lOMoARcPSD|74753177 2017 2022 2023 Apr Scheikunde (Het Element) Scan to open on Studeersnel Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university lOMoARcPSD|74753177 CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE datum : dinsdag 18 april 2017 tijd : 13.30 tot 16.30 uur aantal opgaven :6 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt (want voor iedere opgave is er een afzonderlijke corrector). Vermeld op ieder in te leveren vel uw naam. Niet met potlood schrijven en geen tipp-ex of iets dergelijks gebruiken. Antwoorden zonder motivering worden niet gehonoreerd. Aanvullende gegevens zijn te vinden in het BINAS-boekje 5e of latere druk. De norm bij de beoordeling is: opgave 1 : 12 punten opgave 2 : 15 punten opgave 3 : 14 punten opgave 4 : 14 punten opgave 5 : 9 punten opgave 6 : 9 punten Het cijfer komt tot stand volgens de formule: Info over het verloop en de vordering van de correctie: www.ccvx.nl Scan to open on Studeersnel Copyright © 2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) lOMoARcPSD|74753177 OPGAVE 1 - zilverwinning Zilver wordt in de natuur zowel als gedegen (metallisch) zilver gevonden als in de vorm van verbindingen, meestal zouten. Een voorbeeld is het mineraal argentojarosiet, dat de formule heeft: AgFe3(SO4)2(OH)6. a. Leidt af welke lading de ijzerionen hebben in argentojarosiet. Argentojarosiet lost slecht op in water, maar in verdund sterk zuur lost het prima op. b. Geef de vergelijking voor de oplosreactie van argentojarosiet in verdund sterk zuur. Voor dit verdunde sterk zuur heeft men de keuze tussen zoutzuur, salpeterzuur- en zwavelzuuroplossing. c. Leg uit welk van de drie oplossingen men bij voorkeur, en welke van de drie men juist niet zal gebruiken voor het oplossen van argentojarosiet. Na enige zuiveringen wordt het zilver door middel van elektrolyse uit de oplossing gewonnen. Uitgaande van 1,00 kg argentojarosiet wordt 165 gram zilver verkregen. d. Bereken het rendement van deze zilverwinning in procenten. Een mineraal dat sowieso een hoge zilveropbrengst belooft is argyriet: Ag8GeS6. Helaas is dit mineraal vrij zeldzaam; het ontleent echter zijn belang aan het tweede element dat erin voorkomt: germanium, een belangrijke halfgeleider. De winning van de vaste stof germanium gaat in drie stappen: 1. Het mineraal wordt verhit onder toetreding van zuurstof; daarbij ontstaan de vaste stoffen zilver en germaniumdioxide en het gas zwaveldioxide. 2. Het germaniumdioxide wordt met zoutzuur omgezet in germaniumtetrachloride, dat als gas ontwijkt. 3. Het germaniumtetrachloride wordt ontleed in germanium en chloor. e. Geef de vergelijkingen van deze drie stappen met toestandsaanduidingen. f. Bereken hoeveel gram zilver maximaal als nevenproduct ontstaat wanneer op de beschreven wijze 1,0 gram germanium wordt gewonnen. Scan to open on Studeersnel CCVS tentamen scheikunde april 2017 - blz. 1 ©2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) lOMoARcPSD|74753177 OPGAVE 2 - cerium kobalt ijzer IJzeratomen kunnen elektronen afstaan. Daarbij ontstaan eerst Fe2+, daarna Fe3+-ionen. Iets dergelijks komt voor bij de metalen kobalt (Co, Co2+ en Co3+) en cerium (Ce, Ce3+, Ce4+). De ionen Fe2+, Co2+ en Ce3+ kunnen als reductor en als oxidator optreden. Om de onderlinge sterkte als oxidator en reductor van alle genoemde metalen en ionen te kunnen vaststellen, gebruikt men tabel 48 van BINAS en informatie uit de resultaten van enkele proeven. Proef 1: Men voegt ijzerpoeder toe aan een oplossing van een cerium(III)zout. Er treedt een reactie op waarbij cerium en ijzer(III)ionen ontstaan. Proef 2: Men voegt een oplossing van een kobalt(III)zout bij een oplossing van een cerium(III)zout. Er treedt een reactie op waarbij onder andere kobalt(II)ionen ontstaan. a. Neem uit tabel 48 de vier redoxkoppels over, die betrekking hebben op Ce, Co en Fe, en voeg hieraan op de juiste plaats de redoxkoppels Co3+/Co2+ en Ce3+/Ce toe. Licht uw antwoord toe. b. Beredeneer of een reactie optreedt, wanneer men ijzerpoeder voegt bij een overmaat van een oplossing van een kobalt(III)zout. Zo nee, waardoor niet?, zo ja, welke deeltjes ontstaan dan ? Met behulp van twee van deze redoxkoppels kan men een elektrische cel construeren. Pt | CeCl3- en CeCl4 -opl. beide 1,0 M || CoCl2-opl. (1,0 M) | Co In deze cel is geen zoutbrug opgenomen, maar een semipermeabele (halfdoorlatende) wand. c. Teken