Kennismaking met de indianenbeschavingen

advertisement
INDIANEN
Steven Werbrouck
Inleiding
Binnen de noordpoolcirkel is er een plaats waar de Amerikaanse staat Alaska slechts 50 km
verwijderd is van het Russische schiereiland Tsjoektsjen. Het smalle stukje poolzee dat op die
plaats de werelddelen Amerika en Azië scheidt, heet de Beringstraat. Ongeveer 25.000 jaar
geleden werd de smalle Beringstraat overgestoken door
een volk van jagers. Ze kwamen uit de woeste steppen
van Oost-Azië en ze betraden een werelddeel dat daarvoor alleen maar bevolkt werd door vele duizenden
diersoorten.
Nooit had een mens er een voet gezet. Men vermoedt
dat de zeestraat tijdens een ijstijd droog lag en daardoor
een landbrug vormde. Het is niet de enige keer geweest
dat mensen vanuit Azië de Beringstraat overstaken. Het moet over een periode van vele duizenden jaren verspreid daarna nog wel eens vaker zijn voorgekomen dat jagers uit Oost-Azië
buit zochten in het nieuwe land. Ze trokken dan zuidwaarts en verloren het contact met het
moederland. Ze bleven op het Amerikaanse continent en werden de oudste bewoners.
De nazaten van de overgestoken jagersvolken, later door een misverstand indianen genoemd,
zwermden uit over geheel Noord-Amerika, Midden-Amerika en ten slotte ook over ZuidAmerika. Sommige stammen bleven altijd jagers, andere werden vissers en nog andere bereikten vruchtbare gebieden en bleven daar voorgoed. Zij leerden zaaien en oogsten, hielden
vee en begonnen handel te drijven. Van een aantal grote volken die soms al vanaf een tiental
eeuwen voor het begin van de jaartelling werkelijke staten stichtten, kunnen we ons een duidelijk beeld vormen.
1
INDIANEN
Steven Werbrouck
Overzicht van alle indianenbeschavingen ten tijde van Columbus
2
INDIANEN
Steven Werbrouck
Hfstk. 1 De belangrijkste indianenbeschavingen
1.1 De Olmeken
Aan de Golf van Mexico ontstond ongeveer 3200 jaar geleden de cultuur van de Olmeken.
Over het ontstaan van deze beschaving is niet zoveel bekend. Men vermoedt dat verschillende
boerendorpen, gunstig gelegen in de lage kustgebieden, zich geleidelijk en zelfstandig ontwikkelden tot bloeiende steden. Hun rijk moet tussen 800 en 400 v.Chr. zijn grootste bloei
hebben gekend.
De enorme bouwwerken, de indrukwekkende aarden tempelhuizen en vele beeldhouwwerken
bewijzen dat de Olmeken, hoewel nog primitief, toch beschikten over massa's werkkrachten
en geschoolde handwerkers. Men heeft restanten gevonden van grote paleizen en regeringsgebouwen. Van daar uit heerste de adel over de boerenbevolking. Bij de tempelheuvels bevonden zich grote stenen tafels, kolossale offeraltaren en monumentale beeldhouwwerken.
Het meeste beeldhouwwerk bestond uit reliëfs en stelde opperhoofden, priesters en krijgers
voor.
3
INDIANEN
Steven Werbrouck
Er bestond een uitgebreide eredienst, waarbij men onder meer een jaguargodin aanbad, die de
vruchtbaarheid van vrouwen, vee en land zou bevorderen. Een veel voorkomend motief in de
Olmekenkunst was een half-menselijk, half-katachtig wezen met een babygezicht. De betekenis van dit motief is nog steeds onduidelijk. Een nog groter mysterie vormen de monolieten,
zware, ronde hoofden van basalt die men in de oerwouden heeft gevonden. Hun haren zijn
gekapt in de vorm van een helm. Van kin tot kruin meten ze soms wel 2,75 meter en ze hebben een gewicht van wel 20 ton! Misschien hebben de Olmeken er hun opperhoofden en
priesters mee willen uitbeelden.
Olmeekse pottenbakkers hebben schitterend gedecoreerd aardewerk vervaardigd. Andere kunstenaars sneden artistieke beeldjes uit jade, een halfedelsteen. Men neemt aan dat de meeste
van de gevonden beeldjes de 'gewone man' moest voorstellen. In dat geval staat vast dat de
Olmeken zich kaalschoren en hun lichaam tatoeëerden. De Olmeken hebben zich ook bezig
gehouden met de wetenschap. Ze gebruikten als eerste Midden-Amerikaanse volk een soort
spijkerschrift, bestudeerden de sterren en ontwikkelden een kalender.
De Olmeekse beschaving komt overeen met de zogenaamde Chavín-cultuur die zich ongeveer
in dezelfde periode ontwikkelde in het Zuid-Amerikaanse Peru. Sommige geleerden geloven
dan ook dat beide beschavingen een zelfde oorsprong hadden in een totnogtoe onbekend gebleven gebied. Wel is zeker dat de Olmeken een grote invloed hebben gehad op de hun omringende volkeren. In later Midden-Amerikaanse beschavingen heeft men veel van de Olmeekse erfenis kunnen aantonen. Velen beschouwen de beschaving van de Olmeken dan ook
als de bakermat van de Midden-Amerikaanse cultuur.
Het Olmeekse volk moet een ingewikkelde staatkundige en maatschappelijke opbouw hebben
gekend. Er was een regerende klasse die erfelijke rechten had verkregen. Deze adel bezat de
landerijen en had vrije beschikking over het meeste wat de gemeenschap produceerde. Directe
binding met het volk had de adel nauwelijks. Het land werd bestuurd door een leger van hoge
en lagere ambtenaren, priesters, handelaars, rechtskundigen en krijgers. Deze aantrekkelijke
functies verkreeg men niet door prestatie, maar uitsluitend door afkomst.
De Olmeken kenden een Ministerie
van Landbouw dat landbouwconsulenten uitstuurde en de boeren een
vernuftig gebruik van landbouwgrond bijbracht. Er werden terrassen
tegen bergen en heuvels aangebracht, waardoor de oogsten aanmerkelijk groter werden. In de zomer werden grote voorraden aangelegd voor de winter. De boeren leefden in nederzettingen van gemetselde huizen met platte, houten daken. Stromend water in de boerderijen was geen uitzondering.
Door gebruik te maken van de techniek van terrassering, konDe Olmeken die de sterrenkunde
den de Olmeken hun oogsten aanzienlijk vergroten
beoefenden, vonden de kalender uit
en verdeelden de tijd in eeuwen. Een
Olmeekse eeuw duurde geen 100 jaar, maar slechts 52 jaren. Liep een eeuw ten einde dan was
dat de aanleiding tot grootse plechtigheden. Men doofde de vuren en ontstak ze weer. Tempels werden vergroot of geheel nieuw opgetrokken. Op deze wijze vierde men de 'Wedergeboorte van de Aarde'. Van de goden die men aanbad was Quetzalcoatl de voornaamste. Deze
4
INDIANEN
Steven Werbrouck
'Gevederde Slang' was de godheid van de beschaving en moest het goede leven mogelijk maken. De traditie wilde dat Quetzalcoatl meestal overhoop lag met andere, kwaadwillige goden.
Die goden werden dan bezworen door de priesters die grote ceremonieën organiseerden waarbij rituele offers werden gemaakt. Bloemen, vogels, honden en andere dieren werden geofferd
om de goden gunstig te stemmen. En als dat niet hielp, vloeide er op de grote, stenen altaren
mensenbloed! De priesters geloofden dat ze met deze offers hun goden nieuwe kracht gaven.
Dergelijke offers komen trouwens ook in andere indianenbeschavingen voor zoals de Azteken.
1.2 De Tolteken
In het begin van de negende eeuw drong de stam van de Itza's het Mayarijk binnen. Ze vestigden zich op de Mexicaanse hoogvlakte en stichtten daar in 856 de stad Tula. De Maya's
gaven de indringers de naam Tolteken, wat 'volk van Tula' betekent. De Tolteken werden
aangetrokken door de schitterende steden van de Maya's en hun geweldige rijkdom. Onder
leiding van hun opperhoofd Mixcoatl veroverden de Tolteken grote delen van Yucatan, het
Mayagebied.
Godsdienst was een belangrijk onderdeel van de Tolteekse samenleving. De Tolteekse oppergod was Ome Teuctli (De Twee), die in de hoogste hemel zat. In de vorm van een gevederde
slang was deze godheid onder de naam Quetzalcoatl (cf. supra) heel vroeger al eens naar de
aarde afgedaald. Hij had toen zijn volk de kennis bijgebracht om machtig en welvarend te
worden.
Het Toltekenopperhoofd Mixcoatl had een zoon die Topiltzin heette. Ongewild en ongeweten
heeft deze Topiltzin een fatale rol gespeeld in de ondergang van de oude Midden-Amerikaanse beschavingen. De Azteken zouden daar de eerste slachtoffers van worden. Topiltzin
had het nogal hoog in zijn hoofd en hij maakte slim gebruik van het feit dat de godsdienst een
zo belangrijke rol speelde in het leven van de Tolteken. Hij beweerde namelijk glashard dat
hij Quetzalcoatl was die weer naar de aarde was afgedaald om zijn volk te onderwijzen en te
leiden. Hij liet zich in de tempels als Quetzalcoatl aanbidden. Vooral als hij werd voorzien
van rijke offergaven toonde hij zich tevreden.
Deze 'terugkeer' van de Gevederde Slang had grote invloed op de bouwkunst van de Tolteken
en de onder hun invloed staande Maya's. In alle steden in Yucatan die door de Tolteken waren
onderworpen, werden in de tempelingangen steunzuilen aangebracht, die de Gevederde Slang
voorstelden. Naast de altaren die aan de andere goden waren gewijd, werden beelden geplaatst
van de 'teruggekeerde' Gevederde Slang. Na enige tijd kon Topiltzin toch niet als godheid
overtuigen. Hij werd ontmaskerd en moest vluchten. De legende van de over zee vluchtende
Quetzalcoatl, die gezworen had eens te zullen terugkeren naar zijn land, is waarschijnlijk
vermengd met het leven van Topiltzin.
Het optreden van Topiltzin zal er zeker toe hebben bijgedragen dat er op godsdienstig gebied
verdeeldheid ontstond. Omstreeks het jaar 1000 ontstond er zelfs een soort godsdienstoorlog
tussen de aanhangers van Quetzalcoatl en die van Tezcatlipoca, een minder welwillende god
die veel mensenlevens eiste. De aanhangers van Quetzalcoatl konden zich niet in Tula handhaven. Langs de kust trokken ze naar de Mayastad Chichen die tot de grond toe was afgebrand toen ze hem veroverden. Op de puinhopen bouwden ze een nieuwe stad die de naam
Chichen-Itza kreeg. Al spoedig werd Chichen-Itza de hoofdstad van een groot gebied dat door
de Tolteken vanuit die stad veroverd was.
