Signalen nader bekeken

advertisement
Signalen nader bekeken
Onderzoek naar signalen van huiselijk geweld
Opdrachtgever project
Advies en Steunpunt Huiselijk Geweld Zeeland (ASHGZ)
Projectleden
Reinier van Belle
Willemijn Boone
Henk Jansen
Christien van Midloo
Mirjam Traas
Simone Wattel
Uitvoerders project zijn verbonden aan
Hogeschool Zeeland te Vlissingen
Hbo- Maatschappelijk Werk en Dienstverlening
Projectbegeleider
Drs. Petra de Bil
Kader
Afstudeeropdracht Werken Aan een Project (WAP)
Tijdspad
December 2006 tot en met juni 2007
Voorwoord
Dit onderzoeksrapport is opgesteld door 6 studenten van de Hogeschool Zeeland. Het rapport is
vervaardigd in het kader van de afstudeeropdracht voor de opleiding Hbo-MWD van de
onderwijseenheid ‘Werken aan een Project’ (WAP). De opdrachtgever is het Advies- en Steunpunt
Huiselijk Geweld Zeeland (ASHGZ). Dit advies- en steunpunt wordt voor de duur van de projectfase
aangestuurd door mevrouw R. Teeuwsen. Zij is projectmanager en tevens de contactpersoon voor de
WAP-groep. De onderzoeksopdracht is gericht op het inzichtelijk maken welke signalen door
slachtoffers van huiselijk geweld in Zeeland worden afgegeven.
De projectgroep wil iedereen bedanken die bijgedragen heeft aan de totstandkoming van dit rapport.
In het bijzonder geldt dit voor de respondenten. Zij hebben met enthousiasme, inzet en het in ons
gestelde vertrouwen gezorgd voor de basis van het onderzoek.
Inhoudsopgave
Inleiding
1
1.1
1.2
1.3
1.4
1.5
Probleemverkenning en definiëring
Beschrijving huiselijk geweld
Slachtoffers en gevolgen
Onderzoeksprobleem
Projectdoelen
Doelgroepen
1
1
1
2
2
3
2
2.1
4
2.2
2.3
Theoretische onderbouwing
De pragmatische aspecten van de menselijke
communicatie volgens Watzlawick
Huisartsen en de herkenning van ‘huiselijk geweld’
De communicatietheorie
4
5
6
3
3.1
3.2
3.3
3.3.1
3.3.2
3.3.3
3.3.4
3.4
3.4.1
3.4.2
3.4.3
Verantwoording onderzoek
Opzet onderzoek
Methoden van onderzoek
Verantwoording interviews en enquête
Slachtoffers
Huisartsen
Leerkrachten
Enquête
Betrouwbaarheid, generalisatie en validiteit van het onderzoek
Betrouwbaarheid
Generalisatie
Validiteit
8
8
9
9
9
9
10
10
10
10
10
11
4
4.1
4.1.1
4.1.2
4.1.3
4.1.4
4.1.5
4.1.6
4.1.7
4.1.8
4.2
4.2.1
4.2.2
4.3
4.3.1
4.3.2
4.3.3
4.4
4.4.1
4.4.2
4.4.3
4.4.4
4.4.5
Resultaten onderzoek
Interviews slachtoffers van huiselijk geweld
Soorten huiselijk geweld
Hoe is het huiselijk geweld gestopt
Duur van het huiselijk geweld
Signalen die afgegeven zijn
Werden signalen opgepikt en zo ja, door wie?
Rol van de huisarts
Rol van de leerkracht
Was er hulpverlening en zo ja, welke hulp?
Interviews huisartsen
Signalering door huisartsen
Uitkomst interviews
Interviews leerkrachten
Signalen
Protocol
Scholing
Enquête onder leerkrachten binnen Zeeland
Doel
De onderzoeksgroep
Signalen
Protocol
Scholing
12
12
12
12
13
13
14
15
15
16
16
16
16
18
18
19
19
19
19
19
20
20
21
5
5.1
5.2
5.2.1
5.2.2
5.3
5.3.1
5.3.2
5.4
5.4.1
5.4.2
5.4.3
Analyse onderzoek
Analyse interviews slachtoffers
Analyse interviews huisartsen
Signalering door huisartsen
Het herkennen van signalen
Analyse interviews leerkrachten
Signaleren
Protocol
Analyse van de enquête
Signalen
Protocol
Scholing
22
22
23
23
24
24
24
25
25
25
25
26
6
6.1
6.2
Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
Aanbevelingen
27
27
28
Nawoord
Literatuurlijst
Bijlagen
Inleiding
Aanleiding voor dit onderzoek is dat het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld Zeeland (ASHGZ), in
de persoon van mevrouw R. Teeuwsen, projectmanager, in 2006 aan het Lectoraat Veiligheid van de
Hogeschool Zeeland gevraagd heeft om als onderdeel van kwaliteitszorg een verbinding aan te gaan
met dit Lectoraat. Voor het Lectoraat was dit interessant, omdat huiselijk geweld een onderdeel is van
sociale veiligheid; Een band met het ASHGZ is verder interessant vanuit de integratie van theorie en
praktijk en het noodzakelijke onderhoud van contacten met het Zeeuwse werkveld.
Het ASHGZ is een Zeeuws samenwerkingsverband tussen bestuurlijke-, justitiële en niet-justitiële
(hulpverlenings) ketens. Deze organisaties hebben op 22 april 2005 gezamenlijk een
Raamovereenkomst getekend. Deze Raamovereenkomst is te raadplegen op de website:
www.ashgz.nl . Het ASHGZ is opgezet als project dat loopt tot eind 2007. Tijdens de projectduur
zullen ook voorstellen moeten worden ontwikkeld, over hoe de hulpverlening kan worden verbeterd,
zowel inhoudelijk en organisatorisch. Tevens ontbreekt nu een algemeen beeld welke processen er
zich in gezinnen afspelen, hoe de omgeving hierop reageert, hoe de hulpverlening daarop inspeelt en
wat de effecten daarvan zijn op de leden van het gezin waar het huiselijk geweld zich afspeelt.
Vanuit de onderzoeksonderwerpen, die zijn aangedragen hebben wij als werkgroep gekozen voor het
onderwerp: ‘Huiselijk geweld is vaak al lang aan de gang voordat het openbaar wordt’.
Als projectgroep komen we tot de volgende concreet omschreven probleemstelling:
•
Welke signalen zendt een slachtoffer van huiselijk geweld uit en hoe worden deze
signalen “gelezen” door leerkrachten en huisartsen in Zeeland?
Het onderzoek van de projectgroep is gericht op die signalen: Om welke signalen gaat het? Hoe
moeten die signalen worden ‘gelezen’? Wat kunnen leerkrachten en huisartsen vervolgens doen met
die signalen?
In het rapport worden afkortingen gebruikt, deze zijn gespecificeerd in een verklarende lijst.
Het rapport heeft de volgende opbouw:
Hoofdstuk 1:
Beschrijving van de definities van huiselijk geweld, de slachtoffers en gevolgen van
het huiselijk geweld. Vervolgens belicht de projectgroep het onderzoeksprobleem met
aansluitend de probleemstelling.
Hoofdstuk 2:
Beschrijving van de 5 axioma’s van Watzlawick, een proefschrift over de rol van
huisartsen in de herkenning van partnergeweld en de communicatietheorie.
Hoofdstuk 3:
Beschrijving van de opzet van het onderzoek en welke respondenten de projectgroep
heeft benaderd.
Hoofdstuk 4:
Beschrijving van de onderzoeksresultaten.
Hoofdstuk 5:
Beschrijving van de analyses van de interviews en enquête.
Hoofdstuk 6:
Beschrijving conclusies en aanbevelingen met behulp van de resultaten van de
literatuurstudie en het praktijkonderzoek.
Vervolgens het nawoord, geraadpleegde literatuur, bronnen en bijlagen.
Hoofdstuk 1 Probleemverkenning en definiëring
Inleiding
In hoofdstuk 1 beschrijft de projectgroep de definities van huiselijk geweld, de slachtoffers en
gevolgen van het ‘huiselijk geweld’. Vervolgens wordt het onderzoeksprobleem beschreven en
aansluitend formuleert de projectgroep de probleemstelling en worden de projectdoelen en de
doelgroepen genoemd.
1.1 Beschrijving huiselijk geweld
Wat verstaan we onder ‘huiselijk geweld’? Daarvoor hanteren we de definitie van huiselijk geweld
zoals deze is opgenomen in de Raamovereenkomst, deze Raamovereenkomst is te raadplegen op de
website: www.ashgz.nl, tussen onze opdrachtgever ASHGZ en de ketenpartners. Definitie: ‘Geweld
dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Onder geweld wordt de
aantasting van de persoonlijke integriteit verstaan met daarbij een onderscheid tussen psychisch en
lichamelijk (waaronder seksueel) geweld. De huiselijke kring van het slachtoffer bestaat uit
(ex)partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Het begrip ‘huiselijk’ betreft hier de relatie
tussen dader en slachtoffer en niet de ‘locatie’1.
‘Huiselijk geweld’ is de meest voorkomende geweldsvorm in onze samenleving. Bij geen enkele
geweldsvorm vallen zo veel slachtoffers als bij ‘huiselijk geweld’.
In Nederland is meer dan een kwart van de bevolking (in een bepaalde periode of meerdere perioden
van zijn of haar leven) wekelijks of dagelijks slachtoffer (geweest) van huiselijk geweld. ‘Huiselijk
geweld’ is geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer wordt gepleegd. Anders
dan bij andere geweldsvormen, maken slachtoffer en pleger deel uit van elkaars leefomgeving.
Daardoor ligt ook de recidive zo hoog. Altijd speelt er, behalve de slachtoffer/ plegerrelatie, nog een
andere relatie mee; die van partner, die van ouder en kind, die van broer en zus, die van huisvriend.
‘Huiselijk geweld’ komt voor in alle maatschappelijke milieus en binnen alle culturen.
Als een mens zich ergens veilig moet voelen dan is dat wel in de eigen privé-omgeving. En toch is de
kans dat men juist daar slachtoffer wordt van geweldgebruik groter dan in de publieke ruimte2.
1.2 Slachtoffers en gevolgen
Uit de profielanalyse van slachtoffers blijkt dat ruim 76% van het vrouwelijke geslacht is. De meeste
slachtoffers (50,4%) zijn tussen de 25 en 45 jaar. Bij seksueel geweld echter is ruim 20% van de
slachtoffers tussen de 0 en 12 jaar en 23% tussen de 12 en 18 jaar3. Uit recent onderzoek blijkt dat
kinderen die opgroeien in een sfeer van huiselijk geweld, zelfs als zij niet direct het slachtoffer zijn,
aanmerkelijk vaker problemen hebben of probleemgedrag vertonen dan andere kinderen.4 Deze
kinderen kunnen depressief worden, gaan slechter presteren op school of spijbelen. Maar ook
vertonen zij eerder crimineel en gewelddadig gedrag dan andere kinderen en hebben een grotere
kans als volwassene gewelddadig gedrag ‘op te zoeken’, als pleger of als slachtoffer. In het gezin
wordt de basis gelegd voor waarden als respect en tolerantie, voor normen die verband houden met
sociaal acceptabele manieren om emoties te hanteren. Voor een kind dat dit niet krijgt, is het moeilijk
zijn positieve competenties tot ontwikkeling te brengen5.
Zoals uit bovenstaande cijfers valt af te leiden is 76% van de slachtoffers van het vrouwelijke geslacht.
Mishandelde vrouwen bezoeken bijna twee keer zo vaak de huisarts met allerlei onverklaarbare
klachten, en gebruiken drie tot zeven keer meer pijnstillers. Deze klachten kunnen gezien worden als
een vorm van communicatie waarmee een signaal afgegeven wordt. Huisartsen herkennen dit
probleem onvoldoende en krijgen hierin nauwelijks scholing6. Ook het probleemgedrag van kinderen
kan een signaal van huiselijk geweld zijn. De vraag is echter of deze signalen opgepakt worden en
wat er vervolgens mee wordt gedaan.
1
Definitie van het ministerie van Justitie, zie de nota “Privé Geweld - Publieke Zaak”, Een nota over de gezamenlijke aanpak
van huiselijk geweld van het ministerie van Justitie, Den Haag, april 2002
nota “Privé Geweld - Publieke Zaak” van het ministerie van Justitie en het onderzoek “Huiselijk geweld, aard, omvang en
hulpverlening” van Bureau Intomart.
3
http://www.huiselijkgeweld.nl/doc/feiten/huiselijkgeweldsept 2006.pdf
4
nota “Privé Geweld - Publieke Zaak” van het ministerie van Justitie en het onderzoek “Huiselijk geweld, aard, omvang en
hulpverlening” van Bureau Intomart.
5
nota “Privé Geweld - Publieke Zaak” van het ministerie van Justitie en het onderzoek “Huiselijk geweld, aard, omvang en
hulpverlening” van Bureau Intomart.
6
http://www.huiselijkgeweld.nl/feitencijfers/huisarts_partnergeweld.html
2
1
1.3 Onderzoeksprobleem
Het onderzoeksprobleem is dat huiselijk geweld al vaak lang aan de gang is voordat het openbaar
wordt. Het onderzoek richt zich op de vraag welke signalen slachtoffers uitzenden. Daarbij wordt
gekeken welke signalen door de slachtoffers al eerder zijn uitgezonden.
Tevens wordt gekeken naar wat huisartsen en leerkrachten (basisonderwijs, voortgezet onderwijs) in
Zeeland kunnen betekenen vanuit hun professionele functie en plicht voor slachtoffers van huiselijk
geweld.
De huidige situatie houdt in dat het onduidelijk is welke signalen al zijn uitgezonden door slachtoffers
van huiselijk geweld voordat de omgeving in actie komt. Ook is onduidelijk of huisartsen en
leerkrachten in Zeeland volgens een protocol handelen in situaties waarin sprake is van huiselijk
geweld. Een wenselijke situatie zou kunnen zijn dat het duidelijk kan worden welke signalen
slachtoffers van huiselijk geweld uitzenden, voordat of zonder dat ze huiselijk geweld openbaar
maken, zodat de omgeving in actie kan komen. Tevens zou het een wenselijke situatie zijn dat alle
huisartsen en leerkrachten in Zeeland handelen volgens een protocol in situaties waarin sprake is van
huiselijk geweld.
Naar aanleiding van een eerste literatuurstudie van de projectgroep werd al snel een discrepantie in
signalen ontdekt tussen slachtoffers(de zender) en huisartsen en leerkrachten(de ontvangers) in
Zeeland. Specifiek gericht op het uiten van deze signalen (slachtoffers) en het lezen hiervan
(leerkrachten en huisartsen). Als projectgroep komen we dan tot de volgende concreet omschreven
probleemstelling:
•
Welke signalen zendt een slachtoffer van huiselijk geweld uit en hoe worden deze
signalen “gelezen” door leerkrachten en huisartsen in Zeeland?
1.4 Projectdoelen
We willen met het onderzoek, eerder dan nu het geval is, huiselijk geweld op het spoor komen in
Zeeland. Door een lijst met signalen op te stellen die wijzen op mogelijke geweldpleging in huiselijke
kring. Deze lijst moet tot stand komen door het interviewen van slachtoffers van huiselijk geweld,
huisartsen en leerkrachten (zowel van basisonderwijs als voortgezet onderwijs) in Zeeland. Tevens
willen we via een enquête de groep leerkrachten benaderen. De respons van deze enquête dient 35%
of meer te bedragen om een representatief beeld te krijgen van de te beschrijven doelgroep7. Verder
wordt er literatuur- en dossieronderzoek gedaan door de projectleden. Vervolgens dient onderzocht te
worden, hoe deze signalen moeten worden geïnterpreteerd; Welke actie moet volgen van de huisarts
en van de leerkracht bij een vermoeden van huiselijk geweld in Zeeland.
Onze algemene, globale doelstelling is:
Bijdragen tot vermindering van het aantal slachtoffers van huiselijk geweld in Zeeland door
vroegtijdige signalering bij leerkrachten en huisartsen.
Meer specifiek is ons doel:
Inzichtelijk maken welke signalen door slachtoffers van huiselijk geweld in Zeeland worden afgegeven.
Het onderzoek van de projectgroep is gericht op die signalen: Om welke signalen gaat het? Hoe
moeten die signalen worden geïnterpreteerd? Wat kunnen leerkrachten en huisartsen vervolgens
doen met die signalen?
7
"Bij enquêtes ligt de ondergrens van de respons lager dan bij interviews, 30% is geen uitzondering".
Swanborn, P.G. (1987) Methoden van sociaalwetenschappelijk onderzoek. Amsterdam/Meppel: Boom.
2
1.5 Doelgroepen
De projectgroep heeft gekozen voor de doelgroep slachtoffers als zender van signalen en de
doelgroepen huisartsen en leerkrachten in Zeeland als ontvangers van signalen. De reden hiervan is,
dat de projectgroep op deze manier het onderzoek kan inkaderen. Bovendien krijgen deze
beroepsgroepen bij uitstek te maken met signalen van huiselijk geweld. Zoals hierboven beschreven,
bezoeken mishandelde vrouwen vaak hun huisarts met onverklaarbare klachten. Scholen zijn bij
uitstek plaatsen waar (een vermoeden van) huiselijk geweld, waarbij kinderen betrokken zijn,
gesignaleerd kan worden. Leerkrachten brengen veel tijd door met de kinderen, hebben een
vertrouwensrelatie met hen opgebouwd en kunnen een belangrijke signaalfunctie vervullen.
Conclusie
De projectgroep zal zich richten op de probleemstelling: Welke signalen zendt een slachtoffer van
huiselijk geweld uit en hoe worden deze signalen ‘gelezen’ door leerkrachten en huisartsen in
Zeeland?
3
Hoofdstuk 2 Theoretische onderbouwing
Inleiding
In dit hoofdstuk beschrijven we als projectgroep de vijf axioma’s van Watzlawick, een proefschrift over
de rol van huisartsen in de herkenning van partnergeweld ( “The doctor and the woman ‘who fell down
the stairs’”, geschreven door Sylvie Lo Fo Wong) en de communicatietheorie.
2.1 De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie volgens Watzlawick
Ons onderzoek richt zich op signalen die worden afgegeven door slachtoffers van huiselijk geweld.
Het doel dat we als projectgroep nastreven, is dat de zender en ontvanger van signalen op elkaar
afgestemd zijn. Als de signalen van huiselijk geweld worden herkend door de ontvanger en erkend
door het slachtoffer kan een vicieuze geweldscirkel doorbroken worden. Bij aanvang van het
onderzoek is de projectgroep ervan uitgegaan dat ieder slachtoffer signalen uitzendt. De axioma’s
(veronderstellingen) van Watzlawick bieden daarbij een interessant theoretisch uitgangspunt8. Hij
beschrijft, aan de hand van veronderstellingen, de pragmatische (op het gedrag betrekking hebbende)
aspecten van de menselijke communicatie. Hierna volgt een omschrijving van de axioma’s met daarbij
een korte uitleg.
Omschrijving van het eerste axioma van Watzlawick: Men kan niet niet communiceren.
Volgens Watzlawicks “Pragmatics of Human Communication” is alle gedrag communicatie. Gedrag
heeft geen tegenstelling. Er bestaat niet zoiets als niet-gedrag, of anders gezegd, men kan zich niet
niet gedragen. Als men er van uit gaat dat alle gedrag in een situatie van interactie een berichtwaarde
heeft, dus communicatie is, dan volgt daaruit dat men niet niet kan communiceren. De afwezigheid
van het gesproken woord vormt daar geen uitzondering op. Communicatie hoeft daarbij niet
vooropgezet, bewust of geslaagd te zijn.
Slachtoffers van huiselijk geweld communiceren; hun gedrag wordt beïnvloed door wat ze meemaken.
Bewust of onbewust worden signalen uitgezonden. Of deze signalen door de ontvanger ervan ook
worden begrepen is van meerdere factoren afhankelijk.
Omschrijving van het tweede axioma van Watzlawick: Elke communicatie bezit een inhoud- en een
betrekkingsaspect. Laatstgenoemde classificeert de eerste en valt daarmee onder metacommunicatie.
Communicatie brengt niet alleen informatie over, maar legt ook gedrag op. Deze noemt men wel de
‘rapport’- en de ‘bevel’-aspecten van de communicatie 9. Het rapportaspect is dan de inhoud van het
bericht; het bevelaspect is de manier waarop een bericht moet worden opgevat en gaat over de
betrekking tussen de communicerende personen. Betrekkingen zijn zelden overwogen; men is er zich
vaak niet van bewust. Toch speelt de relatie tussen personen in de communicatie vaak een bepalende
rol. Als de relatie goed is, zal de inhoud van de communicatie beter worden begrepen; het
verhoudingsaspect raakt op de achtergrond. Bij een slechte relatie staat de aard van de betrekking
vaak ter discussie en zal de inhoud van de communicatie steeds onbelangrijker worden10.
Slachtoffers van huiselijk geweld zullen vaak non-verbale signalen uitzenden. Schaamte,
schuldgevoel, angst, loyaliteit en afhankelijkheid van de dader(s) weerhoudt hen om verbaal uiting te
geven aan hun gevoelens en de situatie waarin ze verkeren. Geïnterviewde vrouwelijke slachtoffers in
de vrouwenopvang gaven aan, dat het belangrijk is dat ze serieus genomen worden en zich op hun
gemak kunnen voelen bij een persoon11. Als een slachtoffer zich veilig voelt en de relatie goed is,
wordt de inhoud van de communicatie belangrijker.
Omschrijving van het derde axioma van Watzlawick: Het karakter van een betrekking is afhankelijk
van de interpunctie van de reeksen communicaties tussen de communicerende personen.
Interpunctie is het ordeningsproces van selectie en betekenisgeving12. Interpunctie is afgeleid van het
Latijnse interpungere, dat door punten gescheiden betekent. Interpunctie is dus eigenlijk het zetten
van leestekens en is daarom synoniem voor ordening, zienswijze of logica.
8
Watzlawick, P., Helmick Beavin, J., Jackson, D.D.(1970) De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie.
Deventer: van Loghum Slaterus
9
Bateson, G. (1955) A Theory of Play and Fantasy. Psychiatric Research Reports.
10
Watzlawick, P., Helmick Beavin, J., Jackson, D.D.(1970) De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie.
Deventer: van Loghum Slaterus
11
Quickscan Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld (2004). Zonder drempels. Amsterdam: Stichting Alexander
12
Hoffman, E. (2002) Interculturele gespreksvoering. Theorie en praktijk van het topoi-model. Houten/Diegem: Bohn Stafleu
4
Verschillen in ordening van de werkelijkheid ofwel interpretatieverschillen kunnen aanleiding zijn tot
misverstanden. Het feit dat een patiënte bij de huisarts vertelt, dat er thuis vaak sprake is van ruzie,
kan door de huisarts uitgelegd worden als vanzelfsprekend, omdat de patiënte net verteld heeft nog
maar sinds kort samen te wonen met haar partner in een tweekamerappartement. Hetzelfde feit, kan
door de patiënte verteld zijn met de bedoeling de huisarts een verklaring te geven voor haar witte
gelaatskleur en de blauwe plekken op haar borsten, die haar partner gisteren heeft bewerkt.
Omschrijving van het vierde axioma van Watzlawick: Mensen communiceren zowel digitaal als
analoog.
Watzlawick stelt dat we als mensen zowel digitaal (verbaal) als analoog (non-verbaal) communiceren.
Dit gegeven gevoegd bij het inhoud- en betrekkingsaspect van iedere communicatie, betekent dat de
vormen naast elkaar bestaan, maar elkaar ook aanvullen. Het inhoudsaspect wordt voornamelijk
digitaal overgebracht, het betrekkingsaspect is overwegend analoog van karakter. Het moeilijke van
analoge communicatie is, dat het vaak niet eenduidig is uit te leggen. Zo kan een gebalde vuist
agressie aanduiden maar ook een poging zijn tot zelfcontrole. Er zijn tranen van verdriet en er zijn
tranen van vreugde.
Voor de overwegend analoge communicatie van slachtoffers van huiselijk geweld geldt ook deze
complexiteit; non-verbale communicatie is vaak voor meerdere uitleg vatbaar. Wat is de boodschap?
Omschrijving van het vijfde axioma van Watzlawick: Elke uitwisseling van communicaties is ofwel
symmetrisch ofwel complementair, al naar gelang ze gebaseerd is op gelijkheid of verschil.
De betrekking tussen twee personen ondergaat van tijd tot tijd een wijziging, er is een tendens tot
geleidelijke verandering. Als de betrekking gebaseerd is op gelijkheid, dan vertonen de
gedragspatronen van de personen elkaars spiegelbeeld. De verandering in de betrekking kan
escaleren en in een concurrentiestrijd ontaarden, maar er blijft sprake van gelijkheid. Een betrekking
kan ook bestaan op basis van verschil. In dat geval vult het gedrag van de één het gedrag van de
ander aan. Deze interactie wordt complementair genoemd. Een complementaire betrekking, kan de
typische stijl zijn waarin een koppel zijn betrekking heeft gegoten. Een complementaire betrekking kan
ook uit de sociale context bestaan, zoals in het geval van een huisarts en een patiënt, maar ook de
relatie leerkracht – leerling is complementair. Kenmerkend voor complementaire interactie is dat
(geleidelijke) verandering leidt tot vergroting van het verschil. Dit omdat de verschillende
gedragspatronen elkaar doorgaans versterken.
2.2 Huisartsen en de herkenning van huiselijk geweld
Mishandelde vrouwen zoeken op grote schaal de hulp van hun huisarts met vage klachten of
verwondingen. Meestal praten ze niet over hun geweldservaringen met de huisarts. Huisartsen, die
een belangrijke rol kunnen vervullen in het herkennen van mishandelde vrouwelijke patiënten, missen
grotendeels het geweld als achtergrond van de gepresenteerde klachten13.
Een citaat uit “The doctor and the woman “who fell down the stairs”14:
”I fell down the stairs again,.. No questions asked. What about the burn on my hand? The missing
hair? The teeth? I waited to be asked. Ask me. Ask me. Ask me. I’d tell her. I’d tell them everything.
Look at the burn. Ask me about it. Ask.
No” .
Sylvie Lo Fo Wong heeft in een proefschrift op het gebied van de Medische Wetenschappen
onderzoek gedaan naar de rol van huisartsen in de herkenning van huiselijk (met name partner-)
geweld. Het onderzoek is uitgevoerd in Rotterdam vanuit huisartsenpraktijken en heeft o.a. de
volgende doelstelling: Het verbeteren van het inzicht omtrent de drempels van huisartsen in de
herkenning van partnergeweld en het ontwikkelen van een effectief middel om deze drempels te
overwinnen.
Van Loghum
Lo Fo Wong, S. (2006) The doctor and the woman “who fell down the stairs”. Rotterdam: Vintage
14
Lo Fo Wong, S. (2006) The doctor and the woman “who fell down the stairs”. Rotterdam: Vintage
13
5
Een aantal onderzoeksvragen die Lo Fo Wong daarbij formuleert:
•
•
•
Maakt een training in het herkennen van huiselijk geweld huisartsen bewuster van het
onderwerp met als gevolg dat actieve vraagstelling toeneemt?
