Acuut hartfalen (AHF)

advertisement
LVIZ cardiologiedag 7 maart 2016
Acuut hartfalen
• Snel begin of snelle verandering in symptomen en
tekenen van hartfalen
• Levensbedreigende aandoening
• Directe medische interventie
• Meestal verslechtering van bekend hartfalen
• De novo AHF: HF als 1ste presentatie
Klinische presentatie
Oorzaken
Oorzaak/trigger
AHF
• Het “acute” kan variëren
– Dagen tot weken verslechtering
– Toename dyspneu of oedeem
– Minuten tot uren
– Bijvoorbeeld bij myocardinfarct
• Presentatie kan variëren
– Levensbedreigend longoedeem
– Cardiogene shock
– Toename perifeer oedeem
AHF
• Diagnose en behandeling worden meestal
parallel uitgevoerd.
• Bij “slechte” patiënten behandeling direct
starten
• Vitale functies monitoren
• Patiënt behandelen op IC of CCU
Lichamelijk onderzoek
• Dyspneu, tachypneu, hypoxie
• Tachycardie, bradycardie
• Klam, zweten
• Verhoogde CVD
• Crepitaties pulmonaal, wheezing/piepen
• Souffles, S3/S4
• Ascites
• Oedeem
• Verminderde capillaire refill, verkleuring huid
Aanvullend onderzoek
• ECG
– Ritme, frequentie, ischemie, LVH
• X-thorax
– Beeld passend bij longoedeem, cardiomegalie
• Echocardiogram
• Lab: natriuretische peptiden (BNP, NT proBNP)
– Hematologie, chemie (anemie, NFst, inflammatie)
ECG
X-thorax
Echocardiogram
Initiële assessment
Behandeling
• Zuurstof
• Diuretica
• Opiaten
• Vasodilatatie
• Inotropica
• Vasopressie
• NIV/invasieve beademing
• Mechanische support
Doelen behandeling
• Verbetering van de symptomen
• Stabilisatie van de hemodynamische
parameters
• Voorkomen of verminderen orgaandysfunctie
• Werken naar lange termijn chronische HF
behandeling
Zuurstofsuppletie
• Acute behandeling
– Zuurstof
• Hypoxie geassocieerd met toegenomen risico op korte
termijn mortaliteit
• Maar
– Niet routine geven in niet hypoxische patient (SpO2>90%)
want zuurstof geeft vasoconstrictie in microcirculatie
toename PVR  cardiac output 
Zuurstofsuppletie!
• Normale mensen
– SpO2 <50%  O2 beschikbaarheid hart 
• Coronairlijden
– SpO2 < 85%
• 3 VD
– High flow O2 voor 6 minuten  afname coronaire bloedflow en toename
ischemie
• Hyperoxie geeft vasoconstrictie door toename reactive oxygen species
(ROS)
Diuretica
• Iv diuretica geven snel vermindering dyspneu bij longoedeem
– Directe veneuze dilatatie
– Daarna diurese
• Diurese start na 30 minuten, piek na 1-2 uur
• Optimale dosering en toedieningsweg onzeker
– Geen bewijs bolus vs continu
– Hoge dosering geeft snellere daling symptomen, maar meer
nierfunctiestoornissen
Opiaten/morfine
• Anxiolytisch
• Afname onrust
• Vermindering work of breathing
 verminderd sympathicus stimulatie
 arteriële en veneuze vasodilatatie
 daling cardiale vullingsdrukken
Weinig bewijs, potentiele risico’s
Onderzoek: onafhankelijke voorspeller mortaliteit
Vasodilatatie
• Door vasodilatatie
– Vermindering preload
– Vermindering afterload
Toename slagvolume
Met name geschikt bij hypertensie
Cave te snelle bloeddrukdaling
•
Hypotensie geassocieerd met verhoogde mortaliteit
Vasodilatatie
Inotropica
• Dobutamine: β1 adrenerge receptor agonist
– Bij ernstige vermindering van CO, die orgaanperfusie
compromitteert
– Meestal pat met hypotensie/in shock
• Cave tachycardie, aritmie
– Verhoogde cardiale zuurstofconsumptie
• Levosimendan (Ca2+ sensitizer)of milrinone (PDE remmer)
– Bij gebruik van betablokker
Vasopressie
• Noradrenaline
• Bij ernstige hypotensie
• Bloeddrukverhoging
redistributie CO naar vitale organen
LV afterload omhoog
Alleen bij patiënten met adequate vullingsdrukken cardiaal,
maar persisterende hypotensie
Inotropica/vasopressie
Ventilatie
CPAP en NIPPV geven dyspneuverlichting en
verbetering O2 saturatie
NIV als toegevoegde behandeling bij pat die
niet reageren op medicamenteuze behandeling.
Mechanische support
• IABP
– Circulatoire support voor chirurgische correctie van acute
mechanische problemen
• VSR
• Acute mitraalinsufficientie
– Acute myocarditis met hartfalen
– Bij ischemie, voor of tijdens revascularisatie
– Geen bewijs voor voordeel bij cardiogene shock
– Bridge to decision, implantatie VAD, HTx
IABP
ECMO/ELS
• Bij persisterende cardiogene shock bij
verminderde systolische LV functie
• Percutaan of centrale cannulatie
• Implantatie op locatie
• Bridge to recovery, VAD, HTx
ECMO/ELS
VAD
Monitoring
• Arterielijn: bij pat met persisterend HF en lage bloeddruk ondanks
behandeling
• Arteria pulmonalis catheter
– Geen rol bij behandeling HF
• Refractair aan medicamenteuze beh
• Persisterende hypotensie
• Onzekere LV vullingsdrukken (wedgedruk)
– Hypotensie+lage LV drukken
» Diuretica en vasodilatatie 
– Hoge LV drukken en/of hoge SVR
» Inotropica of vasodilatator (afhankelijk van bloeddruk)
Monitoring na stabilisatie
• Continu voor tenminste 24 uur
– Hartfrequentie
– Ritme
– Bloeddruk
– SpO2
• Symptomen dagelijks beoordelen
• Vochtintake,-output, gewicht, CVD, oedeem
• Lab: ureum, kreat, electrolyten
Na stabilisatie
Specieke pat.populatie
• ACS
– Behandeling volgens richtlijn ACS
• CAG indien nodig/mogelijk
– Urgent bij HD instabiliteit
– Spoed bij cardiogene shock
• Persisterende HD instabiliteit
– Echocardiogram tbv complicaties (VSR,MI)
Geisoleerd RV falen
• Na ACS of massale longembolie
• Voorzichtig met diuretica en vasodilatatie, afname
RV vulling
 RV preload 
 RV output 
 LV preload 
 LV output/SV 
Survival
Lange termijn survival
Prognostische factoren
• Shock vs geen shock
• LVEF
• Nierfunctie
• Leeftijd
• Ischemisch vs non ischemisch
• Serum natrium
• BNP/NT proBNP
Samenvatting/take home
message
• Acuut hartfalen is een levensbedreigende aandoening met
hoge mortaliteit
• Diagnose en behandeling parallel
• Hoekstenen behandeling
– Diuretica
– Vasodilatatie
• Oorzaak/uitlokkende factor vinden en deze behandelen
Download