Overdenking over Johannes 12: 20-36 in de Dorpskerk op Witte

advertisement
Overdenking over Johannes 12: 20-36 in de Dorpskerk op Witte Donderdag 2014
Dit is het uur
Er is een woord dat je steeds weer tegenkomt, door het hele Johannesevangelie heen. Alleen bij
Johannes, een woordje dat steeds weer klinkt als een klein rood draadje door het hele verhaal heen.
Het woordje ‘uur’. In de oude vertalingen: ‘de ure’. Misschien herinnert u zich uit het verhaal van de
bruiloft in Kana, helemaal aan het begin van het evangelie, dat Jezus tegen zijn moeder zegt: Mijn ure
is nog niet gekomen. Dat wordt later nog eens herhaald. Tot hier: hoofdstuk 12.
Het gaat hier om het beslissende moment. Hét beslissende van heel het evangelie: dat wordt
daarmee aangeduid. Het uur. Het uur U.
Jezus is net binnengetrokken in Jeruzalem. Dat wordt aan het begin van hoofdstuk 12 verteld. Als een
held onthaald. En dan komen er mensen bij de leerlingen, en die willen Jezus zien. Wie of wat willen
ze zien? Die held! Een man die orde op zaken gaat stellen. Een redder. ‘Dat willen wij wel eens
zien!’Wij willen Jezus zien!
En dan gaan de leerlingen samen naar Jezus en vertellen hem dat. En dan reageert Jezus. Maar hij
zegt niet: ‘Nou, laat ze maar komen, dan kunnen ze es wat zien!’
Maar hij zegt dit:
Het uur is gekomen
dat de mensenzoon verheerlijkt wordt:
als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
dan blijft hij alleen.
Maar als hij sterft,
dan draagt hij overvloedig vrucht.
Vreemd antwoord. Het is alsof Jezus helemaal niet reageert op die leerlingen, die zeggen: ‘Heer, er
zijn hier mensen die u willen zien…’ Maar Jezus reageert er weldegelijk op. Alleen wel vreemd.
Anders dan je zou verwachten. Jezus zegt niet ‘Laat ze maar komen’; hij zegt ook niet ‘Ze mogen niet
komen’, wat Jezus doet is uitleggen wat ze dan te zien krijgen. Als je Jezus wilt zien, wie of wat krijg je
dan te zien? Dit: een stervende graankorrel. Een mens die zijn leven verliest.
En wanneer is dat?
Nu.
Dit is het uur.
Lieve gemeente, dit is het uur. Daarmee wordt ook echt dit uur bedoeld. Dit moment dat wij bij
elkaar zijn. Als wij als gemeente bij elkaar komen en deze woorden van Jezus horen, dan wordt Jezus
onze tijdgenoot, en wij worden zijn tijdgenoten. Ons spreekt hij aan, hier en nu.
De woorden die Jezus zegt, die kunnen wij niet ver van ons houden, die kunnen wij niet op afstand
zetten door te zeggen: ‘Dat is natuurlijk toen-en-toen gebeurd, dat was daar-en-daar.’ Nee, het is
hier en nu. Wij worden hier aangesproken. In onze oren klinkt dat beslissende woord: dit is het uur.
Dat is heel vaak zo als je Bijbel leest. Het kan zomaar gebeuren dat je het verhaal in getrokken wordt
en ineens, tot je eigen verbazing, helemaal deel gaat uitmaken van het gebeuren. Zo is het ook
vandaag, vanavond, hier. Dit is het uur.
II
Wat is dit dan voor een uur?
Dit is het uur, waarin wij Jezus’ diepste wezen zien. Het uur, waarin wij Jezus in zijn ware gedaante
zien. Als een stervende graankorrel. Als een mens die zijn leven verliest.
En waarom is dat? Vanuit een ongelofelijke solidariteit. Ja, vanuit een absurd vergaande solidariteit
met ons.
