)
100-150 (in 3 tot 4 giften)
* Off-label gebruik (geen geregistreerde indicatie)
Samenvatting
Stress en
angststoornissen
5/6
Therapietrouw
Antidepressiva worden bij een angststoornis het meest voorgeschreven. In de apotheek
kun jij cliënten met angststoornissen ondersteunen bij het starten, doseringswijzigingen,
eventueel switchen en afbouwen van de geneesmiddelen. Door duidelijke uitleg te geven
kun je je cliënt motiveren de geneesmiddelen juist te gebruiken en de therapietrouw te
verhogen.
Eerste uitgifte
Benzodiazepinen mogen maar kort
gebruikt worden, terwijl antidepressiva bij
angststoornissen meestal voor langere tijd
gebruikt moeten worden. Soms stoppen
cliënten te vroeg, omdat ze zich beter
voelen, of omdat ze teveel last hebben
van bijwerkingen. Maar bij te vroeg en
te snel stoppen is de kans op een nieuwe
angststoornis groter.
Wees bij een eerste uitgifte duidelijk
wat je cliënt kan verwachten, hoe lang
hij de geneesmiddelen moet gebruiken,
en waarom. Zo kun je de therapietrouw
verhogen.
Indicatie
Zorg dat je informatie bij een eerste
uitgifte aansluit bij de indicatie, met name
bij de middelen die niet zijn geregistreerd
voor angststoornissen. Daarbij is van
belang, dat de arts de indicatie op het
recept zet. Twijfel je over de indicatie?
Neem dan contact op met de arts.
Vertel wat het middel doet
Bij een angststoornis is de balans
serotonine/noradrenaline in de hersenen
verstoord. Antidepressiva zorgen voor een
verhoging van serotonine in de hersenen,
waardoor angstgevoelens verdwijnen.
Benzodiazepinen dempen emoties en
werken kalmerend bij angst en spanning.
verwachten en niet meteen stopt zodra de
bijwerkingen optreden
Adviseer je cliënt contact op te nemen
bij het optreden van onacceptabele
bijwerkingen, maar leg ook uit dat
bijwerkingen vaak (snel) verdwijnen.
Vertel hoe het middevl moet worden
gebruikt
Vertel duidelijk wanneer het moet
worden ingenomen. Elke dag op een vast
tijdstip verhoogt de therapietrouw. En
therapietrouw is juist heel belangrijk om
effect te zien, ook al kan het enkele weken
duren om effect te merken. Vertel ook wat
je cliënt moet doen als hij een keer zijn
geneesmiddel vergeet in te nemen.
Hoe lang?
Benzodiazepinen mogen maximaal
vier weken gebruikt worden bij
angststoornissen vanwege de kans op
verslaving en gewenning.
De minimale behandelduur met
antidepressiva is zes tot twaalf maanden
nadat de angststoornis is verminderd.
Adviseer de cliënt daarna geleidelijk in
een tot twee maanden af te bouwen, om
de terugkeer van angststoornissen en
ontwenningsverschijnselen in de gaten te
kunnen houden.
Vertel wanneer effect te verwachten is.
Het kan soms een paar weken duren voor je
cliënt effect merkt van de antidepressiva en
zijn angststoornis vermindert.
Bij een gegeneraliseerde angststoornis,
sociale fobie en paniekstoornis kan bij
de start van de behandeling, om initiële
angsttoename op te vangen, gedurende
twee tot vier weken een benzodiazepine
gegeven worden. Benzodiazepinen
verminderen de angstklachten direct.
Tweede en vervolguitgiftes
Antidepressiva moeten bij
angststoornissen gedurende langere
tijd (minimaal zes tot twaalf maanden)
gebruikt worden. En dat is moeilijker dan
veel mensen denken. Zeker als de klachten
al enige tijd zijn verdwenen en het advies
toch is om de geneesmiddelen nog door te
gebruiken. Jij kunt als apothekersassistent
een rol spelen bij de therapietrouw omdat
jij zicht hebt op het afhaalgedrag van je
cliënt. En door bij vervolguitgiftes te blijven
vragen naar effecten en bijwerkingen.
Vertel de bijwerkingen
Hoewel het een paar weken duurt voor je
cliënt echt weet of het antidepressivum
werkt, kan hij wel meteen last krijgen van
bijwerkingen; vooral enige toename van
angst- en paniekverschijnselen (met name
bij de paniekstoornis) in de eerste weken
na de start van de behandeling. Wees daar
duidelijk over, zodat hij weet wat hij kan
Vraag naar effect
Elke vervolguitgifte is een gelegenheid voor
informatie-uitwisseling die de apotheek
niet voorbij mag laten gaan. Je kunt vragen
naar de ervaringen (merkt je cliënt al iets,
zijn er vervelende bijwerkingen). In veel
gevallen kun je het probleem niet oplossen,
maar ook een luisterend oor is nuttig
ervoor te zorgen dat je cliënt therapietrouw
blijft. Vraag na hoeveel last de cliënt nog
heeft van de sederende effecten, en of
hij al deelgenomen heeft aan het verkeer
(ook fietsen en brommerrijden telt mee).
Merkt je cliënt zes weken na het instellen
op de maximumdosering nog geen of
onvoldoende effect is, verwijs dan naar
de huisarts. Hij kan dan een ander SSRI
voorschrijven.
Vraag naar de bijwerkingen
Bij te veel bijwerkingen kan je
cliënt besluiten te stoppen met zijn
geneesmiddelen, zeker als het effect
nog niet merkbaar is. Voor veel cliënten
zijn bijwerkingen als seksuele disfunctie,
droge mond en gewichtstoename, een
reden om te stoppen met het middel.
