Uploaded by User2273

samenvattingGM

advertisement





Samenvatting : Geneesmiddelenleer
Definitie:
o Wetenschap van de geneesmiddelen en hun effect bestudeert
o Doelbewust toepassen = farmacotherapie
Doel GM:
o preventief of profylactische werking vb: een griepvaccin
o curatieve of therapeutische werking vb.: antibioticum
o te herstellen, te verbeteren of te wijzigen vb.: pijnstillers, antihistaminicum
o Diagnosestelling vb.: barium clysma
Indeling v. GM:
Oorsprong
o Biologische oorsprong:
 Opium, papaver: (bevat een aantal alkaloïden bevat waaronder morfine):
morfine (krachtig narcotisch analgeticum)
 Venkel ( naar anijs smakende plant): bij darmproblemen ( flatulentie) en
menstruatiestoornissen. Gebruikt om borstvoeding te stimuleren.
 Taxus: in de jonge naalden v.d. taxus baccata zit baccatine = belangrijke
cytostaticum tegen carcinomen. 50% v. alle chemokuren gebeurt met
geneesmiddelen op basis v. taxus
 Vlier: de gewone vlier, met zwarte bessen is de belangrijkste soort. Thee v.d.
bladeren werkt bloedzuiverend
o Dierlijke oorsprong:
 Levertraan: dierlijke vette olie gewonnen uit de lever v. o.a. de kabeljauw, de
schelvis en de heilbot. Olie bevat jodium, fosfor, vitamines A & D.
 Immuunstoffen bevattende sera : zoals paardenserum: IgE = antistoffen in
paardenbloed tegen tetanus.
o Menselijke oorsprong:
 Bloed
 Bloedplasma: is het lichtgele, vloeibare gedeelte v.h. bloed zonder de cellen
bevat o.a. : proteïnen, voedingsstoffen, hormonen en elektrolyten
o Chemische of semi-chemische oorsprong:
 Chemotherapie : is de benaming voor alle soorten medicinale behandelingen
met primair chemische samenstellingen. Chemotherapie is ouder dan de
bacteriologie en de chemie. Betekenis : behandeling v. kanker met medicijnen
 Hormoonsynthese vb.: cortisone
 Vitaminesynthese vb.: vit. A,B,C,D,E & K
 Biosynthese en genetische manipulatie:
 Biosynthese: onderdeel v.d. biochemie: opbouw en ombouw v.
chemische verbindingen in h. levende organisme
 Genetische manipulatie: samenstelling v. GM langs levende wezens
om. Erfelijke informatie v. andere organismen wordt in bacteriën
ingebouwd. Krijgen het vermogen om zeer zuiver stoffen aan te
maken vb.: insuline
Werking
o Causale werking: bestrijding v.d. oorzaak v.e. aandoening. GM werkt curatief =
genezend
o Middelen die de ziekte behandelen, stabiliseren of genezen
 Cytostatica: belemmeren de celdeling. (chemo)
 Bacteriostatica: bacteriële groei afremmen
 Bacteriocide: bacteriën doden (AB) ! bij te vroeg beëindigen v.d. kuur zullen
enkele bacteriën overleven. Zo bestaat de kans dat zij zich wapenen tegen die
1
o
o
o
o
o


soort antibiotica = ontstaan resistentie. Het antibioticum zal geen effect meer
hebben tegen de resistente bacteriën
 Antimycotica of fungicide: tegen schimmelinfectie. Komen vaak voor onder
de vorm v. o.a. huidmycosen, mondcandidose , vaginale candidose.
Bekendste antimycotica = Daktarin
 Antimalariamiddelen: kininederivaten zoals chloroquine (Nivaquine) ,
mefloquine( Lariam)
 Antivirale middelen: vb.: tegen herpesvirus Aciclovir (Zovirax) = actief tegen
koortsblaasjes
– statica: de groei/vermeerdering stilleggen
Symptomatische werking:
 Bestrijden of wegnemen v.d. symptomen vb.: pijnstillers zoals paracetamol en
vele hoestsiropen
Substitutieve werking:
 Het vervangen v.e. lichaamseigen stof die niet of onvoldoende wordt
aangemaakt vb.: insuline, hormonen in de menopauze
Palliatieve werking: Comfort
Diagnostische werking:
 Hulpmiddel om de oorzaak of aard v.e. aandoening of een ziekte op te sporen
Preventieve werking: Voorkomen v. ziekte of zijn complicaties
o
Effect:
o Fysisch effect:
 Geneesmiddel bindt zich op de receptor van de cel en doet daar zijn werk .
men ziet een lichamelijk effect vb: bloeddruk verlaagt bij inname van een
bloeddrukverlagend middel.
o Placebo- effect:
 Placebo bevat enkel niet-actieve stoffen. Heeft geen medisch werkzaam
bestanddeel
 Gegeven om effect v.e. ander echt GM te bewijzen of als schijnmedicatie, die
toch na toediening de klachten v.d. pat. laat verminderen omdat de pat.
gelooft dat hij behandeld wordt en zich daar beter door voelt.
Bereidingswijze:
o Farmaceutische specialiteiten:
o GM bereid in farmaceutische bedrijven zoals, Bayer, Roche,..
o Specifieke merknamen ; wettelijke gedeponeerde naam te herkennen aan ® of TM
 Merkgeneesmiddelen:
 Origineel product
 Volledige ontwikkeling (12jaar) op naam van producent => duurder
(terugverdienkosten)
 Octrooibescherming (patent): 20-25 jaar, vroeger mits toestemming
 Kopieën:
 Akkoord met oorspronkelijke producent
 Voor verstrijken van het octrooi ; Geen prijsverschil met origineel
 Generische geneesmiddelen:
 GM die dezelfde werkzame stoffen bevat als een oorspronkelijk merk
GM
 Wetenschappelijke benaming i.p.v. merknaam Vb.: Lormetazepam®
i.p.v. Loramet® Vb.: Ibuprofen® i.p.v. Brufen®
 Goedkoper (min. 30%)
 Vervallen octrooibescherming ; Identieke werking = bio-equivalent!
2
o



