Uploaded by nmgodoy

Oefentoets kennisbasistoets rekenen

advertisement
Oefentoets Kennisbasistoets rekenen
Domein: hele getallen (20 vragen)
Vraag 1:
Een leerling heeft moeite met de opgave 8 x 6.
Hij rekent de som uit via 6 x 8 en maakt daarbij gebruik van het steunpunt 5 x 8.
Van welke rekeneigenschappen maakt deze leerling gebruik?
A. De commutatieve eigenschap en de distributieve eigenschap.
B. De associatieve eigenschap en commutatieve eigenschap.
C. De distributieve eigenschap en associatieve eigenschap.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 2
De familie Swinkels is voor een week (7 dagen) op vakantie met de tent €364,- kwijt.
Prijzen Camping:
Toeristenbelasting is 2 euro per persoon per dag.
Hoe kan de samenstelling van dit gezin zijn?
A. Twee volwassenen, twee kinderen van 8 en 12 jaar en twee honden.
B. Twee volwassenen en drie kinderen van 3, 6 en 13 jaar en twee honden.
C. Twee volwassenen, één kind van 10 jaar en twee honden.
D. Twee volwassenen en vier kinderen van 3, 5, 7 en 11 en twee honden.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 3
Vier vrienden lunchen bij broodjeszaak Sand-wich?. Bij broodjeszaak Sand-wich? kun je zelf je broodje
samenstellen. Hieronder zie je alle opties. Bij elke optie moet je iets kiezen en je mag per optie maar
één onderdeel kiezen. Je kunt kiezen uit de volgende mogelijkheden:
Uit hoeveel combinaties kunnen de vier vrienden kiezen?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 4 (ZRM)
De bewoners van de 15 meter hoge Zonneflat geven een feest in hun gezamenlijke achtertuin. Omdat
het gaat regenen spannen zij een zeil om droog te kunnen feesten. Dit zeil wordt bevestigd aan de
dakgoot van de flat en aan de 3 meter hoge schutting achter in de tuin. Het zeil is 36 meter lang.
Hoe lang is de tuin? Rond af op meters.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 5 (ZRM)
1 km is ongeveer 3048 Engelse voet.
De straal van de aarde is ongeveer 6378,1 km
Wat is ongeveer de omtrek van de aarde in Engelse voet?
A. 60.000.000 voet
B. 40.000 voet
C. 95.000.000 voet
D. 122.000.000 voet
_______________________________________________________________________________________
Vraag 6
Lizzy gaat naar de supermarkt om ham te kopen. Ze heeft van haar moeder €12,50 mee gekregen. De
kiloprijs van ham is €20,95.
Hoeveel pakjes ham van 1 ons kan Lizzy kopen voor € 12,50?
A. 5
B. 6
C. 7
D. 8
_______________________________________________________________________________________
Vraag 7
Lisa en haar oudere zus zijn nu samen 41 jaar oud. Over twee jaar is haar zus exact twee keer zo oud
als Lisa.
Hoe oud is Lisa nu?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 8 (ZRM)
De familie Visser moet 1250 km rijden om bij hun vakantieadres in Italië te komen. Hun auto verbruikt
1 liter benzine op 14 kilometer. Als er een caravan achter de auto hangt verbruikt hij 1 liter op 9
kilometer. Ze kunnen 40 liter benzine per tankbeurt tanken.
Hoeveel meer moet er getankt worden als er een caravan achter de auto hangt?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 9 (ZRM)
Hélène wil haar 9 studieboeken netjes opstapelen. Het boek Rechtsfilosofie is het grootste boek en
moet onderop liggen. Bovenop de stapel komt het boek Psychologie.
Op hoeveel manieren kan Hélène haar boeken neerleggen?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 10
Roel heeft in beide handen evenveel dropjes.
Ad heeft er 5 meer dan Roel in één hand heeft en hij heeft er 9 minder dan Roel in beide handen heeft.
Hoeveel dropjes heeft Ad?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 11 (ZRM)
1
Ik gooi met twee dobbelstenen. De kans op een bepaalde uitkomst is 6 .
