Taal- en rekenvaardigheden van vmbo-leerlingen in

advertisement
Taal- en rekenvaardigheden van vmbo-leerlingen
in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
volgens hun docenten
Onderzoeksrapportage
dr. José van der Hoeven
©KPC Groep
December 2011
HJ1.12.035
dr. Joost Meijer
1
Inhoud
INLEIDING
5
2
ONDERZOEKSOPZET
7
2.1
Onderzoeksgroep
8
2.2
Procedure
8
3
RESULTATEN
9
3.1
Brugklassen VMBO
9
3.2
Eindexamenklassen VMBO
18
3.3
Conclusies
24
4
DISCUSSIE EN
25
AANBEVELINGEN
5
LITERATUUR
29
6
BIJLAGE I
30
RAPPORTAGE
OP ITEMNIVEAU
December 2011
HJ1.12.035
Colofonpagina
Deze publicatie is ontwikkeld door KPC Groep voor ondersteuning van het regulier en speciaal
onderwijs in opdracht van het ministerie van OCW. KPC Groep vervult op het gebied van R&D
een scharnierfunctie tussen wetenschap en onderwijsveld.
Het is toegestaan om in het kader van educatieve doelstellingen (delen van) teksten uit deze
publicatie te gebruiken, te verveelvoudigen, op te slaan in een geautomatiseerd
gegevensbestand of openbaar te maken in enige vorm zodanig dat de intentie en de aard van
het werk niet worden aangetast. Bronvermelding is in alle gevallen vereist en dient als volgt
plaats te vinden: Hoeven, J. van der & Meijer, J. (2011). Taal- en rekenvaardigheden van vmboleerlingen in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg volgens hun docenten.
Onderzoeksrapportage. ’s-Hertogenbosch: KPC Groep in opdracht van het ministerie van OCW.
© 2012, KPC Groep, ’s-Hertogenbosch.
Pagina 3/54
December 2011
HJ1.12.035
1 INLEIDING
In 2010 is de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking getreden. Dat
betekent dat vanaf dat moment was vastgelegd wat leerlingen op verschillende niveaus en in
verschillende fasen van hun onderwijsloopbaan op het gebied van taal en rekenen moeten
kunnen en kennen op het gebied van Nederlandse taal en rekenen, en dat scholen hun
leerlingen een taal- en rekenaanbod zouden moeten aanreiken, waarmee leerlingen het
beoogde niveau kunnen halen. Uit onderzoek van Duo Market Research (2010) bleek dat
vmbo-scholen voldoende op de hoogte zijn van de invoering van referentieniveaus. Opmerkelijk
was wel, dat ongeveer helft van de respondenten knelpunten bij de invoering verwachtte, vooral
met betrekking tot het niveau voor de leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg (BB). Voor
zowel taal als rekenen sprak men de verwachting uit dat niveau 2 voor deze leerlingen te hoog
zou zijn. Vmbo-scholen zaten volgens dit onderzoek niet stil. Zo gaf tweederde van de scholen
aan taal- en rekenbeleid te ontwikkelen. Echter, slechts 25 % van de scholen gaf aan het taalen rekencurriculum daadwerkelijk vorm te geven.
Vmbo-scholen verwachtten met betrekking tot de beheersing van de referentieniveaus
knelpunten op het gebied van de leerprestaties. Hoe staat het met de taal- en rekenprestaties in
het vmbo? In relatie tot de invoering van het referentiekader heeft tot nu toe twee keer een
monitor van taal- en rekenprestaties plaatsgevonden (CITO). In de eerste monitor van het
reken- en taalonderwijs (CITO, 2009) bleek dat aan het eind van het vmbo veel leerlingen het
gewenste 2F-niveau (nog) niet hadden gehaald. In de basisberoepsgerichte leerweg (BL)
hadden de meeste leerlingen het 2F-niveau niet gehaald (87% voor rekenen, 77% voor taal), in
de gemengde en theoretische leerweg (GL, TL) hadden de meeste leerlingen (76-95%) wel het
2F niveau gehaald. Ook in de tweede monitor (CITO, 2011) bleek dat er een grote variatie
zichtbaar is tussen de taal- en rekenprestaties bij de verschillende vmbo-leerwegen. Het beeld
verschilde niet opmerkelijk van het beeld van 2009. Voor leerlingen in de basisberoepsgerichte
leerweg gold dat 45% geen van de vaardigheden op het 2F-niveau beheerste. Deze leerlingen
presteerden het slechtst op de onderdelen rekenen (88% van de leerlingen beheerst 2F niet) en
taalverzorging (71% van de leerlingen beheerst 2F niet). Opmerkelijk ten opzichte van de
monitor van 2009 was de vooruitgang in de prestaties voor lees- en luistervaardigheid van
vmbo- leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg (KL). Zij presteerden aanzienlijk beter op
lees- en luistervaardigheid dan op taalverzorging en rekenen.
Tekorten in de taal- en rekenprestaties werken door in het vervolgonderwijs. Uit een mboenquête bleek dat 80% van de mbo-instellingen tekorten vaststelden bij instromende vmboleerlingen. Bij leerlingen die vanuit de basisberoepsgerichte leerweg en de
kaderberoepsgerichte leerweg instromen werden tekorten geconstateerd op het gebied van
woordenschat, begrijpend lezen, spelling, schrijfvaardigheid, en de basisvaardigheden
rekenen (getallen en bewerkingen, breuken en procenten). Deze tekorten werden in het mbo
het meest frequent vastgesteld bij leerlingen uit de sector economie. Mogelijk is dit te verklaren
vanuit de leerinhouden van de mbo-opleidingen die eisen stellen aan taalvaardigheid bij
secretariële opleidingen en aan de rekenvaardigheden bij administratieve opleidingen (Hofman
e.a., 2009).
De oorzaken van de tekorten of het tegenvallende prestatieniveau zijn voor een deel terug te
voeren op onderwijsfactoren. In onderzoek naar de kwaliteit van het taalonderwijs onder 72
vmbo-scholen stelde de Inspectie van het Onderwijs (2008) onder andere vast dat docenten
van leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg vaak
Pagina 4/54
December 2011
HJ1.12.035
niet weten hoe de taalprestaties van deze leerlingen waren in het basisonderwijs terwijl deze
gegevens wel beschikbaar zijn, dat slechts 30% van de scholen heeft vastgelegd wat leerlingen
moeten kennen en kunnen na het tweede leerjaar en dat 75% van de scholen niet toetst of
leerlingen na twee jaar het gewenste taalniveau hebben bereikt. Eenzelfde beeld werd
gevonden voor her rekenonderwijs (Inspectie van het Onderwijs, 2009).
Voor rekenen constateerde de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (2008)
daarnaast dat er binnen de verschillende onderwijstypen te weinig aandacht is voor het
onderhoud van verworven rekenvaardigheden. Bepaalde routes binnen het onderwijsstelsel
leiden ertoe dat leerlingen jarenlang niets doen met hun rekenvaardigheden. Zo laat 20%
van de vmbo-leerlingen het vak rekenen vallen na het tweede leerjaar (Ballering, 2009).
Het referentiekader Nederlandse taal en rekenen zorgt voor ijking van het beheersingsniveau
op het gebied van taal en rekenen op verschillende drempels in de leerloopbaan. Dan doet de
vraag zich voor hoe docenten de beheersing van de taal- en rekenvaardigheden hun
instromende en uitstromende vmbo-leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de
kaderberoepsgerichte leerweg beoordelen en welke problemen zij constateren.
Deze vraag was voor ons dan ook het uitgangspunt voor een onderzoek naar het oordeel van
vmbo-docenten over het taal- en rekenvaardigheidniveau van leerlingen in de
basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg bij instroom in, en uitstroom uit het
vmbo. De volgende onderzoeksvragen werden daarbij beantwoord.
-
Welke eisen stellen docenten aan hun leerlingen?
-
Hoe schatten zij het uitstroomniveau van hun leerlingen?
-
Welke witte vlekken worden geconstateerd?
-
Welke aanbevelingen kunnen ten aanzien van het reken- en taalonderwijs in het BB en
KB worden gedaan?
Pagina 5/54
December 2011
HJ1.12.035
2 ONDERZOEKSOPZET
Ter beantwoording van de onderzoeksvragen heeft een vragenlijstonderzoek onder docenten in
het vmbo-veld plaatsgevonden. Met behulp van enquêtes, ingevuld door docenten die zich met
rekenen en taal in het eerste leerjaar en het eindexamenjaar van het vmbo bezighouden, werd
een beeld geschetst van de taal- en rekenbeheersing van vmbo-leerlingen zoals die wordt
getaxeerd door docenten. Op basis van de bevindingen worden aanbevelingen gedaan voor de
gewenste praktijken voor rekenen en taal in deze leerjaren van de basisberoepsgerichte
leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg voor de sectoren economie, zorg en welzijn en
techniek.
Voor de opzet van de vragenlijsten werd aangesloten bij onderzoek van Meijer & Mellink (2000;
zie ook Meijer, 2007). Zij ontwikkelden vragenlijsten met betrekking tot de eisen die aan
leerlingen worden gesteld en de taxatie van het niveau van leerlingen ten aanzien van de
kerndoelen in de voormalige basisvorming. De voor dit onderzoek ontwikkelde vragenlijsten
richtten zich op de eisen die docenten aan leerlingen stellen en het getaxeerde taal- en
rekenniveau van leerlingen in het licht van het referentiekader.
De vragenlijsten werden opgebouwd aan de hand van de in het referentiekader onderscheiden
domeinen. Voor rekenen betrof dit: getallen, verhoudingen, meten en meetkunde en verbanden.
Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen paraat hebben en functioneel gebruik van de
vaardigheden. Voor taal betrof het de domeinen mondelinge vaardigheid (gespreksvaardigheid,
luisteren en spreekvaardigheid), leesvaardigheid (zakelijke teksten, fictie en verhalen) en
schrijfvaardigheid.
De vragenlijsten werden digitaal aangeboden in de vorm van een webenquête. De
vragenlijsten behelsden alle taal- en rekenvaardigheden binnen de genoemde domeinen. In
totaal werden vier vragenlijsten ontworpen:
-
Taal instroom leerjaar 1 (referentieniveau 1F);
-
Taal uitstroom leerjaar 4 (referentieniveau 2F);
-
Rekenen instroom leerjaar 1 (referentieniveau 1F);
-
Rekenen uitstroom leerjaar 4 (referentieniveau 2F).
Voor het instroomniveau van taal en rekenen werd aan leraren gevraagd een rapportcijfer
tussen 1 en 10 te geven voor elke in het referentiekader beschreven vaardigheid,
corresponderend met de gebruikelijke interpretatie van schoolcijfers, i.e., 1: zeer slecht …. 10:
uitmuntend. Voor het verwachte uitstroomniveau werd docenten in het eindexamenjaar
gevraagd te scoren op een vijfpuntsschaal van 1: (beheersing van dit niveau vormt) “geen enkel
probleem” tot 5: (beheersing van dit niveau vormt) “een onoverkomelijk probleem”.
Omdat al snel bleek dat de respons erg laag dreigde te worden, werden verkorte versies van de
internetvragenlijsten gemaakt voor telefonische afname. Hierin werden per reken- en
taaldomein een makkelijke of eenvoudige en een moeilijke of complexe vaardigheid bevraagd.
Er waren wederom 4 (verkorte) vragenlijsten.
Pagina 6/54
December 2011
HJ1.12.035
-
Taal verkort: instroom leerjaar 1 (referentieniveau 1F);
-
Taal verkort: uitstroom leerjaar 4 (referentieniveau 2F);
-
Rekenen verkort: instroom leerjaar 1 (referentieniveau 1F);
-
Rekenen verkort: uitstroom leerjaar 4 (referentieniveau 2F).
2.1 Onderzoeksgroep
Het onderzoek vond plaats onder vmbo-docenten in de basisberoepsgerichte leerweg en de
kaderberoepsgerichte leerweg. De betrokken docenten waren docent Nederlands, docent
rekenen en/of wiskunde of taal- of rekencoördinator. Daarbij richtte het onderzoek zich binnen
de vmbo-sectoren op de intersectorale programma’s: techniek breed, zorg en welzijn breed en
handel en administratie.
2.2 Procedure
Alle vmbo-scholen met intersectorale programma’s, 397 in totaal, ontvingen een brief met
verzoek tot deelname aan het vragenlijstonderzoek. De brief was gericht aan de directie met het
verzoek de betreffende docenten te benaderen. De brief bevatte aanmeldcodes voor het
invullen van de digitale vragenlijsten. Het verzoek werd na een maand herhaald.
Aangezien de respons op de schriftelijke vragenlijst laag was, werd besloten ten minste 30%
van de niet responderende scholen telefonisch te bevragen aan de hand van een verkorte
vragenlijst, zoals eerder vermeld. Drie onderzoeksassistenten belden 150 scholen met de
verkorte vragenlijsten die waren samengesteld op basis van de internetvragenlijsten.
Pagina 7/54
December 2011
HJ1.12.035
3 RESULTATEN
De respons op de internetvragenlijsten was erg laag en onvoldoende om gefundeerde
uitspraken te kunnen doen. Hieronder wordt de respons per vragenlijst weergegeven.
Tabel1: overzicht van afgeronde schriftelijke vragenlijsten
_________________________________________________________________________
Afgeronde vragenlijst
_________________________________________________________________________
Taal instroom leerjaar 1 (1F)
50
Taal uitstroom leerjaar 4 (2F)
65
Rekenen instroom leerjaar 1 (1F)
42
Rekenen uitstroom leerjaar 4 (2F)
56
_________________________________________________________________________
In september 2011 werden de telefonische vraaggesprekken gehouden. De respons op deze
verkorte vragenlijsten die waren samengesteld op basis van de internet vragenlijsten wordt
hieronder per vragenlijst weergegeven.
Tabel 2: overzicht van afgeronde telefonische vragenlijsten
____________________________________________________________________________
Afgerond telefoongesprek
____________________________________________________________________________
Taal instroom leerjaar 1 (1F)
5
Taal uitstroom leerjaar 4 (2F)
6
Rekenen instroom leerjaar 1 (1F)
17
Rekenen uitstroom leerjaar 4 (2F)
7
____________________________________________________________________________
Achtereenvolgens zullen de resultaten met betrekking tot de eerste klassen en
eindexamenklassen worden beschreven. Daarbij komt eerst de enquête over taal aan de orde
en daarna de vragenlijst over rekenen. Omdat de verkorte vragenlijsten die bij de
telefoongesprekken werden gebruikt, deels overlapten met de internetvragenlijsten, worden per
vragenlijst eerst de gezamenlijke resultaten op de twee gemeenschappelijke vragen in beide
enquêtes besproken. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de resultaten van alleen de
webenquête, waarin alle referentieniveaus werden bevraagd. In de webenquête is een
uitsplitsing gemaakt tussen de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte
leerweg. Wegens tijdoverwegingen is in de telefonische enquête in het algemeen geen
onderscheid aangebracht tussen de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte
leerweg.
3.1 Brugklassen VMBO
3.1.1 Taal
De webenquête en de telefonische enquête gezamenlijk
Er waren 53 respondenten die de webenquête hebben ingevuld en nog eens 5 respondenten bij
wie de telefonische enquêtes werd afgenomen. Bij de webenquête werden de antwoorden van
drie respondenten verwijderd (zie verder bij de beschrijving van de resultaten van alleen de
Pagina 8/54
December 2011
HJ1.12.035
webenquête), zodat er in totaal 55 respondenten resteerden. De vragen in de telefonische
enquête vormden een subset van de vragen in de webenquête. Binnen elk domein (mondelinge
vaardigheid, luisteren, spreekvaardigheid, zakelijke teksten, fictie en verhalen en
schrijfvaardigheid) werden een relatief eenvoudige vaardigheid en een relatief complexe
vaardigheid voor opname in de telefonische enquête geselecteerd. Daarbij werd aan
leerkrachten gevraagd een rapportcijfer tussen 1 en10 te geven, zoals eerder vermeld. Tabel 3
geeft de gemiddelde beoordelingen van de respondenten over het beheersingsniveau van de
referentieniveaus 1F voor taal. In de telefonische enquête is geen onderscheid aangebracht
tussen de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg. Voor de
respondenten van de webenquête is het gemiddelde tussen de rapportcijfers in de
basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg berekend. Er is te zien dat
het aantal respondenten afnam naarmate de vragen zich verder in de enquête bevonden. Vijf
personen maakten de vragenlijst niet af.
Het leggen van een relatie tussen gesproken tekst en eigen ervaring, het herkennen van
structuuraanwijzingen, plaats en tijd of rijm en versvorm en het kunnen beantwoorden van
vragen over een tekst, werd door leraren als onvoldoende beoordeeld, i.e., onder een vijf en
een half. Het meest positief waren de respondenten over het gebruik van eenvoudige
zinsconstructies door de leerlingen in de beroepsgerichte leerweg.
Tabel 3
Gemiddelde beheersing van enkele van de referentieniveaus taal 1F
N
M
sd
min
max
Mondelinge vaardigheid
Voert gesprekken om informatie en meningen uit te wisselen
55
5,63
1,32
3,0
8,5
Gebruikt eenvoudige zinsconstructies
55
6,52
1,28
3,5
9,0
betogende teksten
51
5,70
1,17
2,0
8,0
Legt een relatie tussen de gesproken tekst en eigen ervaring
51
5,09
1,39
1,5
7,0
Gebruikt passend taalgebruik bij het publiek
50
5,89
1,09
3,0
8,0
Gebruikt eenvoudige zinsconstructies
50
6,35
1,08
3,5
9,0
Legt relaties tussen de tekst en meer algemene kennis
50
5,89
1,05
3,0
8,5
Kan vragen over een tekst beantwoorden
50
5,22
1,01
3,0
7,0
50
5,21
1,25
2,0
7,5
50
5,99
1,09
3,5
8,0
50
5,68
1,48
2,0
10,0
50
5,91
1,52
1,0
9,5
Luisteren
Onderscheidt verhalende, informatieve, instructieve en
Spreekvaardigheid
Zakelijke teksten
Fictie en verhalen
Herkent structuuraanwijzingen; plaats en tijd of rijm en
versvorm
Leeft met de hoofdpersoon mee en kan het gevoel van deze
persoon beschrijven
Schrijfvaardigheid
Kent het verschil tussen formeel en informeel schrijven
Besteedt aandacht aan de opmaak van een tekst
(bladspiegel, plaatjes)
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
Pagina 9/54
Multivariaat getoetst waren er geen verschillen tussen de respondenten van de telefonische
December 2011
enquête en de webenquête (V=.51, F(12, 37)=1.58, ns). Univariate toetsen gaven aan dat er op
HJ1.12.035
één variabele een verschil bestond tussen beide groepen respondenten, te weten het leggen
van een relatie tussen gesproken tekst en eigen ervaring (F(1, 48)=10.42, p=.002). Respondenten
op de webenquête gaven hiervoor gemiddeld een onvoldoende (M=4.87), terwijl de telefonisch
geïnterviewden vonden dat leerlingen in de beroepsgerichte leerweg deze vaardigheid in ruim
voldoende mate beheersen (M=6.8). Gegeven het kleine aantal respondenten in de laatste
groep (N=5) en het feit dat de verschillen multivariaat getoetst niet significant waren, is het
echter de vraag in hoeverre er betekenis verleend moet worden aan dit verschil. Beide groepen
lijken nauwelijks van elkaar te verschillen op grond waarvan voorzichtig geconcludeerd kan
worden dat de respons op de webenquête niet selectief is geweest.
