Stadsecologie: beter leren van elkaar! De workshop “Natuur in handen van mensen” werd op 12 mei 2016 gehouden met stadsecologen en overheden, kennisinstellingen en organisaties rond natuureducatie, gezondheid en burgerparticipatie. Het ministerie van EZ leverde een financiële bijdrage aan de workshop. Op deze middag is gezocht naar de lessen die we uit 25 jaar ervaring met stadsecologie kunnen halen. Hoe kunnen we stadsnatuur beter inzetten voor maatschappelijke doelen en hoe kan stadsecologie de burgerparticipatie en samenwerking tussen organisaties versterken? In de workshop werd gepleit voor een betere evaluatie van projecten, juridische bescherming van groenstructuren en bestuurlijke erkenning van de stadsecologie. Kansen voor samenwerking tussen stadsecologen en organisaties rond natuur- en milieueducatie, gezondheid en burgerparticipatie worden nog onvoldoende benut. Omdat in de natuurvisie het natuurbeeld in de stad heel divers kan zijn, is (ecologische) kwaliteit van stadsnatuur niet gewaarborgd. Groen, natuur, biodiversiteit en duurzaamheid zijn verbonden met elkaar, maar niet gelijk aan elkaar. Natuur moet de basis zijn van stedelijke ontwikkeling i.p.v. sluitstuk. In genoemde goede voorbeelden van stadsnatuur (zogenaamde “parels”) door deelnemers blijken letterlijk vele bloemen te bloeien maar ook veel gemeenten opnieuw het wiel uit te vinden: hoe manage je 80 convenanten en hoe waarborg je langdurig onderhoud? De vraag is of je uit een aantal parels een landelijke aanpak kunt aanreiken aan andere gemeenten. Tenslotte blijkt een goed kennisnetwerk te ontbreken: de verschillende “werelden” (stadsecologen, gezondheidsinstellingen, natuurorganisaties, kennisinstellingen etc.) zijn te weinig met elkaar verbonden om effectief van elkaar te leren over het inzetten van de stadsecologie voor een groenere stad en voor burgerparticipatie. Carla Grashof en Wim de Haas, Alterra 25 jaar stadsecologie, een korte terugblik Ans Hendrikse en Johan Vos De interviews met 18 gemeenten en 24 deskundigen, gecombineerd met de ervaring van deze 2 oudstadsecologen, hebben de volgende inzichten opgeleverd: Wat is de rol van een stadsecoloog: De stadsecoloog bezit vakkennis. Er zijn zowel generalisten als specialisten nodig; er is vrijwel overal behoefte aan meer capaciteit. De stadsecoloog is aanspreekpunt voor ambtenaren, burgers en andere partijen in de stad. Om natuur in de stad een plek te geven, is het van belang dat de stadsecoloog een kern rol heeft in de integratie van verschillende disciplines bij ruimtelijke planvorming. De WSE is belangrijk voor de communicatie tussen stadsecologen onderling en in toenemende mate aanspreekpunt voor partijen. Wat ontbreekt nog voor een duurzame stad: Er is meer behoefte aan bestuurlijke erkenning van de functie stadsecoloog. Resultaten van ecologische stedenbouwkundige (proef)projecten moeten beter worden geëvalueerd en geïntegreerd in de reguliere stedenbouw. Laat de economische waarde zien van groen, water en natuur (TEEB stad). Groenblauwe netwerken monitoren, bestuurlijk vastleggen en juridisch beschermen. Ecologisch beheer vraagt om een nieuwe positie van groen in het gemeentelijk beleid. Er moet aandacht zijn voor lokale kennis en continuïteit in het beheer, en deze moet geëvalueerd worden en getoetst aan gemeentelijke beleidsdoelen. Biodiversiteit biedt kansen voor het verbreden van draagvlak voor natuur en is ruimer dan aandacht voor beschermde soorten. Voor het inzetten van groen voor gezonde steden liggen er onbenutte kansen. De GGD kan hier een waardevolle partner zijn. Ook zijn er kansen voor burgerparticipatie en natuureducatie door het sluiten van coalities tussen stadsecologen, NME en lokale natuurverenigingen zoals de KNNV en IVN. Vragenrondje We beginnen liever iets nieuws dan dat we iets evalueren: monitoring gebeurt daarom