Wat vonden vrouwen het belangrijkste in het onthullen van de mishandeling bij de huisarts en
welke invloed heeft dit op hun situatie gehad?
Is het mogelijk om bij mishandelde vrouwen kenmerken of een patroon te onderscheiden in
het zorggebruik in de huisartsenpraktijk?
Het onderzoek komt met de volgende resultaten:
Huisartsen die deelnamen aan een training in het herkennen van huiselijk geweld werden 5 tot 10
maanden later geïnterviewd. Zij gaven allen aan dat ze zich meer bewust waren van de mogelijkheid
van huiselijk geweld bij vrouwelijke patiënten; hun criteria om dit te vermoeden waren toegenomen.
Gesprekken met 36 vrouwen, die huiselijk geweld hadden onthuld bij de huisarts, wezen uit dat het
merendeel van de vrouwen het belangrijkste vond, dat de huisarts met hen communiceerde, luisterde
en vragen stelde over hun situatie. Empathie, betrokkenheid, een vriendelijk en aandachtig luisterende
houding in combinatie met emotionele steun werden als zeer prettig ervaren. Daarnaast werd
richtinggevende hulp en stimulering om te handelen positief benoemd.
Na een jaar bleek dat tweederde van de 36 eerder geïnterviewde vrouwen daadwerkelijk een
verandering ervaren in hun situatie. Voor eenderde was er niets veranderd. Hieruit blijkt dat het de
moeite loont dat huisartsen vragen naar geweld. Het is vaak onvoldoende om dat eenmalig te doen.
Mishandelde vrouwen (en eventuele kinderen) moeten verder gevolgd worden. Maar: praten met de
huisarts blijkt voor vrouwen, die te maken hebben met huiselijk geweld, belangrijk in het veranderen
van de situatie.
In antwoord op de vraag of er een patroon is waar te nemen in het zorggebruik van mishandelde
vrouwen, zijn geanonimiseerde gegevens van 92 mishandelde vrouwen uit elektronische dossiers
verzamelt. In vergelijking met de gemiddelde vrouwelijke patiënt, consulteert een mishandelde vrouw
de dokter bijna tweemaal zoveel. De jongste en middelbare leeftijdscategorie gebruikte zeven keer
zoveel pijnstillers en de ouderen drie keer zoveel. Pijn, in alle verschijningsvormen, was de meest
gepresenteerde gezondheidsklacht.
2.3 De communicatietheorie
Bij het uitvoeren van de opdracht van het ASHGZ door de projectgroep, rezen er steeds meer vragen
over signalen. Welke signalen zenden slachtoffers van huiselijk geweld uit? Waarom is er vaak sprake
van miscommunicatie tussen zender en ontvanger?
De communicatietheorie geeft hiervoor een aantal verklaringen15.
In de communicatietheorie noemt men de informatie die men overdraagt de boodschap. De persoon
die een boodschap aan de ander overdraagt wordt de zender genoemd en de persoon die de
boodschap ontvangt noemt men de ontvanger. Bij communicatie is er sprake van
tweerichtingsverkeer. Dit wil zeggen dat de ontvanger ook zender is. De ontvanger reageert namelijk
altijd op de zender.
Er wordt gekozen voor een manier voor het overbrengen van de boodschap. Dit kan bijvoorbeeld door
middel van schrift, woorden, gebaren of lichaamstaal. Het medium waarvan gebruik wordt gemaakt bij
het overbrengen van de boodschap noemt men het kanaal.
Of de boodschap inderdaad bij de ander over komt, is afhankelijk van verschillende factoren:
• Er zijn externe factoren die de ontvanger afleiden en daardoor de communicatie verstoren;
deze wordt externe ruis genoemd.
• Het juiste begrip van de overgebrachte informatie kan ook worden belemmerd door interne
factoren bij de ontvanger. Dit wordt interne ruis genoemd. De ontvanger kan bijvoorbeeld
onjuiste verwachtingen hebben met betrekking tot de boodschap, geëmotioneerd zijn of te
weinig voorkennis hebben over het onderwerp. Hij kan ook afgeleid zijn door zijn eigen
gedachten.
15
Janssen,H. (1999). Als praten bij je werk hoort: gespreksvaardigheden voor hulp- en dienstverleners. Amsterdam: Boom.
6
In een schema ziet dat er als volgt uit:
Als we over communicatie spreken, bedoelen we gewoonlijk de bewuste informatieoverdracht. Hierbij
is het de bedoeling dat een boodschap die de zender (bewust) aan de ontvanger overdraagt, door
hem ook begrepen wordt. Om een boodschap duidelijk over te brengen, zal de zender deze zoveel
mogelijk open en eerlijk vertellen, zodat deze begrepen wordt door de ontvanger.
Bij een taboe als huiselijk geweld gaat het vaak om onbewuste informatieoverdracht; uit angst,
schaamte, liefde, schuldgevoel of loyaliteit wil men het geweld niet openbaar maken.
Alle voornoemde factoren dragen ertoe bij dat signalen van slachtoffers van huiselijk geweld vaak niet
opgemerkt worden.
De projectgroep hoopt met de uitkomsten van dit onderzoek een bijdrage te leveren aan de
(h)erkenning van huiselijk geweld door meer duidelijkheid te geven omtrent de signalen.
Conclusie
De projectgroep zal zich bij het onderzoek naar signalen van huiselijk geweld richten op de theorie
van Watzlawick, het onderzoek van Lo Fo Wong en de communicatietheorie.
7
Hoofdstuk 3 Verantwoording onderzoek
Inleiding
In dit hoofdstuk is beschreven hoe het onderzoek is opgezet en welke respondenten de projectgroep
heeft benaderd.
3.1 Opzet onderzoek
De projectgroep heeft gekozen voor het onderwerp huiselijk geweld omdat het een belangrijk
maatschappelijk probleem betreft dat onvoldoende aandacht krijgt.
Door het schrijven van dit rapport hoopt de projectgroep een belangrijke bijdrage te leveren aan het
werk van ASHGZ. Het uiteindelijke doel is, niet alleen het verminderen van huiselijk geweld in
Zeeland, maar het verminderen van huiselijk geweld landelijk.
Om de opdracht helder te krijgen, heeft een oriënterend gesprek plaatsgevonden met de
projectmanager van ASHGZ. Daarnaast heeft literatuuronderzoek plaatsgevonden en hebben 2 leden
van de projectgroep een presentatie over huiselijk geweld bijgewoond, welke door de projectmanager
is verzorgd.
Naar aanleiding van de opdracht die door ASHGZ is gegeven, is de projectgroep bij beslisdocument 1
tot de volgende onderwerpen gekomen die moeten worden onderzocht:
• De positieve en negatieve mechanismen binnen gezinnen waar geweld voorkomt. Dit leidt tot
de volgende onderzoeksvraag: wat weerhoudt slachtoffers van huiselijk geweld om er mee
naar buiten te komen?
• De reactie van de omgeving op geweld. Dit leidt tot de onderzoeksvraag: wat is de rol van de
huisarts, de leerkracht, de buurman of buurvrouw, de kennis of het familielid?
• De signalen die slachtoffers afgeven. Dit kan leiden tot de onderzoeksvraag: welke signalen
worden door slachtoffers van geweld uitgezonden (maar door de omgeving wellicht niet
opgepikt)?
Na beslisdocument 1 heeft een vooronderzoek plaatsgevonden. In dit kwalitatief vooronderzoek heeft
de projectgroep 6 diepte-interviews gehouden met:
• 3 slachtoffers van huiselijk geweld
• 1 vertrouwensarts
• 1 huisarts
• 1 vakleerkracht lichamelijke opvoeding.
De reden dat de projectgroep gekozen heeft voor de bovengenoemde respondenten, is dat zij volgens
de projectgroep de meeste informatie kunnen geven over signalen van huiselijk geweld.
De interviews hebben als doel gehad de oorspronkelijke vraagstelling bij te stellen en te verfijnen. Het
bleek dat de onderwerpen die onderzocht zouden worden, veel te breed zijn. Om het in te kaderen, is
de projectgroep in beslisdocument 2 tot een concretere probleemstelling gekomen. De concrete
probleemstelling is geworden:
•
Welke signalen zendt een slachtoffer van huiselijk geweld uit en hoe worden deze
signalen “gelezen” door leerkrachten en huisartsen in Zeeland?
Naar aanleiding van het vooronderzoek, is besloten om met de volgende respondenten te gaan
werken:
• Slachtoffers van huiselijk geweld in Zeeland, hieronder vallen zowel kinderen (jongens en
meisjes), als volwassenen (mannen en vrouwen) en ouderen (mannen en vrouwen). Iedereen
kan slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Zij zijn degenen waar het onderzoek om draait.
• Huisartsen in Zeeland. Deze beroepsgroep heeft te maken met signalen van huiselijk geweld.
Zoals blijkt uit het stuk over de probleemstelling, bezoeken mishandelde vrouwen vaak hun
huisarts met onverklaarbare klachten.
• Leerkrachten in Zeeland. Zowel leerkrachten van het basisonderwijs als leerkrachten van
voortgezet onderwijs. Leerkrachten brengen veel tijd door met de kinderen, hebben een
vertrouwensrelatie met hen opgebouwd en kunnen een belangrijke signaalfunctie vervullen.
8
3.2 Methoden van onderzoek
Om zoveel mogelijk informatie te verzamelen voor het onderzoek, heeft de projectgroep gekozen voor
een kwalitatief en een kwantitatief onderzoek.
Bij het kwalitatief onderzoek zijn de volgende methoden van onderzoek gebruikt:
Theoretische voorbereiding:
• Er is literatuur opgezocht en gelezen over het onderwerp huiselijk geweld.
Praktische voorbereiding:
• Er zijn wekelijkse bijeenkomsten geweest met de projectgroep en 2 leden van de projectgroep
hebben een presentatie van ASHGZ bezocht. Ook zijn instanties telefonisch en per e-mail
benaderd met het verzoek om mee te werken aan het onderzoek.
Effectiviteit bewaken:
• Tijdens de bijeenkomsten is er gewerkt met een roulerende notulist en voorzitter. Hierbij is
gebruik gemaakt van een agenda, notulen en logboek. Om de tijd te bewaken, heeft de
projectgroep gebruik gemaakt van de balkenplanning uit beslisdocument 2.
Diepte-interview:
• Om een zo breed en kwalitatief mogelijk beeld te krijgen, zijn 23 slachtoffers van huiselijk
geweld, 9 huisartsen en 4 leerkrachten uit Zeeland persoonlijk benadert voor een diepteinterview. De redenen waarom gekozen is voor het gebruik van diepte-interviews zijn divers:
• Het doel van de projectgroep is de beleving of betekenisgeving van de betrokkenen te
achterhalen.
• Het onderwerp is ingewikkeld en complex. Daarbij ligt het onderwerp gevoelig en behoort het
tot de taboesfeer.
• De respondenten kunnen moeite hebben met het verwoorden van hun opvattingen.
Bovendien is vertrouwen in en interactie met de interviewer nodig voor het kunnen
verstrekken van informatie door slachtoffers van huiselijk geweld16.
Voor deze diepte-interviews is gebruik gemaakt van interview- en topiclijsten die zijn bijgevoegd als
bijlage. De respondenten zijn zoveel mogelijk zelf aan het woord gelaten. De resultaten van de
interviews zijn terug te vinden in hoofdstuk 4.
Het kwantitatief onderzoek bestaat uit een enquête die is verzonden naar scholen van het
basisonderwijs en voortgezet onderwijs in heel Zeeland.
Er is gekozen voor een Internet-enquête. Voor het opstellen van de vragen is gebruik gemaakt van
dezelfde topiclijst als bij de interviews van de leerkrachten.
3.3 Verantwoording interviews en enquête
3.3.1 Slachtoffers:
Voor het onderzoek naar signalen van huiselijk geweld, zijn 23 slachtoffers geïnterviewd. Tijdens de
interviews is rekening gehouden met onder andere het tijdstip waarop de respondenten konden
worden geïnterviewd. Ook is op verzoek van instanties bij een aantal respondenten rekening
gehouden met een voorkeur voor vrouwelijke interviewers.
De interviews zijn op een door de respondenten zelf gekozen locatie afgenomen. Om de anonimiteit te
waarborgen, is geen gebruik gemaakt van een bandrecorder.
3.3.2 Huisartsen:
Door de projectgroep is gekozen om huisartsen in Zeeland te benaderen in het kader van dit
onderzoek. Zoals al eerder genoemd in hoofdstuk 1 bij de probleemstelling, bezoeken slachtoffers
vaak huisartsen met onverklaarbare klachten. Daarom zijn huisartsen volgens de projectgroep
belangrijke respondenten om inzichtelijk te maken of signalen gelezen worden en wat er met de
signalen wordt gedaan.
De respondenten zijn persoonlijk benaderd en zijn bereid gevonden om tijdens het spreekuur in de
praktijk het interview te laten afnemen. In de meeste gevallen is er gebruik gemaakt van een
interviewer en een notulist.
16
Baarda, D.B., Goede, M.P.M. ed, en Theunissen, J. Basisboek Kwalitatief Onderzoek. Groningen/Houten 2001
9
3.3.3 Leerkrachten:
Als laatste groep respondenten is gekozen voor leerkrachten die werkzaam zijn in het basisonderwijs
en voortgezet onderwijs in Zeeland. De 4 respondenten van de diepte-interviews zijn persoonlijk
benaderd op de school waar ze werkzaam zijn. Tijdens deze interviews is gebruik gemaakt van een
bandrecorder.
Voor het verwerken van de interviews heeft de projectgroep gebruik gemaakt van een matrix. Hierdoor
is er een duidelijk overzicht ontstaan van de antwoorden die gegeven zijn. De uitgewerkte matrixen
zijn terug te vinden in de bijgevoegde bijlagen. Voor de groep slachtoffers heeft de projectgroep
gekozen om 1 interview uitgewerkt toe te voegen als bijlage. De reden daarvan is het bewaken en
waarborgen van de privacy en anonimiteit van de slachtoffers.
3.3.4 Enquête:
Om zoveel mogelijk leerkrachten in ons onderzoek te betrekken, is een enquête uitgezet onder
scholen van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs in Zeeland. De projectgroep heeft gekozen
voor een Internet-enquête, vanwege de snelheid van informatievoorziening en het gemak van
verwerking. Van de in totaal 218 verstuurde internetvragenlijsten zijn er 84 ingevuld; een respons van
ruim 38%, wat een voldoende resultaat is17.
Redenen voor het niet invullen van de enquête zijn divers. Sommige vertegenwoordigers van scholen
gaven aan “enquêtemoe” te zijn, anderen vertelden geen tijd te willen nemen om de enquête in te
vullen. De enquêtesite is beschikbaar gesteld door “Het Klaverblad Zeeland”. De tijd om de vragen in
te vullen was beperkt; leerkrachten hadden daarvoor 7 - 8 dagen. Een aantal scholen reageerde
helaas te laat. Ook hebben sommige scholen geen reactie gegeven omdat zij de enquête niet wilden
invullen vanwege een te grote dan wel een te geringe betrokkenheid bij het onderwerp. Als laatste
blijkt dat leerkrachten de enquête op verschillende computers moeten invullen. Door technische
redenen was het niet mogelijk om de enquête door verschillende leerkrachten op 1 computer in te
laten vullen. De kans is aanwezig dat de motieven voor het niet invullen van de enquête invloed
hebben op de validiteit en betrouwbaarheid van de resultaten.
3.4 Betrouwbaarheid, generalisatie en validiteit van het onderzoek
3.4.1 Betrouwbaarheid
Tijdens de interviews is door alle interviewers gebruik gemaakt van dezelfde interviewlijsten die
specifiek voor de respondenten zijn opgesteld. Om de betrouwbaarheid van de gegevens te vergroten
en de informatie zo waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven zijn bij de meeste interviews een
interviewer en notulist aanwezig geweest. Bij de interviews waar dit niet mogelijk is, is gebruik
gemaakt van een bandrecorder.
De projectgroep is van mening dat wanneer tijdens de interviews gebruik wordt gemaakt van dezelfde
interviewlijst en een andere interviewer, de mogelijkheid van een andere uitkomst bestaat. Om een
voorbeeld te schetsen:
Tijdens een interview bij 1 van de slachtoffers is er zowel een mannelijke als vrouwelijke interviewer
aanwezig. Het blijkt dat het slachtoffer niet met mannen in gesprek gaat. Mogelijk geeft het slachtoffer
door de aanwezigheid van een man tijdens het gesprek andere antwoorden dan wanneer de
mannelijke interviewer niet aanwezig is.
3.4.2 Generalisatie
Het kwalitatief onderzoek is gehouden onder 23 vrouwelijke slachtoffers, 9 huisartsen en 4
leerkrachten die werkzaam zijn in Zeeland. Doel van het onderzoek is inzicht verkrijgen in signalen die
slachtoffers van huiselijk geweld uitzenden en hoe huisartsen en leerkrachten in Zeeland deze
signalen lezen. Het blijft onduidelijk of de verkregen informatie representatief is voor de gehele groep
slachtoffers, huisartsen en leerkrachten in Zeeland.
De schriftelijke enquête is naar alle scholen van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs in
Zeeland verzonden. Generalisatie is geen doelstelling van het onderzoek, primair doel is het
achterhalen van signalen die slachtoffers van huiselijk geweld al dan niet bewust uitzenden en nagaan
welke signalen worden gesignaleerd door huisartsen en leerkrachten. Ook hierbij is onduidelijk
gebleven of de enquête representatief is voor alle leerkrachten.
17
"Bij een populatie van minder dan 1000 eenheden, is een steekproefomvang van 30% vereist".
Baarda, D.B. & Goede, M.P.M. de (2001) Basisboek Methoden en Technieken. Groningen: Stenfert Kroese.
10
3.4.3 Validiteit
Naast de betrouwbaarheid en de generalisatie van het onderzoek, dient er ook gekeken te worden
naar de validiteit van het onderzoek. Validiteit wordt omschreven als de mate waarin het
meetinstrument aan zijn doel beantwoordt. Zijn de metingen geldig of 'valide' voor 'het begrip zoals
bedoeld'? Om deze vraag te beantwoorden moet eerst gekeken worden naar wat gemeten moet
worden. In beslisdocument 2 heeft de projectgroep besloten om signalen die slachtoffers uitzenden te
onderzoeken en hoe de beroepsgroepen huisartsen en leerkrachten in Zeeland hier mee omgaan.
De validiteit van het onderzoek betreft zodoende de interpreteerbaarheid en de veralgemeenbaarheid
van de resultaten van dat onderzoek. Deze worden ook wel interne en externe validiteit genoemd.
Interne validiteit verwijst naar de mate waarin de resultaten van een onderzoek adequaat kunnen
worden geïnterpreteerd en de mate waarin die interpretaties betrouwbaarheid hebben. In de enquête
van de leerkrachten blijkt dat er niet altijd sprake is van interne validiteit. In de eerste vraag van het
interview wordt er gevraagd naar wat leerkrachten als signalen van huiselijk geweld ervaren. Sommige
leerkrachten geven hun ervaringen aan in plaats van wat zij onder signalen verstaan.
Externe validiteit verwijst naar de mate waarin de resultaten van een onderzoek veralgemeenbaar zijn
naar een bredere populatie en/of andere omstandigheden.
Zoals al eerder bij generalisatie is aangegeven, betreft het een niet-representatieve steekproef in
Zeeland. De projectgroep heeft onvoldoende gegevens om te kunnen zeggen of de steekproef
representatief is voor alle slachtoffers, huisartsen en leerkrachten in Zeeland.
Conclusie
De projectgroep heeft tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van een redelijk valide onderzoek om
inzicht te krijgen in signalen die slachtoffers van huiselijk geweld uitzenden en hoe huisartsen en
leerkrachten deze signalen lezen. Het onderzoek is niet representatief voor alle slachtoffers,
huisartsen en leerkrachten in Zeeland.
11
Hoofdstuk 4 resultaten onderzoek
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de resultaten beschreven van de afgenomen diepte-interviews en de Internetenquête. Afzonderlijk worden de resultaten genoemd van de slachtoffers, vervolgens van de
huisartsen, dan van de leerkrachten en als laatste de resultaten van de Internet-enquête.
4.1 Interviews slachtoffers van huiselijk geweld
Om een antwoord te krijgen op de gestelde onderzoeksvraag in hoofdstuk 1.3 heeft de projectgroep
diepte-interviews gehouden met slachtoffers. In totaal zijn 23 slachtoffers van huiselijk geweld
gesproken, verspreid over Zeeland. De slachtoffers die gesproken zijn, zijn allemaal vrouwen
variërend in leeftijd tussen de 20 en 60 jaar. De projectgroep is in contact gekomen met deze
slachtoffers door het benaderen van hulpverleners van CMO Maresaete, Stichting Blijf van m’n Lijf
Zeeland, ASHGZ, Emergis, Maatschappelijk Werk Walcheren en mensen uit het eigen netwerk, op
basis van vrijwilligheid.
4.1.1 Soorten huiselijk geweld
Definitie huiselijk geweld: ‘Geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is
gepleegd. Onder geweld wordt de aantasting van de persoonlijke integriteit verstaan met daarbij een
onderscheid tussen psychisch en lichamelijk (waaronder seksueel) geweld. De huiselijke kring van het
slachtoffer bestaat uit (ex)partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Het begrip ‘huiselijk’
betreft hier de relatie tussen dader en slachtoffer en niet de ‘locatie’18.
Bij lichamelijk geweld hanteert het ASHGZ de volgende onderverdeling:
Met het lichaam: slaan, schoppen, krabben, aan de haren trekken, duwen.
Met voorwerpen of attributen: snijden, brandwonden maken, vastbinden, mond afplakken.
Met medicijnen: misbruik van medicatie.
Bij psychisch geweld hanteert het ASHGZ de volgende onderverdeling:
Schelden, dreigen, pesten, intimideren, treiteren, vernederen, zelfgevoel ondermijnen.
Bij seksueel geweld hanteert het ASHGZ de volgende onderverdeling:
Lijfelijk contact: aanranding en verkrachting.
Zonder lijfelijk contact: exhibitionisme, ongewenst creëren van seksuele sfeer, ongewenst
confronteren met pornografisch materiaal 19.
Op de vraag wat voor soort huiselijk geweld heeft plaatsgevonden, hebben de respondenten de
onderstaande antwoorden gegeven:
Bij 14 van de respondenten is er sprake van zowel lichamelijk als psychisch geweld.
Bij 7 respondenten is er naast lichamelijk en psychisch geweld ook sprake van seksueel geweld.
Door 1 respondent is alleen psychisch geweld genoemd. Bij nog 1 respondent is alleen seksueel
geweld genoemd.
4.1.2 Hoe is het huiselijk geweld gestopt?
Bij 2 van de respondenten is het huiselijk geweld nog niet gestopt, maar wel verminderd. Reden
hiervoor is dat de respondenten nog in dezelfde situatie verkeren of dat de dader nog steeds dreigt en
stalkt.
Voor een groot aantal van de respondenten is het huiselijk geweld gestopt. De manier waarop de
respondenten het geweld hebben gestopt loopt uiteen.
Voor 2 respondenten geldt dat zij met zware verwondingen na mishandeling door hun partner in het
ziekenhuis zijn opgenomen. Hiervan hebben ze bij de politie aangifte gedaan en zijn hierna niet meer
teruggekeerd naar hun partner. Door 1 respondent is genoemd dat ze naar een opvanghuis is
gegaan, een andere respondent is verhuisd.
Bij 5 respondenten is het geweld beëindigd door inmenging van familie of bekenden. Deze hebben de
respondenten overgehaald de situatie te verlaten of hebben zelf de politie op de hoogte gesteld van
de situatie waarna aangifte gedaan werd en de respondenten veelal in de vrouwenopvang zijn
ondergebracht.
Bij 1 respondent heeft de politie direct actie ondernomen. Deze respondent had een brief naar de
politie gestuurd waarin ze liet weten mishandeld te worden en niet thuis weg kon komen. De politie is
18
Definitie van het ministerie van Justitie, zie de nota “Privé Geweld - Publieke Zaak”, Een nota over de gezamenlijke aanpak
van huiselijk geweld van het ministerie van Justitie, Den Haag, april 2002
19
Protocol registratie en monitoren. ASHGZ, 12 oktober 2005.
12
toen undercover op de school van de kinderen geweest en heeft moeder de mogelijkheid geboden om
daar aangifte te doen. De dader is vervolgens gearresteerd.
Bij 1 respondent is het geweld gestopt doordat de dader is omgekomen. Een andere situatie is gestopt
doordat de partner is verdwenen.
Veruit de meeste respondenten hebben echter zelf de situatie verlaten. Dit was bij 11 van de
respondenten het geval. Veelal zijn ze gevlucht naar een Blijf van m’n Lijf huis, of crisisopvang.
Op de vraag hoe het huiselijk geweld is gestopt werden o.a. de volgende antwoorden gegeven:
“Ik ben zelf weggegaan. Ik was al eerder bij het politiebureau geweest. Dit vond ik heel eng. Ik moest
door de intercom zeggen waarvoor ik kwam maar ik heb toch doorgezet. Vervolgens moest ik een
papier ondertekenen dat ik niet kon lezen. Ik ben toen weggegaan. En ze hebben me gewoon laten
gaan, niet naar het ziekenhuis gebracht en niet naar mij omgekeken of ik veilig was.”
“Geweld is gestopt toen ik samen met mijn kind gevlucht ben naar een Blijf van m’n Lijf Huis.”
4.1.3 Duur van het huiselijk geweld
De tijd die de respondenten nodig hebben gehad om aan iemand verbaal kenbaar te maken dat ze
werden mishandeld, varieert enorm. Door 1 respondent wordt aangegeven, dat ze het onmiddellijk
aan iemand heeft verteld. Bij een andere respondent heeft het 30 jaar geduurd.
Van de respondenten zijn er 2 die binnen 1 jaar melding hebben gemaakt van de mishandelingen.
Door 9 respondenten werd aangegeven 1 tot 5 jaar voor nodig te hebben gehad om hun verhaal aan
iemand te kunnen vertellen. Bij 3 respondenten heeft het 5 tot 10 jaar geduurd.
Bij eveneens 3 respondenten heeft het 10 tot 15 jaar geduurd. Een andere respondent heeft haar
verhaal na 20 jaar voor het eerst tegen iemand verteld en bij nog een andere respondent heeft het 30
jaar geduurd voor ze ermee naar buiten durfde te komen.
Van 4 respondenten is uit de interviews niet goed op te maken na welke tijd zij voor het eerst met
iemand hebben gesproken over het huiselijk geweld.
“Het laatste jaar van de mishandeling heb ik contact gezocht met een maatschappelijk werkster. Zij
heeft mij gemotiveerd om weg te gaan.”
Wat weerhield slachtoffers van huiselijk geweld om er mee naar buiten te komen?