De Tolteken drukten hun stempel op de Mayabeschaving, maar ze namen ook veel van de
Maya's over. De Tolteekse bestuursvorm, godsdienst en kunst werd door de Maya's overgenomen, soms vermengd met hun eigen opvattingen. De invloed van de Maya's kwam vooral
5
INDIANEN
Steven Werbrouck
tot uiting in de tempels en andere bouwwerken.
Dit kwam vooral naar voren toen in 1940 de ruïnes
van de oude Tolteekse hoofdstad werden blootgelegd.
Chichén-Itzá, Mexico
Archeologen denken dat de beginperiode van de mayacultuur al in 1500 v. C. begon, maar dat het hoogtepunt pas
kwam tijdens de klassieke periode (300 tot 900 n. C.). In
deze periode ontwierpen de Maya's unieke kunststukken
en bouwkundige stijlen, deden verbazingwekkende astronomische waarnemingen en ontwikkelden ze een hiërogliefensysteem om belangrijke gebeurtenissen vast te leggen. De invloed van deze beschaving is nog steeds merkbaar in Mexico en duizenden toeristen bezoeken de vele
Mayaruïnes, zoals de ruïne van Chichen-Itzá, een stad uit
de postklassieke periode.
1.3 De Maya's
Toen onze jaartelling ongeveer drie
eeuwen oud was, bereikte het zwervende
volk van de Maya's Guatemala en het
Mexicaanse schiereiland Yucatan. Ze
stichtten daar een beschaving die op het
Amerikaanse continent zijn weerga nauwelijks kende. Ze onderwierpen vele
kleine volken en werden soms zelf door
andere volken onderworpen. Maar altijd
hebben ze de invloeden van anderen in
hun eigen cultuur verwerkt en hun eigen
beschaving en taal weten te handhaven.
Nooit heeft een Mayavorst aan het hoofd
gestaan van een groot, machtig Mayarijk.
Mayabeschaving
De Maya's vormden eigenlijk alleen maar
De Mayabeschaving besloeg behalve het gehele schiereen eenheid op cultureel gebied. In Guaeiland Yucatán in het tegenwoordige Mexico ook delen
van het huidige Guatemala, Honduras en El Salvador. In
temala en Yucatan lagen enkele zelfhet hele gebied zijn ruïnes ontdekt van Mayasteden.
standige steden die soms een verbond
sloten, maar onder de Maya's nooit een
eenheid vormden. De voornaamste stadstaten waren Palenque, Uxmal, Chichen en Mayapan.
De steden stonden onder heerschappij van priester-koningen die vlak voor hun dood de macht
overdroegen aan hun oudste zoon. Ze lieten enorme paleizen bouwen waarvan de torens hoog
boven de stad uitstaken. Sommige van deze lusthoven zijn vrijwel onbeschadigd teruggevonden. De onderzoekers hebben zich uitermate verbaasd over het vergevorderde bouwmeesterschap waarmee de gebouwen waren opgetrokken.
Staatkundig hing het Mayarijk min of meer als los zand aan elkaar. Dat is waarschijnlijk ook
de reden waarom de Itza's (Tolteken) in het begin van de 9de eeuw het gebied vrij gemakkelijk
onder hun heerschappij konden brengen. Pas na de komst van de Tolteken groeide er tussen
6
INDIANEN
Steven Werbrouck
een aantal steden een grotere staatkundige verbondenheid die samenhing met een vermenging
van de Maya- en Toltekencultuur.
Palenque
Het paleis staat midden in de oude
Mayastad Palenque en bestaat uit een
complex van gebouwen op een afgeknotte piramide. Van daaruit rijst een
vijf verdiepingen tellende constructie
op die bekend staat als de 'uitkijktoren'.
Ook de piramides waarop kleine tempels zijn gebouwd trekken de aandacht
(één ervan is te zien op de achtergrond). Onder de piramide die bekend
staat als de tempel der inscripties,
bevindt zich de graftombe van Pacal,
vanaf 163 n.Chr. heerser van Palenque.
De sarcofaag is bedekt met een groot
deksel van kalksteen waarin ingewikkelde patronen zijn gesneden.
Een inwoner van een stad bleef boer en had achter
zijn huis een flinke moestuin waarin hij groenten
kweekte en maïs verbouwde. Ook boomgaarden waren in de steden geen onbekend verschijnsel. Men had elke dag verse papaja's, avocado's, appels, spodilla's en vruchten van de broodboom. Bovendien leefde in elke gemeenschap wel
een gezin dat vruchten, bessen en noten plukte in het oerwoud om deze te verkopen.
De Mayaboeren verbouwden maïs, tabak, chilipeper, cacao en katoen. Oerwoud werd ontgonnen door het af te branden. Was zo'n bosbrand te riskant voor de aangrenzende akkers, dan
werd langs de grond een reep bast uit de bomen gesneden waarna ze afstierven en omvielen.
Metalen waren de Maya's onbekend. Het waren de Spanjaarden die dat onbekende gebruiksvoorwerp meebrachten.
Behalve landbouwers bleven de Maya's ook veehouders. Het belangrijkste vee werd gevormd
door... honden. De Mayahond was van een niet-blaffend ras. De reuen werden gecastreerd en
met maïs vetgemest. Bij speciale gelegenheden werden de gebraden honden met smaak verorberd, terwijl ook de goden hun deel kregen. Op elk boerenerf scharrelden wel een paar dikke
kalkoenen rond en in de boomgaarden hielden de slimme Mayaboeren bijen zonder angel, in
primitieve korven van holle houtblokken.
Maar de Maya's verloochenden hun zwerversafkomst niet. Tamme kalkoenen waren bestemd
voor de boerenmaaltijden, maar wilde kalkoenen, duiven, kwartels en eenden die met een
blaaspijp werden geschoten, dienden als voedsel voor de goden. Op herten werd gejaagd met
behulp van honden en ze werden afgeschoten met pijl en boog. Grotere dieren werden verschalkt in valkuilen, listig afgedekt met takken en bladeren.
Aan de kust werd voor de branding gevist met pijl en boog. Achter de branding werd het
werpnet en sleepnet gehanteerd en ook de hengelsport werd druk beoefend. Langs de rivieren
werd de vis door middel van dijkjes in kleine meren geleid waarvan het water met verdovende
kruiden was doortrokken. Hierdoor konden de kinderen de vis dan eenvoudig met de hand uit
het water grijpen.
De landbouw stond toch op een lager peil dan bij de latere Azteken, waarschijnlijk bij gebrek
aan een krachtig centraal gezag. De steden waren in de eerste plaats godsdienstige centrums
en bestuurszetels waar de heersers en de priesters woonden. De boeren moesten belasting betalen aan deze gezagdragers. Ze moesten ervoor zorgen dat het hun aan niets ontbrak. Zelfs de
tempels en villa's werden door de boeren in onbetaalde 'herendienst' gebouwd. Boeren moesten hun gehele cacao-oogst naar de stad brengen. Ze mochten zelf geen boontje houden.
7
INDIANEN
Steven Werbrouck
Spaanse missionarissen die na 1520 door het Mayagebied trokken, waren stomverbaasd over
de doopplechtigheden die door de priesters werden voltrokken. De Spanjaarden geloofden
zelfs een tijdlang dat de Maya's reeds voor hun komst tot het christendom waren bekeerd. Als
er in een nederzetting voldoende jongens en meisjes tussen 3 en 12 jaar waren, stelde de priester een dag vast die bij de goden in goede aarde viel. Dan werd een plechtigheid gehouden in
het huis van de heerser, in aanwezigheid van de ouders. De kinderen en hun vaders moesten
zich opstellen in een ruimte die was afgebakend met een koord. Dat koord werd opgehouden
door vier eerbiedwaardige oude mannen die de goden voorstelden.
De priester verrichtte verschillende godsdienstige handelingen en zegende de kinderen met
wierook, tabak en gewijd water. Na de plechtigheid werden de oudste meisjes huwbaar verklaard.
De Maya's geloofden in een leven na de dood. Als iemand van het gewone volk stierf, werd
zijn lichaam onder de vloer van zijn eigen huis verbrand. Het lijk werd omringd met de voorwerpen die de overledene tijdens zijn leven had gebruikt. De mond werd gevuld met voedsel
voor de reis naar het hiernamaals en met een kraal van jade. Daarmee kon de overledene de
toegang tot het paradijs betalen. De hogere standen kregen duurdere begrafenissen. Priesters
werden in kostbare graven gelegd, omringd door hun boeken. Edelen werden verbrand en hun
as werd in urnen bijgezet op een soort ereveld, waarna boven de urn een kleine tempel werd
opgetrokken.
De Maya's hadden zo hun eigen opvattinggen van uiterlijke schoonheid. Onmiddellijk na de
geboorte begon men de nog zachte schedel van het kind te vervormen. Een langgerekt punthoofd was het toppunt van de Mayaschoonheid. Het kind werd te slapen gelegd tussen twee
planken die bij het hoofd aan elkaar waren verbonden. Aan het ander uiteinde van de bovenste
plank bond men een gewicht. Binnen enkele weken had het kind dan een heel hoog achterhoofd, bijna dubbel zo hoog als normaal.
Maya
Zo werd een Mayakind onmiddellijk na
de geboorte tussen
twee planken gelegd. Het doel hiervan was de schedel
vandoor af te platten
en naar achteren te
rekken.
Scheel kijken gold als een bewijs van uitzonderlijke schoonheid. Wie trots op zijn kinderen
wilde zijn, bond ze een balletje aan hun haar. Dat balletje hing dan voor hun ogen, zodat ze
wel scheel móesten kijken. Zowel mannen als vrouwen droegen kleurrijke tatoeages die vaak
pas na vele weken van pijn lijden en koorts een bijdrage konden leveren aan de gewenste
schoonheid. Niet alleen de oren, maar ook de neus werd van grote gaten voorzien om zware
sieraden te kunnen dragen. Wie zijn tanden wilde laten vijlen, kon kiezen uit tientallen ver-
8
INDIANEN
Steven Werbrouck
schillende vormen. Men heeft vele Mayaschedels gevonden waarvan de tanden waren ingelegd met dunne schijfjes halfedelsteen.
De Maya kenden een eigen schrift. Lange tijd heeft men
moeilijkheden gehad om dit schrift te verklaren. Toch kan
men al genoeg van het schrift ontcijferen zodat bekend is
geworden dat de Maya voor hun berekeningen een 20-tal
stelsel gebruikten. Dat werd met punten (voor de 1) en
strepen (voor de 5) op zeer simpele wijze weergegeven.
