Muziek - Wikiwijs Maken

advertisement
Muziek
CULTUUR VAN HET MODERNE
1 E HELFT 20 E EEUW
[email protected], VERSIE 02/2015
Modernisme -
e
1
helft
Zeer bewogen periode
WO1
Economische crisis (jaren 30)
Opkomst fascisme
WO2
e
20
eeuw
Stormachtige ontwikkeling van de
kunstwereld
 bestaande regels en uitgangspunten worden overboord gezet
 wisselwerking tussen verschillende disciplines
 opgejaagd door de politieke ontwikkelingen trekken kunstenaars door heel Europa
 deel vlucht naar Amerika
 Exotisme: groeiende belangstelling voor cultuur & volkeren buiten Europa
 internationale avant-garde zoekt voortdurend de confrontatie in de kunst en maakt zich los van
de maatschappij
Expressionisme:t uiten van hevige emoties en de innerlijke visie van de kunstenaar
Het Modernisme - Vooruitgangsgeloof
 Begin 20e eeuw: welvaart en technische vernieuwingen
 Kunstenaars en wetenschappers: grenzeloos optimisme over de toekomst
 Overtuigd dat ontwikkelingen niet snel genoeg konden gaan
 Technische vooruitgang zou leiden tot een vreedzame,
welvarende maatschappij voor alle burgers
 Overal in Europa: ontstaan idealistische, vernieuwende kunstenaarsbewegingen zoals het
futurisme, het Bauhaus en De Stijl
 Stromingen geïnspireerd door maatschappelijke ontwikkelingen en de technische vooruitgang
 Kunstenaars op zoek naar vernieuwing
 Origineel willen zijn (uniciteit)
 Onafhankelijk (autonomie)
 Geloof dat kunst de wereld kan verbeteren (Utopie)
Het Modernisme - Vooruitgangsgeloof
 Grote groep kunstenaars die bewust wilden breken met de traditie en op zoek gingen naar
nieuwe vormen en onderwerpen, vatten we samen met de term modernisme.
 Modernisme is meer een houding dan een kunststroming.
 Zij die voorop lopen in deze beweging noemen we de
Avant-Garde kunstenaars
 sterke wens tot het vernieuwen van de kunst zelf
 onderzoek naar de essentie van kunst:
onderzoek naar vormgeving, abstractie, expressie
en vervreemding
Kunstenaars raakten ervan doordrongen dat ze, als ze de kunst wilden
vernieuwen, afstand moesten nemen van het idee dat er één (zichtbare)
werkelijkheid bestond.
 Van abstraheren naar abstractie
Inleiding Muziek
eerste helft 20e eeuw
Ontwikkeling Moderne Klassieke muziek
& ontstaan Jazz uit o.a.
de Blues en Ragtime in Amerika
Moderne Klassieke muziek
1e helft 20e eeuw
 Geldende regels worden losgelaten
 ontstaan vele stijlen
 ontwikkeling opname technieken (lp en later CD, MP3): internationale verspreiding
 gevolg: het mengen van stijlen
http://www.youtube.com/watch?v=mCngUrlJahY (muziek op school) 5.20min
Expressionisme; Neoclassicisme; Minimal Music
 Noteer de kenmerken van deze stromingen
Harmonieleer binnen de muziek
 tot in Romantiek geldt alleen de harmonieleer van Jean-Philippe Rameau (1683-1764) voor
tonalemuziek
 melodieën en akkoorden zijn samengesteld uit 7 (van de 12) tonen van de toonladder
 Het menselijk gehoor is dat zo gewend sinds de 17e eeuw
 Consonanten (samenklank van tonen is in harmonie)
 In de Romantiek krijgen mineur & majeur een belangrijke rol om steeds heftiger emoties te kunnen
spelen
 Steeds heftiger worden deze composities in de late Romantiek (Wagner, Strauss, Brahms)
 Componisten komen aan de grenzen van de muzikale wetten
 oplossing Debussy: toonladders uit andere culturen
 Schönberg: Atonaliteit: definitieve breuk met de muzikale wetten
Expressionisme
 Streven naar uiterst expressieve & emotionele klanken
 uitersten zoals hysterie & krankzinnigheid
 veel slagwerk & blazers in vreemde combinaties
 atonaliteit
(loslaten van traditionele tonale relaties, ontbreken tooncentrum)
 Twaalftoonsprincipe (alle 12 tonen zijn gelijkwaardig)
 Serialisme (noten, toonduur, sterkte, klankkleur in reeksen vastleggen)
 Emancipatie van de dissonant (een samenklank die scherp klinkt)
Arnold Schönberg
 Expressionistische muziek: Erwartung (1909)
 Niet gemaakt om prettig in het gehoor te liggen
 uitvergroting van emoties
http://www.youtube.com/watch?v=f-34yoPg3rI
Fragment Erwartung
Vrouw meent het bebloede lichaam van haar geliefde te vinden:
“Das ist er”
Atonaliteit, niet gedwongen door de wetten van de harmonieleer
Atonaal - Schönberg
 loslaten van traditionele tonale relaties
S: Kunst behoort tot het onbewuste. Men moet zich uitdrukken.