De antwoorden die het meest zijn gegeven op deze vraag zijn gebundeld en levert de volgende
opsomming op:
• Het letsel was nog steeds te verbergen voor de buitenwereld
• Angst voor de pleger van het huiselijk geweld, dreigementen
• Schaamte, gevoel dat het de eigen schuld is
• Geloof in de partner wanneer hij beterschap beloofde
• Liefde voor de partner
• Onbekendheid met de mogelijkheden die er zijn om weg te komen uit de situatie
• Het was niet mogelijk, omdat het slachtoffer geïsoleerd werd gehouden en er geen contact
met de buitenwereld (waaronder familie en vrienden) werd toegestaan
• Het idee heeft het enige slachtoffer te zijn.
4.1.4 Signalen die afgegeven zijn
Alle respondenten hebben aangegeven signalen te hebben uitgezonden.
Deze signalen waren erg uiteenlopend. Signalen werden vaak afgeven aan huisartsen, doordat
respondenten daar met verwondingen zoals blauwe plekken kwamen of met depressieve klachten.
Respondenten hebben bij de huisarts aangegeven, dat er regelmatig ruzie thuis was.
Op school was het gedrag van de kinderen vaak een signaal dat het thuis niet goed ging. Kinderen
kwamen niet naar school of ze vertoonden extreem gedrag. Ze waren dan heel druk aanwezig of juist
erg afwezig. Een ander genoemd signaal is dat kinderen bijna nooit vriendjes mee naar huis namen
om te spelen.
Tijdens de interviews zijn de volgende antwoorden door de respondenten aangegeven:
• Tegen de huisartsen is 4 keer verteld dat er thuis regelmatig ruzie was
• Van de respondenten vertelde er 1 dat ze vaak doorzichtige smoesjes over verwondingen
vertelde. Ze vertelde dan, dat haar verwondingen veroorzaakt waren doordat ze van de trap
was gevallen of tegen de keukenkastjes was aangelopen.
• In 2 gevallen is als antwoord gegeven dat de kledingkeuze aangepast werd om er
onaantrekkelijk uit te zien voor de dader
13
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Door 2 respondenten zijn vragen aan mensen uit hun omgeving gesteld over seksueel en/of
lichamelijk geweld zonder daarbij te vertellen dat het betrekking op de persoon zelf had
Door 1 respondent is als signaal genoemd dat er regelmatig ruzie was waarbij veel herrie
gemaakt werd en de buren dit gehoord moesten hebben
Blauwe plekken en verwondingen zijn 3 keer genoemd als afgegeven signaal
Door 1 respondent is 2 keer een suïcidepoging gedaan
Door 1 respondent is verteld niemand aan te durven kijken in de tijd van de mishandelingen
Als signaal is 2 keer expliciet aangegeven, dat de respondenten nergens alleen heen mochten
gaan, de partner moest er altijd bij zijn. Een andere respondent geeft aan dat ze niet zelf op
vragen durfde te antwoorden maar altijd angstig naar haar partner keek om hem te laten
antwoorden. Ze was dan bang om het verkeerde antwoord te geven waarvoor ze later gestraft
zou worden.
Het vermijden van lichamelijke onderzoeken is 1 keer genoemd
Door 3 respondenten is genoemd dat ze het contact met mannen als zeer moeilijk ervaren en
lichamelijk contact afwijzen. Zo geeft 1 respondent aan geen mannelijke familieleden meer te
kunnen zoenen op verjaardagen e.d.
Met de politie is 3 keer de thuissituatie besproken
Agressie, bijvoorbeeld op school of afwijkend gedrag van kind wordt 4 keer genoemd
7 keer is het antwoord gegeven dat contact met familie minder werd of helemaal niet meer
mocht en mensen geïsoleerd raakten
Door 1 vrouw is als signaal genoemd dat ze veel lichaamsgewicht verloor
Angst, spanning en depressieklachten zijn 5 keer genoemd.
“Ik kwam regelmatig bij de huisarts met klachten. Een keer ben ik van de trap gegooid waarbij ik mijn
ribben heb gebroken en mijn rug beschadigd is. Ik heb toen ook in het ziekenhuis gelegen. Ook heb ik
de huisarts wel eens gevraagd of huiselijk geweld vaak voorkomt en of daar niks aan gedaan kan
worden. Dit zonder mijn eigen verhaal te vertellen.”
4.1.5 Werden signalen opgepikt en zo ja door wie?
Van de 23 respondenten geven er 3 aan dat ze niet hebben opgemerkt dat de signalen die ze afgaven
werden opgepikt en 1 respondent weet niet of de signalen zijn opgepikt. Bij de 19 andere
respondenten werden de volgende signalen opgepikt door hun omgeving:
• Een respondent is door haar directeur, die nog aanwezig is als zij in de avonduren werkt in
een school, aangesproken omdat hij zijn werknemer erg geëmotioneerd aantreft tijdens de
schoonmaakwerkzaamheden. Deze man heeft de respondent geadviseerd en gemotiveerd
om naar het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) te gaan
• Een collega heeft geregeld dat de respondent naar de crisisopvang kon gaan nadat ze op het
werk verscheen met letsel
• Een school heeft de moeder gedwongen om hulp te zoeken in de vorm van een melding bij
het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK)
• De huisarts is genoemd omdat deze wel een vermoeden had, maar geen actie heeft
ondernomen. Wel heeft de huisarts het advies gegeven om hulp te zoeken bij een AMW of
vrouwenopvang
• Familie heeft vaak signalen opgepikt, maar durfden of konden niets doen
• Maatschappelijk werker heeft vaak signalen opgepikt en bespreekbaar gemaakt
• Vrienden zijn ook genoemd als ontvanger van signalen, maar vaak durfden of konden zij niets
doen
• Een taxichauffeur heeft een respondent met haar kinderen naar het politiebureau gebracht
• Buren hebben de politie gebeld
• Begeleiders van Emergis hebben AMW en Bureau Jeugdzorg Zeeland (BJZ) ingeschakeld.
14
4.1.6 Rol van de huisarts
In totaal hebben 17 van de 23 respondenten in de periode van de mishandeling op enig moment
contact gehad met de huisarts. De ‘reden’ waarvoor ze bij de huisarts kwamen is erg uiteenlopend.
In 8 gevallen kwamen respondenten primair om te praten over de geweldsituatie. In 5 gevallen
kwamen de respondenten om hun verwondingen te laten behandelen.
In totaal zijn 4 respondenten bij de huisarts geweest zonder over het geweld te vertellen.
Van de respondenten hebben er 2 aangegeven, dat de mishandelende partner altijd mee ging naar de
huisarts of dat ze juist niet naar de huisarts mochten waardoor ze ook geen signalen konden afgeven.
Door 1 respondent is aangegeven, dat haar man tegen de huisarts vertelde dat zij geen Nederlands
sprak en de huisarts zijn vragen maar aan hem moest stellen.
De respondent geeft aan wel degelijk Nederlands te spreken, maar mocht geen vragen beantwoorden
van haar man. Zij durfde dit echter niet aan de huisarts te vertellen uit angst voor ‘straf’.
Op de vraag hoe de huisarts omging met het huiselijk geweld zijn o.a. de volgende antwoorden
gegeven:
“Goed maar had te weinig tijd voor me”.
“Ik ben door de huisarts aan alle kanten geholpen”.
“De huisarts was op de hoogte van de situatie maar heeft er niets mee gedaan.”
“De huisarts vroeg door maar, omdat ik bij mijn verhaal bleef stopte hij
Ik heb de huisarts verzocht om met de dader te praten maar hij zei dat ik dit ook zelf kon doen.”
Een aantal huisartsen heeft doorverwezen naar de hulpverlening. De respondenten waren tevreden
met deze doorverwijzingen. Andere respondenten vinden dat de huisarts zich niet genoeg verdiept
heeft in de situatie van de patiënt, de ogen ervoor sloot en meer hulp had moeten bieden. Er zijn ook
respondenten die de huisarts als grote steun hebben ervaren en als iemand die ze serieus nam.
Veel van de respondenten zien de huisarts als een persoon die een belangrijke rol kan spelen in het
stoppen van huiselijk geweld. Respondenten geven aan dat het belangrijk is dat de huisarts weet op
welke signalen hij moet letten. Ook voor advies en tips waarmee het slachtoffer het geweld kan
stoppen, wordt de huisarts als een belangrijk persoon gezien.
De vertrouwensband met de huisarts is een belangrijke voorwaarde voor slachtoffers om het gesprek
met de huisarts over het geweld aan te gaan. Belangrijk hierbij is dat de huisarts voldoende tijd neemt
voor de patiënt.
Wat naar voren komt uit de gesprekken is, dat de respondenten graag zouden zien dat de huisarts
meer initiatief zou tonen om huiselijk geweld te stoppen, door bijvoorbeeld huisbezoeken af te leggen
of het beroepsgeheim aan te passen, zodat de huisarts meer mogelijkheden heeft om melding te
maken van het geweld.
Ook voor hulp aan de dader zou de huisarts zich meer moeten inzetten volgens de respondenten.
Op de vraag of de huisarts zou kunnen helpen het huiselijk geweld te stoppen zijn o.a. de volgende
antwoorden gegeven:
“Ik heb de vertrouwelijke band met de huisarts gemist. Ik had dan misschien eerder aan durven geven
wat er speelde.”
“Ja, hij zou een huisbezoek kunnen afleggen om meer zicht te krijgen op de situatie en dan instanties
inschakelen. De huisarts moet sturender worden in dit soort situaties.”
“Ja, ik had volop vertrouwen in de huisarts. Ik was ontzettend blij met de hulp die hij heeft geboden.”
“Hij zou ervoor moeten zorgen dat mijn (ex) man de juiste hulp krijgt en aanvaardt.”
“Artsen moeten leren waar ze op moeten letten.”
4.1.7 Rol van de leerkracht
Van de 23 respondenten zijn er 10 met schoolgaande kinderen. Van 1 respondent weten we dat haar
kind naar een peuterspeelzaal ging, maar daar zijn geen signalen uitgezonden. Volgens de 10
respondenten hebben hun kind(-eren) wel signalen uitgezonden op school. Er is niet bekend of de
vrouwen zelf signalen hebben afgegeven aan de leerkrachten.
De volgende signalen zijn genoemd:
• Het vertonen van druk gedrag
• Het tonen van boosheid
• Het slaan en schoppen van andere kinderen
15
•
•
•
•
•
•
•
Het laten zien van agressief gedrag (verbaal en fysiek)
De leerprestaties die minder worden
Het niet willen meedoen met de gymlessen
Het ontwikkelen van een eetstoornis
Op school vertellen dat er thuis veel ruzie is
Vaak te laat op school komen
Gepest worden en zelf gaan pesten.
Van de 10 respondenten met kinderen geven er 3 aan dat ze niet aangesproken zijn door de
leerkracht, nog iemand geeft aan dat het onderwerp ontweken werd. Door 1 respondent is het
onderwerp zelf ter sprake gebracht, dat wel begrip van de leerkracht opleverde. In een ander geval
was de leerkracht bang en wist niet hoe te handelen. Door 2 respondenten is het antwoord gegeven
dat de leerkracht dacht aan kindeigen problematiek, waarbij in een geval van niet aanpakken van
deze problemen door de moeder, de leerkracht dreigde met een melding bij het AMK. Een andere
respondent is aangesproken door de leerkracht, maar de respondent gaf aan dat er niets aan de hand
was.
4.1.8 Was er hulpverlening en zo ja, welke hulp?
Van de 23 respondenten geven er 2 aan nu geen hulpverlening te hebben. Bij de andere 21
respondenten is er wel sprake van hulpverlening. In de meeste gevallen gaat het dan om
hulpverlening die is opgestart vanuit verblijf in het Blijf van m’n Lijf huis of de crisisopvang en die dan
nog doorloopt als de slachtoffers zelfstandig gaan wonen.
De volgende vormen van hulp/ hulpverlening zijn genoemd; het AMK, Algemeen Maatschappelijk
Werk, een trajectbegeleider van de gemeente, Slachtofferhulp, Homestart, politie Zeeland, Emergis,
BJZ, Stichting Eleos, 10 voor Toekomst, een psycholoog, een weerbaarheidstraining en de Raad voor
de Kinderbescherming.
4.2 Interviews met huisartsen
Gezien de ernst van de gevolgen van huiselijk geweld is het te verwachten dat slachtoffers veelvuldig
een beroep doen op de huisarts. De reden voor onze onderzoeksgroep om te kiezen voor een diepteinterview, is dat wij discrepantie zagen in wat de media verklaart en de cijfers uit eerder gehouden
onderzoeken. Misbruikte vrouwen doen vaker een beroep op de huisarts dan vrouwen die dergelijke
ervaringen niet hebben. Van de vrouwen tussen de 20 en de 40 jaar die het meest frequent hun
huisarts raadplegen (6 keer of vaker per jaar), is een kwart seksueel misbruikt in de kindertijd.
4.2.1 Signalering door huisartsen
Het onderzoek is gericht op huisartsen die bereid waren aan het onderzoek mee te doen. De
projectgroep heeft daarbij gekozen voor de directieve aanpak van persoonlijke benadering. Verder
hebben we een dwarsdoorsnede van de provincie Zeeland genomen, waarbij 7 artsen een
stadspraktijk hebben in Tholen en Terneuzen en 2 een dorpspraktijk in Oost-Souburg en ’s-Heer
Arendskerke. De projectgroep heeft 9 artsen persoonlijk benaderd en bereid gevonden aan ons
onderzoek mee te werken. De huisartsen hebben tussen de 1 en 30 jaar werkervaring als huisarts.
Het gemiddelde aan ingeschreven patiënten ligt per praktijk tussen 2000 en 3000 patiënten.
4.2.2 Uitkomst interviews
Kunt u algemene uitleg geven over ‘huiselijk geweld’ in uw praktijk en de signalen die slachtoffers
afgeven?
Van de huisartsen geven 5 aan dat de omgeving van het praktijkgebied rustig te noemen is. Verder
geven 4 huisartsen aan veel sociale (culturele) problematiek te ervaren, veel sociale armoede en 1
huisarts geeft aan dat huiselijk geweld absoluut wordt onderschat. Overmatig alcoholgebruik is door 1
huisarts aangegeven.
Wat valt u op in de praktijk bij ‘huiselijk geweld’ en de slachtoffers?
Alle respondenten geven aan dat loyaliteit en schaamte het duidelijkst naar voren komt, loyaliteit
voornamelijk in huwelijken en bij kinderen naar de ouders (dader) toe.
Kunt u aangeven of de slachtoffers zich uit eigen beweging melden?
Bij geen van de respondenten zijn er vrijwillige meldingen door de slachtoffers, wél meldingen na
constatering van de signalen die door de huisarts in een consult zijn opgevangen.
16
Kunt u aangeven of de daders zich melden uit eigen beweging?
Bij alle respondenten zijn hier geen vrijwillige meldingen van de daders. De respondenten geven
allemaal een gelijke score aan, 1 dader per praktijk.
Wat herkent u aan signalen in uw praktijk?
Alle respondenten geven aan: kneuzingen, blauwe plekken, botbreuken en spanningen. Van de
respondenten geven 7 aan, dat depressief en angstig gedrag voor hen duidelijk is. Van de
respondenten geven er 2 aan dat bedplassen en teruggetrokken gedrag hen ook opvalt.
Hebt u veel geleerd over het onderwerp tijdens uw opleiding en heeft het Nederlands Huisartsen
Genootschap (NHG) invloed op uw bijscholing? Zijn er protocollen over dit onderwerp bij u bekend?
Van de respondenten geeft er 1 aan dat het onderwerp summier is behandeld tijdens de opleiding.
Verder geeft 1 respondent aan, dat tijdens zijn opleiding veel films en workshops zijn gegeven. Ook
geven 7 respondenten aan niets over het onderwerp te hebben geleerd gedurende de opleiding. Alle
respondenten geven aan dat zij facultatief workshops en cursussen volgen over het onderwerp, verder
geven zij allen aan, geen protocol te kennen.
Hoeveel slachtoffers kent u in uw praktijk op jaarbasis? Hoeveel daders kent u in uw praktijk op
jaarbasis?
Gemiddeld onder de respondenten (25.000 patiënten) zijn er 23 kinderen onder 14 jaar bekend. Er is
1 kind boven 14 jaar bekend. Er is bij 1 arts vermoedens voor meer.
Er zijn gemiddeld 26 vrouwen bekend als slachtoffer (25 allochtoon en 1 autochtoon).
Bij 1 huisarts zijn twee vrouwen bekend die ouder zijn dan 50 jaar. Er zijn 10 daders bekend, waarvan
4 aangemeld bij de huisarts door de partner.
Wat is volgens u het werkelijke aantal slachtoffers?
Alle huisartsen geven een percentage tussen de 50 en 80% meer slachtoffers aan van huiselijk
geweld en 1 huisarts geeft zelfs 3 keer (300%) zoveel meer slachtoffers aan.
Wat is de actie bij constatering van huiselijk geweld in uw praktijk en met welke ketenpartners van
ASHGZ werkt u samen?
Alle respondenten geven aan, door het in hen gestelde vertrouwen het onderwerp bespreekbaar te
kunnen maken. Zij geven aan dat dit soms heel moeilijk is, in verband met de privacy van de patiënt.
Een huisarts geeft aan van ‘huiselijk geweld’ waarbij kinderen betrokken zijn, altijd aangifte te doen bij
het AMK en 1 arts legt de verantwoordelijkheid van aangifte bij de patiënt. Verder geven alle
huisartsen adviezen en verwijzingen naar de vertrouwensarts, politie, Blijf van m’n Lijf- huizen en BJZ,
1 huisarts verwijst ook naar een psycholoog.
Op de vraag wat de respondenten graag veranderd willen zien in de huidige situatie, geven zij aan,
meer 1e lijn meldpunten te willen hebben, waarbij een vertrouwensarts als autoriteit met de
mogelijkheid tot onderzoek wordt aangesteld. Alle respondenten vinden dat ook de bijscholing beter
afgestemd moet worden en er meer gespecialiseerd collegiaal overleg moet komen. Sommigen
vinden dat er meer publiciteit en aandacht in de media moet komen over dit onderwerp.
Op de vraag, wat zij vinden van het interview, geeft iedere respondent aan, gedurende het interview,
enthousiast te raken en aan het denken te worden gezet. Iedere respondent stelt zich alert en
meegaand op tijdens het interview. Van de 9 respondenten gaan 8 het nascholingsaanbod er op
naslaan. Van alle huisartsen heeft er 1 een sticker op zijn bureau geplakt met de tekst:
“JA, HUISELIJK GEWELD IS HIER BESPREEKBAAR” 20
20
Ja- Nee stickers huiselijk geweld zijn gratis verkrijgbaar bij Blijf van m’n lijf Zeeland
17
4.3 Interviews leerkrachten
Opgroeien in een onveilige situatie heeft invloed op de sociaal- emotionele ontwikkeling van een kind
en kan leiden tot gedrag- en leerproblemen. Scholen stellen zich de taak om een veilige leeromgeving
te bieden, waarin leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen (ook in sociaal-emotioneel opzicht).
Bovendien zijn onderwijsprofessionals gewend om te gaan met problemen rond leren en gedrag. Dit
maakt dat de school met zijn professionals in beginsel geschikt is om signalen van leerlingen over
huiselijk geweld op te vangen21.
Er zijn 4 respondenten persoonlijk geïnterviewd. Daarvan zijn 2 respondenten werkzaam in het
basisonderwijs en 2 in het voortgezet onderwijs. Er is gekozen voor 4 respondenten, omdat dit geen
representatie is van alle leerkrachten in Zeeland, maar meer een aanvulling op de enquête. Het doel
van dit diepte-interview is om te ontdekken of leerkrachten signalen van huiselijk geweld (h)erkennen
en of zij gebruik maken van een protocol.
4.3.1 Signalen
Van de 4 respondenten, geven er 3 aan dat zij er vanuit gaan dat slachtoffers altijd signalen
uitzenden. De 4e geeft aan dat hij er geen zicht op heeft.
Op de vraag wat zij als signalen zien, noemen de respondenten het volgende:
• De kinderen vertonen extreem seksueel gekleurd gedrag
• Een kind dat zich heel erg terug trekt of juist heel veel aandacht vraagt
• Een kind dat zich erg schaamt tijdens het douchen
• Het geven van vreemde reacties tijdens de gym of helemaal niet mee willen doen met de
gymles
• Ouders die vreemde opmerkingen maken tijdens een huisbezoek
• Kinderen die buikpijn hebben
• Een kind dat geen lichamelijk contact wil
• Kinderen die geremd zijn in motorische bewegingen
• Een kind dat veel blauwe plekken heeft
• Het hebben van niet verklaarbare pijnen
• De schoolresultaten die minder worden
• Tijdens warm weer warme bedekkende kleding aan hebben
Op de vraag welke ervaringen met ‘huiselijk geweld’ de respondenten hebben op school, geven 3
leerkrachten aan dat zij wel ervaringen hebben met een (vermoeden van) ‘huiselijk geweld’. De 4de
respondent geeft het volgende aan:
“Ik heb hier nog nooit mee te maken gehad in mijn twintig jaar dat ik op deze school lesgeef.”
De signalen die bij de ervaringen zijn afgegeven, staan grotendeels hierboven beschreven. Daarnaast
geeft een respondent aan dat 2 kinderen zelf verbaal hebben aangegeven, dat zij slachtoffer zijn van
‘huiselijk geweld’. Volgens de respondenten weerhoudt voornamelijk angst en schaamte de kinderen
ervan om het ‘huiselijk geweld’ openbaar te maken. Daarnaast worden bedreiging en afhankelijkheid
van ouders genoemd.
Op de vraag “Hoe gaat u als leerkracht om met “weerstand” tegen het openbaar maken van ‘huiselijk
geweld”?” geven de respondenten de volgende antwoorden:
•
•
•
21
“Een vermoeden spreek ik altijd uit naar mijn collega (duobaan). Ik breng het kind ook op de
hoogte van het feit, dat ik het geweld niet geheim kan houden. Maar ik doe alles in het belang
van het kind.”
“Ik maak een vermoeden altijd bespreekbaar. Ik vind het zelf wel moeilijk om ouders er in te
betrekken in een vroeg stadium: stel je voor dat je van alles in werking zet, terwijl het blijkt niet
waar te zijn.”
“Ik spreek eerst met mijn collega´s en dan met het kind en de vertrouwenspersoon.”
http://www.dsp-groep.nl/cms/uploadedfiles/tijdschrift_kindermishandeling.pdf
18
•
“Niet van toepassing; Ik heb er nog nooit mee te maken gehad.”
4.3.2 Protocol
De 4 respondenten bespreken bij het vermoeden van ‘huiselijk geweld’ eerst met een collega en
mogelijk ook met een schoolmaatschappelijk werker, maar binnen de scholen is geen protocol
‘Huiselijk Geweld’ aanwezig voor zover bij hen bekend.
De respondenten geven ook aan dat zij niet weten of alle leerkrachten op dezelfde manier te werk
gaan bij een vermoeden huiselijk geweld.
Op twee scholen is een protocol “Kindermishandeling” aanwezig
De respondenten vinden het belangrijk dat er een protocol ‘Huiselijk Geweld’ binnen de scholen
aanwezig is.
Bij de vraag of er gebruik gemaakt wordt van een signalenlijst, antwoorden 2 respondenten dat ze de
signalenlijst gebruiken van het protocol “Kindermishandeling”. Een 3de geeft aan dat hij geen
signalenlijst gebruikt en 1 respondent zegt het volgende:
“De signalen zoals benoemd, zijn vaak in de praktijk niet zo duidelijk aanwezig, zoals blauwe plekken
e.d. Ik vind zo’n lijst daarom niet zo bruikbaar.”
4.3.3 Scholing
Geen van de respondenten is geschoold in het herkennen van signalen van ‘huiselijk geweld’. Wel
heeft 1 respondent een cursus weerbaarheidstraining gevolgd. Op de vraag of iedere leerkracht hierin
geschoold zou moeten zijn, antwoorden alle leerkrachten met “Ja”.
4.4 Enquête onder leerkrachten binnen Zeeland
Voor het opstellen van de vragen van de Internetenquête hebben we gebruik gemaakt van een aantal
topics, te weten:
• Signalen huiselijk geweld
• Protocol huiselijk geweld
• Ervaringen
• Scholing
Bij het weergeven van de resultaten worden soms citaten aangehaald.
4.4.1 Doel
Doel van de enquête is het in kaart brengen van de huidige situatie op scholen in Zeeland: wat is de
rol van leerkrachten in het signaleren van (een vermoeden van ) huiselijk geweld en kan deze
signaalfunctie verbeteren. NB: In deze enquête worden met name kinderen van 4-16 jaar genoemd
als slachtoffers van huiselijk geweld. In enkele antwoorden komen ook andere gezinsleden aan de
orde.
De enquêtevragen en resultaten zijn opgenomen als bijlage.
4.4.2 De onderzoeksgroep
De onderzoeksgroep bestaat uit leerkrachten van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs in
Zeeland. Van de respondenten is ruim 87% werkzaam in het basisonderwijs en 13% werkt in het
voorgezet onderwijs. De regiospreiding is als volgt:
Zuid- Beveland: 55%
Zeeuws-Vlaanderen: 15%
Walcheren: 13%
Tholen: 8%
Schouwen- Duiveland: 7%
Bijna de helft van de respondenten (48%) geeft aan op een school te werken met meer dan 200
leerlingen; 13% geeft les op een school waarop minder dan 50 leerlingen zitten.
19
4.4.3 Signalen
Onze vierde vraag in de enquête is of leerkrachten aan kunnen geven wat zij ervaren als signalen van
‘huiselijk geweld’. Hierop hebben 72 van de 84 respondenten gereageerd met voorbeelden, zoals:
“Depressief, schuchter, angstig, blauwe plekken, gebroken vingers, schaafwonden.”
“Een naar binnen gekeerde blik, kinderen die heel graag bij de juf op schoot willen en aan de juf
hangen (bij kleuters).”
“Extreem teruggetrokken gedrag, terugdeinzen bij benadering, zichtbare blauwe plekken op plaatsen
waar geen bot zit, onverzorgd uiterlijk, beschimmeld brood mee naar school.”
Van uiterlijke kenmerken worden blauwe plekken het meest genoemd. In het gedrag van het kind
worden vooral angst en teruggetrokken gedrag aangegeven als mogelijke signalen van ‘huiselijk
geweld’.
Op deze vraag geven 10 respondenten aan geen ervaringen met signalen van ‘huiselijk geweld’ te
hebben, 2 hebben nooit iets gemerkt of gehoord.
Hoeveel leerkrachten krijgen te maken met signalen van huiselijk geweld tijdens hun werk? Uit de
vragenlijst blijkt, dat meer dan de helft (51%) nog nooit een signaal van huiselijk geweld heeft
opgevangen.
Van de respondenten, die wel ervaringen hebben met signalen van huiselijk geweld tijdens hun werk,
zegt het merendeel, hiervan op de hoogte te zijn gebracht door verhalen, meestal van de kinderen
zelf. Enkele genoemde voorbeelden:
“Blauwe plekken, veelvuldig wc-gebruik, kinderen die niet op hun stoel kunnen zitten vanwege pijn,
verhalen van betrokkenen.”