Alleen de webenquête
Er zijn in totaal 130 respondenten die de webenquête hebben benaderd, maar slechts 48
personen hebben de vragenlijst volledig ingevuld. Vijf respondenten hebben de vragenlijst
onvolledig ingevuld en 77 personen hebben in het geheel geen vragen beantwoord. Overigens
waren sommige niet ingevulde vragenlijsten afkomstig van leraren die op een later tijdstip wel
de enquête hebben ingevuld. Waarschijnlijk hebben deze respondenten de eerste keer alleen
ingelogd en besloten de lijst later in te vullen.
Omdat de vragenlijst voor de docenten die in de brugklas les gaven uit 126 items bestond, is
een rapportage op itemniveau niet zinvol. De lezer die geïnteresseerd is in deze details, wende
zich tot Bijlage I. In plaats daarvan werd besloten eerst na te gaan of de oordelen op de items in
de zes domeinen door leraren op consistente wijze werden beantwoord, dat wil zeggen of er
een duidelijke samenhang bestaat tussen de antwoorden op de items binnen elk domein. Het
betrof de domeinen mondelinge vaardigheid, luisteren, spreekvaardigheid, en lees- en
schrijfvaardigheid. Leesvaardigheid werd weer opgesplitst in het lezen van zakelijke teksten en
het lezen van fictie en verhalen. Per domein werd eerst een maat voor de onderlinge
samenhang tussen de antwoorden op de items berekend, te weten Cronbach’s α (zie Tabel 4).
Dit is voor de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg apart gedaan.
Tabel 4
Betrouwbaarheid van de domeinen binnen Taal
BB
N
Nitems
KB
N
α
Nitems
α
mondelinge vaardigheid
53
10
0.96
53
10
0.97
luisteren
49
10
0.97
49
10
0.97
spreekvaardigheid
48
10
0.97
48
10
0.97
zakelijke teksten
48
11
0.97
48
11
0.97
fictie en verhalen
48
7
0.95
48
7
0.96
schrijfvaardigheid
48
15
0.97
48
15
0.97
Noot. N: aantal respondenten; Nitems: aantal items in schaal; α: betrouwbaarheidscoëfficiënt
De antwoorden van de docenten binnen de verschillende domeinen waren in zeer hoge mate
intern consistent. Omdat dit het geval was, konden somscores per schaal worden berekend.
Hierbij werd gedeeld door het aantal items zodat de gemiddelden makkelijk interpreteerbaar
waren. Ze behielden immers dezelfde traditionele schoolcijferverdelling tussen 1 en 10.
Er waren drie respondenten met merkwaardige antwoordpatronen. Eén van deze had de
kwaliteiten van de leerlingen in de brugklas ten aanzien van de referentieniveaus met
uitzondering van het domein fictie en verhalen alle met een 9 (zeer goed) of een 10
(uitmuntend) beoordeeld. Een tweede respondent hadt alle leerlingen in de
basisberoepsgerichte leerweg op alle domeinen gemiddeld net boven de 1 beoordeeld, met
uitzondering van het domein schrijfvaardigheid, waar de respondent komt tot een gemiddelde
Pagina 10/54
December 2011
HJ1.12.035
score van 2,07. Tenslotte was er een respondent die leerlingen in de basisberoepsgerichte
leerweg redelijk had beoordeeld, maar leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg op alle
zes domeinen met een 1. Deze drie respondenten met onwaarschijnlijke antwoordpatronen
konden de resultaten vertekenen en werden daarom verwijderd. Daarna werd de
betrouwbaarheidsanalyse opnieuw gedaan. Tabel 5 geeft de betrouwbaarheden na
verwijdering van de drie outliers. Er kan worden gezien dat de betrouwbaarheden van de
schalen nu iets lager zijn, maar dat is nauwelijks van belang. De gemiddelde scores, minima,
maxima en spreiding van de scores zijn weergegeven in Tabel 6. Het is duidelijk dat de leraren
zorgelijk zijn over de mate van beheersing van niveau 1F in de basisberoepsgerichte leerweg.
Alle gemiddelde scores met uitzondering van het gemiddelde voor spreekvaardigheid zijn
onvoldoende, i.e. lager dan een vijf en een half.
Tabel 5
Betrouwbaarheid van de domeinen binnen Taal in klas 1 (zonder outliers)
BB
N
Nitems
KB
N
α
Nitems
α
mondelinge vaardigheid
50
10
0.95
50
10
0.94
luisteren
46
10
0.96
46
10
0.94
spreekvaardigheid
45
10
0.96
45
10
0.92
zakelijke teksten
45
11
0.96
45
11
0.94
fictie en verhalen
45
7
0.94
45
7
0.92
schrijfvaardigheid
45
15
0.96
45
15
0.93
Noot. N: aantal respondenten; Nitems: aantal items in schaal; α: betrouwbaarheidscoëfficiënt
Wel zijn er substantiële verschillen tussen de respondenten. De laagste scores liggen rondom
een 2 (“slecht”) en de hoogste scores liggen rondom een 7 (“ruim voldoende”). Voor wat de
kaderberoepsgerichte leerweg betreft zijn alle gemiddelde scores hoger dan 6 (“voldoende”).
Ook hier zijn flinke verschillen tussen respondenten, maar de verschillen zijn consequent
minder groot dan in de basisberoepsgerichte leerweg; de standaardafwijkingen zijn kleiner.
Minima fluctueren rondom een 4 (“onvoldoende”); maxima liggen alle boven de 8 ("goed"). Het
valt op dat de leraren zowel in BB als KB het gunstigst oordelen over het niveau van
spreekvaardigheid van hun leerlingen in de brugklas en het meest negatief zijn over
luistervaardigheid en het lezen van zakelijke teksten.
Zoals verwacht achten docenten de vaardigheden van leerlingen in de kaderberoepsgerichte
leerweg hoger dan die van leerlingen uit de basisberoepsgerichte leerweg. De oordelen over de
leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg zijn significant hoger dan de oordelen over
leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg (zie Tabel 6). Omdat er zes t-toetsen zijn
uitgevoerd, moet er wel worden gecorrigeerd voor kanskapitalisatie, maar alle
overschrijdingskansen zijn kleiner dan een duizendste, zodat er geconcludeerd mag worden dat
de trend consistent is (zie Tabel 7).
Tabel 6
Pagina 11/54
December 2011
HJ1.12.035
Gemiddelde scores, minima, maxima en spreiding per domein
BB
KB
M
min
max
sd
M
min
max
sd
mondelinge vaardigheid
5.22
2.20
7.50
1.20
6.31
4.10
8.90
0.98
luisteren
4.88
1.70
6.80
1.23
6.07
3.50
8.20
0.93
spreekvaardigheid
5.55
2.10
7.50
1.14
6.55
4.20
8.50
0.79
zakelijke teksten
4.89
2.09
6.55
1.17
6.15
3.82
8.18
0.84
fictie en verhalen
5.15
1.71
7.14
1.22
6.18
4.29
8.57
0.96
schrijfvaardigheid
5.13
2.07
7.47
1.14
6.22
3.73
8.13
0.87
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
De correlaties tussen de oordelen van de respondenten over de beheersingsniveaus van
leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg zijn zeer
substantieel. Dit wijst erop dat respondenten die geneigd zijn leerlingen van de
basisberoepsgerichte leerweg slecht of juist goed te beoordelen, eenzelfde neiging vertonen ten
aanzien van leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg.
Tabel 7
Verschillen tussen de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg bij taal;
eerste klas
t
df
p
r
p
mondelinge vaardigheid
10.88
49
<.001
.81
<.001
Luisteren
10.96
45
<.001
.80
<.001
9.06
44
<.001
.77
<.001
Zakelijke teksten
10.90
44
<.001
.75
<.001
fictie en verhalen
8.88
44
<.001
.77
<.001
schrijfvaardigheid
10.02
44
<.001
.77
<.001
spreekvaardigheid
Noot. t: toetsingsgrootheid, df: aantal vrijheidsgraden, p: overschrijdingskans, r: correlatie tussen oordeel
over leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg
3.1.2 Rekenen
De webenquête en de telefonische enquête gezamenlijk
Ook bij rekenen werd aan de telefonische respondenten een subset van de omschrijvingen van
de referentieniveaus in de webenquête voorgelegd. Voor het instroomniveau werd ook weer
aan leraren gevraagd een rapportcijfer tussen 1 en 10 te geven. De gemiddelden staan vermeld
in Tabel 8.
Tabel 8
De telefonische enquête en de webenquête voor rekenen in de brugklas
N
M
sd
min max
Paraat hebben
Getallen
Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) uit het
hoofd kennen
59 5,33 1,31 2,0
9,0
59 5,19 1,53 1,0
8,0
hetzelfde is als ‘de helft nemen’ of hetzelfde als ‘delen door 2’
59 5,97 1,43 3,0
8,5
Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 50%, ...)
57 5,29 1,56 2,0
8,0
Omtrek, oppervlakte en inhoud
56 4,65 1,38 2,0
7,5
Omtrek en oppervlakte berekenen van rechthoekige figuren
56 5,44 1,48 1,5
8,0
situatiebeschrijving te ordenen
56 5,54 1,42 2,0
9,0
Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens
56 5,54 1,63 1,0
8,5
Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening
56 5,06 1,34 2,0
8,0
Afronden van gehele getallen op ronde getallen
56 6,21 1,45 2,0
8,5
Efficiënt rekenen (+, -, ×, :) gebruik makend van de eigenschappen
van getallen en bewerkingen, met eenvoudige getallen
Verhoudingen
Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen
Meten en meetkunde
Verbanden
Eenvoudige tabel gebruiken om informatie uit een
Functioneel gebruiken
Getallen
Pagina 12/54
December 2011
HJ1.12.035
Verhoudingen
Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6
56 4,11 1,55 1,0
7,5
56 4,35 1,31 1,0
7,0
maand)
56 6,09 1,52 2,5
9,0
Liniaal en andere veel voorkomende meetinstrumenten gebruiken
56 6,37 1,17 3,5
8,5
bijvoorbeeld: in welk jaar is het aantal auto’s verdubbeld
55 6,12 1,24 2,5
9,0
Eenvoudige legenda
56 5,20 1,55 1,0
7,5
pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal je dan...
Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijvoorbeeld 40
op de 400
Meten en meetkunde
Verschillende tijdseenheden (uur, minuut, seconde, eeuw, jaar,
Verbanden
Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken gebruiken om
eenvoudige berekeningen uit te voeren en conclusies te trekken,
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
Het beeld bij rekenen was minder rooskleurig dan bij taal; op negen van de zestien bevraagde
referentieniveaus werd onvoldoende gescoord. Bij taal werd slechts in drie van de twaalf
gevallen een onvoldoende uitgedeeld. Het meest negatief waren de respondenten over het
kunnen oplossen van problemen waarin de rekenkundige relatie niet direct te leggen is. Het
meest positief waren ze over het kunnen gebruiken van veel voorkomende meetinstrumenten
zoals een liniaal. Net als bij taal was de spreiding van de oordelen van de respondenten
substantieel. Waar sommige respondenten het beheersingsniveau als zwaar onvoldoende
kenmerkten, waren er andere die het niveau als zeer goed beoordelen.
Multivariaat getoetst waren de verschillen tussen de respondenten van de telefonische enquête
en de webenquête significant (V=1.56, F(16, 36)=3.51, p=.001). De univariaat significant van
elkaar verschillend beoordeelde niveaus zijn in Tabel 9 aangegeven.
Tabel 9
Verschillen tussen de telefonische enquête en de webenquête bij rekenen;
eerste klas
Mweb
Mtel
F(1, 51)
p
4.74 6.00
7.27
.01
5.65 6.57
4.31
.04
te ordenen
5.28 6.14
4.14
.05
Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening
4.78 5.64
4.55
.04
3.69 4.79 12.32
.02
de 400
4.04 4.79
.05
Eenvoudige legenda
4.69 6.36 28.55 <.01
Efficiënt rekenen (+, -, ×, :) gebruik makend van de eigenschappen
van getallen en bewerkingen, met eenvoudige getallen
Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen
hetzelfde is als ‘de helft nemen’ of hetzelfde als ‘delen door 2’
Eenvoudige tabel gebruiken om informatie uit een situatiebeschrijving
Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6
pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal je dan...
Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijvoorbeeld 40 op
3.99
Noot. Mweb: gemiddelde webenquête, Mtel: gemiddelde telefonische enquête, F: toetsingsgrootheid, p:
overschrijdingskans
Pagina 13/54
December 2011
HJ1.12.035
Daar waar er verschillen in gemiddelde score tussen beide soorten enquêtes waren, werd er op
de telefonische enquête altijd hoger gescoord. Dat kan er op wijzen dat de respons op de
internetvragenlijst voor rekenen in de brugklas niet representatief is, en dat de respondenten
negatiever staan tegenover het niveau van beheersing van rekenvaardigheden dan de nonrespondenten. Hier is het aantal telefonisch geïnterviewden ook groter dan bij de andere drie
enquêtes (N=17), en daarmee het geconstateerde verschil betrouwbaarder.
Alleen de webenquête
Ook de enquête voor rekenen in de brugklassen kende een magere respons. Weliswaar was de
elektronische vragenlijst 121 keer benaderd, maar slechts 42 personen hebben de lijst ingevuld,
waarvan 39 volledig. De vragen waren net als bij de telefonische lijst onderverdeeld volgens de
indeling in de vier domeinen die in de referentieniveaus worden onderscheiden, te weten
getallen, verhoudingen, meten en meetkunde en verbanden. Daarnaast werd onderscheid
gemaakt tussen het paraat hebben van kennis en vaardigheid en het functioneel gebruik ervan.
Ook hier was het weinig zinvol om op itemniveau te rapporteren; het totaal aantal items
bedroeg 76. In Tabel 10 staan de betrouwbaarheden van de onderscheiden groepen items.
Zelfs de relatief korte schalen met slechts drie of vier items waren nog betrouwbaar, er weer op
wijzend dat de leraren de vragen consistent hebben beantwoord. Er werden geen respondenten
met merkwaardige antwoordpatronen gesignaleerd, zoals bij de webenquête voor taal in de
brugklas.
Tabel 10 Betrouwbaarheid van de domeinen binnen rekenen; eerste klas
BB
N
KB
Nitems
α
N
Nitems
α
Paraat hebben
getallen
42
20
0.93
42
20
0.91
verhoudingen
42
6
0.90
42
6
0.89
meten en meetkunde
39
15
0.91
39
15
0.92
verbanden
39
3
0.85
39
3
0.84
Functioneel gebruiken
getallen
39
10
0.87
39
10
0.81
verhoudingen
39
8
0.90
39
8
0.85
meten en meetkunde
39
10
0.95
39
10
0.92
verbanden
39
4
0.88
39
4
0.81
Noot. N: aantal respondenten; Nitems: aantal items in schaal; α: betrouwbaarheidscoëfficiënt
De gemiddelde scores per domein, uitgesplitst naar paraat hebben en functioneel gebruik,
staan vermeld in Tabel 11. In de basisberoepsgerichte leerweg zagen we geen voldoendes,
hetgeen zorgelijk genoemd kan worden. In de kaderberoepsgerichte leerweg was het beeld
aanzienlijk rooskleuriger. Alleen het functioneel gebruik van getallen en het functioneel gebruik
van verhoudingen scoorden een onvoldoende, op de overige domeinen werd voldoende
gescoord. Wat verder opviel, was dat de uitgedeelde cijfers voor rekenen lager zijn dan voor
taal.
Tabel 11 Gemiddelde scores, minima, maxima en spreiding per domein bij rekenen;
klas 1
BB
M
min
KB
max
sd
M
min
max
sd
Paraat hebben
Pagina 14/54
December 2011
HJ1.12.035
getallen
4.43
1.75
7.30
1.04
5.65
2.60
7.40
0.92
verhoudingen
4.31
1.67
6.50
1.38
5.89
2.50
8.17
1.28
meten en meetkunde
4.80
2.40
6.67
1.02
6.12
4.53
8.33
1.02
verbanden
4.72
1.00
7.33
1.50
6.15
2.67
9.33
1.35
5.38
3.00
6.70
0.90
Functioneel gebruiken
getallen
4.03
1.40
5.80
1.03
verhoudingen
3.56
1.25
6.00
1.26
4.99
1.38
7.13
1.10
meten en meetkunde
4.85
1.40
8.20
1.42
6.10
3.60
8.70
1.09
verbanden
4.78
1.00
8.25
1.50
6.20
3.75
8.50
1.13
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
Ook bij rekenen werden de verschillen tussen de gemiddelde scores van de
kaderberoepsgerichte leerweg en de basisberoepsgerichte leerweg statistisch getoetst. De
resultaten zijn samengevat in Tabel 12. Het is opnieuw duidelijk dat de kaderberoepsgerichte
leerweg op alle fronten hoger scoort dan de basisberoepsgerichte leerweg. Ook de correlaties
tussen de oordelen omtrent het beheersingsniveau van leerlingen in de basisberoepsgerichte
leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg zijn bij rekenen substantieel. Dit is een sterk
beoordelaarseffect in de zin dat leraren geneigd zijn overeenkomstig hoge of lage cijfers uit te
delen voor de beoordeling van de beheersing van de referentieniveaus 1F in de
basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg.
Tabel 12 Verschillen tussen KB en BB bij rekenen; eerste klas
t
df
p
r
p
Paraat hebben
getallen
9.38
41
<.001
.63
<.001
verhoudingen
9.76
41
<.001
.69
<.001
10.86
38
<.001
.72
<.001
9.41
38
<.001
.78
<.001
meten en meetkunde
verbanden
Functioneel gebruiken
getallen
verhoudingen
meten en meetkunde
9.41
38
<.001
.58
<.001
9.34
38
<.001
.68
<.001
10.00
38
<.001
.84
<.001
8.92
38
<.001
.75
<.001
verbanden
Noot. t: toetsingsgrootheid, df: aantal vrijheidsgraden, p: overschrijdingskans, r: correlatie tussen oordeel
over leerlingen BB en KB
Ook de verschillen tussen “paraat hebben” en “functioneel gebruiken” werden statistisch
getoetst. De resultaten worden vermeld in Tabel 13.
Tabel 13 Verschillen tussen paraat hebben en functioneel gebruik bij rekenen; eerste
klas
t
df
p
r
p
BB
getallen
2.83
38
.007
.73
<.001
verhoudingen
4.86
38
<.001
.75
<.001
meten en meetkunde
-0.35
38
ns
.81
<.001
verbanden
-0.48
38
ns
.84
<.001
KB
Pagina 15/54
December 2011
HJ1.12.035
getallen
2.08
38
.045
.65
<.001
verhoudingen
6.21
38
<.001
.74
<.001
meten en meetkunde
0.17
38
ns
.76
<.001
verbanden
-0.31
38
ns
.75
<.001
Noot. t: toetsingsgrootheid, df: aantal vrijheidsgraden, p: overschrijdingskans, r: correlatie tussen oordeel
over paraat hebben en functioneel gebruiken, ns: niet significant, i.e. p>.05
In de basisberoepsgerichte leerweg werd het functioneel gebruiken van kennis en vaardigheid
van getallen en verhoudingen slechter beoordeeld dan het paraat hebben van kennis en
vaardigheid in deze twee domeinen. Dat lijkt in de kaderberoepsgerichte leerweg tevens het
geval, maar omdat er acht t-toetsen simultaan werden gebruikt dient de t-waarde bij getallen
door kanskapitalisatie als een toevalstreffer te worden beschouwd. Voor meten en meetkunde
en verbanden was het verschil tussen paraat hebben en functioneel gebruiken zowel in de
basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg niet van belang.
