RAPPORT De verkiezingen van 25 mei 2014 volgens

advertisement
RAPPORT
De verkiezingen van 25 mei 2014
volgens Limburgse ondernemers
14 APRIL 2014
Executive summary
Duiding
Op 25 mei 2014 vallen de Europese, federale en Vlaamse verkiezingen samen. Met de vorming van een
nieuwe federale en Vlaamse regering voor de komende vijf jaar in het vooruitzicht, scherpen de
politieke partijen vandaag al hun messen.
Voor VKW Limburg en voor UNIZO-Limburg meer dan reden genoeg om te peilen naar de mening van
de Limburgse ondernemers en bedrijfsleiders over het gevoerde beleid en hun prioriteiten voor de
nieuwe regeringen.
Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een bevraging uitgevoerd tussen 18 en 31 maart 2014.
De verwerking in dit rapport houdt rekening met de volledige antwoorden van 489 respondenten.
Economische prioriteiten voor Limburg
 Meer dan 9 op 10 Limburgse ondernemers vragen maximale extra lastenverlagingen voor
bedrijven die investeren en jobs creëren.
 Voor 3 op 4 Limburgse bedrijven is de aanpak van mobiliteitsproblemen in onze provincie
(realisatie Noord-Zuid, IJzeren Rijn, weg- en spoorverbindingen Antwerpen en Brussel, …) een
strijdpunt voor de volgende regeringen.
 Daarna volgen volgende Limburgse prioriteiten: ondersteuning en begeleiding op het vlak van
innovatie (voor 3 op 4 ondernemers), investeren in meer arbeidsmarktgerichte opleidingen
(eveneens voor 3 op 4), ondersteuning en begeleiding van startende ondernemers (voor 7 op 10)
en het aantrekken van nieuwe buitenlandse investeringen (voor 2 op 3 Limburgse bedrijven).
Algemene economische prioriteiten
 In de top 3 van de algemene economische prioriteiten voor ons land en het Vlaamse Gewest
schuiven de Limburgse ondernemers het verlagen van de belastingdruk (voor meer dan 9 op 10
ondernemers, 96% om precies te zijn), het wegwerken van de loonkostenhandicap (meer dan 9
op 10 en een efficiëntere en kleinere overheid (bijna 9 op 10) naar voren.
 Daarna volgen een administratieve vereenvoudiging in vergunningsprocedures voor 8 op 10
ondernemers, de hervorming van het werkloosheidssysteem (voor 3 op 4) en een beter sociaal
statuut voor zelfstandige ondernemers (voor 3 op 4).
 De volgende prioriteiten zijn nog altijd van belang voor meer dan 7 op 10 Limburgse bedrijven: de
flexibilisering van de arbeidsmarkt, een zekere energievoorziening aan competitieve prijzen, een
vlottere financiering voor ondernemingen en de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt.

De financiering van een significante loonlastenverlaging moet volgens Limburgse ondernemers in
de eerste plaats komen van besparingen in de overheidsuitgaven (voor 8 op 10), een sterkere
overheidsefficiëntie (voor 6 op 10) en een rationalisering van de sociale zekerheidsuitgaven (voor
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
2

1 op 2). Pas daarna volgen andere financieringsmanieren, via een gerichtere bestrijding van de
fiscale en sociale fraude (voor 1 op 2) of via terugverdieneffecten (voor 4 op 10).
Belastingsverhogingen kunnen niet voor Limburgse bedrijven: hogere consumptiebelastingen
(BTW, accijnzen, …) kunnen nog net voor 1 op 10, maar een vermogenswinstbelasting, meer
milieubelastingen of hogere kapitaalsbelastingen zijn uit den boze.
Evaluatie van het voorbije regeringsbeleid
 Zowel de Vlaamse als de federale regering worden door Limburgse ondernemers gebuisd op de
vraag of ze voldoende rekening hebben gehouden met de noden van het bedrijfsleven. Vlaanderen
kan nog 3 op 10 ondernemers overtuigen, de federale regering slechts 1 op 10.