Magistrale bereidingen:
 Door apotheker bereid een bereiding op voorschrift v.d. arts
 Alle stoffen worden afzonderlijk afgewogen volgens voorschrift en samen
gevoegd
o Officinale bereidingen:
 GM die de apotheker bereid in overeenstemming met de aanwijzingen v.h.
formularium = een door Europa erkend bereidingsboek met recepten die de
apotheker standaard mag maken
 Farmacopee = wettelijke apothekershandboek
 Directe verstrekking aan zorgvragers vb.: zinkoxidezalf
 Meestal geen voorschrift behalve bij voorschrift plichtige grondstoffen zoals
codeïne
o GM voorschrift:
 1 : RIZIV -nummer in cijfers en barcode:
 2 : Naam en voornaam voorschrijver:
 3 : Naam en voornaam van de zorgvrager VOLUIT
 4 : Details van voorgeschreven producten:
 R/: Latijn: recipe = neem of geef
 DT/: Da tales of geef zodanig, gevolgd door een cijfer, bv. DT/30 caps
 S/: instructie voor de apotheker ‘schrijf op’
 Gebruiksaanwijzing of info, bv. nuchter innemen, ijskast,…
 5 : Stempel voorschrijver (naam, voornaam, adres)
 6 : Eigenhandig dateren en ondertekenen
 7 : Evt. uitvoerbaar vanaf voornoemde datum of vanaf…
 8 : Uniek stijgend volgnr. uitvoeringsdatum + identificatienummer apotheek
Verdovende middelen moeten door de arts HANDMATIG voorgeschreven worden, NAAM +
DOSIS!!!
o Zowel voorschrift als GM-verpakking: 2 rode strepen!
o Verpleegkundigen die voorschriften schrijven of handtekenen handelen onwettig!
Toedieningswijze:
o Enteraal :via maagdarmstelsel :
 Oraal = per os = peroraal = po
 Rectaal of via de anus vb.: een zetpil, een klysma
o Parenteraal niet via maagdarmstelsel:
 IV : injectie in de ader
 IM : injectie in de spier:
 SC: injectie onderhuidsbind- en vetweefsel
 ID: injectie in de lederhuid
o Inhalatie:
 GM wordt ingeademd en via slijmvlies v. mond, keel en longen opgenomen
vb.: via aerosol
o Sublinguaal/Oromucosaal:
 GM wordt in de mond onder de tong gehouden en via mondslijmvlies heel
snel opgenomen vb.: instant tabletten
o (Trans)dermaal via de huid:
 Dermaal: op de huid zelf via crèmes, gel, pasta, lotion
 Transdermaal: werking doorheen de huid via pleister
Farmaceutische vormen:
o Verschillende bereidingsvormen
 Vaste, halfvaste , vloeibare en gasvormige GM
 Inwendig gebruik :
3
o
 Zijn GM die met het inwendige v.h. organisme in aanraking mogen
komen = Wit etiket op verpakking
 Verpakking
 Meestal afzonderlijk verpakt in aluminium- of plastiekfolie
(blister)
 Hygroscopisch: verliezen hun werking bij blootstelling aan de
lucht, licht, temperatuur (vochtopslorpend middel in
verpakking)
 EAS-systeem ( eenheidsafleveringssysteem): in ziekenhuis
 Barcode, naam GM, dosis en lotnummer,
vervaldatum
 Uitwendig gebruik:
 Bedoeld voor lichaamsoppervlakte of slijmvliezen-0++++++;,+9*- =
oranje- rood etiket op verpakking vb.: in de neus, in de mond, in het
oor, t.h.v. de aars, binnen de vagina
Vaste en halfvaste vorm voor inwendig gebruik :
 Poeders:
 Gelule / capsule :
 Tabletten of comprimés:
 Soorten :
 Gewone tabletten met of zonder kleurstoffen ; Gleuftabletten
 Zuigtabletten of pastilles:
 Bruistabletten : bruisen door natriumbicarbonaat en zuur
 Bevatten veel Na ! hypertensie, zoutarm dieet en
hartpatiënten
 Dispergeerbare tabletten: Goed mengen
 Sublinguale tabletten: smelten onder de tong en via mondslijmvlies
geresorbeerd
 Kauwtabletten: naspoelen met water
 Smelttabletten of lyotabs of gelyofiliseerde of gevriesdroogde
tabletten :
 MUPS = Multiple Units Pellet System: Samengeperste zuurresistente
microkorrels
 Maagsapresistente tablet = enteric-coated tablet
 Bescherming van het geneesmiddel tegen verteringssappen
 GM die niet in de maag mogen uiteenvallen
 verflaag → blijft waterdicht in de maag.
 GM valt pas uiteen in de dunne darm en geeft er de
werkzame stof af
 Nooit pletten of breken!!!
 Tablet met vertraagde afgifte = retard tablet :
 preparaten met gecontroleerde vrijgave
 Werkzame stof wordt geleidelijk afgegeven = retard =
vertraagde afgifte
 Vaak 24 uur durend effect vb. Tradonal Retard®
 ↓ GM inname → verhoogde therapietrouw
 Nooit pletten of breken!!!
 Granules ; Species of kruiden
 Zetpillen of suppositoires: kogelvormig lichaam voor rectale toediening
 Implantatiestaafjes: GM in hoge dosis werkzame stof Onder de huid of
fistelgang
4
o
o
o
o
 Ovules: Bestaat uit glycerine of gelatine ; Smelten in de vagina ; Ovaal vormig
vloeibare vorm voor inwendig gebruik :
 Gelyofiliseerd GM met oplosmiddel
 Gevriesdroogde GM oplossen met het meest geschikte oplosmiddel
 Suspensie : schudden !
 Bestaat uit vast onopgeloste deeltjes in vloeistof
 Goed schudden = homogene toestand vb.: AB bereiden met water (
amoxicilline)
 Emulsie :
 Mengsel van 2 mengbare vloeistoffen ; Schudden is niet nodig
 Niet invriezen of verwarmen
 Siroop :
 Oplossing met > 60 % suiker in water
 Onaangenamen vieze smaak verdoezelen + langer bewaren
 Siropen met bezinksel niet meer gebruiken
 Siropen met zoetmiddel i.p.v. suiker voor pat. met diabetes
 ‘D’ voor of na naam GM of vermelding suikervrij
 Tinctuur :
 Oplossing van planten in ethylalcohol ; Alcohol% >60-90°
Vast en halfvaste GM voor uitwendig gebruik:
 Poeder : vb.,: antiseptische wondpoeder
 Zalven : GM + vet vb.,: vaseline, lanoline
 Pasta of deeg: 50% vaste deeltjes + water (vaak op huid :bedekkende functie)
 Emulsie: mengsel v, stoffen die niet mengbaar zijn met elkaar , emulgator
zorgt voor de binding
 Crème: lipofiele crème (weinig water afwasbaar, bv. zonnecrème), hydrofiele
crème (water afwasbaar, bv. Emla verdovende zalf)
 Gel: veel water + gel + GM = afkoelend effect (Voltarengel) water verdampt
en GM blijft achter op de huid
 Spray of verstuiver (Nesivine): ontzwelt neusslijmvlies kan verslavend werken
 Oplosbare tabletten: 1ste oplossing maken dan gebruiken vb.
Chloraminetablet voor voetbad
 Verpakking : Gesloten tubes, zalfpotjes (vervaldatum)
Vloeibaar voor uitwendig gebruik:
 Mond –en/of keelspoeling : vb.,: een ontsmettingsmiddel
 Collyrium : Oogindruppeling of oogspoeling
 Lavement of klysma :
 Vloeistof in rectum ingebracht die dikke darm ledigen of die een GM
of voedingsmiddel bevatten
 Spray of verstuiver : Door middel v, toestel zeer fijne druppels verstoven
 Verpakking:
 Moeilijk op te lossen middelen : goed schudden
 Toxische GM : oranje etiket met doodshoofd of vermelding vergif
 Fles met donkere kleur : GM UV-gevoelig
Gasvormige GM voor uitwendig gebruik:
 Vloeibaar op 20°C en luchtdruk maar zeer vluchtig :
 Dampen ingeademd via longblaasjes in bloedbaan Vb.,: diethylether

