De ademhaling van het zenuwstelsel

advertisement
De ademhaling van het zenuwstelsel
Reijnders Magda
Eindwerk Cranio Sacraal Therapie
PCSA -2015
INHOUDSOPGAVE
Dankwoord ................................................................................................................. 4
Woord vooraf ............................................................................................................. 5
1. Ontstaan van Cranio Sacraal Therapie ........................................................... 7
2. Toepassing ............................................................................................................ 9
3. Twee grote regelsystemen ................................................................................ 11
3.1 Inleiding ..................................................................................................... 11
3.2 Hormonale stelsel ..................................................................................... 12
3.2.1 Endocriene klieren..................................................................... 12
3.2.2 Weefselhormonen ..................................................................... 14
4. Het zenuwstelsel ................................................................................................... 16
4.1 Invloed van spanning/stress op het lichaam ....................................... 16
4.2 Anatomie van het zenuwstelsel ............................................................. 18
4.2.1 Centrale zenuwstelsel ............................................................... 19
4.2.1.1 Hersenen ...................................................................... 19
4.2.1.2 Bouw en werking van de hersenen ......................... 21
4.2.1.3 Bescherming van het centrale zenuwstelsel .......... 29
4.2.1.4 Bloedtoevoer .............................................................. 30
4.2.1.5 Ruggenmerg ............................................................... 31
4.2.2 Perifere zenuwstelsel ................................................................. 32
4.2.2.1 Hersenzenuwen .......................................................... 34
4.2.2.2 Ruggenmergzenuwen ............................................... 40
4.2.2.3 Grensstrengen ............................................................. 41
4.3 Indeling naar functie van het zenuwstelsel .......................................... 42
4.3.1 Willekeurig zenuwstelsel ............................................................ 42
4.3.2 Onwillekeurig zenuwstelsel ....................................................... 42
4.3.2.1 Sympathisch zenuwstelsel ......................................... 42
4.3.2.2 Parasympatisch zenuwstelsel.................................... 43
4.3.2.3 Enterisch zenuwstelsel ................................................ 43
4.3.2.4 Cranio bij disbalans in onwillekeurig zenuwstelsel. 43
4.4 Ligging en werking van de zenuwbanen ............................................. 46
4.5 Neuronen en gliacellen........................................................................... 50
5. De ademhaling van het zenuwstelsel ............................................................. 54
5.1. Fysiologische mechanismen van de ademhaling ............................. 54
5.1.1. Automatische ademhaling ..................................................... 54
5.1.1.1 Inspiratie en expiratie ................................................. 54
5.1.1.2 Ademcentrum ............................................................ 55
2
5.1.1.3 Rekreceptoren ............................................................ 56
5.1.1.4 Veranderingen tijdens inspanning ........................... 56
5.1.1.5 Zuurstofvoorziening ..................................................... 57
5.1.2. Vrijwillige ademhaling.............................................................. 57
5.2. Fysiologische mechanismen van de ademhaling van het
Zenuwstelsel ........................................................................................ 58
5.2.1. Ademhalingritmes binnen het cranio sacraal systeem ..... 59
5.2.1.1 Snelle ritme .................................................................. 59
5.2.1.2 Midden getijde ........................................................... 59
5.2.1.3 Lange getijde .............................................................. 59
5.2.2. Primaire ademhalingmechanisme ........................................ 60
5.2.2.1 De interne fluctuatie van het cerebrospinaal
vocht ........................................................................................ 61
5.2.2.2 De inherente motiliteit van de hersenen en het
ruggenmerg ............................................................................ 64
5.2.2.3 Het reciproque spanningsmembraan ..................... 68
5.2.2.4 De articulaire mobiliteit van de schedelbeenderen............................................................................... 69
5.2.2.5 De onwillekeurige beweging van het sacrum
tussen de illia van de pelvis ................................................... 71
5.2.3. Biodynamische zienswijze op de primaire ademhaling ... 73
5.2.3.1 De “Breath of Life” ...................................................... 74
5.2.3.2 Het Lange Getijde ...................................................... 75
5.2.3.3 Midlines ........................................................................ 77
6. Andere zienswijzen op ademhalen ................................................................. 79
6.1 Emoties en ademhalen ........................................................................... 80
6.2 Kosmische levenskracht en ademhalen .............................................. 80
6.3 Pranayama en cranio ............................................................................. 81
6.4 Nadi’s ......................................................................................................... 81
6.4.1 Sushuma-het centrale kanaal ................................................. 82
6.4.2 Pingala-het rechter ademkanaal ........................................... 85
6.4.3 Ida-het linker ademkanaal ...................................................... 85
6.5 Meditatie en cranio "de zen in lichaamswerk" .................................... 86
6.6 Chakra's ..................................................................................................... 87
7. Craniosessies ....................................................................................................... 89
8. Besluit .................................................................................................................. 106
Bronnen ................................................................................................................... 108
3
DANKWOORD
Ik wil allen danken die mij bij hun zelfontwikkeling betrokken hebben
en mij hun vertrouwen gaven. Mede hierdoor ben ik blijven doorgaan
om nieuwe methoden te verkennen en aan te leren, wat gemaakt
heeft dat ik de opleiding tot Cranio Sacraal Therapeut begonnen ben.
Tevens wil ik Etienne en de lesgevers bedanken die de kennis en
methodieken op een interessante manier wisten over te brengen.
Bovendien heb ik boeiende mensen ontmoet op de opleidingsdagen
die het tot een plezier maakten om ze elke cursusdag te ontmoeten
alsook daarbuiten. Zo wil ik uiteraard de Limburgse medestudenten
danken waaronder Annemie, Karine, Lucia, Bruno en Arlette uit
Drongen met wie ik uitwisselde.
Een aparte vermelding op dit pad komt Ollie toe, waarmee ik reeds
gedurende 5 jaar regelmatig craniosessies uitwissel zodat ik mijn
kennis aan zijn kennis kon toetsen en alle technieken kon toepassen
en de uitwerking kon ervaren.
In het bijzonder dank ik nog mijn broer Leo die met enthousiasme de
uitwerking van mijn craniosessies beleefde, direct in mij geloofde en
die het maken van het eindwerk doorkruiste door mij te betrekken in
een kunstproject met meerdere kunstenaars. Hierbij kon ik ervaren hoe
talentrijke kunstenaars hun eigen ritueel hebben om in verbinding te
komen met de potentie van de "Breath of Life".
4
WOORD VOORAF
Mijn cranio verhaal begint 17 jaar geleden na een ongeval en een
dagelijks bezoek aan de kinesitherapeut-osteopaat in opleiding. Uit
het aanbod van behandelingen keek ik het meest uit naar de cranio
sessie die ik eens per week gedurende een jaar ontving.
Ik beleefde het als een zachte behandeling met het meeste effect. Ik
vond het zalig.
Dit is me altijd bijgebleven en toen ik een 7-tal jaar geleden vernam
dat je geen kinesitherapeut dient te zijn om deze opleiding te volgen
heb ik me prompt ingeschreven. Vooral de gevoelsmatige
benadering sprak me aan in het opleidingsinstituut bij
Etienne
Peirsman.
Met aanvoelen en neutraal opstellen had ik reeds ervaring doordat ik
door toeval in 1985 in contact kwam met de opleiding "intuïtieve
ontwikkeling". Deze opleiding was toen nog geheel nieuw in België.
Hier leerde ik de mogelijkheden kennen van verstorende krachten en
herstelmogelijkheden van het lichaam via een ruimer waarnemingsveld. Ik paste dit ook toe op mezelf.
Na 27 jaar bewuste keuze van een levensweg waarin ik naar groei
streefde, weet ik dat het hele leven een weg van evolutie is die langs
verschillende wegen leidt. Hiervan is de opleiding "Cranio Sacraal
Therapie" momenteel een belangrijk onderdeel.
Daar ik reeds een therapeutisch bijberoep heb, was ik in de
mogelijkheid mijn kennis van anatomie, de technieken en
waarnemingen die ik in de opleiding bij Etienne Peirsman onderricht
kreeg geregeld te toetsen.
Aanvankelijk wilde ik voornamelijk "voelen" en me laten leiden door
wat in beeld, woord, gevoel en weten in mij opkwam. De kennis
vanuit de opleiding bracht een extra dimensie teweeg in het
beoefenen van mijn therapeutisch werk.
In deze scriptie wens ik vooral mijn toepasselijke kennis uit te breiden,
en heb ik deze gelegenheid genomen mij verder te verdiepen in de
anatomie van het zenuwstelsel, de ademhaling van het zenuwstelsel
en de invloed hiervan bij een cranio sacrale behandeling.
Ik heb dit thema gekozen vanuit het gegeven dat Babaji Haidakan
mededeelde dat "het zenuwstelsel een organische structuur heeft die
zuurstof nodig heeft om te werken. Het is de beïnvloeding van deze
zuurstof dat de directe beleving naar zenuwen en gewaarwording
beïnvloeden"
5
In de praktijk zijn er heel wat cliënten die nood hebben aan rust en
ontspanning. Meerdere van mijn cliënten hebben te maken met
neurologische aandoeningen die ontstaan zijn vanuit spanningen,
angsten, overbelasting zoals dystonie, TIA, ziekte van Parkinson,
aangezichtspijnen, burnout,....
Opbouw van dit eindwerk:
Na deze inleiding vindt u kort informatie over het ontstaan van cranio
sacraal therapie, alsook enige uitleg over de toepassingsmogelijkheden.
In deel I wordt kort ingegaan op het hormonale systeem om
vervolgens dieper in te gaan op het zenuwstelsel. Ook wordt de
anatomie en de functie van het zenuwstelsel toegelicht.
In deel II wordt de ademhaling van het zenuwstelsel belicht. Meer
bepaald de fysiologische mechanismen van de automatische
ademhaling en de zelf beïnvloede ademhaling. Vervolgens wordt
ingegaan op de fysiologische mechanismen van de ademhaling van
het zenuwstelsel met ondermeer de motiliteit van het cranio sacraal
systeem. Om dan verder in te gaan op andere zienswijzen op
ademhaling met het accent op de diepere yoga-ademhaling.
Als slot vindt u enkele praktijkvoorbeelden en mijn conclusie. Het
geheel wordt afgerond met de bronvermeldingen.
Ik wens u veel leesgenot en hoop dat dit eindwerk voor u eveneens
een bijdrage is aan uw kennis en inzichten bij de toepassing of keuze
van cranio sacraal therapie.
6
1
Ontstaan Cranio Sacraal Therapie
Cranio
Sacraal
Therapie
is
ontstaan
uit
de
cranioosteopathietechnieken die William Sutherland heeft uitgewerkt.
Op basis van een ingeving, dat een slaapbeen afgeschuind is zoals
de kieuwen van een vis en dit voor hem duidde op een mogelijks
primair ademhalingsmechanisme, is hij beginnen observeren.
Hij ontdekte niet enkel beweging van de schedelbeenderen maar dat
ritmische bewegingen een eigenschap zijn van alle weefsels en
vloeistoffen van het lichaam.
Hij kwam tot het inzicht dat de totale menselijke fysiologie tot leven
wordt gewekt en gevoed door ritmische krachten die in de natuurlijke
wereld aanwezig zijn.
In 1945, bij het begeleiden van een stervende, realiseerde hij zich dat
er een heilige aanwezigheid is die hij “levensadem” of “Breath of Life”
noemt en die moeilijk in woorden beschreven kan worden. Hij
observeerde verder de effecten van de “Breath of Life” en richtte zijn
klinisch werk meer op de ordenende krachten die hiermee verbonden
zijn. Deze krachten creëren, handhaven en helen ons lichaam en zijn
altijd aanwezig in elke levensfase. Ze worden in het lichaam tot uiting
gebracht via vloeistof. Zolang deze ritmische beweging vrij spel heeft
in onze fysiologie zal gezondheid het resultaat zijn .
Op basis van de bevindingen van William Sutherland zijn Franklynn Sills
en John Upledger, beiden doctor in de osteopathie, onafhankelijk
van elkaar studie en onderzoek beginnen doen en ontwikkelden elk
een eigen behandelingswijze gebaseerd op het werken met en rond
het cranio sacraal systeem en het cranio sacraal ritme dat voorkomt
uit de pulsing van het hersenvocht.
7
John Upledger diepte de meer biomechanische werkwijze van William
Sutherland verder uit en deed dat via het snelle cranio sacraal ritme
(CRI).
Hij werkt met de aanwezige structuren in het lichaam via waarneming
en contact hiermede.
Volgens een protocol van specifieke technieken met een intentie tot
corrigeren van disbalans, worden de bewegingen van de structuren
beïnvloed.
Upledger was de eerste die een opleiding cranio sacraal therapie
organiseerde voor niet -osteopaten en die over de wereld
verspreidde.
Franklynn Sills daarentegen bouwde verder op de wezenlijke
principes van Sutherland en deed dat met de tragere cranio sacrale
ritmes. (Mid-Tide en Long Tide). Hieruit ontstond de biodynamische
methode.
Deze cranio sacraal therapie is gericht op de biodynamiek in het
totale menselijke systeem.
De mechanische uitdrukkingen van het lichaam worden hierbij
beschouwd als het gevolg van dieper liggende actieve krachten en
er wordt eigenlijk niet gefocust op het punt waar disbalans merkbaar
is.
Men volgt principes die ook in de natuur terug te vinden zijn namelijk
dat al wat leeft, ontstaat en functioneert door samenspel van
ordenende krachten en hun uitwerkingen .
Deze ordende krachten zijn reeds aanwezig bij de embryonale
ontwikkeling en bevat de fundamentele kennis om een volledig
menselijk wezen te creëren. Deze biodynamische krachten die leven
op gang brengen en in stand houden, drukken zich bij de mens uit via
ritmische bio-getijdenstromen en fluïditeit.
8
2
Toepassing
Cranio sacraal therapie is een behandelwijze, waarbij het doel is
ontspanning te bekomen in het cranio sacraal systeem en het
bindweefselsysteem met behulp van zachte technieken.
Bij cranio sacraal therapie wordt via aanrakingen van het lichaam
contact gemaakt met de bron -de resources- van de persoon die zich
aandient.
Deze therapie levert een bijdrage aan het "welbevinden" van een
persoon door de gezondheid of het bewustzijn te optimaliseren in
plaats van symptomen en ziektebeelden weg te werken.
Het fundamenteel doel is vanuit een diepe stilte en de primaire
ademhaling de zelfgenezende krachten terug op te wekken en de
levenskracht of Prana te laten stromen, met de bedoeling van hieruit
transformatie en inzichten te laten plaatsvinden. De aanwijzingen van
het lichaam worden gevolgd en het lichaam bepaalt wat gebeurt.
Mentale problematieken, gedragspatronen, emotionele belevingen,
existentiële vraagstellingen na overlijden, fysieke klachten kunnen
mede aan de grondslag liggen van de vraag waarmee iemand zich
aandient.
Vandaar dat er vanuit een zo ruim mogelijk waarnemingskader
gewerkt wordt. Sommige problematieken kunnen reeds meegebracht
zijn vanuit vorige levens en met de indaling van de ziel, om in dit leven
opgelost te worden.
9
Fysieke gezondheidsproblemen zijn niet enkel vanuit dit leven te
beschouwen maar kunnen op zielsniveau reeds bestaan zoals ook
Osho beschrijft:
“Het lichaam manifesteert zich als het fysieke deel van de ziel en de
ziel als het immateriële deel van het lichaam”.
Voor Osho vinden sommige ziekten hun oorsprong in de ziel en
manifesteren ze zich pas later in het lichaam. Andere ziekten vinden
hun oorsprong in het lichaam en kunnen zo inwerken op ons
bewustzijn.
Dit wijst er mede op dat gezondheid en welbevinden complexer is
dan alleen een fysische of psychische benadering, los van omstandigheden en niet enkel analyseren een oplossing biedt. Het duidt erop
dat je het ook als een mogelijkheid kan zien die zich stelt om het
lichaam als een deel in een groter geheel te benaderen.
Bij Oosterse benaderingswijzen zie je wel deze andere benaderingswijzen. Zij hechten ook belang aan het "niet oordelen" over iemand
zijn toestand wat mij ook belangrijk lijkt in het begeleiden van mensen
die zich bij een therapeut aanmelden.
In de biodynamische benadering vinden we ook binnen de cranio
sacraal therapie het bewerkstelligen van de "Heelheid", waarbij de
therapeut contact maakt met de Bron van waaruit alles is ontstaan .
In de praktijk kan het gebeuren dat er lichamelijke gewaarwordingen
optreden die men niet wenst te ervaren. Cliënten die trauma
opgelopen hebben, kunnen tijdens een behandeling door het op
gang komen van helingsprocessen geconfronteerd worden met
pijnlijke herinneringen, beelden, emoties of onaangename
lichamelijke sensaties die gekoppeld zijn aan de traumatische
gebeurtenis. Hierbij is een goede SER begeleiding al of niet gekoppeld
aan het werken met hulpbronnen en/of familieopstellingen mogelijk.
10
3
Twee grote regelsystemen
3.1. Inleiding
Twee grote regelsystemen zorgen ervoor dat het lichaam als één
geheel werkt: dat zijn het zenuwstelsel en het hormonale stelsel. Door
wederzijdse beïnvloeding werken de twee stelsels zeer nauw samen.
Ze ondersteunen elkaar in de totstandkoming van de gewenste
effecten.
Fig 1: zenuwstelsel vs hormonenstelsel
11
3.2. Hormonale stelsel
3.2.1. Endocriene klieren
Het endocriene (hormonale) stelsel werkt
met chemische
boodschapperstoffen, ook hormonen genoemd. De hormonen zijn
vaak eiwitten en de meeste worden in de hormoonklieren gemaakt.
De klieren geven het hormoon af aan het bloed via talrijke haarvaten
die door de klieren lopen .
De klieren zijn te onderscheiden in twee groepen nl.
1.Uitsluitend endocriene klieren zijn :
 Hypothalamus
 Hypofyse,
 Epifyse of pijnappelklier
 Schildklier en Bijschildklieren ,
 Thymus of Zwezerik
 Bijnieren
2.Gecombineerde endo- en exocriene klieren:
Deze klieren scheiden hormonen af zowel binnen het lichaam
(endocrien) als buiten het lichaam (exocrien).
Deze zijn:
 de geslachtsklieren of gonaden
 de pancreas of alvleesklier.
Al deze klieren worden op hun beurt gecoördineerd door de
hypofyse. Deze “meesterklier” activeert bepaalde boodschapperstoffen, de zogenaamde releasing factoren,waardoor de verschillende klieren worden gecontroleerd. Op die manier zijn de
afzonderlijke terugkoppelingssystemen teruggekoppeld naar de
hypofyse, die op haar beurt is teruggekoppeld naar de in de
tussenhersenen gelegen hypothalamus. De hypothalamus is de
belangrijkste schakel tussen het zenuwstelsel en de rest van het
lichaam. Hier is het hoofdcentrum voor coördinatie en controle van
het hormoonstelsel gevestigd. Hij scheidt hormonen af die sterk
inwerken op de hypofyse waarmee hij nauw samenwerkt.
12
Fig 2: Hormoonstelsel
Het hormonale stelsel werkt nauw samen met het zenuwstelsel, vooral
bij de groei en stofwisseling. De klieren die hormonen afgeven uit de
hypofyse en hypothalamus, worden gestuurd door het neuroendocrien systeem. Besturing door het zenuwstelsel gaat snel,
hormonale regulatie gebeurt heel wat trager. Daarentegen zijn de
effecten die de hormonen teweeg brengen van (veel) langere duur.
De meeste van onze lichaamsfuncties zoals stofwisseling, groei,
lichamelijke
en
psychische
ontwikkeling,
voortplanting,
prestatieaanpassing en homeostase, worden gereguleerd door de
endocriene klieren die ervoor zorgen dat het lichaam harmonieus
samenwerkt.
Veel hormonen worden geproduceerd door de endocriene klieren,
maar er zijn ook weefselhormonen, die worden gemaakt in weefsels
die ook andere functies hebben.
13
3.2.2.Weefselhormonen
De weefselhormonen worden gevormd door cellen die verspreid
liggen in andere weefsels of organen.
Een aantal voorbeelden zijn:
Erytropoëtine
Wanneer sensoren in de nieren een te lage zuurstofconcentratie
registreren, wordt door cellen in de nieren het hormoon erytropoëtine
(epo) gevormd. Epo bevordert in het rode beenmerg de aanmaak
van rode bloedcellen. Een lage zuurstofconcentratie wordt op deze
manier gecompenseerd door een hogere hoeveelheid rode
bloedcellen. Epo wordt daarom wel gebruikt als een soort doping
“bloeddoping”: met meer rode bloedcellen meer zuurstof dus meer
spierprestatie.
Fig 3: Beïnvloeding van de spijsvertering door weefselhormonen
Gastrine
Gastrine is een hormoon dat wordt gevormd in het laatste deel van de
maagwand. Het werkt stimulerend op de maag door ondermeer de
14
kliertjes in de wand van de maag aan te zetten tot productie van
maagsap; stimuleert eveneens de productie van alvleeskliersap. Dit
gebeurt nadat dit deel van de maag in contact komt met voedsel en
er door opgewekt wordt. Gastrine komt in de bloedbaan terecht
door G-cellen in de wand van het laatste deel van de maag, het
slijmvlies van de twaalfvingerige darm, de darm en bereikt de andere
delen van de maag via de bloedsomloop. De productie wordt
gestimuleerd door: voeding (aminozuren, peptiden, calcium),
antrumverwijding en prikkeling door de nervus vagus via diverse
neurotransmitters zoals: acetylcholine, neuropeptiden. De productie
neemt af als er voldoende zuur in de maag gevormd is; en stopt bij
een pH van 2, 5 .