Wat is die uitkomst?
A. 5
B. 6
C. 7
D. 8
_______________________________________________________________________________________
Vraag 12
Kim zit in groep 6 en probeert 18 x 26 met een bekende eigenschap van bewerkingen uit te rekenen.
Ze vindt als antwoord 248, maar dat is fout.
Welke eigenschap van bewerkingen heeft Kim vermoedelijk verkeerd gebruikt?
A. Associatieve eigenschap
B. Inverse relatie
C. Commutatieve eigenschap
D. Distributieve eigenschap
_______________________________________________________________________________________
Vraag 13
In 2012 zitten op basisschool de Kameleon 395 leerlingen.
Wat is het kleinst mogelijke aantal kinderen dat geen ‘eigen verjaardag’ heeft? (Dat wil zeggen dat
er op diens verjaardag niet nog minstens één andere leerling jarig is.
Vraag 14
Er worden twee getallen opgeteld.
187?52 + 26964 = …
De uitkomst van de som is deelbaar door 6. In het eerste getal is één cijfer onleesbaar (op de plek van
het vraagteken).
Welk getal hoort op de plek van het vraagteken?
A. 2
B. 4
C. 6
D. 8
_______________________________________________________________________________________
Vraag 15
In het jaar 2150 besluit de regering om in plaats van het sexagesimaal getallenstelsel over te gaan op
het decimaal getallenstelsel om de tijd aan te duiden. Elk uur heeft dan 100 minuten en elke minuut
heeft 100 seconden. De zomer in dit jaar duurt precies 93 volle dagen in het sexagesimaal
getallenstelsel.
Hoeveel dagen van 24 decimale uren duurt de zomer ongeveer als het decimale getallenstelsel wordt
ingevoerd?
A. Tussen de 20 en de 30 dagen
B. Tussen de 30 en de 40 dagen
C. Tussen de 40 en de 50 dagen
D. Tussen de 50 en de 60 dagen
_______________________________________________________________________________________
Vraag 16
Van 35 gezinnen is het gemiddelde aantal kinderen berekend.
Het gemiddelde kan niet gelijk zijn aan:
A. 0,6
B. 1,3
C. 1,6
D. 2,2
E. Dit kun je niet weten
_______________________________________________________________________________________
Vraag 17
Ik moet een rij opeenvolgende getallen optellen:
1+2+3+4+…
Ik weet niet hoe lang de rij is, maar als ik het eerste en het laatste getal optel en vermenigvuldig met 7
kom ik op het goede antwoord.
Uit hoeveel getallen bestaat de rij?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 18
Gegeven is het getal 123123123123.
Is dit getal deelbaar door 7? En door 13?
A. Deelbaar door 7, niet deelbaar door 13
B. Deelbaar door 13, niet deelbaar door 7
C. Deelbaar door zowel 7 als 13
D. Niet deelbaar door 7, niet deelbaar door 13
_______________________________________________________________________________________
Vraag 19
Gegeven is het rijtje 3, 5, 7. Deze opeenvolgende oneven getallen zijn allemaal priemgetallen.
Zijn er meer van deze rijtjes, met drie oneven getallen die tevens priemgetallen zijn?
A. Onder de 100 niet, daarboven wel
B. Alleen tussen de 100 en de 1000
C. Alleen boven de 1000
D. Dit komt niet vaker voor
_______________________________________________________________________________________
Vraag 20
Stelling I: Als je twee opeenvolgende driehoeksgetallen bij elkaar op telt, krijg je altijd een
vierkantsgetal.
Stelling II: Als je twee opeenvolgende driehoeksgetallen bij elkaar op telt, krijg je altijd een even getal.
Welk antwoord is juist?
