Spraak taal 1,5-3 jaar, juni 2012

advertisement
Spraak-taal
1½-3 jaar
HOE LEERT EEN KIND PRATEN?
Leren praten gaat vaak natuurlijk en vanzelf. De meeste ouders
staan er niet bij stil. Het gaat stap voor stap, net als leren lopen.
Het ene kind leert snel kruipen en lopen, een ander kind leert
snel praten. Dit heeft te maken met aanleg.
U kunt uw kind helpen bij het leren praten. Een kind leert praten
als het zijn ouders en broertjes en zusjes hoort praten. Eerst
luistert het kind naar wat er wordt gezegd. Later probeert het
geluiden en woorden te zeggen. Door met en tegen uw kind te
praten leert het steeds meer geluiden, woorden en wat later ook
zinnen.
Als uw kind ongeveer 1½ jaar is, kan het al een paar woorden
zeggen. Uw kind gaat de wereld ontdekken. Het vraagt uw
aandacht door aan u te trekken, door te wijzen en te vragen.
Uw kind snapt dat dingen een naam hebben en gaat die namen
gebruiken. Vaak zegt het de woorden nog niet helemaal goed.
Elke dag leert uw kind er nieuwe woorden bij. Als uw kind
ongeveer 3 jaar is kent het al 900 woorden en praat het in korte
zinnen.
HET PRATEN VAN 1½-3 JAAR
1½-2 jaar: zinnen van één woord
Als uw kind 1½ jaar is begrijpt het al eenvoudige vragen en
opdrachten.
Waar is de bal?
Geef maar aan papa.
Uw kind praat in losse woorden. Het leert er elke dag zeven tot
tien nieuwe woorden bij. Uw kind zegt de woorden nog niet
altijd goed.
2-3 jaar: zinnen van twee woorden en meer
Als uw kind ongeveer 2 jaar is begrijpt het langere opdrachten.
Leg de pop in bed.
Doe het blok in de doos.
Uw kind begint zinnen te maken door twee woorden achter
elkaar te zeggen. Ook nu kan zo’n zin verschillende dingen
betekenen. Bijvoorbeeld als uw kind zegt “mama bal”. Dit kan
betekenen:
Mama heeft een bal.
Mama, kijk eens een bal.
Waar is de bal, mama?
Mama, ik wil een bal.
Als u ziet wat uw kind doet, kunt u uw kind begrijpen. Uw kind
ontdekt in deze periode ook zijn eigen ik. Bij het praten gebruikt
het dan de eigen naam.
Sanne valle.
Amir mama.
Een kind van ongeveer 2 jaar moet zinnen kunnen maken
van twee woorden. Uitspraakfouten mogen nog
voorkomen.
Later gaat uw kind nog langere zinnen begrijpen en zelf maken.
De woorden staan nog niet altijd in de goede volgorde.
Doet papa nou?
Job kijke tisie (televisie).
Uw kind vraagt in deze periode vaak “wat is dat?” en
“waarom?”. Als u hier antwoord op geeft, leert uw kind veel
nieuwe woorden.
Een kind van ongeveer 3 jaar moet in zinnen van drie tot
vijf woorden kunnen praten. Deze zinnen hoeven nog niet
helemaal goed te zijn. Ook uitspraakfouten mogen nog
voorkomen.
HOE KUNT U UW KIND HELPEN BIJ HET LEREN PRATEN?
Kinderen die zinnen van één woord zeggen:
• Geef uw kind genoeg aandacht en tijd om iets te vertellen.
• Uw kind leert praten door wat het van u hoort. Geef daarom
het goede voorbeeld. Maak korte, maar goede zinnen.
Hier is een koek.
Eet maar op.
• Praat rustig en duidelijk. Zo kan uw kind goed horen wat u
zegt en beter nieuwe woorden leren.
• Probeer als u samen met uw kind bezig bent te praten over
wat u doet of wat uw kind doet of ziet.
Sanne mag in bad.
Dat is lekker warm.
Kijk, ik was je voet.
• Neem uw kind op schoot en bekijk samen boekjes. Vertel wat
u ziet. Kies niet steeds andere boekjes, maar lees de boekjes
meerdere keren. Als uw kind het boekje al een beetje kent
kunt u er samen over praten.