De Maya's voerden ook het begrip 'nul' in. Met deze voor
de menselijke geest formidabele uitvinding zijn de
Maya’s vroeger geweest dan de Hindoes van wie het
Westen, via de Arabieren, het huidige systeem heeft
overgenomen.
Het beeld dat de Maya's hadden van het heelal en de he- Codex Tro
mellichamen, wemelde van de De Codex Tro, een van de vier bewaard gebleven wetboeken van
Mayahiërogliefen, stamt ongeveer uit de 14de eeuw. De versierde
getallen en kleuren die alle- pagina's uit de Codex maken deel uit van een kalender waarin goede
maal een magische betekenis en slechte dagen werden voorspeld. De oude Maya gebruikten verf
hadden. Vier, negen en dertien van natuurlijke kleurstoffen en papier gemaakt van agavevezels om
waren de magische getallen bij de godsdienstige teksten en historische gebeurtenissen vast te leggen.
uitstek. De Maya's geloofden dat de aarde plat was, vierhoekig en bestond uit de rug van een
krokodil. Elke hoek had zijn eigen kleur: het oosten was rood, het noorden wit, het westen
zwart en het zuiden geel. Het overige deel van de aarde had een groene kleur. Terwijl de aarde
een krokodil was, was zijn hemelse tegenspeler een tweekoppige slang. Deze slang werd door
de Maya's vaak uitgebeeld.
De Maya-architectuur maakte veelvuldig gebruik van de boogvorm, een grote zeldzaamheid
bij de andere volkeren van Pre-Columbiaans Amerika. Door stenen steeds te laten overkragen
en ten slotte een platte sluitsteen te plaatsen, werd een boogvorm verkregen. Die vormde echter door de platte sluitsteen nooit een ronde boog. Deze boog wordt ook
wel de Mayaboog genoemd. Door deze moeizame overwelvingtechniek Bonampak fresco's
zijn de ruimten klein te noemen in verhouding tot het gehele gebouw. Ze In 1946 vonden
zijn meestal niet groter dan een derde van het geheel. De beeldhouw- archeologen, vlak bij
de Lacanhá in het
kunst bereikte een grote hoogte en getuigt van het religieuze denken en zuiden van Mexico,
de godenwereld van de Maya’s.
onder een laag kalkDe Maya's maakten ook keraafzettingen de perfect bewaard gemiek. Op het in het algemeen
bleven Bonampakbros gebakken aardewerk zijn
fresco's (ca 792 n.
vaak prachtige, in rood, geel,
C.). De fresco's
zwart en wit geschilderde voorbeslaan verscheidestellingen op een diep oranje
ne muren en vertellen het verhaal van
achtergrond aangebracht. Bede laatste dynastieke
halve afbeeldingen van goden
opvolging in Bozijn in de pottenbakkerskunst
nampak. Dit tafereel
ook alledaagse taferelen weerbeeldt de Mayakrijgegeven.
gers af die op wacht
staan bij krijgsgeVan de muurschilderkunst is
vangenen.
weinig bewaard gebleven. Bo-
9
INDIANEN
Steven Werbrouck
nampak, het in 1946 ontdekte tempelcomplex in het oerwoud van de Mexicaanse deelstaat
Chiapas, vormt hierop een gunstige uitzondering. Hof- en oorlogsscènes zijn realistisch en in
verfijnde kleuren.
Omstreeks 965, op het hoogtepunt van de bloei die de steden doormaakten, stortte de Mayabeschaving plotseling ineen. De oorzaak hiervan is niet helemaal bekend. Misschien kwam
het door een reeks van aardbevingen, een hevige epidemie, een revolutie of een inval van barbaarse stammen of misschien zelfs door een ingrijpende klimaatsverandering. De kans om het
raadsel ooit op te lossen is door het ingrijpen van een Spaanse monnik vrijwel geheel tenietgedaan. Deze monnik, Diego de Landa, gooide tijdens de veroveringstochten van de Spanjaarden de volledige Mayabibliotheek in de vlammen. Hij was van mening dat de boeken
slechts 'bijgelovige influisteringen van de duivel' bevatten. Van de duizenden boeken zijn
maar drie kleine stukjes overgebleven. De volledig geschreven geschiedenis van een unieke
beschaving was voor altijd vernietigd.
1.4 De Azteken
Volgens hun eigen legenden woonden de Azteken
eerst op Aztlan, een eiland
in een meer. Met hun
kano's gingen ze naar het
vasteland en daar vonden
ze een standbeeld van hun
god Huitzilopochtli. Die
god vertelde hen dat ze
met een paar andere stammen naar een nieuw land
moesten reizen. Tijdens
hun omzwervingen verlieten een paar van deze volkeren de Azteken om zich
te vestigen. De Azteken
reisden verder tot ze de
Vallei van Mexico hadden
bereikt, waar andere
Azteekse Rijk
stammen al het goede
De Azteken bouwden in de 15de eeuw een rijk op in het gebied dat nu land hadden bezet. Om
Mexico wordt genoemd. Hun hoofdstad, Tenochtitlán, bevond zich op de
hen te laten zien waar ze
plaats van het huidige Mexico-Stad. Het rijk werd in 1521 door de Spanjaarhun dorp moesten bouden vernietigd.
wen gaf hun god hun een
teken: waar een adelaar op een cactus zit en een slang verslindt, daar moest hun dorp komen.
Ze noemden het dorp Tenochtitlan.
In 1519 strekte het Azteekse Rijk in Mexico zich uit van de Atlantische Oceaan tot de Grote
Oceaan. Er waren bijna 500 steden in het rijk. Het was verdeeld in 38 provincies. De bevolking bestond uit veel verschillende stammen. De meeste mensen die onder de heerschappij
van de Azteken stonden, waren zelf geen Azteken. De Azteken veroverden geen dorpen en
steden om het dagelijkse leven van de inwoners te gaan regelen. Ze wilden maar drie dingen:
ten eerste moesten alle onderdanen van het rijk naast hun eigen stamgoden de Azteekse god
10
INDIANEN
Steven Werbrouck
Huitzilopochtli vereren. Bovendien moest elke stad een schatting aan Tenochtiltlan afdragen.
De derde eis was dat elke stad onvoorwaardelijk trouw en gehoorzaam aan de Azteken moest
zijn, vooral door in tijden van oorlog soldaten te leveren. De meeste steden in het rijk vonden
het vreselijk om de Azteken schatting te betalen. Ze konden er echter weinig aan doen vanwege het sterk Azteekse leger. Als de Azteken een stad veroverden, namen ze vaak duizenden
mensen gevangen, vooral gezonde jonge mannen. De gevangenen werden naar Tenochtitlan
gestuurd om geofferd te worden. De veroverde steden bleven verzwakt achter en de Azteken
hoefden geen aanvallen te verwachten.
Een paar volkeren werden nooit door de Azteken overwonnen. In het westen woonden de Tarascanen die een invasie van de Azteekse koning Axayacatl afsloegen. Veel dichterbij zaten
de Tlaxcalanen die een grote hekel aan de Azteken hadden. De Tlaxcalanen sloten zich aan
bij de Spaanse indringers en speelden een belangrijke rol bij de omverwerping van de Azteken.
De Azteken hadden tientallen wetten voor bijna elk onderdeel van het dagelijks leven, waaronder misdaad, scheiding en grondbezit. Er was niet één vast wetboek dat voor het hele rijk
gold, dus de wet kon van plaats verschillen. Veel wetten dienden om het klassenstelsel in
stand te houden. Gewone burgers mochten bijvoorbeeld niet de katoenen kleding van de edelen dragen. Andere wetten beschermden de middelen van bestaan van de mensen. Het stelen
van gewassen werd beschouwd als een zware misdaad en ook dronkenschap was uit den boze.
Eenvoudige strafzaken werden door plaatselijke rechtbanken behandeld, met oudere krijgers
als rechters. Ernstiger vergrijpen moesten naar de rechtbank van Tenochtitlan, waar meer ervaren rechters zetelden. De echte halszaken en zaken waarbij de edelen betrokken waren,
werden door een nog hogere rechtbank gehoord. Die rechtbank hield zitting in het keizerlijk
paleis. Soms was de keizer zelf opperrechter.
De Azteken kenden geen gevangenisstraf. Misdadigers konden op twee manieren worden gestraft. Bij kleine vergrijpen moest de overtreder de schade van de benadeelde partij in natura
vergoeden door er voor te werken. Als je schuldig werd bevonden aan het aanstichten van een
vechtpartij moest je betalen voor de medische behandeling en alles wat beschadigd was vervangen. De andere soort straf was slavernij: de misdadiger werd als slaaf aan de benadeelde
partij gegeven en moest net zolang voor hem werken tot de schade dubbel was terugbetaald.
Op zwaardere misdaden als moord, stelen op de markt, struikroverij of openbare dronkenschap kon de doodstraf staan. De misdadiger werd óf naar het altaar gestuurd, óf ter plekke
gestenigd. Als je nog geen strafblad had, kreeg je een lichtere straf: je hoofd werd kaalgeschoren of je huis werd gesloopt. De edelen werden strenger voor hun misdaden gestraft dan gewone mensen.
De Azteken waren tamelijk klein en gedrongen. Waarschijnlijk hadden ze allemaal zwart haar
en donkere ogen. De sociale standen onderscheidden zich van elkaar door de luxe van hun
kleding en hun haarstijl. De meeste mannen hadden geen baard. De vrouwen maakten zich op
met geel poeder. Met feesten en voor ceremoniële gelegenheden beschilderden de mannen
hun gezicht en lichaam.
De keizer was de leider van de Azteken. Hij verscheen zelden in het openbaar en werd behandeld als een god. Als de keizer stierf wees een kleine groep edelen en priesters een lid van de
koninklijke familie als opvolger aan. Keizers werden meestal gekozen om hun ervaring en
moed in de oorlog. De belangrijkste adviseur van de keizer was een man met een vreemde
titel: Cihuacoatl of de Slangenvrouw. Hij was de plaatsvervanger van de keizer en opperrechter en zorgde voor het dagelijks bestuur van het keizerrijk. Onder de Slangenvrouw stonden
vier generaals die het bevel voerden over de soldaten in de vier districten van Tenochtitlan.
Daaronder stond de raad van adviseurs van de keizer.
11
INDIANEN
Steven Werbrouck
Onder de bestuurders stond de hoge adel die aan het hoofd van de provincies waren geplaatst.
Daaronder stond de lagere adel. Dat waren de rechters, de generaals en de ambtenaren die het
dagelijkse bestuur over de steden voerden. De meeste edelen waren behoorlijk rijk. De keizer
schonk hun stukken land als er nieuwe gebieden waren veroverd en bovendien hoefden ze
geen belasting te betalen. Gewone mensen konden in de adelstand worden verheven door hun
bedrevenheid en moed in de oorlog, maar de meeste edelen erfden hun titels en landgoederen.