of schets deze cel met een halfdoorlatende wand. Geef de + en –-pool aan. d. Bereken de bronspanning van deze cel. e. Geef de vergelijkingen van de reacties die aan beide polen verlopen, wanneer de cel stroom levert. De halfdoorlatende wand is zodanig, dat er, als de cel stroom levert, uitsluitend negatieve ionen kunnen passeren. f. Welke ionen passeren de wand bij stroomlevering en leg uit in welke richting. Wanneer de cel na enige tijd geen stroom meer levert, is de concentratie van één van de ionen 0,0 mol·L–1 geworden. g. Leg voor alle andere ionen, per halfcel, uit of de concentratie hoger of lager is geworden, of dat deze gelijk gebleven is. Neem hierbij aan dat als gevolg van de stroomlevering de vloeistofvolumes in beide halfcellen niet zijn veranderd. Scan to open on Studeersnel CCVS tentamen scheikunde april 2017 - blz. 2 ©2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) lOMoARcPSD|74753177 OPGAVE 3 - propaanzuur Propaanzuur) is een zwak organisch zuur. Het heeft een onaangename geur; het komt voor in sommige kaassoorten. De pKZ waarde voor propaanzuur is 4,86. Een student wil onderzoek doen naar propaanzuur in een kaassoort. Hij vermaalt de kaas, schudt zeer stevig met water en giet tenslotte de bovenstaande heldere vloeistof af. De pH van deze bovenstaande vloeistof is 3,42. Neem aan dat er geen andere stoffen in de bovenstaande vloeistof zitten, die de pH beïnvloeden. a1. Toon door berekening aan dat de molariteit van het propaanzuur 0,011 mol/L bedraagt. a2. Bereken hoeveel procent van de propaanzuurmoleculen is gesplitst. De student bedenkt dat er in de bovenstaande vloeistof misschien wel stoffen zitten die een bufferende werking hebben. Daarom verdunt hij een deel van de bovenstaande vloeistof 10 x met water. Het blijkt dat de pH van de verdunde oplossing 3,89 is geworden. b. Leg uit - zonder berekening - dat de oplossing van propaanzuurzuur niet is gebufferd. c. Leg uit wat de pH-waarde zou zijn geworden door de verdunning als het percentage propaanzuur dat gesplitst is, niet zou zijn veranderd. De pH is echter 3,89 geworden. d. Leg uit - nog steeds zonder berekening - of het percentage gesplitst propaanzuur door de verdunning is afgenomen, gelijk is gebleven of is toegenomen. e. Bereken nu het percentage propaanzuur dat is gesplitst in de verdunde oplossing. Scan to open on Studeersnel CCVS tentamen scheikunde april 2017 - blz. 3 ©2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) lOMoARcPSD|74753177 OPGAVE 4 - tetrahydrofuraan Er bestaan verschillende verbindingen met molecuulformule C4H8O, bijvoorbeeld alkanalen. a. Geef de structuurformules van de alkanalen met molecuulformule C4H8O. Er zijn ook verbindingen met de molecuulformule C4H8O die op te vatten zijn als cyclische ethers. In een cyclische ether bevat de ring van een molecuul, behalve koolstofatomen, ook een zuurstofatoom. Een voorbeeld van een cyclische ether met molecuulformule C4H8O is tetrahydrofuraan. Deze verbinding heeft de volgende structuurformule: Een molecuul tetrahydrofuraan bevat een vijfring. Er bestaan drie cyclische ethers met de molecuulformule C4H8O waarvan de moleculen een vierring bevatten; twee van deze verbindingen hebben precies hetzelfde smelt- en kookpunt. b. Leg met behulp van structuurformules uit welke drie cyclische ethers met de molecuulformule C4H8O dat zijn. De verbinding tetrahydrofuraan wordt in een fabriek volgens een continu proces gemaakt uitgaande van buteendizuuranhydride (C4H2O3). Hiervan is de structuurformule: De omzetting van buteendizuuranhydride in tetrahydrofuraan vindt plaats via buteendizuur: HOOC-CH=CH-COOH. Deze verbinding wordt gevormd door de reactie van buteendizuuranhydride met water. Bij deze reactie wordt de C=C binding niet verbroken. Er zijn twee verbindingen buteendizuur bekend. Slechts één daarvan wordt bij de reactie van buteendizuuranhydride met water gevormd. c. Met welke aanduiding in de naam wordt het buteendizuur dat bij deze reactie wordt gevormd, onderscheiden van het andere buteendizuur? d. Leg uitgaande van de structuur van een molecuul buteendizuuranhydride uit hoe verklaard moet worden dat het andere buteendizuur bij deze reactie niet wordt gevormd. lees verder op de volgende bladzijde Scan to open on Studeersnel CCVS tentamen scheikunde april 2017 - blz. 4 ©2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) L