BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 27 maart 2009

advertisement
BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 27 maart 2009
houdende de wijze van subsidiëring door het Vlaams
Agentschap voor Personen met een Handicap van de opvang
van personen met een handicap in een noodsituatie.
Publicatie B.S.: 30.4.2009
Inwerkingtreding: 1.1.2009
Hoofdstuk I. - ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.
In dit besluit wordt verstaan onder :
1° agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, intern
verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij artikel 3 van het
decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met
rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° persoon met een handicap : de meerderjarige persoon die al ingeschreven is bij het
agentschap met een positieve beslissing voor zorgveld Z 0, of die voldoet aan de
vereisten, vermeld in artikel 2, 2°, en in artikel 21 van het decreet van 7 mei 2004 tot
oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid
Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
3° noodsituatie : een onverwachte, acuut beleefde en objectief vastgestelde situatie,
ontstaan door een plots wegvallen van de sociale context van de persoon met een
handicap, waarbij onmiddellijke handicapspecifieke hulp geboden moet worden om de
lichamelijke of geestelijke integriteit van de persoon met een handicap te kunnen
waarborgen;
4° besluit Zorgregie : het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2006
betreffende de regie van de zorg en bijstand tot sociale integratie van personen met een
handicap en betreffende de erkenning en subsidiëring van een Vlaams Platform van
verenigingen van personen met een handicap;
5° protocol noodsituatie : het protocol voor opvang van een persoon met een handicap,
zoals opgesteld in de uitvoeringsrichtlijnen zorgregie ter uitvoering van artikel 20 van
het besluit Zorgregie;
6° voorziening : een door het agentschap of zijn rechtsvoorganger erkende voorziening
die opvang, behandeling of begeleiding van personen met een handicap organiseert,
centra of diensten voor revalidatie uitgezonderd;
7° woonopvang : overnachting met een minimumduur van twaalf uur, met inbegrip
van het verstrekken van maaltijden;
8° dagopvang : aanbod van arbeidsgerichte, therapeutische of ontwikkelingsgerichte
activiteiten in een (semi)residentiële voorziening als vermeld in punt 6° met inbegrip
van het verstrekken van een maaltijd;
9° coördinator zorgregie : de ambtenaren van het agentschap, vermeld in artikel 5 van
het besluit Zorgregie;
10° de erkende capaciteit : de erkenning, verleend met toepassing van het besluit van
de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels
inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap
voor Personen met een Handicap;
Hoofdstuk II. - ORGANISATIE VAN DE OPVANG IN EEN NOODSITUATIE
Art. 2.
Een persoon met een handicap die zich in een noodsituatie bevindt, en die zich aanbiedt voor
opvang of begeleiding, moet geen aanvraag tot ondersteuning ingediend hebben bij het
agentschap.
Om een beroep te kunnen doen op opvang in een noodsituatie, moet een persoon met een
handicap die nog geen aanvraag tot ondersteuning heeft ingediend, een attest voorleggen van
een instantie die door het agentschap wordt erkend om een multidisciplinair verslag af te
leveren, of een omstandig en degelijk gemotiveerd medisch attest. Uit dat attest moet blijken
dat er ernstige indicaties zijn voor de aanwezigheid of de ontwikkeling van een handicap.
Art. 3.
§ 1. De opvang van een persoon met een handicap in een noodsituatie verloopt volgens het
protocol noodsituatie, zoals vastgelegd in de richtlijnen ter uitvoering van artikel 20 van het
besluit Zorgregie.
§ 2. De duur van de opvang van een persoon met een handicap in een noodsituatie bedraagt
maximaal zes weken.
Die periode kan eenmaal verlengd worden. De totale maximale duur van de opvang kan nooit
meer bedragen dan tien weken.
§ 3. De goedkeuring als noodsituatie moet gegeven worden uiterlijk veertien dagen na de
datum van de opname van de persoon met een handicap in een noodsituatie.
De coördinator zorgregie verschaft bij de goedkeuring duidelijkheid aan de voorziening over
de beschikbare kredieten voor de subsidiëring van de noodsituatie.
Art. 4.
§ 1. De opvang verloopt in voorzieningen door middel van een persoonsgebonden convenant
dat gesloten wordt tussen het agentschap en de voorziening of de ambulante dienst.
Het convenant moet minstens de volgende gegevens bevatten :
1° de identiteit van de persoon met een handicap in de noodsituatie;
2° de bijstandsovereenkomst die gesloten is met de persoon met een handicap in de
noodsituatie;
3° de verleende bijstand, vermeld in paragraaf 2, de rechten en plichten, alsook de regeling
van de persoonlijke financiële bijdrage van de persoon met een handicap in de noodsituatie;
4° de overeenkomst die gesloten is met andere voorzieningen of met ambulante diensten die
zorgen voor de opvang of begeleiding die niet door de eigen voorziening verstrekt wordt;
5° de periode waarvoor het convenant geldt.
