302

advertisement
Verhoging solidariteitsbijdrage op bedrijfswagens
Met ingang van 1 januari 2005 is de CO2-uitstoot van de wagen de nieuwe basis voor de
berekening van de RSZ-solidariteitsbijdrage op bedrijfswagens. Dit is slechts één van de vele
maatregelen uit de Programmawet van 27 december 2004 (B.S., 31 december 2004). De
vernieuwde bijdrage op basis van de reële uitstoot van de wagen houdt in de meeste gevallen
een meerkost in.
Gebruik bedrijfswagen
Het precieze gebruik van een bedrijfswagen door de werknemer is doorslaggevend om uit te maken of
het voordeel van een bedrijfswagen belastbaar is voor de fiscus en de RSZ, of niet.
-
Beroepsmatig gebruik
Het beroepsmatig gebruik van een bedrijfswagen bestaat uit verplaatsingen in opdracht van de
werkgever, bijvoorbeeld naar cliënten, leveranciers, …
Mag de werknemer enkel beroepsmatig met de wagen rondrijden, dan is de werkgever geen
belasting of RSZ verschuldigd. Voor alle duidelijkheid: dit betekent dus ook dat de
werknemer de wagen niet mag gebruiken voor verplaatsingen van en naar het werk. Hij moet
de wagen met andere woorden ’s avonds bij de werkgever achterlaten.
-
Privé-gebruik
Het privé-gebruik omvat niet alleen de zuivere privé-verplaatsingen – zoals bijvoorbeeld
boodschappen, vrije tijd, hobby, vakantie, … - maar ook de woon-werkverplaatsingen. Dit
privé-gebruik van de bedrijfswagen is wel belastbaar: de werkgever moet bedrijfsheffing
inhouden op dit voordeel alle aard én RSZ op dit voordeel in natura.
Aan de berekening van het fiscale voordeel alle aard wijzigt de Programmawet niets. Het is
de berekening van de RSZ-solidariteitsbijdrage op het privé-gebruik van de bedrijfswagens
door de werknemer die een gedaanteverwisseling ondergaat.
Solidariteitsbijdrage
De RSZ-solidariteitsbijdrage is verschuldigd ‘door de werkgever die een voertuig, dat ook voor andere
dan beroepsdoeleinden is bestemd, rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking stelt van zijn
werknemer, ongeacht elke financiële bijdrage van de werknemer in de financiering of het gebruik van
dit voertuig’. Uit deze definitie volgt meteen dat de solidariteitsbijdrage ook van toepassing is op
bedrijfswagens die bijvoorbeeld in leasing worden genomen.
Tot 31 december 2004 betaalde de werkgever een solidariteitsbijdrage van 33 % op het voordeel in
natura dat de werknemer heeft doordat hij een bedrijfswagen ter beschikking krijgt waarmee hij ook
privé-verplaatsingen mag doen. Dit voordeel in natura werd – net als het fiscale voordeel alle aard berekend op basis van het aantal fiscale PK’s van de wagen en van de – forfaitair bepaalde – afstand
tussen woonplaats en plaats van tewerkstelling. Het is net deze berekeningswijze die definitief tot het
verleden behoort.
Voortaan is de CO2-uitstoot van de wagen de grondslag waarop de solidariteitsbijdrage wordt
berekend. Om de solidariteitsbijdrage te kunnen becijferen, moeten de CO2-emissie én de energiebron
– benzine, diesel, LPG of elektriciteit – van de wagen opgesnord worden.
Toepassingsgebied
De Programmawet van 27 december 2004 bepaalt welke soorten voertuigen onder het
toepassingsgebied van de vernieuwde solidariteitsbijdrage vallen. Dat zijn de voertuigen die behoren
tot de categorieën ‘M1’ en ‘N1’, zoals bepaald in het ‘Koninklijk Besluit van 15 maart 1968 over het
algemeen reglement op de technische eisen waaraan auto’s, hun aanhangwagens, landbouw- of
bosbouwtrekkers hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen’, namelijk:
- ‘de voor het vervoer van passagiers ontworpen en gebouwde motorvoertuigen met ten hoogste
acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend (categorie M1), en
- de voor het vervoer van goederen bestemde voertuigen met een maximale massa van ten
hoogste 3,5 ton (categorie N1).’