Gasvormig op 20°C en luchtdruk:
5
 Vb.,: O2, lachgas of distikstofmonoxyde (N2O) = anesthetisch
inhalatiegas


Terugbetaling:
o 7 vergoedingscategorieën:
 Cat. A: levensnoodzakelijke GM, bv. insuline (100% terugbetaald)
 Cat. B: therapeutische belangrijke farmaceutische specialiteiten(75%) TB bv.
AB
 Cat. C:GM bestemd v. symptomatische behandeling (50%TB)bv.
slijmverdunnende GM
 Enkel remgeld, mits voorschrift
o Niet terugbetaalbare geneesmiddelen :
 Categorie D:
 Geen tussenkomst RIZIV
 voorschrift nodig om GM te krijgen Vb. kalmeer –en slaappillen
 OTC : Over The Counter :Zonder voorschrift te verkrijgen Vb. paracetamol
Therapeutisch effect:
o Cardiovasculair stelsel
 GM bij hypertensie :
 Diuretica: vochtafdrijvende GM
 Bètablokkers : anti-ischemische, antiaritmische en antihypertensieve
eigenschappen
 Vasodilatatoren: bloedvatverwijdende geneesmiddelen
 GM bij angine pectoris :
 Hartkramp door dreigend tekort aan O2
 Anti-anginosa : GM die aanval van angor of angina voorkomen of
onderdrukken
 Drukkend soms stekende pijn achter borstbeen
 Gevolg v.e. vernauwing v.d. coronairen
 GM bij hartfalen:
 Diuretica; Sartanen
 ACE-inhibitoren (angiotensine conversie enzyme inhibitoren)
 Anti- aritmica:
 GM behandeling v. hartritmestoornissen ( nauwe therapeutische
toxische marge)
 Antihypotensiva/hypertensiva:
 GM tegen een te lage RR ; Werken RR verhogend
 Hypolipemiërende middelen:
 LDL-cholesterol ( low density lipoproteïne) verlagende GM
 HDL high density lipoproteïne
 -statine : stilleggen of verminderen
o Bloed en stolling:
 Antitrombotica:
 GM ter preventie en behandeling v. trombo-embolieën:
 Anti-coagulantia
 Anti aggregantia
 Trombolytica
 Antihemorragica = hemostatica :
 GM ter preventie en behandeling v. bloedingen
 Protamine : antidoot heparines
 Vit. K: antidoot v.d. Vit. K antagonisten
 Stollingsfactoren
6
o
o
o
o
o
o
o
o
 Bevorderen bloedstolling ; vaak gewonnen uit bloedplasma
 Bloedvorming : middelen bij anemie of trombocytopenie of neuropenie
Gastro-intestinaal stelsel :
 Tegengaan maagzuursecretie (-prazol) :
 Productie maagsap sterk wordt afgeremd
 20 min voor ontbijt
 Antacida : GM zet maagzuur (HC) om tot H2O en Co2
 Anti-emetica :
 Tegen braken en misselijkheid ( nausea)
 Emetica : braakopwekkende middelen
 Laxativa : tegen obstipatie en constipatie
 Antidiarreica: GM tegen diarree
 Probiotica : herstellen de darmflora:
 Spasmolytica: krampwerende GM
 Darmantiseptica: GM ontsmettende werking bij bepaalde infecties v.h.
maagdarmstelsel
 Choleretica: Prikkelen galsecretie en de galvorming in de lever
 Litholytica: Galsteenoplossende GM
Ademhalingsstelsel :
Bij astma ; COLL/COP : Chronisch obstructief longlijden:
 Bronchodilatatie: relaxerend effect op gladde spiercellenv.d. LW en een
bescherming tegen prikkels
 Corticosteroïden: anti-inflammatoire werking
 Antitussiva: Hoestprikkeldempende GM , werking onvoldoende bewezen
kunnen bijwerkingen hebben niet onder 6J
 Mucolytica (slijmverdunnend GM): Viscositeit v.h. vastzittend slijm doen
verminderen
 Expectorantia:
 Hoest bevorderende GM
 Ophoesten v. sputum uit bronchi te bevorderen
Hormonaal stelsel :
 Insuline:
 Gevormd in de eilandjes v. Langerhans in de pancreas
 Werkt hypoglycemierend = suiker verlagend
 Glucagon: werkt bloedsuiker verhogend
 Thyroidhormonen: schildklierpathologie zoals hypothyreoïdie
Gynaeco-obstetrie : Tocolytica: weeënremmers
Urogenitaal stelsel :
 Diuretica
 Diurese bevorderen.
 Oedeem vorming bij hartdecompensatie en levercirrose
Pijn en koorts :
 Analgetica:
 Pijnstillend, niet narcotisch GM vb.: paracetamol
 Dodelijk vanaf 8 mg/d
 Antipyretica: Koortswerende GM
 NSAID’s:
 Niet streiodale anti-inflammatoire middelen
 Hebben een analgetische ; antipyretische en ontstekingsremmend
effect
Het centraal zenuwstelsel :
7