Secretine
Zodra zure spijsbrij de twaalfvingerige darm passeert, worden
bepaalde cellen in de darmwand gestimuleerd tot de productie van
het hormoon secretine. Dit hormoon prikkelt de alvleesklier tot de
afgifte van een natriumbicarbonaat, dat de zure spijsbrij helpt
neutraliseren.
Cholecystokinine
Ook cholecystokinine (CCK) wordt door de twaalfvingerige
darmwand geproduceerd, ook op geleide van de zuurgraad van het
passerende voedsel. Dit hormoon veroorzaakt samentrekking van de
galblaas met galafgifte tot gevolg. CCK stimuleert de alvleesklier tot
de afgifte van alvleessap.
Enterohormonen
De zogeheten enterohormonen, ook door de twaalfvingerige darmwand geproduceerd, remmen de peristaltiek van de maagwand,
waardoor er genoeg tijd is om de aanwezige voeding daar te
bewerken.
Histamine
Op meerdere plaatsen in je lichaam wordt histamine geproduceerd.
Dit hormoon komt onder bepaalde omstandigheden vrij, bijvoorbeeld
na beschadiging van weefsels. Histamine veroorzaakt ter plekke
bloedvatverwijding en een grotere bloeddoorstroming. In de huid
stimuleert histamine celdelingactiviteit in de kiemlaag van de huid.
Ook reparatie en onderhoud van andere weefsels worden bevorderd
door histamine.
15
4
Het zenuwstelsel
4.1 Invloed van spanning/ stress op het lichaam
Als gevolg van overbelasting door stress op fysiek, emotioneel,
mentaal niveau kan er druk komen te staan op ons zenuwstelsel en
vervolgens
een
overmatige
spierspanning
ontstaan.
Deze
spierspanningen verstoren de communicatie van ons zenuwstelsel,
hetgeen alle lichamelijke functies beïnvloedt.
Het minst stress activerend is routine, het meest stress verhogend zijn
ingrijpende voorvallen als overlijden van een dierbare, verhuizing,
scheiding of een teveel aan veranderingen.
Telkens wanneer iets je van streek maakt, veroorzaakt dat een
activering van het autonoom zenuwstelsel en komt een stressrespons
op gang. Die stress en druk kan al zo diep geworteld zijn dat er
klachten ontstaan.
Een stressrespons gebeurt veelal automatisch, eigenlijk zonder dat je
het merkt of dat je er invloed op kan uitoefenen. Deze systemen zijn al
je hele leven bij je. Het zijn mechanismen die al in de baarmoeder en
op jonge leeftijd zijn aangeleerd om te kunnen overleven, om je
veiligheid te waarborgen en je te beschermen tegen gevaar.
Het blijkt dat niet alleen de bedreigende situaties zelf bepalend zijn
voor het activeren van het stress-alarm, wat nog veel meer telt is:
hoe de geest die gebeurtenis interpreteert en wat het individuele
incasseringsvermogen aankan.
16
De grootste emotie die bij de parasympaticus en sympaticus naar
boven komt is "angst".
Angst en stress hebben ook een belangrijke invloed op het
immuunsysteem.
Het immuunsysteem en het centrale zenuwstelsel hebben een
belangrijke band met elkaar. Hun communicatie verloopt onder
andere via de zenuwuiteinden en via de hormonen. De hormonen
die bij stress worden afgescheiden hebben een vertragende werking
op het immuunsysteem. Tijdens "normale" stressperioden voert het
immuunsysteem in de nachtelijke uren haar werkzaamheden gewoon
uit. Wanneer stress aanhoudt, krijgt het immuunstelsel in de nacht
onvoldoende ruimte om de taak naar behoren uit te voeren
waardoor op den duur problemen ontstaan.
Zowel bij stressalarm, problemen met het immuunsyteem als bij de
ervaring van angst kan cranio helpen om laag per laag deze
druk/emotie te neutraliseren en zodoende het lichaam de kans te
geven in het diepe ritme te gaan waardoor de parasympaticus in
werking komt en het lichaam kan herstellen en een gezonde balans
terugvinden.
Door de verscheidenheid aan verstoringen houdt men binnen cranio
sacraal therapie rekening met een breed waarnemingskader en werkt
men via verschillende ingangspoorten op herstel in het lichaam.
Technieken die bijna altijd worden toegepast zijn de basistechnieken
als atlas occiput, psoas en fascia dynamiek. Daarnaast kan gekozen
worden voor toepassingen als talking to the Heart, talking to the
Alarmclock, talking to the Immunesystem, talking to the brain,
technieken voor pasgeborenen en kinderen, familie-opstellingen..... .
Om een duidelijk beeld te krijgen van de fysieke uitwerking van de
cranio sacraal therapie in ons lichaam is het van belang een helder
beeld te hebben van de anatomie en de functie van ons
zenuwstelsel.
Hieronder volgt een weergave van het zenuwstelsel ingedeeld naar
anatomie en vervolgens naar functie.
17
4.2. Anatomie van het zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel (CZS), bestaande uit de grote hersenen en
kleine hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg ligt in een benig
omhulsel, respectievelijk de schedel en de wervelkolom.
Het perifere zenuwstelsel (PZS)bestaat uit de zenuwen die de organen
van het lichaam met hersenen en ruggenmerg verbinden.
Fig 4: anatomische indeling van het zenuwstelsel
18
4.2.1. Het centrale zenuwstelsel
4.2.1.1 Hersenen
Tijdens de zwangerschap ontstaat het centrale zenuwstelsel in de
vorm van een buis, ook wel de neurale buis of tubus neuralis genoemd. Uit deze neurale buis ontstaan vervolgens de drie primaire
hersendelen: de voorhersenen (prosencephalon), de middenhersenen
(mesencephalon) en de achterhersenen (rhombencephalon). Uit
deze structuren ontstaan uiteindelijk de hersenen zoals wij deze bij een
volwassen persoon kennen.
De hersenen zijn zacht en worden door het harde omhulsel van de
schedel beschermd.
Ze worden in drie delen verdeeld:
Het cerebrum of grote hersenen maken het grootste deel van de
hersenen uit. Het lijkt wel op een kronkelige walnoot. De plooien en
windingen zijn nodig om ruimte aan al die hersencellen te geven. Het
cerebrum wordt door een diepe lengtegroef in twee helften of
hemisferen verdeeld.
Het cerebellum of kleine hersenen liggen aan de achterzijde van het
hoofd, verborgen onder het cerebrum. Ze zijn erg klein, ongeveer een
tiende deel van de grootte van het cerebrum.
De hersenstam gaat over in het bovenste deel van het ruggenmerg.
Het ruggenmerg verbindt de hersenen met het netwerk van zenuwen,
dat door het hele lichaam loopt.
Het cerebrum en het cerebellum hebben beide een buitenlaag van
grijs weefsel, waarin zenuwcellen zitten. Die buitenste laag omhult een
dikke laag wit weefsel, waarin vooral gliacellen liggen, andere
ondersteunende cellen en zenuwbanen. Bij de hersenstam is het net
omgekeerd. Die is wit aan de buitenkant en van binnen grijs.
De functie van de grijze stof is het verwerken van informatie.
De functie van de witte stof is met name de communicatie tussen de
neuronen van diverse hersendelen.
19
Fig 5: Hersenen
20
4.2.1.2 Bouw en werking van de hersenen
Fig 6: Bouw hersenen
Omdat bij aandoeningen in de hersenen (CVA, Alzheimer/dementie,
Parkinson e.d.)delen van de hersenen worden aangetast of
gedeeltelijk hun functie verliezen, is het belangrijk meer te weten over
de opbouw van de hersenen.
Hieronder worden de opbouw van de hersenen,de locaties van de
waarnemings- en bewegingsfuncties over het hersenweefsel en de
werking van reflexen uiteengezet.
Binnen de hersenen worden bepaalde gebieden onderscheiden die
ook een verschillende functie vervullen.
De volgende gebieden worden onderscheiden:
De hersenstam. Hier liggen alle functies die letterlijk van vitaal belang
zijn voor het in stand houden van het lichaam, zoals de bloedstroom,
ademhaling en temperatuurregulatie. Verder draagt hij zorg voor de
21
regulatie van de lichaamshouding en het slaap-waakritme
(=inwendige klok). De hersenstam verbindt vezels uit het lichaam met
de rest van de hersenen. In de hersenstam vinden reflexen plaats die
betrekking hebben op: de speekselklieren, de ogen, de luchtwegen,
slikken, braken en kokhalzen.
De kleine hersenen. Hier wordt de coördinatie van de motoriek
geregeld. Die coördinatie van evenwicht en spierspanning vindt
plaats in nauwe samenwerking met de grote hersenen, de hersenstam
en het ruggenmerg.
De grote hersenen. Ze bestaan uit twee helften (hemisferen), die door
een diepe spleet (fissura longitudinalis cerebralis) gedeeld worden.
Door een dikke zenuwstreng, (corpus callosum) de zogenaamde balk,
zijn ze met elkaar verbonden.
Het oppervlak van de beide hemisferen bestaat, net als dat van de
kleine hersenen uit groeven (sulci) en windingen (gyri), die ervoor
dienen om het oppervlak te vergroten en die zich in primaire,
secundaire en tertiaire groeven laten verdelen.
Terwijl de primaire groeven bij alle hersenen gelijk gevormd zijn, en de
secundaire groeven slechts in beperkte mate verschillen, zijn de
tertiaire groeven in alle hersenen verschillend. Zij geven de
respectieve hersenen individualiteit. De diepe groeven verdelen de
hersenen in vier grote kwabben:
 voorhoofdskwab (frontale kwab)
 wandbeenkwab (pariëtale kwab)
 achterhoofdskwab (occipitale kwab)
 slaapkwab (temporale kwab).
Fig 7: indeling grote hersenen
22
De grote hersenen bedekken de tussenhersenen als een soort muts.




De tussenhersenen. Zij laten zich in vier niveaus indelen:
epithalamus
thalamus dorsalis
subthalamus
hypothalamus.
De hypothalamus is van bijzondere betekenis voor het besturen van
het autonoom zenuwstelsel. Deze is het hoogste besturingscentrum
hiervan.
Hier wordt de mate van geconcentreerdheid op een bepaalde
bezigheid geregeld. Het heeft een regulerende invloed op de
hormoonhuishouding, de lichaamstemperatuur en bevat het dorst- en
hongercentrum.
Fig 8: Het limbisch systeem
23
Het limbisch systeem bestaat uit delen van de tussenhersenen en
delen van de grote hersenen. Dit systeem speelt een belangrijke rol bij
emotionaliteit o.a. agressie, angst en opwinding, emotioneel
geheugen, motivatie en genot.
De structuur bestaat uit een ringvorm rond de hersenstam en de
hersenbalk ( corpus callosum).
De belangrijke onderdelen van het limbische systeem zijn: Amygdala,
Cingulate gyrus (gordelwinding), Fornix, Hippocampus, Hypothalamus,
Olfactorische bulbus (reukkolf) en de Thalamus . (zie fig 9)
Fig 9: Het limbisch syteem –driedimensioneel
De hersenschors of cortex cerebri is het gebied in de grote hersenen
waar de bewegingsfuncties en waarneming worden geregeld.
De verschillende functies zijn hier als volgt over de hersenen verdeeld:

Complexere motorische schors
.
In deze schors ligt opgeslagen hoe bewegingen uitgevoerd moeten
worden Bijv. lopen, fietsen. Deze bewegingen kunnen uitgevoerd
worden als zij naar de primaire motorische schors worden gestuurd. In
deze schors ligt onder andere het spraakcentrum en het centrum voor
gecoördineerde oog- en hoofdbewegingen.
24



Primaire motorische schors
.
Hier wordt de uitvoering van bewegingen geregeld. De rechterhelft
van de hersenen zorgt voor prikkeling van de linkerzijde van het
lichaam en vice versa.
Op de motorische schors heeft elke skeletspier een eigen plekje van
waaruit prikkels naar de betreffende spier worden gestuurd. Het
aantal contacten tussen de hersenen en de spier is afhankelijk van de
nauwkeurigheid waarmee de spier kan bewegen. De vingers kunnen
heel nauwkeurig bewegen en nemen dus ook een groot deel in
beslag van de primaire motorische schors.
Primaire sensibele schors
.
Hier vindt de gewaarwording plaats van de gevoelsprikkels zoals druk,
tast, pijn, temperatuur en het bewegingsgevoel. Elk lichaamsgebied
heeft zijn eigen plaats op de sensibele schors. Lichaamsgebieden met
een fijne ‘gevoeligheid’ beslaan een grotere oppervlakte op deze
schors.
Sensorisch associatieve schors
.
Hier wordt een betekenis gegeven aan de verschillende inkomende
sensorische prikkels.
Fig 10: Opdeling hersenschors
25



Spraakcentrum
Van belang voor onze spraak. Voor het gebruik van de taal zijn
meerdere gebieden binnen de hersenen van belang zoals het gebied
van Broca en Wernicke.
Auditieve schors
Hier eindigen de vezels die de gehoorprikkels uit het gehoororgaan
vervoeren.
Primaire optische schors
Hier eindigen de vezels die de prikkels uit de netvliezen van de ogen
vervoeren.
De linkerhelft van de hersenen ontvangt de prikkels uit de linkerhelften
van beide netvliezen en vice versa.
Fig 11: sensory pathways
26
De linker- en rechterhersenhelft. De bouw van beide helften is
identiek, de functie echter niet. Er is een dominante helft met functies
ondermeer taal, logica, nummers, volgorde, analyse en lijsten. Dit deel
‘denkt’ in taal en begrippen. In dit deel ligt het spraakcentrum. De
dominante helft is bij bijna alle mensen die rechtshandig zijn de
linkerhersenhelft en bij de meeste die linkshandig zijn de
rechterhersenhelft.
Fig 12: rechter- en linkerhersenhelft
De niet-dominante hersenhelft is het artistieke brein: ruimtelijke
waarneming, totaliteit van beelden, verbeelding, kleur, dagdromen,
emotie, begrip en waardering voor muziek / andere kunstuitingen en
sociaal gedrag. Dit gedeelte “denkt” in beelden en gevoel.
Beide hersenhelften werken intensief samen.
27
Fig 13: anatomie van de hersenen



Reflexen
Bij een reflex gaat het om een automatische activiteit van een
orgaan die tot stand komt als gevolg van een of andere prikkeling.
Er zijn 3 soorten reflexen:
reflex via het ruggenmerg,
hersenstamreflex,
reflex via de grote hersenen.
Een reflexboog is de weg die een prikkel aflegt van de plek van
waarnemen tot de plaats van reactie. De prikkel passeert in deze
reflexboog een aantal punten: de sensor, (de verbinding tussen sensor
en ruggenmerg), schakelneuron (zit in het ruggenmerg), verbinding
tussen ruggenmerg en spiervezels / klierweefsel en de spiervezels /
klierweefsel.
Ieder mens heeft een aantal reflexen, die vanaf de geboorte
aanwezig zijn. Deze reflexen verlopen via het ruggenmerg of via de
hersenstam. Voorbeelden zijn de zuig- en hoestreflex. Ook zijn er
aangeleerde reflexen. Deze reflexen worden aangeleerd in het leven
van het individu en ze kunnen per persoon anders zijn. Bijv. bij de één
loopt het water in de mond van taart, bij een ander juist bij hartige
gerechten.
28
4.2.1.3 Bescherming van het centrale zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel wordt goed beschermd tegen potentieel
gevaarlijke invloeden, zoals een infectie of een ongeval.
Deze bescherming wordt op vier manieren bewerkstelligd:
De schedel en de wervels
De hersenen zijn omringd door een benige structuur, de schedel. Het
ruggenmerg wordt beschermd door een serie van op elkaar
aansluitende wervels.
Hersenvliezen
De hersenen worden in de schedel omgeven door een aantal
zogenaamde hersenvliezen. De buitenste laag wordt de dura mater
genoemd, de middelste laag het arachnoïde membraan en de
binnenste laag wordt de pia mater genoemd.
Hersenvocht
De hersenen en het ruggenmerg liggen in een zogenaamde vloeistof
opgesloten, cerebrospinale vloeistof of hersenvocht genoemd. Dit
beschermt de hersenen en het ruggenmerg tegen stoten.
Het hersenvocht wordt continu geproduceerd door de plexus
choroideus en wordt uiteindelijk via de bloedbaan weer afgevoerd.
Bloed-hersen barrière
De hersenen en het ruggenmerg worden tot slot beschermd door de
zogenaamde “blood-brain barrier”, ook wel de bloed-hersen barrière
genoemd.
De cellen van de kleinste haarvaten liggen heel dicht bij elkaar
waardoor veel chemische substanties en bijvoorbeeld bacteriën
buiten de hersenen gehouden worden.
Fig 14: Bloed-hersenbarrière
29
4.2.1.4 Bloedtoevoer
De hersenen hebben voedingsstoffen via het bloed nodig om te
kunnen functioneren. De bloedtoevoer naar de hersenen vindt plaats
vanuit het hart via dikke halsslagaders die langs de luchtpijp omhoog
lopen aan de zijkant van de nek, waar zij de schedel binnenkomen.
Vanaf daar worden de slagaders opgesplitst in smallere aders welke
de hersenstam en de kleine hersenen van bloed voorzien. Ook
ontstaan er drie aders welke de voorhersenen van bloed voorzien.
Fig 15: Bloedtoevoer vanuit het hart
De hersenen verbruiken elke dag 20% van al het zuurstof in het bloed.
Om de benodigde 60 liter zuurstof te kunnen opnemen moet er elke
dag 2000 liter bloed door de hersenen stromen. Zuurstof is voor de
hersenen van levensbelang. Wanneer de zuurstof zo'n 10 seconden
ontbreekt, kunnen er ernstige beschadigingen optreden. Bij gebrek
aan zuurstof kunnen hersencellen ook afsterven. Er wordt veel
onderzoek gedaan om uit te zoeken of stamcellen gebruikt kunnen
worden om hersencellen, die door een ziekte niet meer goed werken
of afgestorven zijn, te vervangen. Stamceltherapie zal niet voor alle
hersenziekten een oplossing bieden. Bij de ziekte van Alzheimer is
bijvoorbeeld het hele brein aangedaan. Een stamceltransplantatie zal
niet in staat zijn om alle afgestorven hersencellen te vervangen.
30
Fig 16: Bloedtoevoer hersenen
4.2.1.5 Ruggenmerg
Het ruggenmerg is een lange bundel zenuwvezels die vanaf de basis
van de hersenen langs de rug naar beneden loopt. Hij wordt
beschermd door de wervels de segmenten waaruit de ruggengraat is
opgebouwd. Bij volwassenen is het ruggenmerg ongeveer 45
centimeter lang met een gewicht van 30 gram. Net zoals de
hersenstam heeft het een witte buitenlaag en is van binnen grijs van
kleur. Die grijze stof heeft de vorm van een H
Fig 17 : Ruggemergstructuur
31
Fig 18: ruggenmergopbouw
4.2.2 Perifere zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel staat in verbinding met het lichaam door
een netwerk van zenuwen, het zogenaamde perifere zenuwstelsel.
Het perifere zenuwstelsel zorgt voor het overbrengen van de
informatie die de hersenen over de buitenwereld nodig hebben en
die door de zintuigen - gehoor, gezicht, reuk , smaak en gevoel worden waargenomen.
Deze signalen worden door de gevoelszenuwen naar de hersenen
overgeseind. Motorische zenuwen brengen bevelen van de hersenen
naar de klieren en spieren over.
Fig 19: sensorische en motorische zenuwen
32
Het perifere zenuwstelsel heeft 44 paar hoofdzenuwbanen:
13 paar hersenzenuwen (nervi craniales) brengen signalen van de
hersenen naar de spieren van het hoofd en naar de zintuigen (oren,
ogen , neus en tong) over. De dertiende hersenzenuw zorgt voor een
hormoon, dat afgescheiden wordt door de voorkwab van de
hypofyse.
31 paar ruggenmergzenuwen (nervi spinales) waarvan één paar voor
elke wervel, zijn aan het ruggenmerg bevestigd. Ze beginnen bij de
nek en lopen vervolgens door het hele lichaam, waarbij ze zich in
steeds kleinere vertakkingen splitsen tot aan het uiterste puntje van de
tenen en links en rechts naast de wervelkolom de twee grensstrengen.
Fig 20: centraal en perifeer zenuwstelsel
33
4.2.2.1 Hersenzenuwen
De hersenzenuwen ontspringen paarsgewijs uit de hersenen en lopen
naar tal van weefsels en organen in het lichaam. Het lichaam telt
twaalf paar hersenzenuwen, die verschillende organen van
zenuwwerking voorzien, zoals de zintuigen, de weefsels en organen in
de borstkast en de buikholte. Het dertiende paar hersenzenuwen
heeft een belangrijke rol in het vrijkomen van luteïniserend hormoon
(LHRH) en is verantwoordelijk voor onze reacties op feromonen.
(LHRH is een hormoon dat wordt aangemaakt in de hypofyse. Het zet
bij de vrouw de eierstokken aan tot de vorming van een blaasje
(follikel) waarin een eicel uitrijpt. Bij de man bevordert het de
productie van het mannelijk hormoon testosteron in de zaadballen.)
Elk paar hersenzenuwen kan zowel met een Latijnse naam als met een
Romeins cijfer worden aangeduid. De hersenzenuwen worden op
basis van hun werking ingedeeld in drie groepen.
Zenuwen die signalen van de hersenen naar de spieren zenden, zijn
motorische zenuwen. Hiervan zijn er vijf.
Er zijn drie zenuwen die prikkels van organen als de ogen, de neus en
de oren naar de hersenen geleiden. Dit zijn sensibele zenuwen.
Sommige zenuwen geleiden zowel de ene als de andere soort prikkels
en worden gemengde zenuwen genoemd. Er zijn vier gemengde
zenuwen.