“Een kind dat duidelijk aangeeft, dat het niet naar huis wil. Een onverzorgd kind dat dagenlang
dezelfde kleding en hetzelfde ondergoed aan heeft.”
“Tijdens het uitkleden voor de gymles kwam ik er achter dat een kind enorme blauwe plekken op zijn
onderrug en billen had.”
In de beantwoording van deze vraag komen opnieuw blauwe plekken, als uiterlijk kenmerk van
huiselijk geweld, veelvuldig voor.
‘Huiselijk geweld’ is een taboe; het wordt niet gemakkelijk openbaar gemaakt. Op de vraag, waarom
slachtoffers er niet mee naar buiten komen, antwoorden 70 van de 84 leerkrachten: “Uit angst”.
Meerdere antwoorden waren hier mogelijk: schaamte en loyaliteit worden genoemd, alsook
afhankelijkheid. Slechts 10% van de leerkrachten noemt “het niet weten van de weg naar de
hulpverlening” als oorzaak voor het niet openbaar maken van ‘huiselijk geweld’.
Er zijn 6 respondenten, die zelf een reden aandragen:
• De durf om te melden ontbreekt
• Er is sprake van verplichte geheimhouding!
• De kinderen zijn te jong om aan de bel te trekken (2x)
• Kinderen menen dat het geweld “gewoon” is
• Ouders dreigen soms met een scheiding.
4.4.4 Protocol
“Is er een protocol ‘Huiselijk Geweld’ binnen de school aanwezig?” is een vraag, waarop 39% van de
respondenten vertelt dat niet te weten. Het antwoord van 35% is “nee”. Bij elkaar opgeteld gaat het
dan om bijna driekwart van de respondenten, dat niet werkt met een protocol “Huiselijk Geweld”. Van
degenen die aangeven, dat er wel een protocol aanwezig is binnen de school, weet meer dan 80%
wat er in staat.
Van de respondenten geeft 86% aan, dat het belangrijk is om een protocol ‘Huiselijk Geweld’ op
school te hebben. Van de overige 14% zegt niet iedere respondent zonder meer “nee” tegen een
protocol. Een aantal gegeven antwoorden:
•
•
•
“In de praktijk is dit haast niet in een frame te krijgen”
“Je moet erg voorzichtig zijn, dat je geen valse signalen afgeeft”
“Er is een protocol kindermishandeling, dat volgens mij dezelfde functie heeft”.
20
Over wat er in ieder geval in een protocol zou moeten staan, heeft bijna iedereen wel een mening. Het
meest genoemd is een stappenplan, waarmee leerkrachten kunnen werken bij een vermoeden van
huiselijk geweld.
Daarnaast is volgens de respondenten van belang de route naar de hulpverlening te beschrijven. De
hulpverlenende instanties zouden (met telefoonnummers) in het protocol vermeld moeten worden.
Velen geven ook aan behoefte te hebben aan een lijst met signalen, die mogelijk kunnen wijzen op
‘huiselijk geweld’; daarbij wil men dan wel graag uitleg over hoe de signalen te herkennen zijn.
Een aantal respondenten geeft aan, dat een (anoniem) meldpunt belangrijk is en ook aan het
benoemen van een vertrouwenspersoon wordt waarde gehecht. Hoe kun je het slachtoffer veiligheid
bieden en hoe ga je het gesprek aan met slachtoffer/ dader/ ouders/ klasgenoten? Wat zijn de rechten
en plichten van een leerkracht? Er is door 1 respondent aangegeven, dat hij graag jaarlijks
voorlichting over al deze zaken wil krijgen en periodiek overleg met betrokken instanties op prijs stelt.
4.4.5 Scholing
Leerkrachten kunnen beter toegerust worden om de signalen van ‘huiselijk geweld’ te (h)erkennen en
ernaar te handelen. In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
(ministerie van OCW) is hiervoor een nascholingsprogramma ontwikkeld “Omgaan met huiselijk
geweld”.
In hoeverre zijn de respondenten geschoold in het omgaan met ‘huiselijk geweld’?
Van de respondenten zegt 92% geen scholing te hebben gehad, terwijl 89% dat wel heel belangrijk
vindt.
Op de vraag waarom ze als leerkracht geschoold zouden moeten worden, geven velen aan, dat de
kennis die ze nu hebben naar hun mening niet voldoende is om goed te kunnen handelen. Gezien de
omvang van het probleem en de betrokkenheid bij de kinderen is de wil om die kennis te vergroten
aanwezig. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt, dat een beperkt aantal leerkrachten geschoold kan
worden, waarbij de informatie daarna verspreid kan worden over alle leerkrachten.
Een aantal reacties:
“Doordat leerkrachten sneller de signalen herkennen, kunnen kinderen en ouders ook eerder worden
geholpen.”
“Wij zien de kinderen de hele week, dus zijn leerkrachten juist de aangewezen personen om te
signaleren als er iets opdoet.”
“Ik denk wel te weten welke signalen er zijn, maar of dat ook zo is. Wellicht zijn er meer verborgen
signalen die ik niet zonder scholing herken en erken.”
Conclusie
De projectgroep zal zich bij de resultaten van dit onderzoek naar signalen van huiselijk geweld richten
op de meningen van slachtoffers, leerkrachten en huisartsen. De steekproeven zijn niet representatief,
maar geven een beeld van wat er leeft in de onderzochte doelgroepen.
21
Hoofdstuk 5 Analyse onderzoek
Inleiding
In hoofdstuk 5 beschrijft de projectgroep de analyses van de interviews van de respondenten en de
enquête.
5.1 Analyse interviews slachtoffers
Wat opvallend is bij de duur van het huiselijk geweld en het moment om ermee naar buiten te durven
komen, is dat slachtoffers van huiselijk geweld relatief veel tijd hier voor nodig hebben. Er zijn hiervoor
uiteenlopende argumenten te benoemen. Deze argumenten komen voort uit angst, schuld en
schaamte.
Angst voor de pleger van het huiselijk geweld, angst voor het onbekende leven zonder de partner,
angst voor onbegrip uit de omgeving.
Een verklaring hiervoor is dat mishandelde vrouwen zichzelf jarenlang hebben weggecijferd en zich
verantwoordelijk voelen voor het geluk van hun partner. Ze leven vaak geïsoleerd van anderen en
krijgen van hun partner de boodschap mee dat ze niets waard zijn. Dat gaan ze op den duur ook zelf
geloven. Daarom is het niet eenvoudig de stappen te nemen om het geweld te doen stoppen of weg te
gaan bij hun partner. Weggaan is ook niet altijd de enige oplossing. Vaak is het raadzaam om eerst
zelfvertrouwen op te bouwen22.
Schuld- en schaamtegevoelens zijn een andere belangrijke reden om niet over het ‘huiselijk geweld’ te
praten. Dit blijkt ook uit het onderzoek ‘Huiselijk Geweld’. Aard, omvang en hulpverlening’ uit 199723.
“Toen ik buiten op straat liep, nadat ik de eerste klap had gekregen, dacht ik dat iedereen aan mij kon
zien dat ik een slechte vrouw was en het verdiend had.”
Vanuit de theorie van Watzlawick gaan we er vanuit dat elk slachtoffer van ‘huiselijk geweld’ signalen
uitzendt, je kunt immers niet niet communiceren.
Signaleren echter, is niet eenvoudig. Slachtoffers en professionals praten er niet makkelijk over.
Professionals kunnen bang zijn om de signalen te herkennen, omdat ze er dan ook iets mee moeten
doen, of het is moeilijk omdat het zo’n intiem onderwerp is. De angst om iemand onterecht te
beschuldigen kan ook een rol spelen. Eén op zichzelf staand signaal biedt te weinig houvast om een
vermoeden te krijgen. Meerdere signalen kunnen wel tot een vermoeden leiden, maar zekerheid op
basis van signalen is er niet. Het dilemma van veel professionals is dat zij geen vermoeden durven uit
te spreken, totdat zij zeker weten dat er sprake is van huiselijk geweld24.
“ Ik ben vaak behandeld voor lichamelijk letsel. Ik heb altijd gehoopt dat hij eens zou doorvragen, zou
helpen, maar dit is nooit gebeurd.”
Uit onderzoek komt naar voren dat bij mishandelde vrouwen bijna een verdubbeling van de
consultfrequentie te zien is bij huisartsen en een 3 tot 7-voudig hoger gebruik van pijnstillers25.
Evenals in ons onderzoek, komt ook in dit onderzoek naar voren dat bijna alle geïnterviewde
slachtoffers op een bepaald moment contact hebben gehad met de huisarts. Er werd bijna altijd een
instrumentele / medische aanpak gehanteerd. In ons onderzoek komt als resultaat naar voren dat de
respondenten aangeven juist behoefte te hebben aan een gesprek met de huisarts en dat deze de tijd
ervoor neemt. De vertrouwensband met de huisarts is een belangrijke voorwaarde voor slachtoffers
om het gesprek met de huisarts over het geweld aan te gaan. Belangrijk hierbij is dat de huisarts
voldoende tijd neemt voor de patiënt.
Deze uitkomst komt overeen met het onderzoek van Sylvie Lo Fo Wong, waaruit blijkt dat de
meerderheid van de slachtoffers een voorkeur heeft voor de communicatieve aanpak. De
communicatieve aanpak bestaat uit praten, empathisch luisteren en het empoweren van de
slachtoffers.
Uit eerder gedaan onderzoek blijkt de reden, van het niet bespreken van ‘huiselijk geweld’ door de
huisarts, te liggen in de machteloosheid die veel huisartsen ervaren in het ondersteunen van de
slachtoffers26. Dit komt overeen met de eerder genoemde theorie27. Ondanks deze uitkomst zien veel
respondenten de huisarts als een persoon die een belangrijke rol kan spelen in het stoppen van
huiselijk geweld. Respondenten geven aan dat het belangrijk is dat de huisarts weet op welke
22
Wentzel, W. (2003). Huiselijk en seksueel geweld. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum
Ministerie van Justitie (1997). Huiselijk geweld. Aard omvang en hulpverlening.
24
Nota “Prive Geweld – Publieke Zaak” van het Ministerie van Justitie en het onderzoek “Huiselijk Geweld, aard, omvang en
hulpverlening” van Bureau Intomart
25
Lo Fo Wong, S. (2006). The doctor and the woman “who fell down the stairs”. Rotterdam: Optima
26
Lo Fo Wong, S. , Jonge de, A., Wester, F., Mol, S.S.L., Romkens, R.R., Lagro-Janssen, T. (1999).
27
Wentzel, W. (2003). Huiselijk en seksueel geweld. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum
23
22
signalen hij moet letten. In het geval van seksueel geweld wordt door de slachtoffers zelden dit geweld
als hulpvraag gepresenteerd28. Uit ons onderzoek komt naar voren dat hetzelfde geldt voor de andere
vormen van huiselijk geweld. Onderstaande uitsprak licht bovenstaande toe:
“Ik ben wel in contact geweest met de huisarts, doordat ik regelmatig flauwviel. Toen durfde ik niet te
vertellen wat er aan de hand was. Ik had een heel harde klap in mijn nek gekregen. Ik heb een verhaal
opgehangen hoe druk ik het had en dat werd geloofd”.
Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat de rol van de leerkrachten voor wat betreft
signaleren van huiselijk geweld minimaal is. Vanuit de antwoorden die gegeven zijn, kunnen we
opmaken dat dit voorkomt uit angst van de leerkracht om dit te benoemen en niet weten hoe te
handelen. Ook werd gedacht dat de signalen te maken hadden met kindeigen problematiek. Dezelfde
signalen kunnen verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld opvallend druk gedrag van een kind
kan wijzen op ADHD, maar ook op huiselijk geweld29.
Uit onderzoeksresultaten blijkt dat de kinderen van de respondenten wel signalen hebben afgegeven
op school, maar dat voor de respondenten niet duidelijk was of de link met ‘huiselijk geweld’ door de
leerkracht werd gelegd.
Vanuit de interviews met slachtoffers van huiselijk geweld zijn verbeterpunten genoemd door de
respondenten. Zij hechten grote waarde aan het serieus genomen worden door diverse professionele
instanties30. Ook is genoemd dat het belangrijk is om preventief veel bekendheid aan het onderwerp te
blijven geven in de vorm van voorlichting o.a. in diverse talen om zoveel mogelijk slachtoffers te
kunnen bereiken.
“De reden om mee te werken aan het interview voor mij is dat het onderwerp meer bekend wordt bij
andere vrouwen die ook dezelfde situatie zitten, waar ik in zat. Als zij de weg weten hoe ze hieruit
kunnen komen, dan heb ik het idee dat ik daaraan een bijdrage heb kunnen leveren door mijn verhaal
te vertellen”.
Daarbij zijn ook korte lijnen/samenwerkingsafspraken tussen instanties erg belangrijk, zodat er zo snel
mogelijk hulp kan komen voor slachtoffers van ‘huiselijk geweld’.
Actieve hulp sluit echter lang niet altijd direct aan bij de hulpvraag van de slachtoffers. Schaamte,
hoop, angst en overlevingsstrategieën staan het erkennen van de geweldsproblematiek in de weg.
Om dit te doorbreken zal er geïnvesteerd moet worden in het opbouwen van contact, in het
confronteren met het delict en in het motiveren voor een gezamenlijke aanpak31.
5.2 Analyse interviews huisartsen
5.2.1 Signalering door huisartsen
Bij bijna alle huisartsen worden signalen ontdekt. Het afgelopen jaar (2006) is er sprake van het
opmerken van signalen bij 1 tot 10 volwassenen en bij 1 tot 5 kinderen. Echter uit onderzoek van
Transact blijkt dat bij slechts 3% van de meldingen die binnenkomen bij de AMK's afkomstig zijn van
huisartsen32. Het signaleren en aan de orde stellen van vermoedens van misbruik is vaak niet
eenvoudig. Veelal stellen patiënten misbruikervaringen niet als oorzaak of achtergrond van klachten
aan de orde. Signalen kunnen multi-interpretabel zijn en bovendien zijn ze bij huisartsen niet altijd
voldoende bekend33.
Toch ligt voor slachtoffers de drempel naar de huisarts vaak het laagst. De 1e lijn is in veel gevallen
letterlijk de eerste maar ook vaak de enige plaats waar het slachtoffer terecht kan.
Gezien het voorgaande geven de huisartsen bijna allemaal aan dat er in de opleiding geen aandacht
is geweest voor huiselijk geweld. Het besef dat hier wat aan dient te gebeuren is nadrukkelijk
aanwezig bij alle huisartsen.
28
Transact. Huisartsen en seksueel misbruik.
Wentzel, W. (2003). Huiselijk en seksueel geweld. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum
30
Stichting Alexander (2004). Zonder drempels. Quickscan Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld 2004. (blz. 29)
31
ste
Protocol 1 hulp bij huiselijk geweld Drenthe. (2006)
32
Transact: huisartsen en seksueel misbruik
33
Transact: huisartsen en seksueel misbruik
29
23
5.2.2 Het herkennen van signalen
Aangezien patiënten veelal niet uit zichzelf zullen praten over ervaringen met ‘huiselijk geweld’, is het
opmerken van mogelijke signalen door de huisarts van groot belang. Uit dit onderzoek blijkt dat geen
van de slachtoffers zich vrijwillig meldt bij de huisartsen. De huisartsen geven aan dat de patiënten
alleen de signalen uitzenden, echter dit zijn veelal geen duidelijke signalen. Misbruik wordt door
slachtoffers zelden als hulpvraag gepresenteerd en blijft op deze manier binnenskamers.
Moeilijkheden kunnen echter liggen in de communicatie tussen arts en het slachtoffer. In de
communicatie tussen arts en patiënt zal de arts altijd te proberen het gesprek aan te gaan met de
patiënt. Alle 9 huisartsen geven aan dat ze moeten oppassen voor het opgebouwde vertrouwen
tussen hen en de patiënten. Wel geven ze advies over een mogelijke aangifte en adviseren over het
Blijf van m’n Lijf huis.
Algemeen gezegd zijn situaties van huiselijk geweld verschillend van aard. Een algemeen protocol is
daarom moeilijk te gebruiken. De huisartsen geven dan ook allemaal aan dat ze geen kennis hebben
van een protocol. Sommigen gebruiken het Huisartsen Informatie Systeem (HIS) en International
Code Primary Care (ICPC), deze laatste wordt voornamelijk gebruikt bij de huisartsenposten.
Generaliseren over de "juiste" handelwijze is moeilijk. Toch zijn er wel signalen die de huisarts tot
extra oplettendheid zouden moeten aansporen.
Een signaal van huiselijk geweld is een duidelijk lichamelijk of psychisch verschijnsel dat verwijst naar
mogelijk huiselijk geweld. Voor het interpreteren van signalen bestaat geen vaststaand profiel.
Enerzijds heeft huiselijk geweld individueel zeer verschillende gevolgen en daarmee zeer
verschillende signalen. Anderzijds zijn signalen van huiselijk geweld veelal aspecifiek. Om deze reden
is het onmogelijk een vaststaande richtlijn te geven voor wanneer naar huiselijk geweld gevraagd zou
moeten worden34. In vakliteratuur worden verschillende mogelijke signalen van misbruik genoemd, zie
hiervoor de signalenlijst welke is toegevoegd als bijlage.
De respondenten geven tevens aan dat het collegiale overleg heel belangrijk is. Voor twee huisartsen
is het ook belangrijk om in de privésituatie te praten over de ervaring met huiselijk geweld.
De ketenpartners waarmee wordt samengewerkt zijn voornamelijk BJZ, AMK, MWW, AMW en Bureau
vertrouwenspersonen. Incidenteel wordt doorverwezen naar het Blijf van m’n Lijf huis, psychologen of
psychotherapeuten.
5.3 Analyse interviews leerkrachten
Hoewel vrijwel alle kinderen en jongeren in de leerplichtige leeftijd (5-17 jaar) naar school gaan, blijkt
slechts 15% van alle meldingen die binnenkomen bij AMK afkomstig uit het onderwijs35.
Er zijn 4 respondenten geïnterviewd, waarvan 2 respondenten werkzaam in Zuid-Beveland in het
basisonderwijs. De andere 2 respondenten zijn werkzaam in Zeeuws-Vlaanderen op het voortgezet
onderwijs.
5.3.1 Signaleren
De 4 respondenten weten te benoemen wat volgens hun signalen zijn die kinderen uitzenden waarbij
er mogelijk sprake is van ‘huiselijk geweld’.
Van de 4 respondenten geven 3 aan dat volgens hun slachtoffers altijd signalen uitzenden. De vierde
leerkracht zegt: “Weet ik niet, geen zicht op.”
Er zijn een aantal redenen waarom een kind zelden naar buiten komt met ‘huiselijk geweld’. Ten
eerste is het kind erg loyaal tegenover de ouders. Ouders spelen een prominente rol in het leven van
een kind en ook al is die rol negatief, het kind zal met hart en ziel de ouders verdedigen. Die loyaliteit
is diepgeworteld. Wie namelijk niet loyaal is en zijn ouders afvalt, verwerpt een deel van zijn wortels
en dus een deel van zichzelf36.
Ten tweede schaamt het kind zich voor de ouder, bijvoorbeeld omdat deze zich door zijn
dronkenschap belachelijk maakt of door zijn psychische ziekte in de ogen van het kind raar gedraagt.
Dat gedrag verzwijgen en verbergen ze liever voor anderen. Zelfs al is het kind verdrietig vanwege de
34
Transact: huisartsen en seksueel misbruik
http://www.dsp-groep.nl/cms/uploadedfiles/tijdschrift_kindermishandeling.pdf
36
http://www.vkantwerpen.be/pdf/meldenswaard.pdf
35
24
ruzies in huis. Ten derde is het kind bang voor de gevolgen als anderen te weten komen als er sprake
is van ‘huiselijk geweld’. Gaan de ouders dan uit elkaar? Waar moet het kind dan heen?
Een vierde reden waarom een kind zelden naar buiten komt met ‘huiselijk geweld’ is dat ouders in
staat zijn om het kind onder druk te zetten, zodat ze tegen anderen hun mond houden over wat zich
thuis afspeelt37.
De respondenten haken hierop in door aan te geven dat zij noemen dat angst en schaamte kinderen
er van weerhouden om met huiselijk geweld naar buiten te komen. Daarnaast wordt ook bedreiging
door en afhankelijkheid van de ouders genoemd.
5.3.2 Protocol
Een docent kan voor kinderen en jongeren die te maken hebben met huiselijk geweld veel betekenen
en net het verschil maken. Goed contact tussen leerling en leerkracht is van groot belang.
5.4 Analyse van de enquête
5.4.1 Signalen
“Alle gedrag is communicatie; men kan niet niet communiceren”, zo luidt het axioma van de praxis van
de communicatie volgens Watzlawick 38. Als kinderen mishandelt, verwaarloosd en/of misbruikt
worden, communiceren ze. Hun gedrag wordt beïnvloed door wat ze meemaken. Ze zenden signalen
uit die aangeven, dat er iets met ze aan de hand is. Of de signalen ook op deze manier worden
ontvangen is de vraag. Het gedrag dat een kind laat zien kan ook anders uitgelegd worden.
De vierde vraag van de enquête: “Kunt u enkele voorbeelden noemen van wat u ervaart als signalen
van huiselijk geweld?” geeft een grote hoeveelheid en verscheidenheid aan voorbeelden. De
respondenten hebben over het algemeen wel een beeld van de signalen die kunnen duiden op
huiselijk geweld, terwijl meer dan de helft (51%) nog nooit een signaal van huiselijk geweld heeft
opgevangen.
Uit onderzoek blijkt, dat jaarlijks minstens 50.000 kinderen en jongeren worden mishandeld, terwijl een
veel groter aantal getuige is van ‘huiselijk geweld’39. Het meest recente onderzoek naar
kindermishandeling, dat momenteel veel in het nieuws is en om reactie van de regering vraagt, heeft
het over meer dan 100.000 slachtoffers per jaar. Omgerekend zou dat betekenen, dat in iedere klas
van 30 kinderen er 1 kind slachtoffer is van (huiselijk) geweld.
Gevraagd naar de ervaringen die de respondenten hebben met huiselijk geweld zegt bijna de helft van
hen hiervan op de hoogte te zijn gebracht door verhalen van betrokkenen of de kinderen zelf. Ze zijn
dus op de hoogte gebracht door verbale communicatie. Dit onderstreept wat de communicatietheorie
(zie hoofdstuk 2 “Theoretische onderbouwing”) beschrijft over informatieoverdracht: de boodschap
wordt duidelijk voor de ontvanger door de bewuste verbale overdracht.
Blauwe plekken worden door respondenten het meest genoemd als signalen van huiselijk geweld.
Dit komt overeen met resultaten van andere onderzoeken40.
De redenen voor het niet openbaar maken van huiselijk geweld door slachtoffers zijn volgens de
respondenten met name angst, schaamte en loyaliteit naar de dader.
5.4.2 Protocol
Sinds 2005 is er in opdracht van het ministerie van OCW een landelijk protocol samengesteld gericht
op het omgaan met vermoedens van ‘huiselijk geweld’ op school.
Op verschillende scholen in Nederland is ervaring opgedaan met protocollen, waarin stap voor stap
wordt beschreven wat je kunt doen in het geval van een vermoeden van kindermishandeling of
‘huiselijk geweld’. Die ervaringen zijn begin 2005 gebundeld in een voorbeeldprotocol voor primair
37
http://www.nji.nl/smartsite.dws?id=103036&page=103058
Watzlawick, P., Helmick Beavin, J., Jackson, D.D.(1970) De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie.
Deventer: van Loghum Slaterus
39
http://www.dsp-groep.nl/cms/uploadedfiles/tijdschrift_kindermishandeling.pdf
40
Baan-Slootweg O.H. van de. Medische diagnostiek van kindermishandeling, Bilo L. Blauwe plekken zijn het meest
voorkomende letsel t.g.v. lichamelijk geweld.
38
25
onderwijs en een voorbeeldprotocol voor voortgezet- en beroepsonderwijs·. Deze bevatten een lijst van
leeftijdspecifieke signalen van huiselijk geweld en handreikingen om daar als school mee om te gaan.
Uit de antwoorden van de respondenten blijkt, dat een protocol lang niet altijd op de school aanwezig
is. Soms is het aanwezig maar niet bekend. Van de respondenten geeft 86% aan het van belang te
vinden dat er een protocol ‘huiselijk geweld’ op school is. Velen geven ook aan wat er in een protocol
zou moeten staan (zie hoofdstuk 4.4).
5.4.3 Scholing
Van de in totaal 84 respondenten zijn slechts 7 van hen geschoold op het gebied van ‘huiselijk
geweld’. De respondenten geven aan wel behoefte te hebben aan deskundigheidsbevordering; 75
respondenten vinden het belangrijk om signalen van huiselijk geweld te kunnen herkennen door
scholing. Ze geven aan, dat de kennis die ze nu hebben naar hun mening niet voldoende is om goed
te kunnen handelen. Daarbij is menigeen bang verkeerd te handelen; wat als de situatie alleen maar
erger wordt? Meer hierover beschrijft de projectgroep in hoofdstuk 6 “Conclusies en aanbevelingen”.
Conclusie
Door de onderzoeksresultaten te analyseren, heeft de projectgroep conclusies en aanbevelingen
geschreven die terug te vinden zijn in hoofdstuk 6.
26
Hoofdstuk 6 Conclusies en aanbevelingen
Inleiding
In dit hoofdstuk worden met behulp van de resultaten vanuit de literatuurstudie en het
praktijkonderzoek conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.
6.1 Conclusies
Tijdens dit project heeft de projectgroep een antwoord proberen te vinden op de volgende
onderzoeksvraag:
“Welke signalen zendt een slachtoffer van huiselijk geweld uit en hoe worden deze signalen
gelezen door leerkrachten en huisartsen in Zeeland?”
De stelling ‘elk slachtoffer zendt signalen uit’, die de projectgroep als uitgangspunt heeft genomen,
wordt bevestigd door de resultaten van de interviews en de enquête, de theorie van Watzlawick en het
onderzoek van Sylvie Lo Fo Wong. Deze conclusie bevestigt de noodzaak van dit onderzoek tot
inventarisatie van signalen omdat bij een goede afstemming en (h)erkenning van signalen bij de
ontvanger, huiselijk geweld eerder gestopt kan worden.
De reden voor het niet openbaar maken van huiselijk geweld door slachtoffers komt volgens de
respondenten voort uit angst, schaamte en loyaliteit aan de dader. Slachtoffers zenden desondanks
wel degelijk signalen uit.
De signalen die de projectgroep uit zowel het literatuur onderzoek, als het praktijkonderzoek naar
voren ziet komen zijn lichamelijke verwondingen, schrikachtig gedrag, onzekerheid in het bijzijn van de
partner, teruggetrokken gedrag, agressie bij kinderen, verminderde schoolprestaties, slachtoffer is
sociaal geïsoleerd, angst voor mannen, controlerende partner, depressie, angstklachten, verhoogde
consultfrequentie bij de huisarts en verhoogd gebruik van pijnstillers.