Het gewone volk vormde de grootste bevolkingsgroep. Ze waren verdeeld in families of clans
die calpulli heetten. Iedere calpulli had een stuk land dat door de leden werd bebouwd. Elk
jaar kwam de raad van de calpulli bijeen om het land onder de familieleden te verdelen.
Sommige gewone mensen hadden zoveel land dat ze rijker waren dan sommige edelen.
De slaven vormden de laagste klasse in de Azteekse samenleving. Sommige slaven waren in
de oorlog gevangengenomen, ander waren Azteken die aan lager wal waren geraakt. De inwoners van Tenochtitlan konden als slaaf worden verkocht als ze grote schulden hadden, of
als ze werden betrapt op diefstal. Sommige mensen verkochten zichzelf als slaaf als hun oogst
was mislukt om aan eten en onderdak te komen. Over het algemeen werden slaven goed behandeld, maar als drie eigenaars hen wegens slecht gedrag hadden moeten verkopen, konden
ze worden geofferd. Slaven werden verhandeld op de slavenmarkten. De grootste was die van
Azcapotzalco. De slaven werden soms in de prachtigste kleren tentoongesteld, zodat ze er op
hun best uitzagen, maar zodra ze waren verkocht werden ze uitgekleed en in houten kooien
gestopt tot hun nieuwe eigenaars hen kwamen ophalen. Nadat de koop was gesloten, hadden
de slaven nog een laatste kans op vrijheid. Als ze van het marktplein konden ontsnappen en
het paleis konden bereiken, waren ze vrij. Op de nieuwe eigenaar of zijn zoon na mocht
niemand een vluchtende slaaf tegenhouden.
Ambachtslieden genoten veel aanzien bij de Azteken. Ze hadden hun eigen stadswijk en hun
eigen goden en feestdagen. Ze waakten angstvallig over hun beroepsgeheimen en droegen hun
vakkennis uitsluitend aan hun eigen kinderen over. Ze heetten tolteca, naar de Tolteken die
volgens de legende hun voorouders waren. Er waren metaalbewerkers (ijzer kenden de Azteken niet, maar ze gebruikten koper, goud en zilver om sieraden te maken), veerbewerkers,
pottenbakkers en wevers.
De meeste Azteken waren echter boer en werkten van 's morgens vroeg tot 's avonds laat op
het land. Ze hadden geen trekdieren of ploegen, dus het land moest met de hand worden bewerkt. Het land was erg vruchtbaar dankzij de rijke rivierklei en de menselijke mest die met
boten uit de openbare toiletten van de stad werden gehaald.
Voor zulke hard werkende mensen aten de gewone Azteken opvallend weinig. Ze hielden
geen grote dieren als vee, dus vlees was voor hen een grote luxe. Wel aten ze veel verschillende soorten fruit en groenten, zoals zoete aardappelen, tomaten en avocado's. Ze aten ook
pinda's en een soort pompoen. Hun belangrijkste voedingsbron was maïs. De gedroogde kolven waren bijna onbeperkt houdbaar en dat is een groot voordeel in een land waar je vanwege
de bodem en het klimaat nooit zeker bent van een goede oogst. Van het maïsmeel werden
platte koeken gebakken, de tortilla's. Deze koeken werden snel oud, dus ze werden voor elke
maaltijd vers gebakken. De jacht op watervogels, herten, wilde zwijnen, konijnen en eekhoorns leverde af en toe wat vlees op. Ze hielden kalkoenen voor het vlees en de eieren, maar
hond was ook voor de Azteken de allergrootste lekkernij. Veel gezinnen fokten kleine, onbehaarde honden om vet te mesten voor speciale feesten.
De rijkere Azteken aten beter en waren vaak te gast op uitgebreide feestmalen. Ze aten lekkernijen als ananas uit de hete, zuidelijke landen, krab, oesters, schildpad en zeevis uit de
kustgebieden. Van vermalen cacaobonen werd chocolade gemaakt dat werd opgeklopt tot een
koud, schuimend drankje. Elke dag werden er vijftig kannen van deze verrukkelijke drank
voor de koninklijke hofhouding klaargemaakt. De armen dronken water, behalve op bepaalde
12
INDIANEN
Steven Werbrouck
feestdagen. Dan mochten ze pulque drinken, een soort bier dat wordt gemaakt van het sap van
de agave. Ze dronken het echter wel in kleine hoeveelheden, want dronkenschap werd niet op
prijs gesteld.
De Azteken gebruikten geen alfabet. Ze
schreven met tekeningen, hiërogliefen.
De hiërogliefen werden eerst met zwart
getekend en dan ingekleurd. Papier
werd gemaakt van de schors van wilde
vijgenbomen. Die schors werd in kalkwater geweekt en werd geklopt om de
vezels los te maken. De pulp werd vermengd met gom en tot dunne vellen
geslagen. Voor een codex werden vellen als bij een harmonica aan elkaar
vastgemaakt. Soms werd een codex op
perkament van dierenhuiden getekend.
Voor het bestuur van zo'n groot rijk Azteeks beeldschrift
waren ontzettend veel documenten no- De Azteken gebruikten een beeldschrift om religieuze en
dig om bij te houden hoeveel schatting historische gebeurtenissen vast te leggen. Dit voorbeeld van
nog verschuldigd was en wat er al was Azteeks schrift, uit de Codex Borbonicus, toont de goden
binnengekomen, voor instructies voor Xiuhtecuhtli en Itztapaltotec.
ambtenaren en voor verslagen uit ander steden. Daarnaast hield elke calpulli gedetailleerde
landkaarten en de verdeling van het land bij en in elke tempel was een omvangrijke bibliotheek met religieuze en astrologische werken. De priesters registreerden nauwgezet alle verduisteringen, de baan van de sterren en hun observaties van planetaire gebeurtenissen, waarvan ze dachten dat het een effect op het leven van de Azteken zou kunnen hebben. Voor al dit
schrijfwerk was veel papier nodig.
De Azteken konden ook getallen schrijven. Hun talstelsel was gebaseerd op het getal 20, het
totaal aantal vingers en tenen van een mens.
Begrip van tijd was heel belangrijk voor de Azteken. Niet alleen omdat het handig was om te
weten wanneer er gezaaid en geoogst moest worden, maar vooral omdat deze bijgelovige
mensen precies wilden weten welke dagen gunstig en welke ongunstig waren. Ze gebruikten
twee tijdrekeningen. Eén daarvan, de zonnekalender, leek veel op de onze. Een jaar was verdeeld in 18 maanden, die elk 20 dagen hadden. In een jaar zaten dus maar 360 dagen. De vijf
dagen die overbleven waren uitermate ongunstig. De Azteken geloofden dat een ruzie die tijdens de "niets" tijd begon tot in de eeuwigheid zou voortduren en dat van de kinderen die in
die tijd geboren werden nooit iets terecht zo komen. In deze periode kwamen de Azteken hun
huis niet uit en deden ze niets. De andere kalender was de heilige kalender. Deze kalender
was van belang voor de priesters en astrologen die hem vooral voor voorspellingen en voor
het bepalen van geluksdagen gebruikten.
De Azteken hadden veel goden. Ze geloofden dat de goden alles ter wereld beheersten en
kwaad werden als de Azteken niet op het goede moment de goede rituelen uitvoerden. Het
ging de Azteken er bij hun godsdienst niet om betere mensen te worden. Ze probeerden enkel
de goden met offers gunstig te stemmen, waarvoor soms mensen als offers dienden. Bij natuurrampen zoals aardbevingen en droogte begrepen de Azteken dat de goden ontstemd waren, dus deden ze nog meer moeite hen tevreden te stellen.
De Azteekse priesters hadden grote invloed op het gedrag van het volk. Ze bezaten een enorme macht en handhaafden die door gebruik te maken van allerlei kunstgrepen die het gewone
13
INDIANEN
Steven Werbrouck
volk uitlegde als pure toverij. De priesters beheersten de techniek van het hypnotiseren en
kenden de werking van talrijke kruiden. Dat ze veel van hun toverkunsten ontleenden aan de
verdovende en soms dodelijke werking van de plantensappen, mocht de gewone man natuurlijk niet weten. Dus vertelden ze het volk angstaanjagende spookverhalen die zich steevast
afspeelden in het woud. Geen Azteek waagde zich daarom in het struikgewas en de priesters
konden ongestoord hun kruiden zoeken.
Een oppergod van de Azteken was Tezcatlipoca of 'Rokende Spiegel'. Die was echter niet
bepaald de enige oppergod. Hij had een tegenstander in de godheid Quetzalcoatl, een zeer
oude godheid die reeds door de Olmeken en de Tolteken werd aanbeden. Deze bracht, net als
Tezcatlipoca, ook zegen en verschrikking, maar het aardige van Quetzalcoatl was dat hij in
tegenstelling tot Tezcatlipoca iets meer plezierige dingen verschafte. En bovenal: Quetzalcoatl
vroeg geen mensenoffers! Hij was de god van de wijsheid en het priesterschap en onderwees
de mens in de landbouw, kunst en nijverheid. De twee goden waren in een voortdurende strijd
gewikkeld om de oppermacht in het heelal.
De Azteken hadden, net zoals de Maya, een balspel. Juan Baupista Pomar beschreef het balspel als volgt:
"Twee groepen spelers stonden aan weerszijden van het veld tegenover elkaar en ze sloegen
de bal met de hand op. De bal bereikte stuitend de spelers aan de andere kant, waar de voorste speler vooruitkwam om de bal te ontvangen, zonder met zijn voeten of zijn handen over
de lijn te komen. De speler raakte de bal met zijn heup of zijn dij. En de andere spelers
volgden om beurten, tot zekere fouten gemaakt werden. Die werden geteld en onthouden.
Degenen die als eersten de lijnen bereikten, wat bij hen winnen betekende, kregen alle juwelen en kostbare voorwerpen die ze ingezet hadden."
Ook Durán sloeg menig balspel gade en schreef:
"Bij het spelen gebruikten ze knieën en billen. Ze
beschouwden het als fout de bal aan te raken met
de handen of enig ander lichaamdeel behalve de
tweegenoemde delen."
