Hoofdstuk 2

advertisement
Chemie 5 HAVO
Zuren, basen en pH
Diagnostische toets
Geef aan of de volgende uitspraken goed of fout zijn.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
H2S is een zwakker zuur dan HNO2.
NaCN bevat een sterkere base dan Na2CO3.
Als een zuur goed oplost in water, is het een sterk zuur.
De formule van zoutzuur is HCl.
De notatie van ammonia is NH3(aq).
BaO en BaSO3 bevatten beide een sterke base.
De notatie van een natriumfosfaatoplossing is 3 Na+(aq) + PO43–(aq).
De notatie van een salpeterzuuroplossing is H+(aq) + NO3–(aq).
De notatie van een ethaanzuuroplossing is: H+(aq) + CH3COO–(aq).
Natronloog is NaOH(aq).
De reactievergelijking van ammonia met een zwavelzuuroplossing is
2 NH3(aq) + 2 H+(aq)  2 NH4+(aq)
In 1,50 liter zoutzuur is 0,024 mol HCl opgelost. De pH van deze oplossing is 1,8.
Een zwak zuur is in water opgelost. Als je weet hoeveel mol van dit zwakke zuur in
1,00 L water is opgelost, kun je de pH van de oplossing uitrekenen.
Als je aan 100 mL natronloog (pH = 10,0) 100 mL water (pH = 7,0) toevoegt, is de pH
van de nieuwe oplossing 8,5.
Je verdunt een oplossing met water. De pH blijkt daarbij te stijgen. De conclusie is: de
oorspronkelijke oplossing is een zure oplossing.
Je hebt zoutzuur. Hierbij doe je de indicator methylrood. Je voegt zoveel natronloog
toe tot de kleur juist omslaat. De kleurverandering die je dan waarneemt, is van geel
naar rood.
Bereken:
17
18
50 mL 0,1 M zoutzuur heeft een pH=….
Hoeveel mL 0,1 M salpterzuur-oplossing is nodig om een pH= 2,0 te verkrijgen?
Chemie 5 HAVO diagnostische toets 10
Hoofdstuk 10
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Zuren, basen en pH
Antwoorden diagnostische toets
Goed
Fout:De base CN– (van NaCN) staat boven de base CO32– (van Na2CO3) en is dus zwakker.
Fout:Het sterke zuur HNO3 en het zwakke zuur CH3COOH lossen beide goed op in water.
Fout:‘Zoutzuur’ is de naam voor de oplossing van waterstofchloride in water. Omdat waterstofchloride
een sterk zuur is, is de notatie van zoutzuur: H+(aq) + Cl–(aq)
Goed
Fout:De base O2– (van BaO) is sterk; de base SO32– (van BaSO3) is zwak. Zie tabel 49.
Goed
Goed
Fout:Ethaanzuur is een zwak zuur. Je mag dus geen losse ionen voor de notatie van de oplossing
gebruiken. De notatie is: CH3COOH(aq).
Fout:NaOH is een zout en de oplossing van een zout in water moet je in losse ionen noteren. De juiste
notatie is dus: Na+(aq) + OH–(aq)
Fout:De deeltjes, die links en rechts van de pijl staan, zijn wel goed, maar in een reactievergelijking
gebruik je de eenvoudigste gehele coëfficiënten. Dus:
NH3(aq) + H+(aq)  NH4+(aq).
Goed:pH = –log(1,6  10–2) = 1,79, afgerond 1,8.
Fout:Je weet bij een oplossing van een zwak zuur niet hoe groot de [H+] is.
Fout:Bij verdunnen met water geldt niet dat de nieuwe pH gelijk is aan het gemiddelde van de twee
oude pH-waarden. In de onverdunde oplossing geldt
–
[OH ] = 1,0  10–4 mol L–1. Door er evenveel water bij te doen halveert de concentratie. Dus in de
nieuwe oplossing is [OH–] = 5,0  10–5 mol L–1.
De nieuwe pOH is dan
–log(5,0  10–5) = 4,3.
De nieuwe pH is dan 14,0 – 4,3 = 9,7
Goed
Fout:De zure kleur van methylrood is rood. In zoutzuur heeft methylrood dus een rode kleur. Door er
natronloog bij te doen slaat de kleur van de indicator om. De kleur van methylrood is bij
hogere pH-waarden geel. Dus gaat de kleur van rood naar geel.
Download
Random flashcards
Create flashcards