 Achteruitgang en stilstand zijn de kernwoorden in de evaluatie van de voorbije legislaturen: de
grootste achteruitgang wordt ervaren op het vlak van het verlagen van de belastingdruk (door 6
op 10 ondernemers), een efficiëntere en kleinere overheid (voor 1 op 2, een even grote groep
voelde een status quo) en het wegwerken van de loonkostenhandicap (4 op 10 voelde een
achteruitgang, 6 op 10 een status quo)
 Daarnaast zijn telkens ruim 6 op 10 bedrijven van mening dat ons land een stilstand kent wat
betreft een vlottere financiering voor ondernemingen, een hervorming van het
werkloosheidssysteem en de administratieve vereenvoudiging in vergunningsprocedures. Voor
de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en de flexibilisering van de arbeidsmarkt zien zelfs meer
dan 7 op 10 nauwelijks enige vooruitgang.
 Slechts voor 2 prioriteiten wordt er door 1 op 5 ondernemers voorzichtig een ‘vooruitgang’ in de
voorbije jaren benoemd: een beter statuut voor zelfstandige ondernemers en een
energievoorziening aan competitieve prijzen.
Een veelheid aan bestuursniveaus
 De impact van het Europese beleidsniveau op het bedrijfsleven wordt heel divers ingeschat: de
helft van de Limburgse bedrijven voelt een invloed van minder dan 50% op hun bedrijfsvoering, 3
op de 10 bedrijven zien of voelen een Europese impact van meer dan 50%.
 Voor 4 op 10 ondernemers is de Europese invloed ‘gepast’, voor 1 op 5 bedrijven is de invloed te
groot.
 Naarmate de invloed van Europa op het bedrijf stijgt, groeit ook de groep die deze invloed (veel)
te groot vindt: vanaf meer dan 50% Europese invloed vindt 1 op 2 ondernemers de invloed te
groot.
 Voor 1 op de 2 Limburgse ondernemers mag Vlaanderen als enige bestuursniveau bevoegd zijn
voor het economisch beleid en het ondernemersbeleid, het federale niveau wordt aangeduid
door 3 op 10 bedrijfsleiders. Europa krijgt een stem van 1 op 6 ondernemers.
 De samenvallende verkiezingen van 25 mei verhogen volgens 7 op 10 Limburgse ondernemers
de kans op het doorvoeren van noodzakelijke drastische hervormingen.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
3
1. Ondernemersprioriteiten 2014-2019
Economische prioriteiten voor Limburg
Dé Limburgse ondernemersprioriteit die afgetekend op de eerste plaats staat is het voorzien van
maximale extra lastenverlagingen voor bedrijven die investeren en jobs creëren (erkenning van
Limburg als ontwrichte zone). Dit is prioritair voor 52% van de Limburgse ondernemers en
bedrijfsleiders, en belangrijk voor 39%, samen goed voor 91% ondernemers die hier belang aan
hechten.
Een duidelijke tweede plaats is voorzien voor de aanpak van mobiliteitsproblemen (realisatie NoordZuid, IJzeren Rijn, weg- en spoorverbindingen Antwerpen en Brussel, …): voor 73% van de Limburgse
ondernemers is dit belangrijk, waarvan prioritair voor 39%.
De vier volgende prioriteiten zitten quasi op gelijke hoogte:
 Nieuwe buitenlandse investeringen aantrekken: prioritair voor 24%, belangrijk voor nog eens 42%
(tesamen 66%).
 Ondersteuning en begeleiding op het vlak van innovatie: prioritair voor 21%, belangrijk voor 52%
(samen 73%).
 Ondersteuning en begeleiding van startende ondernemers: prioritair voor 18%, maar belangrijk
voor nog eens 53% (samen 71%).