Hij benadrukte hoe belangrijk het was de bal uit het
veld te stoten en dat de stenen ringen of hoepels
langs de kant van het veld dienden om de bal erdoorheen te stoten:
"De steen aan de ene kant was voor de ene ploeg
om de bal door het gat in de steen te stoten en de
steen aan de andere kant was voor het andere team
om de bal erdoorheen te stoten. Wie van hen daar
het eerst in slaagde, won de prijs. Die stenen dienden ook als gids, want parallel eronder, op de
grond, liep een zwarte of een groene lijn, gemaakt
met een zeker gras. Dat die lijn met dat speciale
gras moest gemaakt zijn en niet met een ander, Keramisch beeldje uit Vera Cruz
bewijst hun bijgelovigheid. Om te winnen moest Dit beeldje uit de klassieke Vera Cruzde bal altijd deze lijn kruisen, want al kwam de cultuur (rond 600–800) is gemaakt van klei
bal over de grond rollen nadat hij geraakt was met en beeldt een man uit die het rituele balspel,
knieën of billen, als hij maar een klein eindje over tlachtli speelt.
de lijn kwam was het geen fout. Als hij echter niet over de lijn kwam, was het een fout"
Talloze pogingen zijn er gedaan om de bal met gebruik van de dijen en heupen door die ringen te krijgen, maar geen enkele moderne sportbeoefenaar is daarin geslaagd, hetgeen veel-
14
INDIANEN
Steven Werbrouck
zeggend is voor de behendigheid van de Pre-Columbiaanse balspelers. Naar het schijnt konden ze winnen op punten of door de bal door de gaten in de stenen ringen te kaatsen.
De kunst van de Azteken (de steensculptuur) stond in dienst van de religie. Een terugkerend
motief in hun kunst is de angst voor de nabije ondergang. Hun beelden zijn bijgevolg vaak
zeer expressief. Ondanks hun technisch meesterschap in steensnijkunst, goudsmeedkunst en
beeldhouwkunst, hebben ze vooral vorige beschavingen geïmiteerd en nagevolgd. In de stedenbouw waren zij echter wel origineel. De steden werden volgens een vast plan aangelegd.
Vanuit een grote, centrale plaats liepen straten in een radiaal patroon. Bij de bouw van terrassen en woonhuizen werden in de zon gedroogde leem en hout gebruikt. De daken waren van
riet dat met pek waterdicht werd gemaakt. De grote trappiramiden, tempels en paleizen waren
voor een groot deel van steen en hadden cementvloeren.
Avenida de los Muertos
De Avenida de los Muertos (Weg der doden) of Miccaotli, zoals de Azteken het noemden, is een van de twee
hoofdwegen van de oude stad Teotihuacán. Langs de 2000 m lange weg die van noord naar zuid loopt, staan
diverse gebouwen. Eén van deze gebouwen, aan het einde van de weg, is de Maanpiramide. Samen met de
Zonpiramide is dit het belangrijkste monument van deze ruïnestad, die ca. 50 km ten noordoosten van MexicoStad ligt.
1.5 De Inca's
In het ontoegankelijke Andesgebergte ligt op een hoogte van ruim 3800 meter het grote Titicacameer. Aan de oevers van dat meer ligt de gigantische ruïnestad Tiahuanaco. Tijdens de
eerste eeuwen van onze jaartelling woonde in Tiahuanaco het volk van de Aymara's, die het
omliggende gebied aan zich had onderworpen. Over de beschaving van de Aymara's is nog
steeds niet veel bekend.
Op enige afstand ten noordwesten van Tiahuanaco lag op 3500 meter hoogte een andere grote
stad Cuzco. Daar woonden de Quechua's, die vermoedelijk omstreeks 500 n.Chr. de leidende
rol van de Aymara's overnamen. Tegen het jaar 1000 hadden beide volkeren zich vermengd
en had hun gebied het aanzien gekregen van een machtige staat. In 1200 was de macht over
het gebied in handen van een keizer, volgens de ene legende noemde hij Viracocha, volgens
15
INDIANEN
Steven Werbrouck
de ander Manco Capac. Hij vestigde zijn heerschappij over het gebied dat hij Tahuantinsuya
noemde, ofwel 'Rijk van de Vier Windstreken'. Na
Manco Capac regeerden achtereenvolgens vier
van zijn nazaten. Daarna brak er een machtsstrijd
los onder enkelen van de keizerlijke familie. De
rust keerde terug toen één van hen het bewind in
handen nam, Inca Pachacuti. Hij breide het rijk
aanmerkelijk uit en maakte van de stad Cuzco een
bolwerk van macht.
Het machtige Incarijk werd strak bestuurd vanuit
de hoofdstad Cuzco. Het land was verdeeld in vier
windstreken of provincies: Antisuyu, Chinchasuyu, Cuntisuyu en Collasuyu. Aan het hoofd van
elke provincie stond een gouverneur. De gouverneur werd bijgestaan door curaca's of burgemeesters, die ieder 10 dorpen bestuurden. Onder een
curaca stonden 10 pachacura's of dorpshoofden.
Elk daarvan werd bijgestaan door 10 camayocs. Incarijk aan het begin van de 16de eeuw
Een camayoc stond aan het hoofd van 10 families. De Inca's, een Zuid-Amerikaans volk, hadden
Om de verbindingen in het rijk mogelijk te maken, in de loop van de 15de eeuw een van de grootste en welvarendste rijken van het westelijk
legden de Inca's een voortreffelijk net van wegen halfrond opgebouwd. Het rijk, gelegen aan de
aan. Daardoor konden de legers snel van de ene westkust van Zuid-Amerika, strekte zich uit
uithoek van het rijk naar de andere marcheren. over meer dan 4000 kilometer en besloeg delen
Hardlopende koeriers waren om de 5 kilometer van het hedendaagse Colombia, Equador, Peru,
van het 15000 km omvattende wegennet gestatio- Chili, Bolivia en Argentinië. De stad Cuzco in
het zuiden van Peru fungeerde als hoofdstad
neerd. Ze legden in estafetteloop per dag 225 ki- van het Incarijk.
lometer af! Op onderlinge afstanden van 20 à 30
km waren pleisterplaatsen gebouwd waar grote voorraden wapens en voedsel waren opgeslagen. Moerassen, kloven en andere obstakels werden met lange hangbruggen van touw overspannen. De kabels waren soms wel 50 cm dik. Wie zo'n brug overstak moest tolgeld betalen.
Van die opbrengst werd de brug onderhouden.
De Inca's beschikten over ongelofelijke hoeveelheden goud en zilver. Hoewel ze over primitieve gereedschappen beschikten, waren de goudsmeden uitstekende vaklui. Ze gebruikten
kleine oventjes van gebakken klei, waarin houtskool gloeide. De blaasbalg was onbekend: het
vuur werd aangeblazen door dikke holle rietstengels.
Het Incarijk bestond voornamelijk uit woest, onvruchtbaar bergland en moet omstreeks 1500
een inwonertal hebben gehad van ongeveer 12 miljoen zielen. De voornaamste zorg van de
regering in Cuzco was de voedselvoorziening. De Inca's stuurden een leger van landbouwambtenaren en andere deskundigen op pad om de oogst en vangst zo hoog mogelijk op te voeren. Voor de vleesvoorziening organiseerden de ambtenaren regelmatig grote drijfjachten op
lama-achtige dieren: guanaco's en vicoenja's. Groepen van soms 20.000 jagers omsingelden
een gebied waarin de dieren hun weidegronden hadden. Met luide kreten en handgeklap sneed
men de vluchtende dieren de pas af en joeg ze naar het midden van de cirkel. Zo werden vaak
40.000 guanaco's en vicoenja's tegelijk gevangen. Kleinere diersoorten zoals lama's, alpaca's
en cuye's, werden als vee door de boeren gehouden. Ze gebruikten ze als lastdieren, wolleveranciers en melkvee.
16
INDIANEN
Steven Werbrouck
Tegen de steile berghellingen werden terrasvormige akkers aangelegd om te voorkomen dat
het regenwater de weinige vruchtbare klei wegspoelde. Het land was eigendom van de staat
en werd aan de boeren in pacht gegeven. De pachtsom bedroeg een derde van de oogst. De
Inca's verbouwden op grote schaal maïs, aardappelen, graan en wel 80 andere gewassen,
waaronder geneeskrachtige kruiden. Het land werd veelal vruchtbaar gemaakt van guano,
vogelmest, die aan de kust meters dik werd gevonden. Om de akkers te bevloeien werden diepe kanalen gegraven, waarin het water van hoog in de bergen naar de watergeulen rond de
trapvormige akkers werd geleid. Latere onderzoekers hebben verbaasd gestaan over het vernuft waarmee dit bevloeiingssysteem, ondanks eenvoudige hulpmiddelen, door de boeren
werd aangelegd. Verschillende kanaalsystemen zijn inmiddels hersteld en voorzien tot op de
dag van vandaag de arme Peruaanse boeren van water.
Bij tal van mummies van de Inca's
hebben archeologen gaatjes in de
schedels bemerkt. Het is niet duidelijk
of het hier 'gewone' hersenoperaties
betrof om bijvoorbeeld tumors te verwijderen. Vaak werden de openingen
met gouden platen afgewerkt, waarschijnlijk om infecties tegen te gaan;
goud is immers vrij van bacteriën. Dat
de mensen één of zelfs meerdere schedeltrepanaties overleefden, blijkt uit
het feit dat de openingen in de schedels aan de randen soms ietwat dichtgegroeid zijn. Hoe men echter destijds
dergelijke, nu nog als moeilijk beschouwde medische ingrepen met
succes heeft kunnen verrichten, is nog
een groot raadsel!
Schedel met gat
De Inca's maakten het gat in deze schedel om zo een kwade
geest uit te drijven. Deze procedure wordt tegenwoordig trepanatie genoemd en is de oudst bekende medische operatie.
Men dacht dat door deze ingreep geestesziekte en hoofdpijn
genezen konden worden.
De Inca's werden door de Spanjaarden de bouwmeesters van de Nieuwe Wereld genoemd.
Hun bouwwerken werden gekenmerkt door een massieve eenvoud en uitstekende verhoudingen. Incabouwmeesters ontwierpen gebouwen waarvan de muren dikwijls naar binnen helden,
waardoor ze meer stevigheid verkregen. De rechte wanden werden doorbroken door openingen en nissen die van onderen breed waren en naar boven iets smaller toeliepen. De precies in
elkaar passende, vaak reusachtige bouwstenen veroorzaakten een prachtige schaduwwerking.
De bijzondere opbouw van stenen die zó volmaakt in elkaar sloten dat men er geen haar tussen kon krijgen, had allereerst een praktisch doel. Het Incarijk lag in een gebied dat regelmatig werd geteisterd door zware aardbevingen. De knappe bouwconstructie, waaraan geen cement te pas kwam, was bedoeld om de gebouwen die aardbevingen te laten doorstaan. De
vaak nog helemaal gave muren van talloze Incabouwwerken bewijzen dat de bouwmeesters
hun tijd ver vooruit waren. Nog steeds trotseren hun gebouwen zware schokken, die menig
modern gebouw zouden doen instorten.