3.2 Eindexamenklassen VMBO
3.2.1 Taal
De webenquête en de telefonische enquête gezamenlijk
Zowel in de telefonische enquête als in de webvragenlijst werd gevraagd naar het verwachte
uitstroomniveau van leerlingen in klas 4, i.e., de mate van beheersing van niveau 2F. Tabel 14
geeft de gemiddelde scores op de vragen die zowel in de webenquête als in de telefonische
enquête waren opgenomen.
Tabel 14 Gemiddelde scores eindexamenklassen taal
N
M
sd
Min
Max
62
2.91
.67
1.0
4.5
61
2.80
.59
1.0
4.0
59
2.45
.67
1.0
3.5
59
2.61
.68
1.0
4.0
59
2.42
.69
1.0
4.0
57
2.47
.79
1.0
4.5
56
2.70
.74
1.0
4.0
56
3.01
.90
1.0
4.5
56
2.29
.67
1.0
3.5
Mondelinge vaardigheid
Deelname aan discussie of overleg (probleem
verhelderen, mening, instemming of afkeuring
uitdrukken, commentaar geven)
Informatie uitwisselen met instantie binnen en buiten
school, een vraaggesprek houden
Luistervaardigheid
Begrijpt uitleg of instructie over dagelijkse
werkzaamheden
Luistert als lid van een live-publiek: Begrijpt een
voordracht, toespraak of les op interessegebied, een
voorgelezen verhaal
Spreekvaardigheid
Kan een kort verhaal vertellen
Kan informatie verzamelen om een presentatie te
houden
Leesvaardigheid
Kan instructieve teksten met een heldere structuur en
lage informatiedichtheid begrijpen over diverse
onderwerpen
Kan eenvoudige adolescenten- en
volwassenenliteratuur belevend en herkennend
lezen
Schrijfvaardigheid
Pagina 16/54
Kan de volgende teksten schrijven: - een briefje of
December 2011
email met een mening of gevoelens
HJ1.12.035
Kan de volgende teksten schrijven: - verslag of
werkstuk volgens stramien met gebruik van bronnen
55
2.71
.81
1.0
4.0
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
De schaalscores hebben een andere betekenis dan de rapportcijfers die in de brugklassen zijn
gebruikt. De docenten is gevraagd met een getal tussen 1 en 5 aan te geven in hoeverre het
bereiken van het betreffende referentieniveau door de kandidaten voor het eindexamen
problematisch zal zijn. Daarbij betekende een 1 “geen enkel probleem”, een 2 “nauwelijks een
probleem”, een 3 “wel – enigszins een probleem”, een 4 “een groot probleem” en een 5 “een
onoverkomelijk probleem”. Hoe hoger de score, hoe meer het bereiken van het betreffende doel
problematisch wordt geacht.
Ongeveer de helft van de gemiddelde scores tendeerde naar een 3, hetgeen betekent dat de
leraren gemiddeld gesproken van oordeel zijn dat het beheersen van het betreffende
referentieniveau “wel – enigszins een probleem” zal worden.
De minimumscores waren voor alle referentieniveaus 1, hetgeen impliceert dat er altijd wel een
leraar is die de beheersing ervan “geen enkel probleem” vond. Er waren slechts weinig leraren
die ”onoverkomelijke problemen” voorzien. De maximumscore was bij enkele items 4.5,
verkregen door het gemiddelde te nemen van de oordelen voor de basisberoepsgerichte
leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg. Het best scoorde het schrijven van een briefje of
email met een mening of gevoelens, daarvoor werden nauwelijks problemen voorzien. Het
minste vertrouwen had men gemiddeld in het belevend en herkennend kunnen lezen van
eenvoudige adolescenten- en volwassenenliteratuur, daarbij voorzag men wel enige problemen.
Multivariaat getoetst waren er geen verschillen tussen de respondenten van de telefonische
enquête en de webenquête (V=.21, F(10, 41)=.87, ns). Univariate toetsen geven aan dat er op één
variabele een verschil bestond tussen beide groepen respondenten, te weten het kunnen
verzamelen van informatie om een presentatie te houden (F(1, 50)=6.87, p=.012). De
respondenten op de webenquête vooragien daar meer problemen (M=2.50) dan de telefonisch
ondervraagden (M=1.67). Gezien het niet significante resultaat van de multivariate toetsing en
het geringe aantal telefonisch geënquêteerden (N=6) is het de vraag in hoeverre er aan deze
uitkomst belang moet worden gehecht.
Alleen de webenquête
De URL van de webenquête werd in totaal 85 maal benaderd. Twintig potentiële respondenten
hebben echter niets ingevuld. Van de resterende 65 leraren hebben er slechts 34 de vragenlijst
volledig ingevuld, maar er waren 16 leraren die een klein deel van de vragen hebben
overgeslagen. Daarnaast waren er zeven docenten die slechts de helft van de vragen konden
beantwoorden, omdat ze alleen in één van beide leerwegen werkzaam waren. In Tabel 15
staan de resultaten van de betrouwbaarheidsanalyse op de items binnen de zes domeinen van
taalvaardigheid.
Gezien de betrouwbaarheden van de schalen konden zonder bezwaar somscores worden
berekend. De gemiddelde scores, standaardafwijkingen, minimum- en maximumscores staan in
Tabel 16.
Tabel 15 Betrouwbaarheid van de domeinen binnen taal; eindexamenklassen
BB
Pagina 17/54
December 2011
HJ1.12.035
KB
N
Nitems
α
N
Nitems
α
mondelinge vaardigheid
53
12
0.84
56
12
0.86
luisteren
54
12
0.87
55
12
0.90
spreekvaardigheid
53
13
0.87
54
13
0.89
zakelijke teksten
49
13
0.89
49
13
0.92
fictie en verhalen
52
10
0.83
52
10
0.87
schrijfvaardigheid
48
17
0.90
50
17
0.91
Noot. N: aantal respondenten; Nitems: aantal items in schaal; α: betrouwbaarheidscoëfficiënt
Tabel 16 Gemiddelde scores, minima, maxima en spreiding per domein bij taal
BB
KB
M
min
max
mondelinge vaardigheid
3.20
2.18
4.25
luisteren
3.35
2.17
spreekvaardigheid
2.96
zakelijke teksten
sd
M
min
max
sd
0.45
2.68
1.58
3.55
0.45
4.25
0.44
2.76
1.58
3.67
0.47
1.62
3.92
0.48
2.43
1.31
3.31
0.47
3.39
2.42
4.31
0.49
2.78
1.62
4.08
0.53
fictie en verhalen
3.06
1.70
4.11
0.54
2.53
1.20
3.50
0.51
schrijfvaardigheid
3.19
2.12
4.06
0.46
2.63
1.29
3.59
0.45
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
De gemiddelde scores in de de basisberoepsgerichte leerweg lagen in het algemeen iets boven
de 3, hetgeen betekent dat de respondenten het bereiken van het referentieniveau 2F voor taal
door hun eindexamenkandidaten in de basisberoepsgerichte leerweg 4 vmbo toch wel
enigszins als een probleem ervaren. De maximumscores gaven aan dat enkele docenten het
zelfs als een groot probleem beschouwen. Het beeld in de kaderberoepsgerichte leerweg gaf
aan dat men zich om deze leerlingen een stuk minder zorgen maakt: de gemiddelde scores
lagen hier in het algemeen tussen 2 en 3, i.e., variërend tussen “nauwelijks een probleem” en
“wel - enigszins een probleem”. Al de verschillen tussen de basisberoepsgerichte leerweg en de
kaderberoepsgerichte leerweg zijn statistisch significant (zie Tabel 17).
Tabel 17 Verschillen tussen de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg bij taal;
eindexamenklassen
t
df
p
r
p
mondelinge vaardigheid
13.75
54
<.001
.83
<.001
luisteren
13.37
52
<.001
.77
<.001
spreekvaardigheid
12.14
52
<.001
.80
<.001
zakelijke teksten
13.27
49
<.001
.80
<.001
fictie en verhalen
11.52
49
<.001
.81
<.001
schrijfvaardigheid
14.05
49
<.001
.82
<.001
Noot. t: toetsingsgrootheid, df: aantal vrijheidsgraden, p: overschrijdingskans, r: correlatie tussen oordeel
over leerlingen BB en KB
Ook hier is weer een sterk beoordelaarseffect in de zin dat de oordelen over de
basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg zeer substantieel
correleren. Zowel in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg
waren de respondenten het meest negatief over de leesvaardigheid van zakelijke teksten van
hun eindexamenkandidaten en het meest positief over hun spreekvaardigheid.
Pagina 18/54
December 2011
HJ1.12.035
3.2.2 Rekenen
De webenquête en de telefonische enquête gezamenlijk
Tabel 18 geeft een overzicht van de gemiddelde scores voor de referentieniveaus bij het
eindexamen, dat wil zeggen hetgeen de respondenten verwachten aan het einde van klas 4.
Voor het verwachte uitstroomniveau werd net als bij taal gevraagd te scoren op een
vijfpuntsschaal van 1: “geen enkel probleem” tot 5: “een onoverkomelijk probleem”.
Over rekenen waren de respondenten minder optimistisch dan over taal. De meeste
gemiddelde scores zaten dichter bij 3 ( “wel – enigszins een probleem”) dan bij taal. Het minst
problematisch achtte men het kennen van de namen van vlakke figuren. Het meest
problematisch vond men kennis omtrent de samenhang tussen omtrek, oppervlakte en inhoud.
Daar lag het gemiddelde dicht bij 4 (“een groot probleem”).
Multivariaat getoetst was er geen effect van het type enquête (V=.72, F(16, 33)=1.48, ns).
Univariaat waren er drie verschillen. Deze betroffen achtereenvolgens: situaties vertalen naar
een bewerking (F(1, 48)=10.04, p=.003), aflezen van maten uit een (werk)tekening (F(1, 48)=8.01,
p=.007) en formules herkennen als vuistregel of als rekenvoorschrift (F(1, 48)=6.13, p=.017). Op
al deze drie omschrijvingen scoorden de respondenten op de internetvragenlijst hoger dan de
telefonisch geïnterviewden. Dit was net als bij de leraren uit de brugklassen een aanwijzing dat
de aanvankelijke nonrespondentgroep minder pessimistisch was dan de groep die de
webenquête voor de sluitingsdatum heeft ingevuld. Het ging echter om een klein aantal
telefonisch bevraagden (N=7) en multivariaat is er geen effect.
Tabel 18 Gemiddelden rekenen eindexamenklassen
N
M
sd
min
max
58
2.72
.73
1.0
4.5
58
2.96
.72
1.0
4.0
57
3.01
.65
1.5
4.5
58
3.18
.65
2.0
5.0
cirkel
56
2.38
.71
1.5
4.5
Inhoud berekenen
56
2.93
.54
1.5
4.5
56
2.44
.76
1.0
4.0
56
3.00
.63
2.0
4.5
56
2.71
.62
1.5
4.0
55
3.33
.63
2.0
5.0
55
3.31
.57
2.0
5.0
Paraat hebben
Getallen
Symbolen zoals < en > gebruiken
Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en
wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen
Verhoudingen
1 op de 5 Nederlanders is hetzelfde als ‘een vijfde deel van alle
Nederlanders’
Verhoudingen met elkaar vergelijken en daartoe een passend
rekenmodel kiezen, bijvoorbeeld een verhoudingstabel
Meten en meetkunde
Namen vlakke figuren: vierkant, ruit, parallellogram, rechthoek,
Verbanden
Snijpunt (twee rechte lijnen, snijpunten met de assen)
Regelmatigheden in een tabel beschrijven met woorden,
grafieken en eenvoudige (woord)formules
Functioneel gebruiken
Getallen
Schatten van een uitkomst
Situaties vertalen naar een bewerking: 350 blikjes nodig, ze
zijn verpakt per 6
Pagina 19/54
December 2011
HJ1.12.035
Verhoudingen
Notatie van breuken, decimale getallen en procenten
herkennen en gebruiken
Vergroting als toepassing van verhoudingen: Een foto wordt
met een kopieermachine 50% vergroot. Hoe veranderen lengte
en breedte van de foto?
56
3.53
.69
2.0
5.0
55
2.70
.80
1.0
4.0
54
3.73
.60
2.5
5.0
54
3.07
.69
1.5
4.5
55
3.29
.69
2.0
4.5
Meten en meetkunde
Aflezen van maten uit een (werk)tekening, plattegrond
werktekening eigen tuin
Samenhang tussen omtrek, oppervlakte en inhoud (hoe
verandert de inhoud van een doos als alleen de lengte wordt
gewijzigd, als alle maten evenveel vergroot worden?)
Verbanden
Formules herkennen als vuistregel of als rekenvoorschrift en
omgekeerd: een mijl is ongeveer anderhalve kilometer; aantal
mijlen ≈ 1,5 × aantal km
Kwantitatieve informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken
gebruiken om berekeningen uit te voeren en conclusies te
trekken: vergelijkingen tussen producten maken op basis van
informatie
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
Alleen de webenquête
De URL van de webenquête werd in totaal 73 maal benaderd. Zeventien docenten hebben
echter niets ingevuld. Van de resterende 56 leraren hebben er slechts 36 de vragenlijst volledig
ingevuld, maar er waren 12 leraren die een klein deel van de vragen hebben overgeslagen.
Daarnaast waren er drie docenten die slechts de helft van de vragen konden beantwoorden,
omdat ze alleen in één van beide leerwegen werkzaam waren.
De vragen in de webenquête werden opnieuw onderverdeeld volgens de indeling in de vier
domeinen die in de referentieniveaus worden onderscheiden, te weten getallen, verhoudingen,
meten en meetkunde en verbanden. Daarnaast werd onderscheid gemaakt tussen het paraat
hebben van kennis en vaardigheid en het functioneel gebruik ervan. Ook hier was het weinig
zinvol om op itemniveau te rapporteren; het totaal aantal items bedraagt 110. In Tabel19 staan
de betrouwbaarheden van de onderscheiden groepen items.
Tabel 19 Betrouwbaarheid van de domeinen binnen rekenen; eindexamenjaar
BB
N
Nitems
KB
α
N
Nitems
α
Paraat hebben
getallen
52
7
.83
52
7
.77
verhoudingen
49
9
.80
53
9
.86
meten en meetkunde
50
11
.76
51
11
.87
verbanden
50
9
.81
51
9
.85
Functioneel gebruiken
Pagina 20/54
December 2011
HJ1.12.035
getallen
50
6
.78
50
6
.74
verhoudingen
50
3
.63
51
3
.71
meten en meetkunde
49
7
.83
49
7
.86
verbanden
49
3
.78
50
3
.78
Noot. N: aantal respondenten; Nitems: aantal items in schaal; α: betrouwbaarheidscoëfficiënt
De betrouwbaarheden zijn lager dan die van de schalen voor de brugklassen, maar het aantal
items per schaal was gemiddeld dan ook kleiner. De betrouwbaarheid van de schaal
verhoudingen bij functioneel gebruiken is eigenlijk te laag, maar voor onderzoeksdoeleinden
kunnen er wel somscores worden berekend. De gemiddelde scores, minimum- en
maximumscore en standaardafwijkingen staan in Tabel 20.
In de basisberoepsgerichte leerweg voorzien de respondenten bij rekenen meer problemen dan
bij taal; op de helft van de domeinen bij rekenen werd hoger gescoord dan 3.5, een aanwijzing
dat er binnen die domeinen toch wel vrij grote problemen worden verwacht. Het betreft het
paraat hebben van kennis en vaardigheid omtrent verhoudingen en het functioneel gebruik van
verhoudingen, meten en meetkunde en verbanden.
In de kaderberoepsgerichte leerweg wijkt het beeld bij rekenen niet veel af van het beeld bij
taal.
Tabel 20 Gemiddelde scores, minima, maxima en spreiding per domein; klas 4
BB
M
min
KB
max
sd
M
min
max
sd
Paraat hebben
getallen
3.23
1.86
4.29
.57
2.38
1.29
3.29
.45
verhoudingen
3.63
2.67
4.44
.42
2.77
1.67
4.00
.49
meten en meetkunde
3.42
2.73
4.36
.38
2.72
1.73
4.00
.48
verbanden
3.27
2.13
4.56
.53
2.46
1.44
3.56
.50
Functioneel gebruiken
getallen
3.31
2.17
4.17
.52
2.50
1.33
3.50
.49
verhoudingen
3.74
3.00
4.67
.46
2.95
1.67
4.33
.60
meten en meetkunde
3.54
2.29
4.43
.55
2.80
1.43
4.00
.57
verbanden
3.54
2.33
4.67
.62
2.81
1.33
4.00
.59
Noot. M: gemiddelde score, min: minimumscore, max: maximumscore, sd: standaardafwijking
Ook voor de eindexamenklassen werd nagegaan of functioneel gebruiken moeilijker werd
geacht en volgens de leraren dus meer problemen zou opleveren dan paraat hebben. Omdat dit
verwacht werd en paraat hebben als eerste in de vergelijking werd gedaan, werden er
significant negatieve t-waarden verwacht, zie Tabel 21.
Tabel 21 Verschillen tussen paraat hebben en functioneel gebruik bij rekenen
t
df
p
r
p
BB
getallen
-.97
50
ns
.62
<.001
verhoudingen
-1.58
50
hs
.52
<.001
meten en meetkunde
-1.75
49
ns
.60
<.001
verbanden
-4.81
49
<.001
.77
<.001
KB
Pagina 21/54
December 2011
HJ1.12.035
getallen
-1.39
51
ns
.54
<.001
verhoudingen
-2.56
51
.014
.70
<.001
meten en meetkunde
-1.65
50
ns
.78
<.001
verbanden
-5.53
50
<.001
.66
<.001
Noot. t: toetsingsgrootheid, df: aantal vrijheidsgraden, p: overschrijdingskans, r: correlatie tussen oordeel
over paraat hebben en functioneel gebruiken, ns: niet significant, i.e. p>.05
In tegenstelling tot het verschil tussen paraat hebben en functioneel gebruik in de brugklassen,
waar het functioneel gebruik van getallen en verhoudingen als moeilijker werd beoordeeld dan
het paraat hebben van kennis daaromtrent, werd in de eindexamenklassen het functioneel
gebruik van kennis en vaardigheid omtrent verbanden als problematischer gezien dan het
paraat hebben ervan. Dat gold voor beide leerwegen. In de kaderberoepsgerichte leerweg lijkt
het functioneel gebruik van verhoudingen ook als problematischer te worden beoordeeld dan
paraat hebben, maar dit kan ook een gevolg zijn van kanskapitalisatie als gevolg van het aantal
uitgevoerde t-toetsen. Ook hier is weer sprake van een substantieel beoordelaarseffect gezien
de correlaties tussen de oordelen over paraat hebben en functioneel gebruik.