o
o
o
o
o
Benzodiazepine : hypnotische, sedatieve en anxiolytische werking
Hypnotica : slaap bevorderend GM
Sedativa: kalmerende GM werken bewustzijn verlagend en spierverslappend
Anxiolytica: remmend angstgevoel
Anesthetica: Bewustzijn en pijnsensatie volledig wegnemen
Narcotische analgetica:
 Werkzame pijnverdovende, kalmerende en euforische GM
 Opiaten
 Antidepressiva: tegen depressie
 Antipsychotica = neuroleptica:
 Ter behandeling v. psychose, schizofrenie, manisch depressieve
stoornis
 Bijwerkingen: parkinsonnisme, gewichtstoename, diabetes, sedatie,
cardiovasculaire risico’s
 GM tegen manie en/of dwangmatig handelen
 Psychostimulantia:
 Verjagen de vermoeidheid, slaap, verhoogde waakzaamheid,
bestrijden de werking v. slaapmiddelen
 Analeptica: Stimulerend effect op CZS
 Anti-epileptica: GM tegen epileptische aanvallen
 Anti-Parkinsonmiddelen: Stoornis in dopaminesysteem
Infectie :
 Antibacteriële middelen/ AB :bacteriedodend of bacteriostatisch
 SmalspectrumAB: werkt tegen een beperkt aantal soorten bacteriën
 breedspectrumAB: ook niet andere pathogene bacteriën aan
 Antimycotica : tegen schimmels
 Antiparasitaire middelen : GM tegen parasieten zoals schurft
 Antivirale middelen: GM tegen o.a. herpesvirus
Immuniteit :
 Vaccins: actieve vorm v. immunisatie dia een voor parentale, orale of
aerogene bestemt antigen
 Anti virale vaccins vb.: de pokken
 Anti bacteriële vaccins vb.: tetanus
 Gammaglobulines: ter verdediging tegen infecties
 Immunodulatoren : GM stimuleren de weerstand
 Immunosuppressiva : kunstmatige onderdrukking v.d. immuunreactie v.h.
lichaam
 Antiallergische GM: niet-sederende antihistaminica
Antitumorale middelen :
 Geslachtshormonen bij maligne aandoeningen
 Cytostatica: GM die celdeling afremt en groei remt
 Antitumorale AB: wegens toxiciteit
 Stikstofmosterd en derivaten: vaste en hematologische maligniteiten
Dermatologie :
 Uitwendige anti-infectieuze middelen:
 Antisepticum: vermenigvuldigen v. kiemen op huid en mucosa tegen
 Desinfectans : antimicrobiële stof gebruikt op materiaal
Oftalmologie :
 Antiallergische oogdruppels: tegen allergie
 Anti-inflammatoire oogdruppels: tegen ontsteking
 Decongestioneerde oogdruppels: ontzwellend
8