De mooiste Incasteden waren Cuzco, Nazco, Quito en Machu Picchu. Gewoonlijk waren de
steden opgetrokken op de overblijfselen van de woonhaarden van oudere beschavingen. Cuzco, de hoofdstad en residentie van de Inca, was de mooiste stad van het rijk die zeker 100.000
inwoners telde. De belangrijkste plaats van de stad was de plaza in het midden, waar alle straten loodrecht op uit kwamen. Aan de plaza stonden het paleis van de keizer, de villa's van de
Machu Picchu
De ruïnestad Machu Picchu, ontdekt in 1911 door Hiram Bingham, ligt aan de
rand van het tropisch regenwoud en is een van de meest indrukwekkende
overblijfselen van de Inca-architectuur.
17
INDIANEN
Steven Werbrouck
edellieden en het indrukwekkende tempelcomplex. De muren van sommigen belangrijke gebouwen waren versierd met bladgoud. Rieten daken in de omgeving waren doorvlochten met
echt gouden strohalmen, die de zonnestralen weerkaatsten. Alle Inca's droegen ertoe bij om de
stad te verrijken. Van de ontelbare bouwwerken kreeg de kolossale zonnetempel de meeste
aandacht. De Inca's deden hun best om deze tempel tot de mooiste van hun wereld te maken.
Vlak bij de met goud bekleedde zonnetempel woonde de keizer, zoon van de zon. Als teken
van zijn hemelse afstamming had hij zijn oorlellen doorboord en daarin steeds grotere gouden
voorwerpen gehangen. Ten slotte bereikten die sieraden de omvang van theeschoteltjes. Door
de Spanjaarden werden de Inca's daarom 'Orejones' ofwel Reuzenoren genoemd. Ook de andere leden van de Incafamilie bezaten als teken van hun afstamming dergelijke Reuzenoren.
Als hoogste teken van waardigheid droeg de keizer een rood lint om zijn voorhoofd.
In alle Incasteden waren ook garnizoenen gelegerd, die de veiligheid van de inwoners moesten verzekeren. Vooral in ontoegankelijk streken woonden nog barbaarse stammen die zich
aan het gezag van de Incakeizer onttrokken. De legeraanvoerders ontwikkelden een bijzonder
zachtmoedige tactiek om dergelijke weerbarstige stammen te onderwerpen: het beleg met
toegift. De regimenten verlieten hun garnizoensplaatsen en omsingelden het vijandelijke gebied tot dat na weken lange belegering de vijand uitgeput raakte van honger. Dan werd een
vredesdelegatie uitgezonden, beladen met levensmiddelen. Meestal ging de vijand voor dit
gebaar door de knieën. Ze konden zachtmoedig zijn, maar ook ongekend wreed. Bloedvergieten werd tot het uiterste vermeden. Maar als een stam zich niet wilde overgeven, werd een
massale slachting aangericht. Ze strookten de overwonnen opperhoofden de huid af, die daarna over trommels werd gespannen. Het hoofd bleef daarbij aan het vel hangen...
1.6 Andere indianenstammen
Naast de Olmeken, Tolteken, Maya's, Azteken en Inca's leefden er ook nog andere Indianenvolkeren in Amerika. Deze volken leefden van wat de natuur te bieden had. Zij waren jagers,
vissers en verzamelaars. Voor creativiteit of geestelijk leven bleef maar weinig tijd over. Veel
volken kenden geen woorden voor begrippen zoals paleis, straat, stad, wiel... Maar aan de
andere kant hadden ze 40 tot 50 verschillende woorden om diverse bomen, bloemen, varens
en vlinders te onderscheiden.
Voor de Eskimo's, of Inuit was jagen een
kwestie van leven of dood. Ze beseften niet
dat er op de aarde nog andere volken bestonden, want ze kwamen die nooit tegen.
Jagen deden ze trouwens niet het hele jaar
door. Het jachtseizoen begon als de dagen
korter werden en zich het eerste ijs begon te
vormen. Maar de eigenlijke jacht vond
plaats als de zon helemaal verdween en de
grote duisternis begon die vier maanden zou
duren. De grote jacht speelde zich af bij
maanlicht. Dan jaagden ze op het pas gevormde ijs op walrussen, witte walvissen en
narwals. Om op zeehonden te kunnen jagen,
moesten ze wachten tot er pakijs was. Dan
verspreidden de Inuit zich over het ijs op
zoek naar de gaten waarin de zeehonden
Ivoren beeld van de Inuit
Ivoorsnijwerk, vooral gemaakt van het ivoor van arctische dieren als de walrus, maakt deel uit van een traditie van de Inuit en kan dateren uit de prehistorie. Ook
tegenwoordig is het ivoorsnijwerk nog een belangrijk
onderdeel van de cultuur en de economie van de Inuit.
Veel Inuit leven van de verkoop van het zeer zorgvuldig gemaakt snijwerk.
18
INDIANEN
Steven Werbrouck
boven water kwamen om adem te halen. Daar luisterden en wachtten zij. Als een zeehond
verscheen wierpen ze hun harpoenen. De zeehond verdween weer onder het ijs, maar als het
dier terug boven kwam om te ademen, werd het afgemaakt met knotsen. Als het winterweer
slechter werd hield de Inuit op met jagen en sprak zijn voorraden aan. Dat was de tijd voor
sociale activiteiten. Hij ging op bezoek, nam deel aan grote maaltijden, wisselde verhalen uit
en danste op de muziek van een instrument.
Ten zuiden van de Inuit woonden de Algonkin, grote rendierjagers. De rondzwervende rendieren werden gevangen met behulp van twee naar elkaar toe lopende schuttingen van stokken en
stenen. Vrouwen en kinderen dreven de rendieren naar een waterrijk gebied, waar de mannen
in hun kajaks op de loer lagen. Alles van de rendieren werd gebruikt: het vlees werd gegeten,
de huid gebruikt voor de kleding en de woning, het vet om te bakken en voor de verlichting
van de hut, de botten om er gereedschappen van de maken.
Verder zuidwaarts woonden de
Irokezen. Ze waren verdeeld in Irokezenmasker
ontelbare stammen en woonden Maskers spelen een belangrijke
in hoofdzaak ten oosten van de rol in veel Indiaanse gemeenGrote Meren. Eigenlijk leefden schappen, zoals die van de IrokeDit masker is gemaakt van
ze van landbouw, maar ze jaag- zen.
het hout van een levende boom.
den ook met pijl en boog op
herten, en zelfs met een blaaspijp (iets wat ongewoon is in Noord-Amerika).
De Shoshone, die in het Grote Bekken in Nevada woonden, waren grote hertenjagers. Hoewel ze in wezen verzamelaars waren,
jaagden ze ook op allerlei dieren, o.a. op konijnen, waarvan ze de huid gebruikten om er kleren van te maken. Als ze op herten jaagden, camoufleerden ze zich met hertenhuiden en geweien. Zo konden ze dicht genoeg bij hun prooi komen om die met pijl en boog te doden.
De prairie tussen de Mississippi en de Rocky Mountains is altijd het grote jachtgebied van
Noord-Amerika geweest. De enorme kudden bizons trokken jagers aan zoals de Navajo's en
de Apachen uit de Rockies en uit de bossen van het noorden. In tegenstelling met wat boeken
en films over de verovering van het Amerikaanse westen doen geloven, hebben er niet altijd
stammen van jagers, krijgers en nomaden op de prairies gewoond. Op het eind van de 15de
eeuw was de prairie feitelijk onbewoond. Op enkele stroken ten westen van de Missouri na,
leefden er vreedzame boeren. Juist omdat er vrijwel geen mensen wonen, toonden de Spanjaarden zo weinig belangstelling voor dat gebied.
In het zuiden van Zuid-Amerika woonden gespecialiseerde jagers zoals de Patagoniërs en de
Ona. De Patagoniërs jaagden op de nandoe (Amerikaanse struisvogel) door zich te verkleden
in een struisvogelhuid. Om hun voeten te beschermen droegen ze grote leren zakken, die de
Spanjaarden voor een raadsel stelden toen ze voor de eerste keer de sporen ervan zagen. De
Spanjaarden noemden hem Patagones (grote voeten). Ze lokten guanaco's (een soort lama's)
naar zich toe door levende wijfjes als lokaas te gebruiken. Ze gebruikten ook drijvers om de
dieren in nauwe doorgangen en kringen van vuur te jagen. De jagers camoufleerden zich in
het voorjaar met donkere verf en in de winter met lichte om hun prooi zo dicht mogelijk te
naderen. Ze gebruikten geen wapens voor de jacht op klein wild.
19
INDIANEN
Steven Werbrouck
Hfstk. 2 Vergelijking van de indianenbeschavingen
De tradities in Noord-Amerika
zijn grotendeels nomadisch en
sjamanistisch. In wezen treedt een
sjamaan op als bemiddelaar voor
iemand die ziek is, of voor een
familie of heel dorp, om de relatie
tussen de mens en de goden weer
goed te maken. De sjamaan wordt
vaak afgeschilderd als iemand die
de taal van de dieren kent. Hij is
in staat ze te begrijpen en met ze
te praten.
Bij de Noord-Amerikaanse volkeren komen vaak totempalen voor.
De totem vertegenwoordigt een
bovennatuurlijke band die een groep mensen samenhoudt die geen familie van elkaar zijn, maar elkaar toch als lid van een bepaalde 'familie'
beschouwen. Vaak spreken diegenen die tot een familie behoren een
speciale verbondenheid uit met hun totemdier.
Totempaal
De cultuur van Alaska is
nauw verwant met de
geschiedenis van de Indianen van het gebied. De
Inuit (Eskimo's) wonen
vaak in afgelegen dorpen,
voornamelijk in het noorden en westen van Alaska, terwijl de Tlingit-, de
Haida- en Athabascanvolken in het zuidoosten
en de zuidelijke delen van
het midden van de staat
wonen. Het gebruik van
totempalen komt bij deze
groepen vaak voor. Deze
lange palen worden uit
hout gesneden en tonen
de geschiedenis van de
verschillende families en
stammen. Ze kunnen
worden vergeleken met
familiewapens of stambomen; iedere 'totem' op
de paal is een symbolische voorstelling van een
familie.
In de soms ver uiteenliggende gebieden in het zuiden woonden volkeren
die onderling veel verschilden, maar toch ook veel gemeen hadden. Alle
Midden-Amerikaanse volkeren bouwden bijvoorbeeld grote, stenen, piramidevormige tempels met een brede trap. Ze woonden in huizen met
binnenplaatsen en ze kenden allemaal een bepaald balspel. Men kende
het twintigtalstelsel, wat betekent dat men niet tot tien telde, maar tot twintig en dan opnieuw
begon. Ze kenden een kalender met maanden van twintig dagen. Alle Midden-Amerikaanse
volkeren gebruikten een soort tekenschrift en ze maakten papier uit de maguey, een soort agavenboom. Het meest gebruikte wapen was een blaaspijp waarmee kogels en pijlen werden
afgeschoten. Men verbouwde maïs, tapioca, katoen en aardappelen. Men bewerkte goud en
zilver.