 Investeren in meer arbeidsmarktgerichte opleidingen: prioritair voor 17% en belangrijk voor 58%
(samen 75%).
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
4
Specifiekere prioriteiten met betrekking tot de ondersteuning en begeleiding op het vlak van export
(prioritair voor 11%, belangrijk voor 45%) en het creëren van bijkomende ruimte om de subregionale
schaarste in bedrijvenzones weg te werken (prioritair voor 11%, belangrijk voor 42%) sluiten het lijstje
af.
De ‘laatste plaats’ voor de ruimtevraag is op zich opmerkelijk, aangezien zich hier op lokaal en
subregionaal vlak nog heel wat tekorten stellen. In de prioriteitenlijst voor de
gemeenteraadsverkiezingen in 2012 stond ‘ruimte om te ondernemen’ duidelijk bovenaan.
Ondernemers kijken dus duidelijk niet naar de hogere overheden om deze ruimte te creëren, maar
naar het gemeentelijk niveau.
Specifieke economische prioriteiten voor Limburg in komende verkiezingen (gerangschikt op 'prioritair')
onbelangrijk
minder
'NIET
belangrijk
BELANGRIJK'
belangrijk
prioritair
BELANGRIJK
Maximale extra lastenverlagingen voor bedrijven die investeren
en jobs creëren (ontwrichte zones)
0%
8%
9%
39%
52%
91%
Aanpak van mobiliteitsproblemen (realisatie Noord-Zuid, IJzeren
Rijn, weg- en spoorverbindingen Antwerpen en Brussel, …)
4%
24%
27%
34%
39%
73%
Nieuwe buitenlandse investeringen aantrekken
9%
25%
34%
42%
24%
66%
Ondersteuning en begeleiding op het vlak van innovatie
5%
23%
27%
52%
21%
73%
Ondersteuning en begeleiding van startende ondernemers
3%
25%
29%
53%
18%
71%
Investeren in meer arbeidsmarktgerichte opleidingen
3%
22%
25%
58%
17%
75%
11%
34%
44%
45%
11%
56%
5%
42%
47%
42%
11%
53%
Ondersteuning en begeleiding op het vlak van export
Bijkomende ruimte om subregionale schaarste bedrijvenzones
weg te werken
Algemene economische prioriteiten
Gevraagd naar de algemene economische prioriteiten in de aankomende verkiezingen op Europees,
federaal en Vlaams niveau, blijkt dat geen enkele van de 10 voorgelegde opties door de respondenten
echt als onbelangrijk ervaren wordt. De keuze voor antwoordoptie ‘onbelangrijk’ varieert van 0%
(verlagen van de belastingdruk) tot slechts 4% (beter sociaal statuut voor zelfstandige ondernemers
en vlottere financiering voor ondernemingen).
De top 3 is in elk geval duidelijk:
 Het wegwerken van de loonkostenhandicap is voor 68% van de Limburgse ondernemers en
bedrijfsleiders prioritair, en voor nog eens 25% belangrijk. Samengeteld is dit voor 93% van de
Limburgse ondernemers een strijdpunt in de verkiezingen.
 Het verlagen van de belastingdruk is voor 61% prioritair en voor 34% belangrijk. Als we beide
scores optellen, scoort deze prioriteit met 96% zelfs nog iets hoger dan de aanpak van de loonkost.
 Een efficiëntere en kleinere overheid staat op een globale derde plaats met 86% van de Limburgse
bedrijven die dit belangrijk vinden, waarvan 48% prioritair.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
5
De drie volgende items (gerangschikt op basis van het aantal ondernemers die dit ‘prioritair’ vinden)
zijn aan elkaar gewaagd qua scores:
 Administratieve vereenvoudiging in vergunningsprocedures is van belang voor 81% van de
bedrijfsleiders, waarvan voor 35% prioritair.
 Een beter sociaal statuut voor zelfstandige ondernemers is voor 35% prioritair en voor 40%
belangrijk (samen 75%).