Vanuit de analyse van de huisartsen komt naar voren dat, huisartsen aangeven ze zelf behoorlijk vaak
huiselijk geweld signaleren. Zij geven aan signalen te herkennen als kneuzingen en blauwe plekken,
botbreuken en spanningen. In mindere mate, worden depressie en angstig gedrag ook als signaal
herkend. Vanuit de slachtoffers wordt aangegeven, dat signalen niet worden opgepikt. Een belangrijke
reden hiervan is de instrumentele / medische aanpak die huisartsen vaak hanteren. Juist in het geval
van mogelijk huiselijk geweld zou er gekozen moeten worden voor een communicatieve aanpak
waarbij niet alleen de symptomen worden behandeld, maar er ook aandacht is voor de oorzaak.
Slachtoffers hebben aangegeven juist in een goed gesprek, waarbij ze zich op hun gemak voelen en
vertrouwen hebben in de huisarts, eerder het onderwerp huiselijk geweld bespreekbaar te maken.
Deze aanpak levert op dat huiselijk geweld eerder openbaar wordt gemaakt, met als mogelijk gevolg
beëindiging van de geweldssituatie. Het onderzoek van Sylvie Lo Fo Wong bevestigt dit, want het
praten met de huisarts blijkt voor vrouwen, die te maken hebben met huiselijk geweld, belangrijk in het
veranderen van de situatie.
Uit de praktijk en theorie blijkt echter dat huisartsen onvoldoende geschoold zijn om adequaat op
signalen te reageren en aan te sluiten bij de behoefte van de patiënt.
Van de slachtoffers met schoolgaande kinderen, is door iedereen aangegeven, dat de kinderen op
school signalen hebben uitgezonden. Het gaat dan onder meer om signalen als blauwe plekken,
teruggetrokken gedrag of juist druk gedrag, niet naar huis willen, agressief gedrag en een
achteruitgang van de leerprestaties. Uit de enquête over huiselijk geweld die door 84 leerkrachten in
Zeeland is ingevuld, blijkt dat 51% van de leerkrachten nog nooit een signaal van huiselijk geweld
heeft opgevangen.
Deze uitkomst staat in fel contrast met de onderzoekscijfers die aangeven, dat er jaarlijks meer dan
100.000 kinderen slachtoffer zijn van huiselijk geweld. De oorzaak kan evenals bij de huisartsen,
gezocht worden in de opleiding. Tijdens de opleiding voor leerkrachten in Zeeland wordt er geen
aandacht besteed aan het onderwerp huiselijk geweld. Het is voor leerkrachten daarom ook lastig om
signalen te (h)erkennen en hier vervolgens ook wat mee te doen.
Tevens blijkt er vaak onduidelijkheid te zijn over het bestaan van een protocol, waarin staat hoe er
gehandeld dient te worden bij een vermoeden van huiselijk geweld.
Leerkrachten vinden het dan ook belangrijk om bijscholing over dit onderwerp te krijgen.
27
Dat het gebrek aan opleiding een beperkende factor is in het (h)erkennen van signalen van huiselijk
geweld zal duidelijk zijn. Het gevolg van deze beperking is niet alleen, dat signalen vaak niet herkend
worden, maar ook dat professionals een vermoeden van huiselijk geweld niet bespreekbaar durven te
maken met ouders of het slachtoffer tot zij meer zekerheid hebben. De reden hiervoor is dat zij angstig
zijn om verkeerd te handelen. Dit leidt ertoe dat slachtoffers zich niet gehoord voelen en de
geweldsituatie voortduurt.
De projectgroep is van mening, dat iedere professional die te maken krijgt met huiselijk geweld of hier
een vermoeden van heeft, dit bespreekbaar dient te maken en dat het niet benoemen van huiselijk
geweld mogelijk meer schade toebrengt aan het slachtoffer dan het uitspreken van een onterecht
vermoeden.
Huiselijk geweld is een groot maatschappelijk probleem waar juist huisartsen en leerkrachten mee
geconfronteerd worden. Desondanks blijken deze beroepskrachten / professionals hier niet of
nauwelijks in geschoold te zijn. Signalen worden in de meeste gevallen niet gesignaleerd en als dit
wel het geval is, wordt er te lang gewacht met het geweld bespreekbaar te maken of in te grijpen.
Dit en het gebrek aan scholing over dit onderwerp, evenals het ontbreken van beleid en een protocol
om signalen te herkennen en/of slachtoffers te begeleiden dan wel door te verwijzen, ziet de
projectgroep als een grote belemmering in de aanpak van huiselijk geweld.
6.2 Aanbevelingen
Op basis van bovenstaande conclusie komt de projectgroep tot de volgende aanbevelingen:
•
Aansluiting van de huisartsen in Zeeland bij de Raamovereenkomst ASHGZ
De projectgroep vindt het een gemiste kans dat de huisartsen zich niet aangesloten hebben bij
de Raamovereenkomst van ASHGZ. Door aansluiting zouden zij meer betrokken kunnen
worden bij de aanpak van huiselijk geweld. Juist omdat uit onderzoek blijkt dat de
huisartsenpraktijk de aangewezen plek is voor slachtoffers om een signaal af te geven. Uit ons
onderzoek blijkt ten slotte dat veel slachtoffers eerst bij de huisarts zijn geweest, wat
nogmaals het belang van het (h)erkennen van signalen op deze belangrijke vindplaats
benadrukt.
•
Ontwikkelen van een signalenlijst voor huisartsen in Zeeland
Door het invoeren van een standaard signalenlijst kan er uniformiteit ontstaan in het
signaleren van huiselijk geweld. Uit onderzoek komt naar voren dat het signaleren en
oppakken van signalen erg afhangt van de kennis en ervaring van de huisarts. Door het
gebruik van een uniforme signalenlijst wordt het voor huisartsen beter mogelijk signalen te
interpreteren en is dit minder afhankelijk van de individuele kennis en ervaring met betrekking
tot het onderwerp. De projectgroep heeft naar aanleiding van het onderzoek een signalenlijst
samengesteld die als voorbeeld zou kunnen dienen. Deze signalenlijst is opgenomen als
bijlage.
•
Ontwikkelen van een protocol ‘Huiselijk geweld’ ten behoeve van de
huisartsenpraktijken in Zeeland
Het ontwikkelen van een protocol, zodat huisartsen weten hoe te handelen bij situaties van
huiselijk geweld. Het protocol biedt de huisarts handvatten om het geweld bespreekbaar te
maken en indien noodzakelijk actie te ondernemen, waardoor handelingsverlegenheid
verminderd kan worden. Het streven is een uniforme aanpak door huisartsen in Zeeland.
•
Deskundigheidsbevordering onder huisartsen in Zeeland
Doordat veel slachtoffers van huiselijk geweld juist veelvuldig bij de huisarts komen, is dit de
aangewezen plek om het geweld te signaleren en bespreekbaar te maken. Kennis over
huiselijk geweld, de signalen en hoe er gehandeld dient te worden, zal hier een bijdrage aan
leveren. Slachtoffers hebben aangegeven behoefte te hebben aan een huisarts die op de
hoogte is van mogelijke signalen en een communicatieve aanpak hanteert. Uit onderzoek
28
komt naar voren dat huisartsen die een opleiding hiervoor hebben gevolgd bijna vijf keer zo
vaak huiselijk geweld signaleren!
•
Samenstellen van een signalenlijst voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs in
Zeeland
Er zijn verschillende signalenlijsten in omloop op scholen in Zeeland, hierdoor is er geen
eenheid in de manier waarop signalen worden geïnterpreteerd en opgepakt. Dit geeft voor
betrokkenen onduidelijkheid die leidt tot handelingsverlegenheid. Voor veel leerkrachten is het
zelfs onbekend of er een lijst aanwezig is of niet. Door het invoeren van een standaard
signalenlijst kan er uniformiteit ontstaan in het signaleren. De signalenlijst die is opgenomen in
het voorbeeldprotocol “Huiselijk Geweld” zou hierbij als voorbeeld kunnen dienen en is te
vinden op de site www.kindermishandeling.info.
•
Ontwikkelen van een protocol ‘Huiselijk geweld’ voor het basisonderwijs en voortgezet
onderwijs in Zeeland
Voor het protocol geldt ook dat er verschillende in gebruik zijn op scholen in Zeeland. Hierdoor
bestaat er geen eenheid in de manier waarop er met huiselijk geweld wordt omgegaan. Dit
geeft voor leerkrachten en slachtoffers een onduidelijke situatie die een snelle aanpak van
huiselijk geweld in de weg staat. Het bestaande voorbeeldprotocol van het Ministerie van
OCW kan aangepast worden aan de Zeeuwse situatie. Het stappenplan en de signalenlijst,
die respondenten aangeven van belang te vinden, zijn zaken waaraan in het
voorbeeldprotocol wordt voldaan. Verder kan dit protocol aangepast worden naar de wensen
van de school. Er ligt voor de schoolleiding een taak om beleid op dit thema te ontwikkelen.
Om vermoedens van huiselijk geweld aan de orde te stellen, is een veilige werkomgeving
nodig. Door duidelijke afspraken over de rol van de docent in de klas en over de professional
met zorgtaken (zoals interne begeleiders, mentoren, schoolmaatschappelijk werkers). Maar
ook moet er duidelijkheid zijn over externe partners, zoals hulpverlenende instanties, en welke
teamleden daarmee contact onderhouden. Er kan een werkgroep opgericht worden of een
themabijeenkomst georganiseerd. Huiselijk geweld dient een onderwerp te zijn waar beleid op
gemaakt moet worden. Het moet niet afhangen van de individuele leerkracht of er aandacht
voor dit onderwerp is.
•
Deskundigheidsbevordering onder leerkrachten
Leerkrachten hebben aangegeven behoefte te hebben aan deskundigheidsbevordering over
huiselijk geweld. Bij deskundigheidsbevordering gaat het om het vergroten van basiskennis
over huiselijk geweld, vaardigheden met betrekking tot signaleren, beoordelen en handelen,
evenals de basishouding ten aanzien van de aanpak van ‘huiselijk geweld’. Daarbij komen ook
contacten met ouders aan de orde en de voorbeeldprotocollen worden in de training gebruikt.
Er kan gekozen worden om een aantal leerkrachten te scholen, die hun kennis dan weer aan
anderen kunnen overdragen.
In opdracht van het Ministerie van OCW is een nascholingsprogramma ontwikkeld: “Omgaan
met huiselijk geweld”. Dit programma kan bijdragen aan het vergroten van de basiskennis van
leerkrachten.
•
Professionals en beroepskrachten dienen huiselijk geweld altijd bespreekbaar te
maken
De projectgroep is van mening dat elke professional en beroepskracht die te maken krijgt met
een vermoeden van huiselijk geweld, dit bespreekmaar moet maken. Het niet benoemen van
een vermoeden van huiselijk geweld zou mogelijk meer schade kunnen aanrichten, doordat
het slachtoffer langer in de geweldssituatie blijft, dan het uitspreken van een onterecht
vermoeden van huiselijk geweld.
Tijdens het afnemen van interviews heeft de projectgroep slachtoffers van huiselijk geweld gevraagd
naar wat beter of anders kan in hun ogen. De onderstaande punten zijn door de slachtoffers genoemd
en willen we als projectgroep onder de aandacht brengen omdat het voor de individuele slachtoffers
niet mogelijk is dit zelf te doen.
29
Aanbevelingen gedaan door slachtoffers van huiselijk geweld:
•
•
•
•
•
•
•
•
Om de hulp eerder op gang te brengen is een betere communicatie tussen instanties (kortere
lijnen) gewenst, zodat deze instanties beter en sneller kunnen inspringen als er sprake is van
huiselijk geweld.
Vooral veel blijven praten over het onderwerp, duidelijk maken dat het niet normaal is wat er
met je gebeurt en dat iedereen het waard is om te leven.
Het is erg belangrijk om serieus te worden genomen door instanties en politie waar
slachtoffers aankloppen met hun verhaal.
Het is van belang voor het slachtoffer dat er aandacht is voor het proces waarin ze zitten,
voordat het besluit genomen kan worden om weg te gaan. Een slachtoffer van huiselijk
geweld dient achter het besluit te staan om weg te gaan, anders is het risico te groot dat het
slachtoffer weer terugkeert naar de situatie.
Ondanks alle media aandacht nog meer bekendheid geven aan manieren om uit een situatie
van huiselijk geweld te komen, ook in andere talen.
Als professional moet je nog alerter zijn op signalen en de mogelijkheid creëren voor een
slachtoffer om erover te praten, bij twijfel moet je doorvragen.
Bij een vermoeden van huiselijk geweld zou een huisarts een huisbezoek af kunnen leggen.
Op scholen huiselijk geweld als thema behandelen voor zowel de leerlingen als de
leerkrachten.
30
Nawoord
De projectgroep heeft met enthousiasme aan dit onderzoek gewerkt. Met name het uitvoeren van de
interviews was zeer intensief en vaak schokkend. Het in ons gestelde vertrouwen hebben we als zeer
bijzonder ervaren. Omwille van privacyredenen is ervoor gekozen 1 geanonimiseerd interview van 1
van de slachtoffers op te nemen. De projectgroep bedankt alle respondenten; slachtoffers, huisartsen
en leerkrachten (in Zeeland), die hebben meegewerkt aan het onderzoek.
De samenwerking tussen de projectgroep, opdrachtgever en begeleidend docent verliep uitstekend.
De projectgroep bedankt daarom mevrouw R. Teeuwsen van het ASHGZ en mevrouw P. de Bil, van
de Hogeschool Zeeland voor hun begeleiding, enthousiaste inzet en tijd. De aanwijzingen die zij de
projectgroep hebben gegeven, zijn als zeer leerzaam ervaren.
Tot slot hoopt de projectgroep dat door het onderzoek en de aanbevelingen die in dit rapport zijn
weergegeven een bijdrage wordt geleverd aan de vermindering van het aantal slachtoffers van
huiselijk geweld in Zeeland door vroegtijdige signalering bij leerkrachten en huisartsen.
Vlissingen, mei 2007
Geraadpleegde literatuur
Baarda, D.B., Goede, de M.P.M. en Teunissen, J. (2001) Kwalitatief Onderzoek. Groningen
Houten: Wolters- Noordhoff . ISBN-13: 9789020731798
Baarda, D.B. & Goede, M.P.M. de (2001). Basisboek Methoden en Technieken.
Groningen: Stenfert Kroese
Baeten, P. en Janssen, L. (2004)Spelregels voor samenwerkingsverbanden huiselijk geweld.
Amsterdam: Uitgeverij SWP. ISBN: 90.59.57249.1
Brinkgreve, C. en Daalen van, R. (1991)Huiselijk geweld: Alledaags en ongewoon geweld. Groningen:
Wolters- Noordhoff. ISBN 90.5319.075.9
Cense, M. (2005) Zoek het verschil. Een interculturele blik op geweld in partnerrelaties. In: Cultuur,
Migratie Gezondheid. Amsterdam: Kenniscentrum Transact Geen ISBN
Cense, M., Nieuwenhuizen, P., Pauli, T. en Steenbergen B.Mozaïek handboek. Amsterdam:
Kenniscentrum Transact 2006. ISBN: 90.72.1274.98
Dutton, D. (2000) De partnermishandelaar Houten / Diegem: Uitgever Bohn Stafleu van Loghum.
ISBN 90.31.3345.10
Genetello, H. (2006) Boos als een draak: kinderen en partnergeweld. Antwerpen / Apeldoorn: Garant.
ISBN: 90.44.1192.65.
Janssen, H.(2006) Geweld achter de voordeur: aanpak van huiselijk geweld. Amsterdam: Uitgeverij
Boom. ISBN-10: 90.85.0636.39 (ISBN-13: 97.89.08506.3636)
Lawick van, J. (2000) Intieme oorlog: over geweld en kwetsbaarheid in gezinsrelaties Amsterdam: Van
Gennep. ISBN: 90.55.1519.71
Lo Fo Wong, S. (2006) The doctor and the woman “who fell down the stairs”. London: Vintage.
Nijmegen: Radboud Universiteit.
Lo Fo Wong, S. (2006) Discussing partner abuse: does docter’s gender really matter? Family Practice
Advance Access originally published online on April 4.
Noot Bert. (2002) Schrijvenderwijs in het HBO, Uitgeverij Nelissen, Soest.
ISBN: 90-244-1395-8
Penfold, R. (2006) Drakenslippers. Houten: Uitgeverij Van Holkema & Warendorf.
ISBN: 90.269.8532.0
Schuur, G. (2004) De gewelddadige man. Amsterdam: Uitgeverij Boom.
ISBN 90-5352-896-2
Serkei, B. (2005) Praten doet geen pijn: handboek bespreekbaar maken huiselijk geweld in allochtone
kring. Amsterdam: Transact. Geen ISBN
Swanborn, P.G. (1987) Methoden van sociaalwetenschappelijk onderzoek.
Amsterdam/Meppel: Boom
Timmerman, R. (2005) Wat huiselijk geweld met je doet. Zoetermeer: Boekencentrum.
ISBN: 97-890-2391-6420
Vreeswijk, H. (2006) De stalker. Antwerpen: Manteau.
ISBN 90 223 19326 364 p.
Watzlawick P, Helmick Beavin J, Jackson D.D. (1970) De pragmatische aspecten van de menselijke
communicatie. Deventer: van Loghem Slaterus. ISBN:9060012186: 9789060012185
Wentzel, W. (2003) Huiselijk en seksueel geweld. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
ISBN 9789031335848
Wolzak, A. en Berge ten, I. (2005) Kindermishandeling: de aanpak in Nederland Amsterdam:
Uitgeverij SWP / NIZW Jeugd. ISBN 90 8560 019 7
Bronnen
Definitie van het ministerie van justitie, zie de nota “privé geweld - publieke zaak”, een nota over de
gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld van het ministerie van justitie. Den Haag april (2002).
Baan- Slootweg O.H. van de. Medische diagnostiek van kindermishandeling. Bilo L. Blauwe plekken
zijn het meest voorkomende letsel t.g.v. lichamelijk geweld. Kampen H2O.
Bateson, G. A theory of play and fantasy. Psychiatric research reports.
Handboek huiselijk geweld & allochtone gezinnen. Almelo: Equivalent, experts in emancipatie. 2004.
Ministerie van justitie. Huiselijk geweld. Aard, omvang en hulpverlening. (1997).
Onderzoek “huiselijk geweld, aard, omvang en hulpverlening”van bureau Intomart.
Protocol 1ste hulp bij huiselijk geweld. Drenthe (2006).
Zedenalmanak, Ministerie van Justitie, Afdeling Criminaliteitspreventie, Den Haag (2003).
www.bibliotheek.nl
www.huiselijkgeweld.nl
www.huiselijkgeweldzeeland.nl
www.transact.nl
www.amk-amsterdam.nl
www.onderwijsenhuiselijkgeweld.nl
www.ontwerpatelier.nl/digitaleopleidingsschool/binnen
www.ashgz.nl
www.minjust.nl
www.bjz.nl
www.no-kidding.nu
www.ggd.net
www.minocw.nl
www.NHG.nl
www.stichtingpetra.nl
www.blijfzeeland.nl
www.sciencedirect.com
Bijlagen
Bijlagen
1. Lijst met afkortingen
2. Interviewlijst slachtoffers
3. Uitgewerkt interview met een slachtoffer
4. Interviewlijst huisartsen
5. Matrix uitgewerkte interviews huisartsen
6. Interviewlijst leerkrachten
7. Matrix uitgewerkte interviews leerkrachten
8. Brief en Internetenquête
9. Uitwerking Internetenquête
10. Signalenlijst
Bijlage 1
Lijst met afkortingen
ADHD
Attention Deficit Hyperactivity Disorder
AMK
Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
AMW
Algemeen Maatschappelijk Werk
ASHGZ
Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld Zeeland
BJZ
Bureau Jeugdzorg Zeeland
FIOM
Federatie van Instellingen voor Ongehuwde Moeders
HIS
Huisartsen Informatie Systeem
IPCP
International Code Primary Care
MWW
Maatschappelijk Werk Walcheren
NB
Nota Bene
NHG
Nederlands Huisartsen Genootschap
OCW, ministerie
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Bijlage 2
Interviewlijst slachtoffers
Topics:
• Signalen (hoe heeft u laten merken dat er huiselijk geweld plaatsvond, heeft u zich anders
gedragen, of had u blauwe plekken / verwondingen)
• Omgeving (familie, vrienden, buren, evt. school van de kinderen, werk / collega’s)
• Huisarts
• Leerkracht
• Hulpverlening (hulp vanuit een professionele instelling die helpt om aan uw problemen te
werken)
Vragen:
Wat voor huiselijk geweld heeft er zich afgespeeld?
Hoe lang heeft het huiselijk geweld geduurd?
Hoe lang heeft het geduurd voor u ermee naar buiten durfde te komen?
Waarom durfde u er niet of juist wel mee naar buiten te komen?
Hebt u signalen afgegeven en zo ja, wat voor signalen en aan wie?
Hebt u het idee dat uw signalen werden opgepikt en door wie?
Bent u wel eens bij de huisarts geweest en heeft u daar signalen afgegeven?
Hoe ging de huisarts hiermee om?
Hoe voelde u zich daarbij?
Had u het idee dat de huisarts iemand is die u zou kunnen helpen?
Indien van toepassing: heeft de leerkracht van school van uw kind u wel eens aangesproken over
signalen die konden wijzen op huiselijk geweld?
Indien van toepassing: hoe ging de leerkracht hiermee om?
Indien van toepassing: hoe voelde u zich daarbij?
Wanneer is het huiselijk geweld gestopt en hoe kwam dat?
Hebt u hulpverlening gehad? Zo ja, welke hulp?
Vond u de hulp die u gehad heeft / nog steeds krijgt, voldoende en aansluiten bij uw probleem?
Hebt u nog tips of adviezen hoe signalen van huiselijk geweld eerder opgevangen zouden kunnen
worden?
Uitgewerkt interview met een slachtoffer
Het slachtoffer is een vrouw van 33 jaar, 2 kinderen in de leeftijd van 4 en 14 jaar.
Wat voor huiselijk geweld heeft er zich afgespeeld?
Het is begonnen na de zwangerschap van mijn zoontje, daarvoor was onze relatie goed. Mijn
partner heeft een handicap en een alcoholprobleem. Ik denk dat het voor hem ook moeilijk
was om een gezond kind te zien. Toen mijn zoon zijn 1e prikje had gekregen, moest hij veel
huilen en kreeg ik het kind niet stil. Mijn partner begon te schelden dat ik geen goede moeder
was, omdat ik mijn kind niet kon troosten. Toen heb ik mijn eerste klap gekregen. Op straat
dacht ik dat iedereen aan mij kon zien dat ik een slechte vrouw was en dat ik daarom
geslagen was, ik schaamde me ontzettend. Vanaf toen ben ik vaker geslagen en werd ik
gedwongen tot seks met mijn partner. Hij kwam heel vaak laat en dronken thuis en wilde
toen seks met mij. Ik kon het niet, hij stonk en ik was gewoon heel moe. Hij deed helemaal
niets, had geen werk vanwege zijn handicap. Zelf ging ik naar school en liep stage op een
kinderdagverblijf. Daarbij deed ik ook nog avondwerk als schoonmaakster. Als ik daarna
thuiskwam moest ik voor de kinderen zorgen en ook nog mijn huiswerk maken voor school.
Steeds moest ik zorgen dat ik op tijd thuis was om voor de kinderen te zorgen, want hij deed
dat niet. Hij ging liever met zijn vrienden weg. Ik vond dat ik niet werd behandeld als mens
maar als dier.
Hoe lang heeft het huiselijk geweld geduurd?
Het heeft zeker wel 3 jaar geduurd.
Hoe lang heeft het geduurd voor u ermee naar buiten durfde te komen?
Na ongeveer een jaar was ik ’s avonds op mijn werk, ik maakte schoon op een school. Daar
dacht ik alleen te zijn. Toen ik aan het schoonmaken was, kon ik gewoon huilen van verdriet
en pijn. Thuis mocht en kon ik dat niet. Op een avond zat ik zo hard te huilen, omdat ik dacht
dat er niemand meer was. Toevallig was de directeur van die school er nog en hoorde mij
huilen. Eerst schrok ik heel erg en zei dat er niets aan de hand was. Hij geloofde dat niet,
want hij zag ook de zwarte plekken op mijn armen. Na aandringen heb ik een beetje het
verhaal verteld. Hij vertelde dat ik naar het Algemeen Maatschappelijk Werk moest gaan.
Daar ben ik heen gegaan, maar trof een mannelijke maatschappelijk werker aan.
Ik vond die man verschrikkelijk en wilde sowieso tegen een man al niet mijn verhaal
vertellen! Deze maatschappelijk werker vertelde mij dat ik gewoon terug naar huis moest en
me moest schikken naar mijn man. Dit was zo’n enorme teleurstelling voor me dat ik voor
mijn gevoel niemand meer in vertrouwen kon nemen. Voordat ik uiteindelijk ben weggegaan,
heeft het nog 2 jaar geduurd.
Waarom durfde u er niet of juist wel mee naar buiten te komen?
Ik vertrouwde niemand. Ik had het idee dat iedereen mijn man kende en dat ik geen kans
had om weg te komen. In die tijd ben ik wel een paar keer flauwgevallen, gewoon door de
spanning en ook omdat ik het zo druk had en heel moe was. Soms sliep ik ’s nachts niet,
omdat ik zo bang was dat hij weer dronken in bed kwam en seks met me wilde. Ik kon het
gewoon niet meer. Tegen de huisarts durfde ik niet te vertellen wat er aan de hand was. Ook
zijn de ambulancebroeders weleens geweest, nadat ik was flauwgevallen omdat ik een hele
harde klap in mijn nek had gekregen. Ze vertrouwden het niet, maar ik bleef volhouden dat ik
het gewoon heel druk had en zo moe was. Uiteindelijk zijn ze weggegaan.
Heeft u signalen afgegeven en zo ja, wat voor signalen aan wie?
Ik had blauwe en soms zwarte plekken. Ook ben ik meerdere keren flauwgevallen, waar de
ambulance bij is geweest. Na mijn werk moest ik meteen naar huis komen, als ik iets te laat
was dan werd ik meteen al opgebeld van ‘waar blijf je’.
Heeft u het idee dat uw signalen werden opgepikt en door wie?
Door de schooldirecteur waar ik werkte zeker wel. Ook door mijn collega, die ondernam
meteen actie en van haar mocht ik niet meer naar huis. Door de maatschappelijk werker
helemaal niet, hij zei dat ik naar huis moest en me maar moest schikken in mijn relatie. Ik
ben nooit meer teruggeweest naar die man.
Bent u wel eens bij de huisarts geweest en heeft u daar signalen afgegeven?