3.3 Conclusies
De respons op beide typen enquêtes, de internetvragenlijst en de telefonische interviews, was
buitengewoon teleurstellend. In totaal ging het bij elke vragenlijst (taal brugklas en
eindexamenklas, rekenen brugklas en eindexamenklas) om een respons van circa 50 a 60 op
400 aangeschrevenen, dat is tussen de 12½ en 15%. Gemiddeld gesproken verwachtten de
respondenten wel enige problemen bij het bereiken van de referentieniveaus van hun leerlingen
in de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen. In het algemeen waren de respondenten
negatiever over de beheersing van de referentieniveaus voor rekenen dan die voor taal. Zoals
verwacht beoordeelden leraren in de eerste klassen hun leerlingen in de kaderberoepsgerichte
leerweg beter dan hun leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg. In de eindexamenklassen
verwachtten leraren ook meer van hun leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg dan van
hun leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg ten aanzien van beheersing van de
referentieniveaus 2F. Bij de enquêtes voor rekenen is enige voorzichtigheid geboden omtrent
de representativiteit van de responsgroep. Het lijkt erop dat diegenen die de webenquêtes voor
rekenen hebben ingevuld, negatiever oordelen over hun leerlingen dan diegenen die telefonisch
zijn geïnterviewd. Als de laatste respondenten representatief zijn voor de non-respondenten,
kan de webenquête een vertekend beeld opleveren. Het aantal respondenten bij de
telefonische vraaggesprekken was echter uitermate gering. Daarnaast zou er sprake kunnen
zijn van een effect van de bevragingsmethode. Wellicht zijn respondenten geneigd om bij
telefonische interviews minder negatief te reageren dan bij een internetvragenlijst. Ten slotte is
er bij alle enquêtes een zeer substantieel beoordelaarseffect. Respondenten die geneigd zijn
positief te oordelen over hun leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg doen dat ook over
hun leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg, en respondenten die negatief oordelen over
hun leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg doen dat ook over hun leerlingen in de
kaderberoepsgerichte leerweg. Er bestaan tevens substantiële correlaties tussen de oordelen
over respectievelijk “paraat hebben” en “functioneel gebruiken” bij rekenen. Opvallend is dat de
resultaten van het onderzoek in grote lijnen sterk overeenkomen met de enquête die door
onderzoeksbureau R&M onlangs is uitgevoerd (Got It?!, 2012). De respons in dat onderzoek
was overigens nog lager dan de respons in het door ons uitgevoerde onderzoek, zij bedroeg
slechts 7,8%.
Pagina 22/54
December 2011
HJ1.12.035
4
DISCUSSIE EN AANBEVELINGEN
Gedurende de schoolloopbaan worden er bij de verschillende overstappen van de ene naar de
andere schoolsoort tekorten in taal- en rekenvaardigheden vastgesteld. Zo ook bij de overgang
van vmbo naar mbo (Hofman & Spijkerboer, 2009). Dat werpt de vraag op hoe het met de taalen rekenbeheersing van vmbo-ers is gesteld. Onderzocht is hoe leraren het taal- en
rekenniveau van hun leerlingen beoordelen in het eerste leerjaar en in het examenjaar van de
beroepsgerichte leerwegen.
Door middel van een vragenlijstonderzoek onder leerkrachten werd beoogd op bovenstaande
vraag een antwoord te vinden. Echter, de respons van 15% was buitengewoon teleurstellend.
Zeker gezien het gebruik van twee typen enquêtes, een internetvragenlijst en telefonische
interviews. In totaal ging het bij elke vragenlijst (taal eerste klas en eindexamenklas, rekenen
eerste klas en eindexamenklas) om een respons van circa 50 a 60 op 397 aangeschrevenen.
De vraag naar de eisen die leraren aan hun leerlingen in de eerste klas stellen, is vertaald naar
rapportcijfers met betrekking tot het instroomniveau van leerlingen bij taal en rekenen. Het
ijkpunt was referentieniveau 1F. Volgens verwachting beoordeelden leraren in de eerste
klassen hun leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg hoger dan hun leerlingen in de
basisberoepsgerichte leerweg. Bovendien waren zij positiever over het beheersingsniveau van
taal dan voor rekenen. De taalbeheersing van niveau 1F in de basisberoepsgerichte leerweg
werd als zorgelijk ervaren. Alle gemiddelde scores op de bevraagde referentie-ijkpunten waren
met uitzondering van het gemiddelde voor spreekvaardigheid onvoldoende. De gemiddelde
scores op de bevraagde referentie-ijkpunten voor de kaderberoepsgerichte leerweg lagen
rondom de 6 (“voldoende”). Het beeld bij rekenen was minder rooskleurig dan bij taal; op maar
liefst negen van de zestien bevraagde referentie-ijkpunten werd een onvoldoende gegeven. In
de basisberoepsgerichte leerweg zagen we geen voldoendes. In de kaderberoepsgerichte
leerweg scoorde alleen het functioneel gebruik van getallen en verhoudingen een onvoldoende,
op de overige referentie-ijkpunten werd voldoende gescoord.
Het is interessant deze resultaten te spiegelen aan andere recente bevindingen. Uit 20 jaar
peilingsonderzoek blijkt uit de jaarvergelijkingen dat het niveau van het basisonderwijs vrij
stabiel is met uitzondering van rekenen (Van der Schoot, 2008). De trend die in de ontwikkeling
van rekenvaardigheid werd gevonden betrof een opgaande lijn voor basale rekenvaardigheden
en een neerwaartse lijn voor bewerkingsopgaven. Opvallend is ook dat in de
peilingsonderzoeken het bereikte niveau lager is dan door de geraadpleegde experts werd
gewenst. Het positievere beeld voor taal blijkt dus ook uit het peilingsonderzoek evenals de
zorg over het beheersingsniveau van taal en rekenen. Vanuit het algemene beeld kan worden
ingezoomd op specifieke onderzoeksgebieden. In haar proefschrift onderzocht Schijf (2009) de
geletterdheid, dat wil zeggen het lezen en spellen, van ongeveer 700 brugklassers in
verschillende vo-typen. Zevenentwintig procent van de vmbobasisberoepsgerichte-leerlingen
bleek een achterstand van twee jaar of meer te hebben op de vaardigheid technisch lezen.
Zoals in de inleiding vermeld zijn in de Cito-peilingen aanzienlijke deficiënties gevonden ten
aanzien van de beheersing van de referentieniveaus voor rekenen door leerlingen in de
beroepsgerichte leerwegen van het vmbo.
Ter beantwoording van de tweede onderzoeksvraag is aan vmbo-leraren gevraagd hoe zij het
taal- en rekenniveau van hun leerlingen taxeren als deze leerlingen het vmbo verlaten. In de
Pagina 23/54
December 2011
HJ1.12.035
eindexamenklassen verwachten leraren zoals verwacht meer van hun kaderberoepsgerichte
leerlingen dan van hun basisberoepsgerichte leerlingen ten aanzien van beheersing van de
referentieniveaus 2F. De gemiddelde scores voor de taalvaardigheden in de
basisberoepsgerichte leerweg wezen erop dat de leraren het bereiken van het referentieniveaus
2F door hun eindexamenkandidaten enigszins als een probleem ervaren. In de
kaderberoepsgerichte leerweg werd het beheersingsniveau 2F voor taal als nauwelijks een
probleem tot enigszins een probleem ervaren. In de eindexamenklassen vonden leraren het
beheersingsniveau rekenen in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg
enigszins problematisch. Het meest problematische domein vond men verhoudingen. Bij het
onderscheid tussen functioneel gebruik en paraat hebben bleek dat het functioneel gebruik van
verhoudingen in beide leerwegen als problematischer wordt beoordeeld dan het paraat hebben.
De leraren in ons onderzoek lijken positiever over de verwachte leerprestaties te oordelen dan
op grond van onderzoek naar leerlingprestaties kan worden aangetoond. In de eerste monitor
van het reken- en taalonderwijs (CITO, 2009) bleek dat aan het eind van het vmbo de meeste
leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg het 2F-niveau niet hadden gehaald (87% voor
rekenen, 77% voor taal). Ook in de tweede monitor (CITO, 2011) bleek dat 88% van de
eerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg het 2F-niveau voor rekenen niet beheerst en 71%
van de leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg het 2F-niveau voor taalverzorging niet
beheerst. Ook voor vmbo kaderberoepsgerichte leerweg vielen de prestaties voor rekenen en
taalverzorging tegen. Er was echter één lichtpuntje: in 2010 presteerden de leerlingen in de
kaderberoepsgerichte leerweg aanzienlijk beter op lees- en luistervaardigheid dan in 2009.
Daarbij zijn twee opmerkingen op hun plaats. Ten eerste is in het hier gepresenteerde
onderzoek het onderdeel taalverzorging niet apart bevraagd. Dat zou kunnen betekenen dat
leraren dit onderdeel niet hebben laten meewegen in hun beoordeling van de taalvaardigheid
op de bevraagde domeinen: mondelinge vaardigheid, lezen, en schrijven. Al eerder toonde
Hacquebord (2007) aan dat 24% van de vmbo-leerlingen niet in staat is schoolboekteksten
begrijpend te lezen. Het geschikte tekstniveau voor deze leerlingen is volgens de onderzoeker
te vinden in groep 7 van de basisschool. Ten tweede zijn de gegevens van het Cito gebaseerd
op de afname van het meetinstrument diagnostische toetsen. Het vooronderzoek naar de
rekentoets voor het voortgezet onderwijs laat andere resultaten zien. Daar zijn de percentages
voor de beheersing van niveau 2F voor leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de
kaderberoepsgerichte leerweg flink hoger, i.e., respectievelijk 24% en 48%, terwijl leerlingen in
de gemende en theoretische leerweg het iets minder goed doen (67%). Daarbij moet worden
aangetekend dat de aantallen leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de
kaderberoepsgerichte leerweg in dit vooronderzoek kleiner waren dan 300, waardoor de
betrouwbaarheidsintervallen van de geschatte percentages relatief groot zijn. Het 95%
betrouwbaarheidsinterval van de schatting van het percentage beheersing onder leerlingen in
de basisberoepsgerichte leerweg op grond van afname van de diagnostische toetsen ligt tussen
9% en 16%, voor leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg tussen 32% en 41% en dat
voor leerlingen in de gemengde en theoretische leerweg tussen 69% en 74%. Gezien de
discrepanties tussen de resultaten van verschillend onderzoek lijkt er nogal wat af te dingen op
de schattingen van de percentages leerlingen uit het vmbo die het referentieniveau 2F in het
eindexamenjaar beheersen.
Welke witte vlekken worden geconstateerd?
Uit onderzoek van Duo Market Research (2010) bleek dat vmbo-scholen knelpunten bij de
invoering van het referentiekader verwachtten. Het hier gepresenteerde onderzoek bevestigde
dit beeld, maar heeft tevens nader ingezoomd op de specifieke domeinen en de daarbij
behorende vaardigheden van het referentiekader. Voor de taaldomeinen werden geen grote
problemen voorzien voor het behalen van niveau 2F. Voor de beroepsgerichte leerweg werd het
beheersingsniveau enigszins als probleem ervaren en voor de kaderberoepsgerichte leerweg
Pagina 24/54
December 2011
HJ1.12.035
nauwelijks als een probleem. Als knelpunten werd gesignaleerd het lezen van adolescentenen volwassenenliteratuur gevolgd door mondelinge vaardigheden, en het lezen van zakelijke
teksten. In dit onderzoek is niet gekeken naar het onderdeel taalverzorging. Uit andere
onderzoeken is gebleken dat ook dit onderdeel aandacht behoeft (vgl Schijf, 2009). Voor
rekenen werden de grootste problemen gesignaleerd binnen het domein verhoudingen, zowel
wat betreft paraat hebben van kennis en vaardigheid als het functioneel gebruik ervan. Dat geld
zowel in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg. Daarnaast
voorzag men problemen bij het functioneel gebruik van kennis en vaardigheid binnen de
domeinen meten en meetkunde en verbanden.
Aanbevelingen
Ten slotte worden enkele aanbevelingen voor het reken- en taalonderwijs gedaan. De wet
referentiekader Nederlandse taal en rekenen vormt de basis voor (aanpassing van)
lesmethoden, leermiddelen, toetsen, examens en het ontwerp van taal- en rekenonderwijs
binnen scholen en opleidingen. Leerlingen die in 2013-2014 examen afleggen, zullen voor het
eerst met de toetsing van deze referentieniveaus te maken krijgen. Zo zal een rekentoets deel
uitmaken van het eindexamen. Leerlingen zullen dus moeten worden voorbereid op deze
nieuwe situatie. Op basis van bovenstaande bevindingen is substantiële aandacht voor
rekenen in het vmbo noodzakelijk, in het bijzonder binnen de basisberoepsgerichte leerweg.
Voor taal is het beeld (per domein) genuanceerder, maar behoeft het verhogen en onderhouden
van de taalvaardigheid ook zeker aandacht. Hacquebord (2007) pleit bijvoorbeeld voor een
speciale leescursus met aandacht voor woordenschat en taalactivering.
Vmbo-scholen geven er de voorkeur aan om Nederlands gedeeltelijk geïntegreerd en
gedeeltelijk als apart vak aan te bieden (Bonset, Ebbers en Malherbe, 2006; Bonset & Ebbers,
2007). De onderzoekers concluderen echter dat de mate van integratie niet erg hoog is, al
wordt het aanbod wel afgestemd op andere vakken. Dit geldt voor schrijfvaardigheid
(sectorwerkstuk), mondelinge vaardigheden en leesvaardigheid. Bonset en Ebbers pleiten voor
een heldere leerlijn en vakdidactiek. Ook voor integratie van rekenen in de vakken is steeds
meer aandacht. SLO zal in samenwerking met de SLOA+-instellingen een onderzoek op dit
terrein ondernemen. Op dit moment is rekenen geen schoolvak in het voortgezet onderwijs. De
vraag is hoe de rekenvaardigheden toch kunnen worden verhoogd.
In het mbo is in de afgelopen jaren een aanpak ontwikkeld die ook voor de aanpak van de
geconstateerde problemen in het vmbo een handreiking kan doen. Het betreft de Drieslag Taal
(Bolle, 2009), die ook voor rekenen is uitgewerkt (Steunpunt taal en rekenen mbo, 2010). De
drieslag houdt in dat onderscheid wordt gemaakt tussen taal- of rekenaanbod in de vakken, in
afzonderlijke lessen Nederlandse taal of rekenen en in een remediërend aanbod: extra
‘bijspijkerlessen’. Voor taal zou dit betekenen dat het lezen en schrijven van zakelijke teksten
aandacht kan krijgen in de vakken en in de lessen Nederlands. Het lezen van literatuur kan
plaatsvinden in de lessen Nederlands en het onderdeel taalverzorging in de lessen Nederlands
of in de bijspijkerlessen. Voor rekenen is ten eerste extra aandacht voor de instroom in de
basisberoepsgerichte leerweg noodzakelijk. Deze aandacht blijft gedurende het gehele vmbotraject noodzakelijk. Bij de instroom in de kaderberoepsgerichte leerweg is meer aandacht voor
functioneel gebruik van kennis en vaardigheid binnen de domeinen getallen en verhoudingen
wenselijk. Bij de uitstroom zou meer nadruk gelegd kunnen worden op het domein
verhoudingen. In termen van de drieslag zou aandacht voor deze vaardigheden passen in een
afzonderlijk of algemeen rekenaanbod of in zogenaamde bijspijkerlessen. Op grond van de
resultaten van dit onderzoek kan voor taal de aanbeveling worden gedaan om in de
beroepsgerichte leerwegen van het vmbo meer aandacht te besteden aan luistervaardigheid en
het lezen van zakelijke teksten. Voor rekenen kan worden aanbevolen om in elk geval aan het
domein verhoudingen meer aandacht te besteden, omdat in dat domein zowel binnen de
Pagina 25/54
December 2011
HJ1.12.035
basisberoepsgerichte leerweg als de kaderberoepsgerichte leerweg en zowel voor paraat
hebben als voor functioneel gebruik de beoordelingen in grote lijnen het slechtst zijn. Dat zou
ten koste kunnen gaan van de aandacht voor het domein getallen, omdat daar in het
eindexamenjaar de minste problemen worden verwacht. Omdat het domein getallen gedeeltelijk
is geïntegreerd in andere domeinen, zou de specifieke aandacht voor getallen in de loop van de
tijd wellicht verminderd kunnen worden. Gezien de lage respons en de mogelijke nietrepresentativiteit van de steekproef moeten we echter wel een slag om de arm houden.
Ofschoon er slechts weinig extra telefonische interviews werden voltooid, blijkt uit met name de
gegevens voor rekenen dat de telefonisch geïnterviewden in het algemeen positiever stonden
ten opzichte van het beheersingsniveau van hun leerlingen dan de respondenten op de
webenquête. Gezien de resultaten van onderzoek van het Cito (2009, 2011) lijken leraren in de
beroepsgerichte leerwegen van het vmbo te optimistisch te zijn over de beheersing van de
referentieniveaus. Immers, volgens de resultaten van dit onderzoek zou in elk geval minder dan
een kwart van de leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en minder dan de helft van de
leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg de referentieniveaus beheersen. De leraren
beoordelen de beheersing van taal en rekenen op niveau 1F in het eerste leerjaar van de
basisberoepsgerichte leerweg wel als twijfelachtig respectievelijk onvoldoende. Ook wordt de
beheersing van taal en rekenen op niveau 2F in het eindexamenjaar van de
basisberoepsgerichte leerweg meer dan ‘enigszins problematisch’ geacht. Maar in de
kaderberoepsgerichte leerweg wordt de beheersing van niveau 1F in het eerste leerjaar voor
zowel taal als rekenen als voldoende beoordeeld en de beheersing van niveau 2F in het
eindexamenjaar als het midden houdend tussen ‘nauwelijks problematisch’ en ‘enigszins
problematisch’. Hoe deze discrepantie tussen onderzoeksgegevens omtrent leerling-prestaties
en oordelen van leraren moet worden geïnterpreteerd, is onduidelijk. Wellicht zijn leraren
inderdaad te optimistisch. Anderzijds geven de toetsen die in de vooronderzoeken van het Cito
zijn gebruikt, wellicht een niet geheel betrouwbaar beeld. Hoe het ook zij, er is voldoende reden
om te twijfelen aan de haalbaarheid van de referentieniveaus voor taal en rekenen in de
basisberoepsgerichte leerweg.
Pagina 26/54
December 2011
HJ1.12.035
5 LITERATUUR
Ballering, C. Sturen op kwaliteit. Effectief onderwijs voor de basisvaardigheden. In: Oosterman,
J., Ballering, C., Puper, H. Gelderblom, G., Haaksma, T. & Schouten, E. (2009). Taal en
rekenen op de grens van voortgezet onderwijs en mbo, hbo eb wo. Amersfoort: CPS, pp.
37-44.
Bolle, T. (2009). Drieslag Taal. Praktijkboek taalbeleid Nederlands in mbo. Amsterdam: ITTA.
Bonset, H., Ebbers, D. & Malherbe, S. (2006). Nederlands in het vmbo. Een enquête onder
docenten. Enschede: SLO.
Bonset , H.& Ebbers, D. (2007). Nederlands in het vmbo. Interviews en casestudies. Enschede:
SLO.
Cito (2011). Meting taal en rekenen 2010. Tweede meting: een indicatie van leerprestaties in
termen van het referentiekader. Arnhem: CITO.
Cito (2009). Monitor taal en rekenen. Eerste meting: Een indicatie van leerprestaties in termen
van het referentiekader. Arnhem: CITO.
Duo Market Research (2010). Onderzoek Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in
het VMBO in opdracht van Stichting Platforms VMBO.
http://www.platformsvmbo.nl/actueel/laatstenieuws/Uitslag_enqu%C3%AAte_taal_en_rekenen.
d oc/: Powerpoint presentatie.
Got It?! (2012). De stand van rekenen in Nederland. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.
Hacquebord, H. (2007). De leesvaardigheid van vmbo-leerlingen. In: D. Schram (red.). Lezen in
het vmbo, onderzoek -interventie- praktijk. Pag. 55-75. Delft: Eburon.