Er is één zenuw die niet in de anatomie boeken vermeld staat de
nervus Zero, ook Terminal nerve genoemd. Zij is verantwoordelijk voor
onze reacties op feromonen.
Plaats van de hersenzenuwen in het menselijk lichaam
Op de nervus olfactorius (geur) en de nervus opticus (zicht) na,
beginnen alle hersenzenuwen in de hersenstam. De nervus olfactorius
ontspringt aan het neusslijmvlies in het bovenste deel van de
neusholte. De nervus opticus ontstaat uit de cellen van het netvlies
(de retina), het lichtgevoelige deel van het oog.
Enkele hersenzenuwen (bijvoorbeeld V, VII, VIII en IX), ontspringen aan
de hersenen en lopen naar een ganglion (een groep zenuwcellen).
De ganglia in kwestie bevinden zich in de hersenen of net daarbuiten.
Vanuit deze ganglia lopen weer zenuwvezels naar de weefsels en
organen in het hoofd en de hals.
34
Fig 21: hersenzenuwen
Structuur van de hersenzenuwen
De nervus olfactorius (I-eerste hersenzenuw) is verantwoordelijk voor
de reukzin; de vezels van die zenuw ontspringen aan het neusslijmvlies
en lopen vandaar naar de twee zogeheten bulbi olfactorii, uitlopers
van de hersenen. Vanuit de bulbi olfactorii (zie fig 9)lopen de vezels
verder naar achteren en gaan over in de tractus olfactorii,
zenuwvezelbanen die naar de grote hersenen leiden.
De nervus opticus (II-tweede hersenzenuw) is bepalend voor het
gezichtsvermogen. De vezels van deze zenuw ontspringen aan het
netvlies en bundelen zich tot de nervus opticus. De twee nervi optici
komen samen en kruisen bij het chiasma opticum, waarna ze verder
naar achteren lopen om te eindigen bij de visuele schors (zie fig 11).
Dit is een deel van de hersenen gespecialiseerd in het ‘zien’.
35
Fig 22: anatomie hersenzenuwen
De nervus oculomotorius (III-derde hersenzenuw) ontspringt aan de
middenhersenen en splitst zich in een bovenste en een onderste tak,
die de talrijke spieren van het oog bedienen.
De nervus trochlearis (IV-vierde hersenzenuw), de kleinste van alle
hersenzenuwen, ontspringt aan de middenhersenen en loopt van
daaruit naar de musculus obliquus superior (een van de oogspieren).
Deze zenuw bevat ook de zenuwvezels van de tastzin
(proprioceptoren).
De gemengde nervus trigeminus is (V-vijfde hersenzenuw)de dikste
hersenzenuw. Het sensibele deel ervan komt uit het ganglion
trigeminale dat zich in een holte in de dura mater bevindt. Het
motorische deel ontstaat uit twee afzonderlijke groepen zenuwcellen
(nuclei), een onderste en een bovenste groep. Uit het sensibele deel
komen drie takken, een naar de bovenkaak, een naar de onderkaak
en een naar de ogen. Op hun beurt vertakken deze zich weer en
verbinden talrijke organen en weefsels in het hoofd en het gezicht met
de hersenen. Het motorische deel van de nervus trigeminus stuurt de
kauwspieren aan.
36
Fig 23: Trigiminus
De nervus abducens (VI-zesde hersenzenuw) ontspringt aan de pons
(een deel van de hersenstam) en voorziet een van de spieren van de
oogbol.
De nervus facialis(VII-zevende hersenzenuw) is eveneens een
gemengde zenuw. Het sensibele en het motorische deel ontspringen
beide aan de onderrand van de pons. Het sensibele deel van de
nervus facialis voorziet het voorste tweederde deel van de tong en
het zachte gehemelte. Het motorische deel geleidt prikkels naar de
spieren die verantwoordelijk zijn voor de gezichtsuitdrukking.
De nervus vestibulocochlearis(VIII-achtste hersenzenuw) is een
sensibele zenuw die uit twee zenuwvezels bestaat. Het ene deel
bedient het evenwicht en het andere deel het gehoor.
De gemengde nervus glossopharyngeus(IX-negende hersenzenuw),
ontspringt aan het verlengde merg. Zoals alle gemengde zenuwen,
bestaat ook deze uit een sensibel en een motorisch deel. Het
motorische deel geleidt prikkels van de hersenen naar de spieren van
de tong en het bovenste deel van de luchtpijp (farynx). Het sensibele
deel van deze zenuw zorgt voor het overbrengen van prikkels van het
achterste deel van de tong, de amandelen (lymfeklieren in de keel)
37
en de keelholte naar de hersenen.
De nervus vagus (X-tiende hersenzenuw), heeft een groot bereik: deze
zenuw voorziet delen van de hals, de borstkas en de buikholte. De
nervus vagus ontspringt hoofdzakelijk aan het verlengde merg en
heeft zowel sensibele als motorische vezels. De motorische vezels
zenden signalen naar de spieren van de inwendige organen en de
talrijke klieren in de maag en de darmen. De sensibele vezels voorzien
de vliezen aan de binnenkant van inwendige organen als het hart, de
longen en de darmen.
De nervus accessorius (XI-elfde hersenzenuw) komt uit de zenuwcellen
in het verlengde merg en het ruggenmerg. Deze zenuw heeft twee
delen. Het eerste deel ontspringt aan het verlengde merg en het
tweede aan het ruggenmerg. De zenuwvezels van de nervus
accessorius lopen naar een spier in de hals (de borstbeen-sleutelbeentepelspier of musculus sternocleidomastoideus) en een spier tussen de
schouder en het bovenste deel van de rug (de monnikskapspier of
musculus trapezius).
De nervus hypoglossus (XII-twaalfde hersenzenuw) ontspringt aan het
verlengde merg en stuurt de talrijke tongspieren aan.
De nervus terminalis (XIII-dertiende hersenzenuw), ook wel aangeduid
als hersenzenuw nul, nul zenuw, zenuw N of NT, is niet terug te vinden
in onze anatomie boeken tot op heden. De nervus terminalis ligt
bilateraal als een plexus van ongemyelineerde perifere zenuw bundels
in de subarachnoïdale ruimte, van de middenste olfactorische stria op
het ondervlak van de frontale kwab, naar en door de zeefplaat, het
neusseptum. Het loopt mediaal aan de reukzenuw, over het
oppervlak van de gyrus rectus.
Nul nerveseveral tests zijn uitgevoerd om bewijs te leveren dat cranial
nerve Zero verantwoordelijk is voor onze reacties op feromonen. De
afscheiding van feromonen is de manier van de natuur om de
verschillende seksen tot elkaar aan te trekken. Al zijn feromonen vrijwel
geurloos, toch worden zij via het Vomeronasaal Orgaan (VNO)
achterin de neus waargenomen.
38
Fig. 24: VNO
Het VNO stuurt deze informatie direct naar het hypothalamusgedeelte in de hersenen waar onze seksuele driften worden
gecontroleerd. De essentie van de uitscheiding van feromonen is om
op een natuurlijke manier ervoor te zorgen dat de seksuele
aantrekkingskracht tussen de individuen van een soort wordt
gegarandeerd.
Fig. 25 Cranial Nerve 0
39
4.2.2.2. Ruggenmergzenuwen (nervi spinales)
31 paar ruggenmergzenuwen verlaten het wervelkanaal door de
tussenwervelgaten (foramina transversaria)die door de boven elkaar
liggende wervels worden gevormd.
De zenuwen worden genoemd naar de wervels waarmee ze
geassocieerd zijn :
 acht paar cervicale zenuwen( C1-C8)
 twaalf paar thoracale zenuwen (T1-T12)
 vijf paar lumbale zenuwen (L1-L5)
 vijf sacrale zenuwen (S1-S5)
 één paar coccygeale zenuwen (Co1)
Er zijn acht paar cervicale zenuwen ondanks dat er maar 7
halswervels zijn. Dit komt doordat het eerste paar zenuwen het
wervelkanaal verlaat tussen de schedel (oc occipitale) en de eerste
halswervel (atlas )en het achtste paar onder de laatste halswervel.
Daarna krijgen de zenuwen de naam en het nummer van de wervels
direct erboven.
De lumbale, sacrale en coccygeale zenuwwortels verlaten het
ruggenmerg waar het eindigt bij de eerste lendenwervel, lopen
omlaag door de subarachnoïdale ruimte van het wervelkanaal en
vormen een bundel die op een paardenstaart lijkt.
Structuur van de ruggenmergzenuwen
Alle ruggenmergzenuwen zijn gemengde zenuwen. Ze bestaan uit
zowel sensibele als motorische zenuwvezels. Alle 31 paar ontspringen
aan het ruggenmerg en zitten met twee wortels (radices) vast aan het
ruggenmerg: de voorwortel (radix ventralis) en de achterwortel (radix
dorsalis). De voorwortel zit aan de voorkant van het ruggenmerg en
de achterwortel aan de achterkant ervan. De achterwortel heeft een
verdikking vlak bij het ruggenmerg, een verzameling zenuwcellen die
het spinale ganglion wordt genoemd. De wortels van elke
ruggenmergzenuw komen samen bij het foramen intervertebrale en
gaan vervolgens verder als een gemengde ruggenmergzenuw.
Deze zenuwen leggen een korte afstand af door een tussenwervelgat
en splitsen zich vervolgens in twee grote takken en een kleine. De ene
grote tak is de ramus ventralis, die naar voren loopt. De andere is de
ramus dorsalis, die naar achteren gaat. De kleine tak loopt naar de
wervels, de wervelligamenten, de vaten die de hersenvliezen van
40
bloed voorzien en het ruggenmerg. De ruggenmergzenuwen kunnen
nog andere takken vormen die een essentieel onderdeel vormen van
het sympathische zenuwstelsel.
De ramus ventralis vormt zenuwvlechten (plexus) op verschillende
hoogten in het lichaam: in de hals (plexus cervicalis), de onderrug
(plexus lumbalis), ter hoogte van het heiligbeen (plexus sacralis) en het
stuitbeen (plexus coccygeus). Dit houdt in dat verschillende
zenuwbanen gebundeld zijn en zich later vertakken. Een voorbeeld
hiervan is de plexus van de arm (plexus brachialis), die ter hoogte van
de oksel ligt. In de loop van de arm verdeelt deze plexus zich onder
andere in de verschillende zenuwen die de vingers laten bewegen of
het
gevoel
verzorgen
van
de
bovenarm
Alle ruggenmergzenuwen hebben een specifiek huidgebied
(dermatoom) waar ze signalen naartoe en vandaan geleiden.
4.2.2.3 Grensstrengen




Wanneer de zenuwen zich buiten het ruggenmerg samenvoegen
ontstaat er een bundel die een ganglion wordt genoemd. Een aantal
van deze ganglia lopen langs de buitenzijde van het ruggenmerg en
liggen in een zenuwgang die de zenuwstam genoemd wordt. De
sympathische zenuwstam (truncus sympathicus of grensstreng) loopt
aan weerszijden van de wervelkolom en bevat vijf belangrijke ganglia.
Dit zijn het celiacaal ganglion, het cervicaal ganglion, het
splanchnisch ganglion en het bovenste en onderste mesenteriaal
ganglion.
Uit het celiacaal ganglion lopen zenuwen naar de bijnieren, de
twaalfvingerige darm (duodenum), de nieren, de pancreas en de
maag.
Uit het cervicaal ganglion lopen zenuwen naar het hart, het gezicht,
de nek en het middenoor. (Fig 21)
Uit het splanchnisch ganglion lopen zenuwen naar de ingewanden.
Uit het bovenste en onderste mesenteriaal ganglion lopen
respectievelijk zenuwen naar de ingewanden en naar de blaas en
geslachtsklieren.
De parasympathische ganglia liggen in de hersenen en het verlengde
merg en bestaan uit het ciliair ganglion (oog), het auraal ganglion
(oor) en het sfenopalatinaal ganglion (neus en mond).
41
4.3 Indeling naar functie van het zenuwstelsel
4.3.1 Willekeurig zenuwstelsel
Ook wel animaal zenuwstelsel genoemd, dient voor bewuste
waarneming, bewuste bewegingen en verwerking van opgenomen
informatie.
Hier zijn zintuigen en skeletspieren bij betrokken.
De sensorische neuronen brengen boodschappen aan vanuit de
waarnemingsorganen zoals ogen, oren, neus, huid, enz. De
motorische neuronen activeren de skeletspieren, bijvoorbeeld om je
hoofd te draaien. Mensen kunnen bewust controle uitoefenen over dit
zenuwstelsel vandaar ook de naam willekeurig zenuwstelsel.
4.3.2 Onwillekeurig zenuwstelsel
Ook wel autonoom, vegetatief, visceraal zenuwstelsel genoemd, is
een onderdeel van het perifere zenuwstelsel dat een groot aantal
onbewust plaatsvindende functies reguleert. Het regelt vooral de
werking van inwendige organen. Het regelt onder andere de
ademhaling, de spijsvertering en het verwijden en vernauwen van
bloedvaten en het beïnvloedt ook de hartslag. Het regelt de
afzonderlijke stelsels en coördinatie tussen stelsels.
De regulatie en coördinatie verlopen in de regel buiten de wil om en
vaak onbewust bv. bloeddrukregulatie, regulatie van darmactiviteit
en regulatie van de ademfrequentie.
In
het
onwillekeurig
zenuwstelsel
onderscheidt
men
het
(ortho)sympathisch zenuwstelsel, het parasympathisch zenuwstelsel
en het enterisch zenuwstelsel. Het sympathisch en parasympathisch
systeem zijn in hun werking nauwkeurig op elkaar afgestemd
4.3.2.1 Het sympathisch zenuwstelsel
Dit zenuwstelsel is actief wanneer de mens uiterlijk actief is en
stimuleert de hartactiviteit en de ademhaling, het verhoogt de
bloedsuikerspiegel en de spanning in de skeletspieren. De
spijsvertering daarentegen wordt geremd.
Het zorgt voor de aanpassing van het lichaam aan inspanning en
stress situaties. Wanneer er gevaar dreigt wordt dit systeem in werking
gesteld. Het zorgt voor overlevingsmechanismen van vechten of
vluchten bij levensbedreigende situaties.
Het lichaam wordt in staat van paraatheid gebracht door een
verhoogde bloeddruk, een versnelde ademhaling, verhoogde
42
zweetproductie, enz.
Hormonen die hier vooral voor zorgen zijn norepinefrine, epinefrine en
cortisol.
De sympaticus wordt vergeleken met de gaspedaal bij een auto.
4.3.2.2 Het parasympathisch zenuwstelsel
Dit zenuwstelsel is actief als de mens (uiterlijk) passief is en stimuleert
de spijsvertering, het vertraagt de hart- en ademhalingsactiviteit, het
remt de spieractiviteit, enz.. Het parasympathisch zenuwstelsel zorgt
voor een toestand van rust in het lichaam.
De parasympaticus zorgt voor de lichamelijke en geestelijke
instandhouding van het organisme. Het brengt herstel, rust, opbouw
en zorgt voor de energiehuishouding. Ook de spijsvertering wordt door
de parasympaticus geactiveerd. Het kernwoord is hier herstel.
De parasympaticus wordt vergeleken met het rempedaal van de
auto.
4.3.2.3 Het enterisch zenuwstelsel
Dit zenuwstelsel regelt de functies van het maag-darmstelsel. Het
enterisch zenuwstelsel is het eigen zenuwstelsel van het spijsverteringsstelsel. Het behoort tot het autonome zenuwstelsel.
Het enterisch zenuwstelsel communiceert normaal gesproken met het
centrale zenuwstelsel via de nervus vagus en het orthosympathisch
zenuwstelsel. Onderzoek, waarbij de nervus vagus wordt
doorgesneden, toont aan dat het enterisch zenuwstelsel ook geheel
zelfstandig kan functioneren alsof het een eigen "brein" heeft. Het
bevat efferente en sensorische zenuwcellen en interneuronen en het
maakt gebruik van meer dan 30 neurotransmitters, waaronder
acetylcholine, dopamine en serotonine. Deze en andere
eigenschappen maken het voor het enterisch zenuwstelsel mogelijk
als een zelfstandig systeem te functioneren.
4.3.2.4 Cranio bij disbalans van onwillekeurig zenuwstelsel
Door de vele maatschappelijke eisen die gesteld worden, waarbij
stress getriggerd wordt, blijft de sympaticus actief en als dit blijft
voortduren of vaak voorkomt dan gaat er een hernieuwde
homeostase in het lichaam optreden. Hierdoor wordt het steeds
moeilijker om stress als stress te herkennen.
Blijft de persoon zich flexibel opstellen en doorgaan waarbij stress zich
opstapelt en het stressniveau verhoogt in ons lichaam, dan wordt de
kans op gezondheidsproblemen ook groter.
43
De parasympaticus gaat hierbij een stapje terugnemen en wachten
tot hij terug een signaal krijgt om mee te doen. Het lichaam gaat
onvoldoende ontspannen en er komt een disbalans of blokkade.
Door toepassing van de technieken uit de cranio waarbij stress
losgelaten wordt en waarbij de behandelaar de cliënt in het diepe
ritme brengt, ontspant en herstelt het evenwicht tussen beide
systemen. Dit herstel kan zowel snel plaatsvinden als dat hiervoor
meerdere sessies nodig zijn; dit hangt af van de ernst van de klachten.
Een verschijnsel behorend bij het parasympatisch systeem is de parasurch, of freeze waarbij men niet meer kan bewegen of adequaat
reageren op de gebeurtenissen die zich voordoen. Dit
verdedigingssysteem nl. freeze, ontstaat vooral wanneer men heel
jong is, afhankelijk is en zich nog niet kan verdedigen.
Ook hier zijn craniotechnieken heilzaam om het lichaam terug in het
diepe ritme te brengen om herstel/balans te bekomen. Meer
specifieke toepassingen zijn hier "Talking to the Alarm Clock", Talking
to the Heart, atlas-occiput, de nervus vagus ontspannen, .....".
44
Fig : 24:parasympaticus en orthosympathicus
45
4.4 Ligging en werking van de zenuwbanen
Het parasympathisch zenuwstelsel is het deel van het autonoom
zenuwstelsel dat de organen zodanig beïnvloedt dat het lichaam in
een toestand van rust en herstel kan komen.
De zenuwbanen van de parasympathicus beginnen in twee
segmenten van het ruggenmerg. Het bovenste segment bevindt zich
in de hersenstam.
Drie hersenzenuwen (III, VII en IX) bedienen hier respectievelijk de
oogspieren, traan- en speekselklieren.
Vertakkingen van de nervus vagus (hersenzenuw X) lopen naar
organen als hart, bronchiën, maag- darmtractus en urineleider.
Het onderste segment bevindt zich in het sacrale merg. Hier ontspringt
de zenuw voor bediening van urineblaas, delen van de dikke darm en
genitaliën.
Preganglionair bevat de parasympathicus zogenaamde nicotinische
receptoren, postganglionair muscarinische receptoren. Bij beide
receptoren fungeert acetylcholine als neurotransmitter.
Het parasympathische deel bevordert de assimilatie. Bij assimilatie
worden de organische stoffen gevormd waaruit het lichaam bestaat.
De signaaloverdracht verloopt in de parasympathicus ook via
ganglia. Deze liggen, in tegenstelling tot de sympathicus, in de buurt
van of zelfs binnen het reagerend orgaan.
De verhouding tussen het aantal pre- en postgangliaire zenuwvezels is
ongeveer 1:1. Dit wijst op een meer specifieke werking dan bij het
ortho-sympathisch zenuwstelsel het geval is.
De transmitterstof is hier acetylcholine, zowel in het ganglion als in het
eindorgaan.
Deze
neurotransmitter
werkt
in
op
twee
soorten
acetylcholinereceptoren:
nicotine-receptoren
en
muscarinereceptoren. Deze werken doorgaans prikkelend.
Het parasympathisch zenuwstelsel zorgt onder andere voor een
grotere
productie
van
spijsverteringssappen,
een
snellere
darmbeweging, verwijding van de bloedvaten naar het
spijsverteringsstelsel en een snellere nierwerking.
Het verlaagt onder andere de hartslagfrequentie en ademfrequentie.
46
Fig 25: parasympathicus en sympathicus met grensstreng
Het orthosympathisch zenuwstelsel, ook wel het sympathisch
zenuwstelsel genoemd, is het deel van het autonome zenuwstelsel dat
de organen zodanig beïnvloedt dat het lichaam arbeid kan
verrichten. Hiervoor is energie nodig. Het orthosympathisch
47
zenuwstelsel bevordert dan ook de dissimilatie, waarbij energie
vrijkomt.
Bij het orthosympathisch zenuwstelsel worden impulsen vanuit het
ruggenmerg via de grensstrengen naar de organen geleid. Dit wordt
ook wel aangeduid als de pre- en postganglionaire vezels.
Grensstrengen zijn twee reeksen van ganglia links en rechts van de
wervelkolom.
Vanuit deze ganglia lopen zenuwen naar de organen. De verhouding
tussen het aantal pre- en postganglionaire zenuwvezels is ongeveer
1:20.
Preganglionaire cellichamen: zitten in het ruggenmerg in het gebied
van borst en lendenen. Namelijk tussen T1 (thoracaal-1) en L2
(lumbaal-2) segmenten.
Eindorganen van de thoracale segmenten zijn: oog en klieren, hart,
bloedvaten, gladde spieren, lever en pancreas, van de lumbale
segmenten: zweetklieren, bijniermerg, urineblaas en genitaliën.
Axonen van preganglionaire cellen gaan door de voorwortels
(ventrale wortels of radices ventrales) van de ruggenmerg-zenuwen
T1-L2. Vervolgens gaan ze over een korte afstand door de ruggenmergzenuwen en verlaten deze, en gaan naar de autonome ganglia
aan beide kanten van de buikkolom achter de pariëtale pleura:
ganglia van de orthosympathische grensstreng.