A. Alleen stelling I is juist.
B. Alleen stelling II is juist.
C. Beide stellingen zijn juist.
D. Geen van de stellingen is juist.
Domein: procenten, verhoudingen, kommagetallen en breuken (19
vragen)
Vraag 1
In het jaar 2014 zijn er veel jongeren die hun praktijkexamen voor de auto hebben afgelegd. Van alle
3
jongeren die dat jaar examen hebben gedaan, slaagt deel in één keer. De jongeren die niet geslaagd
5
3
zijn, rijden dat jaar allemaal opnieuw af. Van hen slaagt 4 deel voor hun rijexamen. Na deze 2 kansen
zijn er nog 258 jongeren die hun rijexamen niet gehaald hebben.
Hoeveel jongeren hebben in 2014 hun praktijkexamen voor de auto afgelegd?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 2
In Nederland is sinds 2012 een nieuw kentekenformaat gelanceerd. De kentekens bestaan uit de
volgende tekens: één groep van twee letters, nog een groep van twee letters en twee cijfers. In dit
format worden geen klinkers gebruikt (de y wordt hier als medeklinker gerekend) en 6% van de
lettercombinaties wordt niet toegestaan.
Hoeveel kentekencombinaties zijn er mogelijk op de bovenstaande manier?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 3
De breuk
812
128
Wat is het precieze decimale getal waarmee je deze breuk kunt weergeven?
A. 6,1132
B. 7,44128
C. 6,34375
D. 7,21919
_______________________________________________________________________________________
Vraag 4
Flesjes Cola van 0,5 liter kosten in een supermarkt €1,30.
De flessen Cola van 1,5 liter zijn verhoudingsgewijs 30% goedkoper.
Wat kost een fles Cola van 1,5 liter in deze supermarkt?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 5
€3,50 is ongeveer 6,80 Bulgaarse Lev. Ik heb €42,00 meegenomen op vakantie. Mijn busreis van het vliegveld
naar het hotel kost 83,20 Bulgaarse Lev.
Kan ik mijn busreis betalen?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 6 (ZRM)
Een dief wil een klompje puur goud van 17 cm3 aan de goudsmid verkopen.
De goudprijs is € 36,- per gram
De dichtheid van goud is 19,3 g/cm3.
Hoeveel euro ontvangt de dief van de goudsmid in ruil voor het klompje goud?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 7
In Pabo-Wabo heb je twee soorten munten. De ene munt is 3 PW waard. De andere munt is 5 PW
waard. Ik heb ruim voldoende munten van 5 PW, en acht munten van 3 PW.
Welk bedrag kan ik daarmee NIET gepast betalen?
A. 413 PW
B. 529 PW
C. 622 PW
D. 807 PW
E. het juiste antwoord staat er niet tussen
_______________________________________________________________________________________
Vraag 8 (ZRM)
75% van de Nederlanders is stemgerechtigd. Daarvan kwam 70% opdagen tijdens de verkiezingen. Er
zijn vier grote partijen die de volgende aantallen stemmen kregen: Partij A krijgt 2,4 miljoen stemmen,
partij B krijgt 2,1 miljoen stemmen, partij C krijgt 1,9 miljoen stemmen en partij D krijgt 1,5 miljoen
stemmen.
Hoeveel procent van de stemgerechtigde Nederlanders heeft niet gestemd op een van de vier grote
partijen?
A. 5%
B. 8%
C. 11%
D. 14%
_______________________________________________________________________________________
Vraag 9
Als mijn tablet helemaal leeg is duurt het 2 uur om de accu weer helemaal op te laden. Een volle accu gaat
10 uur mee.
Als ik nog 30 minuten werktijd tot mijn beschikking heb, krijg ik een waarschuwing dat ik de oplader
moet aansluiten.
Ik schakel mijn tablet uit, sluit de oplader aan en wacht tot de accu weer helemaal vol is.
Hoe lang moet ik wachten?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 10
Ik wil zes flessen frisdrank kopen. Er zijn bij drie supermarkten aanbiedingen.
Supermarkt A: vier halen, drie betalen
Supermarkt B: derde artikel voor de helft van de prijs
Supermarkt C: … % korting op elke fles
Welk kortingspercentage per fles moet supermarkt C geven zodat de aankoop van 6 flessen frisdrank daar
net iets goedkoper is dan bij de andere twee supermarkten? Supermarkt C geeft alleen maar een geheel
aantal procenten korting.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 11 (ZRM)
Je koopt een iPhone 6 in Amerika. Hij kost daar $700 (exclusief BTW). Op dat moment is de euro 1,15
dollar waard.
