Voorbeeld(en) OPP1: Aan de kleuters wordt gevraagd om na te gaan welke lappen stof groter zijn dan de lap A. Voor A en B zal er waarschijnlijk geen probleem zijn. Normaal kunnen de kleuters dit meteen als volgt oplossen. Voor de lappen A en C zal er bij het schatten misschien discussie zijn. De vorige werkwijze zal hier echter geen uitsluitsel geven. Uiteindelijk zullen de kleuters een oplossing moeten vinden in de zin van het onderstaande. Voor de lappen A en D zal er bij het schatten zeker discussie ontstaan. Het vergelijken zal dan op een analoge manier als hieronder moeten gebeuren. Voorbeeld OPP2: In de klas is een hele verhoogde constructie waar drie verschillende hoeken opgesteld staan die met elkaar verbonden zijn door bruggen. De oppervlakte van de drie hoeken is verschillend. De kleuters willen weten welke hoek het grootste is, want daar willen ze graag een kasteel bouwen van kartonnen dozen. Zij meten elke hoek doormiddel van stukken vynil. Er zijn grote stukken vynil en kleine stukken, die zij tegelijkertijd in elke hoek gebruiken om de meting te verfijnen. De kleine en grote stukken die ze gebruiken worden ‘geturfd’ in een beeldgrafiek. Voorbeeld OPP3: Je wilt de kleuters laten ervaren dat het gebruik van verschillende maateenheden een ander resultaat geeft bij het meten van oppervlakte. Om dit te verwezenlijken ga je samen met de kleuters als maateenheid de oppervlakte van het tapijt in de huishoek meten.