Ik heb wel contact gehad met de huisarts, omdat ik steeds flauwviel. Ik durfde niet te
vertellen wat er aan de hand was en hing steeds een verhaal op van hoe druk ik het had met
mijn school, stage en werk.
Hoe ging de huisarts hiermee om?
De huisarts vroeg wel door, maar omdat ik bang was en niets durfde te vertellen, bleef ik bij
mijn verhaal en heeft de huisarts niet meer verder gevraagd.
Hoe voelde u zich daarbij?
Dat weet ik niet meer precies. Aan de ene kant wel goed, want ik hoefde niet bang te zijn en
aan de andere kant had hij misschien wel kunnen helpen.
Had u het idee dat de huisarts iemand is die u zou kunnen helpen?
Ja, de huisarts had mij in ieder geval de weg kunnen wijzen naar hulp.
Heeft de leerkracht van school van uw kind u wel eens aangesproken over signalen
die konden wijzen op huiselijk geweld?
Nee nooit, mijn dochter was op school altijd heel vrolijk. Ik weet zeker dat ze nooit iets aan
haar gemerkt hebben. Thuis trok ze zich wel terug op haar kamer.
Wanneer is het huiselijk geweld gestopt en hoe kwam dat?
Op 31 mei 2006. De avond daarvoor hadden we ruzie en is mijn man weggegaan. Hij ging
wel vaker met zijn vrienden kaarten en thee drinken in het koffiehuis. Die nacht kwam hij niet
thuis, maar pas de volgende ochtend. Hij was nog nooit zo laat thuisgekomen, dus ik maakte
me zorgen dat er iets gebeurd zou kunnen zijn. Toen hij thuiskwam, vroeg ik waar hij was
geweest en waarom hij niet even gebeld had. Daarop werd hij zo boos en ging zo tegen me
tekeer waar ik me mee bemoeide. Hij was nog steeds een beetje dronken ook. Hij begon op
mijn hoofd te slaan en tegen me te schoppen. De kinderen schrokken zo erg, dat ze gingen
gillen. Ik denk dat ik ook heel hard geschreeuwd heb. Hij ging met steeds harder slaan en ik
had het idee dat hij me bijna doodsloeg. De kinderen hebben de buren geroepen en die zijn
gekomen. De buren hebben mij en de kinderen meegenomen en hebben gezorgd dat mijn
dochter naar school kon en mijn zoontje is naar het kinderdagverblijf gebracht. Ik ben naar
mijn werk gegaan en mijn hele gezicht zat onder het bloed en ik was bont en blauw. Mijn
collega vroeg wat er gebeurd was en is na mijn verhaal meteen gaan bellen met de politie.
Van de politie moest ik aangifte doen en zij hebben geregeld dat ik eind van die middag
opgehaald werd om naar een Blijf van m’n Lijf huis te gaan. Mijn dochter is van school
gehaald en de buren hebben mijn zoon eerder van het kinderdagverblijf gehaald, allemaal
om mijn man te ontwijken. Toen wij eind van de middag niet thuis kwamen, kwam hij heel
boos naar mijn werk. De kinderen en ik hadden ons verstopt toen hij daar was. Mijn collega
bleef volhouden dat we er niet waren en uiteindelijk is hij weggegaan. We waren zo bang,
dat hij ons toch zou vinden. We hebben alles achtergelaten en zijn ’s avonds laat bij de
vrouwenopvang aangekomen.
Heeft u hulpverlening gehad? Zo ja, welke hulp?
Ik heb hulp gehad van Slachtofferhulp en dat vond ik erg fijn. In het Blijf van m’m Lijf huis heb
ik hele goede begeleiding gehad en er volgt nu nog 1 gesprek van de nazorg. Ook krijg ik
hulp van het MWW voor mijn financiële problemen nu. Zij helpen mij om alles te regelen,
zodat ik later alles zelf kan. Eens per week komt er iemand van Homestart langs om met de
kinderen te spelen of mij extra aandacht te geven. De politie in Zeeland heeft mij heel goed
geholpen toen ik aangifte heb gedaan tegen mijn man.
Vond u de hulp die u gehad heeft / nog steeds krijgt voldoende en aansluiten bij uw
probleem?
Ja, ik ben erg blij met alle mensen die mij willen helpen.
Heeft u nog tips of adviezen hoe signalen van huiselijk geweld eerder opgevangen
zouden kunnen worden?
Ik hoop dat jullie iets kunnen met mijn verhaal, want ik denk dat meer bekendheid geven aan
de hulp die er is voor slachtoffers van huiselijk geweld heel belangrijk is. Er zijn nog heel veel
vrouwen die dagelijks geslagen worden, maar omdat ze de weg en in het geval van
allochtone vrouwen ook vaak de taal niet kennen, de weg naar de hulpverlening niet kunnen
vinden.
Bijlage 4
Interviewlijst huisartsen
Topics:
• Signalen ontvangen (is het vast te stellen hoe signalen eruit zien en hoe te
herkennen)
• Aantallen (hoeveel slachtoffers op jaarbasis, onderverdeling. Hoeveel daders en
onderverdeling)
• Actie en vervolg (wat gebeurt er met de constatering en hoe is het vervolg en verloop
van eventuele acties)
• Doorverwijzing (welke instanties worden betrokken bij de doorverwijzing)
Vragen:
Kunt enige uitleg geven over de signalering van huiselijk geweld?
Wat heeft u in de opleiding geleerd over dit onderwerp?
Heeft u door invloed van bv. NHG bijscholing gedaan of op eigen initiatief?
Hoe staat u tegenover de aandacht van de media over dit onderwerp?
In hoeverre bent u op de hoogte van signalen en de herkenning daarvan? (Herkent u
signalen?)
Hoeveel slachtoffers zijn er bij u bekend (bv afgelopen jaar)?
Kunt u een verdeling maken van de aantallen (man, vrouw, kind, ouderen)?
Melden de slachtoffers zich uit eigen beweging of sondeert u bij constatering?
Hoeveel daders zijn er bij u bekend?
Melden de daders zich uit eigen beweging of sondeert u bij constatering?
Hoe ziet uw actie er meestal uit bij het bekend worden van huiselijk geweld?
Werkt u samen met ketenpartners? BJZ, ASGHZ, AMK, POLITIE enz. en waar bestaat die
samenwerking uit?
Wat zou u persoonlijk graag veranderd c.q. verbeterd willen zien?
Bijlage 5
Vraag
Arts 1
Terneuzen
Arts 2
‘sHeerarendskerke
Veel ouderen in
de praktijk. Niet
zoveel huiselijk
geweld bekend
Arts 3
Terneuzen
Arts 4
Terneuzen
Arts 5
Terneuzen
Arts 6
Terneuzen
Arts 7 + 8
Tholen
Arts 9
Oost Souburg
Het is hier een
rustige
omgeving, veel
allochtonen, veel
klaaggedrag.
Het is hier een
rustige
omgeving, veel
allochtonen, niet
veel huiselijk
geweld
Veel sociale
problematiek.
Verslaving, Veel
sociaal culturele
problemen
Gebied waar
huiselijk geweld
zeer onderschat
wordt
Niet veel
huiselijk geweld.
Rustige
omgeving.
Gebied waar
huiselijk geweld
zeer onderschat
wordt.
Veel sociale
armoede,
alcoholgebruik is
een probleem
1.Kunt u enige
uitleg geven
over huiselijk
geweld en de
signalen die
slachtoffers
afgeven.
Het is hier een
rustige
omgeving, dus
niet veel
huiselijk geweld
2. Wat valt u op
bij huiselijk
geweld en de
slachtoffers?
Slachtoffer blijft
vaak slachtoffer.
Loyaliteit met
schijnveiligheid.
Schaamte. Niet
meer uit huis.
Veel loyaliteit
naar de dader.
Bij huwelijk niet
vaak besluit uit
elkaar te gaan
Veel huiselijk
geweld bij
allochtone
gezinnen, voornamelijk
vrouwen
Veel huiselijk
geweld bij
allochtone
gezinnen, voornamelijk
vrouwen
Veel huiselijk
geweld bij
allochtone
gezinnen, voornamelijk
vrouwen
Loyaliteit en
schaamte,
vooral bij
kinderen
Grote families,
veel loyaliteit
naar elkaar.
Veel schaamte
en loyaliteit
3. Melden de
slachtoffers
zich uit eigen
beweging of
polst u bij
constatering?
4. Melden de
daders zich uit
eigen beweging
of polst u bij
constatering?
5. Wat herkent
u aan
signalen?
Bijna niemand
meldt zich
vrijwillig, bijna
altijd signalen
Bijna niemand
meldt zich
vrijwillig, bijna
altijd signalen
Niemand meldt
zich vrijwillig, er
zijn signalen
Soms
aanmelding via
psycholoog,
maar niet
vrijwillig
Nee, nooit, de
signalen
spreken voor
zich
Alleen signalen.
Ja, sommige
vrouwen doen
dat. Ik denk voor
erkenning van
het probleem
Bijna niemand
meldt zich
vrijwillig, bijna
altijd signalen
Bijna niemand
meldt zich
vrijwillig, bijna
altijd signalen
Niemand meldt
zich vrijwillig, er
zijn signalen
Slachtoffers
melden zich
soms zelf aan,
rest geeft
signalen zoals
klaaggedrag
Niemand meldt
zich vrijwillig
Geen vrijwillige
meldingen
Nee, nooit
Alleen signalen.
Zelden tot nooit
Blauwe plekken,
gebroken
polsen,
overmatig
alcoholgebruik,
niet willen
praten,
depressiviteit,
drugsgebruik,
spanningen.
Blauwe plekken,
gebroken
polsen,
gebroken
vingers,
overmatig
alcoholgebruik,
niet willen
praten,
depressiviteit.
Blauwe plekken,
kneuzingen,
fracturen,
gesloten gedrag,
klagen,
depressief
gedrag
Blauwe plekken,
kneuzingen,
fracturen,
gesloten gedrag,
klagen,
depressief
gedrag,
angstreacties
Verwondingen,
depressief
gedrag,
teruggetrokken
gedrag
Bedplassen,
grapjes maken
over de
verwondingen
(absurde)
Depressie,
angstig
Alcoholgebruik,
depressiviteit,
spanningen,
kneuzingen.
Kneuzingen,
verwondingen
op vreemde
plaatsen.
Botbreuken
Vraag
Arts 1
Terneuzen
Niet veel in de
opleiding, later
zelf facultatief.
Arts 2
‘sHeerarendskerke
Veel in de
opleiding
meegekregen,
veel films, veel
workshops,
ongeveer ½ jr.
30 jr. huisarts
7. Heeft b.v. het
NHG invloed op
uw
bijscholingen?
Arts 3
Terneuzen
Arts 4
Terneuzen
Arts 5
Terneuzen
Arts 6
Terneuzen
Arts 7 + 8
Tholen
Arts 9
Oost Souburg
Niets in de
opleiding
meegekregen,
later zelf
facultatief.
Niets in de
opleiding
meegekregen,
later zelf
facultatief.
Niets in de
opleiding
meegekregen,
later zelf
facultatief.
15 jr. huisarts
30 jr. huisarts
9 jr. huisarts
1 jr. huisarts
Niets in de
opleiding
meegekregen,
na twee jaar
goed en alert
gevoel
ontwikkeld
9 jr. huisarts
Niets, alles gaat
op eigen initiatief
Niets, alles gaat
op eigen initiatief
Niets, alles gaat
op eigen initiatief
Niets, alles gaat
op eigen initiatief
en interesse
Niets, alles gaat
op eigen initiatief
en eigen
interesse
Niets, alles gaat
op eigen initiatief
en eigen
interesse
8. Zijn er bij u
protocollen
bekend over
huiselijk
geweld?
Er zijn geen
protocollen
vastgelegd. Wel
gebruik van
ICPC
International
code primairy
care op
huisartsenpost
Protocollen zijn
bij mij niet
bekend, ook
landelijk niet.
Wat protocollen
in gebruik bij de
EHBO- post.
Wel HIS
Protocollen zijn
bij mij niet
bekend, ook via
de NHG niet.
ICPC in gebruik
en HIS
Huisartsen
informatiesysteem
Protocollen zijn
bij mij niet
bekend, ook via
de NHG niet.
ICPC in gebruik
en HIS
Huisartsen
informatiesysteem
Protocollen zijn
bij mij niet
bekend, ook via
de NHG niet.
ICPC in gebruik
en HIS
Huisartsen
informatiesysteem
Protocollen zijn
bij mij niet
bekend, ook
landelijk niet.
Wel HIS
Protocollen zijn
mij niet bekend.
Ha 2: idem dito
en HIS.
Geen
protocollen wel
richtlijnen via de
vakbladen.
Wel ICPC en
HIS
9. Hoeveel
slachtoffers
kent u in uw
praktijk in het
afgelopen jaar?
4 kinderen <14
jr.
1 kind >14 jr.
(loverboy)
4 volwassenen
(vrouwen)
2 ouderen
2 kinderen <14
jr.
2 volwassenen
0 ouderen
2 kinderen <14
jr.
10 volwassenen
(allochtone
vrouwen)
0 ouderen
4 kinderen <14
jr.
2 vrouwen
(allochtoon)
2 vrouwen
(autochtoon)
0 ouderen
1 vrouw
0 kinderen
0 ouderen
3 vrouwen
(allochtoon)
3 kinderen <14
0 ouderen
3 vrouwen
0 kinderen (wel
vermoedens)
0 ouderen
10. Hoeveel
daders kent u
uit uw praktijk?
2 mannen
2 mannen
5 mannen
2 mannen en
4 mannen via
vrouw gemeld
Geen
5 daders
Ha1: 3
kinderen< 14
3 vrouwen
waarvan 1
allochtoon.
Ha2: 5 kinderen
<14
1 allochtone
vrouw, 1
autochtone
vrouw.
Ha1: 4 daders
Ha2: 3 daders
6. Heeft u veel
over huiselijk
geweld geleerd
tijdens de
opleiding?
Niets in de
opleiding, later
facultatief.
15 en 18 jr.
huisarts
Niets, alles gaat
op eigen
initiatief.
In de opleiding
summier
huiselijk geweld
aangestipt. Zelf
goed gevoel
ontwikkeld in de
loop der jaren
17 jr. huisarts
Wel voor een
deel door het
vakblad wat
NHG uitgeeft
3 daders
Vraag
Arts 1
Terneuzen
11. Wat is
volgens u het
aantal
slachtoffers per
jaar werkelijk?
12. Hoe ervaart
u huiselijk
geweld op
persoonlijke
titel?
80% meer
Is zeer begaan
met slachtoffers
en bemiddeld
wel met
toestemming
patiënt.
13. Wat is de
actie bij
constatering
van huiselijk
geweld?
Proberen
gesprek aan te
gaan, is moeilijk
in verband met
vertrouwen
patiënt. Met
toestemming
aangifte.
14. Met welke
ketenpartner
werkt u samen
of verwijst u
door?
BJZ
AMK
Soms
maatschappelijk
werk. Soms Blijf
van mijn lijf huis.
Slachtoffer
indien
toestemming
primair naar
psycholoog
Arts 2
‘sHeerarendskerke
50% meer
Arts 3
Terneuzen
Arts 4
Terneuzen
Arts 5
Terneuzen
Arts 6
Terneuzen
Arts 7 + 8
Tholen
Arts 9
Oost Souburg
50% meer
50% meer
50% meer
50% meer
De helft meer.
300 % meer
Wel empathie
voor
slachtoffers.
Geen aangifte of
bemiddeling.
Onmacht, wel
sympathie voor
slachtoffers,
vooral kinderen.
Kan het goed
loslaten, maar
soms toch
vooroordelen
tegen de dader
Soms moeilijk te
verwerken,
meestal goed.
Collegiaal
overleg
Onmacht en
boosheid.
Collegiaal
overleg.
Vrouw is ook
arts
Collegiaal
overleg.
Thuis bespreken
Collegiaal
overleg. Maar
het blijft altijd
lastig.
Vaak
ongemakkelijke
situaties,
empathie voor
de slachtoffers.
Vooroordelen
naar de daders.
Collegiaal
overleg
Proberen
gesprek aan te
gaan, is moeilijk
in verband met
vertrouwen
patiënt.
Verantwoordelijk
-heid bij de
patiënt,
Proberen
gesprek aan te
gaan, open
vragen en
winnen van
vertrouwen
slachtoffers
Bespreekbaar
maken
gebeurtenis,
advies over
aangifte, advies
over Blijf van
mijn Lijfhuis
Bespreekbaar
maken
gebeurtenis,
advies over
aangifte, advies
over Blijf van
mijn Lijfhuis
Door vertrouwen
sneller
bespreekbaar.
Indien melden
vertrouwen
geschaad.
Soms Blijf van
mijn Lijfhuis
Vertrouwen
tussen arts en
patient is een
belangrijk punt.
Altijd proberen
gesprek aan te
gaan.
Advies: Blijf van
mijn lijfhuis.
Advies: aangifte
doen
Indien kinderen
zeker aangifte
bij AMK.
Alleen
informatief met
BJZ en AMK.
Soms doorverwijzing naar
therapeut of
psycholoog.
Soms tip over
Blijf van mijn lijf
huis.
BJZ
AMK
Soms
maatschappelijk
werk, algemeen
meldpunt
Provincie
Tips over Blijf
van mijn lijf huis.
Advies over
aangifte doen
Alles hangt af
van de situatie
Bureau
vertrouwensartsen.
AMK
Slechte
ervaringen met
BJZ
Bureau
vertrouwensartsen.
AMK
BJZ
KNMG
vertrouwenarts
BJZ
AMK
Soms
maatschappelijk
werk. Soms Blijf
van mijn lijf huis.
Slachtoffer
indien
toestemming
primair naar
psycholoog
BJZ, AMK.
Maatschappelijk
werk.
Bureau
vertrouwensartsen.
AMK
BJZ
KNMG
vertrouwenarts
Vraag
Arts 1
Terneuzen
15. Wat zou u
persoonlijk
veranderd
willen zien in
de huidige
situatie?
Meer scholing
met collega’s.
Meer keuze in
nascholingen.
Arts 2
‘sHeerarendskerke
Misschien toch
een protocol.
Kaart met
richtlijnen
16. Hoe vond u
het interview?
Was weer even
alert door
interview
Heeft me aan
het denken
gezet
Arts 3
Terneuzen
Arts 4
Terneuzen
Dat mensen hun
schouders niet
ophalen en
weglopen.
Meer 1e lijns
meldmogelijkheden.
Misschien een
arts als
mogelijke
autoriteit met
mogelijkheden
tot onderzoeken.
Mogelijkheid tot
anonieme
melding, waarbij
dader en
slachtoffer niets
weten van de
melder.
Misschien een
arts als
mogelijke
autoriteit met
mogelijkheden
tot onderzoeken.
Heeft me goed
gedaan, laat me
weer nadenken.
Arts 5
Terneuzen
Arts 6
Terneuzen
Arts 7
Tholen
Arts 8
Oost Souburg
1e lijns
meldmogelijkheid met arts.
Meer mogelijk
met sociale
kaart over
vervolgtraject
Afstemming
bijscholing moet
beter.
Huisartsen
bewuster maken
Scholen
bewuster maken
Ha1:
bewustmaking
moet beter.
Ha2: meer
scholing, nog
meer
gespecialiseerd
collegiaal
overleg.
Meldpunt
vertrouwensarts
voor artsen.
Gespecialiseerd
collegiaal
overleg.
Meer publiciteit
en meer
aandacht in de
media
Het heeft me
meer behoefte
aan kennis
gegeven
Voelde zich zeer
geprikkeld door
interview
Gaat
nascholingsaanbod weer
raadplegen
Ha1: het heeft
me tot nadenken
gezet.
Ha2: prima!
Gaat
onderzoeken of
er nog
nascholingen
zijn betreffende
dit onderwerp.
Heeft me goed
gedaan, laat me
weer nadenken
Door interview
meer focus
(is niet zo breed)
Heeft sticker op
het bureau
geplakt:
Huiselijk
geweld is hier
bespreekbaar
Tijd interview
40 minuten
40 minuten
35 minuten
20 minuten
30 minuten
15 minuten
25 minuten
40 minuten
35 minuten
Observatie
interview
Telefonisch
interview, zeer
meegaand en
enthousiast.
Begaan met de
slachtoffers
Eerst wat
terughoudend,
later zeer
enthousiast
Alert en
meedenkend.
Zeer empathisch
Terughoudend
en taakgericht.
Nadenkend en
zeer afmeten in
antwoorden
Zeer enthousiast
en meegaand.
Heeft veel
geleerd van het
interview
Is zeer begaan
met de
slachtoffers en
werkt in vrije tijd
aan oplossingen
Ha1: beetje op
de vlakte, later
meedenken naar
mogelijke
oplossingen.
Ha2:
enthousiast,
empathisch.
Eerst wat
terughoudend,
later zeer
enthousiast en
meegaand
Bijlage 6
Interviewlijst leerkrachten
Topics
• Signalen huiselijk geweld
• Protocol huiselijk geweld
• Ervaringen
• Scholing
• Hulpverleningsaanbod
• Weerstand
• Organisatie
Vragen
Signalen van huiselijk geweld: worden deze naar uw mening altijd uitgezonden door
slachtoffers en om welke signalen gaat het dan?
Protocol huiselijk geweld: is dit binnen de school aanwezig? Zo ja: wordt er mee
gewerkt? Weet u wat er in staat? Zo nee: zou er één aanwezig moeten zijn en kunt u
aangeven waarom? Wat zou er volgens u in moeten staan?
Welke procedure wordt nu gevolgd bij een vermoeden van huiselijk geweld? Is dit een
procedure die bij alle leerkrachten bekend en duidelijk is? Maakt u daarbij gebruik van
een signalenlijst of andere literatuur over huiselijk geweld?
Ervaringen: Heeft u al eens te maken gehad dat er bij een student sprake was van
huiselijk geweld? Hoe bent u dit te weten gekomen, werden er signalen uitgezonden en
om welke signalen ging dit dan? Als dit niet het geval is, denkt u dat er op deze school
wel studenten aanwezig zijn die mogelijk slachtoffer of getuige zijn van huiselijk geweld?
Kunt u aangeven welke overweging u maakt om te handelen bij een vermoeden van
huiselijk geweld?
Scholing m.b.t. signalen van huiselijk geweld: wat vindt u hiervan? Hebt u zelf scholing
hierover gehad? Zo ja, wat betekent dat in de praktijk voor u? Zo nee: vindt u het
belangrijk dat leerkrachten geschoold worden in het herkennen van signalen en kunt u
aangeven waarom? (hier kunnen we aangeven, dat onderzoek bij huisartsen heeft
uitgewezen dat scholing in het herkennen van signalen een positief effect heeft)
Hulpverleningsaanbod: bent u op de hoogte van hulpverleningsmogelijkheden in het
geval er huiselijk geweld wordt geconstateerd? (Vindt u het nodig hiervan op de hoogte
te zijn?)
Weerstand: Wat weerhoudt slachtoffers volgens u om huiselijk geweld openbaar te
maken? Hoe wordt door de leerkracht omgegaan met “weerstand” van het slachtoffer?
Hoe ervaart u binnen de school de mogelijkheden voor overleg over “zorgen” die men
heeft over de kinderen (bijv. een vermoeden van huiselijk geweld)? Kunt u zich hierin
vinden of zou u hierin iets veranderd willen zien?
Bijlage 7
Vraag
Wat ziet u als signalen
van huiselijk geweld?
Kunt u een aantal
signalen noemen?
Leerkracht
SBO
Bovenbouw
20 jr werkzaam
Extreem seksueel gekleurd
gedrag en taalgebruik, kind
dat zich heel erg terugtrekt,
kind dat zich erg schaamt
met douchen, vreemde
reacties bij gym, vreemde
opmerkingen van een vader
tijdens huisbezoek, een
gevoel dat de haren op mijn
arm overeind gaan staan
Leerkracht
Leerkracht
SBO
Middelbare school
Vakleerkracht Gymnastiek Nederlands
Ik werk met een signalenlijst
die ik gekregen heb van
een voormalig
schoolmaatschappelijke
werker.
Vaak voorkomend: buikpijn,
niet mee willen doen aan
gymles, geen lichamelijk
contact willen, geremd in
bewegingen.
Stil of juist extra aanwezig.
Niet verklaarbare pijnen,
schoolresultaten die
achteruit gaan
Leerkracht
Middelbare school
Wiskunde
Ik denk zelf aan mensen die
stil zijn of blauwe plekken
hebben en bij warm weer
lange kleding aan hebben
om dit te verbergen.
Worden naar uw mening
altijd signalen
uitgezonden door
slachtoffers?
Ja.
Weet ik niet, geen zich top.
Ja. Of je ze ziet is de vraag. Ik denk het wel maar
misschien niet zo zeer
Mensen worden soms wel
bewust als meer onbedoeld.
sterren in het camoufleren
van situaties.
Is er binnen de school
een protocol “Huiselijk
Geweld” aanwezig?
Weet ik niet; volgens mij is
er ooit één opgesteld.
Volgens mij niet. Er is wel
een vertrouwenspersoon
binnen de school; ik weet
niet wie dat nu is.
Nee, maar wel een protocol Weet ik niet, heb er nog niet
kindermishandeling en er is mee van doen gehad
een schoolmaatschappelijk namelijk.
werkster aanwezig
Als er een protocol is:
wordt er mee gewerkt?
Dat is mij niet bekend
n.v.t.
Volgens mij wel maar dat is n.v.t.
meer mishandeling
Als er geen protocol is:
vindt u dat er één zou
moeten zijn en waarom?
Ja, ik vind dat er een
protocol moet zijn.
Ja, dat vind ik een heel
goed idee. Ik vind dat iets,
wat we op school moeten
aankaarten.
Ja ik vind dat er zeker een
moet zijn.
Is wel beter voor de
kinderen en leerkrachten.
Ik stap naar de
Welke procedure volgt u
nu bij een vermoeden van schoolmaatschappelijke
werker toe en bespreek een
huiselijk geweld?
vermoeden ook met de
interne begeleider.
Bij een combinatie van
verschillende signalen,
bespreek ik het bij een
lerarenbespreking.
Met leraren bespreken en
de schoolmaatschappelijke
werker
Ik denk dat ik het eerst eens
met de klassenmentor zou
bespreken.
Is dit een procedure die
bij alle leerkrachten
bekend en duidelijk is?
Nee, dat denk ik niet. Ieder Dat weet ik niet.
geval staat ook wel op zich;
je weegt verschillende
zaken tegen elkaar af.
Niet, dat ik weet.
In ieder geval niet bij mij.
Maakt u daarbij gebruik
van een signalenlijst?
Ja.
De signalen zoals
benoemd, zijn vaak in de
praktijk niet zo duidelijk
aanwezig, zoals blauwe
plekken e.d. Ik vind zo’n lijst
daarom niet zo bruikbaar.
Ja de lijst
kindermishandeling
Heb ik niet.
Welke ervaringen heeft u
met huiselijk geweld op
school?
Momenteel heb ik een kind
in de groep, waarbij
huiselijk geweld speelt. Ik
heb ook ervaring met een
kind waar seksueel misbruik
speelde.