Die solidariteit klinkt vooral door, vind ik, doordat Jezus ineens Psalm 6 citeert. Mijn leven is totaal
ontwricht! hoorden we Jezus zeggen. Ineens, als een enorme uitbarsting van emotie. Het lijkt soms
wel, en dat is ook vooral in het Johannesevangelie, alsof Jezus onbewogen zijn weg gaat. Alsof hij er
voortdurend boven staat, vanuit een soort heerlijkheid, onaangeraakt, onaantastbaar. Hij weet alles
al wat er komen gaat, en vooruit, dat doet hij gewoon, die weg gaat hij. Dat is nu eenmaal zo.
Maar nu ineens, is daar die uitbarsting. Mijn leven is totaal ontwricht! Psalm 6. We hoorden dat
oeroude lied van Israël, een van de klaagpsalmen. Aangrijpende tekst, een geweldige aanklacht tegen
alles wat er gebeuren kan in een mensenleven. Met een heftigheid, waar wij bijna van schrikken. Een
ongelofelijk lijden, een ongelofelijke schreeuw, een ongelofelijk kermen.
We schrikken ervan. En tegelijk vind ik het een enorme opluchting dat dit zo in de Bijbel staat. Het is
namelijk ónze schreeuw. We schrikken er misschien van, van de heftigheid van de klacht, maar
tegelijk herkennen we het toch ook. Lieve gemeente, dit is onze schreeuw.
Afgemat ben ik van mijn zuchten,
ik maak elke nacht mijn bed drijfnat,
mijn matras drijfnat van mijn tranen.
Mijn oog is dof geworden van verdriet…
Laten we eerlijk zijn, gemeente: niemand komt door het leven zónder iets van deze ervaring. Het is
maar al te herkenbaar: mijn leven is totaal ontwricht. Het leven doet soms zo pijn.
Jezus staat daar niet boven. Hij staat daar midden in. Deze schreeuw van ons, dat is zijn schreeuw.
Deze woorden uit Psalm 6, onze woorden, die neemt Jezus net zo in zijn mond. Deze pijn van ons, dat
is zijn pijn. Dit leven van ons, dat is zijn leven. En: onze dood, dat is zijn dood.
Zo is hij solidair met ons. Zo helemaal. Zo wil hij met ons zijn. Ja, hoe pijn het ook doet: Jezus wil dat.
Dat wil zeggen, hij wil niet ergens anders zijn, maar onder ons. Hij wil niets anders dan dit: in de
diepte zijn. Namelijk omdat wij daar ook zijn.
Jezus zegt er dan nog bij, en dat vind ik zo veelzeggend:
Wat zal ik zeggen?
‘Vader, red mij uit dit uur’?
Maar daarom ben ik juist gekomen: voor dit uur…
Zou hij willen vluchten? Zou hij liever een heer in de hoogte zijn, een koning op een troon? Maar nee,
daarom is hij toch gekomen: voor dit uur. Dit uur van opperste solidariteit met ons.
III
Maar nu mogen we één ding niet vergeten. Dit uur – dit uur van onze pijn, en dit uur van Jezus’ pijn,
dit uur van Psalm 6, van die ongelofelijke schreeuw naar de hemel – dit is wel tegelijk een uur vol
belofte. Dit is namelijk ook het uur, waarin wij zicht krijgen op een nieuwe weg, een uitweg, de
opstandingsweg. Jezus verliest zijn leven, maar zal een nieuw leven winnen. De graankorrel sterft,
maar zal ook opstaan als een korenaar, vol vrucht.
De graankorrel sterft. Maar wij eten het brood van het leven.
Dit is het uur. Dit is het uur, dat wij het brood mogen ontvangen, het brood mogen breken en delen,
en eten. Lieve gemeente, zo is het toch: je kunt praten wat je wilt, je kunt proberen het te begrijpen,
het te vatten – maar uiteindelijk wordt het toch nergens meer tastbaar dan in deze maaltijd. Nergens
wordt het concreter, zichtbaarder; nergens komt het dichterbij dan aan deze tafel. Waar het ons in
handen gegeven wordt. Waar het ons in de mond gelegd wordt: hij geeft zichzelf aan ons.
Lof zij u, Christus!
Download