 Mydriatica: pupil verwijdend
 Antiglaucoom: tegen groene staar
o Anesthesie :
 Algemene anesthetica of narcotica:
 1ste gas = lachgas
 Bewustzijn en pijn sensatie volledig wegnemen
 Plaatselijke : plaatselijke gevoelloosheid
o Diagnostica :
 Contrastvloeistoffen: bij röntgenopnames en bij magnetische resonantie om
een orgaan of de directe omgeving zichtbaar te maken
Pharmasmile:
o Het geneesmiddelenlogo voor vrij verkrijgbare geneesmiddelen (OTC)
 Dit is een geneesmiddel
 Vraag raad aan uw apotheker
 Lees aandachtig de bijsluiter
 Geen langdurig gebruik zonder medisch advies
Bewaren v. GM:
o GM kast:
 Moet ordelijk en methodisch in de kast bewaard worden
 Uit- en inwendig gebruik gescheiden
 Buiten bereik v. kinderen en op slot
o Gifkast :
 Wettelijk verplicht achter slot te bewaren producten vb.: cytostatica
 Geen andere producten
 Enkel bevoegden kunnen erin
o Verdoving :
 Dubbel slot
 Dubbele rode diagonaal op verpakking en op recipiënt
Farmacokinetiek:
o Weg die een GM aflegt vanaf inname tot verwijdering uit het lichaam
o ADME-proces :
 A = Absorptie :
 Lichaam neemt GM op in de bloedbaan ; hangt af v.d. vorm v.h. GM
 D = Distributie : Lichaam verspreidt het GM
 M = Metabolisatie : Lichaam breekt GM af
 E = Eliminatie : Lichaam scheidt het GM uit
o Absorptie:
 Via, enteraal ; parenteraal ; inhalatie en dermaal in het lichaam
 IV: direct in bloedbaan en 100% absorptie
 PO: 20-80% opname bloedbaan
 Mond ➔ lost al dan niet op in de maag ➔ grootste opname in dunne
darm ➔ darmwand ➔ bloedbaan
 Effect voeding?
 Snelheid absorptie
 GM met water inname nuchter, kort in de maag snel opgenomen
 Voedsel vertraagt opname GM
 GM voor maaltijd = voor de werking v.h. maagsap
 Bruistablet, reeds opgelost = snel geabsorbeerd
 Onevenwichtig v.d. darmflora slechte gevolgen voor absorptie GM
 Concentratie in bloedspiegel
9
 Uitscheiding in de urine Bv.: Nuchtere inname GM, bruistablet versus
comprimé
o
o
o
Distributie:
 GM wordt door het lichaam getransporteerd. Indien receptor gevonden zal
het zijn werking doen.
 Bloed-hersenbarrière (onvolledig bij kinderen <6j)
 Filtermembraam zodanig fijnmazig dat er kleine deeltjes
doorkunnen
 Moedermelk; placenta
 Subtherapeutisch niveau:
 GM die bloedbaan binnenkomt kan pas zijn werking doen als er
voldoende GM opgenomen is.
 Therapeutisch niveau: Voldoende GM aanwezig
 Toxisch gebied:
 Te veel GM in het bloed aanwezig vb.: dafalgan® vanaf 6g per dag
(dodelijk vanaf 8g)
Metabolisatie:
 Biotransformatie: lever- en galwegen :
 Lever produceert talrijke (cyp)- enzymes die GM en andere stoffen
afbreekt in uitscheidbare producten
 Omzetting van giftige in niet-giftige stoffen
 Omzetting van GM in metabolieten (afbraakstoffen)
 Moeilijke uitscheidbare stoffen omzetten in makkelijke uitscheidbare
stoffen vb.: alcohol
 Alles uit de darm gaat lang de lever via de vena porta dan de rest v.h. lichaam.
Een beschadigde lever = vertragen v. afbraak GM met risico op onbedoelde
overdosis
 Enterohepatische kringloop :
 Lever scheidt stoffen uit die via gal ➔ dunne darm (ileum)
 Opnieuw resorptie in het ileum
 Stoffen komen opnieuw in bloedcirculatie en lever ➔ Kringloop is
compleet!
 Uitscheiding verloopt trager!
 Veranderde metabolisme :
 Cyp-enzymes kunnen door voedsel ongewild actiever worden,
waardoor een GM meer en sneller wordt afgebroken dan voorzien
 Ook door middel van voedsel kan een GM ongewild minder – actief
worden, waardoor een GM minder snel wordt afgebroken dan
voorzien = opstapeling in het bloed = gevaarlijk!
 Altijd bijsluiter raadplegen bij interacties en onverenigbaarheden
Eliminatie :
 Uitscheidingsorganen:
 Darmkanaal:
 Via stoelgang, GM niet geabsorbeerd door darmslijmvlies of
niet vet oplosbaar via de galblaas
 Nieren : Via urine : bepaalde wateroplosbare GM verwijderd
 Huid :
 Via transpiratie, voor chemoproducten jodium en
broompreparaten die soms aanleiding geven tot acne of
toxische uitslag
 Longen :
10