 En de hervorming van het werkloosheidssysteem is een prioriteit voor 33% van de respondenten
en belangrijk voor nog eens 45% (tesamen 78%, iets hoger dan sociaal statuut voor zelfstandigen).
Algemene economische prioriteiten voor de komende verkiezingen (gerangschikt op som van 'prioritair' + 'belangrijk')
onbelangrijk
minder
'NIET BELANGRIJK'
belangrijk
belangrijk
(= onbelangrijk +
minder belangrijk)
prioritair
BELANGRIJK
(= belangrijk +
prioritair)
Verlagen van de belastingdruk
0%
4%
4%
34%
61%
96%
Wegwerken van de loonkostenhandicap
1%
5%
7%
25%
68%
93%
Efficiëntere en kleinere overheid
1%
13%
14%
38%
48%
86%
Administratieve vereenvoudiging in vergunningsprocedures
2%
17%
19%
46%
35%
81%
Hervorming van het werkloosheidssysteem
3%
20%
22%
45%
33%
78%
Flexibilisering van de arbeidsmarkt
3%
21%
24%
51%
26%
76%
Beter sociaal statuut voor zelfstandige ondernemers
4%
21%
25%
40%
35%
75%
Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
3%
23%
26%
59%
15%
74%
Energievoorziening aan competitieve prijzen
2%
25%
27%
51%
22%
73%
Vlottere financiering voor ondernemingen
4%
26%
30%
51%
19%
70%
De laatste 4 prioriteiten volgen op een lichte afstand doordat ze door minder ondernemers als
‘prioritair’ bestempeld worden, maar toch benoemt telkens meer dan 50% van de Limburgse
ondernemers ze als belangrijk en behalen ze globale scores van belangrijkheid tussen de 70 en 75%:
 De flexibilisering van de arbeidsmarkt: belangrijk voor 51%, prioritair voor 26%.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
6



Een zekere energievoorziening aan competitieve prijzen: eveneens belangrijk voor 51%, prioritair
voor 22%.
Een vlottere financiering voor ondernemingen: belangrijk voor 51%, prioritair voor 19%.
En tot slot de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt: belangrijk voor 59%, prioritair voor 15%.
Financiering van een loonlastenverlaging
Naast de uitgebreide lijst van algemene en specifiek Limburgse prioriteiten op economisch vlak, werd
bij de Limburgse ondernemers ook gepeild naar de financieringsmogelijkheden voor een significante
loonlastenverlaging. De respondenten konden hierbij meerdere suggesties formuleren geven.
Voor de Limburgse bedrijven moet in de eerste plaats de nadruk liggen op besparingen en op een
efficiëntere werking van de overheden:
 Besparingen in de overheidsuitgaven worden vermeld door 78% van de ondernemers;
 Een sterkere overheidsefficiëntie door 62%;
 En een rationalisering van de sociale zekerheidsuitgaven door 50%.
Pas daarna volgen andere financieringsmanieren :
 Voor 47% kunnen middelen gehaald worden uit een gerichtere bestrijding van de fiscale en sociale
fraude;
 Voor 39% kunnen/zullen bijkomende inkomsten gehaald worden uit de hierdoor nieuw gecreëerde
jobs (terugverdieneffecten).
Verhogingen van belastingen kunnen op het minste animo rekenen: hogere consumptiebelastingen
(BTW, accijnzen, …) kunnen nog een goedkeuring krijgen van 1 op 10 Limburgse bedrijven, maar een
vermogenswinstbelasting (7%), meer milieubelastingen (7%) of hogere kapitaalsbelastingen (6%)
worden niet toegejuicht. In de restcategorie ‘Andere’ werden onder meer voorstellen geformuleerd
voor een hervorming van ons belastingsstelsel en voor de aanpak van de werkloosheidsuitkeringen in
de tijd.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
7
2. Evaluatie van het voorbije regeringsbeleid
Populariteit Vlaanderen versus België?