Bereken de prijs van de iPhone 6 in euro’s inclusief BTW. Rond je antwoord af op een heel aantal euro’s.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 12
Nils koopt 3 kilo gehakt bij de slager voor €16,25. Hij vraagt zich af wat 200 gram kost.
Leerling A berekent: 16,25 : 3000 x 200
Leerling B berekent: 16,25 : 3 : 5
Leerling C berekent: 16,25 : 1,5
Leerling D berekent: 16,25 x 2 : 30
Welke leerling komt op een fout antwoord?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 13
Jan, Marie en Truus zitten in groep 8. Ze zijn het niet eens over het antwoord van de volgende opgave.
Wie van de drie heeft gelijk?
A. Jan
B. Marie
C. Truus
D. Niemand
_______________________________________________________________________________________
Vraag 14
Mark is aan het kijken naar een Samsung Galaxy S5 met abonnement voor 24 maanden. Hij twijfelt of
hij de telefoon los zal aanschaffen of inbegrepen in het contract.
Optie 1: Telefoon los € 529 Sim Only € 24 / maand
Optie 2: Abonnement (inclusief telefoon) € 28 / maand + eenmalige betaling van € 319
Optie 3: Abonnement (inclusief telefoon) € 38 / maand zonder bijbetaling
Wanneer betaal je het minst voor de telefoon?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 15 (ZRM)
2500 mensen hebben een enquête ingevuld over waar hun vakantie naar toe gaat deze zomer en de
route die ze daarbij afleggen.
Er zijn meerdere routes om naar Italië te rijden. Hoeveel van de 2500 ondervraagde mensen gaan er deze
zomer naar Italië?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 16
Leerlingen van groep 7 rekenen de volgende opgave op hun rekenmachine uit: 2,5 kg kaas kost €23,75.
Was kost 300 gram kaas?
Welke leerlingen rekenen het op de goede manier uit?
Leerling A: 23,75 x 0,3 : 2,5
Leerling B: 23,75 : 2,5 : 0,3
Leerling C: 23,75 x 2,5 : 0,3
Leerling D: 23,75 : 0,3 x 2,5
_______________________________________________________________________________________
Vraag 17
Susan heeft een balk gebouwd. De balk bestaat uit 16 blokjes. Ze laat de balk aan haar klasgenootjes zien.
De verhouding van het aantal ongekleurde blokjes (wit) ten opzichte van het aantal gekleurde blokjes is 1 :
3.
Freek zegt: ‘Als ik 3 blokjes toevoeg, zou de verhouding ‘wit : gekleurd’ eventueel gelijk kunnen blijven.’
Anne zegt: ‘Als ik 4 blokjes toevoeg, zou de verhouding ‘wit: gekleurd’ eventueel gelijk kunnen blijven.’
Lieve zegt: ‘Susan heeft vier witte blokjes gebruikt.’
Wie heeft of wie hebben er gelijk?
A. Freek en Anne
B. Anne en Lieve
C. Freek en Lieve
D. hebben alle drie gelijk
_______________________________________________________________________________________
Vraag 18
In groep 4 zijn 17 van de 35 leerlingen blond
In groep 5 zijn 15 van de 33 leerlingen blond
In welke groep zitten verhoudingsgewijs meer blonde kinderen?
A. Groep 4
B. Groep 5
C. In groep 4 en 5 zitten verhoudingsgewijs evenveel blonde kinderen
D. Dit kun je niet weten
_______________________________________________________________________________________
Vraag 19
Omdat ik haast heb kies ik voor zelf scannen in de supermarkt. Ik scan 6 flessen cola en 3 pakken koekjes.
De scanner geeft €6 aan. Ik bedenk mij en neem toch 8 flessen cola en 6 pakken koekjes. De scanner geeft
nu €9,60 aan.
Hoeveel kost 1 fles cola? En hoeveel kost 1 pak koekjes?