Jongetje, dat slachtoffer
was van (mogelijk) seksueel
misbruik.
Twee collega’s binnen
eerdere baan, die
slachtoffer waren geweest
van huiselijk geweld binnen
huwelijk.
Ik heb een meisje een keer
gehad waar het vermoeden
was en dit ook uitgesproken
aan de moeder.
Daarnaast wel een
vermoeden van een aantal
leerlingen maar zeker
weten doe ik dit niet.
Ik heb hier nog nooit mee te
maken gehad in mijn twintig
jaar dat ik op deze school
lesgeef.
Welke signalen werden
daarbij afgegeven?
In twee gevallen hebben
kinderen zelf huiselijk
geweld aangegeven in een
gesprek met mij. Bij een
vermoeden speelden, met
name signalen, zoals
aangegeven bij vraag 1
Een kind, dat niet op zijn
rug wilde liggen op de mat,
ondanks de opgebouwde
vertrouwensband tussen mij
en het kind.
Een aantal volwassenen
hebben het verbaal
aangegeven tijdens de
weerbaarheidstraining.
n.v.t.
Meisje: Stil, onzeker,
angstig
Nu zijn deze leerlingen heel
opstandig in de groep,
stoerdoenerij maar alleen
zijn ze heel rustig en zelfs
bijna onderdanig.
Ik kijk zeker naar het gezin
waar het kind in zit. Mogelijk
een gezin met al problemen
die bekend zijn. Daarnaast
raadpleeg ik mijn collega´s.
Ik zou zoals eerder
aangegeven eerst mijn
vermoeden bij de
klassenmentor neerleggen
om te zien of dit klopt.
Kunt u aangeven welke
overweging u maakt om
te handelen bij een
vermoeden van huiselijk
geweld?
Afhankelijk van meerdere
factoren. Met name, wat
kind zelf aangeeft en wat in
belang is van kind. Een
vermoeden bespreek ik
altijd; met een collega of
met een intern begeleider.
Afhankelijk van het
slachtoffer, met name bij
jong volwassenen. Bij
kinderen bespreek ik een
vermoeden altijd met
iemand anders, meestal
met de betreffende
leerkracht.
Bent u geschoold in het
herkennen van huiselijk
geweld? Zo ja, wat
betekent dat in de praktijk
voor u?
Nee. Op school is er wel
geregeld aandacht voor; er
is ook een werkgroep
“Huiselijk Geweld/
Kindermishandeling”
geweest.
Ik heb op mijn opleiding de
Ik heb een cursus
PABO helemaal niets
“Weerbaarheidstraining”
gedaan om zelf hierin les te gehad.
kunnen geven. Daarbij
kwamen zaken aan orde als
grenzen aangeven,
ervaringen met huiselijk
geweld en seksueel
misbruik.
Vindt u dat iedere
leerkracht hierin
geschoold zou moeten
zijn?
Ja, lijkt me zeker zinvol.
Ja. Ik zou zelf ook nog wel
willen bijleren.
Zeker nu ik weet dat er
Tja ik heb er nog nooit mee
meer aandacht aan besteed van doen gehad, maar het
wordt, vind ik dit iets wat
is misschien wel beter.
behandeld zou moeten
worden.
Nee
Daar ben ik niet van op de
hoogte maar het zou wel
mooi zijn.
Geen idee
Het vervolgtraject, dat start
nadat ik het heb
aangekaart, daar heb ik
weinig zicht op.
Nee niet echt.
Nee
Weet u of er op het gebied Weet ik niet
van onderwijs onderzoek
is gedaan naar huiselijk
geweld?
Bent u op de hoogte van
hulpverleningsmogelijkhe
den m.b.t. huiselijk
geweld?
Ja, ik weet van een Bureau
Vertrouwensarts. Ik weet uit
ervaring, dat het jaren kan
duren, voordat er een
hulpverleningsproces op
gang komt.
Nee, nog nooit iets gehad.
Voor mij persoonlijk “ja”
vanuit betrokkenheid naar
het kind.
Wat weerhoudt
slachtoffers volgens u om
huiselijk geweld openbaar
te maken?
Angst, nog meer geweld.
Met name, angst,
bedreiging en
afhankelijkheid (van ouders,
als het om kinderen gaat)
Schaamte maar ook angst Schaamte, angst voor
voor de eventuele gevolgen ouders
als het bekend wordt.
Hoe gaat u als leerkracht
om met “weerstand”
tegen het openbaar
maken van huiselijk
geweld?
Een vermoeden spreek ik
altijd uit naar collega
(duobaan). Ik breng het kind
ook op de hoogte van het
feit, dat ik het niet geheim
kan houden. Maar ik doe
alles in belang van kind.
Ik maak een vermoeden
altijd bespreekbaar. Ik vind
het zelf wel moeilijk om
ouders er in te betrekken in
een vroeg stadium: stel je
voor dat je van alles in
werking zet, terwijl het blijkt
niet waar te zijn.
Ik spreek eerst met mijn
collega´s en dan met het
kind en de
vertrouwenspersoon.
n.v.t.
Hoe ervaart u binnen de
school de mogelijkheden
voor overleg over
“zorgen” die men heeft
over kinderen?
Op zich goed. Ik zou wel
graag de mogelijkheid
creëren om per week
gesprekjes te voeren met
kinderen. Ik heb het gevoel
nu tekort te schieten. Met
intern begeleider heb ik
overlegd om structureel tijd
hiervoor vrij te maken.
Goed. Naar mijn idee, zijn
er genoeg mogelijkheden
voor overleg.
Zou beter kunnen.
Vind ik wel goed
Prima, goed om weer op
scherp gezet te worden.
Goed
Wel goed
40 minuten
25 minuten
Hoe vond u het interview? Goed
Nee, dat is meer iets voor
de daarin
gespecialiseerden. Ik vind
het wel fijn, dat ik iets terug
hoor van het vervolg.
Ik zou het wel fijn vinden
Weet ik niet. Nog nooit aan
om te weten dat er iets mee gedacht.
gedaan wordt en dat het
kind in dit geval ook
geholpen wordt.
Vindt u het nodig hiervan
op de hoogte te zijn?
Tijd interview
45 minuten
60 minuten
Opvallend in interview
Leerkracht geeft de grote
loyaliteit van kinderen naar
ouders aan. Leerkracht is
Leerkracht geeft aan dat er Leerkracht is betrokken bij
een verband is tussen
de kinderen maar vindt het
slachtoffers huiselijk geweld wel moeilijk om het
Werkt bij dezelfde school
als eerdere leerkracht en
heeft er duidelijk een ander
heel betrokken bij kinderen. en geringe weerbaarheid.
Leerkracht verleent
Vindt het moeilijk om door
uitgebreid medewerking.
een vermoeden
bespreekbaar te maken,
iets in gang te zetten, wat
geen waarheid blijkt. “Het
blijft een
“fingerspitzengefühl”, voor
mij blijft het vooral intuïtie”.
bespreekbaar te maken bij
de kinderen.
beeld bij en ook geen
ervaring.
Bijlage 8
Signalen van Huiselijk geweld
In het kader van een afstudeeropdracht voor de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening
aan de Hogeschool Zeeland, voeren wij met een groep van zes studenten een project uit voor het
Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld Zeeland (ASHGZ).
Huiselijk geweld is de meest voorkomende geweldsvorm in onze samenleving. Bij geen enkele
geweldsvorm vallen zo veel slachtoffers als bij huiselijk geweld.
In Nederland is meer dan een kwart van de bevolking (in een bepaalde periode of meerdere perioden
van zijn of haar leven) wekelijks of dagelijks slachtoffer (geweest) van huiselijk geweld. Huiselijk
geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer wordt gepleegd. Anders
dan bij andere geweldsvormen, maken slachtoffer en pleger deel uit van elkaars leefomgeving.
Daardoor ligt ook de recidive zo hoog. Altijd speelt er, behalve de slachtoffer/ plegerrelatie, nog een
andere relatie mee; die van partner, die van ouder en kind, die van broer en zus, die van huisvriend.
Huiselijk geweld komt voor in alle maatschappelijke milieus en binnen alle culturen.
Als een mens zich ergens veilig moet voelen dan is dat wel in de eigen privé-omgeving. En toch is de
kans dat men juist daar slachtoffer wordt van geweldgebruik groter dan in de publieke ruimte.
Wat verstaan we onder ‘huiselijk geweld’? Daarvoor hanteren we de definitie van ‘huiselijk geweld’
zoals deze is opgenomen in de Raamovereenkomst tussen onze opdrachtgever Advies en Meldpunt
Huiselijk Geweld Zeeland en de ketenpartners. Definitie: ‘Geweld dat door iemand uit de huiselijke
kring van het slachtoffer is gepleegd. Onder geweld wordt de aantasting van de persoonlijke integriteit
verstaan met daarbij een onderscheid tussen psychisch en lichamelijk (waaronder seksueel) geweld.
De huiselijke kring van het slachtoffer bestaat uit (ex)partners, gezinsleden, familieleden en
huisvrienden. Het begrip ‘huiselijk’ betreft hier de relatie tussen dader en slachtoffer en niet de
‘locatie’.
We willen met ons project, eerder dan nu het geval is, huiselijk geweld op het spoor komen in
Zeeland. Door inzichtelijk te maken welke signalen door slachtoffers van huiselijk geweld worden
afgegeven. Via interviews met slachtoffers van huiselijk geweld, huisartsen en leerkrachten (zowel van
basisscholen als voortgezet onderwijs) willen we een lijst samenstellen met signalen, die wijzen op
mogelijke geweldpleging in huiselijke kring. Vervolgens dient onderzocht te worden hoe deze signalen
moeten worden ‘gelezen’; welke actie moet volgen van de huisarts en van de leerkracht bij een
vermoeden van huiselijk geweld. Er dient een protocol ontwikkeld te worden voor huisartsen en
leerkrachten, zodat duidelijk wordt welke procedure gevolgd kan worden.
We hebben gekozen voor de doelgroepen leerkrachten en huisartsen als ontvangers van signalen,
omdat deze beroepsgroepen vaak te maken krijgen met signalen van huiselijk geweld. Scholen zijn bij
uitstek plaatsen waar (een vermoeden van) huiselijk geweld, waarbij kinderen betrokken zijn,
gesignaleerd kan worden. Leerkrachten brengen veel tijd door met de kinderen, hebben een
vertrouwensrelatie met hen opgebouwd en kunnen een belangrijke signaalfunctie vervullen.
Wij willen u vragen om mee te werken aan dit onderzoek zodat wij een beeld krijgen van Huiselijk
geweld in Zeeland. De resultaten zullen anoniem worden verwerkt.
Mocht u nog vragen hebben kunt u contact opnemen met de projectleider mevrouw S. Wattel op het
e-mail adres: [email protected] of met mevrouw W. Boone op het e-mail adres:
[email protected].
1
1.
Bent u werkzaam op het basisonderwijs of op het middelbaar onderwijs?
□ Basisonderwijs
□ Middelbaar onderwijs
2.
In welke gemeente staat de school?
□ Borsele
□ Goes
□ Hulst
□ Kapelle
3.
□ Middelburg
□ Noord-Beveland
□ Reimerswaal
□ Schouwen-Duiveland
□ Vlissingen
Hoeveel leerlingen zitten er op deze school?
□ < 50
□ 50 - 100
□100 - 150
□150 - 200
4.
□ Sluis
□ Terneuzen
□ Tholen
□ Veere
□ > 200
Heeft u al eens signalen opgevangen van Huiselijk geweld tijdens uw werk?
□ Ja, namelijk:
□ Nee
5.
Wat verstaat u onder signalen?
6.
Wat weerhoudt slachtoffers volgens u om huiselijk geweld openbaar te maken?
7.
Weet u of er binnen uw school een protocol Huiselijk geweld aanwezig is?
□ Ja, ga door naar vraag 8
□ Nee, ga door naar vraag 9
2
8.
Weet u wat er in het protocol Huiselijk geweld vermeld staat?
□ Ja, namelijk
□ Nee, want
9.
Vindt u dat er een protocol aanwezig zou moeten zijn?
□ Ja, ga door naar vraag 10
□ Nee, want
10.
Wat moet er volgens u in ieder geval staan in een protocol Huiselijk geweld?
11.
Heeft u scholing gehad op het gebied van Huiselijk geweld?
□ Ja, ga door naar vraag 12
□ Nee, ga door naar vraag 13
12.
Wat betekent dit in de praktijk voor u?
13.
Vindt u het belangrijk dat leerkrachten geschoold worden in het herkennen van signalen
en kunt u aangeven waarom
□ Ja, want
□ Nee, want
14.
Weet u of er op het gebied van onderwijs ook onderzoek gedaan is naar Huiselijk geweld
□ Ja, er is onderzoek gedaan naar
□ Nee,
Wij willen u vragen de enquêtes voor woensdag 5 april te hebben ingevuld op de site.
Wij danken u voor de medewerking aan de enquête
3
Resultaten ''
84 respondenten
1. Bent u werkzaam op het basisonderwijs of op het middelbaar onderwijs?
Basisonderwijs
:
73 (87%)
11 (13%)
Middelbaar onderwijs :
2. In welke gemeente staat de school waar u werkzaam bent?
Borsele
:
9 (11%)
28 (33%)
Goes
:
Hulst
:
Kapelle
:
5 (6%)
Middelburg
:
6 (7%)
3 (4%)
Noord-Beveland
: 1 (1%)
Reimerswaal
:
4 (5%)
Schouwen-Duiveland :
6 (7%)
Sluis
: 2 (2%)
Terneuzen
:
8 (10%)
Tholen
:
7 (8%)
Veere
: 0 (0%)
Vlissingen
:
5 (6%)
3. Hoeveel leerlingen zitten er op deze school?
< 50
:
11 (13%)
27 (32%)
100 - 150 :
150 - 200 :
> 200
6 (7%)
:
40 (48%)
4. Kunt u enkele voorbeelden noemen van wat u ervaart als signalen van Huiselijk geweld?
depressief, schuchter, angstig, blauwe plekken, gebroken vingers, schaafwonden
gedrag van kind uiterlijke beschadigingen angsten bemoeienis ouders
Slaan, vernederen, opsluiten
Gedragsstoornissen Poging tot zelfdoding Frequent verzuim
- blauwe plekken op het lichaam - geestelijk onder druk zetten - wegduiken als je een plotselinge beweging maakt - angstig in vele situaties - grote terughoudendheid in contacten
een naar binnen gekeerde blik kinderen die heel graag bij de juf op schoot willen en aan de juf hangen (bij kleuters)
Veel voorbeelden heb ik niet , maar ik ervaar soms hoe ouders hun kinderen verbaal benaderen.
blijven hangen op school ander gedrag angstig onzekerheid onverklaarbare slechte resultaten blauwe plekken op vreemde plekken plotseling anders reageren naar kinderen rare verhalen
kinderen vertellen erover; fysieke beschadigingen;
verhalen van kinderen dat er thuis wordt mishandeld, uiterlijke verschijnselen zoals blauwe plekken
Moeder die geslagen wordt en naar een blijf van mijn lijf huis vertrekt. Vader die vrouw met een stuk glas gestoken had.
blauwe plekken bleek uiterlijk oogwallen
lichamelijke signalen: schaafwonden, blauwe plekken e.d.; gedragsproblemen; relatie ouder-kind (tijdens oudergesprekken, informele contacten)
Een uit de hand gelopen correctie van ouder/verzorger naar kind waarbij lichamelijk geweld wordt gebruikt. Een kind die betrokken is bij een uit de hand gelopen ruzie tussen ouders/verzorgers,
waarbij sprake is van verbaal geweld en psychische mishandeling.
terug getrokken of juist zeer agressief gedrag naar anderen
blauwe plekken, verdriet, eenzaamheid, onrustgevoelens
Wij hebben gelukkig weinig signalen op dit gebied.
zeer teruggetrokken gedrag angstig (bij aanraking) afstandelijke houding zichtbaar letsel (zoals blauwe plekken)
angst / blauwe plekken / teruggetrokkenheid / in elk geval opvallend ander gedrag dan normaal
kind deinst terug als je er vlak bij gaat staan, kind schrikt en deinst terug als je bemoedigend klopje op schouder wil geven, kind heeft blauwe plekken op vreemde plekken, kind durft zidh niet om te kleden
bij gym of zwemmen enz.
Angstige kinderen: hierdoor bv teruggetrokken gedrag, niet zindelijk, enz Kinderen met uiterlijke kenmerken: blauwe plekken ed
Lln. niet op hun gemak op school, tijdens gym, dicht in de nabijheid van volwassenen, buikpijn, bedplassen, slecht slapen, schrikachtig.
kind is getuige van fikse ruzie van de ouders kind hoort op bed ouders ruzie maken één van de ouders gooit in driftbui iets kapot in huis
geen ervaring met signalen van huishoudelijk geweld
Angst bij kinderen Blauwe plekken Verhalen van kinderen
Fysiek zichtbare verwondingen, teruggetrokkenheid, stil, depressieve klachten, angsten., fysiek geweld naar anderen tonen.....
nee
* leerlingen met veel blauwe plekken * schrikreacties van kinderen bij bewegingen
teruggetrokken kind, vaak angstig. agressief gedrag uiterlijke kenmerken, zoals blauwe plekken
Verandering in spontaniteit - blauwe plekken - teruggetrokkenheid - gedragsverandering
schreeuwen, lichamelijk reageren, grof omgaan met bezittingen van andere of jezelf,
Daar heb ik (gelukkig) nog geen ervaring mee gehad.
blauwe plekken, ongeconcentreerd zijn, afstandelijk zijn, achterdochtig zijn, angst hebben voor volwassenen
stil en teruggetrokken kinderen, bang om aangeraakt te worden, ineenkrimpen bij aanraking. agressief tegen andere kinderen altijd bedekte armen, ed.
niks
1. onrustige kinderen 2. extra stille kinderen 3.slechte schoolprestaties 4.verhalen 5.spelletjes 6.tekeningen
sexuele spelletjes vader/zoon
* stil en teruggetrokken gedrag * extreme gedragsverandering * blauwe plekken of regelmatige andere beschadigingen op de huid *bedplassen *onverzorgd uiterlijk *verhalen die kinderen vertellen
blauwe plekken schrikachtig gedrag agressie naar medeleerlingen teruggetrokkenheid
- zijn erg op zichzelf - ze vinden het vervelend wanneer je aan ze zit
Kinderen die extreem in elkaar duiken als je boos op ze bent en dichter naar ze toe komt. Opmerkelijk veel blauwe plekken, nooit mee willen gymen/ zwemmen met allerlei uiteenlopende redenen. Regelmatig
verzuimen van school. Andere kinderen/ dieren opvallend bedreigen/ pijnigen of dieren.
- schrik bij aanraking - niet mee willen gymen - apathie - concentratieproblemen - 'vage'klachten - slaperigheid
-onverklaarbare verwondingen -kinderen die in elkaar duiken wanneer je .......je stem verheft/je een onverwachte beweging maakt -kleineren door ouders/verzorgers van kinderen
uitwendige verwondingen angstige kinderen hele stille kinderen pijnklachten (buikpijn bijv.)
is moeilijk te constateren, maar probleemgedrag van jongeren en afstandelijk gedrag, zijn mogelijk tekens van psychisch of lichamelijk geweld
Blauwe plekken, angst voor aanraking, afstandelijk gedrag, teruggetrokken gedrag, erg sexueel getint gedrag (niet bij de leeftijd passend) zichzelf lichamelijk letsel toebrengen etc. Meestal niet 1 maar
meerdere signalen tegelijkertijd.
Als kinderen vaak onder de blauwe plekken zitten en daar niet echt een goede reden voor hebben. Zo'n kind kan daarnaast nog heel stil zijn, of juist agressief.
geen
Onrustige kinderen; blauwe plekken; bedplassen; somberheid; veranderingen in leerontwikkeling.
Kinderen die thuis zowel lichamelijk als geestelijk mishandeld worden. Kinderen die zien dat één van de ouders de andere ouder of broertje of zusje lichamelijk geweld aan toebrengen.
Bedreigende situatie in gezin waardoor sprake is van psychische en/ of geestelijke mishandeling
Blauwe plekken, schichtig, volgzaam of juist niet, vaak naar dokter, kneuzingen af en toe, weinig motivatie zonder motief....
schelden slaan pesten' kind als minderwaardig beschouwen erge ruzies, die vaak terug keren opsluiten van kind lichamelijke straffen
veel blauwe plekken waar het kind geen verklaring voor heeft kind dat niet lekker in zijn vel zit (teruggetrokken is of juist agressief is)
blauwe plekken teruggetrokken gedrag angstig overbeschermende ouders
- problematisch gedrag, negatieve manier van aandacht vragen, recalcitrant gedrag, verdriet. (sociaal-emotionele problematiek)
een teruggetrokken kind, dat weinig contact legt met leerkracht of klasgenoten
Blauwe plekken, pijn, ontduiken bij lichamelijke aanraking, ander gedrag ander taalgebruik, zich geen houding kunnen geven bij complimenten, stemmingswisselingen, stil of luidruchtig, druk of teruggetrokken.
verhalen van kinderen, blauwe plekken
een kind wil niet naar huis, maar graag op school blijven. Lichamelijke zichtbare sporen op het kind
nooit over gehoord
blauwe plekken. agressief gedrag. Scheldwoorden die niet bij de leeftijd passen. Moeite met zich letterlijk bloot geven. benen niet willen spreiden bij een gymles. meermaals te kennen geven niet met iemand
mee te willen.
geen
blauwe plekken snel van slag zijn verhalen van kinderen verhalen van ouders agressieve reakties geen leeftijdsadequaat taalgebruik van kinderen m.b.t. huis geweld
- angst/schrikreacties - blauwe plekken/kneuzingen - vreemde verhalen
bang zijn plekken op het lichaam met onduidelijke reden
* angst of hevige schrik bij lichamelijk contact * blauwe plekken * teruggetrokken gedrag * lage zelfwaardering * weinig spontaan spel * buikpijn * niet graag naar huis gaan
(regelmatig) blauwe plekken op niet logische plaatsen - geen eten of drinken bij
Blauwe plekken
In elkaar duiken als je op een kind af komt. Overdreven veel blauwe plekken.
zichtbaar lichamelijk letsel verhalen van kinderen psychische verwaarlozing seksueel misbruik verwaarlozing
herhaaldelijk aanwezige kwesturen. verandering van gedrag. geen vriendjes of vriendinnetjes die mogen spelen. angst voor volwassenen. bijzondere verhalen enz.
nooit gemerkt
Kinderen die regelmatig vertellen over ruzie thuis en het krijgen van klappen/schoppen. Blauwe plekken. Angstig en onrustig gedrag en vragen over thuis niet willen beantwoorden/ontwijken.
Afweren met de handen. Verkrampen bij aanraking. Apatisch gedrag en zichzelf slaan. Soms vertellen kinderen er spontaan over en reageren daarna van oeps..... dat had ik niet mogen zeggen. Of het dan
om om een incidentele gebeurtenis gaat of structureel dat is dan moeilijk te zeggen.
-kinderen die blauwe plekken hebben -kinderen die je op hun gedrag aanspreekt enorm ineen duiken, "bang"voor je zijn. -verhalen van gebeurtenissen thuis tijdens een les waarin je eigen gevoelens
centraal staan.
zorgen om opvoedkundige capaciteiten van de ouders kinderen niet die zorg bieden die ze nodig hebben (bv. logopedie)
Uiterlijke kenmerken. Blauwe plekken. Wonden etc... Onzekerheid en angst bij kinderen of ouder. Info tussen de regels door of kinderen die direct dingen vertellen.
onrustig gedrag, aandacht vragen op negatieve manier, ongepast taalgebruik, huilen, vermoeid, gefrustreerd, niet naar huis willen..
extreem teruggetrokken gedrag terug deinzen bij benadering zichtbare blauwe plekken op plaatsen waar geen bot zit. onverzorgd uiterlijk beschimmeld brood mee naar school
uitspraken van kinderen , verwondingen
Leerlingen die slaag krijgen van hun vader. Maar ook wel incestslachtoffers op school gehad. Ook leerlingen waar geestelijke mishandeling sprake was.
momenteel hebben we er bij ons op school nog niet mee te maken gehad.
5. Heeft u tijdens uw werk al eens signalen opgevangen van Huiselijk geweld?
Ja
:
41 (49%)
Nee (ga verder met vraag 7) :
43 (51%)
6. Welke signalen over Huiselijk geweld heeft u tijdens uw werk opgevangen?
- getuigenis van klappen door de leerling zelf - striemen en blauwe plekken op het lichaam
kinderen die erover vertelden
Moeder met blauwe plekken. Moeder die komt vertellen dat ze voor haar man vlucht. Moeder die een kind van een ander op het schoolplein klappen geeft
blauwe plekken, uitspraken van leerlingen
Een stiefvader die zijn kind heeft geslagen. Een stiefvader die niet open kan staan voor de beperking van zijn stiefkind en de moeder van het kind extra ondersteuning verbiedt. Een kind wat bang is voor
haar vader omdat deze verbaal geweld gebruikt in het contact met moeder en kinderen.
incest, blauwe plekken, emotioneel incontinent
gooien met stoel ruziie tussen ouders
Angst bij kinderen Blauwe plekken Verhalen van kinderen
* ruzie tussen dronken ouders waarbij met een kokende frietpan werd gegooid, rakelinks langs een kind * ouders die kinderen slaan
blauwe plekken - teruggetrokkenheid
brutaal antwoorden, grof omgaan met spullen, onverschillig
verhalen van mishandeling van het kind door de vader. (uit het verleden) verteld door moeder
signalen over heftige "ruzie"tussen ouders
verhalen die kinderen vertellen over het feit dat ze door de vriend van moeder geslagen worden bijvoorbeeld. onverzorgd uiterlijk weer gaan bedplassen
schrikachtigheid feiten verdraaien
Sexueel getinte verhalen
een kind dat vertelde over sexuele handelingen die niet hoorden bij de leeftijd van het kind.
1 leerling met erg sexueel getint gedrag en 1 leerling met veel blauwe plekken. Verder meerdere gevallen van verwaarlozing
Teruggetrokkenheid; blauwe plekken, soms op plaatsen waar je het niet direct verwacht
Een kind dat thuis wordt geslagen en hardhandig wordt aangepakt, omdat dit de enige manier is dat het luistert. Een kind dat ooit is geslagen is door zijn vader met een riem, waarvan de littekens zichtbaar zijn.
Een kind dat veel "ziek" was en altijd buikpijn had, waaruit bleek na onderzoek dat er sprake was van sexueel misbruik.
argeloze uitspraken van kinderen. kinderen die extreem bang zijn als er sprake zou kunnen zijn van lichamelijk contact vermijding van deelname aan zwem-/gymles
blauwe plekken teruggetrokken gedrag
Een kind wat duidelijk aangeeft dat het niet naar huis wil. Een onverzorgd kind wat dagen lang dezelfde kleding en ondergoed aan heeft.
alle boven genoemde
geen
blauwe plekken veelvuldig wc gebruik kinderen die niet op hun stoel kunnen zitten vanwege pijn verhalen van betrokkenen
melding van kindermishandeling door buurtbewoners.