De voorziening kan voor de opvang een samenwerkingsovereenkomst sluiten met andere
voorzieningen. Die samenwerkingsovereenkomst maakt deel uit van het convenant. In de
samenwerkingsovereenkomst regelen de voorzieningen de verdeling van de financiële
bijdrage die de persoon met een handicap moet betalen, vermeld in artikel 10.
Het convenant wordt ter ondertekening aan het agentschap voorgelegd binnen drie werkdagen
na de erkenning als noodsituatie.
§ 2. Voor de opvang in de voorzieningen zijn de volgende formules mogelijk :
1° woonopvang;
2° dagopvang;
3° woonopvang en dagopvang;
4° plaatsing in gezinnen;
5° ambulante begeleiding.
Ambulante begeleiding kan gecombineerd worden met de formules, vermeld in punt 1° tot en
met 4°.
Hoofdstuk III. - SUBSIDIËRING
Art. 5.
Als de bezetting van de voorzieningen op het ogenblik van de opvang van een persoon met
een handicap in een noodsituatie lager is dan de erkende capaciteit, wordt de opvang
gesubsidieerd volgens de geldende subsidiëring binnen de betrokken voorziening.
In afwachting van de goedkeuring als noodsituatie door de coördinator zorgregie volgens het
protocol noodsituatie is de opvang ten laste van het agentschap, volgens de geldende
subsidiëring binnen de betrokken voorziening.
Art. 6.
Als de bezetting van de voorzieningen op het ogenblik van de opvang van een persoon met
een handicap in een noodsituatie hoger is dan of gelijk is aan de erkende capaciteit, wordt de
opvang gesubsidieerd, binnen de grenzen van de kredieten die daartoe ingeschreven zijn in de
begroting van het agentschap, volgens de bepalingen van artikel 9.
In afwachting van de goedkeuring als noodsituatie door de coördinator zorgregie volgens het
protocol noodsituatie is de opvang binnen de grenzen van de kredieten die daartoe
ingeschreven zijn in de begroting van het agentschap, ten laste van het agentschap, volgens de
bepalingen van artikel 9.
Art. 7.
De coördinator zorgregie rapporteert maandelijks aan de Regionale Overlegnetwerken
Gehandicaptenzorg, vermeld in hoofdstuk II van het besluit Zorgregie, over de beschikbare
kredieten. De Regionale Overlegnetwerken Gehandicaptenzorg waken erover dat de kredieten
besteed worden aan de meest dringende situaties.
Als de beschikbare kredieten voor noodsituaties niet meer volstaan, zijn de voorzieningen er
samen verantwoordelijk voor om in solidariteit te zorgen voor de opvang van personen met
een handicap die zich in een noodsituatie bevinden, binnen de erkende capaciteiten.
Art. 8.
§ 1. Voor de verschillende opvangformules worden met toepassing van artikel 7 de volgende
subsidiebedragen toegekend :
1° woonopvang : 80 euro per nacht;
2° dagopvang : 60 euro per dag;
3° woonopvang en dagopvang : 140 euro per dag;
4° plaatsing in gezinnen : 35 euro per dag;
5° ambulante begeleiding : 180 euro per begeleidingsmoment.
De bedragen, vermeld in het eerste lid, omvatten zowel de werkingskosten als de
personeelskosten.
De kosten en opbrengsten van die bijzondere opvangformules moeten geboekt worden als
aparte afdelingen. De aangerekende kosten mogen niet meer ten laste gelegd worden van het
agentschap of andere overheden.
§ 2. Als de opvang in een noodsituatie alleen uit ambulante begeleiding bestaat, worden
maximaal vijftien begeleidingsmomenten gesubsidieerd binnen de periode die erkend is als
noodsituatie.
Als ambulante begeleiding gecombineerd wordt met een of meer van de andere
opvangformules, worden maximaal tien begeleidingsmomenten gesubsidieerd binnen de
periode die erkend is als noodsituatie, naast de subsidiëring van de andere opvangformule.
Art. 9.
Voor de woonopvang of dagopvang kan een bijdrage gevraagd worden die maximaal
overeenkomt met de bijdrage zoals die vastgesteld is op basis van het type van voorziening
dat zorgt voor de opvang.
Als de opvang door verschillende voorzieningen wordt geboden, geldt de bijdrage van de
voorziening waar de bijdrage het hoogst is.
Die bijdrage wordt door de persoon met een handicap die zich in een noodsituatie bevindt,
betaald aan de voorziening waarmee het convenant werd gesloten.
Art. 10.
De bedragen, vermeld in artikel 8, § 1, worden jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening
houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vermeld in hoofdstuk II van het
koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot
vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, volgens de formule
basisbedrag x G-index december 20..
G-index december 2008
Hoofdstuk IV. - SLOTBEPALINGEN
Art. 11.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Art. 12.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van
dit besluit.
Download