lOMoARcPSD|74753177 Men scheidt in de fabriek het gevormde buteendizuur als zuivere stof af en laat het vervolgens in een andere reactor reageren met waterstof. Daarbij treden gelijktijdig de volgende twee reacties op. Reactie 1: Reactie 2: Daarna scheidt men het ontstane mengsel in de afzonderlijke stoffen water, tetrahydrofuraan, en 1,4-butaandiol. Deze scheiding is mogelijk doordat de kookpunten van deze drie stoffen aanzienlijk verschillen. Zo is er groot verschil tussen de kookpunten van tetrahydrofuraan en 1,4-butaandiol. e. Leg uit welke van deze twee koolstofverbindingen het hoogste kookpunt zal hebben. In de reactor waarin de genoemde reacties plaatsvinden, wordt per seconde 12 mol zuiver buteendizuur ingeleid, dat via reacties 1 en 2 volledig wordt omgezet in tetrahydrofuraan, 1,4-butaandiol en water. Per seconde wordt 35 mol water uit de reactor afgescheiden. f. Bereken hoeveel mol tetrahydrofuraan die reactor per seconde verlaat. (Hint: stel het aantal mol tetrahydrofuraan dat per seconde ontstaat op x) Scan to open on Studeersnel CCVS tentamen scheikunde april 2017 - blz. 5 ©2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) lOMoARcPSD|74753177 OPGAVE 5 - drie C3-verbindingen De stof 1,2-propaandiol (C3H8O2) is ook bekend als propyleenglycol; het is een stroperige kleurloze vloeistof die veel gebruikt wordt in de cosmetica als hygroscopisch (waterbindend) ingrediënt. a. Leg uit waarop dit waterbindend vermogen van propyleenglycol berust. Druppelt men een aangezuurde oplossing van kaliumpermanganaat toe aan een oplossing van propyleenglycol, dan treedt een redoxreactie op: de paarse kleur van de permanganaatoplossing verdwijnt en er ontstaat een stof die bekend staat als pyrodruivenzuur (C3H4O3). b. Geef de vergelijkingen voor de beide halfreacties en van de totaalreactie voor deze reactie. Uit pyrodruivenzuur kan melkzuur (2-hydroxypropaanzuur) worden verkregen. Melkzuur kent vele toepassingen. Eén hiervan is de polycondensatie van melkzuur: de zuurgroep van een melkzuurmolecuul reageert met de hydroxylgroep van een tweede, de zuurgroep van de tweede reageert met de hydroxylgroep van een derde enzovoort, zodat een zeer groot molecuul kan ontstaan. c. Teken van dit zeer grote molecuul een stukje uit het midden van de keten, dat uit tenminste drie melkzuur-eenheden is opgebouwd. Scan to open on Studeersnel CCVS tentamen scheikunde april 2017 - blz. 6 ©2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected]) lOMoARcPSD|74753177 OPGAVE 6 - waterontharder Hard water wordt gekenmerkt door een relatief hoge concentratie van magnesium- en vooral calciumionen. Met name de laatste veroorzaken met het zeepmiddel neerslagen waardoor het wasmiddel niet optimaal werkt. Fabrikanten van wasmiddelen voegen daarom waterontharders toe. Twee mogelijke waterontharders zijn natriumnitrilo-triacetaat en natriumcitraat. In deze opgave worden deze aangeduid met achtereenvolgens Na3NTA en Na3Cit. De molverhouding waarin deze ontharders met calciumionen reageren is 1 : 1. In water stellen zich de volgende evenwichten in: W CaNTA (aq) Ca (aq) + Cit (aq) W CaCit (aq) Ca2+(aq) + NTA3—(aq) 2+ 3— — — (evenwicht 1) (evenwicht 2) Een fabrikant staat voor de keuze van één van de twee genoemde waterontharders. Zijn keuze wordt onder andere bepaald door de hoeveelheid die hij moet toevoegen. De waarde van de evenwichtsconstante K van evenwicht 2 is (bij dezelfde temperatuur) veel kleiner dan de waarde van de evenwichtsconstante van evenwicht 1. a. Leg uitgaande van dit gegeven uit van welke stof, Na3NTA of Na3Cit, hij het kleinste aantal mol nodig heeft om van gelijke volumes leidingwater met dezelfde [Ca2+(aq)] dezelfde verlaging van de [Ca2+(aq)] te bewerkstelligen. De waarde van de evenwichtsconstante K van evenwicht 2 bij 298 K bedraagt 6,3·103. Men heeft leidingwater met [Ca2+(aq)] = 2,0·10–3 molL–1. Men wil deze concentratie verlagen tot 1,0.10–5 molL–1 door Na3Cit toe te voegen. Daarbij mag worden aangenomen dat door toevoeging van het Na3Cit het vloeistofvolume niet verandert. b. Bereken [Cit3— ] (in molL–1) in de oplossing die men wil maken. c. Bereken hoeveel mol Na3Cit men per liter leidingwater moet toevoegen om de gewenste verlaging van [Ca2+(aq)] te bereiken. EINDE Scan to open on Studeersnel CCVS tentamen scheikunde april 2017 - blz. 7 ©2017 CCVS Downloaded by Matin Hossainian ([email protected])