 Via uitademing v. gasvormige stoffen zoals ether, alcohol,
lachgas, look, eucalyptus
 Speeksel-en traanklieren : Via speeksel voor bepaalde GM zoals
jodium, chemo
 Borstvoeding :Via moedermelk; slaapmiddelen, laxativa
Eliminatiesnelheid ≠ v. GM tot GM
Onvoldoende uitscheiding
 Cumuleren of opstapelen van GM :
 Vb. van GM die makkelijk cumuleren
 Jodium in schildklier ; Digitalis in hartspier (dosiscontroles!)
 Gevolg➔ INTOXICATIE of vergiftigingsverschijnselen :
 Algemene verschijnselen: koorts, braken, diarree, hoofdpijn, cyanose
 Specifieke verschijnselen:
 De lever : icterus, hepatitis
 De nieren : albuminurie, niersteenvorming
 De longen : bronchospasmen
 De mondholte en slijmvliezen : schimmel, stomatitis
 Het skelet: osteoporose vb.: door cortisone
 De tanden: grijze tandverkleuring door AB
 De huid : eczeem, jeuk, haaruitval, pigmentafwijkingen,
huidbloedingen, oedeem
 Maagdarmkanaal : gastritis, maagulcus
 Geslachtsorganen : menstruatiestoornissen,
erectiestoornissen
 De hersenen : verwardheid
 Het hart : hartritmestoornissen, angor pectoris
 De bloedvaten: allergische vasculitis, trombose
 Het beendermerg : inhibitie of vernieling v.d. bloedvormende
rol v.h. rode beenmerg
 Het zenuwstelsel: verlammingen, visusstoornissen,
evenwichtsverlies, doofheid, prikkelbaarheid
 Het endocrien stelsel: diabetes, virilisering v.d. vrouw,
feminisering v.d. man
 Wijziging v.d. ionensamenstelling v.h. bloed zoals acidose of
alkalose
Taken v.d. VPK
o De 5 j’s + vervaldatum: Juist GM; toediening, zv; dosis en tijdstip
o Educatieve taak/informatieve taak
 Patiënt kunnen informeren over geneesmiddelen
 Therapietrouw stimuleren
o Observeren en rapporteren
 Werking, mogelijke bijwerkingen observeren
 Toezicht over inname, OTC-medicatie, bewaring
Gevaren v. GM
o Bijwerkingen :
 Reactie van lichaam op GM of hulpstof
 Van mild tot levensbedreigend/dood! Vb.: misselijkheid braken, migraine
 Kan deels vermeden worden door aanvullende medicatie voor te schrijven!
Vb.: misselijkheid -> Milium® of Primera®
o Overgevoeligheid :
 Afhankelijk van persoon tot persoon, bv. gewicht, tolerantie, …
11
o
o
o
o
o
o
Tolerantie :
 Steeds meer nodig hebben om hetzelfde effect te bekomen, vb.: morfine
Resistentie :
 GM heeft weinig tot geen effect meer, bv. MRSA, doordat bacteriën zich
aanpassen aan het AB
Overdosering en cumulatie :
 Sterker werken van bepaald geneesmiddel
 Door herhaald gebruik vb. antistolling, of opstapeling in een bepaald orgaan
Onvoldoende uitscheiding :
 V.h. GM zelf of v.d. afbraakproducten/metabolieten
 Bv.: bij nier –en leverziekten
Allergische reacties :
 Onterechte reactie v.h. afweersysteem op een onschadelijke stof
 GM wordt in kleine hoeveelheden niet verdragen
 Het afweersysteem (uit antistoffen) beschermt het lichaam tegen
lichaamsvreemde stoffen of antigenen. Het afweersysteem kan te sterk
reageren op antigenen -> allergische reactie
 Een allergeen (= allergische stof = antigeen) komt het lichaam binnen en bindt
zich aan de antistoffen in ons lichaam
 Allergische reactie heviger als men opnieuw met het allergeen in aanraking
komt
 Lichaam produceert steeds meer histamine en veroorzaakt zwelling en
ontstekingen -> reacties lopen uiteen van licht tot ernstige beschadiging en
irritatie
 Behandeling: antihistaminica en corticoïden