De Vlaamse regering onder leiding van Kris Peeters krijgt globaal gezien een iets betere beoordeling
dan de federale regering van Elio Di Rupo.
Beide regeringen worden door de Limburgse ondernemers gebuisd op de vraag of ze voldoende
rekening hebben gehouden met de noden van het bedrijfsleven. De Vlaamse regering kan nog 3 op 10
ondernemers overtuigen, daar waar slechts 1 op 10 ondernemers eerder akkoord gaan dat de federale
regering oog had voor het bedrijfsleven in ons land.
De huidige federale regering heeft in de afgelopen legislatuur
voldoende rekening gehouden met de noden van het
bedrijfsleven
De huidige Vlaamse regering heeft in de afgelopen legislatuur
voldoende rekening gehouden met de noden van het
bedrijfsleven
Helemaal niet
akkoord
Eerder niet
akkoord
NIET
AKKOORD
Eerder
akkoord
Helemaal
akkoord
AKKOORD
40%
52%
91%
8%
1%
9%
Helemaal niet
akkoord
Eerder niet
akkoord
NIET
AKKOORD
Eerder
akkoord
Helemaal
akkoord
AKKOORD
18%
51%
69%
30%
0%
31%
Nauwelijks vooruitgang …
De 10 algemene economische prioriteiten die hiervoor benoemd werden voor de volgende
legislaturen van onze federale en Vlaamse regering, werden ook gebruikt voor een globale evaluatie
van het voorbije regeringsbeleid.
Het globale beeld oogt in elk geval niet fraai: de prioriteiten uit de top 3 voor de komende legislatuur
komen ook hier terug in de top 3 terug, jammer genoeg wel op het vlak van achteruitgang.
 Verlagen van de belastingdruk: 60% voelde een achteruitgang in de afgelopen jaren, voor 38%
was er een stilstand.
 Efficiëntere en kleinere overheid: voor 48% was er een achteruitgang, voor een even grote groep
van 47% een status quo.
 Wegwerken van de loonkostenhandicap: 38% voelde een achteruitgang in ons land, 58% een
status quo.
Het is duidelijk dat de Limburgse ondernemers de voorbije legislaturen vooral afrekenen op een
status quobeleid.
Zo zijn telkens ruim 6 op 10 bedrijven van mening dat ons land een status quo kent wat betreft een
vlottere financiering voor ondernemingen, een hervorming van het werkloosheidssysteem en de
administratieve vereenvoudiging in vergunningsprocedures. Wat de aansluiting onderwijsarbeidsmarkt en de flexibilisering van de arbeidsmarkt betreft, maken zelfs meer dan 7 op 10
ondernemers gewag van een stilstand.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
8
Voor slechts 2 van de 10 opgelijste prioriteiten wordt er voorzichtig gewag gemaakt van een
‘vooruitgang’ van 18% in de voorbije jaren: een beter statuut voor zelfstandige ondernemers, al ziet
68% hier een status quo en 15% een achteruitgang, en een energievoorziening aan competitieve
prijzen, maar hier ligt de 18% vooruitgang lager dan de 23% die een achteruitgang ervoer.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
9
3. Een veelheid van bestuursniveaus?
Europa ver van ons bed?
De impact van het Europese beleidsniveau op het bedrijfsleven in ons land wordt door Limburgse
bedrijven heel divers ingeschat:
 1 op 10 van de Limburgse bedrijven schatten dat Europa op hun zaak geen invloed heeft, een iets
grotere groep (13%) heeft er geen idee van.
 3 op de 10 bedrijven zien of voelen een Europese impact van meer dan 50%, waarvan de helft
meer dan 75%.
 De helft van de Limburgse bedrijven voelen een invloed van minder dan 50% op hun
bedrijfsvoering.
Europa gewenst of niet?