Alleen de ganglia die in hetzelfde gebied als T1-L2 liggen, ontvangen
preganglionaire axonen van het ruggenmerg.
Alle ganglia van de orthosympathische grensstrengen zijn verbonden
met het ruggenmerg, ook het gedeelte van de ganglia van de
orthosympathische grensstrengen dat zich buiten het T1-L2-gedeelte
bevindt, in het cervicale en het sacrale gedeelte van het
ruggenmerg. Dit kan doordat deze verbonden zijn met ganglia die
wel in dat gebied liggen. De korte verbinding tussen het ruggenmerg
en de ganglia van de orthosympathische grensstreng, waar de
preganglionaire cellen doorheen gaan, is de ramus communicans
albus. Deze wordt zo genoemd omdat de preganglionaire cellen
myelineschedes hebben en die zijn wit.
De signaaloverdracht geschiedt in de orthosympathicus in twee fasen:
via de preganglionvezels die eindigen in de grensstrengganglia en
vervolgens via de postganglionaire vezels, eindigend in het
eindorgaan. De signaaloverdracht is cholinergisch, met acetylcholine
48
als neurotransmitter, in de grensstreng, en adrenerg,met noradrenaline
als neurotransmitter, bij het eindorgaan ,met uitzondering van de
zweetklieren.
Binnen het orthosympathische zenuwstelsel werkt acetylcholine in op
de preganglionaire nicotinische receptoren.
Noradrenaline werkt in op twee typen postganglionairereceptoren: αen β-receptoren. Deze verschillen in gevoeligheid voor de verschillende adrenerge stoffen. α-Receptoren zijn doorgaans prikkelend, met
uitzondering van het maag-darmkanaal, namelijk remmend, βreceptoren zijn in het algemeen remmend,met uitzondering van het
hart, in dit geval namelijk stimulerend. Bètablokkers werken remmend
op de β-receptoren.
Fig 26: cellichamen van schakelcellen, motorische – en sensorische zenuwcellen,
ganglion
49
4.5 Neuronen en gliacellen
Elk deel van je lichaam is opgebouwd uit cellen en dat geldt dus ook
voor je zenuwstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit neuronen (ook wel
zenuwcellen genoemd) en gliacellen.
Neuronen of zenuwcellen, zenden berichten naar en van je hersenen.
Elk neuron staat met zijn vertakkingen in verbinding met niet minder
dan zo'n 25.000 zenuwcellen.
Elk neuron of zenuwcel heeft in het midden een nucleus (een kern).
Met al zijn vertakkingen lijkt het wel iets op een ster. Die vertakkingen
noemen we dendrieten. Het neuron heeft bovendien een staartachtig
aanhangsel dat we een axon noemen. Langs de axons of neurieten
worden de berichten verzonden, langs de dendrieten worden de
berichten ontvangen.
Fig 27: neuron
Een zenuwcel kan diverse vormen en grootte aannemen maar
bestaat altijd uit een cellichaam en axonen. Middels deze axonen
wordt gecommuniceerd met andere neuronen. Een neuron heeft
slechts
een
axon
maar
kan
meerdere
dendrieten
(vertakkingen)hebben.
De axonen van sommige neuronen zijn omgeven met een myelineschede die onderbroken wordt door stukken zonder myeline, de
zogenaamde insnoeringen van Ranvier. Hierdoor hoeven elektrische
impulsen een kortere afstand af te leggen wat de communicatie
versnelt.
50
Fig 28: Neuron en Gliacel -Schwanncel
Neuronen kunnen onderverdeeld worden in drie typen:
Sensorische zenuwcellen welke verantwoordelijk zijn voor de
overdracht van sensorische prikkels.
Motorische zenuwcellen welke verantwoordelijk zijn voor de
overdacht van motorische prikkels en de motoriek.
Schakelcellen welke verantwoordelijk zijn voor de overdracht van
prikkels in het centraal zenuwstelsel.
Gliacellen verzorgen de neuronen in het zenuwstelsel. De verhouding
gliacellen/zenuwcellen is ongeveer 10:1. In tegenstelling tot de
neuronen zijn gliacellen wel in staat zich te delen.
Gliacellen vervullen een zevental functies:


Het ondersteunen van het hersenweefsel; ze zorgen voor
stevigheid en behoud van structuur. Tevens scheiden ze
groepen neuronen van elkaar. (vooral de oligodendrogliacellen
en astrocyten).
Oligodendrocyten in het centrale zenuwstelsel en
schwanncellen in het perifere zenuwstelsel maken myeline aan
om de axonen te beschermen en de elektrische geleiding te
51





verbeteren
Het opruimen van afval na neuronale verwonding of celdood.
Het bufferen van de concentratie kaliumionen in de
extracellulaire ruimtes. Het opruimen van neurotransmitters die
gebruikt zijn bij signaaloverdracht
Tijdens de ontwikkeling van de hersenen wijzen sommige
gliacellen de weg aan migrerende zenuwcellen en geven aan
in welke richting de axonen moeten groeien
Bepaalde gliacellen helpen de bloed-hersenbarrière in stand te
houden
Gliacellen voorzien de zenuwcellen van voedingsstoffen.
Het geheel van gliacellen noemt men de neuroglia. In tegenstelling
tot de neuronen geven deze cellen geen elektrische signalen door.
Hun taak is de neuronen te beschermen en te ondersteunen.
Sommige steuncellen vernietigen bijvoorbeeld microben, andere
zorgen voor de circulatie van het hersen- en ruggenmergvocht, weer
andere vormen de myelinescheden. Deze functies worden niet allemaal door hetzelfde type gliacel uitgevoerd
Er zijn verschillende soorten gliacellen:
Microgliacellen (ontstaan uit macrofagen, microgliacellen zijn van
mesodermale afkomst)
Macrogliacellen in het centrale zenuwstelsel:
Astrocyten
Oligodendrocyten
Ependymocyten
Microgliacellen
Macrogliacellen in het perifere zenuwstelsel:
Schwanncellen
Satellietcellen
52
Fig 29: neuronen en gliacellen
Er zijn dus een heleboel soorten nl. 47 gliacellen, die allemaal een
andere specialisatie hebben.
Een paar voorbeelden zijn:
Astrocyten zijn verantwoordelijk voor de chemische omgeving van de
neuronen. Om de omgeving stabiel en veilig te houden verwijderen
de astrocyten ionen, en recyclen ze neurotransmitters die zijn
vrijgelaten bij processen op de synaps. Voor zover nu bekend, zijn de
astrocyten de bouwstenen van de bloed-brein barrière, en zorgen er
dus voor dat niet alle stoffen uit het bloed kunnen verhuizen naar de
vloeistoffen van de hersenen.
Oligodendrocyten zijn verantwoordelijk voor het aanmaken van
myeline in het centrale zenuwstelsel. Dat dit erg belangrijk is voor het
goed functioneren van de hersenen is al duidelijk, maar recent
onderzoek heeft zelfs een verband aangetoond tussen intelligentie en
de hoeveelheid myeline in de hersenen. Hoe meer myeline, hoe
hoger het IQ.
Ependymocyten vormen een membraan rondom het systeem van
ventricles. In de ventricles bevindt zich hersenvocht dat wordt
aangemaakt door de ependymocyten. Daarnaast zorgen de
ependymocyten ervoor dat het hersenvocht in beweging blijft en
gecirculeerd wordt door het zenuwstelsel.
Radiale gliacellen hebben een belangrijke rol tijdens de ontwikkeling
van de hersenen. Deze cellen vormen namelijk een web in de nog
niet gevormde hersenen, waarlangs de neuronen kunnen migreren
om hun plek in het telencephalon (bovenste gedeelte van de
hersenen) te bereiken.
53
5
De ademhaling van het zenuwstelsel
Adem is de link tussen lichaam en geest.
Als de geest als een vlieger is, dan is de adem het koord.
Hoe langer het koord, hoe hoger de vlieger kan vliegen.”
Sri Sri Ravi Shankar
5.1
Fysiologische mechanismen van de ademhaling
Onze ademhaling wordt automatisch geregeld of door eigen tussenkomst.
5.1.1. Automatische ademhaling
5.1.1.1 Inspiratie en expiratie
Onze ademhaling bestaat uit twee fasen, inspiratie en expiratie.
Tijdens de inademing gaan het diafragma en de borstspieren
samentrekken. Het volume van de borst- of thoracale holte wordt
groter. Deze toename van het volume verlaagt de luchtdruk in de
longen. Lucht stroomt altijd uit een gebied met hoge druk naar een
gebied van lagere druk. Tijdens een uitademing ontspannen het
middenrif en de intercostale- of tussenribspieren, herstelt de borstholte
54
naar de oorspronkelijke hoeveelheid en lucht gaat uit de longen.
Fig 30: inspiratie en expiratie
5.1.1.2 Ademcentrum
De ademhaling in ons lichaam wordt gereguleerd door
neuronen(zenuwcellen) die in het verlengde merg en de pons van de
hersenstam zitten. De neuronen die de ademhaling reguleren worden
samen "ademcentrum" genoemd.
Het "ademcentrum" bestaat uit inspiratoire neuronen die de
inademing reguleren en expiratoire neuronen die de uitademing
reguleren. Het ademcentrum past de ademsnelheid en de
ademdiepte aan op basis van de impulsen die zij ontvangen vanuit
verschillende receptoren.
Er zijn receptoren, genaamd chemoreceptoren in de boog van de
aorta en in de wand van de halsslagaders, die signalen naar het
ademhalingscentrum sturen waardoor de ademhaling wordt
uitgevoerd. Afhankelijk van de chemische samenstelling van het
bloed met name van het zuurstofgehalte, koolstofdioxidegehalte,
kaliumgehalte, pH en temperatuur van het bloed, stimuleren ze of
remmen ze het ademcentrum.
55
Fig 31: ademcentrum
5.1.1.3 Rekreceptoren
De activiteit van de inspiratoire neuronen en expiratoire neuronen is
nauwkeurig op elkaar afgestemd. In de longen zitten namelijk
rekreceptoren. Bij de inademing gaan de rekreceptoren steeds meer
impulsen naar de inspiratoire neuronen sturen. De inspiratoire
neuronen worden steeds meer geremd om de inademing te
stimuleren. Ook sturen de rekreceptoren impulsen naar de expiratoire
receptoren om de uitademing te stimuleren.
Tijdens de uitademing worden de inspiratoire neuronen steeds minder
geremd en de expiratoire neuronen steeds meer geremd. Op een
gegeven moment valt de remming van de inspiratoire neuronen weg
en start de inademing weer.
5.1.1.4 Verandering tijdens inspanning
Tijdens inspanning wordt het ademcentrum sterk beïnvloed door
chemische en mechanische veranderingen. Vanuit de spieren en
gewrichten die sneller en heftiger bewegen tijdens inspanning
worden er signalen naar het "ademcentrum" gestuurd. Wederom
stuurt het "ademcentrum" impulsen naar de ademhalingsspieren om
56
dieper en sneller te ademen. Alle spieren die bij de ademhaling
worden gebruikt, staan via zenuwen in verbinding met de hersenen.
5.1.1.5 Zuurstofvoorziening
Het bloed komt in de longen vanuit het hart via de longslagaders. Het
gaat dan door kleine bronchiale slagaders (arteriolen) in de zeer
kleine bloedvaten in de longen (alveolaire capillairen). Zuurstof en
kooldioxide worden uitgewisseld tussen het bloed en de lucht
waardoor zuurstof in de rode bloedcellen wordt opgenomen, terwijl
koolstofdioxide wordt afgegeven. Het zuurstofrijk bloed stroomt dan uit
de zeer kleine bloedvaten door naar de kleine bloedvaten in de
microcirculatie (venulen), en terug naar het hart via de longaders. Het
hart pompt vervolgens het bloed door de slagaders om zuurstof in het
hele lichaam te voorzien.
Fig 32: zuurstofuitwisseling
5.1.2 Vrijwillige ademhaling
De gedragscontrole van de ademhaling is gelegen in de cortex van
de hersenen. Vanuit onderzoek beschrijft men de ademhaling met
bewuste controle als "een zelf geïnitieerde verandering” in de
ademhaling voordat een krachtige inspanning of inspanning
plaatsvindt. Spreken, zingen en het bespelen van een aantal
instrumenten (bijvoorbeeld klarinet, fluit, saxofoon, trompet, enz.) zijn
goede voorbeelden van de gedragscontrole van de ademhaling en
zijn kortstondige interventies (Guz, 1997).
Het onderscheid tussen vrijwillige en automatische ademhaling ligt dus
in het feit dat de automatische ademhaling geen aandacht vereist,
terwijl het bij de vrijwillige ademhaling gaat om een bepaalde
hoeveelheid van de focus (Gallego, Nsegbe en Durand, 2001).
57
5.2 Fysiologische mechanismen van de ademhaling van het
zenuwstelsel.
Vanuit wetenschappelijk onderzoek wordt regelmatig gepleit om
ademhalingstechnieken toe te passen voor ontspanning ,
stressmanagement, controle van de psychefysiologische toestanden
en om orgaanfuncties te verbeteren. (Ritz en Roth,2003)
Fysiologisch gezien is het mogelijk een gunstig evenwicht in het
lichaam te brengen via de ademhaling. Het evenwicht kan
gemakkelijk worden verstoord door vermoeidheid of door een
langdurige prikkeling van het zenuwstelsel door opwinding zoals bij
stress.
Een therapeutisch doel bij cranio is het verlagen of verlichten van de
negatieve effecten van stress. Stress is één van de redenen dat het
ademhalingsritme kan verstoord zijn. Inzicht in het systeem van de
beïnvloeding van de ademhaling in functie van de cranio sacraal
therapie is van belang.
Met onze fysieke ademhaling beïnvloeden we niet alleen het
zuurstofgehalte in ons bloed maar eveneens het ritme van het
craniosacraal vocht en de weefselmotiliteit.
Bij elke inademing ademen we niet alleen zuurstof in maar ademen
we ook de “Breath of Life” of Levenskracht in uit het universum, via
ons zenuwstelsel. De potentie van de “Breath of Life” komt het
lichaam binnen via ons centrale zenuwstelsel en beïnvloedt/ voedt
ons hele lichaam via wat Sutherland de Primaire ademhaling noemt .
Dit is een inwendige ademhalingsbeweging in cellen en weefsels, die
werkt om het vloeistoffen-weefselveld te ordenen en helend werkt in
en rond het menselijk systeem. Men kan dit voelen als een inwendig
opwellen en terugtrekken in het cellen-weefselveld en in de
individuele weefselstructuren die verder in dit hoofdstuk omschreven
worden. Het manifesteert zich in een ruim werkingsveld als het Lange
Getijde en zijn getijdenlichaam. Via deze ademhaling kunnen we
onze emoties, ons denken en lichamelijke gezondheid beïnvloeden.
Je kan twee fasen van getijden waarnemen : één van inademing en
één van uitademing.
Je kan dit waarnemen in iemands lichaam als een ademhaling die
58
plaatsvindt op celniveau, als beweging in de lichaamsweefsels en het
cranio-sacraal vocht.
Elke fase van de ritmische cyclus van in – en uitademing heeft zijn
eigen specifieke uitwerking.
5.2.1. Ademhalingritmen binnen het cranio sacraal systeem
5.2.1.1 Snelle Ritme
Het snelle ritme of de craniaal ritmische impuls(CRI) heeft een frequentie van 8-14 cycli per minuut.
Het is een waarnemingsniveau waarin effecten en affecten, zoals
weefselweerstand, vloeistofophoping, emotionele geladenheid, stress,
trauma en psychologische processen gemakkelijker waargenomen
worden dan de onderliggende getijdenkrachten die hen ordenen.
Met dit ritme is de therapeut meer in contact met weerstand en
reactie. Vanuit analyse kan de behandelaar doelgericht oplossingen
zoeken en werken met technieken en methoden.
5.2.1.2 Midden Getijde
Het midden ritme heeft een ritme tussen 1-3 cycli per minuut.
Hier kan men waarnemen hoe potentie vloeistoffen en weefsels een
motiliteit uiten die op een getijde lijkt en die door Franklyn Sills
reciproque spanningsbeweging wordt genoemd. Dit is waar te nemen
in het vloeibaar en fysiek lichaam. Dit is voelbaar als een inwendig
opwellen en terugtrekken in het cellen-weefselveld en in individuele
weefselstructuren.
Therapeutisch werk is bij dit ritme gebaseerd op potentie en
verandering. Op dit niveau zijn zowel geconditioneerdheid, onopgeloste trauma’s als gezondheid aanwezig. De behandelaar werkt
holistisch, in stilte en met intuïtie.
5.2.1.3 Lange Getijde
Het lange getijde heeft een frequentie van 1 op 100 seconden.
Het laat zich voelen als een trage, stabiele ademcycli van 100
59
seconden: 50 seconden inademing en 50 seconden uitademing in
een uitgestrekt werkingsveld.
Het gaat hier om de primaire ordende kracht die voortgebracht wordt
door de creatieve intentie van de “Breath of Life”, die zich
manifesteert als primaire ademhaling in trage en stabiele
ademhalingscycli. Het lange getijde manifesteert zich als een
getijdenlichaam dat georiënteerd is op de middenlijn van de
ordenende matrix van het menselijk lichaam - geestsysteem.
In dit Trage ritme ervaren we de Helende Bron op een diep niveau en
is therapeutisch werk gebaseerd op resonantie.
5.2.2. Primaire ademhalingsmechanisme
Sutherland ontdekte dat bepaalde kern anatomische en fysiologische
relaties sleutelelementen zijn bij het uiten van de primaire ademhaling
en bij de verspreiding van de potentie van de “Breath of Life” in het
lichaam. Deze relaties noemt hij het primaire ademhalingsmechanisme. Op weefsel- en vloeistofniveau wordt het primaire ademhalingsmechanisme bepaald door de grenzen van de dura mater, die
de hersenen en het ruggenmerg omgeeft. Het primaire ademhalingsmechanisme omvat al de vloeistoffen en structuren die je erin kan
vinden en al de structuren die er direct mee verbonden zijn. Het wordt
ook onwillekeurig mechanisme genoemd en dit begrip geeft weer dat
de subtiele vloeistof– en weefselbewegingen die in het menselijk
systeem kunnen bevoeld worden aangedreven worden door een
inherente levenskracht en niet door willekeurige processen en
uitwendige tussenkomst.
Traditioneel gezien bestaat het primaire ademhalingssysteem
omschreven door Sutherland, uit vijf onderling verbonden aspecten.
Deze zijn:
1. De interne fluctuatie van het cerebrospinaal vocht.
2. De inherente motiliteit van de hersenen en het ruggenmerg.
3. Het reciproque spanningsmembraan
4. De articulaire mobiliteit van de schedelbeenderen
5. De onwillekeurige beweging van het sacrum tussen de illia van de
pelvis.
60
5.2.2.1 De interne fluctuatie van het cerebrospinaal vocht(CSV)
Dit is de beweging van het vocht dat op getijden lijkt en
aangedreven wordt door de potentie van de “Breath of Life”. Men
voelt dit als eb en vloed. Tijdens de inademingfase is er een algemeen
fluctuerende stijging van vloeistof en potentie in het lichaam en tijdens
de uitademingfase een algemene daling of terugtrekking.
Zich oriënteren op de stroming van het cerebrospinaal vocht in de
ventrikels van de hersenen is dus een nuttig beginpunt bij een
behandeling.
Fig 33: hersenventrikels
Het grotendeel van het cerebrospinaal vocht wordt geproduceerd in
de laterale ventrikels. Hier wordt het bloedplasma gefilterd via het
choroideus plexus. Het choroideus plexus weefsel bevindt zich ook
boven aan het derde ventrikel en in het vierde ventrikel.
Fig 34: Choroïd plexus
61
Het cerebrospinaal vocht circuleert van de laterale ventrikels
doorheen het foramen van Monro, in het anterieur-superieur aspect
van het derde ventrikel. Hier circuleert het rond in het derde ventrikel
met de wijzers van de klok mee gezien van het rechterkant van het
hoofd. Deze circulatie kan gevoeld worden via de vault hold.
Fig 35: anatomie van de hersenkamers
Fig 36: Stroming van CSV in de ventrikels
Van het derde ventrikel vloeit het CSV lager door het aquaduct van
Sylvius naar het vierde ventrikel. De stroom door het aquaduct komt
soms in het gedrang door geboortetrauma en het gebruik van
62
vacuüm technieken. Het CSV wordt in het vierde ventrikel
vastgehouden en creëert er turbulentie.
Sutherland zag dat de vloeistoffen in het vierde ventrikel al de nuclei
(celkernen) in de hersenstam onderdompelt. Hierdoor besloot hij dat
er een directe relatie kan zijn tussen de potentie van de vloeistoffen
en de regeling van het autonoom functioneren.
Onder het vierde ventrikel daalt de vloeistof omlaag door het centrale
kanaal van het ruggenmerg. Van het vierde ventrikel gaat het CSV in
de Cisterna Magna (cerebellomedullaris) via zijn middelste en laterale
formanina.
De Cisterna Magna is het grootste waterbed in de schedel. Het wordt
voortdurend vernieuwd en met potentie geladen.
Fig 37: Cisterna Magna
Dit Cisterna Magna waterbed en het lumbosacrale waterbed,
onderaan de ruggengraat balanceren elkaar volgens Stone en zijn in
het ideale geval met elkaar in dynamisch evenwicht als een
zespuntige ster.