 Breken met de regels van de Klassieke harmonieleer (leer v.d. klankrelaties)
 Welke tonen liggen samen goed in het gehoor en welke niet
 Atonaal klinkt “vals”
 er is geen tooncentrum
 Niet in een bepaalde toonsoort gecomponeerd
 dissonanten =
samenklanken van tonen die spanning oproepen
Twaalftoonsysteem – Schönberg 1923
(Dodecafonie)
 Elke compositie is gebaseerd op 12 verschillende tonen
 componist bepaald de volgorde voor ieder stuk
 deze volgorde lijkt willekeurig, maar is zorgvuldig gecomponeerd
 de tonen worden tegelijkertijd of na elkaar gebruikt
 elke toon mag pas weer gebruikt worden als de hele reeks geklonken heeft
 gebonden atonaliteit
 partijen zijn gelijkwaardig/zelfstandig/onafhankelijk (geen hiërarchie)
Twaalftoonsysteem
 De reeks van noten mag in 4 vormen worden toegepast:
1.
De normale vorm
2.
Achterste voren (kreeftgang)
3.
Gespiegeld/ intervallen mogen omgekeerd(een stijgende trap wordt dalend en andersom)
4.
Omkering van de kreeftgang
Funf Pianostucke, Waltzer; opus 23; 1923
http://www.youtube.com/watch?v=2lFZf69B2gQ (2.50 min)
Vassily Kandinsky
 Vergelijkbaar met de muziek van Schönberg
moet het mogelijk zijn om ook in de schilderkunst
de daar geldende regels los te laten
 Niet de voorstelling maar kleur, lijn en vorm moeten op eigen kracht emoties
oproepen bij de kijker
 briefwisseling tussen Schönberg
en Kandinsky
Eric Satie (1866 – 1925)
 Muziek voor Parade (dans)
 Jazz-achtige thema’s
 Alledaagse geluiden: ratelende typemachine, loeiende sirene
spelen belangrijke rol
Petite fille Americaine:
http://www.youtube.com/watch?v=aSKoo3lWqjg
 Musique d’A-meublement (meubelmuziek)
 muziek om niet naar te luisteren, maar achtergrondmuziek
http://www.youtube.com/watch?v=uPDY88jh1wE&list=PL806AE58EB657A8E5
Béla Bartók
 Hongaarse componist
 inspiratie in primitievere vormen van kunst
 3 manieren om volksmuziek te gebruiken:
1.
Melodieën ongewijzigd overnemen, of voorzien van eenvoudige begeleiding
2.
Componist kan zelf volksliedimitaties bedenken
3.