Hofman, R. & Spijkerboer, A. (2009). Ervaren deficiënties door havo- en mbo-opleidingen in de
basisbagage van vmbo’ers. Studie in opdracht van de Onderwijsraad. Den Haag:
Onderwijsraad.
Inspectie van het onderwijs (2009).Basisvaardigheden rekenen in het voortgezet onderwijs.
Resultaten van een inspectieonderzoek naar de rekenvaardigheid in de onderbouw van het
voortgezet onderwijs. Utrecht: onderwijsinspectie.
Inspectie van het onderwijs (2008). Basisvaardigheden taal in het voortgezet onderwijs. Utrecht:
Inspectie van het Onderwijs.
Meijer, J. & Mellink, E. (2000). Belasting van leerlingen en leergedrag in de basisvorming.
Amsterdam: SCO Kohnstamm Instituut.
Meije, J. (2007). Correlates of student stress in secondary education. Educational Research,
49(1), 21-35.
Schijf, G.M. (2009). Lees- en spellingvaardigheden van brugklassers. Docroral dissertation.
Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.
Steunpunt taal en rekenen mbo (2010). Drieslag functioneel rekenen. Ede: Steunpunt taal en
rekenen mbo: brochure.
Pagina 27/54
December 2011
HJ1.12.035
6 BIJLAGE I
RAPPORTAGE OP ITEMNIVEAU
Taal VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v12_I1 Kenmerken - Adequate spelling (woordsysteem, afbreekregels, werkwoordspelling): BB
4.04
1.35
1
6
v4_E1 Kenmerken - Onderscheidt verhalende, informatieve, instructieve en betogende teksten: BB
4.24
1.57
1
7
v12_G1 Kenmerken - Voorziet een brief van datering, adressering, aanhef en ondertekening: BB
4.24
1.72
1
8
v4_G1 Kenmerken - Kan aantekeningen bij een gesproken tekst maken: BB
4.39
1.54
1
7
v2_D1 Kenmerken - Gebruikt in gesprekken passende routines: BB
4.40
1.51
1
7
v2_C1 Kenmerken - Kan gesprekken voeren om instructie te geven: BB
4.52
1.42
1
7
v8_E1 Kenmerken - Legt relaties tussen de tekst en meer algemene kennis: BB
4.53
1.18
2
7
v10_A1 Kenmerken - Herkent structuuraanwijzingen; plaats en tijd of rijm en versvorm: BB
4.56
1.36
1
6
v4_A1 Kenmerken - Haalt hoofdzaken uit de gesproken tekst: BB
4.57
1.50
1
8
v4_B1 Kenmerken - Kan informatie en meningen interpreteren: BB
4.59
1.41
1
7
v4_D1 Kenmerken - Kan globaal, gericht, precies luisteren: BB
4.61
1.37
1
7
v10_B1 Kenmerken - Kan gedichten en verhalen samenvatten: BB
4.64
1.52
1
7
v8_D1 Kenmerken - Kan informatie en meningen interpreteren: BB
4.67
1.35
1
7
v7_C1 Leesvaardigheid Zakelijke teksten Kan zakelijke teksten met een eenvoudige structuur en lage informatiedichtheid lezen -
4.69
1.40
1
7
v8_H1 Kenmerken - Kan met tekstschema’s werken: BB
4.73
1.47
1
7
v12_D1 Kenmerken - Gebruikt basisconventies voor een brief (Beste, geachte, ..): BB
4.73
1.64
1
8
v8_B1 Kenmerken - Heeft voldoende woordenschat: BB
4.76
1.28
1
7
v12_C1 Kenmerken - Meest frequente voegwoorden (maar, en, want, omdat) zijn correct gebruikt: BB
4.76
1.42
2
8
v8_A1 Kenmerken - Kan vloeiend lezen: BB
4.78
1.43
2
8
v12_B1 Kenmerken - Navolgbare opbouw: BB
4.89
1.17
2
7
• Betogend (zaakvakteksten, advertenties, algemeen nieuws in de krant): BB
Pagina 28/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Gemiddelde
SD
min
max
4.91
1.20
2
7
5.00
1.43
2
8
v12_E1 Kenmerken - Kent het verschil tussen formeel en informeel schrijven: BB
5.02
1.74
1
10
v6_A1 Kenmerken - Maakt zijn gedachtegang begrijpelijk voor de luisteraar: BB
5.04
1.36
1
7
v2_B1 Kenmerken - Voert gesprekken om informatie en meningen uit te wisselen: BB
5.06
1.43
2
8
v6_B1 Kenmerken - Richt zich op het spreekdoel: BB
5.07
1.21
1
7
v7_A1 Leesvaardigheid Zakelijke teksten Kan zakelijke teksten met een eenvoudige structuur en lage informatiedichtheid lezen -
5.07
1.36
2
8
v4_F1 Kenmerken - Kan een oordeel over een gesproken tekst uitspreken: BB
5.09
1.49
1
7
v2_F1 Kenmerken - Beschikt over een voldoende woordenschat, maar weinig variatie: BB
5.10
1.57
1
7
v11_D1 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Aantekeningen maken: BB
5.11
1.51
2
8
v8_G1 Kenmerken - Kan informatie opzoeken in naslagwerken: BB
5.13
1.41
2
7
v12_A1 Kenmerken - Schrijfdoel wordt bereikt: BB
5.13
1.18
2
8
v3_B1 Luisteren Kan luisteren naar eenvoudige instructie gerelateerd aan teksten over de leefwereld: - • Als lid van een live-
5.15
1.51
2
8
v4_C1 Kenmerken - Legt een relatie tussen de gesproken tekst en eigen ervaring: BB
5.15
1.38
1
7
v8_F1 Kenmerken - Kan een oordeel over de tekst geven: BB
5.16
1.40
2
7
v6_E1 Kenmerken - Beschikt over een voldoende woordenschat, maar weinig variatie: BB
5.18
1.43
2
8
v9_A1 Fictie en verhalen - Kan jeugdliteratuur belevend, dat wil zeggen ter ontspanning, lezen (proza en poëzie): BB
5.18
1.57
1
7
v1_B1 Mondelinge vaardigheid Gespreksvaardigheid Kan eenvoudige gesprekken voeren over de leefwereld: - • Informatie
5.18
1.49
2
7
v2_A1 Kenmerken - Kan gesprekken beginnen, gaande houden en beëindigen: BB
5.20
1.37
2
8
v12_H1 Kenmerken - Besteedt aandacht aan de opmaak van een tekst (bladspiegel, plaatjes): BB
5.27
1.80
1
10
Omschrijving
v11_E1 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Verslag of werkstuk met
samenvatting van verschillende bronnen: BB
v7_B1 Leesvaardigheid Zakelijke teksten Kan zakelijke teksten met een eenvoudige structuur en lage informatiedichtheid lezen • Instructief (zaakvakteksten, advertenties, algemeen nieuws in de krant): BB
• Informatief (zaakvakteksten, naslagwerken, internetteksten): BB
publiek: BB
uitwisselen: BB
Pagina 29/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v10_E1 Kenmerken - Kan dramatische passages aanwijzen: BB
5.29
1.47
2
8
v1_A1 Mondelinge vaardigheid Gespreksvaardigheid Kan eenvoudige gesprekken voeren over de leefwereld: - • Deelname aan
5.32
1.25
2
8
v6_C1 Kenmerken - Gebruikt passend taalgebruik bij het publiek: BB
5.38
1.39
2
8
v10_D1 Kenmerken - Kan relaties leggen tussen de tekst en de werkelijkheid: BB
5.38
1.28
2
8
v5_A1 Spreekvaardigheid Kan een monoloog houden: - • Een eenvoudige beschrijving geven: BB
5.40
1.39
2
8
v2_E1 Kenmerken - Kan de gesprekspartner volgen: BB
5.42
1.44
2
9
v10_C1 Kenmerken - Leeft met de hoofdpersoon mee en kan het gevoel van deze persoon beschrijven: BB
5.44
1.31
2
8
v3_A1 Luisteren Kan luisteren naar eenvoudige instructie gerelateerd aan teksten over de leefwereld: - • Instructie: BB
5.48
1.28
2
8
v11_F1 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een verhaal op basis van
5.53
1.24
2
9
5.54
1.46
2
9
v10_F1 Kenmerken - Herkent emoties inde tekst: BB
5.56
1.37
2
8
v6_D1 Kenmerken - Kan hulpmiddelen gebruiken: BB
5.71
1.27
2
8
v11_C1 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een eenvoudig
5.76
1.45
2
10
v12_F1 Kenmerken - Gebruikt veel voorkomende woorden: BB
5.76
1.40
2
8
v6_F1 Kenmerken - Gebruikt eenvoudige zinsconstructies: BB
5.80
1.42
2
9
v5_B1 Spreekvaardigheid Kan een monoloog houden: - • Verslag uitbrengen over gebeurtenissen of ervaringen: BB
5.87
1.16
3
8
v11_A1 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een briefje, kaart of email
5.89
1.34
2
8
v6_G1 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: BB
5.91
1.44
2
9
v11_B1 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een kort bericht of
5.93
1.25
2
8
v2_H1 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: BB
6.00
1.55
3
10
v2_G1 Kenmerken - Gebruikt eenvoudige zinsconstructies: BB
6.04
1.62
2
9
discussie of overleg: BB
ervaringen of fantasieën: BB
v3_C1 Luisteren Kan luisteren naar eenvoudige instructie gerelateerd aan teksten over de leefwereld: - • Op radio en tv en
gesprekken op internet: BB
standaardformulier invullen: BB
om te bedanken, uit te nodigen, te feliciteren: BB
boodschap met eenvoudige informatie: BB
Pagina 30/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
Taal VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
v12_I2 Kenmerken - Adequate spelling (woordsysteem, afbreekregels, werkwoordspelling): KB
5.33
1.33
2
8
v12_G2 Kenmerken - Voorziet een brief van datering, adressering, aanhef en ondertekening: KB
5.42
1.54
2
8
v4_E2 Kenmerken - Onderscheidt verhalende, informatieve, instructieve en betogende teksten: KB
5.57
1.22
2
8
v2_D2 Kenmerken - Gebruikt in gesprekken passende routines: KB
5.58
1.53
1
8
v10_A2 Kenmerken - Herkent structuuraanwijzingen; plaats en tijd of rijm en versvorm: KB
5.69
1.36
2
9
v10_B2 Kenmerken - Kan gedichten en verhalen samenvatten: KB
5.69
1.33
2
8
v2_C2 Kenmerken - Kan gesprekken voeren om instructie te geven: KB
5.76
1.39
3
8
v4_A2 Kenmerken - Haalt hoofdzaken uit de gesproken tekst: KB
5.76
1.12
3
8
v4_G2 Kenmerken - Kan aantekeningen bij een gesproken tekst maken: KB
5.80
1.20
2
8
v8_H2 Kenmerken - Kan met tekstschema’s werken: KB
5.87
1.24
3
8
v8_E2 Kenmerken - Legt relaties tussen de tekst en meer algemene kennis: KB
5.89
.96
4
8
v4_B2 Kenmerken - Kan informatie en meningen interpreteren: KB
5.93
1.14
3
8
v7_C2 Leesvaardigheid Zakelijke teksten Kan zakelijke teksten met een eenvoudige structuur en lage informatiedichtheid lez - •
5.98
1.22
3
8
Betogend (zaakvakteksten, advertenties, algemeen nieuws in de krant): KB
v12_B2 Kenmerken - Navolgbare opbouw: KB
5.98
.94
3
8
v12_D2 Kenmerken - Gebruikt basisconventies voor een brief (Beste, geachte, ..): KB
5.98
1.22
3
8
v4_D2 Kenmerken - Kan globaal, gericht, precies luisteren: KB
6.02
1.11
3
9
v8_A2 Kenmerken - Kan vloeiend lezen: KB
6.02
1.10
4
8
v12_C2 Kenmerken - Meest frequente voegwoorden (maar, en, want, omdat) zijn correct gebruikt: KB
6.02
1.18
3
8
v8_B2 Kenmerken - Heeft voldoende woordenschat: KB
6.07
1.14
3
8
v8_D2 Kenmerken - Kan informatie en meningen interpreteren: KB
6.07
.96
3
8
Pagina 31/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v11_E2 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Verslag of werkstuk met
Gemiddelde
SD
min
max
6.11
1.30
2
9
v12_E2 Kenmerken - Kent het verschil tussen formeel en informeel schrijven: KB
6.11
1.40
3
10
v6_B2 Kenmerken - Richt zich op het spreekdoel: KB
6.16
1.07
2
8
v2_B2 Kenmerken - Voert gesprekken om informatie en meningen uit te wisselen: KB
6.16
1.30
4
9
v4_F2 Kenmerken - Kan een oordeel over een gesproken tekst uitspreken: KB
6.17
1.25
2
8
v6_A2 Kenmerken - Maakt zijn gedachtegang begrijpelijk voor de luisteraar: KB
6.18
1.11
2
8
v4_C2 Kenmerken - Legt een relatie tussen de gesproken tekst en eigen ervaring: KB
6.20
1.19
3
9
v11_D2 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Aantekeningen maken: KB
6.20
1.34
2
9
v12_A2 Kenmerken - Schrijfdoel wordt bereikt: KB
6.22
1.06
3
8
v3_B2 Luisteren Kan luisteren naar eenvoudige instructie gerelateerd aan teksten over de leefwereld: - • Als lid van een live-
6.24
1.23
3
9
v8_F2 Kenmerken - Kan een oordeel over de tekst geven: KB
6.27
1.01
3
8
v10_E2 Kenmerken - Kan dramatische passages aanwijzen: KB
6.27
1.12
4
9
v2_F2 Kenmerken - Beschikt over een voldoende woordenschat, maar weinig variatie: KB
6.28
1.14
3
9
v7_B2 Leesvaardigheid Zakelijke teksten Kan zakelijke teksten met een eenvoudige structuur en lage informatiedichtheid lez - •
6.29
1.04
4
8
v2_A2 Kenmerken - Kan gesprekken beginnen, gaande houden en beëindigen: KB
6.30
1.16
4
9
v8_G2 Kenmerken - Kan informatie opzoeken in naslagwerken: KB
6.31
1.18
3
9
v12_H2 Kenmerken - Besteedt aandacht aan de opmaak van een tekst (bladspiegel, plaatjes): KB
6.31
1.50
1
9
v6_C2 Kenmerken - Gebruikt passend taalgebruik bij het publiek: KB
6.33
.98
4
8
v9_A2 Fictie en verhalen - Kan jeugdliteratuur belevend, dat wil zeggen ter ontspanning, lezen (proza en poëzie): KB
6.36
1.11
3
9
v10_C2 Kenmerken - Leeft met de hoofdpersoon mee en kan het gevoel van deze persoon beschrijven: KB
6.36
1.05
4
9
v1_B2 Mondelinge vaardigheid Gespreksvaardigheid Kan eenvoudige gesprekken voeren over de leefwereld: - • Informatie
6.36
1.17
3
9
6.40
.96
4
8
samenvatting van verschillende bronnen: KB
publiek: KB
Instructief (zaakvakteksten, advertenties, algemeen nieuws in de krant): KB
uitwisselen: KB
v6_D2 Kenmerken - Kan hulpmiddelen gebruiken: KB
Pagina 32/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v7_A2 Leesvaardigheid Zakelijke teksten Kan zakelijke teksten met een eenvoudige structuur en lage informatiedichtheid lez - •
Gemiddelde
SD
min
max
6.40
.96
5
9
6.41
1.15
4
9
v10_D2 Kenmerken - Kan relaties leggen tussen de tekst en de werkelijkheid: KB
6.42
1.06
4
9
v6_E2 Kenmerken - Beschikt over een voldoende woordenschat, maar weinig variatie: KB
6.44
1.10
4
9
v1_A2 Mondelinge vaardigheid Gespreksvaardigheid Kan eenvoudige gesprekken voeren over de leefwereld: - • Deelname aan
6.46
1.07
5
9
6.46
1.11
4
10
v8_C2 Kenmerken - Kan vragen over een tekst beantwoorden: KB
6.47
.94
4
9
v11_F2 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een verhaal op basis van
6.49
.99
3
8
v10_F2 Kenmerken - Herkent emoties inde tekst: KB
6.51
1.04
4
9
v3_A2 Luisteren Kan luisteren naar eenvoudige instructie gerelateerd aan teksten over de leefwereld: - • Instructie: KB
6.61
.95
5
9
v5_A2 Spreekvaardigheid Kan een monoloog houden: - • Een eenvoudige beschrijving geven: KB
6.62
1.15
2
9
v12_F2 Kenmerken - Gebruikt veel voorkomende woorden: KB
6.64
1.03
4
8
v11_C2 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een eenvoudig
6.71
1.18
4
10
6.73
1.03
4
9
v2_H2 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: KB
6.78
1.04
5
10
v5_B2 Spreekvaardigheid Kan een monoloog houden: - • Verslag uitbrengen over gebeurtenissen of ervaringen: KB
6.82
.94
5
9
v6_F2 Kenmerken - Gebruikt eenvoudige zinsconstructies: KB
6.82
.98
5
9
v11_B2 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een kort bericht of
6.89
.96
5
9
6.91
.95
5
9
6.94
1.24
4
10
Informatief (zaakvakteksten, naslagwerken, internetteksten): KB
v3_C2 Luisteren Kan luisteren naar eenvoudige instructie gerelateerd aan teksten over de leefwereld: - • Op radio en tv en
gesprekken op internet: KB
discussie of overleg: KB
v2_E2 Kenmerken - Kan de gesprekspartner volgen: KB
ervaringen of fantasieën: KB
standaardformulier invullen: KB
v6_G2 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: KB
boodschap met eenvoudige informatie: KB
v11_A2 Schrijfvaardigheid Kan korte eenvoudige teksten schrijven met betrekking tot de leefwereld: - • Een briefje, kaart of email
om te bedanken, uit te nodigen, te feliciteren: KB
v2_G2 Kenmerken - Gebruikt eenvoudige zinsconstructies: KB
Pagina 33/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
6.98
.92
5
9
Rekenen VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v5_J1 Functioneel gebruiken Getallen - Kritisch beoordelen van een uitkomst: BB
2.77
1.27
1
5
v1_O1 Paraat hebben Getallen - Getallen met maximaal drie cijfers delen door een getal met maximaal 2 cijfers, al dan niet met
2.86
1.47
1
7
v3_J1 Meten en meetkunde - 1 dm3 = 1 liter = 1000 ml: BB
2.92
1.49
1
6
v1_R1 Paraat hebben Getallen - Optellen en aftrekken van veelvoorkomende gelijknamige en ongelijknamige breuken binnen een
3.02
1.49
1
7
3.03
1.61
1
6
v6_F1 Verhoudingen - Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijvoorbeeld 40 op de 400: BB
3.03
1.58
1
7
v5_I1 Functioneel gebruiken Getallen - Verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine gebruiken (zowel kaal
3.05
1.67
1
8
3.13
1.52
1
6
3.26
1.27
1
6
v2_B1 Verhoudingen - 3,5 is 3 en 5/10: BB
3.31
1.58
1
6
v1_Q1 Paraat hebben Getallen - Omzetten van eenvoudige breuken in decimale getallen: BB
3.33
1.60
1
7
v3_L1 Meten en meetkunde - Schattingen maken over afmetingen en hoeveelheden: BB
3.64
1.33
1
6
v6_D1 Verhoudingen - Beschrijven van een deel van een geheel met een breuk: BB
3.64
1.69
1
7
v1_P1 Paraat hebben Getallen - Vergelijken en ordenen van de grootte van eenvoudige breuken en deze in betekenisvolle
3.64
1.65
1
7
v1_I1 Paraat hebben Getallen - Delingen uit de tafels (tot en met 10) uitrekenen: BB
3.69
1.58
1
8
v1_N1 Paraat hebben Getallen - Vermenigvuldigen van een getal van twee cijfers met een getal van twee cijfers: BB
3.76
1.48
1
8
v3_G1 Meten en meetkunde - Omtrek, oppervlakte en inhoud: BB
3.77
1.55
1
7
v1_T1 Paraat hebben Getallen - In een betekenisvolle situatie een breuk vermenigvuldigen met een geheel getal: BB
3.79
1.68
1
7
v5_E1 Functioneel gebruiken Getallen - Globaal beredeneren van uitkomsten: BB
3.79
1.44
1
6
een rest: BB
betekenisvolle situatie: BB
v6_E1 Verhoudingen - Breuken met noemer 2, 4, 10 omzetten in bijbehorende percentages: BB
als in eenvoudige dagelijkse contexten zoals geld- en meetsituaties): BB
v6_H1 Verhoudingen - Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6 pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal
je dan ...: BB
v5_H1 Functioneel gebruiken Getallen - In contexten de “rest” (bij delen met rest) interpreteren of verwerken: BB
situaties op de getallenlijn plaatsen: BB
Pagina 34/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v5_G1 Functioneel gebruiken Getallen - Globaal (benaderend) rekenen (schatten) als de context zich daartoe leent of als controle
Gemiddelde
SD
min
max
3.79
1.59
1
7
v6_B1 Verhoudingen - Taal van verhoudingen (per, op, van de): BB
3.79
1.66
1
9
v2_C1 Verhoudingen - ‘1 op de 4’ is 25% of ‘een kwart van’: BB
3.81
1.69
1
7
v6_C1 Verhoudingen - Verhoudingen herkennen in verschillende dagelijkse situaties (recepten, snelheid, vergroten/verkleinen,
3.82
1.60
1
8
v6_G1 Verhoudingen - Eenvoudige verhoudingsproblemen (met mooie getallen) oplossen: BB
3.82
1.67
1
7
v7_E1 Meten en meetkunde - In betekenisvolle situaties samenhang tussen enkele (standaard)maten: • km ? m • m ? dm, cm, mm
3.92
1.88
1
8
v7_I1 Meten en meetkunde - Veel voorkomende maateenheden omrekenen: BB
3.92
1.75
1
7
v2_A1 Verhoudingen - Een vijfde deel van alle Nederlanders korter schrijven als ‘1/5 deel van ...’: BB
3.95
1.87
1
8
v3_K1 Meten en meetkunde - Een 2D representatie van een 3D object zoals foto, plattegrond, landkaart (inclusief legenda),
3.97
1.55
1
7
3.97
1.65
1
7
4.00
1.61
1
8
v7_H1 Meten en meetkunde - Maten vergelijken en ordenen: BB
4.05
1.67
1
8
v3_O1 Meten en meetkunde - Routes beschrijven en lezen op een kaart met behulp van een rooster: BB
4.10
1.65
1
7
v5_C1 Functioneel gebruiken Getallen - Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening: BB
4.10
1.57
1
7
v3_M1 Meten en meetkunde - Oppervlakte benaderen via rooster: BB
4.13
1.63
1
7
v7_G1 Meten en meetkunde - Afmetingen bepalen met behulp van afpassen, schaal, rekenen: BB
4.13
1.61
1
8
v1_K1 Paraat hebben Getallen - Efficiënt rekenen (+, -, ×, :) gebruik makend van de eigenschappen van getallen en bewerkingen,
4.17
1.70
1
8
v2_F1 Verhoudingen - Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 50%, ...): BB
4.19
1.80
1
7
v1_G1 Paraat hebben Getallen - Uit het hoofd splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen:
4.21
1.57
1
8
voor rekenen met de rekenmachine: BB
schaal enz.): BB
• l ? dl, cl, ml • kg ? g, mg: BB
patroontekening: BB
v8_D1 Verbanden - Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken gebruiken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en
conclusies te trekken, bijvoorbeeld: in welk jaar is het aantal auto’s verdubbeld t: BB
v1_J1 Paraat hebben Getallen - Uit het hoofd optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met “nullen”, ook met eenvoudige
decimale getallen: BB
met eenvoudige getallen: BB
BB
Pagina 35/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v6_A1 Verhoudingen - Notatie van breuken (horizontale breukstreep), decimale getallen (kommagetal) en procenten (%)
Gemiddelde
SD
min
max
4.23
1.83
1
10
v1_C1 Paraat hebben Getallen - Teller, noemer, breukstreep: BB
4.26
1.89
2
9
v1_S1 Paraat hebben Getallen - Geheel getal (deel van nemen): BB
4.31
1.66
1
7
v7_C1 Meten en meetkunde - Aantal standaard referentiematen gebruiken (‘een grote stap is ongeveer een meter’, in een
4.46
1.74
1
8
v1_H1 Paraat hebben Getallen - Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) uit het hoofd kennen: BB
4.48
1.53
1
9
v5_B1 Functioneel gebruiken Getallen - Getalbenamingen zoals driekwart, anderhalf en miljoen: BB
4.51
1.71
1
8
v4_B1 Verbanden - Eenvoudige tabel gebruiken om informatie uit een situatiebeschrijving te ordenen: BB
4.54
1.67
1
8
v1_B1 Paraat hebben Getallen - Breuknotatie met horizontale streep: BB
4.55
1.90
1
10
v3_N1 Meten en meetkunde - Omtrek en oppervlakte berekenen van rechthoekige figuren: BB
4.56
1.65
1
7
v8_C1 Verbanden - Eenvoudige patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden, bijvoorbeeld: Vogels vliegen in V-vorm. “Er
4.62
1.90
1
8
v4_C1 Verbanden - Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens: BB
4.64
1.78
1
8
v1_M1 Paraat hebben Getallen - Vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met twee of drie cijfers: BB
4.64
1.30
2
8
v3_D1 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: lengte-, oppervlakte – en inhoudsmaten: BB
4.72
1.47
1
8
v5_F1 Functioneel gebruiken Getallen - Splitsen en samenstellen van getallen op basis van het tientallig stelsel: BB
4.79
1.36
2
8
v5_A1 Functioneel gebruiken Getallen - Uitspraak en schrijfwijze van gehele getallen, breuken en decimale getallen: BB
4.87
1.52
2
8
v1_L1 Paraat hebben Getallen - Optellen en aftrekken (waaronder ook verschil bepalen) met gehele getallen en eenvoudige
4.93
1.47
1
8
v4_A1 Verbanden - Informatie uit veelvoorkomende tabellen aflezen zoals dienstregeling, lesrooster: BB
4.97
1.68
1
8
v2_E1 Verhoudingen - Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen hetzelfde is als ‘de helft nemen’ of hetzelfde
4.98
1.60
2
8
v8_A1 Verbanden - Eenvoudige globale grafieken en diagrammen (beschrijving van een situatie) lezen en interpreteren: BB
5.05
1.82
1
9
v3_E1 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: gewicht: BB
5.31
1.51
1
9
v3_F1 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: temperatuur: BB
5.31
1.70
2
8
herkennen: BB
standaard melkpak zit 1 liter): BB
komen er steeds 2 bij.”: BB
decimale getallen: BB
als ‘delen door 2’: BB
Pagina 36/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eerste klas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v5_D1 Functioneel gebruiken Getallen - Afronden van gehele getallen op ronde getallen: BB
5.33
1.68
1
8
v7_F1 Meten en meetkunde - Tijd (maanden, weken, dagen in een jaar, uren, minuten, seconden): BB
5.33
1.77
1
9
v3_H1 Meten en meetkunde - Namen van enkele vlakke en ruimtelijke figuren, zoals rechthoek, vierkant, cirkel, kubus, bol: BB
5.44
1.79
1
8
v7_B1 Meten en meetkunde - Verschillende tijdseenheden (uur, minuut, seconde, eeuw, jaar, maand): BB
5.46
1.82
1
9
v8_B1 Verbanden - Eenvoudige legenda: BB
5.49
1.60
1
9
v7_A1 Meten en meetkunde - Meetinstrumenten aflezen en uitkomst noteren; liniaal, maatbeker, weegschaal, thermometer etc.:
5.51
1.57
2
9
v3_I1 Meten en meetkunde - Veelgebruikte meetkundige begrippen zoals rond, recht, vierkant, midden, horizontaal etc.: BB
5.56
1.60
1
9
v7_J1 Meten en meetkunde - Liniaal en andere veel voorkomende meetinstrumenten gebruiken: BB
5.64
1.40
2
8
v2_D1 Verhoudingen - Geheel is 100%: BB
5.64
1.64
3
9
v3_B1 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: tijd (analoog en digitaal): BB
5.85
1.58
2
9
v1_F1 Paraat hebben Getallen - Getallenlijn met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen : BB
5.93
1.77
2
10
v1_D1 Paraat hebben Getallen - Tienstructuur : BB
6.00
1.58
1
10
v7_D1 Meten en meetkunde - Eenvoudige routebeschrijving (linksaf, rechtsaf): BB
6.05
1.70
1
9
v3_C1 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: kalender, datum (23-11-2007): BB
6.13
1.10
4
9
v1_A1 Paraat hebben Getallen - De relaties groter/kleiner dan: BB
6.33
1.62
3
10
v3_A1 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: (euro)bedragen: BB
6.62
1.29
4
9
v1_E1 Paraat hebben Getallen - Getallenrij : BB
6.64
1.56
3
10
BB
Rekenen VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v5_J2 Functioneel gebruiken Getallen - Kritisch beoordelen van een uitkomst: KB
4.10
1.68
1
6
v1_O2 Paraat hebben Getallen - Getallen met maximaal drie cijfers delen door een getal met maximaal 2 cijfers, al dan niet met
4.19
1.55
1
6
4.21
1.63
1
8
een rest: KB
v3_J2 Meten en meetkunde - 1 dm3 = 1 liter = 1000 ml: KB
Pagina 37/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v5_I2 Functioneel gebruiken Getallen - Verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine gebruiken (zowel kaal
Gemiddelde
SD
min
max
4.31
1.82
1
8
v6_E2 Verhoudingen - Breuken met noemer 2, 4, 10 omzetten in bijbehorende percentages: KB
4.31
1.61
1
8
v1_R2 Paraat hebben Getallen - Optellen en aftrekken van veelvoorkomende gelijknamige en ongelijknamige breuken binnen een
4.31
1.44
1
7
v6_F2 Verhoudingen - Eenvoudige verhoudingen in procenten omzetten, bijvoorbeeld 40 op de 400: KB
4.36
1.69
1
8
v1_Q2 Paraat hebben Getallen - Omzetten van eenvoudige breuken in decimale getallen: KB
4.69
1.66
1
8
v5_H2 Functioneel gebruiken Getallen - In contexten de “rest” (bij delen met rest) interpreteren of verwerken: KB
4.74
1.27
2
7
v2_B2 Verhoudingen - 3,5 is 3 en 5/10: KB
4.81
1.71
1
8
v6_H2 Verhoudingen - Problemen oplossen waarin de relatie niet direct te leggen is: 6 pakken voor 18 euro, voor 5 pakken betaal
4.95
1.30
1
7
v3_L2 Meten en meetkunde - Schattingen maken over afmetingen en hoeveelheden: KB
4.97
1.55
1
7
v1_P2 Paraat hebben Getallen - Vergelijken en ordenen van de grootte van eenvoudige breuken en deze in betekenisvolle
5.02
1.58
1
8
5.03
1.51
1
8
v6_D2 Verhoudingen - Beschrijven van een deel van een geheel met een breuk: KB
5.03
1.75
1
9
v6_B2 Verhoudingen - Taal van verhoudingen (per, op, van de): KB
5.08
1.51
1
9
v1_I2 Paraat hebben Getallen - Delingen uit de tafels (tot en met 10) uitrekenen: KB
5.12
1.33
2
7
v1_N2 Paraat hebben Getallen - Vermenigvuldigen van een getal van twee cijfers met een getal van twee cijfers: KB
5.12
1.50
1
8
v1_T2 Paraat hebben Getallen - In een betekenisvolle situatie een breuk vermenigvuldigen met een geheel getal: KB
5.12
1.68
1
8
v5_E2 Functioneel gebruiken Getallen - Globaal beredeneren van uitkomsten: KB
5.18
1.45
1
8
v7_E2 Meten en meetkunde - In betekenisvolle situaties samenhang tussen enkele (standaard)maten: • km ? m • m ? dm, cm, mm
5.18
1.70
1
8
v3_G2 Meten en meetkunde - Omtrek, oppervlakte en inhoud: KB
5.23
1.40
2
8
v6_C2 Verhoudingen - Verhoudingen herkennen in verschillende dagelijkse situaties (recepten, snelheid, vergroten/verkleinen,
5.23
1.60
1
9
als in eenvoudige dagelijkse contexten zoals geld- en meetsituaties): KB
betekenisvolle situatie: KB
je dan ...: KB
situaties op de getallenlijn plaatsen: KB
v5_G2 Functioneel gebruiken Getallen - Globaal (benaderend) rekenen (schatten) als de context zich daartoe leent of als controle
voor rekenen met de rekenmachine: KB
• l ? dl, cl, ml • kg ? g, mg: KB
schaal enz.): KB
Pagina 38/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v6_G2 Verhoudingen - Eenvoudige verhoudingsproblemen (met mooie getallen) oplossen: KB
5.26
1.63
1
8
v7_G2 Meten en meetkunde - Afmetingen bepalen met behulp van afpassen, schaal, rekenen: KB
5.28
1.45
2
9
v7_I2 Meten en meetkunde - Veel voorkomende maateenheden omrekenen: KB
5.28
1.57
1
8
v1_J2 Paraat hebben Getallen - Uit het hoofd optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met “nullen”, ook met eenvoudige
5.29
1.35
1
7
v7_H2 Meten en meetkunde - Maten vergelijken en ordenen: KB
5.31
1.54
1
9
v3_K2 Meten en meetkunde - Een 2D representatie van een 3D object zoals foto, plattegrond, landkaart (inclusief legenda),
5.33
1.72
1
8
v3_O2 Meten en meetkunde - Routes beschrijven en lezen op een kaart met behulp van een rooster: KB
5.33
1.66
1
9
v1_K2 Paraat hebben Getallen - Efficiënt rekenen (+, -, ×, :) gebruik makend van de eigenschappen van getallen en bewerkingen,
5.40
1.70
1
8
5.41
1.55
1
8
5.43
1.47
1
8
v2_C2 Verhoudingen - ‘1 op de 4’ is 25% of ‘een kwart van’: KB
5.45
1.53
2
8
v5_C2 Functioneel gebruiken Getallen - Vertalen van eenvoudige situatie naar berekening: KB
5.46
1.37
3
8
v1_S2 Paraat hebben Getallen - Geheel getal (deel van nemen): KB
5.52
1.49
1
8
v1_C2 Paraat hebben Getallen - Teller, noemer, breukstreep: KB
5.55
1.71
2
10
v2_A2 Verhoudingen - Een vijfde deel van alle Nederlanders korter schrijven als ‘1/5 deel van ...’: KB
5.55
1.70
1
9
v3_M2 Meten en meetkunde - Oppervlakte benaderen via rooster: KB
5.62
1.65
1
8
v1_H2 Paraat hebben Getallen - Producten uit de tafels van vermenigvuldiging (tot en met 10) uit het hoofd kennen: KB
5.69
1.33
3
9
v6_A2 Verhoudingen - Notatie van breuken (horizontale breukstreep), decimale getallen (kommagetal) en procenten (%)
5.69
1.51
2
10
5.72
1.43
1
8
5.93
1.70
2
10
decimale getallen: KB
patroontekening: KB
met eenvoudige getallen: KB
v8_D2 Verbanden - Kwantitatieve informatie uit tabellen en grafieken gebruiken om eenvoudige berekeningen uit te voeren en
conclusies te trekken, bijvoorbeeld: in welk jaar is het aantal auto’s verdubbeld t: KB
v1_G2 Paraat hebben Getallen - Uit het hoofd splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen:
KB
herkennen: KB
v7_C2 Meten en meetkunde - Aantal standaard referentiematen gebruiken (‘een grote stap is ongeveer een meter’, in een
standaard melkpak zit 1 liter): KB
v1_B2 Paraat hebben Getallen - Breuknotatie met horizontale streep: KB
Pagina 39/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v1_L2 Paraat hebben Getallen - Optellen en aftrekken (waaronder ook verschil bepalen) met gehele getallen en eenvoudige
Gemiddelde
SD
min
max
5.93
1.33
3
9
v2_F2 Verhoudingen - Rekenen met eenvoudige percentages (10%, 50%, ...): KB
5.93
1.66
2
9
v1_M2 Paraat hebben Getallen - Vermenigvuldigen van een getal met één cijfer met een getal met twee of drie cijfers: KB
5.98
1.41
3
9
v4_C2 Verbanden - Eenvoudig staafdiagram maken op basis van gegevens: KB
6.00
1.84
1
9
v5_B2 Functioneel gebruiken Getallen - Getalbenamingen zoals driekwart, anderhalf en miljoen: KB
6.00
1.52
3
9
v4_B2 Verbanden - Eenvoudige tabel gebruiken om informatie uit een situatiebeschrijving te ordenen: KB
6.03
1.40
3
10
v3_D2 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: lengte-, oppervlakte – en inhoudsmaten: KB
6.05
1.39
2
9
v3_N2 Meten en meetkunde - Omtrek en oppervlakte berekenen van rechthoekige figuren: KB
6.08
1.63
2
8
v8_C2 Verbanden - Eenvoudige patronen (vanuit situatie) beschrijven in woorden, bijvoorbeeld: Vogels vliegen in V-vorm. “Er
6.13
1.47
3
9
v5_A2 Functioneel gebruiken Getallen - Uitspraak en schrijfwijze van gehele getallen, breuken en decimale getallen: KB
6.23
1.37
3
9
v5_F2 Functioneel gebruiken Getallen - Splitsen en samenstellen van getallen op basis van het tientallig stelsel: KB
6.23
1.29
3
9
v4_A2 Verbanden - Informatie uit veelvoorkomende tabellen aflezen zoals dienstregeling, lesrooster: KB
6.44
1.37
3
9
v2_E2 Verhoudingen - Eenvoudige relaties herkennen, bijvoorbeeld dat 50% nemen hetzelfde is als ‘de helft nemen’ of hetzelfde
6.45
1.60
3
9
v8_A2 Verbanden - Eenvoudige globale grafieken en diagrammen (beschrijving van een situatie) lezen en interpreteren: KB
6.46
1.33
4
9
v3_E2 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: gewicht: KB
6.49
1.21
4
10
v5_D2 Functioneel gebruiken Getallen - Afronden van gehele getallen op ronde getallen: KB
6.51
1.50
2
9
v7_F2 Meten en meetkunde - Tijd (maanden, weken, dagen in een jaar, uren, minuten, seconden): KB
6.59
1.37
4
9
v3_F2 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: temperatuur: KB
6.64
1.50
4
10
v3_H2 Meten en meetkunde - Namen van enkele vlakke en ruimtelijke figuren, zoals rechthoek, vierkant, cirkel, kubus, bol: KB
6.77
1.33
4
9
v3_I2 Meten en meetkunde - Veelgebruikte meetkundige begrippen zoals rond, recht, vierkant, midden, horizontaal etc.: KB
6.77
1.46
3
9
v7_A2 Meten en meetkunde - Meetinstrumenten aflezen en uitkomst noteren; liniaal, maatbeker, weegschaal, thermometer etc.:
6.79
1.28
5
9
6.79
1.54
4
9
decimale getallen: KB
komen er steeds 2 bij.”: KB
als ‘delen door 2’: KB
KB
