maandag 20 juni

advertisement
eindproeven
5e Leerjaar
Het schooljaar loopt stilaan ten einde.
Dit wil zeggen dat de eindproeven voor de deur staan.
De laatste loodjes dus…
In deze bundel vind je een overzicht van de proeven en wat je per proef
moet kennen of kunnen.
Je vindt ook waar alles in je boek staat.
Let op: breng altijd alle boeken terug mee naar klas!
Heel veel succes!!!
Juf Shanady en Juf Ingrid
maandag 13 juni
 Begrijpend lezen
Hier kan je op voorhand niet aan leren.
Je krijgt een tekst en lost de bijhorende vragen op.
dinsdag 14 juni
 Frans spreken (deel 1)
Je komt bij de juf. De juf zal je een aantal vragen stellen.
Jij geeft antwoord in je beste Frans.
Wat kan de juf allemaal vragen?
 Tu habites où?
 C’est quel couleur? (juf toont een kleur)
 Tu aimes quels vêtements ?
 Zeg dat je pijn hebt aan…
 Quel âge as-tu?
 Quel jour sommes nous?
 Getallen vertalen
 Présente ta famille
 quel heure est-il?
 Il fait quel temps?
 Ton anniversaire est quand?
Alle informatie hiervoor vind je in je werkboek Frans.
 Nederlands schrijven
Je krijgt een toets met verschillende schrijfopdrachten.
Bekijk de schrijfles in je taalboek nog eens: p. 61-63
woensdag 15 juni
 Frans schrijven
Je studeert planète 7 tot 10.
Donderdag 16 juni
 Frans spreken (deel 2)
Je komt bij de juf. De juf zal je een aantal vragen stellen.
Jij geeft antwoord in je beste Frans.
Wat kan de juf allemaal vragen?
 Tu habites où?
 C’est quel couleur? (juf toont een kleur)
 Tu aimes quels vêtements ?
 Zeg dat je pijn hebt aan…
 Quel âge as-tu?
 Quel jour sommes nous?
 Getallen vertalen
 Présente ta famille
 Quelle heure fait-il?
 Il fait quel temps?
 Ton anniversaire est quand?
Alle informatie hiervoor vind je in je werkboek Frans.
 Spelling
Wat moet je allemaal kunnen?
• woorden met een c juist schrijven  p. 44-51
• werkwoorden in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd juist schrijven
p. 51-55 + 56-59 + p. 68-72 + p. 114-115 + p. 117-120 + p. 132-136 + p. 166168
• woorden met th (thee, thuis, althans) juist schrijven  p. 82, 83, 85 en 86
• woorden met de klank ie als i juist schrijven  p.51-55 + p. 84
• de hulptekens apostrof, trema en koppelteken kunnen plaatsen;
 60-63 + p. 64-67 + p. 68-72 + p. 89-93
• veelgebruikte afkortingen kunnen lezen en gebruiken;  p. 74-78 + p. 89-93
• punt, komma, vraag- en uitroepteken, dubbele punt en aanhalingsteken
juist schrijven p. 94-97 + p. 113 + p. 121-127
• woorden met een bijzondere uitspraak, zoals ambtenaar, beroemdste,
zachtjes en lichtjes, applaus, commissaris en verrukkelijk; juist schrijven.
 p. 107-111
• werkwoorden juist kunnen vervoegen naar voltooid deelwoord. p. 98-103
• hoofdletters schrijven waar dat hoort;  p. 128-131
• woorden met au / ou en ei / ij juist schrijven  p. 138-144
• meervouden van zelfstandige naamwoorden op -en, -s en ’s juist schrijven
 p. 145-150 + p. 157 + 159-160
• verdubbelen en verenkelen p. 151-156 + p. 157 + p. 161-165
Zie werkboek spelling thema’s 7 tot 10.
Tip: Laat iemand een aantal woorden en zinnen dicteren.
vrijdag 17 juni
 Taalbeschouwing
Wat moet je kunnen?
 Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden, eigennamen, bijvoeglijke
naamwoorden, werkwoorden aanduiden in een zin.
 p. 46, 47, 88, p. 123
 Afkortingen gebruiken  p. 123 + p. 114-117
 Koppelteken, apostrof, trema en hoofdletters gebruiken waar nodig.
 p. 132
 Trappen van vergelijking bv. Goed => beter => best
 Synoniemen geven  p. 102-103
 Tegenstellingen geven  p. 66-67
 Samenstellingen en afleidingen maken  p. 57-60
 Passende vergelijkingen invullen in een zin. Bv. Zo wit als sneeuw
 p. 64, 65
 Onderwerp groen kleuren + aanvullen met passende persoonsvorm
 Werkwoorden vervoegen in t.t. en v.t.  p. 77-78
 De stam, infinitief, persoon (1ste, 2de, 3de) en de uitgang van een
werkwoord geven  p. 76-77
 Zinnen bouwen volgens een voorschrift. Bv. Ond/pv/waar? p. 48-49,
p. 125
 Zinnen ontleden  p. 48, p. 131
Zie taalboek thema’s 7 tot 9
 Hoofdrekenen
Wat moet je kunnen?