63
Fig 38: Evenwicht van potentie in de cisterna Magna en het lumbosacrale waterbed
5.2.2.2 De inherente motiliteit van de hersenen en het ruggenmerg.
Terwijl de cellen van de hersenen en het ruggenmerg de potentie van
de “Breath of Life” tot uiting brengen ontstaat in het centrale
zenuwstelsel een ritmische motiliteit. Dit gebeurt terwijl de lange as van
het centrale zenuwstelsel bij de inademing korter wordt naar de
lamina terminalis toe. (zie fig.39)
Je kan voelen hoe het ventrikelsysteem korter en ruimer wordt tijdens
de inademing en langer en smaller tijdens de uitademing.
De dynamiek in de motiliteit van het centrale zenuwstelsel (CZS) heeft
een directe invloed op het fysiologische functioneren van elk systeem,
elk orgaan, en elk weefsel in het menselijk lichaam
De beweging van het CZS speelt zich af rond de ruimten van de
hersenen, de ventrikels van de hersenen, en het centrale kanaal van
het ruggenmerg. Deze organisatie heeft embryologische wortels.
Het CZS vormde zich in verhouding tot de ruimtes in de neurale buis
gegenereerd in de dorsale middenlijn van het embryo.
Bij het embryo wordt het hoofdwaartse eindpunt van de neurale buis
lamina terminalis genoemd. Dit punt wordt later de voorzijde van het
derde ventrikel. De lamina terminalis van de neurale buis is het fulcrum
voor de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel. Het blijft gans het
leven het organiserend fulcrum voor CZS motiliteit. Deze plaats komt
overeen met het voorhoofdschakra in de Oosterse kennis.
64
Fig 39: Lamina terminalis bij embryo
Bij de volwassene is de motiliteit van het CZS ook georganiseerd rond
deze ruimtes, die zich nu in zijn ventrikelsysteem bevinden.
Fig 40 : Lamina terminalis bij volwassene
Tijdens inademing stijgt en verkort de ganse middenlijn doorheen de
ruggenmergholte en het ventrikelsysteem naar de lamina terminalis
toe. Terwijl dit gebeurt ontstaat er een rotatie van de laterale ventrikels
rond een dwarsas door de foramina van Monro
Het ventrikelsysteem verruimt algemeen van zij tot zij en het derde
ventrikel verruimt in een V-vorm .Terwijl dit gebeurt versmalt het brein
65
anterieur(voorzijde) naar posterieur(achterzijde) en verruimt het van zij
tot zij, en het ruggenmerg stijgt en verkort in de lengte.
De algehele beweging van de ventrikels is een vogel die wil opstijgen.
Het derde ventrikel is het lichaam, haar staart is het vierde ventrikel en
het aquaduct van Sylvius, haar vleugels de laterale ventrikels.
Bij een inademing kan je je voorstellen dat de vogel doorschijnend is
en vol met vloeistof is. Bij het opstijgen verruimt zijn lichaam algemeen
terwijl dit gebeurt stijgen en verkorten ook de hersenstam en het
ruggenmerg naar de voorkant van het derde ventrikel toe en
verruimen ze van zij tot zij.
Fig 41: De vogel begint te vliegen –inademingsfase
66
Fig 42: Ventrikels verruimen tijdens de inademing
Fig 43 : Motiliteit en beweging in het centrale zenuwstelsel
67
5.2.2.3 Het reciproque spanningsmembraan
Het durale spanningsmembraansysteem wordt het reciproque
spanningsmembraan(RSM)genoemd. Het is samengesteld uit de
binnenste bladen van de dura in de schedel bestaande uit de falx
cerebri, falx cerebelli en tentorium cerebelli. Deze bladen vormen een
continu membraan dat natuurlijke spanning vasthoudt en verschuift
als een verenigd werkingsveld in de fasen van primaire ademhaling.
Het staat altijd onder spanning terwijl het zijn motiliteit en beweging tot
uiting brengt.
De in- en uitademingcycli van de primaire ademhaling verwekt cycli
van reciproque beweging in het weefselveld, eerst in één richting en
dan in de andere.
Deze beweging wordt reciproque spannings-beweging genoemd en
wordt van nature georganiseerd rond het anterieure aspect van de
sinus rectus, die Sutherlands fulcrum genoemd wordt. Alle cellulaireen weefselmotiliteit in het lichaam wordt geuit als reciproque
spanningsbeweging aangedreven door de potentie die door de
“Breath of Life” wordt voortgebracht.
Fig 44: Relaties van de falx en de tent
68
5.2.2.4 De articulaire mobiliteit van de schedelbeenderen
De schedelnaden hebben motiliteit en laten de verschillende
schedelbeenderen toe om primaire ademhaling te uiten in ritmische,
reciproque cycli van inherente beweging die weefselmotiliteit wordt
genoemd.
Het waarnemen van de motiliteit van de schedelkom kan men
vergelijken met het openen en sluiten van een bloem in een vloeibaar
veld.
De bewegingsdynamiek van alle schedelbeenderen wordt verondersteld zich te oriënteren op het schedelbasisgewricht (SBG).
Het SBG is het scharnier waar de pars basilaris en het lichaam van het
wiggebeen tegen elkaar komen.
Bij een volwassene is het SBG een kraakbeen-achtige brug. Het SBG
kan je vergelijken met het centrum van een bloem.
Fig 45 :Motiliteit van Bloemblaadjes
69
Fig 46: Inademingsfase
Fig 47: Uitademingsfase
De vault hold of schedelgewelf houdgreep wordt gebruikt om in te
tunen op de motiliteit van de schedelkom rond het SBG. De
behandelaar legt geen uitwendige kracht op het systeem en gaat
niet te dicht met de aandacht. Terwijl men oriënteert op het systeem
van de cliënt , behoud men een lichte zachte gewaarwording. Men
laat de bewegingen naar zich toekomen.
70
5.2.2.5 De onwillekeurige beweging van het sacrum tussen de illia van
de pelvis.
Het heiligbeen(sacrum) is door een gewricht verbonden met de
laatste lumbale wervel bij de lumbosacrale verbinding, met de ilia bij
de sacro-iliacale gewrichten en met het stuitbeen(coccyx) onderaan.
De motiliteit van het heiligbeen is verbonden met dit van het SBG.
De primaire middenlijn vertrekt in het stuitbeen, stijgt door het centrum
van de wervellichamen, buigt aan de schedelbasis en gaat verder
door het sphenoïd en het zeefbeen.
De subtiele beweging van de levenskracht in deze middenlijn is
voelbaar, die continu lijkt te stijgen door het stuitbeen, door de
middenlijn en het lichaam verlaat door het zeefbeen.
Fig 48:de primaire middenlijn/levenskracht
Wanneer het heiligbeen in een van zijn gewrichtsrelaties vastzit of
inertieproblemen vasthoudt, zal het de motiliteit van het CZS direct
beïnvloed zijn. Bij het vasthouden van het heiligbeen kan je een
potentie voelen opkomen tijdens een inademing en een subtiel
hoofdwaarts stijgen van het heiligbeen voelen. Vervolgens is een
rotatie merkbaar van zijn bovenste aspect posterieur en superieur met
71
een simultaan intra-osteoide verruiming en ontrolling van zijn
segmenten.
Bij de uitademing kan je een subtiel benedenwaarts bewegen en
leeglopen waarnemen. Verder kan je waarnemen hoe het heiligbeen
drijft in zijn sacro-iliacale gewrichten.
Fig 49: Motiliteit van het heiligbeen
Het sacrum is stevig verbonden door het durale membraansysteem en
is dus een integraal deel van het primaire ademhalingsmechanisme.
Het ruggenmerg is in het ruggenmergkanaal gestabiliseerd door de
ligamenta denticulata die bij elk spinaal segment verschijnen. Deze
ligamenten zijn gevormd uit pia mater die zich door de arachnoïdale
laag van de hersenvliezen dringt en zich hecht aan de binnenkant
van de dura mater. Zij kunnen traag worden door compressiekrachten
die invloed hebben op de wervels, en verwante inertiepatronen.
Het ruggenmerg wordt gestabiliseerd door het filum terminale aan zijn
inferieur aspect. Dit is het filament(vezel) van pia mater dat zich door
de arachnoïdale laag dringt aan zijn inferieur aspect ter hoogte van
S2.
Het is bekleed met een dunne laag dura en gaat voetwaarts verder in
het sacrale kanaal om zich stevig te hechten aan de coccyx.
72
Een behandelaar kan het centrale zenuwstelsel direct voelen via
contact met het filum terminale vanaf de coccyx. Als er een trauma is
aan de coccyx kan dit o.m. invloed hebben op de hersenstam.
5.2.3. Biodynamische zienswijze op de primaire ademhaling
Door de ontwikkeling van een biodynamische oriëntatie wordt het
concept van de primaire ademhalingsmechanisme holistischer en in
een ruimere context bekeken.
Men voelt dat het diepste getijde, of Lange Getijde, zich manifesteert
van buiten naar binnen terwijl het een ordenende middenlijn
voortbrengt waarrond de vloeistoffen, cellen en weefselwereld zich
organiseren.
Binnen de biodynamische zienswijze richt men zijn aandacht op een
breed waarnemingsveld vanuit een neutrale houding. Hierbij stelt de
therapeut zich open om al de gegevens die aandacht vragen waar
te nemen.
Om de 3 ritmes te kunnen onderscheiden, die voelbaar zijn in het CS
vocht dat het zenuwstelsel omringt en doordrenkt, alsook ruimer waar
te nemen dien je als therapeut langere tijd in een dieper meditatieve
toestand te kunnen blijven.
Uit ervaring heeft men geleerd dat het traagste ritme, nl. de ‘Breath
of Life’ bepaalde resultaten geeft die overeenkomen met diepe
meditatie.
Hierdoor is het noodzakelijk dat de therapeut leert langere tijd in deze
diepe meditatieve sfeer te zijn.
Meditatie is dan ook de basis van het leerproces In de opleiding
Cranio Sacraal Therapeut. Hiermee wordt de eerste lessen reeds
begonnen.
Elke techniek die aangeleerd wordt is hiervan doordrongen zodat
uiteindelijk het aanraken van de cliënt als natuurlijk gevolg heeft dat
het lichaam van de behandelaar onmiddellijk in dit diepste ritme
gaat.
Het lichaam van de cliënt volgt de behandelaar in dit gebeuren, de
behandelaar is hier de ‘voorganger’ in dit proces.
De technieken die in de opleiding gebruikt worden om als therapeut
de cliënt in dit diepe ritme te brengen hebben tot gevolg dat
celherinneringen opgeroepen worden die horen bij de oorspronkelijke
staat van elke cel. Die oorspronkelijke staat is die van stamcel voordat
73
deze cel gaan specialiseren naar 1 of ander type waaruit dan de
definitieve cel met haar definitieve functie ontstaat.
Wanneer cellen deze herinnering oproepen doordat we ze in dit
diepe ritme brengen is het maximaal mogelijk deze cel weer in
contact te brengen met deze originele blauwdruk, dit origineel
programma.
Om dit makkelijker te maken wordt in de opleiding langzaam de
eenvoudigste meditatie techniek aangeleerd, gewoon zitten,
perfecte houding, rug recht, ogen gesloten of half open, volledige
aandacht.
Belangrijke aspecten die verband houden met de ademhaling en de
helende krachten zijn de “Breath of Life”,het Lange getijde en de
Midlijn.
5.2.3.1 De “Breath of Life”
De “Breath of Life” brengt opbouwende krachten in de primaire
ademhaling en is een manifestatie van Intelligentie, als een ordenend
principe in de vloeistoffen van het lichaam.
Vanuit een diepe stilte ontstaat heling vanuit de potentie van de
“Breath of Life” (Levenskracht), ondersteund door de neutrale open
aanwezigheid van de behandelaar.
Ook volgens de bevindingen bij onderzoek wordt het menselijk
systeem geordend door een mysterieuze aanwezigheid genaamd de
“Breath of Life”.
Wanneer de “Breath of Life” opkomt uit de "diepe stilte", ervaart men
een hartopenende straling, liefdevolle vriendelijkheid en medeleven,
een gevoel van grote ruimtelijkheid en vrede, een diepe liefde in
onderlinge verbondenheid en een waarneming van een aanwezigheid die het leven lijkt te omhullen, ondersteunen en handhaven.
“The Breath of Life” is in veel spirituele tradities te vinden als de “Heilige
Geest” of “Heilige Adem” in het Christendom.
In alle grote spirituele tradities zie je de erkenning van "stilte".
Dynamische stilheid is een impliciet rijk van potentie waaruit de
“Breath of Life” ontstaat.
De dynamische stilheid bevindt zich gewoonlijk op de achtergrond
van de dingen, maar kan op de voorgrond gebracht worden via een
dieper wordende innerlijke stilheid terwijl een ruim bewustzijnsveld
wordt aangehouden.
74
Een besef van de dynamische stilheid brengt de behandelaar naar
de kern van de dingen , de basisessentie van het leven zelf.
In de craniosacrale biodynamica heeft men de opvatting dat
gezondheid ook niet geproduceerd of vernietigd wordt, ze kan noch
toe- noch afnemen.
“Gezondheid gaat nooit verloren en is altijd aanwezig en
beschikbaar. Hierbij hoort ook de visie dat ons gevoel van
afgescheiden zijn een illusie is, ons gevoel van eigenheid zal
voorbijgaan.”
“Vanuit de leegte ontstaat het grote hoogtepunt van waaruit de
grote adem zich ontvouwt. Het is de interactie tussen de bewegende
krachten yin en yang, voortgebracht uit een creatieve intentie van
waaruit elke manifestatie ontstaat.”
Ook in de craniosacrale biodynamica worden universele op getijde
lijkende krachten waargenomen die vanuit een diepe stilheid
opkomen. Het zijn deze krachten die de menselijke vorm ordenen en
handhaven.
5.2.3.2 Het Lange Getijde
In zijn werk werd Sutherland meer en meer subtiele, stabiele op getijde
lijkende verschijnselen gewaar, in en rond het menselijk gestel.
Na verloop van tijd realiseerde hij zich dat deze getijdenbewegingen
directe uitingen waren van de creatieve intentie van de “Breath of
Life.”
Viktor Schauberger, een Oostenrijks wetenschapper vorige eeuw,
begon, bij observaties van de natuurlijke wereld, een subtiele en toch
krachtige ordenende kracht te erkennen, die hij de “originele
beweging” noemde.
Shauberger nam waar dat de originele beweging of het Lange
Getijde zich lokaal manifesteert van buiten naar binnen via
spiraalachtige centrifugale en centripetale bewegingen. Deze
brengen middenlijnen en stabiele werkingsvelden voort die op hun
beurt samenhangende levende structuren organiseren. Hij zag dat dit
een universeel principe is dat werkt op alle niveaus van creatie.
Het is evengoed aanwezig bij het creëren van sterren en
melkwegstelsel als in het voortbrengen van microscopische plantjes
en dieren .
Schauberger beweerde dat wanneer een dynamisch evenwicht
bereikt wordt in deze centripetale en centrifugale krachten, er een
75
stabiel ordeningsveld voorgebracht wordt dat aan de grondslag ligt
van de organisatie van het menselijk systeem.
Fig 50 : Schauberger’s originele beweging brengt dynamisch evenwicht tot uiting
in centripetale en centrifugale krachten.
Het Lange Getijde wordt geuit in een stabiel ademhalingscycli van 50
seconden inademing en 50 seconden uitademing, over het
algemeen waargenomen als een stromen van levenskracht en een
straling die lijkt te bewegen van de horizon naar de middenlijn van het
systeem van de cliënt.
Zowel de behandelaar als de cliënt kunnen ervaringen hebben van
licht, straling, grootse ruimte, expansie, vibratie en het stromen van
levenskracht wanneer de werking ervan naar voor komt in hun besef.
76
Er wordt gewoonlijk ook een diep gevoel van onderlinge
verbondenheid en ondersteuning gevoeld. Mensen beginnen te
voelen dat er iets veel dieper is dat hun menselijke gesteldheid
ondersteunt door mentaal –emotionele toestanden, fysieke structuren,
functie en fysiologie.
Behandelaars voelen gewoonlijk dat dit ritme beweegt van buiten
naar binnen, zich manifesteert doorheen de middenlijn, helende
beslissingen neemt terwijl het de samenhang van het menselijk
systeem handhaaft.
Het Lange Getijde , als kern van de primaire ademhaling organiseert
en ondersteunt het leven door krachten en werkingsvelden voort te
brengen die in dynamische evenwicht gehandhaafd worden.
Klinisch werk op niveau van het Lange Getijde gebeurt via afstemmen
en resonantie en verdiepingstoestanden van stilheid en evenwicht.
5.2.3.3 Midlines
Quantum Midline
In de cranio sacraal therapie spreekt men ook van deze natuurlijke
Midline, die in de kern van ons systeem aanwezig is en loopt van de
kruin tot het perineum. Men noemt deze Quantum Midline.
In de yoga is deze Midline het Sushumna kanaal.
Ook het lichaam heeft een fulcrum ,een as, een verzameling van
punten van waaruit alles georganiseerd wordt: de Midline. De
lichaamseigen fulcrums hebben de eigenschap mee te bewegen op
het ritme van in – en uitademing. Dit doet denken aan de chakra’s
waarvan sprake op de Sushumna.
Deze Quantum Midline heeft ook nog een opwaarts gerichte
spiraalvormige beweging. Het principe van de spiraalvorm vind je ook
terug in bepaalde filosofieën, theorieën en symbolen, zoals de
dubbele helix van het DNA, het logo van dokters enz. zoals hierboven
omschreven. Ook Stillness staat in relatie tot deze Quantum Midline.
In biodynamische craniotherapie heeft men het naast de Quantum
Midline nog over twee andere midlines: de Primal en de Fluid Midline.
Primal Midline
De Primal Midline ontstaat tijdens de vierde week van de ontwikkeling
van het embryo. Tot dan toe was het embryo een platte schijf en
77
vervolgens begint deze Primal Midline zich te vormen als een
opstijgende kracht. In het embryo realiseert deze Primal Midline zich
eerst in de vorm van de primitieve streep om dan vervolgens over te
gaan in de notochord. De ruggenwervels vormen zich rond deze
notochord. Eigenlijk vindt deze Primal Midline zijn oorsprong in de
derde ventrikel via de Breath of Life.
Aangezien een embryo zich in zijn ontwikkeling gaat oprollen, de
bovenkant plooit zich naar onderen toe, zal het bovenste uiteinde
meebuigen naar de voorkant toe.
Daarom kun je als therapeut de Primal Midline percipiëren als een
fontein die, ter hoogte van het derde oog, uit het hoofd van de cliënt
naar buiten komt.
Fluid Midline
De derde Midline ontwikkelt zich als het zenuwstelsel zich begint te
vormen. Deze Midline bevat Potentie die zich in het centrale
zenuwstelsel bevindt.
De Fluid Midline doet dus dienst als de organiserende kracht voor de
vloeistoffen in het lichaam. Deze kracht kan waargenomen worden
als opstijgende Potentie in de cerebrospinale kern.
De Fluid Midline loopt door het centrale kanaal in het ruggenmerg in
de richting van het hoofd en komt zo terecht in de vierde ventrikel.
Vandaar loopt de Fluid Midline via het aquaduct van Sylvius door tot
in de derde ventrikel.
De Quantum Midline organiseert alle menselijke vorm in relatie tot de
Ordenende Matrix en zorgt voor de transmutatie van Potentie in het
vloeistofsysteem.
De Primal en Fluid Midline stemmen de cellulaire systemen en de
vloeistofsystemen op de Quantum Midline af.
De Potentie, de lichaamsvloeistoffen en de lichaamsweefsels
scheppen een verenigd biodynamisch actieveld.
78
6
Andere zienswijzen op ademhalen
Uit de literatuur over yoga, meditatie en inspanningsfysiologie blijkt dat
er een directe verbinding is tussen de “prana” of energie van de
ademhaling en de effecten ervan op de energiebevrijding in het
lichaam.
Cellulair metabolisme wordt bijvoorbeeld gereguleerd door zuurstof
tijdens het ademen.
In een artikel over "De wetenschap van de ademhaling" van Sarah
Novotny en Len Kravitz, Ph.D. wordt regelmatig gepleit om
ademhalingstechnieken en –patronen toe te passen voor
ontspanning,
stress
management,
controle
van
de
psychefysiologische toestanden en om orgaanfuncties (Ritz en Roth,
2003) te verbeteren.
Fysiologisch gesproken kan een gunstig evenwicht in de ademhaling
gemakkelijk verstoord worden door vermoeidheid of langdurige
prikkeling van het zenuwstelsel, zoals gezien met stress.
Een therapeutische doel bij yoga is het verlagen of verlichten van
sommige chronische negatieve effecten van stress.
Binnen de ademtechnieken van de yoga worden de voordelen van
de pranayama’s omschreven als
 Vergroten de kwaliteit en kwantiteit van levensenergie
 Openen geblokkeerde energiekanalen
 Brengen lichaam, geest en ziel in balans
 Geven een boost aan het immuunsysteem
 Verjongen lichaam en geest
 Vertragen het ouderdomsproces
Deze voordelen vertonen gelijkenissen met de resultaten verkregen bij
cranio sacraal therapie.
79
6.1. Emoties en ademhalen
Bij elke emotie hoort een bepaald patroon van ademen. Bij boosheid
wordt de adem kort en snel. Bij verdriet wordt de adem lang en diep.
Het omgekeerde is ook waar, namelijk dat het ademen in een
bepaald ritme bepaalde emoties kan oproepen.
Dus in plaats van te worden overweldigd door onze emoties, kunnen
we ze transformeren door bepaalde ademtechnieken toe te passen.
Er zijn yogatechnieken die hier specifiek op werken bv. Swar yoga,
Kriya yoga, Sahaja yoga....
Zo heeft Kriya Yoga een wetenschappelijke grondslag en is
gebaseerd op de beheersing van de ademhaling. Het beheersen van
de ademhaling heeft als uiteindelijk resultaat ook de beheersing van
stemmingen, en dit kan weer leiden tot diepe rust en een
gebalanceerd leven.