v7_B2 Meten en meetkunde - Verschillende tijdseenheden (uur, minuut, seconde, eeuw, jaar, maand): KB
Pagina 40/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eerste klas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v8_B2 Verbanden - Eenvoudige legenda: KB
6.79
1.30
3
9
v7_J2 Meten en meetkunde - Liniaal en andere veel voorkomende meetinstrumenten gebruiken: KB
6.90
1.12
5
9
v1_F2 Paraat hebben Getallen - Getallenlijn met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen : KB
6.90
1.59
3
10
v1_D2 Paraat hebben Getallen - Tienstructuur : KB
7.10
1.32
4
10
v2_D2 Verhoudingen - Geheel is 100%: KB
7.14
1.37
3
10
v7_D2 Meten en meetkunde - Eenvoudige routebeschrijving (linksaf, rechtsaf): KB
7.15
1.35
3
10
v3_B2 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: tijd (analoog en digitaal): KB
7.23
1.42
5
10
v1_E2 Paraat hebben Getallen - Getallenrij : KB
7.31
1.42
4
10
v1_A2 Paraat hebben Getallen - De relaties groter/kleiner dan: KB
7.38
1.38
5
10
v3_C2 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: kalender, datum (23-11-2007): KB
7.44
1.07
6
10
v3_A2 Meten en meetkunde - Uitspraak en notatie van: (euro)bedragen: KB
7.64
1.14
5
10
Taal VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v12_H1 Kenmerken - Adequate spelling (woordsysteem, verdubbeling, afbreekregels, werkwoordspelling) Adequate leestekens
Gemiddelde
SD
min
max
4.07
.64
2
5
v11_H1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - betoog: BB
3.87
.70
2
5
v12_I1 Kenmerken - Adequate grammatica (werkwoordtijden en -vervoegingen, zinsbouw, juiste lidwoorden): BB
3.81
.56
2
5
v9_E1 Kenmerken Zakelijke teksten - Ordent informatie voor beter begrip: BB
3.74
.68
2
5
v4_B1 Kenmerken - Onderscheidt hoofd- en bijzaken: BB
3.74
.58
2
5
v2_D1 Kenmerken - Kan doelgericht doorvragen: BB
3.66
.76
2
5
v2_H1 Kenmerken - Goede woordenschat: BB
3.64
.55
3
5
v4_E1 Kenmerken - Herkent beeldspraak: BB
3.64
.77
1
5
v4_A1 Kenmerken - Haalt hoofdzaken uit de gesproken tekst: BB
3.63
.68
2
5
(hoofdlettergebruik en interpunctie): BB
Pagina 41/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v4_H1 Kenmerken - Kan een oordeel over de waarde van een gesproken tekst toelichten: BB
3.61
.70
2
5
v4_C1 Kenmerken - Legt een relatie tussen gesproken tekstdelen: BB
3.56
.71
2
5
v4_D1 Kenmerken - Kan informatie ordenen: BB
3.56
.63
2
5
v4_I1 Kenmerken - Kan een gesproken tekst samenvatten: BB
3.56
.57
2
4
v9_C1 Kenmerken Zakelijke teksten - Onderscheidt hoofd- en bijzaken: BB
3.54
.64
2
5
v9_F1 Kenmerken Zakelijke teksten - Herkent beeldspraak: BB
3.54
.84
1
5
v7_F1 Kenmerken - Goede woordenschat: BB
3.53
.74
1
5
v2_I1 Kenmerken - Redelijke beheersing van de grammatica (zinsbouw): BB
3.52
.73
2
5
v2_B1 Kenmerken - Stemt een reactie af op voorgaande gespreksbijdragen: BB
3.50
.73
2
5
v9_D1 Kenmerken Zakelijke teksten - Legt relaties tussen tekstdelen (inleiding, kern, slot): BB
3.50
.77
2
5
v11_E1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - aantekeningen bij een uitleg: BB
3.48
.72
2
5
v8_D1 Leesvaardigheid - Kan eenvoudige adolescenten- en volwassenenliteratuur belevend en herkennend lezen: BB
3.46
1.00
1
5
v10_B1 Kenmerken Fictie en literatuur - Herkent rijmvormen en ritme: BB
3.46
1.09
1
5
v10_J1 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan een gedicht voordragen: BB
3.46
.91
1
5
v12_B1 Kenmerken - Gebruikt signaalwoorden: BB
3.45
.75
2
5
v8_C1 Leesvaardigheid - Kan betogende teksten met een heldere structuur en lage informatiedichtheid begrijpen over diverse
3.44
.63
2
4
v9_H1 Kenmerken Zakelijke teksten - Kan de bedoeling van de tekstdelen weergeven: BB
3.42
.61
2
5
v9_A1 Kenmerken Zakelijke teksten - Woordenschat is groot genoeg om teksten te begrijpen: BB
3.41
.74
2
5
v9_B1 Kenmerken Zakelijke teksten - Kan de hoofdgedachte uit de tekst halen: BB
3.41
.63
2
4
v4_F1 Kenmerken - Kan informatie en meningen interpreteren: BB
3.35
.61
2
4
v9_G1 Kenmerken Zakelijke teksten - Legt relaties tussen de tekst en meer algemene kennis: BB
3.35
.76
1
4
v2_E1 Kenmerken - Kan het spreekdoel van anderen herkennen: BB
3.31
.73
2
5
v7_G1 Kenmerken - Redelijke beheersing van de grammatica (zinsbouw): BB
3.30
.81
2
5
onderwerpen: BB
Pagina 42/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v10_A1 Kenmerken Fictie en literatuur - Herkent het genre (roman, (kort) verhaal, ..): BB
3.30
1.04
1
5
v4_G1 Kenmerken - Kan de bedoeling van de sprekers weergeven: BB
3.27
.56
2
4
v5_A1 Spreekvaardigheid - Kan een monoloog houden: BB
3.26
.84
1
5
v9_I1 Kenmerken Zakelijke teksten - Kan de bedoeling van de schrijver weergeven: BB
3.25
.59
2
5
v11_G1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - onderhoudende tekst (verhaal): BB
3.24
.82
2
5
v7_C1 Kenmerken - Geeft zijn spreekdoel vorm: BB
3.21
.65
2
4
v10_C1 Kenmerken Fictie en literatuur - Herkent letterlijk en figuurlijk taalgebruik: BB
3.19
.81
1
5
v1_A1 Mondelinge vaardigheid - Deelname aan discussie of overleg (probleem verhelderen, mening, instemming of afkeuring
3.18
.75
1
5
v2_F1 Kenmerken - Hanteert het verschil tussen communiceren in formele en informele situaties: BB
3.15
.83
1
5
v2_C1 Kenmerken - Brengt eigen gesprekdoel naar voren: BB
3.14
.84
1
4
v7_A1 Kenmerken - Kan een duidelijk samenhangend verhaal vertellen: BB
3.11
.65
2
4
v12_C1 Kenmerken - De tekst bevat inleiding, kern, slot: BB
3.09
.73
2
4
v1_B1 Mondelinge vaardigheid - Informatie uitwisselen met instantie binnen en buiten school, een vraaggesprek houden: BB
3.09
.54
2
4
v8_B1 Leesvaardigheid - Kan instructieve teksten met een heldere structuur en lage informatiedichtheid begrijpen over diverse
3.07
.75
2
4
3.07
.84
1
4
v12_E1 Kenmerken - Schrijft doelgericht: BB
3.07
.64
1
4
v10_F1 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan situaties en verwikkelingen beschrijven: BB
3.06
.66
2
4
v2_G1 Kenmerken - Stemt taalgebruik af op de situatie: BB
3.05
.80
1
5
v11_F1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - verslag of werkstuk volgens stramien met gebruik van bronnen:
3.04
.85
1
5
v12_F1 Kenmerken - Past taalgebruik aan aan het publiek: BB
3.02
.86
1
4
v5_B1 Spreekvaardigheid - Kan een reden en een verklaring geven voor eigen mening, plannen en handelingen: BB
2.98
.72
2
4
v8_A1 Leesvaardigheid - Kan informatieve teksten met een heldere structuur en lage informatiedichtheid begrijpen over diverse
2.94
.79
1
4
uitdrukken, commentaar geven): BB
onderwerpen: BB
v12_A1 Kenmerken - Gebruikt veel voorkomende verbindingswoorden: BB
BB
onderwerpen: BB
Pagina 43/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v12_D1 Kenmerken - Kan alinea’s maken: BB
2.93
.82
1
4
v10_H1 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan het denken, voelen en handelen van de hoofdpersonen beschrijven: BB
2.91
.76
2
5
v10_I1 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan personages typeren: BB
2.91
.81
1
4
v11_B1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - eenvoudige zakelijk brief met behulp van standaardformuleringen:
2.89
.79
1
4
v11_C1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - een notitie, bericht instructie: BB
2.89
.78
1
4
v12_G1 Kenmerken - Gebruikt titels en tekstkoppen: BB
2.89
.80
1
4
v10_E1 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan de geschiedenis chronologisch na vertellen: BB
2.87
.75
1
4
v3_B1 Luistervaardigheid - Luistert als lid van een live-publiek: Begrijpt een voordracht, toespraak of les op interessegebied, een
2.86
.74
1
4
v7_B1 Kenmerken - Gebruikt korte eenvoudige zinnen met voegwoorden en verbindingswoorden: BB
2.86
.90
1
4
v7_D1 Kenmerken - Stemt taalgebruik af op de situatie: BB
2.84
.90
1
5
v5_D1 Spreekvaardigheid - Kan informatie verzamelen om een presentatie te houden: BB
2.84
.80
1
5
v7_E1 Kenmerken - Gebruikt voorbeelden en ervaringen bij zijn verhaal: BB
2.82
.80
1
4
v11_D1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - advertentie: BB
2.77
.72
1
4
v3_C1 Luistervaardigheid - Luistert naar radio en tv en gesprekken op internet: kan nieuws, discussieprogramma’s,
2.75
.87
1
5
v10_G1 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan realiteitsgehalte van het verhaal bepalen: BB
2.74
.83
1
5
v5_C1 Spreekvaardigheid - Kan een kort verhaal vertellen: BB
2.74
.58
1
4
v3_A1 Luistervaardigheid - Begrijpt uitleg of instructie over dagelijkse werkzaamheden: BB
2.72
.77
1
4
v2_A1 Kenmerken - Kan de beurt nemen: BB
2.69
.75
1
4
v10_D1 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan het onderwerp van de tekst benoemen: BB
2.68
.70
1
4
v5_E1 Spreekvaardigheid - Kan vragen beantwoorden naar aanleiding van een presentatie: BB
2.63
.70
1
4
v11_A1 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - een briefje of email met een mening of gevoelens: BB
2.59
.69
1
4
v2_J1 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: BB
2.41
.73
1
4
BB
voorgelezen verhaal: BB
reclameboodschappen, films en tv-series passend bij de leeftijd volgen.: BB
Pagina 44/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
2.37
v7_H1 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: BB
SD
.75
min
max
1
4
Taal VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v12_H2 Kenmerken - Adequate spelling (woordsysteem, verdubbeling, afbreekregels, werkwoordspelling) Adequate leestekens
Gemiddelde
SD
min
max
3.44
.79
2
5
v11_H2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - betoog: KB
3.28
.71
2
5
v12_I2 Kenmerken - Adequate grammatica (werkwoordtijden en -vervoegingen, zinsbouw, juiste lidwoorden): KB
3.17
.64
2
4
v9_E2 Kenmerken Zakelijke teksten - Ordent informatie voor beter begrip: KB
3.17
.57
2
4
v2_H2 Kenmerken - Goede woordenschat: KB
3.15
.76
2
5
v2_D2 Kenmerken - Kan doelgericht doorvragen: KB
3.13
.83
1
5
v4_B2 Kenmerken - Onderscheidt hoofd- en bijzaken: KB
3.07
.59
2
4
v10_B2 Kenmerken Fictie en literatuur - Herkent rijmvormen en ritme: KB
3.02
.92
1
4
v10_J2 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan een gedicht voordragen: KB
3.02
.79
1
5
v4_A2 Kenmerken - Haalt hoofdzaken uit de gesproken tekst: KB
3.02
.64
2
4
v4_C2 Kenmerken - Legt een relatie tussen gesproken tekstdelen: KB
3.00
.79
1
5
v4_H2 Kenmerken - Kan een oordeel over de waarde van een gesproken tekst toelichten: KB
3.00
.73
2
5
v7_F2 Kenmerken - Goede woordenschat: KB
2.98
.80
1
4
v9_C2 Kenmerken Zakelijke teksten - Onderscheidt hoofd- en bijzaken: KB
2.96
.55
2
4
v4_I2 Kenmerken - Kan een gesproken tekst samenvatten: KB
2.95
.71
1
4
v4_E2 Kenmerken - Herkent beeldspraak: KB
2.95
.77
1
4
v9_A2 Kenmerken Zakelijke teksten - Woordenschat is groot genoeg om teksten te begrijpen: KB
2.94
.88
1
4
v9_F2 Kenmerken Zakelijke teksten - Herkent beeldspraak: KB
2.93
.87
1
5
v11_E2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - aantekeningen bij een uitleg: KB
2.93
.72
2
5
(hoofdlettergebruik en interpunctie): KB
Pagina 45/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v2_I2 Kenmerken - Redelijke beheersing van de grammatica (zinsbouw): KB
2.90
.76
1
5
v9_G2 Kenmerken Zakelijke teksten - Legt relaties tussen de tekst en meer algemene kennis: KB
2.88
.83
1
4
v9_D2 Kenmerken Zakelijke teksten - Legt relaties tussen tekstdelen (inleiding, kern, slot): KB
2.87
.65
2
4
v9_H2 Kenmerken Zakelijke teksten - Kan de bedoeling van de tekstdelen weergeven: KB
2.85
.70
2
5
v4_D2 Kenmerken - Kan informatie ordenen: KB
2.84
.59
2
4
v5_A2 Spreekvaardigheid - Kan een monoloog houden: KB
2.81
.83
1
4
v9_B2 Kenmerken Zakelijke teksten - Kan de hoofdgedachte uit de tekst halen: KB
2.80
.71
1
4
v2_B2 Kenmerken - Stemt een reactie af op voorgaande gespreksbijdragen: KB
2.78
.62
1
4
v2_E2 Kenmerken - Kan het spreekdoel van anderen herkennen: KB
2.78
.70
1
4
v12_B2 Kenmerken - Gebruikt signaalwoorden: KB
2.76
.75
1
4
v7_G2 Kenmerken - Redelijke beheersing van de grammatica (zinsbouw): KB
2.75
.74
1
4
v4_F2 Kenmerken - Kan informatie en meningen interpreteren: KB
2.74
.69
1
4
v8_C2 Leesvaardigheid - Kan betogende teksten met een heldere structuur en lage informatiedichtheid begrijpen over diverse
2.74
.73
1
4
2.73
.76
1
4
v12_E2 Kenmerken - Schrijft doelgericht: KB
2.69
.64
1
4
v9_I2 Kenmerken Zakelijke teksten - Kan de bedoeling van de schrijver weergeven: KB
2.68
.70
2
5
v7_C2 Kenmerken - Geeft zijn spreekdoel vorm: KB
2.67
.63
2
4
v4_G2 Kenmerken - Kan de bedoeling van de sprekers weergeven: KB
2.67
.66
1
4
v11_G2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - onderhoudende tekst (verhaal): KB
2.67
.75
1
4
v1_A2 Mondelinge vaardigheid - Deelname aan discussie of overleg (probleem verhelderen, mening, instemming of afkeuring
2.66
.70
1
4
2.64
.79
1
4
v8_D2 Leesvaardigheid - Kan eenvoudige adolescenten- en volwassenenliteratuur belevend en herkennend lezen: KB
2.63
.85
1
4
v10_A2 Kenmerken Fictie en literatuur - Herkent het genre (roman, (kort) verhaal, ..): KB
2.63
.78
1
4
onderwerpen: KB
v2_C2 Kenmerken - Brengt eigen gesprekdoel naar voren: KB
uitdrukken, commentaar geven): KB
v10_C2 Kenmerken Fictie en literatuur - Herkent letterlijk en figuurlijk taalgebruik: KB
Pagina 46/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v12_A2 Kenmerken - Gebruikt veel voorkomende verbindingswoorden: KB
2.57
.79
1
4
v1_B2 Mondelinge vaardigheid - Informatie uitwisselen met instantie binnen en buiten school, een vraaggesprek houden: KB
2.55
.57
1
3
v2_F2 Kenmerken - Hanteert het verschil tussen communiceren in formele en informele situaties: KB
2.55
.77
1
4
v12_C2 Kenmerken - De tekst bevat inleiding, kern, slot: KB
2.54
.75
1
4
v12_F2 Kenmerken - Past taalgebruik aan aan het publiek: KB
2.54
.72
1
4
v2_G2 Kenmerken - Stemt taalgebruik af op de situatie: KB
2.47
.73
1
4
v7_A2 Kenmerken - Kan een duidelijk samenhangend verhaal vertellen: KB
2.47
.63
1
4
v10_I2 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan personages typeren: KB
2.44
.74
1
4
v12_G2 Kenmerken - Gebruikt titels en tekstkoppen: KB
2.44
.66
1
4
v5_B2 Spreekvaardigheid - Kan een reden en een verklaring geven voor eigen mening, plannen en handelingen: KB
2.43
.70
1
4
v12_D2 Kenmerken - Kan alinea’s maken: KB
2.43
.74
1
4
v11_F2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - verslag of werkstuk volgens stramien met gebruik van bronnen:
2.42
.80
1
4
v10_F2 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan situaties en verwikkelingen beschrijven: KB
2.41
.66
1
4
v8_B2 Leesvaardigheid - Kan instructieve teksten met een heldere structuur en lage informatiedichtheid begrijpen over diverse
2.37
.76
1
4
2.36
.67
1
4
v7_B2 Kenmerken - Gebruikt korte eenvoudige zinnen met voegwoorden en verbindingswoorden: KB
2.34
.83
1
4
v8_A2 Leesvaardigheid - Kan informatieve teksten met een heldere structuur en lage informatiedichtheid begrijpen over diverse
2.33
.78
1
4
v10_H2 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan het denken, voelen en handelen van de hoofdpersonen beschrijven: KB
2.33
.67
1
4
v11_B2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - eenvoudige zakelijk brief met behulp van standaardformuleringen:
2.33
.64
1
3
v10_E2 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan de geschiedenis chronologisch na vertellen: KB
2.31
.72
1
4
v7_D2 Kenmerken - Stemt taalgebruik af op de situatie: KB
2.31
.80
1
4
KB
onderwerpen: KB
v3_B2 Luistervaardigheid - Luistert als lid van een live-publiek: Begrijpt een voordracht, toespraak of les op interessegebied, een
voorgelezen verhaal: KB
onderwerpen: KB
KB
Pagina 47/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Taal VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v2_A2 Kenmerken - Kan de beurt nemen: KB
2.30
.67
1
4
v10_G2 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan realiteitsgehalte van het verhaal bepalen: KB
2.30
.72
1
4
v7_E2 Kenmerken - Gebruikt voorbeelden en ervaringen bij zijn verhaal: KB
2.29
.73
1
4
v11_C2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - een notitie, bericht instructie: KB