Getallen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen
Zie les 111, 114, 115, 118, 123, 130, 132, 133, 137 en 143
Tip: Maak de oefeningen die je fout had opnieuw!
maandag 20 juni
 Getallenkennis
Wat moet je kunnen?
 Gedicteerde getallen correct schrijven.
 Getallen voluit schrijven bv. 5M 3D 2T = 5 003 020 les 142
 Temperatuurverschil berekenen
 Deelbaarheid door 2,4,5,10,100 en 1000  les 120
 Gemeenschappelijke delers zoeken  les 80
 Functie van getallen  les 131
 Gemeenschappelijke veelvouden  les 83
 Romeinse cijfers  les 89
 Rekenen met breuken  les 112+122
 Procent nemen van getallen  les 107
dinsdag 21 juni
 toepassingen
Maak de vraagstukken uit je werkboeken opnieuw.
Zie les 79, 84, 90, 127, 141 (C, D en E-boek)
Leer gemiddelde en mediaan nog eens goed!
 Frans lezen
Je komt in een klein groepje bij de juf.
Je leest om beurt een deel van de tekst.
Je kan deze tekst op voorhand thuis oefenen.
Op de toets lees je een stuk uit het verhaal op pagina 113.
woensdag 22 juni
 Cijferen
Je moet optellingen, aftrekkingen, vermenigvuldigingen, delingen al
cijferend oplossen.  zie D- en E-boek (les 124,136,139,140)
Je kan jezelf controleren a.d.h.v. een schatting of de negenproef.
Tip: maak thuis nog enkele oefeningen (begin bij de oefeningen waar je
een foutje maakte)
donderdag 23 juni
 Metend rekenen
Zie wiskunde C, D- en E-boek
Wat moet je kunnen?
 Rekenen met landmaten  les 109
 Rekenen met oppervlaktematen  les 103 +104
 Hoeken meten en tekenen  les 128
 Van afstand op kaart naar werkelijkheid (schaal)  les 81+ 102 + 147
 Gemiddelde snelheid per uur les 146
 Oppervlakte parallellogram berekenen  les 94
 Oppervlakte van een driehoek berekenen les 96
 Formule oppervlakte rechthoek en vierkant (bxh)
 Passende maateenheid kiezen: l, km, kg, m², ha, km² …
 Veelhoeken omstructureren les 113 + 117
vrijdag 24 juni
 Meetkunde
Zie wiskunde C, D- en E-boek
Wat moet je kunnen?
 Parallellogram, ruit en trapezium tekenen  les 110 +148
 Eigenschappen van ruimtefiguren kennen  les 101 + 147
 Grondvlak van een ruimtefiguur (balk, ruit …) herkennen les 76 + 78
 Parallellogram, ruit en trapezium tekenen  les 110
 Blokkenbouwsels
 Veelhoeken omstructureren les113
 Patronen verderzetten  les 116
 Blokkenbouwsels  les 135, 147
 Veelhoeken omstructureren les113
 Patronen verderzetten  les 116 + 148
 Coördinaten in het rooster plaatsen les 147
 Symmetrieassen tekenen  les 148 + 88
 Waar of niet waar? Stellingen beantwoorden les 148
 Cirkel tekenen met passer  les 108 + 148
 Begrippen: straal, middelpunt, diameter kennen  les 148
 Frans Luisteren
Je krijgt een Franstalige tekst te horen. Je lost de bijhorende vragen op.
Hier kan je op voorhand niet aan oefenen.
Enkele tips: 
 Leren moet, maar af en toe ontspanning is ook verplicht!
 Blijf rustig en maak je niet zenuwachtig, het zal je lukken!
 Wacht niet tot het allerlaatste moment om te beginnen
leren.
 Zit je met een probleem, stap meteen naar de juf. Wacht niet
tot vlak voor of tijdens de toets om uitleg te vragen.
 Leer niet alles in één keer, verdeel dit over meerdere
momenten.
 Ga op tijd slapen, zo begin je uitgerust aan de proef en kan
je je beter concentreren.
Download
Random flashcards
Create flashcards