Vraag daarom bij een tweede uitgifte
en alle vervolguitgiftes of hij last heeft
van bijwerkingen en hoe het met de
therapietrouw is. Bekijk hoe je je cliënt kunt
geruststellen en of jij tips kunt geven om de
bijwerkingen te verminderen.
Samenvatting
Stress en
angststoornissen
Is cliënt op tijd?
Vervolguitgiftes zijn hét moment om te
therapietrouw bij te houden en te bewaken.
De kans op therapie-ontrouw is groot,
zeker als je cliënt geen angststoornissen
meer heeft. Bij vervolguitgiftes kun
je in de gaten houden of de cliënt zijn
herhaalrecepten op tijd haalt, te vroeg
is of juist te laat. Allemaal tekenen of hij
zijn geneesmiddelen volgens voorschrift
inneemt.
maar geleidelijk inzet en pas na een aantal
weken merkbaar wordt. En door aan te
geven wat een normale behandelduur is:
na verdwijnen van de angststoornis moet
de cliënt nog ongeveer een half jaar tot een
jaar met de behandeling doorgaan.
Als een cliënt zijn medicatie veel te
vroeg, niet of niet op tijd ophaalt, neem
dan contact op met de behandelaar.
Dit kan erop wijzen dat de cliënt niet
meer therapietrouw is, of dat er andere
problemen zijn, zoals verslaving, misbruik
van middelen of een terugval.
Vraag een cliënt die wil stoppen, waarom
hij dat wil en speel daarop in met je advies.
Overzetten
Als na vier tot zes weken onvoldoende
effect heeft opgetreden, schrijft de arts
bij voorkeur een ander SSRI voor tegen
angstklachten. Op de apotheekkennisbank
staat een switchschema met adviezen
voor het overstappen van het ene middel
naar het andere. Leg je cliënt duidelijk
uit waarom hij een ander middel krijgt
en waarom hij andere doseringen krijgt.
Duidelijkheid en weten wat hij kan
verwachten zijn belangrijk voor iemand
met angststoornissen!
Stoppen
Het blijft de eigen keus van cliënten om
te stoppen, maar de apotheek kan een
belangrijke rol spelen bij de voorlichting,
bijvoorbeeld over het feit dat het effect
Ook blijkt van belang al van tevoren aan
te geven wat de meest voorkomende
bijwerkingen zijn. Zo weten je cliënten
beter wat hen te wachten staat.
Afbouwen
Antidepressiva en benzodiazepinen
moeten bij langdurig gebruik heel
langzaam en stapsgewijs afgebouwd
worden. Therapietrouw bij het afbouwen
is erg belangrijk. Vertel je cliënt duidelijk
dat onttrekkingsverschijnselen optreden
als hij in één keer zou stoppen. Ondersteun
je cliënt met een duidelijk afbouwschema
voor zijn antidepressivum.
Ontrekkingsverschijnselen
Onttrekkingsverschijnselen kunnen lijken
op symptomen van de angststoornis,
zoals angst, gespannenheid, duizeligheid
en trillen, maar ook prikkelbaarheid,
slaapstoornissen, griepachtige
verschijnselen en maag-darmklachten.
Informeer je cliënt bij afbouwen over deze
onttrekkingsverschijnselen, zodat hij weet
wat hij kan verwachten en niet meteen
bang hoeft te zijn dat zijn angststoornis
terug is.
6/6
Communicatie
Het begeleiden en adviseren van
cliënten die een angststoornis hebben,
kan lastig zijn. Omdat antidepressiva
en benzodiazepinen voor verschillende
aandoeningen voorgeschreven worden,
is het belangrijk dat je weet of het om
een angststoornis gaat of een depressie.
Dit kan je helpen om de cliënt op de
juiste wijze te benaderen. Goed opletten
op de signalen die je cliënt afgeeft en
eventueel neutrale vragen stellen over
klachten of bijwerkingen (Heeft u er last
van? Wanneer? Hoe vaak?) kunnen soms
extra informatie geven hoe je je cliënt
het beste kunt benaderen. Dit komt de
therapietrouw ten goede. Inleving in de
problemen van de klant is een must. Pas op
voor ‘meegaan’ met de klant. Professioneel
blijven is noodzakelijk. Wees je ervan
bewust dat deze cliënten, zeker die met een
gegeneraliseerde of sociale angststoornis,
anders reageren dan je verwacht.
Bestempel ze met hun voor jou misschien
onverwachte reactie niet als onsympathiek
of gek, ze hebben vanuit hun angststoornis
behoefte aan begrip. Tegelijkertijd moet je
er ook voor zorgen dat de begeleiding niet
te veel tijd kost, zeker als het druk is in de
apotheek. En dat kan soms heel lastig zijn.
Omgaan met overgebruik
Wat doe je als iemand te vroeg terug is om
zijn antidepressiva of benzodiazepinen
op te halen en je het idee van overgebruik
hebt? Als je hem rechtstreeks vraagt of
hij teveel heeft genomen, kan hij zich
betrapt voelen, zich schuldig voelen,
angstig worden. Probeer erachter te
komen waarom hij meer heeft gebruikt dan
voorgeschreven: merkte hij geen effect,
ging het hem niet snel genoeg? Door rustig
uit te leggen wat de risico’s van overgebruik
zijn, kun je zijn gedrag proberen te
beïnvloeden
Motiveren
Het kan zijn dat je cliënt erg huiverig
staat tegenover het gebruik van
geneesmiddelen, bijvoorbeeld uit angst
voor bijwerkingen of angst voor verslaving.
Door hem rustig uit te leggen wat het
middel doet (angsten verminderen), wat
de bijwerkingen zijn en wanneer hij effect
kan verwachten, kun je hem motiveren
toch zijn geneesmiddel te gebruiken. En
wees heel duidelijk: antidepressiva zijn niet
verslavend.
Download