 Symptomen: zwelling, ontsteking, jeuk, huiduitslag, rode ogen, niezen,
lopende neus…, angst, astma
 Ernstig: anafylactische reacties of shock
 Zwaarste vorm van allergie, snel en systematisch ➔ levensbedreigend
 Grote hoev. HISTAMINE (eiwit)
 Massale VASODILATATIE (sterke daling RR)
 BRONCHOCONSTRICTIE (piepende AH) ➔ SHOCK
 Symptomen?
 Tachypnoe, bronchospasmen, angio – oedeem, tachycardie, klam,
bleek, angst, hypotensie, syncope, …
 Evt. blijvende schade door zuurstoftekort of dood tot gevolg!
 Medische URGENTIE ➔ acute bronchoconstrictie binnen enkele
minuten ➔ mond-op-mond + adrenaline
 Diagnose “anafylaxie” ➔ adrenaline-autoinjector = epinefrinespuit
(vb. Epipen bij wespensteek), 112 bellen! LEVENSREDDEND!!!
Interactie van geneesmiddelen en wisselwerking :
 Wanneer de aanwezigheid van één stof de werking van de andere verandert
 Hetzelfde effect beogen; Verandering in absorptie geven
 Potentiëring of versterking van GM; Verminderde werking van het GM
 Verandering in verdeling in het lichaam; Verandering in het metabolisme
 Vlugge eliminatie veroorzaken
 Mogelijke oorzaken :
 Oude of vervallen medicatie
 Verstoring van bepaalde evenwichten in het lichaam, bv.
breedspectrum AB kan darmflora aantasten
 GM en veranderd voedingspatroon, bv. chemo, corticosteroïden…
12
 Steeds bijsluiter lezen
Risicogroepen :
 Diabetici : Medicatie met invloed op glycemie
 Kankerpatiënten :
 Cytostatica of chemotherapie
 Misselijkheid, braken en diarree
 Alcoholmisbruik :
 Verstoring in opname van geneesmiddelen
 Verstoring in metabolisme van geneesmiddelen, vitamines en
mineralen
 Versterkend effect op sommige geneesmiddelen
 Zwangerschap : Teratogene gevaren!
 Lactatie
 Bestuurders voertuigen of bedienen v. machines
o Nevenverschijnselen :
 Veroorzaakt door de eigenschappen v.h. GM zelf
 Minder ernstig dan schadelijke werking
o Afhankelijkheid of verslaving of toxicomanie :
 Lichamelijke en psychische afhankelijkheid van de stof
 Weglaten van deze stof: abstinentieverschijnselen
 Angst; Onrust; Delirium (hallucinatoire verwardheid)
Zelfmedicatie
o Theoretisch af te raden, gebruiker heeft onvoldoende kennis over de farmacologie
o Praktisch door iedereen toegepast en uitwisseling onderling
o VPK hebben een voorbeeldfunctie; enkel op doktersvoorschrift!
o Aandachtspunten voor VPK:
 Enkel op voorschrift arts! Zwangerschap, borstvoeding
 Voorzichtig zijn; bijsluiter goed lezen
 ! Bij kinderen; Goede observatie v. pat.
 Juist bewaarmethode; vervaldatum steeds nazien
 Stopzetting resterende medicatie afgeven aan apotheek
Therapietrouw/medicatietrouw
o Gebruikersgemak van geneesmiddel :
 Manier van innemen kan therapietrouw  vb.: nuchter innemen, 2 u voor de
maaltijd, moeilijk te openen siroopflessen
 Nodige hulpmiddelen vb.: aerosol, zelfinjecties…
 Frequentie van gebruik :
 Hoe meer toedieningen/dag, hoe  therapietrouw
 Duur van de therapie :
 Hoe langer de therapie duurt, hoe  therapietrouw Bijwerkingen
 Hoe meer bijwerkingen, hoe  therapietrouw
o Therapie gerelateerd :
 Patiënt gerelateerd :
 Motivatie van de pt. Nut van informerende taak
 Persoonlijke effectiviteit van de pt.
 Vertrouwen arts, overtuigd zijn van effect
 Persoons –of ziektegebonden factoren
 Vb. Slechtziend, verward, fijne motoriek
 Hoe therapietrouwheid verbeteren :
 Derden inschakelen ; Dagboek ; SMS (opgelet, gewenning)
 Algemeen:
o