6.2. Kosmische Levenskracht en ademhalen
Vanuit de prana yoga is het een bekend feit dat de Kosmische
Levenskracht of “Breath of Life” elke omstandigheid en elk atoom
omgeeft en geheel doordringt en dat de levenskracht in ons lichaam
opgenomen kan worden met de adem die we inademen.
Deze Kosmische Levenskracht kan enkel opgenomen worden als de
lichamelijke ademhaling vergezeld gaat van een duidelijke aandacht
ervoor.
De mystici hebben altijd onderricht dat “aandacht” het geheim is van
succes in het omgaan met de Kosmische krachten.
Diepe, oprechte, blijvende aandacht voor de omringende spirituele
ethers, een volledig ontspannen lichaam en een alles opnemende
interesse en volledige openheid van geest zijn de noodzakelijke
houdingen teneinde deze 'innerlijke adem' te kunnen realiseren.
De methode waarmee men bewust de universele, kosmische
levenskracht of prana toe-eigent , wordt gewoonlijk “Pranayama”
genoemd .Het beoefenen van deze prana-ademhaling vitaliseert het
lichaam en verlevendigt ook de geest.
De reden waarom mensen niet goed denken is, dat de geest te
gespannen is, teveel samengeperst zodat hij niet vrij functioneert.
Door de praktijk van Pranayama wordt de hele natuur verruimd en
functioneert zij meer vrij en volledig .
80
6.3. Pranayama en cranio
De overeenkomsten liggen in het losmaken van lagen door de prana
ademhaling en door de Primaire ademhaling en het verhogen van de
potentie van licht in het craniospinaal vocht door “the Breath of Life”
in het zenuwstelsel.
De klassieke yoga's werken met subtiele zenuwbanen die zich
bevinden in het centrale zenuwstelsel dewelke analoog zijn aan de
zenuwen in het fysieke lichaam, maar niet-materiële kanalen van
vibratie zijn.
De belangrijkste Nadi of subtiele zenuwbaan genoemd Shushumna
stemt overeen met de Quantum Midline van de Biodynamische
cranio sacraal therapie en het gouveneursvat bij de meridianen.
Het woord “nadi” is afgeleid van het Sanskriet, wat "kanaliseren",
"stromen", of "vloeien" betekent.
Yogi's claimen dat de nadi's als subtiel-anatomisch stelsel ten
grondslag liggen aan de manifestatie van het fysieke lichaam, en dat
de energiestroming in dat stelsel alle fysiologische processen mogelijk
maakt/aanstuurt. Vergelijkbaar met het concept van nadi's, als
kanalen voor prana, is het uit China stammende concept van
meridianen, die als kanalen dienen voor qi, hetgeen de Chinese
benaming voor de universele levensenergie is. Het verschil is dat de
traditionele medische systemen werken met twaalf belangrijke
meridianenroutes en er veel meer nadis zijn.
6.4. Nadi (Veda's)
De belangrijkste nadi's zijn Shushumna, Ida en Pingala maar in de
oude yoga teksten wordt melding gemaakt van zo'n 72.000 grotere en
kleinere energiekanalen binnen het menselijk wezen. Alle subtiele
zenuwen hebben hun oorsprong in een basis plexus (Khanda) in het
eerste chakra. (zie 6.5)
De drie voornaamste nadi's zijn:
 Het linkerkanaal Ida
 Het rechterkanaal Pingala
 Het kanaal dat door het centrum van de wervelkolom loopt,
Sushumna
81
6.4.1 Sushumna- het centraal kanaal
De Sushumna is de centrale nadi die door de wervelkolom loopt.
De stroom begint in de basischakra of muladharachakra en eindigt bij
de sahasrarachakra of kruinchakra waar hij zich in twee splitst. De
voorste tak loopt door het ajna- of wenkbrauwchakra en gaat naar
de Bhrahma randhra,een zetel van het opperste bewustzijn dat tussen
de twee hersenhelften en het shasrarachakra of kruinchakra ligt.
De achterste tak loopt achter de schedel eveneens naar de Brahmarandhra bij de kruin.
Fig 51: Hoofdnadi’s
De Sushumna zelf bestaat zelf ook nog uit drie kanalen die vuur ,
zonne-energie en maanenergie geleiden. Hij dient als de
hoofddistributeur van prana aan de subtiele energieorganen en de
chakra's.
82
Fig 52: Sushumna
De linker en rechterkanalen van Sushumna lopen als een lemniscaat.
De zonne-energie in de regio van de linkerhersenhelft van het brein,
kruist ter hoogte van het kruinchakra naar het rechter Sushumnakanaal (vajrini) en stroomt naar beneden langs de rechterkant van
het lichaam naar de wortel plexus. Van daar gaat het opwaarts door
het linker maankanaal (chitrini ) weer tot op de hoogte van het kruinchakra en maakt zo de onderste lus van de 8 figuur af. De stroom
kruist nu over naar de regio van de rechterhersenhelft en keert
uiteindelijk terug naar de linker hersenhelft, om zo de bovenste lus van
het lemniscaat af te maken.
Linker en rechter kanalen van het centrale kanaal doorkruisen elke
chakra.
Sushumna is die Quantum midlijn in de craniosacrale biodynamica. Hij
werkt ook samen met de stroom van de Ida en Pingala bij het
reguleren van de adem en het activeren van het opstijgen van de
kundalini.
In de Cranio Sacraal basiscursus wordt dan ook de sutra vermeldt:
"Plaats uw volledige aandacht in de zenuw, delicaat als een
lotusdraad, in het centrum van uw wervelkolom".
Voor het toepassen van deze sutra wordt in de opleiding volgende
meditatietechniek meegegeven:
"Sluit de ogen en visualiseer de ruggengraat, de wervelkolom.
Laat de wervelkolom rechtop zijn, opgericht. Visualiseer haar, zie haar.
83
Precies in het midden visualiseer je de nerf, delicaat als een
lotusdraad, die in het centrum van je ruggengraat loopt.
Concentreer je daarop en deze concentratie trekt je naar je centrum.
Visualiseer je ruggenmerg. en dan op een draad in het midden
daarvan , op een heel delicate zenuw die "als een lotusdraad" er
doorheen loopt. Men kan de structuur van het eigen lichaam zien van
binnenuit.
Als hulpmiddel kan je vooraf een afbeelding bekijken/tonen van het
lichaam zodat men de wervelkolom van binnenuit kan visualiseren.
Vergeet dan de afbeelding volledig en probeer dwars door het
ruggenmerg te zien dat zichtbaar wordt voor jou.
Het is daarom niet hetzelfde als de afbeelding die men gezien heeft
omdat het jouw eigen structuur betreft."
Deze meditatietechniek wordt gegeven vanuit het weten dat de
Levenskracht hiermede verbonden is en omdat de wervelkolom de
basis is van de hele lichaamsstructuur. Alles is ermee verbonden. In dit
merg, in deze kern, is er echt een op een draad gelijkend iets
aanwezig. De fysiologen zeggen er niets over omdat deze Quantum
midlijn niet materieel is. In het midden van het merg is een zilveren
koord, ook Quantum midlijn genoemd in de cranio,een heel delicate
zenuw die je bij een operatie niet kan vinden, maar in diepe meditatie
wordt gezien. Ze is energie, geen materie. Deze energiestreng in je
ruggenmerg is je leven. Zoals in de craniocursus is omschreven ben je
door haar in relatie met de onzichtbare Existentie, en door haar ben je
in relatie met het zichtbare. Ze is de brug tussen het onzichtbare en
het zichtbare. Door deze draad ben je in relatie met je eigen lichaam
en in relatie met je ziel.
84
Fig 53: Nadi’s
6.4.2 Pingala- het rechter ademkanaal
De Pingala begint aan de rechterzijde van de wortelplexus en eindigt
in het rechterneusgat. Dit kanaal loopt door de 5 eerste chakra's als
een helix en splitst in het kruinchakra . Pingala, de nadi van de zon,
brengt energie naar de linkerhersenhelft terwijl het de rechter
hersenhelft verkoelt.
6.4.3 Ida- het linker ademkanaal
Ida begint aan de linkerzijde van de wortelplexus en eindigt in het
linker neusgat. Ook hier gaat dit kanaal als en helix door de eerste 5
chakra's om in het midden van het kruinchakra te splitsen . Ida, de
nadi van de maan, geeft energie aan de rechterhersenhelft en
verkoelt de linkerhersenhelft.
Alle energie in het systeem van subtiele zenuwen of nadi's komt voort
85
uit de werking van Sushumna, het centrale kanaal. Het linkerkanaal
van de Sushumna, Chitrini, voert maanenergie naar het linker
ademkanaal Ida en het rechterkanaal van Sushumna , Vajrini, voert
zonne-energie naar het rechter ademkanaal Pingala.
Het geheel aan nadi's, wordt gestimuleerd door de beoefening van
Pranayama, ofwel ademhalingbeheersing oefeningen. Deze
oefeningen zou men kunnen vergelijken met fitnesstraining of
bodybuilding, in die zin, dat zij de subtiele lichamen versterken en de
beoefenaar meer en meer controle over bewustzijn van de
energiestromingen geven.
6.5. Meditatie en cranio- "de zen in lichaamswerk"Zen heeft een gezegde : "moeiteloze inspanning"
Zen is een vorm van Boeddhisme die sterk de nadruk legt op
concentratie-meditatie. Boeddhisme is voortgekomen uit stilte, leegte
en wijsheid.
Meditatie is de basis van het leerproces in Cranio Sacraal Therapie
In Cranio Sacraal therapie werkt men met de 3 ritmes die voelbaar zijn
in het CS vocht dat het zenuwstelsel omringt en doordrenkt. Om deze
ritmes te voelen is het noodzakelijk dat de therapeut leert langer in
een diepe meditatieve toestand door te brengen.
De ervaring heeft geleerd dat het traagste ritme, ook wel de ‘Breath
of Life’ genoemd bepaalde resultaten geeft die overeenkomen met
diepe meditatie.
De technieken die we gebruiken om onszelf en onze cliënten in dit
diepe ritme te brengen hebben tot gevolg dat celherinneringen
opgeroepen worden die horen bij de oorspronkelijke staat van elke
cel. Die oorspronkelijke staat is die van stamcel voordat deze cel gaan
specialiseren naar 1 of ander type waaruit dan de definitieve cel met
haar definitieve functie ontstaat.
Wanneer cellen deze herinnering oproepen doordat we ze in dit
diepe ritme brengen is het maximaal mogelijk deze cel weer in
contact te brengen met deze originele blauwdruk, dit origineel
programma.
Hiervoor is het noodzakelijk dat de therapeut leert langer in deze
diepe meditatieve sfeer door te brengen.
De opleiding is opgebouwd rond de technieken waarbij de
behandelaar in dit diep ritme leert te gaan.
Elke techniek die men in de opleiding aanleert is hiervan doordrongen
zodat uiteindelijk het aanraken van de cliënt als natuurlijk gevolg heeft
86
dat het lichaam van de behandelaar onmiddellijk in dit diepste ritme
gaat.
Het lichaam van de cliënt volgt de behandelaar in dit gebeuren, de
behandelaar is hier de ‘voorganger’ in dit proces.
Om dit makkelijker te maken introduceert men in de opleiding de
eenvoudigste meditatie techniek, gewoon zitten, perfecte houding,
rug recht, ogen gesloten of half open, volledige aandacht.
6.6. Chakra's
Chakra betekent in het Sanskriet “wiel van licht".
Er zijn zeven hoofd-chakra’s in het lichaam.
Ze bevinden zich in de ruggengraat , op bepaalde punten waar zich
een intensivering van zenuwkanalen voordoet. Ze dienen als
verzamel- en overdrachtscentra voor zowel subtiele of metafysische
energie als concrete of biofysische energie. De chakra's worden
geassocieerd met de klieren van het endocriene stelsel en de
zenuwknopen.
Motoyama , wetenschapper en shintopriester gaat ervan uit dat de
chakra's via de nadis het fysieke lichaam van energie voorziet.
Ze zijn anatomisch niet zichtbaar, aangezien het astrale
‘knooppunten’ zijn ( Kriya yoga).
Bij wetenschappelijk onderzoek heeft men op de plaatsen van de
chakra's bepaalde frequenties kunnen vastleggen van zowel kleuren
als geluiden.
De zeven voornaamste chakra’s zijn:
1- Muladhara chakra, het staartbeen- of aardecentrum: Dit chakra is
verbonden met de onderkant van de ruggengraat .
Het vormt een verbinding tussen het fijnstoffelijke energiesysteem en
de aarde.
2- Swadhisthana chakra, het heiligbeen- of watercentrum:
Dit chakra heeft verbinding met de onderbuik, genitaliën, onderrug en
heupen.
3- Manipura chakra, het navel-, voedsel- of vuurcentrum:
Dit chakra bevindt zich 2 vingers onder de navel.
4- Anahata chakra, het hart- of luchtcentrum: Het bevindt zich rond
het hart.
5- Vishuddha chakra, het nek- of keelchakra : Het bevindt zich ter
hoogte van nek/keel.
6- Ajna chakra, het centrum van de ziel, nabij de hypofyse,
87
voorhoofdschakra. Het bevindt zich tussen de wenkbrauwen.
7- Sahasrara chakra, het centrum van de fontanel-het Puur Bewustzijn,
Zetel van het Goddelijke, het kruinchakra.
Chakra’s en Nadi ‘s
1Muladharachakra 1a Muladhara 2 Swadhisthanachakra
3 Manipurachakra Chakra 3a De leegte
4 Anahatachakra 5 Vishuddhachakra 6 Ajnachakra 7 Sahasrarachakra A. Kundalini.
B. Linker kanaal (Ida-nadi).
C. Centrale kanaal (Shushumna-nadi). D. Rechterkanaal (Pingala-nadi). E. Geest. F.
Ego. G. Superego.
Fig: 54: chakra's en nadi’s
88
7
Craniosessies
Sessie1: Martine
Situatieschets:
M komt regelmatig voor een sessie. Ze zit in een moeilijke relatie. De
eigen studiekeuze van de zoon werd niet aanvaard door de vader.
De zoon is nu 2 jaar in een studierichting bezig die hem niet ligt, wat
zich fysiek uit door veel te eten.
M haar moeder is pas overleden en M zit nog helemaal in het
verwerkingsproces. Bovendien is ze enig kind.
M is jaren bezig met van haar man weg te gaan maar
omstandigheden
maken
dat
ze
telkens
prioriteiten
en
omstandigheden krijgt die de stap zetten moeilijk maken. Zo hebben
het ziekteproces van haar moeder, een plaatsing in een serviceflat
alsook de moeilijkheden met de houding van haar zoon en zijn studies
een beletsel gevormd om de stap te zetten.
Momenteel is dit het huis van haar overleden moeder dat dient
gerenoveerd waardoor ze er niet kan gaan wonen.
Bovendien gaat mevrouw fulltime werken en heeft ze een paar
maanden geleden een ongeval gehad met whiplash en
verwondingen aan een knie waar ze nog last van heeft.
Gezien de verschillende items die mevrouw bezighouden is er een
opsplitsing gemaakt naar aanpak toe.
Voor de zoon is er een bespreking rond studiekeuze opgevraagd bij
een therapeut die hierin gespecialiseerd is en dit kan vrij snel
89
plaatsvinden als de zoon akkoord gaat met dit voorstel.
Op relatievlak is opnieuw relatietherapie overwogen en zijn 2
therapeutische centra besproken. Mevrouw gaat hierover terug met
haar man overleggen zodat, al dient de relatie definitief verbroken dit
op een zo goed mogelijke manier naar de kinderen toe en naar
afspraken toe, kan begeleid worden.
Daar ik het huis van de moeder ken (zij nam ook sessies) zijn ook de
verbouwingsmogelijkheden nog samen bekeken daar ze hierbij weinig
steun vindt bij haar man.
Er is ook door M gevraagd op familieverbanden te werken.
Momenteel is een tante stervende waarbij haar aangeraden is niet
op bezoek te gaan hoewel er behoefte aan is.
Er wordt afgesproken dat ik bij het arcing ga aanvoelen of de
behoefte aan een lichamelijk innerlijke ontspanning primeert of een
familieopstelling voorkeur geniet.
Mevrouw zelf laat de keuze bij mij.
Sessie zelf:
Bij het arcing is duidelijk dat mevrouw fysiek met druk in haar hoofd zit
en een benauwdheid wordt voelbaar en herkend.
Hierdoor wordt afgesproken eerst aandacht te geven aan het
energieveld, in stilte de verbindingen met familieleden in aandacht te
brengen wanneer er een gevoel opkomt dat er een verbinding is op
de verschillende gebieden en haar fysieke toestand. Later op de
week stel ik een sessie voor met familieopstelling -waarmee akkoord
gegaan wordt.
Vanaf de voeten worden de vloeistof- en weefselgetijden
(ritme),alsook een ruimer waarnemingsveld aangevoeld waarbij het
hoofd het eerst aandacht vraagt.
Vanuit het in de stilte gaan bij atlas/ occiput wordt heel duidelijk de inen uitademing gevolgd, waarbij het ritme duidelijk voelbaar wordt. Ik
hoor en voel dat het ritme vertraagt en mevrouw glijdt weg in een
stillpoint.
Daarna begint het bekkengebied verder aandacht te vragen.
Bij het in stilte gaan in het buikgebied worden spontaan geregeld
schokken ervaren vooral vanuit de linkerkant van het lichaam. Op dit
gebied wordt ook aandacht gegeven aan het ruimere energieveld
en de verbindingen met familieleden en hun impact op dit gebied.
De ontladingen gebeuren vrij frequent waarna mevrouw opnieuw in
een dieper ritme wegzakt.
Na het bekkengebied wordt op het gebied van plexus solaris
90
aandacht gegeven waarbij de linkerknie voelbaar wordt ... Ook hier
wordt aandacht gegeven aan het relatieveld en de verbindingen
met familieleden. Er komt duidelijk via psoas release een betere
doorstroming van het gebied wat zich o.m. ook uit in opboeren en
veelvuldig geeuwen. M dient op een moment naar toilet te gaan.
Vervolgens wordt duidelijk dat het hartsgebied beklemd voelt- een
benauwdheid wordt voelbaar. Met hier ook de nodige tijd en
aandacht te geven aan dit gebied zelf , relatieveld en verbindingen
komt het keelgebied in de aandacht.
Hierbij komt de ingeving dat de verbinding met de zoon en de studie
van de zoon
hierin een rol speelt. Ik krijg beelden van "de
geschiedenis van China". Mevrouw krijgt koude rillingen als ik dit zeg
en ze beaamt dat "geschiedenis" zijn werkelijke keuze is en dit zijn
enige interesse is op studievlak..
Na het aandacht geven aan het keelgebeid en de spanningen
aldaar tot ontspanning komen is meer ruimte voelbaar en ga ik terug
naar het hoofd om te voelen of er een balans is.
Er zit duidelijk een nieuwe spanning op het temporale gebied alsook
pariëtalen.
Na ontspanning van deze gebieden is er terug een druk onderaan het
hoofd net boven de schedelrand voelbaar. Bij het volgen van de
motiliteiten de beweging
van het zenuwstelsel lijkt de druk
veroorzaakt te zijn doordat er op de plaats van de lamina terminalis
geen doorgang is van energie.
Met de intentie en innerlijke vraag of dit zo is komt dit gebied tussen
de wenkbrauwen open en merk ik ineens een afname van de druk
onderaan het hoofd.
De behandeling is hiermede in evenwicht gebracht en kan worden
afgerond. Alsook is er een bevestiging voor mezelf dat de stroming
van de uitademing daar een soort doorgang vindt, wat ook in
sommige yogaoefeningen en de biodynamische cranio beschreven
staat.
Nabespreking:
Om de mentale en fysieke rust te bewaren die is ontstaan in de sessie
wordt de sessie met het drinken van een glas water afgerond en voor
het eind van de week de afspraak bevestigd.
Tevens met de afspraak om deze uitgebreidere sessie te laten
doorwerken met aandacht voor de veranderingen in houding van de
andere gezinsleden om vervolgens via een sessie met
familieopstelling verder te werken hieraan.
91
Sessie 2: Erik
Situatiebespreking:
Betreft een jongen van 9 jaar die te maken heeft gehad met
pestgedrag op school. Klachten bij aanvang waren slecht slapen en
buikpijnen.
Erik komt nu voor de derde keer voor een sessie. Zijn moeder is mede
aanwezig.
De oorspronkelijk klacht van slecht slapen was na de eerste sessie
reeds gebeterd. De spanning en pijnen in zijn buik zijn ook beter maar
duiken nu en dan terug op.
Erik is ook gemotiveerd om te komen. Hij wil zo snel mogelijk zich
sterker voelen, voor hij terug naar school moet. Hij heeft te maken
gehad met pestgedrag. Toch verkiest hij naar dezelfde school te
gaan omdat enkele vrienden daar ook gaan.
De moeder zou het liever anders zien daar die vrienden hem niet
ondersteunen bij pestgedrag. Dit meldt ze terwijl Erik even naar toilet
is.
Bij de derde sessie meldt Erik uit zichzelf dat hij nog steeds beter slaapt
en zich sedert de tweede sessie terug sterker voelt , al sterk genoeg
om terug naar school te gaan.
Verloop Derde sessie
Bij arcing stel ik vast dat er meer spanningen te voelen zijn dan dat Erik
zelf aangeeft in het gesprek.
Bij het waarnemen van het veld komt tot mij dat hij zelf niet bewust is
van deze spanningen en dat het tegelijkertijd ook met groeien te
maken heeft.