De wet voorziet de mogelijkheid bepaalde categorieën van voertuigen bij Koninklijk Besluit uit te
sluiten. Het betreft:
- bedrijfsvoertuigen die speciaal gebruikt worden voor het collectieve transport van werknemers
in een welomschreven kader en die om bepaalde redenen niet systematisch naar de
onderneming worden teruggebracht;
- gebruikswagens die zo zijn uitgerust dat het privé-gebruik maar beperkt kan zijn.
Nog geen enkele uitsluiting werd – tot op heden – bij Koninklijk Besluit vastgelegd.
Berekening
Grondslag
De solidariteitsbijdrage wordt berekend op basis van het CO2-uitstootgehalte. Die wordt uitgedrukt in
gram per km. De CO2-uitstoot is terug te vinden op:
- het gelijkvormigheidsattest van het voertuig of in het proces-verbaal van gelijkvormigheid van
het voertuig;
- in de gegevensbank van de Dienst voor Inschrijvingen van de Voertuigen (DIV).
Een website van de federale diensten voor het leefmilieu bevat eveneens een overzicht van de CO2uitstootgehaltes. U kan de website raadplegen op: http://www.health.fgov.be/pls/europortal/co2.
Wagens waarvoor geen CO2-gegevens beschikbaar zijn bij de DIV, worden belast tegen een
gelijkvormig tarief van 182 gram per kilometer en 165 gram per kilometer voor respectievelijk
benzine- en dieselwagens. Het gaat dan meestal om wagens die meer dan 3 jaar oud zijn.
Tarief
De nieuwe solidariteitsbijdrage is een forfaitaire lineaire bijdrage, waarvan het bedrag wordt bepaald
op grond van de CO2-uitstoot, ongeacht of er een eigen bijdrage is van de werknemer of niet. De
eigen bijdrage van de werknemer mag dus niet meer, zoals voorheen, afgetrokken worden van de te
berekenen solidariteitsbijdrage.
De berekening van deze bijdrage gaat als volgt: het CO2-uitstootgehalte van het voertuig wordt
vermenigvuldigd met 9 EUR, waarvan een bedrag wordt afgetrokken naargelang het voertuig wordt
aangedreven met een benzine, diesel-, LPG- of elektrische motor. Het resultaat van deze berekening
wordt gedeeld door 12, om zo de maandelijks solidariteitsbijdrage te bekomen. Deze maandelijks
bijdrage mag niet minder bedragen dan 20,83 euro.
LPG- en elektrische wagens vallen ook onder het toepassingsgebied van de solidariteitsbijdrage, maar
zij genieten een gunsttarief. Voor elektrische wagens moet enkel het minimumtarief betaald worden.
Het CO2-uitstootgehalte van het benzinemodel dat als basis voor de ombouw is gebruikt, vormt de
grondslag voor de berekening van bijdrage voor LPG-wagens.
Een overzicht:
- voor benzinevoertuigen: (CO2-uitstoot in gram per kilometer x 9 EUR) – 768/12;
- voor dieselvoertuigen: (CO2-uitstoot in gram per kilometer x 9 EUR) – 600/12;
- voor LPG-voertuigen: (CO2-uitstoot in gram per kilometer x 9 EUR) – 990/12;
- voor elektrische voertuigen: mimimumtarief.
Indexering
De solidariteitsbijdrage wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Ze is gekoppeld aan het
gezondheidsindexcijfer van de maand september 2004 (114,08). De solidariteitsbijdrage kan
bovendien bij KB worden verhoogd of verminderd.
Voorbeelden
Type/model
Audi A4 1,9 TDI
130 PK Diesel
BMW 3 Touring
318 D Diesel
BMW Touring
520 D Diesel
Fiscale
PK
10
11
11
RSZ-bijdrage 33
% (in EUR)
5.000 km : 483
7.500 km : 725
5.000 km : 530
7.500 km : 794
5.000 km : 530
7.500 km : 794
CO2 (gram/km)
151
151
156
156
165 (niet gekend)
165 (niet gekend)
RSZ-bijdrage
CO2
759 EUR
759 EUR
804 EUR
804 EUR
885 EUR
885 EUR
Verschil
276 EUR
4 EUR
274 EUR
10 EUR
355 EUR
91 EUR
Procedure
De werkgever moet de nieuwe solidariteitsbijdrage betalen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
(RSZ) binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de sociale zekerheidsbijdragen
voor werknemers.
Download