Domein: Meten (11 vragen)
Vraag 1
Op Oudejaarsavond wordt naast de Eiffeltoren een vuurpijl verticaal omhoog afgeschoten. Na 5
seconden knalt deze naast de top van de Eiffeltoren uiteen.
Wat is de gemiddelde snelheid van de vuurpijl in kilometers per uur?
A. Ongeveer 108 km/u
B. Ongeveer 216 km/u
C. Ongeveer 360 km/u
D. Ongeveer 500 km/u
_______________________________________________________________________________________
Vraag 2 (ZRM)
Meester Arjen gaat kleien met de klas. Een leerling, Robin, wil uit gaan rekenen wat de dichtheid van
een stukje klei is. Hij doet hiervoor het volgende:
- Een maatbeker vullen met 7 deciliter water. Vervolgens legt hij het stukje klei in de maatbeker. Nu
is de maatbeker gevuld tot 8,2 deciliter.
- Het blokje wegen:
- Het stukje klei tot een balk kneden en de lengte, breedte en hoogte meten.
De balk is 4 cm x 5 cm x 6 cm.
Hij gaat met deze gegevens aan de slag. Volgens Robin heeft het stukje klei een dichtheid van 1,167
g/cm3.
Heeft Robin gelijk? Zo nee, wat heeft hij verkeerd gedaan?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 3
Een zwembad met een breedte van 5 meter en een lengte van 6 meter moet
gevuld worden. De diepte van het zwembad begint bij 1,5 meter en het
wordt geleidelijk aan steeds dieper tot 3,5 meter.
Hoeveel badkuipen kun je ongeveer vullen met de inhoud van dit zwembad?
A. 500
B.1200
C. 6000
D. 12000
_______________________________________________________________________________________
Vraag 4
Jan fietst met een gemiddelde snelheid van 23,3 km/u van Utrecht naar Nijmegen.
Hoelang is Jan ongeveer bezig met deze tocht?
A. 4 uur
B. 7 uur
C. 9 uur
D. 11 uur
_______________________________________________________________________________________
Vraag 5 (ZRM)
Ik heb een bedrag van €200.000.000. Daarmee wil ik de evenaar beleggen.
Met welke munten lukt dit het best?
A. €2 munten
B. €1 munten
C. €0,20 munten
D. €0,10 munten
_______________________________________________________________________________________
Vraag 6
De duim is oude lengtemaat.
Ongeveer hoeveel duimen is een A4’tje lang?
A. 4
B. 6
C. 12
D. 19
_______________________________________________________________________________________
Vraag 7 (ZRM)
Een vliegtuig vliegt 900 km/u en doet er ongeveer 1 minuut over om over Londen te vliegen.
Hoe groot is de omtrek van Londen ongeveer?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 8 (ZRM)
Het tafelblad van een rond tafeltje heeft een oppervlakte van 2827,4
cm². Midden op dat tafeltje ligt een rond kleedje.
Dat kleedje is overal precies 10 cm verwijderd van de rand van de tafel.
Wat is de oppervlakte van het kleedje?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 9
In het warenhuis is een roltrap van 10 meter lang. Deze heeft een snelheid van 0,5 m/s.
Tom en Karlijn stappen tegelijkertijd op.
Tom staat stil en Karlijn loopt met een snelheid van 1,5 m/s op de trap. Op
een gegeven moment is Karlijn boven en stapt van de trap af.
Hoeveel meter moet Tom nog afleggen als Karlijn boven is? Geef je antwoord in één decimaal.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 10
Freek wandelt eerst 3 km met een snelheid van 6 km/u en vervolgens 3 km met een snelheid van 5
km/u.
We willen zijn gemiddelde snelheid over het hele traject weten.
Leerling 1 zegt: Ik tel de snelheden bij elkaar op en deel door 2.
Leerling 2 zegt: Ik bereken hoe veel minuten hij in totaal over de hele wandeling doet. Vervolgens deel
ik 6 km door dat totaal en tot slot vermenigvuldig ik met 60.
Wat is correct?
A. Alleen leerling 1 heeft gelijk
B. Alleen leerling 2 heeft gelijk
C. Leerling 1 en leerling 2 hebben allebei gelijk
D. Leerling 1 en leerling 2 hebben geen van beiden gelijk
_______________________________________________________________________________________
Vraag 11 (ZRM)
Een vader gaat samen met zijn zoon op een middag 10 km wielrennen.
Het achterwiel van beide fietsen gaat drie keer rond bij één omwenteling van de trappers.
Hoeveel keer moet het kind gedurende die 10 km vaker trappen dan zijn vader?
_______________________________________________________________________________________
Domein: meetkunde (8 vragen)
Vraag 1
Een keukenvloer is volgens dit patroon betegeld met rode en witte tegels. De tegels zijn 20 cm bij 20
cm. Op de vloer liggen 84 rode tegels méér dan witte tegels.
Wat is de oppervlakte van de keukenvloer?
A. 6 m2
B. 7 m2
C. 12 m2
D. 14 m2
_______________________________________________________________________________________
Vraag 2
Bekijk de volgende bouwplaat (de achterkant van de bouwplaat is wit):
Welke kubus kan niet worden gevormd met deze bouwplaat?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 3
Ik heb 100.000 euro in munten van 1 euro gewonnen.
Op welke wijze kan ik mijn prijs in één keer vervoeren? Kies de kleinste mogelijkheid.
A. Met behulp van twee boodschappentassen
B. In een kruiwagen
C. In de kofferbak van een kleine personenauto
D. In de laadruimte van een autobusje E: In een vrachtwagen
_______________________________________________________________________________________
Vraag 4
Een regelmatige vijfhoek. Vanaf hoek A wordt een horizontale lijn getrokken naar rechts.
Welke hoek hoort bij het vraagteken?
A.60°
B. 108°
C. 72°
D. 80°
_______________________________________________________________________________________
Vraag 5
Van de dubbele ladder die je op de foto ziet is het volgende bekend:
De schuine zijkanten zijn elk 2 meter lang.
Het bovenste plateautje zit 190 cm boven de grond.
Hoe ver staan de poten van deze ladder uit elkaar? Geef je antwoord in hele
centimeters.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 6
Minecraft is een computerspel waarin het bouwen met kubusjes centraal staat. Een groot deel van
de wereldbevolking is aan Minecraft verslingerd en creëert kubusvormige werelden. Sheldon heeft
de uitslag van een kubus, maar er ontbreekt één veld. Hij heeft de keuze uit vier stukjes om dit veld
op te vullen. Het is belangrijk dat alle wegen op elkaar aansluiten zodra hij de kubus in elkaar vouwt.
Welk stukje kan Sheldon kiezen? De stukjes mogen gedraaid worden.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 7
Welke van deze verkeersborden is niet puntsymmetrisch?
A. Bord 1
B. Bord 2
C. Bord 3
_______________________________________________________________________________________
Vraag 8
Hieronder zie je een plaatje van het glazen plafond van het scheepvaartmuseum.
Welke soorten symmetrie kun je herkennen in dit figuur?
Let op: er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.
A. Lijnsymmetrie
B. Draaisymmetrie
C. Puntsymmetrie
Domein: verbanden (8 vragen)
Vraag 1
De volgende cijfers zijn behaald voor een toets:
576478695577668655332689972465
Wat gebeurt er met de mediaan van de bovenstaande rij, als er twee onvoldoendes bij komen?
A. De mediaan wordt hoger
B. De mediaan wordt lager
C. De mediaan blijft gelijk
D. Dit kun je niet weten
_______________________________________________________________________________________
Vraag 2
Elke dag moet mijn oma haar bloedsuikergehalte meten. Zeven dagen lang heeft zij dit (op hetzelfde
tijdstip) bijgehouden. De resultaten staan in de grafiek.
Op welke dag was haar bloedspiegel het meest
gestegen, ten opzichte van de vorige dag?
A. Dinsdag
B. Woensdag
C. Vrijdag
D. Zaterdag
_______________________________________________________________________________________
Vraag 3
Marjolein loopt per maand 16 km hard.