Ik krijg net zoals bij de tweede sessie te voelen dat zijn lichaam wat
overbelast wordt. Ik krijg spanningen ter hoogte van atlas-occiput te
voelen alsook het gevoel veelvuldig zaken te overdenken.
Bij het aanvoelen van het ritme voel ik dat zijn ruggengraat erg
opgespannen is en is het ritme moeilijker voelbaar alsof iets onder
controle gehouden wordt . Ook zijn ademhaling voelt oppervlakkig
en wordt beperkt door spanning bovenkant in de borstkas. Lichamelijk
zichtbaar gaat de ademhaling iets verder dan de bovenkant van de
borstkas maar zeer kort en oppervlakkig.
92
Bij de behandeling zelf bij het sacrum is er duidelijk een verschil
voelbaar in de coccyx en het gebied van het 2de chakra. Daar is veel
meer onrust te voelen en als ik tijd neem wordt de voelbare energie
steeds meer onrustig tot die doorduwt tot in het keelgebied alsof iets
dient geuit te worden.
Als dit energetisch proces heeft plaatsgevonden wordt het ritme op
de buikzone vertraagd en hoor ik Erik ook uitblazen en geeuwen. Hier
zat duidelijk nog een verstoring en iets vast.
In de loop van de behandeling , ook bij het diafragma hoor /zie ik Erik
geeuwen.
Naarmate ik het hartgebied, keelzone voel neutraliseren voel ik
tegelijk de spanning in zijn nek en hoofd stijgen.
Door de onbewuste controle die ik al eerder voelde merk ik dat Erik , in
tegenstelling tot vorige sessie waar hij vrij snel diep wegzakte, nu
moeilijker in een Long Tide overgaat.
Doordat ik het lichaam wens te volgen, volg ik wat het aangeeft en
neem ik mijn tijd per plaats tot de aangeraakte plaats in een dieper
ritme gaat en er ontspanning intreedt.
Via atlas-occiput en temporale gebied voel ik telkens ontspanning en
verdieping komen in het desbetreffende gebied maar tegelijk de
spanning zich verplaatsen tot midden in het hoofd.
Ik besluit Erik even te vragen hoe het gaat daar ik merk dat hij telkens
geeuwt maar er toch iets weerhoudt volledig naar Long Tide te gaan.
Als ik dit even ter sprake breng merk ik dat de spanning in het midden
van het hoofd ook afneemt. Het uiten wat ik in de buikzone reeds
merkte is nu gebeurd. Hij heeft kunnen zeggen hoe hij zich voelde.
Dan voel ik aan om de zygoma’s te doen. Hier zit opvallend veel
spanning en de reactie is voelbaar in de nek waar nog dieper
ontspanning komt maar tegelijk voel ik in mijn eigen lichaam een
lichte vorm van krampen in mijn buik ter hoogte van de navel. Ik
herken hierin zijn buikklachten en merk hierdoor dat dit samenhangt.
Verder het kaakgebied en hyoïd aandacht gegeven om vervolgens
via voorhoofdbeenderen en vault hold af te ronden.
Bij de voeten nog de middenlijn en het energieveld van Erik gecheckt,
alsook mezelf.
Nabespreking:
Ik ben bewust zeer rustig overgegaan tot de nabespreking.
93
Wanneer ik mijn bevindingen vertel namelijk dat er sommige klachten
mij overkomen alsof zij met een groeiproces te maken hebben, blijkt
Erik op korte tijd fel gegroeid te zijn.
Bij de bespreking van de belasting van zijn fysiek gestel blijkt hij niet
alleen basketbal te spelen maar is hij nog gaan zwemmen met de
vader. De familie is een paar dagen met vakantie geweest waarbij
langere fietstochten gemaakt zijn . Moeder meldt dat hij ook meermaals gezegd heeft dat hij moe was.
Bij het behandelen van de buikzone via sacrum was duidelijk voelbaar
dat Erik zaken niet uitsprak.
Dit heb ik met hem en de moeder doorgepraat nl. over hoe belangrijk
het is om wat in hem leeft te vertellen zodat hij geen spanningen
opslaat en dit in zijn latere leven ook ten goede komt.
Er zat ook opvallend veel spanning op de zygoma's en het
kaakgebied waarbij de spanning zich doorzette tot in de nek. Tegelijk
kwam er bij mij buikpijn op tot aan het niveau van krampen ter hoogte
van de navelstreek. Dit verklaarde ook zijn buikpijnen voor mijn gevoel.
Hierbij meldde de moeder dat Erik zijn tanden afgesleten zijn van in zijn
slaap te knarsetanden. De buikklachten en het niet uiten van wat in
hem leeft was voor de moeder wel herkenbaar.
Verder is nog ingegaan op zijn ademhaling die oppervlakkig is. Erik is
zich hiervan bewust en hij is direct bereid te oefenen op een
buikademhaling voor het slapengaan. Hij legt zich spontaan terug op
tafel om dit aan te leren.
Doordat hij blijkbaar niet bewust is van de hoeveelheid spanning stel ik
voor om als hij net in zijn bed ligt heel goed zijn lichaam aan te voelen.
Nadien dan de buikademhaling toe te passen om al deze spanning
weg te laten gaan.
Er is een nieuwe afspraak gemaakt na aanvang van de school om
dan op te volgen hoe het gaat.
Sessie 3 : Griet
Situatiebespreking:
Uitwisseling oefensessie met collega ter voorbereiding van het
praktijkexamen van de cranioopleiding.
94
Sessie zelf:
Bij het arcen is er een duidelijke vibratie voelbaar die zich uitstrekt over
het hele lichaam die onzekerheid aangeeft.
Het is als een drielagige beving tegen en in het lichaam. Bij navraag
wordt bevestigd dat men zich heel onzeker en soms angstig voelt
alsook een trilling voelt in het lichaam. Men benoemt dit ook als
helemaal van de kaart (van slag voelt) en dat men soms in paniek
geraakt.
Dit alles heeft te maken met de huidige veranderingen die
plaatsvinden op vlak van relatie en huisvesting.
Ik kijk naar het energieveld en detecteer wat daar gebeurt en bekijk
wat via die weg reeds uitgezuiverd kan worden.
Daar deze persoon zelf therapeute is en dit een oefensessie betreft
wordt er meer gesproken dan gewoonlijk.
Ik stel voor de oefening bekkenbodem te doen als voorbereiding op
de oefentechnieken van mond- en oorwerk die we gingen oefenen.
Dit om het lichaam de kans te geven deze uit evenwicht brengende
energie te herstellen en vervolgens de reactie van het lichaam te
volgen.
Bij de behandeling van het sacrum en bekkengebied voel ik duidelijk
dat de onzekerheid in het hoofd vastzit en tenslotte vrijkomt en via de
ruggengraat en sacrum wegvloeit. Daar ik voel dat niet alle uit
evenwicht brengende vibratie weg is, blijf ik wachten aan het
bekkengebied en voel ik dat ik best naar het schaambeen ga. Hierbij
voel ik energie vastzitten in de occiput.
Ondanks dat ik op de release schaambeen werk en wacht komt ook
deze vastzittende energie in het gebied van de occiput vrij.
Telkens er energie vrij komt voel ik meer rust komen in het lichaam van
de collega.
Toch ook telkens duikt weer een lading onzekerheid op die ineens via
de ruggengraat zich via een vibratie laat voelen.
Bij het verder toepassen van de techniek van de bekkenbodem komt
ook via de release van SI gewricht en illia nog meer rust in het systeem
van betrokkene.
Er is duidelijk energie in gang gezet die nog meer tijd nodig heeft om
te ontladen.
Ik begeef me naar de occiput en collega komt opnieuw in een
stillpoint.
Vervolgens gaan we over op de afgesproken technieken.
Bij het toepassen van de zygomatechniek komt er ook daar duidelijk
ontspanning in het gelaat. De zygoma's reageren met meer ruimte in
95
te nemen en door de overgebleven spanning in het hoofd wordt via
blazen nog de resterende spanning die voelbaar is losgelaten.
Daar het algemeen gevoel nu rustig is wordt verder gegaan met de
afgesproken technieken van vomer in zijn geheel. Hier zijn de sinussen
duidelijk voelbaar doordat ze meer ruimte nemen alsook de
schuifbeweging van de vomer geen probleem stelt. Enkel bij het
wachten op de draaibeweging vraagt de linkerkant meer tijd voor de
beweging intreedt. Intentie geeft bij het wachten het nodige effect
wat ook voelbaar is voor de oefenpersoon.
Via een aanvoelen van de algehele toestand blijkt die meer in balans
te zijn. Er wordt een pauze ingelast zoals afgesproken om na de pauze
verder te gaan met de ander afgesproken technieken.
Nabespreking:
Het is leuk telkens te ervaren dat bij het oefenen van afgesproken
technieken, hetgeen wat in het huidig moment speelt niet over het
hoofd kan gezien worden.
Uit onze bespreking blijkt de ervaring voor de ander persoon insgelijk.
Uit mijn ervaring blijkt dat louter technieken oefenen de kans geeft dat
de persoon dan in disbalans van de tafel komt.
Gezien mijn ervaring en verantwoordelijkheidsgevoel ben ik voorstander om toch het essentiële wat door het lichaam aangegeven
wordt aandacht te geven vooraleer met de technieken oefenen door
te gaan.
Dit wordt ook door mij, bij een sessie als proefpersoon, zo ervaren.
Sessie 4: Edith
Situatiebespreking:
Persoon die zich aandient vraagt of ik kan nagaan waar in haar
systeem een belemmering zit om af te vallen.
In ons gesprek worden alle mogelijkheden overlopen zoals hormonale
veranderingen, eetpatronen, welk voedingspatroon zij hanteert zowel
op het gebied van voeding als etensuren die een rol kunnen spelen.
Ondanks extra oplettendheid op haar eten en 4u beweging komt zij
sinds 2 md bij ipv af te vallen.
Ze heeft ook last van moeilijk naar toilet gaan ondanks haar gezond
eetpatroon .
Vooraleer ze overgaat naar acupunctuur en een diëtiste wil ze eerst
96
via een sessie laten nagaan of ik er iets kan aan doen.
Sessie:
Bij de grounding en aanvoelen via arcing krijg ik direct de plaats te
voelen waar ze verdikt is nl. haar bovenbenen.
Het voelt alsof er een laag bovenaan plakt . Bij het verder intunen krijg
ik een spanning te voelen in haar bovenbenen alsof iets haar
tegenhoudt om stappen vooruit te zetten.
Er komt ook een spanning op in haar buik ter hoogte van haar navel
en daarbij krijg ik het gevoel van angst.
De spanning gaat nog hoger in haar lichaam en ik krijg deze te
voelen in haar achterhoofd en op het temporale gedeelte.
Als ik deze spanning naar haar toe vertaal komt in haar op dat ze
angst heeft om samen te gaan wonen om in een vast patroon
verzeild te geraken.
Ik voel dat ik eerst aan het hoofd dien te gaan zitten en vooreerst het
temporale gedeelte dien te behandelen.
Als ik aan haar hoofd bezig ben komt door dat ze angst heeft om zich
“ongelukkig” te voelen. Dit wordt bevestigd.
Het schrikt haar af om in traditionele patronen te verzeilen daar ze
eerder thuis is van het werk dan haar vriend en ze haar vrij gevoel kwijt
geraakt.
Na het temporale gebied vraagt het occipitale gebied mijn
aandacht.
Hierbij voel ik een doorwerking tot in haar schaamgebied en ook het
navelgebied waar energie aangeeft vast te zitten.
Vervolgens horen we het lymfegebied rond de navel reageren.
Daarna krijg ik het hartsgebied te voelen midden op het borstbeen
waar ik dan ook mijn handen leg.
Hierna volgend vraagt de buik aandacht samen met het sacrale
gebied. Hierbij wordt ook het schaambeen ontwonden.
Hierop voel ik een ontspanning volgen van heel haar lichaam en krijg
ik ook haar dikke rechterteen te voelen.
Ondanks het een verkeerde volgorde lijkt volgens wat aangeleerd is
weet ik uit ervaring dat ik de taal en aanwijzingen van het lichaam
best volg.
Vandaar ga ik naar haar dikke tenen en terwijl ik deze behandel via
de meridianen voel ik nog steeds reacties uit haar bovenbenen
komen.
Hier dien ik langere tijd te blijven staan zodat de doorstroming die
geblokkeerd zat nu kan loskomen. Het voelt dat de laag die
97
vastkleefde tijd nodig heeft om los te komen.
Via de voeten vloeit energie naar beneden wat als zeer bevrijdend
aanvoelt. Nadat dit gebeurd is krijg ik een beeld en ook te voelen dat
op de rugzijde van mijn cliënt alsook uit de achterzijde van haar hoofd
een hele laag energie loskomt van haar lichaam.
Dit alles heeft tijd nodig maar laat zich duidelijk voelen alsof zich een
oude laag losmaakt van haar lichaam en verwijderd wordt via haar
lichaam.
Nadat dit gebeurt krijg ik ook aan de voorkant allerlei gevoelens van
oa last van maagzuur en misselijkheid te voelen wat vervolgens
loskomt alsof het eerst door mijn lichaam gaat en dan via de
bovenbenen naar beneden wegvloeit de aarde in .
Het voelt als een hele opluchting dat in deze minder aangename
gevoelens die overeenkomen met de klachten van cliënt,
verandering voelbaar is.
Bij de afronding voelt alles terug neutraal en terugkijkend op de
beelden en gevoelens is er wel degelijk een verandering merkbaar.
Nabespreking
Cliënt omschrijft na de behandeling dat ze het gevoel heeft alsof de
4,5kgr die zij kwijt wil en niet wegwilde, nu losgekomen zijn.
Sessie 5 : Maria
Situatieschets:
Betreft een alleenstaande vrouw van 70 jaar die 9Jaar geleden een
eerste borstamputatie doormaakte.
Momentele vraag is om wekelijkse sessies te krijgen in functie van
herstel energiebanen na tweede borstamputatie 2 jaar geleden.
Momenteel uitzaaiingen in heupkom en linkerlong.
De sessie dient aangepast aan de bedlegerigheid, praktische
omstandigheden in huis en de snelle vermoeidheid die optreedt bij M.
Sessie:
Bij het aanvoelen merk ik dat de heupen dienen meegedaan te
worden.
Daar deze persoon nog wenst te praten en toch vraagt te beginnen
besluit ik al bij de heupen te starten daar ik ze het eerste voel en dit
voor haar ook mogelijk is terwijl ik luister.
(Door mijn jarenlange ervaring weet ik dat ik verbonden blijf met de
98
bron en ook terwijl ik praat er geen onderbreking is van doorstroming.)
M is op mijn aanraden naar de diëtiste geweest en heeft een
aangepast voedingsadvies gekregen wat ze wenst uit te leggen.
Daarna gaat de sessie in stilte verder.
Ik doe atlas/occiput en volg wat er in het hoofd gebeurd.
Ik krijg het gevoel mijn vingers naast het linkeroog te leggen en de
vinger(s) van de andere hand op het etmoïd.
Ik krijg terug een heel goed effect nl. dat na dieper in het ritme te
gaan dat ik duidelijk meridianen te zien krijg en een moeilijkere
doorstroming op verschillende plaatsen alsook in het linkerbeen.
Met wachten en dieper in het ritme te gaan krijg ik duidelijker
aanvoelen van hoe de energiebanen doorstromen .
Het valt me op dat sinds ik rond de energiebanen werk de linkerkant
vooral aandacht vraagt van bovenkant hoofd tot aan de tenen.
(de linkerkant die 2 jaren geleden geopereerd is -De rechtse kant is 9 j
geleden.)
Bij het aanvoelen van de rechtse kant krijg ik niet ditzelfde effect .
Enkel rond de oogkas en achter het oog komt spanning vrij.
Vervolgens dient persoon te onderbreken om naar toilet te gaan.
Bij het verder zetten voel ik de lymfevaten aan.
Bij wachten op wat het lichaam aangeeft -komt aanvankelijk niets en
dan voel ik duidelijk een stroming vanuit het hoofd naar deze
lymfeknopen. Geen verandering vanuit het lichaam zelf.
Bij langer wachten en dieper in het ritme te gaan en te volgen wat in
het hoofd verder gebeurd, krijg ik duidelijker te voelen en te zien dat
er vocht wordt afgevoerd van het hoofd naar de lymfeknopen en
daarna recht naar onder in het lichaam
Bij deze persoon zijn zowel rechts als links lymfeknopen verwijderd in de
oksels.
Er komt ook rust in haar hoofd en lichaam.
Haar linkerhand is momenteel ook opgezwollen.
Na dit voel ik dat ik haar nek en hyoïd best nog doe . Wanneer ook op
deze plaats ontspanning komt voel ik dat ik de sessie kan afronden.
Ik controleer nog even het algemene energieveld en merk dat er
lichtblauwe energie in dit veld verschijnt.
Met een voldaan gevoel kan ik afsluiten.
Nabespreking:
Persoon voelt zich ook goed bij navraag. Na een omhelzing en
nieuwe afspraak nemen we afscheid.
99
Sessie 6: Richard
Situatieschets:
Betreft een 40 jarige man die full time werkt en al jaren klachten heeft
van vermoeidheid, tot niets komen na zijn werk, eerder depressieve
gevoelens en negatieve gedachten…
Deze persoon dient telkens gestimuleerd door zijn omgeving om iets
aan zijn situatie te doen. Hij is reeds jaren in behandeling bij een
psycholoog. Hij heeft hierdoor wel inzicht gekregen maar praktisch
komt er weinig vooruitgang.
Op vraag van zijn vriendin startte hij met sessies een drietal jaren
geleden.
Het betreft een complexere situatie die al jaren aansleept, die
geleidelijk aan verbeterd is en nu zelfs goed te noemen is.
De persoon zelf gaf de laatste sessie aan dat hij dank zij de sessies veel
krachtiger geworden is en nooit zover zou geraakt zijn zonder.
We hebben nu ook gedurende een paar maanden de afspraak dat
hij om de drie of vier weken komt voor een sessie als ondersteuning en
opvolging.
Een drietal jaren geleden is hij voor het eerst voor een sessie gekomen.
Toen was het opvallend hoe zijn atlas vastzat en bleef zitten waardoor
ik voorgesteld heb dit ook bij een manueel therapeut te laten
checken. De persoon besliste dit niet te doen en ook dit bleef hij
uitstellen.
Er kwam verbetering in zijn situatie maar naar mijn gevoel was het
blijven vastzitten van de atlas toch een belangrijk punt wat een grote
vooruitgang tegenhield.
Een sessie met familieopstellingen gaf aan dat er rond 7 jaar een
verandering is opgetreden in zijn situatie. Hij is de oudste van twee in
een gezinssituatie waar vader vaak agressieve uitvallen heeft. Zijn
relatie met zijn vader was eerder vijandig te noemen en de loyaliteit
met de moeder was duidelijk.
Uit SER sessies en sessies met familieopstellingen, alsook uit
besprekingen met zijn vriendin ( zelf ook gesprekstherapeute), bleken
er toch overeenkomsten te zijn met een deel van het gedrag met de
vader. Hierdoor is beslist met een psychiater te bespreken of er een
erfelijke factor is die mee bepalend is. Uit een consult is gebleken dat
er ook hier een opvolging nodig is tot zijn toestand beter is.
100
Twee jaar geleden heeft hij rechts een gecompliceerde heupbreuk
opgelopen.
Na een gelukte operatie die volgens de specialisten zeer goed
uitgevoerd is ,met het plaatsen van plaatjes en bouten, heeft hij nog
geregeld last van zijn heup. De een keer al minder of meer dan de
andere keer.
Na een tijdje gestopt te zijn met zijn sessies is deze cliënt
teruggekomen toen hij uiteindelijk toch naar een manueel therapeut
gegaan was. In de behandeling was duidelijk dat er heel wat
losgekomen was door de manuele manipulatie bij de kinesitherapeut
wat met een craniosessie kon begeleid worden. We hebben de
combinatie manuele therapie en een paar dagen later een
craniosessie een paar malen herhaald. Telkens was bij de craniosessie
voelbaar wat in het waarnemingsveld en lichamelijk, emotioneel
losgekomen was en kon begeleid worden.
Hierdoor kwam een duidelijke verbetering in de gehele toestand
waarvoor deze cliënt ook toegaf dat hij dit best na mijn eerste advies
had gedaan.
Klant is door deze verbetering nu ongeveer 1 maand samenwonend
met zijn vriendin en dit blijkt goed te verlopen.
Momenteel geeft klant aan dat hij vooral vermoeid is in zijn hoofd.
Uit het gesprek blijkt dat voornamelijk zijn job veel van hem vergt. Zijn
job brengt verantwoordelijkheid mee, mentale inspanning tijdens zijn
werk alsook bij dagelijks verplaatsing met de auto. Dit kunnen lange
afstanden zijn met files.
In onze bespreking blijkt hij met de psycholoog reeds aandacht
gehad te hebben voor de eisen die hij aan zichzelf stelt op zijn werk.
Hierin heeft hij al vorderingen gemaakt. Ondanks komt hij ’s avonds tot
niets en ploft in de zetel.
De conclusie uit ons gesprek is dat zijn werkopdrachten uren
concentratie vragen, bovendien doet hij veel overuren waardoor het
niet abnormaal is dat hij momenteel mentaal vermoeid thuiskomt.
Om ’s avonds een omschakeling te maken in activiteit raad ik hem
aan na het werk eerder een wandeling met zijn hond te maken , liefst
in de natuur, om mentaal te ontspannen. Ook raad ik hem aan
aandacht te geven aan ademhalingsoefeningen zoals tijdens yoga
en fietsen,…
101
Sessie zelf:
Mijn voorbereiding bestaat telkens uit een aanvoelen van mijn eigen
energieveld.
Bij de arcing werd snel voelbaar dat mijn aandacht getrokken werd
naar het atlas-occiput. Bij verdere waarnemen van het relationeel
veld en bij het aanraken van de meridianen aan de voeten trok
telkens de atlas-occiput en spanning in de nek de aandacht.
Terwijl mijn handen op de atlas-occiput lagen en ik de adem
observeerde viel me op dat deze wisselend was.
Hierop besloot ik mijn observatie los te laten en in stilte te gaan –in de
flow-en mij over te geven vanuit mijn midline aan de potentie van de
Breath of life.
Ik voelde regelmatig mijn eigen nekwervels lichtjes loskomen door een
soort van ‘kraken’ in mijn hoofd ter hoogte van atlas-axis. Ik weet dat
dit erop wijst dat bij mijn klant deze plaatsen zich herstellen. Dit keer
vroeg dit wat meer tijd wat me niet echt verwonderde gezien deze
klant zijn atlas ooit heel erg vast gezeten heeft.
Ik voelde tegelijk inwendig mijn rechteroor reageren, ook dit is
herkenbaar gezien dit in vorige sessies ook gebeurde. Ik vernam toen
ook dat cliënt aan dit oor minder hoort.
Vervolgens voelde ik de schedelbeenderen op verschillende plaatsen
(in mijn hoofd) reageren en meer ruimte innemen.
Er kwam een angst in mij op die vrij sterk is waardoor ik de amygdala’s
aanraakte waarbij opviel dat er een sterke spanning zat die wilde
gezien worden.
Vervolgens vroeg de sphenoïd aandacht waarop die reageerde met
meer ruimte naar voren in te nemen. Het vroeg enige tijd maar ik
voelde ook dat hierdoor het hoofd helderder begon te worden en er
meer ‘licht’ in kwam . In het midden van het hoofd –ter hoogte van
het limbisch systeem voelde ik een verkramping. Door het behandelen
van ethmoïd voelde ik diep in het hoofd de ontspanning intreden.
Alles klaarde op in het hoofd maar ondertussen werd mijn aandacht
getrokken door pijn in mijn rechterheup.
Door het volledig overgaan in mijn waarneming vanuit mijn midline
voelde ik me helemaal ‘één ‘ worden met het energieveld en dit gaf
een vredig gevoel, zelfs een soort gelukzalig gevoel in mezelf.
De aanhoudende pijn in de rechterheup deed mij overgaan naar
deze plaats.
Mijn hand werd zeer warm op deze plaats en deze plaats vroeg
102
langere tijd aandacht en ondertussen voelde ik mij misselijk worden. Ik
kreeg een beeld en een gevoel dat de pijn vertrok vanuit de
ruggengraat ter hoogte van de pijnlijke plek. Dan begon ook mijn
bovenbeen te trekken en mijn aandacht te vragen waardoor mijn
aandacht verlegd werd naar de psoas. En inderdaad door hier mijn
handen te leggen begon de pijn te luwen en mijn misselijkheid weg te
trekken.
Nadat de energiecystes bleken op te lossen voelde ik dat er nog een
diepere spanning overbleef in de nek. De aandacht die ik daaraan
gaf diende steeds dieper te gaan om het in een volledige
ontspanning van de zenuwbundel diep in de ruggengraat door te
dringen. Ik nam het ruimer veld terug waar en voelde mij in een
“eenheid” die zalig aanvoelde zonder concentratie op wat ik deed.
De flow of energy kon gewoon zijn weg gaan. Ik ben als therapeut
gewoon kanaal voor deze energie zoals ik al jaren doe. Dit voelt
goed. Ik concentreerde me terug op de zenuwbanen in de nek en
stelde vast dat tot diep in het ruggenmerg de zenuwbanen
ontspannen voelden.
Bij de afronding van de behandeling aan de benen/voeten en het
over schouwen van het gehele veld waarin gewerkt werd merk ik dat
er nog wat herschikkingen gebeurden zoals een last die van de
schouders valt.
Een evenwichtig gevoel bleef over waarmee ik de sessie ook
afrondde bij de voeten.
Nabespreking:
Ondanks dat er vooraf niets was gezegd over de pijn in de
rechterheup was deze duidelijk aanwezig. In de nabespreking bleek
mijn klant bij het grasmaaien terug pijn gekregen te hebben in zijn
rechterheup. Hierdoor was hij ook niet kunnen gaan fietsen.
Zijn hoofd voelde na de behandeling helder aan en hij voelde zich
goed.
Er werd een nieuwe afspraak gemaakt binnen drie weken.
Sessie 7 :Afstandssessie André
Situatieschets:
André verblijft in het buitenland waar hij werkt. Hij begint zijn verblijf als
onaangenaam te ervaren,nu reeds gedurende een aantal maanden
Dit alles omwille van de mentaliteit van de inwoners van het land die
duidelijk minder verantwoordelijkheid en daadkracht vertoont met
onze westerse cultuur.
103
Hij is dan ook aan het solliciteren voor een andere job in het
buitenland, waar dan ook, maar het lukt niet zo onmiddellijk en de
ergernis wordt regelmatig gevoed.
Met André wordt afgesproken welk uur de sessie plaatsvindt en er
wordt via skype opgevolgd of hij op het afgesproken uur aanwezig is .
Ik vraag of André op dat moment zich rustig neerlegt om alzo het
effect van de sessie te volgen en de kans te geven de rust en het
effect dat dit brengt te ervaren. Dit ook uit veiligheid daar door het
relaxatie-effect de persoon ook bij een afstandssessie vaak in slaap
valt door het ontspannend effect.
Sessie zelf:
Bij het arcen en aanvoelen blijkt er een ongemakkelijke spanning aan
de onderkant van het hoofd ter hoogte van de atlas/occiput
voelbaar. Het betreft zelfs een erge spanning.
Ook hier kies ik eerst het diafragma aan het sacrum vrij te maken
door de volledige bekkenbodem techniek toe te passen.
Ik voel dat het bekkengebied dient verstevigd met vertrouwen en dat
dit ook meer kracht geeft en vertrouwen in zijn ondernemingen.
Vervolgens voel ik het levergebied en middenrif waarbij ik ook steken
in de linkerslaap voel en een onbehaaglijk gevoel in zijn maag.
Vervolgens voel ik een band hoger in zijn hoofd die een vermoeidheid
geeft.
Ik krijg ook het gevoel dat hij momenteel wat meer berust in zijn
situatie maar ook dat ik de myofaciale band best ontspan.
Vervolgens voel ik pas atlas/occiput en daarna krijg ik een aanwijzing
om de brain cycle toe te passen.
Hierbij krijg ik het beeld dat de emotionele laag meer ontspant en dat
er spanningen waren als kind die nu ook een rol spelen. De mentale
laag voelt wel sterk maar niet echt krachtig en ik krijg als beleving dat
er telkens van alles tussenkomt waardoor de persoon niet toekomt
aan de eigen plannen.
Na dit alles wordt mijn aandacht getrokken naar een pijn in de
rechtse schouder.
André heeft een licht gebogen bovenrug die deze pijn veroorzaakt.
Door wervel per wervel vanuit het hartgebied aan te voelen en te
ontspannen krijg ik per wervel een andere uitwerking te voelen.
Bij de ene wervel voel ik de uitwerking in beide armen en bij een
andere wervel voel ik het hoofd ontwinden.
Een wervel hogerop geeft dan weer het effect dat het hoofd opzij
vastzit en er dient gewacht op ontspanning in dit gebied.
Nadien voel ik dat de V spread dient toegepast die een druk en
104
zwaarte op de ogen wegneemt waardoor ook de nek meer ontspant.
Dan dient de sphenoid zich aan waarbij duidelijk wordt dat die vrij
vast zit. Telkens komt er een ontspannend effect met een uitwerking in
de nek. Zeker bij het ontspannen van de temporalis blijkt alle spanning
uit het hoofd te gaan en geeft dit een diepe inwerking en een
bevrijdend gevoel in de nek alsook in de bovenste wervels van de rug.
Ik sluit af met een tevreden gevoel omwille van de verschillende
uitwerkingen die ik gevoeld heb maar ook om de spontaniteit
waarmee de bovenste wervels van de rug om een behandeling
vroegen waarbij ik wist dat als hier een ontspannend effect zou
komen dit een weldaad voor betrokkene zou zijn.
Ik had het gevoel dat betrokkene in slaap gevallen was wat de dag
nadien ook zo bleek te zijn.
Nabespreking:
Als reactie vond ik 's anderendaags op mijn mail : “Ik heb vannacht
erg lekker geslapen”
“Alles voelt losser aan- Ook in mijn nekEr is wel een en ander weggenomen”
De sessie is dan nog via een skypegesprek doorgepraat waarbij mijn
aanvoelen van het vertrouwen en kracht in het bekkengebied nog
herkend werd. Alsook de soepeler aanvoelen van bovenrug, nek en
hoofd.
Het aanvoelen van de verschillende ongemakken bleek ook juist te
zijn en kwam overeen met wat André in die periode beleefde.
105
8
Besluit
Herken je de weg naar de diepere ademhaling van ons zenuwstelsel,
de ritmes, de potentie van gezondheid die via een cranio sacrale
sessie aangesproken wordt?
We komen in contact met de ademhaling van ons zenuwstelsel, onze
oerademhaling, “Primaire Respiration”, wanneer we cranio sacraal
therapie toepassen.
Het Stillpoint en het contact met de Bron van Liefde en Licht.
Het Licht dat via de vault hold indaalt om ons Levenskracht te geven.
Het opruimen van de blokkades die we aantreffen bij het aanvoelen.
Het zijn die opgestapelde emoties of gedachten die uitgenodigd
worden om losgelaten te worden, te transformeren naar neutraal.
Het is een fijne gedachte dat wij anderen en onszelf op deze weg
naar vitaliteit naar verjonging, jeugdigheid en gezondheid mogen
begeleiden.
In dit werk ben ik op zoek gegaan naar kennis over en ervaring met
de verschillende items die wij onderweg ontmoeten. Evenals hoe wij
via ons lichaam en met wat wij leerden via de cranio sacrale
opleiding, hier op aarde de staat van ruimtegevoel en vreugde
kunnen bereiken.
Dit eindwerk had dubbel zo dik kunnen zijn als ik al de items die ik
belangrijk vind bij een behandeling hier had opgenomen.
Zo heb je nog de anamnese, het energieveld rond het lichaam
verbonden aan het lichaam, de hulpbronnen en de hulpverlenerhouding die naar mijn mening belangrijke elementen zijn en deel
uitmaken van het totaalpakket van een sessie.
106
Bij het maken van dit eindwerk heb ik meer kennis opgedaan over de
samenhang tussen het hormonale stelsel en het zenuwstelsel.
Het heeft mij ook het volledige zenuwstelsel in zijn verscheidenheid en
in detail beter leren kennen waardoor ik dieper inzicht heb gekregen
in de invloed van de ritmes op ons zenuwstelsel en vervolgens op alle
weefsels. Tevens heeft het mij vertrouwder gemaakt met de
terminologie van de craniosacrale biodynamica.
Uit de Oosterse benadering van de ademhaling is voor mij duidelijk
geworden wat de gelijkenissen zijn met cranio sacraal therapie.
Ook wat maakt dat aandacht besteden aan “ademen” zo belangrijk
is.
Door het maken van dit eindwerk is me duidelijk geworden dat mijn
methode van sessies geven van bij aanvang van de opleiding al
eerder biodynamisch te noemen is. Een biodynamische benadering
binnen cranio sacraal therapie vraagt een andere perceptie dan de
zuiver technieken van de oorspronkelijke cranio sacrale aanpak. De
behandelaar oriënteert zich bij de biodynamische cranio op de
onderliggende organiserende krachten en niet alleen op de
uitwerking ervan.
Blijkbaar had ik in mijn jarenlange praktijk met andere
benaderingswijzen van begeleiden en door jarenlange meditatie één
van de belangrijkste componenten van de biodynamische methode
reeds ontwikkeld. De specifieke staat van een neutrale, open
aanwezigheid, openstaand voor een ruim waarnemingsveld, tegelijk
verbonden met een krachtbron met aandacht voor de uitwerking
ervan.
In de geraadpleegde documenten herinner ik mij een wetenschappelijk onderzoek waaruit bleek dat 10 min meditatie per dag na 7
weken verandering geeft in de structuren van de hersenen.
Dit geeft weer hoe belangrijk de stilte is bij een cranio sacrale
behandeling.
Vanuit deze stilte merk je dat elk lichaam anders reageert bij een
sessie vanuit een andere geschiedenis. Dit maakt elke sessie als een
nieuw avontuur. Je weet waaraan je begint maar niet wat er gaat
gebeuren en dit maakt het telkens verrassend en boeiend. Na elke
sessie leeft bij mij dan ook een dankbaar gevoel dat ik dit mag
beleven.
107
BRONNEN
- Sills, Franklyn vertaling Ingrid Claus: "Grondbeginselen in de craniosacrale biodynamica --deel1"- Uitgeverij Gigaboek NL 2011
-Sills Franklynn “Craniosacral biodynamics” volume two-Uitgeverij North
Atlantic Books Berkely California 2004
-Michel Lootens "Biodynamische craniosacraal therapie-Potency in action"Uitgeverij Standaard Uitgeverij Antwerpen 2011
-Agnes Van Enkhuizen “Parasympathicus”-Uitgeverij U2PI
Nederland 2012
– Voorburg
-Cyndi Dale "Het subtiele lichaam"-Uitgeverij Altamira Becht - Haarlem 2010
-B. Spalding "De Meesters van het Verre Oosten"- Uitgeverij Sirius en Siderius +
Ankh -Hermes
-Paramahansa Yogananda "Autobiografie van een yogi"-Uitgeverij Ank
Hermes 2012
-Drs Ludo Grégoire "Inleiding in de Anatomie/Fysiologie van de mens"Uitgeverij Thieme Meulenhoff, Utrecht/Zutphen 1997
-Librero "De Nieuwe Medische encyclopedie" - Uitgeverij Librero Nederland
2007
-Digitaal "Human Anatomy Atlas"- Argosy Publishing-Visible Body 2007-2014
-Eindwerk Hilde Van Bael "Midlijnen" -april 2012
-Wikipedia-Fig Uit Wikipedia, de vrije Parasympathisch zenuwstelsel p.35
Reflexen: Bron:BTSG innovatie in ouderenzorg. Postbus 1329, 6501 BH
Nijmegen.
Afbeeldingen
Voorpagina
Afbeelding via satkarayogastudio
Hoofdingen
Figuur – Hoofdstuk 1
https://www.google.be/search?q=vlinders&biw=1366&bih=662
Figuur – Hoofdstuk 2
http://www.emerga.nl/cranio-sacraal-therapie/
Figuur- Hoofdstuk 3
108
Tekst http://www.stamcel.org/html/hormoonzenuw.htm
https://www.google.be/search?q=zenuwstelsel&biw=1366&
Figuur - Hoofdstuk 4
https://www.google.be/search?q=zenuwstelsel&biw=1366&bih=662
Figuur – Hoofdstuk 5
https://www.google.be/search?q=medisch+teken&biw=1366
Figuur- Hoofdstuk 6
http://innerlijklandschap.nl/skillstools/circulaireademhaling.html
Figuur- Hoofdstuk 7
https://www.bing.com/images/search?q=cranio+sacraal+therapie&view
Figuur- Hoofdstuk 8
https://www.bing.com/images/search?q=bron+van+liefde+en+licht&view
Tekst
Fig 1: zenuwstelsel vs hormonenstelsel
Bron:https://search.yahoo.com/=illustratie+hormoon+en+zenuwstelsel
Fig 2: Hormoonstelsel
Bron:www.stamcel.org/html/hormonen
Fig 3: Beïnvloeding van de spijsvertering door weefselhormonen
http://www.10voorbiologie.nl/index.php?cat=9&id=214&par=236
Fig 4: anatomische indeling van het zenuwstelsel
http://www.10voorbiologie.nl/index.php?cat=9&id=214&par=236
Fig 5: Hersenen
https://www.bing.com/images/search?q=neuronen&view=detailv2&&id=32E63A5542C52D7
Fig 6: Anatomie van de hersenen
https://www.google.be/search?q=dura+mater+ruggenmerg&biw=1017&bih
=493
Fig 7: indeling grote hersenen
http://www.gezondheidsplein.nl/menselijk-lichaam/hersenen/item45083
Fig 8: Het limbisch systeem
http://www.nxdomain.nl/~anja/brains/hersenen.html
Fig 9: Het limbisch systeem –driedimensioneel
http://www.nxdomain.nl/~anja/brains/hersenen.html
Fig 10: Opdeling hersenschors
http://sportslim.blogspot.be/2012/05/het-centralezenuwstelsel.html#!/2012/05/het-centrale-zenuwstelsel.html
Fig 11: sensory pathways
http://www.nxdomain.nl/~anja/brains/images/thalamus.png
Fig 12: linker-en rechterhersenhelft
https://www.bing.com/images/search?q=hersenenhelften&view=detailv2&&id=429
A3138FA
Fig 13: anatomie van de hersenen
http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i004316.html
109
Fig 14: Bloed-hersenbarrière
http://www.kennislink.nl/publicaties/transportsysteem-smokkelt-medicijnenhersenen
Fig 15:
Fig 16: Bloedtoevoer hersenen
Bron: BARILLE, A., Zo werkt je lichaam, de hersenen, DeAgostini, 1993, 28
pagina's.
Fig 17: ruggenmergstructuur
http://www.stlucas.be/NeuroReva/neurologie_ruggenmerg.htm
Uit De Merck Manual Medisch handboek
Fig 18 : ruggenmergopbouw
https://www.mchaaglanden.nl/stimulansz/het-lichaam/ruggenmerg
Fig 19: sensorische en motorische zenuwen
https://www.mchaaglanden.nl/stimulansz/het-lichaam/ruggenmerg
Fig 20: centraal en perifeer zenuwstelsel
http://www.vogellanden.nl/fantoomsensatie.html
Fig 21: hersenzenuwen
http://www.menselijk-lichaam.com/hersenen/nervus-oculomotorius
Fig 22:anatomie hersenzenuwen
https://www.google.be/search?q=hersenzenuwen+anatomie&biw=1366&bih=662
Fig 23: Trigiminus
http://www.neuropathie.nu/neuropathie-diverseoorzaken/aangezichtspijn.html
Fig 24: parasympaticus en orthosympathicus
http://www.praktijkchiropractievolendam.nl/anatomy-van-dewervelkom/anatomy-van-het-zenuwstelsel
Fig 25: parasympathicus en sympathicus met grensstreng
Bron: 2011 Pearson education Inc.
Fig26:cellichamen van schakelcellen, motorische – en sensorische
zenuwcellen, ganglion
Fig27:neuron
http://users.telenet.be/hetmenselijklichaam/je%20hersenen%20en%20zenuws
telsel.htm
Fig 28:Schwanncel
https://www.bing.com/images/search?q=myelineschede&view=detailv2&&id=196C
Fig 29:Neuronen en gliacellen
https://www.google.be/search?q=gliacel
Fig 30 :inspiratie en expiratie
http://www.merckmanual.nl/mmhenl/print/sec04/ch038/ch038e.html
Fig 31: ademcentrum
https://www.google.be/search?q=ademcentra&biw=1366&bih=662
Fig 32: zuurstofuitwisseling
https://nl.wikipedia.org/wiki/Gaswisseling
Fig 33: hersenventrikels
http://www.nxdomain.nl/~anja/brains/hersenen.html#hersenschors
110
Fig 34: Choroïd plexus
http://www.kennislink.nl/publicaties/transportsysteem-smokkelt-medicijnenhersenen binnensysteemFig 35 :anatomie van de hersenkamers
https://www.google.be/search?q=anatomie+van+de+hersenkamers
Fig 36: Stroming van CSV in de ventrikels
Boek: Sills, Franklyn vertaling Ingrid Claus: "Grondbeginselen in de
Craniosacrale biodynamica --deel1" Uitg. Gigaboek NL 2011
Fig 37: Cisterna Magna
http://www.elbaulradiologico.com/2013/01/la-cisterna-magna-entomografia.html
Fig 38: Evenwicht van potentie in de cisterna Magna en het lumbosacrale
Waterbed
Boek: Sills, Franklyn vertaling Ingrid Claus: "Grondbeginselen in de
craniosacrale biodynamica --deel1" Uitg. Gigaboek NL 2011
Fig 39: Lamina terminalis bij embryo
Fig 40: Lamina terminalis bij volwassene
Fig 41: De vogel begint te vliegen –inademingsfase
Fig 42: Ventrikels verruimen tijdens de inademing
Fig 43: Motiliteit en beweging in het centrale zenuwstelsel
Fig 44: Relaties van de falx en de tent
Fig 45:Motiliteit van Bloemblaadjes
Fig 46: Inademingsfase
Fig 47: Uitademingsfase
Fig 48: de primaire middenlijn/levenskracht
Fig 37tot en met 47: Idem fig 37
Fig 49: Motiliteit van het heiligbeen
Sills Franklynn “Craniosacral biodynamics” volume two
Uitgeverij North Atlantic Books Berkely California 2004
Fig 50 : Schauberger’s originele beweging brengt dynamisch evenwicht tot
uiting in centripetale en centrifugale krachten
Boek: Sills, Franklyn vertaling Ingrid Claus: "Grondbeginselen in de
craniosacrale biodynamica --deel1" Uitg. Gigaboek NL 2011
Fig 51: Hoofdnadi’s
https://www.google.be/search?q=nadi's&biw=1017&bih=493&tbm
Fig 52: Sushuma
Boek :Cyndi Dale "Het subtiele lichaam"Uitgeverij Altamira Becht - Haarlem
2010
Fig 53:Nadi’s
https://www.google.be/search?q=nadi's&biw
Fig 54: chakra's en Nadi's (Veda’s)
https://www.google.be/search?q=nadi's&biw=1017
111
112
113
Download