Muziek schrijven die dezelfde sfeer ademt, maar zonder boeren-melodieën te imiteren
 muziektaal vernieuwen door Westerse verworvenheden te verbinden met Oost-Europese
volksmuziek
 https://www.youtube.com/watch?v=JJX211eIxkU (Allegro Molto)
Arthur Honegger (1892-1955)
 Zwitser, levend in Frankrijk
moderne technieken, stoomlocomotief als inspiratiebron
Pacific 321
Orkest imiteert het geluid van een stoomlocomotief
http://www.youtube.com/watch?v=rKRCJhLU7rs (3.40 trein)
https://www.youtube.com/watch?v=svFA-m62iks
Ontwikkeling van de Jazz
Blues
 Ontstaan eind 19e eeuw in Amerika
 Afkomstig van slaven die van Afrika naar Amerika
werden vervoerd om daar op het platteland te werken
 Tonen vaak expres onzuiver inzetten: “dirty intonation”
 of naar de goede toon glijden
 Slepend tempo
 Inhoud: zorgen van het dagelijks leven
 Work songs & Negro spirituals
 http://www.youtube.com/watch?v=oeKxx-2hmEE (8min)
Blues – Work songs
 slaven die vanuit Afrika naar het zuiden van Amerika
werden gebracht om daar op het platteland te werken
 om het werk enigszins vol te houden zongen zij liederen
 ritme & tempo volgen de lichaamsbewegingen die nodig waren voor het werk
 eenvoudige melodieën en teksten
 voor- en nazang (voorzanger en koor)
 Zingen over zware leven in slavernij; ook in gevangenissen
 traag tempo
 mineur: weergeven van de verslagenheid
Blues – Negro Spirituals
 ook na het werk werd er veel gezongen
 Gezangen uit de ziel; troost zoeken
 Godsdienstige liederen, geloof in God bezingen
 Opgewekt klinkend, hoop: melodie in majeur
 houvast & uitlaatklep
 voor- en nazang
 Veel armoede onder slaven
 Bouwden eigen instrumenten
Negro Spirituals
 Rond 1920 trokken veel slaven naar de steden
 Spirituals krijgen een meer stedelijk karakter: zingen over leven in de stad
 vraag en antwoord tussen zanger en instrumenten
Ragtime “Hit the note twice”







Laat 19e eeuwse Amerikaanse muziekvorm
Ragtime is één van de muzikale bronnen van de Jazz
Eerste genoteerde zwarte muziek
Pianostijl gespeeld in bars van New Orleans rond 1900 door zwarte pianisten
Lijfspreuk: Hit the note twice
Later bewerkingen voor blaasorkest
De stijl kenmerkt zich door een strakke baspartij terwijl de melodie hier ritmisch tegenin gaat. Het
klinkt alsof de melodie net voor de begeleiding uitloopt of juist achter de begeleiding aangaat. Ze
sporen in ieder geval niet samen. Hierdoor ontstaat het gevoel van ragged time: verscheurde
maat.
 Componisten: Scott Joplin, James Scott, Joseph Lamb
 Maple Leaf Rag
Cakewalk
1885-1905 en rond 1915 weer populair
Dans op ragtime muziek, gestart op de plantages
Dans waarin de zwarten spottend
de highsociety dans van de blanken imiteren.
Blanken vonden dit zo grappig dat ze wedstrijden organiseerden:
De beste danser wint een Cake
Ragtime dansen wordt in Europa een ware rage; muziek bij de stomme film
http://www.youtube.com/watch?v=LqpINmqxlsc (6.40)
http://www.youtube.com/watch?v=T7DmFXjNDoM uitleg cakewalk
http://www.youtube.com/watch?v=USHKKjcMdzc 1943
Jazz
http://www.youtube.com/watch?v=bBx_A5de8bA (8.50; muziek op school)
 Uit welke muziekstijlen is de Jazz ontstaan?
 Waar komt de naam Jazz vandaan?
Jazz
 Muziekstijl die is ontstaan uit:
Ragtime, Blues, Negro spirituals & Klassieke muziek
 Ontstaan in New Orleans
 Jazz = jas = straattaal voor seks
 voor het eerst te horen in bordelen in de stad
 Franse kolonisten, Spanjaarden, Mexicanen, Indianen, afstammeling van de negerslaven en
avonturiers uit ‘t Noorden leven samen in zuiden van Amerika.
 improvisatie
 Jazz is verzamelnaam van diverse stijlen waaronder:
 Boogiewoogie; voornamelijk piano, links strak ritme, rechts improvisaties
 Swing (dansmuziek) gespeeld door Big Bands; lichte manier van spelen; jaren 30
 Bebop; jaren 40, niet dansbare, complexere muziek, minder populair
 Cool Jazz; ontspannen sfeer, lange solo’s
 eind jaren 60: Fusion (jazzrock)
mengelmoes verschillende stijlen
 Muziek in kleinere bezetting (dan bijv. symfonie orkest)
 splitsing in melodie en ritmesectie
 ´swingende´ maat en veelvuldige tegen-ritmen
 ritme speelt essentiële rol: verlegging of wisseling van accent syncope
 vele improvisaties; flexibiliteit om in te kunnen spelen op wat een andere muzikant doet
Dixieland
Rond 1915
Blanke orkesten imiteren de New Orleans-stijl:
Dixieland
Extra info
http://www.youtube.com/watch?v=IserL-Jn14k
Over mineur & majeur
http://www.youtube.com/watch?v=z8fSsNZAG5k
Over instrumentengroepen in orkesten
http://www.cultkanaal.nl/Muziek/Geschiedenis/Blues%20en%20Jazz/Blues.html
Over ontstaan Jazz
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards