Meerkeuzevragen_voorbeelden

advertisement
VOORBEELDVRAGEN MOLECULAIRE BIOLOGIE
1. Volgens de algemene afspraken, zoals ook gebruikt in onze cursus
over het noteren van biomoleculen: Duid het molecule aan dat
identiek is aan 5’-CCGTCT-3’?
A. GGCAGA
B. GGCAGA
C. AGACGG
D. UGUCGG
2. Als UV licht invalt op huidcellen, welke van de volgende fouten
zullen dan ontstaan in het DNA:
A. pyrimidinedimeren
C. depurinaties
B. cross links tussen de twee strengen
D. dubbelstrengsbreuken.
3. Vul correct aan: Het 3’ uiteinde van een RNA polymerase II
transcript _______
A. begint met de sequentie AUG.
B. wordt verlengd met een polyA staart.
C. bevat een ribosoombindingsplaats.
D. is het substraat voor guanylyltransferase.
4. Vul correct aan: Met oligodT-gekoppelde dragers kan men _____
opzuiveren.
A. eukaryoot mRNA
C. prokaryoot mRNA
B. polycistronische RNA
D. microRNA
5. Duid de juiste bewering aan: De elongatiefactor EF-G ______
A. heeft aminoacyl-tRNA synthetase activiteit.
B. heeft peptidyltransferase activiteit.
C. zal ATP hydrolyseren tot ADP en fosfaat.
D. induceert de translocatie van het ribosoom.
6. Duid aan in welke biochemisch proces acylering en deacylering
centraal staan.
A. hsp60-werking
C. vouwing van eiwitten tijdens translatie
B. pre-mRNA splicing
D. proteasoomwerking
7. Duid de juiste bewering aan:
A.. Trp is een Serine protease
B. Trp wordt aangemaakt door specifieke codons.
C. Trp aan bindt aan DNA.
D. Trp wordt aangemaakt door enzymen.
8. Als de Amestest een resultaat oplevert zoals
weergegeven in de figuur rechts, welke van deze vier
is dan de meest plauzibele uitleg?
A. Er werd een aminozuur getest.
B. De probe herkent het cDNA in de kolonies.
C. Het antibioticum heeft niet goed gewerkt.
D. Er werd een alkylerende stof getest.
9. Wat gebeurt er eerst bij de prokaryote replicatiestart?
A. Promotoren worden herkend door TFIID.
ontwinden het DNA.
C. Helicasen worden gerecruteerd.
B. Topoisomerasen
D. DnaAs gaan DNA binden.
10. Een enkelvoudige depurinatie in een eukaryoot genoom zal hersteld worden door:
A. Base excision repair
end-joining
B. Nucleotide excision repair
C. strand invasion
11. In Tabel II (zie achteraan dit examenboekje) staat Cytosine in kolom A, B, C of D.
12. In Tabel II (zie achteraan dit examenboekje) staat Adenosine in rij A, B, C, D.
D.
1c-2a-3b-4a-5d-6d-7d-8d-9d-10a-11:kolom b,rij c en 12: kolom d, rij c
Download
Random flashcards
Create flashcards