2.28
.60
1
3
v5_D2 Spreekvaardigheid - Kan informatie verzamelen om een presentatie te houden: KB
2.27
.73
1
4
v3_A2 Luistervaardigheid - Begrijpt uitleg of instructie over dagelijkse werkzaamheden: KB
2.26
.61
1
3
v3_C2 Luistervaardigheid - Luistert naar radio en tv en gesprekken op internet: kan nieuws, discussieprogramma’s,
2.24
.78
1
4
v11_D2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - advertentie: KB
2.23
.58
1
3
v10_D2 Kenmerken Fictie en literatuur - Kan het onderwerp van de tekst benoemen: KB
2.17
.73
1
4
v5_E2 Spreekvaardigheid - Kan vragen beantwoorden naar aanleiding van een presentatie: KB
2.16
.59
1
4
v5_C2 Spreekvaardigheid - Kan een kort verhaal vertellen: KB
2.14
.71
1
4
v2_J2 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: KB
2.10
.68
1
3
v11_A2 Schrijfvaardigheid Kan de volgende teksten schrijven: - een briefje of email met een mening of gevoelens: KB
2.02
.69
1
3
v7_H2 Kenmerken - Duidelijke uitspraak: KB
1.98
.63
1
3
reclameboodschappen, films en tv-series passend bij de leeftijd volgen.: KB
Rekenen VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v8_E1 Meten en meetkunde - Samenhang tussen omtrek, oppervlakte en inhoud (hoe verandert de inhoud van een doos als alleen
Gemiddelde
SD
min
max
4.16
.66
3
5
v4_E1 Verbanden - Eventuele misleidende informatie herkennen, bijvoorbeeld door indeling assen, vorm van de grafiek, etc.: BB
4.10
.70
3
5
v3_B1 Meten en meetkunde - Voorvoegsels van maten megabyte, gigagbyte: BB
4.04
.75
3
5
v7_C1 Verhoudingen - Vergroting als toepassing van verhoudingen: Een foto wordt met een kopieermachine 50% vergroot. Hoe
3.98
.65
2
5
3.96
.66
3
5
de lengte wordt gewijzigd, als alle maten evenveel vergroot worden?): BB
veranderen lengte en breedte van de foto?: BB
v3_J1 Meten en meetkunde - Een rond terras voor 4 personen moet minstens diameter 3 m hebben (Is een terras van 9 m2
geschikt?): BB
Pagina 48/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v2_F1 Verhoudingen - Rekenen met samengestelde grootheden (km/u, m/s en dergelijke): BB
3.92
.73
2
5
v2_G1 Verhoudingen - Bepalen op welke (eenvoudige) schaal iets getekend is, als enkele maten gegeven zijn: BB
3.90
.60
2
5
v2_E1 Verhoudingen - Percentages (50%, 25%, 10%) en verhoudingen (1 op de 2, 1 op de 4, 1 op de 10) in elkaar omzetten: BB
3.83
.58
3
5
v5_E1 Functioneel gebruiken: Getallen
3.80
.63
3
5
v3_F1 Meten en meetkunde - Structuur en samenhang belangrijke maten uit metriek stelsel: BB
3.78
.58
3
5
v9_C1 Verbanden - Kwantitatieve informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken gebruiken om berekeningen uit te voeren en
3.74
.75
2
5
v7_A1 Verhoudingen - Notatie van breuken, decimale getallen en procenten herkennen en gebruiken: BB
3.70
.51
3
5
v3_H1 Meten en meetkunde - Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte: BB
3.66
.63
2
5
v8_B1 Meten en meetkunde - Situaties beschrijven met woorden, door middel van meetkundige figuren, met coördinaten, via
3.66
.82
2
5
v4_D1 Verbanden - Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken: BB
3.65
.84
2
5
v2_H1 Verhoudingen - Uitvoeren procentberekeningen: BB
3.64
.71
2
5
v2_I1 Verhoudingen - Verhoudingen met elkaar vergelijken en daartoe een passend rekenmodel kiezen, bijvoorbeeld een
3.64
.68
2
5
v2_A1 Verhoudingen - Een ’kwart van 260 leerlingen’ kan worden geschreven als 1/4 × 260 of als 260/4: BB
3.62
.53
2
4
v1_E1 Paraat hebben: Getallen - Negatieve getallen in berekeningen gebruiken: 3 – 5 = 3 + -5 = -5 + 3: BB
3.60
.82
2
5
v8_F1 Meten en meetkunde - Tekenen van figuren en maken van (werk)tekeningen en daarbij passer, liniaal en geodriehoek
3.60
.78
2
5
3.57
.76
2
5
v8_G1 Meten en meetkunde - Juiste maat kiezen in gegeven context: zand koop je per ‘kuub’ (m3), melk per liter: BB
3.56
.73
2
5
v7_B1 Verhoudingen - Met een rekenmachine breuken en procenten berekenen of benaderen als eindige decimale getallen: BB
3.55
.64
2
5
v1_C1 Paraat hebben: Getallen - Gebruik van wortelteken, machten: BB
3.55
.87
1
5
v4_F1 Verbanden - Betekenis van variabelen in een (woord)formule: BB
3.51
.67
2
5
v2_C1 Verhoudingen - 1 op de 5 Nederlanders is hetzelfde als ‘een vijfde deel van alle Nederlanders’: BB
3.50
.64
2
5
- Schatten van een uitkomst: BB
conclusies te trekken: vergelijkingen tussen producten maken op basis van informat: BB
(wind)richting, hoeken en afstanden, routebeschrijving geven, locatie in magazijn opge: BB
verhoudingstabel: BB
gebruiken: BB
v9_B1 Verbanden - Formules herkennen als vuistregel of als rekenvoorschrift en omgekeerd: een mijl is ongeveer anderhalve
kilometer; aantal mijlen ˜ 1,5 × aantal km: BB
Pagina 49/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v4_H1 Verbanden - Regelmatigheden in een tabel beschrijven met woorden, grafieken en eenvoudige (woord)formules: BB
3.47
.70
2
5
v3_A1 Meten en meetkunde - 1 ton is 1000 kg; 1 ton is € 100.000: BB
3.45
.88
2
5
v3_G1 Meten en meetkunde - Interpreteren en bewerken van 2D representaties van 3D objecten en andersom (aanzichten,
3.45
.58
2
4
3.45
.81
2
5
v2_D1 Verhoudingen - Eenvoudige stambreuken (1/2,1/4, 1/10,..), decimale getallen (€ 0,50; € 0,25; € 0,10): BB
3.39
.78
1
5
v1_G1 Paraat hebben: Getallen - Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als
3.38
.81
2
5
3.36
.94
1
5
3.34
.69
2
4
v8_C1 Meten en meetkunde - Eenvoudige werktekeningen interpreteren (montagetekening kast, plattegrond eigen huis): BB
3.33
.85
2
5
v8_A1 Meten en meetkunde - Allerlei schalen (ook in beroepsituaties) aflezen en interpreteren: kilometerteller, weegschaal,
3.26
.80
2
5
v3_K1 Meten en meetkunde - Inhoud berekenen: BB
3.25
.63
2
5
v2_B1 Verhoudingen - Formele schrijfwijze 1 : 100 bij schaal herkennen: BB
3.25
.92
1
5
v3_C1 Meten en meetkunde - Symbool voor rechte hoek evenwijdig, loodrecht, haaks, bouwtekening lezen, tuininrichting: BB
3.22
.73
2
5
v3_I1 Meten en meetkunde - Oppervlakte en omtrek van enkele 2D figuren berekenen, eventueel met gegeven formule: BB
3.22
.50
2
4
v4_C1 Verbanden - Negatieve en andere dan gehele coördinaten in een assenstelsel: BB
3.20
.80
2
4
v1_F1 Paraat hebben: Getallen - Haakjes gebruiken: BB
3.19
.76
1
4
v8_D1 Meten en meetkunde - Aflezen van maten uit een (werk)tekening, plattegrond werktekening eigen tuin: BB
3.18
.83
1
4
v1_B1 Paraat hebben: Getallen - Symbolen zoals gebruiken: BB
3.13
.86
1
5
v5_B1 Functioneel gebruiken: Getallen
- Getallen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld met een getallenlijn: historische tijdlijn,
3.12
.79
1
5
- Situaties vertalen naar een bewerking: 350 blikjes nodig, ze zijn verpakt per 6: BB
3.12
.68
2
4
uitslagen, doorsneden, kijklijnen): BB
v5_F1 Functioneel gebruiken: Getallen
- Resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie:
BB
eindige decimale getallen: BB
v5_A1 Functioneel gebruiken: Getallen
- Getalnotaties met miljoen en miljard: er zijn 60 miljard euromunten geslagen: BB
v9_A1 Verbanden - Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten in een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende
situatie: de verkoop neemt steeds sneller toe: BB
duimstok: BB
400 v. Chr.; 2000 na Chr.: BB
v5_C1 Functioneel gebruiken: Getallen
Pagina 50/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Rekenen VMBO eindexamenklas basisberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v4_I1 Verbanden - In een (woord)formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele
Gemiddelde
SD
min
max
3.10
.85
2
5
v1_D1 Paraat hebben: Getallen - Negatieve getallen plaatsen in getalsysteem: BB
3.06
.80
1
4
v5_D1 Functioneel gebruiken: Getallen
3.02
.68
2
4
v4_B1 Verbanden - Snijpunt (twee rechte lijnen, snijpunten met de assen): BB
2.94
.90
1
5
v3_E1 Meten en meetkunde - Namen van ruimtelijke figuren: cilinder, piramide, bol: BB
2.90
.78
2
5
v4_G1 Verbanden - Grafiek tekenen bij informatie of tabel: BB
2.76
.81
1
5
v4_A1 Verbanden - Beschrijven van verloop van een grafiek met termen als stijgend, dalend, steeds herhalend, minimum,
2.76
.98
1
5
v3_D1 Meten en meetkunde - Namen vlakke figuren: vierkant, ruit, parallellogram, rechthoek, cirkel: BB
2.73
.78
1
5
v1_A1 Paraat hebben: Getallen - Schrijfwijze negatieve getallen: -3°C, -150 m: BB
2.72
.74
1
4
berekenen: BB
- Afronden op ‘mooie’ getallen: 4862 m3 gas is ongeveer 5000 m3: BB
maximum: BB
Rekenen VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
Gemiddelde
SD
min
max
v3_B2 Meten en meetkunde - Voorvoegsels van maten megabyte, gigagbyte: KB
3.37
.79
2
5
v8_E2 Meten en meetkunde - Samenhang tussen omtrek, oppervlakte en inhoud (hoe verandert de inhoud van een doos als alleen
3.31
.65
2
5
v4_E2 Verbanden - Eventuele misleidende informatie herkennen, bijvoorbeeld door indeling assen, vorm van de grafiek, etc.: KB
3.21
.72
2
5
v3_F2 Meten en meetkunde - Structuur en samenhang belangrijke maten uit metriek stelsel: KB
3.17
.68
2
5
v7_C2 Verhoudingen - Vergroting als toepassing van verhoudingen: Een foto wordt met een kopieermachine 50% vergroot. Hoe
3.12
.86
1
5
3.11
.66
1
4
v2_G2 Verhoudingen - Bepalen op welke (eenvoudige) schaal iets getekend is, als enkele maten gegeven zijn: KB
3.11
.66
1
4
v5_E2 Functioneel gebruiken: Getallen
3.04
.66
2
5
v7_A2 Verhoudingen - Notatie van breuken, decimale getallen en procenten herkennen en gebruiken: KB
3.04
.63
2
4
v3_H2 Meten en meetkunde - Schattingen en metingen doen van hoeken, lengten en oppervlakten van objecten in de ruimte: KB
3.02
.62
2
4
de lengte wordt gewijzigd, als alle maten evenveel vergroot worden?): KB
veranderen lengte en breedte van de foto?: KB
v2_F2 Verhoudingen - Rekenen met samengestelde grootheden (km/u, m/s en dergelijke): KB
Pagina 51/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
- Schatten van een uitkomst: KB
Rekenen VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v3_J2 Meten en meetkunde - Een rond terras voor 4 personen moet minstens diameter 3 m hebben (Is een terras van 9 m2
Gemiddelde
SD
min
max
3.02
.67
2
4
2.94
.81
1
4
2.94
.70
2
4
v4_D2 Verbanden - Op een kritische manier lezen en interpreteren van verschillende soorten diagrammen en grafieken: KB
2.92
.80
1
4
v8_F2 Meten en meetkunde - Tekenen van figuren en maken van (werk)tekeningen en daarbij passer, liniaal en geodriehoek
2.88
.82
1
4
v2_E2 Verhoudingen - Percentages (50%, 25%, 10%) en verhoudingen (1 op de 2, 1 op de 4, 1 op de 10) in elkaar omzetten: KB
2.87
.67
2
5
v2_H2 Verhoudingen - Uitvoeren procentberekeningen: KB
2.81
.70
1
4
v3_G2 Meten en meetkunde - Interpreteren en bewerken van 2D representaties van 3D objecten en andersom (aanzichten,
2.80
.63
1
4
2.80
.66
1
4
2.80
.68
1
4
v8_G2 Meten en meetkunde - Juiste maat kiezen in gegeven context: zand koop je per ‘kuub’ (m3), melk per liter: KB
2.78
.82
1
4
v3_A2 Meten en meetkunde - 1 ton is 1000 kg; 1 ton is € 100.000: KB
2.71
.78
1
4
v9_A2 Verbanden - Uit het verloop, de vorm en de plaats van punten in een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende
2.70
.74
1
4
v7_B2 Verhoudingen - Met een rekenmachine breuken en procenten berekenen of benaderen als eindige decimale getallen: KB
2.69
.76
1
4
v1_E2 Paraat hebben: Getallen - Negatieve getallen in berekeningen gebruiken: 3 – 5 = 3 + -5 = -5 + 3: KB
2.67
.61
1
4
v3_K2 Meten en meetkunde - Inhoud berekenen: KB
2.65
.62
1
4
v4_H2 Verbanden - Regelmatigheden in een tabel beschrijven met woorden, grafieken en eenvoudige (woord)formules: KB
2.65
.56
2
4
v4_F2 Verbanden - Betekenis van variabelen in een (woord)formule: KB
2.63
.71
1
4
v5_F2 Functioneel gebruiken: Getallen
2.62
.84
1
5
geschikt?): KB
v8_B2 Meten en meetkunde - Situaties beschrijven met woorden, door middel van meetkundige figuren, met coördinaten, via
(wind)richting, hoeken en afstanden, routebeschrijving geven, locatie in magazijn opge: KB
v9_C2 Verbanden - Kwantitatieve informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken gebruiken om berekeningen uit te voeren en
conclusies te trekken: vergelijkingen tussen producten maken op basis van informat: KB
gebruiken: KB
uitslagen, doorsneden, kijklijnen): KB
v9_B2 Verbanden - Formules herkennen als vuistregel of als rekenvoorschrift en omgekeerd: een mijl is ongeveer anderhalve
kilometer; aantal mijlen ˜ 1,5 × aantal km: KB
v2_I2 Verhoudingen - Verhoudingen met elkaar vergelijken en daartoe een passend rekenmodel kiezen, bijvoorbeeld een
verhoudingstabel: KB
situatie: de verkoop neemt steeds sneller toe: KB
KB
Pagina 52/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
- Resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie:
Rekenen VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v8_A2 Meten en meetkunde - Allerlei schalen (ook in beroepsituaties) aflezen en interpreteren: kilometerteller, weegschaal,
Gemiddelde
SD
min
Max
2.61
.80
1
4
v2_A2 Verhoudingen - Een ’kwart van 260 leerlingen’ kan worden geschreven als 1/4 × 260 of als 260/4: KB
2.59
.63
1
4
v8_C2 Meten en meetkunde - Eenvoudige werktekeningen interpreteren (montagetekening kast, plattegrond eigen huis): KB
2.58
.73
1
4
v2_C2 Verhoudingen - 1 op de 5 Nederlanders is hetzelfde als ‘een vijfde deel van alle Nederlanders’: KB
2.57
.77
1
4
v1_C2 Paraat hebben: Getallen - Gebruik van wortelteken, machten: KB
2.54
.82
1
4
v3_C2 Meten en meetkunde - Symbool voor rechte hoek evenwijdig, loodrecht, haaks, bouwtekening lezen, tuininrichting: KB
2.52
.80
1
4
v3_I2 Meten en meetkunde - Oppervlakte en omtrek van enkele 2D figuren berekenen, eventueel met gegeven formule: KB
2.52
.73
1
4
v1_G2 Paraat hebben: Getallen - Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als
2.52
.69
1
4
v2_B2 Verhoudingen - Formele schrijfwijze 1 : 100 bij schaal herkennen: KB
2.52
.84
1
4
v2_D2 Verhoudingen - Eenvoudige stambreuken (1/2,1/4, 1/10,..), decimale getallen (€ 0,50; € 0,25; € 0,10): KB
2.51
.82
1
4
v8_D2 Meten en meetkunde - Aflezen van maten uit een (werk)tekening, plattegrond werktekening eigen tuin: KB
2.49
.83
1
4
v5_A2 Functioneel gebruiken: Getallen
duimstok: KB
eindige decimale getallen: KB
2.46
.87
1
5
v1_B2 Paraat hebben: Getallen - Symbolen zoals gebruiken: KB
2.43
.72
1
4
v5_B2 Functioneel gebruiken: Getallen
2.42
.70
1
4
v1_F2 Paraat hebben: Getallen - Haakjes gebruiken: KB
2.33
.64
1
4
v4_C2 Verbanden - Negatieve en andere dan gehele coördinaten in een assenstelsel: KB
2.31
.67
1
3
v5_C2 Functioneel gebruiken: Getallen
- Getalnotaties met miljoen en miljard: er zijn 60 miljard euromunten geslagen: KB
- Getallen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld met een getallenlijn: historische tijdlijn,
400 v. Chr.; 2000 na Chr.: KB
2.29
.70
1
3
v1_D2 Paraat hebben: Getallen - Negatieve getallen plaatsen in getalsysteem: KB
2.28
.69
1
4
v4_I2 Verbanden - In een (woord)formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele
2.17
.76
1
4
- Situaties vertalen naar een bewerking: 350 blikjes nodig, ze zijn verpakt per 6: KB
berekenen: KB
2.16
.64
1
4
v3_E2 Meten en meetkunde - Namen van ruimtelijke figuren: cilinder, piramide, bol: KB
2.13
.74
1
4
v4_G2 Verbanden - Grafiek tekenen bij informatie of tabel: KB
2.12
.78
1
4
v5_D2 Functioneel gebruiken: Getallen
Pagina 53/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
- Afronden op ‘mooie’ getallen: 4862 m3 gas is ongeveer 5000 m3: KB
Rekenen VMBO eindexamenklas kaderberoepsgerichte leerweg
Omschrijving
v4_A2 Verbanden - Beschrijven van verloop van een grafiek met termen als stijgend, dalend, steeds herhalend, minimum,
Gemiddelde
SD
min
Max
2.10
.87
1
5
v4_B2 Verbanden - Snijpunt (twee rechte lijnen, snijpunten met de assen): KB
2.06
.78
1
4
v3_D2 Meten en meetkunde - Namen vlakke figuren: vierkant, ruit, parallellogram, rechthoek, cirkel: KB
2.02
.80
1
4
v1_A2 Paraat hebben: Getallen - Schrijfwijze negatieve getallen: -3°C, -150 m: KB
1.91
.68
1
3
maximum: KB
Pagina 54/54
Dec 2011
Kenmerk HJ1.12.035
Download