13
o
o
 Therapie makkelijker maken
 Motivatie bij pt. 
 Persoonlijke effectiviteit van de pt. 
Oraal toedienen van GM
 5 J’s + vervaldatum
 ! verslikken ; pat. GM geven met een glas water
 Voldoende water laten drinken
 Samen met voeding ! bijsluiter lezen voor interacties
 Sublinguaal : 1ste mond spoelen dan GM ; GM niet kauwen
 Controle alle GM ingenomen
Toedienen vaginaal GM
 5J’s + vervaldatum
 Zalf, crème, gel of ovule met bijhorende applicator
 Verwijder dop v.d. tube schroef applicator op de tube
 Voorzichtig in tube knijpen en vul applicator tot stopteken
 Schroef applicator v.d. tube los en schroef tube dicht
 Zelfzorg stimuleren medicatie zelf aanbrengen , handschoenen geven en
medicijn
 1ste laten plassen, na inbreng tijdje blijven liggen
 Applicatie ovule :
 Onderlichaam ontbloten ; rugligging met de benen opgetrokken en de
knieën gespreid
 Trek handschoenen aan ; spreid de labia met de ene hand en breng
met de wijsvinger v.d. andere hand de ovule ± 5 cm in de vagina :
vingers naar beneden gericht naar de wervelkolom vervolgens naar
de baarmoedermond
 Zalfapllicator: ± 5 cm in vagina druk zuiger leeg en verwijder
applicator
14
Download
Random flashcards
Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

hoofdstuk 2 cellen

5 Cards oauth2_google_c110ae80-d7f3-4403-b521-4d3d8bb0f63c

Iii

2 Cards oauth2_google_9c420ccc-aa1e-43e8-86f8-85252241aaed

engels hfst 1

25 Cards oauth2_google_c110ae80-d7f3-4403-b521-4d3d8bb0f63c

cijfers

15 Cards oauth2_google_c110ae80-d7f3-4403-b521-4d3d8bb0f63c

Create flashcards