Ook al is de inschatting van Europa op zich moeilijk te maken, toch kregen de respondenten ook een
vraag of ze de (ingeschatte) invloed van Europa te groot, te klein of gepast voelen.
 1 op 4 Limburgse bedrijven heeft er geen idee van of geen mening over;
 Voor 1 op 5 bedrijven is de Europese invloed (veel) te groot;
 Iets meer dan 1 op 10 zegt dat de invloed te klein is;
 En voor 4 op 10 is de Europese invloed ‘gepast’.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
10
Een koppeling van de twee bovenstaande vragen met betrekking tot de gepercipieerde invloed van
Europa en de tevredenheid daarover, levert op zich weinig verrassende conclusies:
 In de bedrijven die een Europese invloed van minder dan 25% voelen, is grosso modo de helft
van de ondernemers tevreden met deze invloed: 51% bij de groep die minder dan 10% invloed
voelt, 57% bij de groep die 10-25% invloed van Europa voelt.
 Naarmate de invloed van Europa op de bedrijfsvoering stijgt, groeit ook de groep die deze
invloed te groot of veel te groot voelt: bij de bedrijven die respectievelijk 25-50% en 50-75%
invloed voelen zegt nog altijd bijna de helft deze invloed gepast te vinden, maar de Europese
inmenging wordt door 36% benoemd voor de groep met 25-50% invloed en door maar liefst 46%
voor de groep met 50-75% invloed.
 Bij de bedrijven die 75 tot 100% Europese invloed voelen daalt het aantal dat deze invloed gepast
vindt tot 32%, terwijl bijna de helft (46%) de invloed (veel) te groot vindt.
Impact van Europa
Veel te klein
Te klein
Gepast
Te groot
Veel te groot
Geen idee
Nihil
12%
8%
12%
2%
4%
61%
<10%
9%
11%
51%
5%
0%
25%
10-25%
2%
13%
57%
21%
1%
5%
25-50%
1%
8%
47%
33%
3%
8%
50-75%
0%
7%
46%
31%
15%
2%
75-100%
5%
14%
32%
14%
32%
5%
Geen idee
2%
2%
2%
0%
2%
93%
Algemeen
4%
9%
40%
16%
5%
26%
En als we konden kiezen?
Gesteld dat er slechts één bestuursniveau als enige bevoegd zou zijn voor het economisch beleid en
het ondernemersbeleid, welk niveau dient dat dan voor u te zijn? Op deze vraag konden de Limburgse
ondernemers en bedrijfsleiders slechts 1 antwoord geven.
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
11




Voor meer dan de helft van de bedrijven (53%) krijgt Vlaanderen de voorkeur om als enige
bevoegd te zijn voor het economisch beleid.
Het federale niveau wordt aangeduid door 3 op 10 bedrijfsleiders (28%).
En Europa krijgt een stem van 16% van de ondernemers.
Alhoewel de gemeenten een belangrijk aanspreekpunt zijn voor ondernemers, maken ze in deze
opsomming geen indruk, met een score van 1%, net zomin als de provincie (2%).
De samenvallende verkiezingen van 25 mei en de gelijklopende legislaturen van 5 jaar voor zowel de
Vlaamse als de federale regering (in plaats van 4 jaar nu voor het federale niveau en 5 jaar voor
Vlaanderen) verhogen volgens 7 op 10 Limburgse ondernemers wel de kans op het doorvoeren van
noodzakelijke drastische hervormingen.
Samenvallende verkiezingen (federaal en regionaal) verhogen
de kans op het doorvoeren van de noodzakelijke drastische
hervormingen
Helemaal niet
akkoord
Eerder niet
akkoord
NIET
AKKOORD
Eerder
akkoord
Helemaal
akkoord
AKKOORD
6%
22%
28%
52%
19%
72%
UNIZO-Limburg en VKW Limburg – De verkiezingen van 25 mei 2014
12
Download