Ronald loopt 15 keer per jaar 8 mile hard.
Ze willen hun resultaten graag met elkaar vergelijken. Dit doen ze elke 3 maanden.
Wie loopt het meest? En hoeveel verschilt dat per kwartaal? Geef je antwoord in miles en in
kilometers.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 4
De volgende rij getallen is gegeven:
4, 4, 4, 5, 5, 5, 6, 6, 6, a, b, c
De laatste 3 getallen zijn niet bekend.
De modus van de rij is 6.
Het gemiddelde van de rij is 4,5.
Wat weet je van de drie ontbrekende getallen?
Twee van de drie getallen zijn:
A. 6 en 1
B. 3 en 4
C. 1 en 3
D. 6 en 5
_______________________________________________________________________________________
Vraag 5
Klas 2D heeft een tentamen rekenen gemaakt en de volgende resultaten behaald:
3,3,3,4,5,5,5,5,5,5,5,5,5,6,6,6,6,6,6,8,8,8,9,9,10
Welke bewering is onjuist?
A. Het gemiddelde van alle resultaten is afgerond een 5,8
B. De mediaan is 5
C. De modus is 5
D. De studenten met een 6 of hoger vallen binnen het laatste kwartiel.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 6
Om het winkelend publiek in kaart te brengen zijn de leeftijden van voorbijgangers genoteerd.
Mannen
Vrouwen
2
2
1
0
4
9
7
7
1
1
2
5
6
9
6
3
2
9
8
4
0
3
4
3
4
1
2
8
4
5
2
7
De leerlingen doen de volgende uitspraken:
Achmed: “De modus is 17, omdat dit het meest voorkomende getal is en het gemiddelde is evenveel is
als de mediaan.”
Lidia: “De modus is 26, want er staan 26 leeftijden in dat ding. Het gemiddelde is 7,2. Dat heb ik
uitgerekend door alle gele getallen bij elkaar op te tellen en te delen door 26. (dus:
2+2+1+4+9+7+7+1+2+5+6+7 enz. Dit zijn alleen de eerste twee rijen als voorbeeld. De rest heb ik op
mijn rekenmachine gedaan.”
Geeske: “De mediaan is in dit geval niet hetzelfde als het gemiddelde, maar dat kan wel voorkomen bij
stengel- en bladdiagrammen. De modus is 17."
Harry: “Er zijn op het moment dat er leeftijden van voorbijgangers genoteerd werden meer mannen
langsgekomen dan vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de mannen is lager dan de gemiddelde leeftijd
van de vrouwen.”
Jos: “De mediaan is 24,5 en de modus is 17. De gemiddelde leeftijd van de voorbijgangers ligt tussen
de 20 en 30 jaar.”
Welke uitspraak of uitspraken zijn juist?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 7 (ZRM)
Een huis heeft zonnepanelen op het dak. Bijgaande grafiek toont de energieopbrengst per dag in de maand
maart 2014.
De totale opbrengst in de maand maart 2014 bedroeg 389,5 KWh
Het KNMI gaf aan dat maart 2014 een van de zonnigste maart-maanden ooit was: gemiddeld schijnt de zon
in maart 135 uur, deze maand was dat maar liefst 215 uur! En er waren maar twee dagen in maart waarop
de zon niet scheen.
Hoeveel was de extra opbrengst in deze maand maart ongeveer ten opzichte van een gemiddelde maartmaand?
_______________________________________________________________________________________
Vraag 8
Meteolink.nl houdt per dag bij wat het weer is geweest. Voor een artikel in de krant gebruikt een
journalist Meteolink.nl om te onderzoeken welke temperaturen in de maand maart voorkwamen, en
om van elke temperatuur vast te stellen hoe vaak hij in maart voorkwam. Het gaat om de maximale
temperatuur per dag.
Welke grafiek kun je het beste gebruiken bij deze situatie?
A. Staafgrafiek
B. Histogram
C. Lijngrafiek
D. Cirkeldiagram
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Create flashcards