* angst of schrik bij aanraking * blauwe plekken * teruggetrokken gedrag * weinig spontaan spel * buikpijn
Verhalen van kinderen seksueel misbruik verwaarlozing
Blauwe plekken. Vage verhalen. Extreme straffen die de kinderen krijgen en daarover vertellen. Gewoon het volledige verhaal zonder daar verder over te hoeven twijfelen.
afweren en kinderen die hier spontaan vertellen dat ze regelmatig geslagen wordt. Bij jonge kinderen niet altijd goed in te schatten of het betrouwbaar is. Sommigen hebben een rijkelijke fantasie en zien ook
veel van tv. Ik neem het echter altijd serieus en hou het kind in de gaten. Apatisch gedrag/teruggetrokken/in zichzelf gekeerd Zichzelf slaan.
Tijdens het uitkleden voor de gymles kwam ik er achter dat een kind enorme blauwe plekken op zijn onderrug en billen had.
een leerling met pleisters over de nagels (te kort afgeknipt), een blauwe oorschelp. bericht van een andere ouder. gesprekken tussen SMW en lln.
Verhalen van collega's. Reacties van de leerlingen zelf, of ook wel door klasgenootjes in vertrouwen verteld.
7. Wat weerhoudt slachtoffers volgens u om Huiselijk geweld openbaar te maken?
Schaamte
:
64 (24%)
Angst
:
Loyaliteit
:
Afhankelijkheid
:
De weg niet weten naar de hulpverlening :
70 (27%)
54 (21%)
41 (16%)
27 (10%)
anders
: 6 (2%)
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
durf om te melden
verplichte geheimhouding!
te jong om aan de bel te trekken
menen dat het "gewoon" is
te jong
dreigende scheiding
8. Weet u of er binnen uw school een protocol Huiselijk geweld aanwezig is?
Ja
:
22 (26%)
Nee (ga door naar vraag 11)
:
Weet ik niet (ga door naar vraag 11) :
29 (35%)
33 (39%)
9. Weet u wat er in het protocol Huiselijk geweld van uw school vermeld staat?
Ja (ga door naar vraag 11) :
18 (21%)
Nee
:
66 (79%)
10. Wat is de reden dat u niet weet wat er in het protocol Huiselijk geweld van uw vermeld staat?
Simpel, omdat ik het niet heb/ken
niet aanwezig
Is niet aanwezig
stomme vraag. Als er geen protocol is weet ik ook niet wat er in staat
bij mijn weten is dat er niet.
Is nog nooit ter sprake gekomen.....
nooit echt opgezocht omdat ik er nog niet echt mee te maken heb gehad.
Denk ik ongeveer te weten
Weet niet of er 1 is.
Ik weet niet of het er is, het is volgens mij nooit ter sprake gekomen dus weet ik ook niet wat er in staat.
Vraagstelling vraag 8 niet juist. We hebben geen protocol, dat weet ik. Er staat dus ook niets in
Nooit bij stil gestaan op deze school. In Rotterdam waar ik gewerkt heb wel.
het is er niet
geen
Ik weet het niet precies, omdat het (gelukkig) nog nooit in mijn klas is voorgekomen.
de laatste paar jaar niet in de aandacht geweest bij teamvergaderingen.
Ik weet het ongeveer maar niet exact ik heb het eens gelezen
Nog nooit gelezen. Ik ga nu even zoeken of ik het protocol kan vinden.
Ik heb het nog niet gelezen, maar kan wel inschatten wat er in staat. Ik vermoed over de handelwijze, bij het horen, of constateren, of vermoeden van vormen van huiselijk geweld. Ook wie de
vertrouwenspersonene zijn. En wie de personen, instanties zijn die je die ik moet consulteren?
11. Vindt u dat er een protocol Huiselijk geweld op elke school aanwezig moet zijn?
Ja
:
72 (86%)
anders :
12 (14%)
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
geen mening, je moet er ook erg voorzichtig mee zijn, dat je niet valse signalen afgeeft
nee
nee, je kunt dit haast niet in een frame krijgen in de praktijk
Ik zou eerst willen weten wat dat inhoudt. Er zijn al zoveel protocollen. Ik vind dat de lijnen kort moeten zijn. Is er iets, moet er actie
ondernomen worden.
wel informatie, geen protocol, er moet zoveel. Is dit werkverschaffing?
SMT
er is een protocol kindermishandeling die volgens mij dezelfde functie heeft. de gemeetne tholen is bezig met het opstellen van een soort
signaleringslijst of iets wat daar op lijkt.
nee
zou prima kunnen zijn, maar alerte bekwame leerkrachten die weten wat ze in zo'n geval zouden moeten doen is belangrijker dan een papieren
verhaal
we volgen leerlingen zeer intensief, zorgleerlingen komen ter sprake binnen zorgteam, lijntjes met hulpverleningsinstanties zijn kort.
De school heeft et maken met situaties waar zij op moeten reageren en dat is dan een AMK melding. Daar zijn afspraken over.
nu niet van belang
12. Wat moet er volgens u in ieder geval staan in een protocol Huiselijk geweld?
informeren naar de thuissituatie meldpunt anoniem controle door politie/ jeugdzorg
preventie, signalering, hulpverlening, stappenplan, vertouwenspersoon
signalenlijst aanmelden
Definitie, signalen, te nemen actie(s)
- meldingsplicht en inschakeling van maatschappelijk werk - veiligheid waarborgen van het slachtoffer
Mogelijke signalen, soort checklist adressen voor meer informatie afspraken over hoe er gemeld wordt en hoe
Hoe wij als leerkrachten signalen kunnen herkennen en welke weg wij moeten bewandelen als wij vermoedens hebben.
Waar je op kan letten en waar je kan melden
Hoe te reageren op signalen van huiselijk geweld; toegang tot hulpinstanties; reacties naar kinderen; opvang van slachtoffer
stappenplan compleet met vermelding meldpunt
te ondernemen stappen. hulp voor het slachtoffer.
verwijsadressen
omschrijving/definitie huiselijke geweld; stappenplan: wat doe je achtereenvolgens als er een vermoeden van huiselijk geweld bestaat; hulpverlenende instanties
De te nemen stappen, hoe in gesprek te treden met slachtoffer en dader.
wat de weg naar hulpverlening is als je het constateert.
De route naar hulpverlning, telefoonnummers, aanspreekbare personen in de school of gezinsdokter
Signalering weg tot hulp
De volgende punten moeten erin staan: - opvang kind - contact met hulpverlening - contact met ouders
zelfde domme vraag
niets, de signalen zijn duidelijk genoeg. Wij melden aan vertrouwenspersoon, vertrouwensarts, schoolarts , IB-er, directie. We overleggen met collega's om signalen te checken enz. Dit is niet te vatten in
een protocol. Het wordt een papieren tijger. Liever een draaiboek, dat is tenminste concreet.
Wat je als leerkracht moet doen, als je het vermoeden hebt dat er binnen een gezin huiselijk geweld is.
Eerst de symtomen leren ontdekken, lln. geruststellen, hoe om te gaan i.v.m de klasgenoten, geheimhouding, instanties waar je terecht kunt, gesprekken kunnen voeren met kind en/of ouders.
stappenplan hoe te handelen als leerkracht
stappen voor begeleiding leerling stappen te ondernemen naar eventuele instanties
Procedure hoe te handelen door leerkrachten
aanpak, instanties, stappenplan
Hoe er na een melding verder gewerkt wordt.
Er moet bijvoorbeeld instaan, waar je terecht kunt. En daarnaast dat er dan ook iets mee gedaan wordt.
Hoe allert te zijn op signalen. Op welke wijze je hulpverlenende instantie moet benaderen en wie je allemaal moet inlichten. En op welke wijze je een kind/ slachtoffer kan helpen.
Verwijzing vertrouwensarts
signalen en verwijzing voor hulpverlening
Welke hulp je als leerkracht kunt geven.
bij wie een kind terecht kan als het zover blijkt tte zijn en dat de ouders , de leerkracht en de medeleerlingen er niets van te weten komen in eerste instantie.
Wat te doen? Mogelijke signalen. Wie te waarschuwen Hoe pak je dat aan (gesprek met kind)
welke weg je als docent zou moeten volgen
stappenplan naar de hulpverlenig
hoe te handelen bij het ervaren van huiselijk geweld
bij welke signalen je aan de bel moet trekken en dan ook nog bij wie. schakel snel consultatieteam in zou ik zeggen.
hoe te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld, stappenplan
welke stappen er moeten worden ondernomen wanneer iemand binnen de school signalen opvangt omtrent huiselijk geweld
Welke stappen je moet ondernemen om tot juiste signalering en hulpverlening te komen
- Hoe verschillende lagen van de organisatie dienen te handelen en hoe, op welke wijze de verschillende lagen van de schoolorganisatie van elkaars handelen op de hoogte zijn.
-wanneer er een vermoeden is van huislijkgeweld moet dit gemeld worden bij een vertrouwenscommissie van waaruit (eventueel) verdere stappen ondernomen kunnen worden.
hoe kun je nader onderzoek doen? bij wie kun je terecht? naar wie moet je doorverwijzen? hoe stel je je op naar ouders, kinderen? Stap voor stap hoe je moet handelen en vooral hoe je het kind het beste
kunt opvangen, beschermen.
stappen die ondernomen moeten worden als het gesignaleerd word, protocol met instantiegegevens
Een stappenplan, hoe te handelen in geval van vermoedens.
Hoe je signalen opvangt en wat te doen als je signalen opvangt.
????????????
Hoe te handelen bij vermoedens van
Hoe te handelen na signalering en een duidelijke omschrijving van wat signalen kunnen zijn.
Met wie en door wie erover gesproken kanworden zonder dat er nadelige consequenties aan verbonden kunnen zijn.
Stappenplan en hoe te signaleren.
Wat een school, of onze maatschappelijkwerkster kan of mag doen als er signalen zijn van kinderen zelf of van leerkrachten. Wat zijn onze rechten en plichten. Daarnaast moet ook voor kinderen duidelijk
zijn wat ze kunnen doen en hoe, waar moeten ze zijn en bij welke hulpverlener en hoe moeten ze contact opnemen.
de stappen die ondernomen moeten worden wanneer je aan de bel trekt
hoe te rageren, wie in te schakelen
- hoe signaleren te signaleren - hoe te handelen n.a.v. deze signalen - goed inzicht te hebben in sociale kaart - periodiek overleg met instanties
hoe om te gaan met kinderen bij wie je signalen oppikt
Waar je heen moet met je vermoedens/klachten, waar je op moet letten. Hoe je het beste handelt voor het kind.
Wat te doen als je iets signaleert. Wat wordt verstaan onder huiselijk geweld Hoe er als leerkracht mee om te gaan. Bij wie moet het gemeld worden.
hoe te handelen bij een vermoeden van huiselijkgeweld. Namen van instanties die geraadpleegd kunnen worden. Hoe en gesrek aan te gaan met een leerling en of de ouders.
handelingswijze bij signalering
Welke stappen er ondernomen moeten worden om het kind zo snel mogelijk te helpen.
Hoe te moeten handelen.
* vertrouwenspersoon aan wie de eerste melding gedaan wordt bij vermoeden van * stappenplan met daarin wie, wanneer actie onderneemt
Hoe te handelen bij het opvangen van signalen van huidelijk geweld
Hoe te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld.
Wat te doen bij signalering van huiselijk geweld.
Hoe te handelen bij huiselijk geweld, welke instanties zijn er om huiselijk geweld te melden. Hoe kun je kinderen begeleiden van wie je het vermoeden hebt dat ze mishandeld worden.
dat er jaarlijks aan iedere groep voorlichting gegeven wordt hierover en kinderen uitgenodigd worden hierover met vertrouwenspersoon te praten. Procedure indien vermoedens zijn van huiselijk geweld.
informatiemateriaal e.d.
Hoe te handelen
De signalen die kinderen af kunnen geven., misschien ook passend aan de leeftijd/niveau De frequentie van de signalen. Hoe te handelen als je vermoedens hebt. Hoe kom je erachter dat het huiselijk geweld,
is of een incident? Wie licht je in bij vermoedens. Maatschappelijk werk???
-de stappen waarop er acties kunnen worden genomen.
welke stappen genomen moeten worden en wie erbij betrokken zijn
Stappen die je als leerkracht kan zetten. Signalen die je kunt opvangen
hoe en wat te doen bij signalering. tot hoever moet de leerkracht zich hierin mengen, de school, enz.
Een stappenplan waarin aangegeven is wat te doen bij vermoeden van huiselijk geweld (van begin tot eind).
het te volgen traject
De handelwijze van de school, vande leerkracht/mentor. De personen, die ik in vertrouwen moet nemen. De instanties, die ik raad kan vragen.
Welke stappen er ondernomen moeten worden als er signalen van huiselijk geweld zijn. Hoe ga je daar als leerkracht en als school mee om.
13. Heeft u scholing gehad op het gebied van Huiselijk geweld?
Ja
:
7 (8%)
Nee (ga door naar vraag 15) :
77 (92%)
14. Draagt deze scholing bij aan het eerder opvangen van signalen van Huiselijk geweld?
niet anoniem genoeg
nee
Ja, je bent er toch meer op gericht.
wellicht
presentatie van vertrouwensarts en meldpunt kindermishandeling. Veel zaken herkend en enkele nieuwe aandachtspunten geleerd. Wenselijk om jaarlijks te herhalen door bv. vertrouwensarts.
kennis zakt gauw weg, maar staat wel in de otrhotheek
Ik heb mijn eindscriptie op de pabo over dit onderwerp gedaan, maar dat is al meer dan 15 jaar geleden. Ik denk wel dat je als je meer weet, je ook sneller signaleert
Scholing was breder dan alleen huiselijk geweld. Scholing zet aan tot denken. De oplossing in dergelijke situaties is er zelden.
ja, je bent alerter op deze signalen.
ja
Ja, meer op de hoogte van verschillende signalen.
15. Vindt u het belangrijk dat leerkrachten geschoold worden in het herkennen van signalen van Huiselijk geweld?
Ja :
75 (89%)
Nee :
9 (11%)
16. Kunt u uw antwoord op vraag 15 toelichten?
zij zijn degene die 5 x per week contact met het kind hebben = min 25 uur
nee
Ik merk dat ik een stuk signalering mis
Om sneller te kunnen ingrijpen en om te voorkomen dat kinderen jaren achtereen slachtoffer van huiselijk geweld zijn.
- het welbevinden van leerlingen is een heel belangrijke zaak!!
Als ik lees hoeveel slachtoffers er zijn van huiselijk geweld is het vreemd dat ik er niet meer over hoor op school of dingen signaleer. Ik weet het van 2 leerlingen maar die zijn later naar een school waar ik
werk gekomen; signalering was toen al geschied.
Als wij hierin geschoold zijn dan denk ik dat we allerter worden op signalen van kinderen.
Wij kunnen niet de hele maatschappelijke problematiek opvangen. Een kort protocol met meldpunten geeft duidelijkheid, eventueel een korte toelichting, maar dan wel op locatie. Het programma van het
onderwijs en de werkdruk is buiten proporties aan het raken.
Ik twijfel. Natuurlijk moet er wat aan huiselijk geweld gedaan worden, maar het is ook ingrijpen in de privesfeer van mensen. Of je dit als leerkracht moet willen....In een aantal gevallen kun je er niet omheen
als nl. het knid ook getuige of slachtoffer is
Om het vroegtijdig te signaleren lijkt mij het erg goed om voorlichting te geven richting leerkrachten
Hoe krijg je ingang in de gezinnen, vaak wordt het stil gehouden.
een deel van het team
Als er duidelijk is vastgelegd in een protocol wat de rol van de leerkracht (waarnemen, observeren, dossier vormen) is het aan enkele "gespecialiseerde" leerkrachten (intern begeleiders) in samenspraak
met professionele hulpverleners (GGD, jeugdarts, AMK, huisarts) om daadwerkelijk actie te ondernemen.
Binnen deze school, school voor speciaal basisonderwijs, ben ik werkzaam als schoolmaatschappelijk werkster. Leerkrachten hebben een belangrijke signalerende functie. Daar kinderen geweld op verschillende
wijze uitten is het belangrijk dat een leerkracht signalen oppakt en vervolgens weet hoe op een juiste manier in gesprek te treden met het kind.
omdat je niet altijd op je gevoel kunt afgaan, maar ook moet weten hoe je er goed mee om moet gaan, zodat er iets gedaan kan worden
Niet allen, maar een contactpersoon namens de school
Herkenning is misschien wel het moeilijkste onderdeel voor leerkrachten.
Als een kind te maken heeft met huiselijk geweld, is het kind dus geschaad in zijn/haar vertrouwen. Het kind verkeert in een onveilig klimaat. Door het kind te helpen, raakt het kind beter in zijn/haar vel.
Hierdoor wordt het kind geholpen in zijn/haar sociaal emotionele ontwikkeling en vervolgens ook in de leerontwikkeling.
herkennen
Ook leraren zijn normale mensen, die heus signalen wel herkennen. Maar moet je er dan wat mee doen en hoe dan, daar gaat het om. Geen papieren tijger, maar concreet.
Je bent als leerkracht het grootste gedeelte van de dag bezig met het kind. Dan is het erg belangrijk, als je dit kan herkennen! Hierdoor kun je het kind de hulp bieden, die hij/zij nodig heeft.
Ik denk dat het stiekum vaak voorkomt, terwijl je als lkr. niet geleerd hebt op welke signalen je exact moet letten. We zijn geen experts op dit gebied!!
niet alle leerkrachten hoeven externe scholing te volgen. Als een aantal leerkrachten per school dit doen, en daarna de kennis overdragen aan de rest is voldoende
ieder geval van huishoudelijk geweld is er 1 te veel! Alert zijn is dus een must.
Een protocol bespreken moet voldoende zijn.
Omdat de cijfers er niet op liegen en er op iedere school wel kinderen zijn die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld
Omdat de leerkrachten dan sneller in de gaten hebben of ze met huiselijk geweld te maken hebben.
We hebben gisteren in een teamvergadering met elkaar over deze enquete gesproken. Uit landelijk Nederlands onderzoek blijkt dat ruim vijftien procent van de vrouwen voor het zestiende levensjaar een
negatieve seksuele ervaring heeft meegemaakt met een familielid. Wij hebben 110 llen op school, maar volgens ons gebeurt het bij ons niet???????
Hoe sneller je huiselijk geweld signaleert, hoe sneller er hulp kan worden geboden. Dit is belangrijk om de schade voor het kind te verkleinen. En misschien blijvende schade te voorkomen.
Welzijn van het kind is zorg van de leerkracht
Er is op school een vertrouwenspersoon, deze zou hiervoor opgeleid kunnen worden. Er zou informatie moeten komen, als naslagwerk.
Omdat er waarschijnlijk veel leerkrachten zijn die niet weten welke signalen erbij kunnen horen.
je zou het kind in je klas onnodig veel leed kunnen besparen als je weet wat er aan de hand is
vooral wat je moet doen (bij twijfel), en wie je moet waarschuwen.
omdat ik ze nu niet herken
zo zouden wij op een professionele manier bij kunnen dragen aan de veilligheid van onze leerlingen
welke signalen worden gezonden door het slachtoffer
leerkrachten horen erg veel verhalen. de eerste signaleringsfunctie ligt vaak bij hun denk ik. hoe beter je signalen herkent hoe eerder er ingegrepen kan worden.
spreekt volgens mij voor zich
Doordat leerkrachten sneller de signalen herkennen kunnen kinderen en ouders ook eerder worden geholpen
Hoe beter je weet op welke signalen je moet letten, hoe adequater je kan signaleren/ handelen/ reageren
Een kind mag in zijn/haar vertrouwen nooit beschaamd worden. Je bent, als school/leerkracht mede verantwoordelijke voor de totale ontwikkeling van het kind.
-kinderen, en vooral jonge kinderen (kleuters), waarmee ik werk zijn zelf niet in staat om aan de bel te trekken en zijn afhankelijk van de oplettende volwassene.
Ik denk dat niet alle vormen van huiselijk geweld duidelijk zichtbaar zijn en dat het lang kan duren voor je signalen opvangt.Het zou goed zijn als je weet welke signalen er bestaan en hoe je huiselijk geweld
kunt herkennen.Maar vooral hoe je het slachtoffer het beste kan helpen.
denk dat een leraar die intensief met de alle leerlingen betrokken is die signalen wel op moet vallen
Als er een protocol is, is het waaarschijnlijk een kwestie van doorverwijzen naar iemand die wel geschoold is.
Signalering is belangrijk.
Op zich heel goed, maar waar haal je de tijd vandaan..
Als je weet hoe je het kan signaleren en hoe je dan kan handelen, komt dit ten goede aan de ontwikkeling van het kind.
Verbreding kennis prima, maar weten op welke wijze het probleem op een veilige manier aangepakt kan worden is essentieel.
Spreekt voor zich.
Het welzijn van onze kinderen staat voorop, dus is het onze plicht om te proberen deze signalen vroegtijdig of beter te kunnen leren signaleren.
om de kinderen te kunnen helpen is het belangrijk dat leerkrachten dit herkennen en weten hoe ze ermee om kunnen gaan (richting het kind, de ouders en professionele hulpverlening)
Ja, dit vinden wij vrij logisch. Wij zijn wel werkzaam binnen een school voor speciaal onderwijs waar dit voor het team een belangrijk aandachtspunt is.
wij zien kinderen de hele week, dus zijn leerkrachten juist aangewezen personen om te signaleren als er iets opdoet
Het zou slim zijn als er in ieder geval binnen elk schoolteam iemand is die er verstand van heeft.
Het is lastig om te zien wat wel en niet bij huiselijk geweld hoort.
wanneer het in het belang is van het kind moet je hulp bieden
vaak signaleer je wat waarvan je niet weet wat je ermee moet doen. Ook blijkt vaak dat je er weinig aan kunt doen.
goed
Doordat je werkt met de kinderen ben je vaak een rustpunt/vertrouwenspersoon voor het kind. Als je weet hoe bepaalde signalen in te schatten en daarop adequaat kunt reageren, kun je een kind beter helpen.
Het is goed zoiets tijdig te signaleren en actie te ondernemen.
Leerkrachten vangen veel op. Niet alleen van ouders, ook leerlingen vertrouwen de leerkracht veel geheimen toe. De leerkracht signaleert en doet daar wat mee.
omdat het belangrijk is dat personen in de directe omgeving in een vroeg stadium de eerste signalen opvangen en daarna actie ondernemen om te melden.
Omdat het veel meer voorkomt dan wij denken. En om op een juiste manier te kunnen handelen zodat op een adequate manier hulp verleent kan worden.
Er kunnen signalen zijn, waar je zelf helemaal niet aan denkt, omdat je er nog nooit mee in aanraking bent geweest.
Het is belangrijk dat bij signalen van huiselijk geweld zo snel mogelijk gehandeld wordt. Daarom is het belangrijk deze signalen als leerkracht zo snel mogelijk te herkennen.
ik denk wel te weten welke signalen er zijn, maar of dat ook zo is. Wellicht zijn er meer verborgen signalen die ik niet zo maar, zonder scholing, herken en erken.
lln schamen zich er voor om dit kenbaar te maken.Door scholing kan je dit herkennen en er naar gaan handelen.
Soms denk je wel dat je signalen oppikt en dan blijkt het niet zo te zijn. En soms dan schat je het niet goed in, dan denk je het valt wel mee, maar als je dan later door gaat vragen of tegen dezelfde signalen
aan blijft lopen dan ben je soms al "te laat". Of je had er gewoon al eerder bij kunnen zijn.
Scholing brengt meer deskundigheid met zich mee. Zo kun je signalen beter opvangen en leer je ook actie te ondernemen. Ik denk dan aan het meer en beter observeren van de desbetreffende kinderen.
Handvaten om deze kinderen te kunnen begeleiden.
Ja, zodat we nog eerder het kind kunnen helpen.
soms lijken dingen zo gewoon. Als je een gezin al langer kent, kun je niet meer objectief reageren.
Als leerkracht zie je een kind soms 5 dagen in de week. Je bent de eerste vertrouwenspersoon die een kind heeft na zijn of haar ouders.
de veiligheid van kinderen is zeer belangrijk.
Het zou kunnen dat een leerkracht de signalen die een kind afgeeft niet herkent als signalen van huiselijk geweld . Dit ondervang je door goed op de hoogte te zijn van alle mogelijke signalen. Ik vind dat het
niet alleen moet blijven bij scholing in het herkennen van signalen, maar ook scholing in hoe hier vervolgens mee om te gaan (protocol).
moeilijke vraag. we moeten al zoveel doen. scholing betekent extra tijd eraan besteden. misschien studiedag.
Erg belangrijk, want je hoort er laatste tijd meer over. Leerkracht is ook steeds belangrijker in de oip voeding en ook voor signalisering een van de eerste personen waar een kind het aan kwijt zou willen.
Leerkrachten moeten weten waar ze op moeten letten, vooral als het gedrag van een leerling verandert.
17. Weet u of er op het gebied van onderwijs ook onderzoek gedaan is naar Huiselijk geweld?
Ja :
9 (11%)
Nee :
75 (89%)
Bijlage 10
Signalenlijst
Lichamelijk letsel
• blauwe plekken
• kneuzingen
• snij, brand, bijt- en hoofdwonden
• verlies van tanden
• fracturen van ribben, neus en botten
• ontwrichting, vaak van kaak en schouder
• schedelletsel
• genitale stoornissen
• gehoorstoornissen
Psychosomatische klachten
• symptomen van angst: zoals trillen, zweten,
• hartkloppingen, hyperventilatie, duizeligheid en
• slapeloosheid
• symptomen van machteloosheid: zoals slapte,
• neerslachtigheid en vermoeidheid
• symptomen van spanning: zoals hoofdpijn,
• nachtmerries en slaapstoornissen
• menstruatiestoornissen
Psychosociale klachten
• schuldgevoelens
• concentratiegebrek
• relatieproblemen
• problemen rond seksualiteit en intimiteit
• schaamte
• negatief zelfbeeld
• wantrouwen
• sociaal isolement
Psychische problemen:
• suïcidepogingen,
• besef van tijd, plaats of identiteit verliezen,
• zelfbeschadigend gedrag,
• psychoses,
• depressies.
Gedragsmatige verschijnselen:
• moeite met oogcontact,
• afspraken steeds uitstellen of afzeggen,
• doorzichtige smoesjes over verwondingen,
• middelengebruik/verslaving (alcohol/medicijnen/drugs),
• mag niet over (eigen) geld beschikken,
• slaafse houding t.o.v. partner,
• nooit verschijnen in het openbaar zonder partner,
• verminderd contact met familie,
• opvoedingsproblemen,
• vlakke emoties,
•
•
•
•
•
•
ingehouden woede,
vreemde kledingkeuze,
verhalen over seksueel of lichamelijk geweld dat een ander aangaat,
vaak ruzie thuis,
afwijzen van lichamelijk contact,
overbezorgd of opvallend onverschillig.
Download