Kijk, dat is een …. (poes).
De poes zegt woef-woef, nee …. (miauw).
Zing samen liedjes en versjes. Neem uw kind op schoot en kijk
elkaar aan. Als u de liedjes langzaam zingt en er bewegingen
bij maakt doet uw kind vast mee.
Kinderen die zinnen van twee woorden zeggen:
• Luister naar wat uw kind zegt. Probeer uw kind te begrijpen
en probeer hier samen over verder te praten.
Uw kind:
Mama, appel.
U:
Ja, dat is een appel.
Wil je een appel?
Uw kind:
Appel hebben.
U:
Pak de appel maar.
Kijk, ik schil de appel.
• Zegt uw kind iets niet helemaal goed, herhaal het dan op de
goede manier. Zo hoort uw kind hoe het wel moet. Verbeter
uw kind niet, daar wordt het onzeker van. Het is belangrijk
dat uw kind plezier heeft in praten.
Uw kind:
Titte weg.
U:
O, de kikker is weg.
• Praat met uw kind over dingen die u samen ziet of doet.
Bijvoorbeeld als u in de auto zit of door het bos wandelt. Laat
uw kind dingen zien en horen en vertel erover.
Kijk, daar is een paard.
Hoor je de eendjes?
• Bekijk samen boeken en vertel er eenvoudige verhaaltjes bij.
Lees de boekjes meerdere keren. Na een paar keer kan uw
kind meehelpen om het verhaal te vertellen. Leuke boekjes
zijn die van Nijntje, Muis en boekjes met flapjes.
• Zing samen liedjes en versjes. Bewegingen maken de liedjes
leuker en helpen bij het onthouden. Uw kind vindt het nu ook
leuk om te dansen bij het zingen van liedjes.
Visje, visje, in het water ….
De krokodil, die ligt in het water ….
• Kijk samen naar de televisie en praat over wat u ziet. Leuke
peuterprogramma’s zijn de Teletubbies, Nijntje en Hopla.
ADVIEZEN
• Praat niet in babytaal, ook al klinkt het zo lief en grappig.
Dus niet:
Daar is de broem-broem.
Maar wel:
Daar is de auto.
• Zet de radio en televisie zoveel mogelijk uit. Uw kind kan
beter luisteren in een rustige omgeving.
• Lach uw kind niet uit als het de verkeerde geluiden maakt of
verkeerde woorden zegt. Herhaal het juiste geluid of woord
gewoon nog een keer.
• Neem niet te snel genoegen met gebaren, maar dwing uw
kind niet om te praten. Samen praten moet leuk zijn. Een
kind moet leren dat het handig en leuk is om iets te vertellen
of te vragen.
HEBT U VRAGEN?
In deze folder leest u wat uw kind tussen de 1½ en 3 jaar leert
bij het praten. U ziet ook wat een kind op een bepaalde leeftijd
zou moeten kunnen. Zoals we al eerder schreven ontwikkelt elk
kind zich anders.
Vindt u dat uw kind nog niet zo goed praat? Let er dan op of:
• Uw kind goed hoort en ziet
• Uw kind vaak verkouden is
• Uw kind contact met u maakt door u aan te kijken
Op het consultatiebureau kunt u advies krijgen over het leren
praten van uw kind. Als u ongerust bent of vragen hebt, neem
dan contact op met het consultatiebureau. Samen met u wordt
gekeken wat er aan de hand is en of verder onderzoek nodig is.
Indien nodig wordt u verwezen naar een logopedist.
Meer informatie over taalontwikkeling kunt u vinden op de
website www.kindentaal.nl.
De tekst van de folder is gemaakt door logopedisten van de
afdeling logopedie van GGD Rivierenland in Tiel.
Postbus 6062
4000 HB Tiel
Telefoon 0344 – 698707
Postbus 6063
4000 HB Tiel
Telefoon 0900 – 8433
(€ 0,10 per minuut)
www.ggdrivierenland.nl
www.stmr.nl
Juni 2012
Download
Random flashcards
Create flashcards