Terwijl de noordelijke indianenstammen zich aangetrokken voelden tot een nomadisch jagersleven, waren de zuidelijke stammen meer geneigd zich in grote stedelijke gemeenschappen te organiseren, met een duidelijke sociaal-godsdienstige hiërarchie.
Een verschil van de Zuid-Amerikaanse volkeren met de Midden-Amerikaanse is dat men niet
beschikte over een schrift. Daardoor zijn de historische elementen niet altijd even duidelijk en
kunnen we niet altijd een duidelijk beeld vormen van het ontstaan en de cultuur van vele
Zuid-Amerikaanse volkeren (vb: de Aymara-indianen). Bij de Zuid-Amerikaanse stammen
komen net als bij de Noord-Amerikaanse ook totempalen voor.
20
INDIANEN
Steven Werbrouck
Hfstk. 3 Confrontatie indianen - blanken
In 1519 werd Hernán Cortes door de gouverneur van Cuba
aangesteld als leider van een expeditie naar het tot dan toe nooit
bezochte Amerikaanse vasteland. Cortes kwam in Mexico aan
land met een groep van zo'n 500 man, grotendeels werkloze
soldaten die hier hun fortuin hoopten te maken. Het rare was dat
juist dat jaar het jaar van het einde van de Azteekse cyclus van
52 jaar was. Het was de tijd waar de Azteekse legende vertelde
dat hun god Quetzalcoatl terug zou komen uit het oosten om het
rijk te gronde te richten. Toen Montezuma, de leider van de Azteken, hoorde dat er vreemdelingen waren geland, raakte hij in
paniek. Hij was ervan overtuigd dat Cortes de teruggekeerde
Quetzalcoatl was, en wat hij over de Spanjaarden hoorde, maakte hem alleen maar ongeruster. De vreemdelingen Hernán Cortés
waren duidelijk heel anders Hernán Cortés was een Spaanse ontdekkingsreiziger uit de 16de eeuw
dan de Azteken. Ze hadden die in 1521 het grote Azteekse Rijk veroverde. Door zijn blanke huid en
witte gezichten en gele baar- baard dachten Montezuma II, de heerser over het Azteekse Rijk, en de
Azteken dat Cortés de god Quetzalcoatl was, die volgens de voorspellinden, net zoals Quetzalcoatl. gen zou terugkeren. Nadat hij de Azteekse hoofstad Tenochtitlán had
Ze reisden in "kano's" die veroverd en verwoest, bouwde Cortés Mexico-Stad. Tegenwoordig zijn
even groot waren als bergen. ruïnes van de Templo Mayor, ofwel de belangrijkste tempel, van de
Ze hadden allerlei magische Azteekse hoofdstad de enige overblijfselen van Tenochtitlán.
wapens, zoals hun kanonnen die vuur spuwden. De vreemdelingen waren gehuld in blinkend
metaal en bereden eigenaardige beesten met vier poten. Zoiets hadden de Azteken nog nooit
gezien.
Montezuma had geen idee wat hij moest doen. Misschien waren deze vreemdelingen gewoon
menselijke indringers die het rijk kwamen leegroven. In dat geval moest hij hen vernietigen.
Maar misschien waren het wel goden, die door een Azteekse aanval zo kwaad zouden worden
dat ze het rijk vernietigden. Montezuma werd wanhopig van het getwijfel. Hij besloot Cortes
geschenken aan te bieden. Hij maande hem niet naar Tenochtitlan te komen, maar daardoor
werd Cortes natuurlijk helemaal vastberaden de legendarische stad te bereiken. Montezuma
beval de soldaten in de stad Cholula de Spanjaarden aan te vallen, maar ze werden ongenadig
verslagen. De Spanjaarden met hun zware wapenuitrusting, stalen wapens en geweren waren
niet zo makkelijk te doden. De Azteken hadden in een veldslag met de Spanjaarden bovendien
ook het nadeel dat zij niet vochten om te doden, maar om gevangenen te maken voor offers.
De Tlaxcalanen, aartsvijanden van de Azteken, waren onder de indruk van de meedogenloze
en doelbewuste Cortes met zijn onmiskenbare militaire inzicht. Ze besloten zich bij zijn kleine, maar sterke legertje aan te sluiten, in de hoop dat hij de gehate Azteken voorgoed zou
kunnen verslaan. Sindsdien had Cortes bij elke veldslag naast zijn eigen taaie soldaten ook
nog eens duizenden Mexicaanse bondgenoten bij zich.
Cortes rukte op naar de hoofdstad en verzamelde onderweg nog meer bondgenoten. Ten slotte
bereikte hij Tenochtitlan, waarvan de omvang en de pracht hem en zijn troepen versteld deden
staan. De Spanjaarden werden begroet door Montezuma, die nog steeds niet zeker wist of de
vreemdelingen nu goden of mensen waren. Toen hij er ten slotte achterkwam, kon hij zijn
volk al niet meer redden. Zes dagen lang dwaalden Cortes en zijn mannen door de stad en bewonderden al de pracht en praal. Toen sloeg de stemming om. De Spanjaarden ontdekten een
dichtgemetselde deuropening in het paleis waar ze waren ondergebracht en braken die open.
Ze vonden een paar kamers vol met juwelen, zilver en goud. Dit waren de schatten waarvoor
ze waren gekomen. Kort na de vondst hoorde Cortes dat de Azteken twee Spaanse
21
INDIANEN
Steven Werbrouck
Routes van Hernán Cortés
In 1519 leidde de Spanjaard
Hernán Cortés een expeditie naar Mexico en voer met
een kleine vloot van elf
schepen van Cuba naar het
oostelijke punt van het
schiereiland Yucatán. Vandaar ging hij verder naar
Tenochtitlán, de hoofdstad
van het Azteekse rijk. Aanvankelijk werd Cortés, die
door velen als een god werd
beschouwd,
verwelkomd
door de Azteekse keizer
Montezuma. Cortés zette
Montezuma al snel gevangen en in 1521 had hij de
Azteken onderworpen.
boodschappers hadden gedood en hij besloot Montezuma te gijzelen. Hij sloeg standbeelden
van Azteekse goden aan stukken en beval Montezuma een eind te maken aan de mensenoffers. De Azteken waren geschokt toen Cortes een opperhoofd levend liet verbranden voor de
moord op de boodschappers.
Toen kwam het bericht dat er een andere Spaanse expeditie was geland, die Cortes kwam arresteren. De Spaanse leider vertrok met een deel van zijn troepen om deze dreiging het hoofd
te bieden. Na zijn vertrek probeerden de achtergebleven Spanjaarden de Azteken te belemmeren bij het uitvoeren van een belangrijke ceremonie, waarop de Azteken de aanval openden.
Toen Cortes terugkwam, bleken zijn mannen in hun paleis te worden belegerd. Cortes vroeg
Montezuma zijn volk te kalmeren, maar in de verwarring werd de keizer gedood, gestenigd
door zijn eigen volk.
Cortes besefte dat hij de stad ‘s nachts zou moeten verlaten, maar terwijl ze probeerden weg te
sluipen werden de Spanjaarden aangevallen door een groot Azteeks leger. De Spanjaarden
waren in het nadeel, omdat de bruggen in de toegangswegen waren vernietigd. Veel Spaanse
soldaten verdronken in het meer. De aftocht kostte Cortes de helft van zijn manschappen en
duizenden van zijn Mexicaanse bondgenoten, maar uiteindelijk wist hij de kust te bereiken.
Met de versterkingen die hij hier bijeenbracht opende hij meedogenloos de aanval op de
Azteekse steden, waarbij hij de legers die op hem werden afgestuurd totaal wegveegde. Zijn
leger telde nu bijna 1000 Spanjaarden en meer dan 150.000 Mexicanen. Hij besloot op te rukken naar Tenochtitlan. Toen Cortes bij het Texcocomeer aankwam, liet hij schepen bouwen
die hij met kanonnen uitrustte. Vervolgens stak zijn leger het meer over om de aanval op het
Azteekse leger te openen. Het werd een verschrikkelijke veldslag. De Azteken vochten met de
moed der wanhoop en verdedigden elke centimeter van de met lijken bezaaide straten. Elke
Spaanse soldaat die gevangen werd genomen, werd onmiddellijk geofferd. Uiteindelijk moesten de Azteken hun verzet opgeven. De Spanjaarden vochten zich naar het centrum van de
stad en slachtten alle inwoners af.
Er kwamen Spaanse priesters naar Mexico en overal werden rooms-katholieke kerken gebouwd. De tempels en gebouwen in Tenochtitlan werden gesloopt en de Azteekse godsdienst
werd verboden. De Azteken vielen te prooi aan Europese ziekten, zoals de pokken, waar ze
geen weerstand tegen hadden. Alle kostbaarheden die de Spanjaarden vonden gingen naar
Spanje. Ondanks de pogingen van de Spaanse priesters werden de overige Azteken tot slaaf
gemaakt en gedwongen om voor hun overwinnaars te werken. Binnen 50 jaar was er van het
enorme en machtige Azteekse rijk vrijwel niets over.
22
INDIANEN
Steven Werbrouck
Cortes werd onmiddellijk na zijn overwinningen aangesteld als gouverneur van Nieuw Spanje, maar na een paar jaar werd hij door iemand anders vervangen. Hij ging terug naar Spanje
en stierf bedroefd en verbitterd in 1547.
In Quito vernam Huayna Capac, de Incakeizer van 1493
tot 1527, dat Francisco Pizarro met vreemde soldaten (de
Spanjaarden) aan de kust geland was (1524-1527). In
1527 overleed Huayna Capac aan een besmettelijke ziekte, waarschijnlijk de pokken of de mazelen, die door de
Spanjaarden was overgebracht. Na zijn dood trok Atahualpa, die door zijn vader alleen maar als bestuurder over
een deel van het rijk was aangesteld, de macht naar zich
toe ten koste van de wettige troonopvolger Huascar.
Hierdoor was de kiem gelegd voor een machtsstrijd die
uiteindelijk leidde tot de ondergang van
Francisco Pizarro
het rijk.
De Spaanse ontdekkingsreiziger en militair officier FrancisOp 16 november 1532 nam de Spaanse
co Pizarro was zowel bekend om zijn moed als om zijn
wreedheid. Hij maakte deel uit van Vasco de Balboa's expe- veroveraar Pizarro de laatste keizer,
ditie naar de Isthmus van Panama in 1513 en was een van de Inca Atahualpa, gevangen. Pizarro wist
eerste Europeanen die de Grote Oceaan zag. Pizarro werd dat de Inca's beschikten over vele goulater beroemd vanwege zijn verovering van het Incarijk in den voorwerpen. Hij stelde Atahualpa
Peru in de jaren dertig van de 16de eeuw. Hij maakte daarvoor hem in ruil voor zijn vrijheid flink
mee voor de Spanjaarden de weg vrij naar kolonisatie van
wat goud te laten bezorgen. Atahualpa
Zuid-Amerika.
stemde daarin toe. Atahualpa was gewoon met andere hoeveelheden goud
en zilver te rekenen dan de Spanjaard. Schuchter vroeg hij aan Pizarro of het voldoende was
de vloer van het vertrek waarin ze stonden, een oppervlakte van 48 m2, met goud te bedekken.
De verblufte Pizarro wist zo snel geen passend antwoord te verzinnen. De angstige Atahualpa
begreep dat verkeerd en verhoogde zijn bod. Hij beloofde de kamer met goud en zilver te vullen zo hoog als hij kon reiken
(2,10 m). De ongelovige Pizarro Sacsayhuamán, fort van de Inca's
trok op die hoogte een rode Het fort Sacsayhuamán, ten noorden van de Peruaanse stad Cuzco,
dienst als toevluchtsoord en verdedigingswerk voor de bewostreep en stemde glimlachend deed
ners. Het bouwwerk bestaat uit drie grote getande tribunes, die smal
toe.
toelopen. In 1533 werd het fort veroverd door de Spaanse troepen
Op bevel van de keizer begon- onder leiding van Pizarro.
nen dragers uit het hele rijk de
gouden voorwerpen aan te dragen. Na 2 maanden was de kamer gevuld met kunstschatten,
die tegenwoordig een waarde
zouden hebben van 50 miljoen
euro (= 2 miljard frank). Pizarro
zag met hoe weinig moeite de
losprijs bijeen gebracht werd en
kreeg spijt van zijn afspraak. Hij
eiste méér. Atahualpa begreep
dat de Spanjaard nooit zijn
woord zou houden en weigerde.
Daarop werd hij door de Spanjaarden gewurgd.
23
INDIANEN
Steven Werbrouck
De Azteken en de Inca's waren niet de enige indianenstammen die door Spanje werden gekoloniseerd. In de
16de eeuw begonnen Spanje, Engeland en Frankrijk ook
met de kolonisatie van Noord-Amerika. Eerst gebeurde
dit door middel van kleine handelsnederzettingen en boerenbedrijfjes, later op grotere schaal. In een iets later stadium waren ook Nederland, Zweden en Rusland hierbij
betrokken. In de beginperiode werd vaak indiaans land
gekocht, maar toen de Europeanen eenmaal een machtsoverwicht hadden bereikt, werd steeds meer grond zonder
meer ingenomen, ondanks indiaanse protesten. De spanningen werden nog vergroot door de verkoop van vuurwapens en alcohol aan de indianen door de Hollanders en
ook door de rivaliteit tussen de Hollanders en de Engelsen
in Connecticut, waarbij de indianen aan de kant van de
Geronimo
Geronimo, geboren in Arizona en opperhoofd van de Apache-Indianen, werd eind 19de eeuw beroemd om zijn
indrukwekkende verzet tegen het gedwongen leven in een reservaat. Toen de Amerikaanse regering probeerde
om de Chiricahua-Apachen van hun woonplaats naar Florida en Alabama te verplaatsen, pleegde Geronimo
regelmatig overvallen op blanke nederzettingen. Hij hield dit tien jaar vol. Hij ontsnapte herhaaldelijk aan de
federale autoriteiten, maar gaf zich in september 1886 voor de laatste maal over. Daarna verhuisden federale
troepen de Apache-Indianen en vele andere stammen naar Oklahoma Territory. Geronimo stierf in 1909 bij
Fort Skill, Oklahoma; drie jaar nadat hij zijn memoires had gepubliceerd.
Engelsen streden. Honderden van de indianen werden
vermoord. De kolonisatie ging vrijwel steeds gepaard met
missionering, waarbij de uitoefening van de indiaanse
godsdienst en gebruiken vaak werd verboden.
In de eerste helft van de 19de eeuw organiseerde de Amerikaanse regering grootscheepse, gedwongen landverhuizingen. Zo wou men land verwerven voor de kolonisten
en de goudzoekers. Een reeks oorlogen, vooral op grasvlakten, leidde tot de opzettelijke vernietiging van de belangrijkste indiaanse voedselbron, de bizon. Dit feit met
daarbij het gegeven dat de blanke kolonisten over betere
wapens beschikten, bezegelde het lot van de indianen. Zij
De kolonisatie ging vrijwel steeds gewerden gedwongen om zich in reservaten te vestigen.
paard met missionering
Na de Tweede Wereldoorlog trachtte de Amerikaanse
regering de indiaanse rechten op land af te kopen. Vooral de energiecrisis in de eerste helft
van de jaren 70 leidde tot toenemende belangstelling voor aardolie- en kolenvoorraden in de
reservaten. De bodemgesteldheid van de reservaten is vaak weinig geschikt voor landbouw en
veehouderij, tenzij men beschikt over voldoende financiële middelen om in machines en
kunstmest te investeren. Veel land wordt daarom aan blanke boeren verpacht. De meeste indianen leven daardoor onder het bestaansminimum.
Het aantal indianen dat tegenwoordig in Noord-Amerika woont groeit sinds de jaren 60 weer
en bedroeg in 1989 ongeveer 2 miljoen. Het merendeel van hen woont ten westen van de Mississippi. De bevolkingstoename onder de Noord-Amerikaanse indianen ligt driemaal zo hoog
als onder de totale bevolking. Ook de organisatie van de indianen tegen onderdrukking en
uitbuiting is de afgelopen decennia sterk gegroeid.
24
INDIANEN
Steven Werbrouck
Mexicaanse handwerkster
De industrie is een snelgroeiende sector binnen de
Mexicaanse economie.
Terwijl de industriële productie in Mexico sinds de
jaren veertig is toegenomen, wordt in het land nog
steeds voortreffelijk handwerk gemaakt. Deze vrouw
verkoopt
handgemaakte
spullen op de trappen van
de Kerk van Guadalupe in
Puerto Vallarta in Jalisco,
een staat in het midwesten
van Mexico...
Plein van de drie culturen
Het Plein van de drie culturen in Mexico-Stad, in het Spaans bekend als La Plaza de las Tres Culturas,
symboliseert het unieke culturele erfgoed van Mexico. Eens was Mexico het centrum van enkele van de
machtigste indianenrijken van Amerika. Een overblijfsel hiervan is de ruïne van een Azteekse tempel hier op
de voorgrond. In de 16de eeuw groeide Mexico uit tot een bloeiende Spaanse kolonie. Een overblijfsel uit die
tijd zijn de restanten van een Spaanse kerk in het midden van de foto. Tegenwoordig zijn de meeste
Mexicanen halfbloeden, mensen van gemengde Europese en Indiaanse afkomst. Het moderne
woningencomplex op de achtergrond vormt een symbool voor deze vermenging van culturen.
25
INDIANEN
Steven Werbrouck
Besluit
Bij het bestuderen van de geschiedenis van de Europese en Europees-Amerikaanse verhoudingen tot de indianen zien we natuurlijk grotendeels een tragedie aan zich voorbijtrekken.
We zien dan een betrekking die vruchtbaar had kunnen zijn, maar in plaats daarvan in wederzijds onbegrip is uitgemond, om maar niet te spreken van de hebzucht en leugenachtigheid
aan de kant van veel uit Europa afkomstige Amerikanen. De blanke Amerikanen vonden het
moeilijk om de natuur net als de indianen als een godsverschijning te zien en de indianen
dachten van hun kant niet in (Europese) termen van landbezit. Voor de indianen gold: een
woord is een woord. Als op een vergadering van leiders ergens mondelinge overeenstemming
was bereikt, dan kwam iedereen die overeenkomst na. Vandaar dat het onvermogen van veel
blanken om zich zelfs aan geschreven contracten te houden, vooral voor volkeren die in stamverband leefden, onbegrijpelijk was. Dat alles droeg bij tot de talloze tragedies in de geschiedenis van de indianen.
Gedeeltelijk geeft de tragedie van de indiaanse volkeren ook weer hoe ze eenvoudigweg
overweldigd werden alleen al door het bescheiden aantal kolonisten. Veel van de indiaanse
stammen werden gedecimeerd of zelfs uitgeroeid door onbekende Europese ziektes, door
moordpartijen, door onteigening en door het uitsterven en uitroeien van de dieren waar ze van
oudsher jacht op maakten. Met de blanken daarentegen ging het uitstekend. Ze trokken onverbiddelijk op naar het westen en namen zelfs zomaar gebieden in bezit van verschillende
stammen. Het is bijgevolg verbazingwekkend dat de indiaanse volken het hebben overleefd en
dat er nog iets van hun rijke cultuur bewaard is gebleven.
Ook nu nog is het opmerkelijk hoe weinig respect de Amerikanen tonen voor de heilige plaatsen van de inheemse tradities, terwijl de plaatsen die heilig waren voor de inheemse tradities
in Engeland, Wales, Ierland en veel andere Europese landen wel worden bewaard. De houding van de Amerikaan ten opzichte van het indiaanse landschap is afkomstig van de moderne
industrialisatie en het wetenschappelijk materialisme. Bijzondere landschappen of heilige
plaatsen krijgen geen plaats meer in een wereld die slechts waarde hecht aan het verzamelen
van 'consumptieartikelen' en de zuivere materiële waarde van een bepaald gebied. Een maatschappij die gewend is om de grond volledig uit te putten, verslaafd is aan fast-food en nooit
ophoudende reclamespotjes, heeft voor dit slechts weinig oog.
Gelukkig komen er toch enkele organisaties op voor de rechten van de indianen. Panindianistische organisaties zijn o.a. het National Congress of American Indians, de radicale American Indian Movement (AIM), die een aantal spectaculaire acties op haar naam heeft staan,
en de Council of Energy Resource Tribes (CERT), een vereniging tegen uitbuiting van
energiebronnen op Indiaans gebied. Toch blijkt de integratie van de indianen heel moeilijk
en blijft de vraag of de blanken geen te groot obstakel vormen voor het voortbestaan van de
rijke indianenculturen nog onbeantwoord.
26
INDIANEN
Steven Werbrouck
Bronnen
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
Oorspronkelijke Bewoners van Noord-Amerika, Arthur Versluis, Ars Scribendi
Volken en Stammen - Midden-Amerika, Henk Strabbing, Amsterdam Boek B.V.
Volken en Stammen - Zuid-Amerika, Filip Tas, Amsterdam Boek B.V.
7000 jaar wereldgeschiedenis - De Oude Culturen, Lekturama-Rotterdam
Kijk op het verleden - De Azteken, Tim Wood, De Lantaarn
Amerika, Manuel Lucena Salmoral, Davidsfonds/Leuven
Indianen, Richard Collins, De Lantaarn
Encarta 98, Microsoft
Spectrum Encyclopedie, Spectrum Electronic
27
Download