zelden Iedere gemeente moet niet opnieuw het wiel uitvinden → Evalueer de belangrijkste parels en onderneem daar actie op → Ontwikkel a.h.v cases een landelijke aanpak stadsecologie Stadsnatuur in de Natuurvisie Hans Rutten, ministerie van EZ De Natuurvisie is een strategiedocument: doen we morgen nog steeds de goede dingen op de goede manier? Natuur inclusieve economie is een belangrijke pijler. Vooral buiten natuurgebieden liggen kansen voor het duurzaam omgaan met onze leefomgeving en de natuur. Dit houdt een omslag in denken in van beschermen van natuur tegen mensen naar beschermen van natuur door mensen. Daarvoor is het nodig dat er nieuwe allianties tussen overheid, burgers en bedrijven ontstaan. Wat zijn belangrijke urgenties in het natuurbeleid? overexploitatie natuur en natuurlijke bronnen. achteruitgang biodiversiteit is nog niet gestopt, ook in de stad heeft de natuur het moeilijk. onder exploitatie natuur: in de gezondheidszorg bijvoorbeeld wordt groen en natuur nog te weinig benut. Wat voor natuur levert natuur inclusieve economie op? Het levert een divers natuurbeeld op, stadsparken maar ook groene gebouwen, stadslandbouw en tuinen worden gezien als natuur. Het levert natuurcombinaties op zoals groen rond ziekenhuizen, klein groen in de wijk en recreatiegroen. Wat is het speelveld? EZ ondersteunt o.a. via het uitvoeringsprogramma bijzondere initiatieven samen met het IPO en provincies. Zie www.tweedenatuur.nl Stadsnatuur is niet het exclusieve domein van natuurorganisaties en stadsecologen, allerlei allianties spelen hier een rol. Zie bijvoorbeeld http://www.wageningenur.nl/nl/nieuws/Heeft-hetnatuurbeleid-baat-bij-groene-burgerinitiatieven.htm Je hebt de overheid niet nodig om van elkaar te leren. Vragen Mensen vinden natuur belangrijk, maar biodiversiteit is een onbekend begrip. Wat is de rol van landshap en cultureel erfgoed? Delft minder zichtbare of minder herkenbare natuur het onderspit? Leidt het niet tot meer van hetzelfde en hoe krijg je ecologisch waardevolle natuur? En wie bepaalt wat ecologisch waardevol is? → Een belangrijke rol van een stadsecoloog is om ecologische kwaliteit te definiëren en aan te geven hoe deze kan worden gemonitord. Een éénduidige methodiek hiervoor is belangrijk. → Belangrijke rol van de overheid is om kaders te scheppen voor beheer door bewoners Natuurcombinaties: voorbeelden en succesfactoren In deze discussieronde zijn veel voorbeelden genoemd van natuurcombinaties in de stad: wat zijn de daarin genoemde succes- en faalfactoren? Succesfactoren Faalfactoren Overlap in wensen van verschillende partijen, zoals behoefte aan een recreatiebos van de gemeente en een waterbergingsgebied door het waterschap. Verschillen in doelen, zoals van natuurorganisaties en burgers. Netwerk en kennisoverzicht van de stadsecoloog. Dit onderscheidt hem/haar van de ecologisch geschoolde burger. Ontbreken kennis od deskundigheid bij burgers, inrichters en beheerders. Kosten-baten plaatje: Laat via TEEB stad zien dat investeren in natuur loont, wie kosten maakt en wie baten ontvangt. Het op één hoop gooien van groen, natuur en biodiversiteit Organiseer een helpdesk die hoveniers in de uitvoering van ecologisch beheer bijstaat. Zoek nieuwe coalities om (geschoolde) mensen voor het beheer te vinden, bijvoorbeeld via het UWV. Ontbreken van menskracht voor beheer van stadsnatuur op de lange termijn. Continuïteit in beheer die nodig is voor gewenste soorten of natuur ontbreekt. Financiële ondersteuning door overheid van icoonvoorbeelden (bijvoorbeeld scholen) voor nulmeting, monitoring en evaluatie, uitgevoerd door kennisinstituten. Van de resultaten kunnen andere scholen leren. Ontbreken budget voor nulmeting, beheer en monitoring na inrichting. Soms gaan het budget op aan de organisatie of begeleiden van mensen. Trekkers binnen de gemeente zoals een enthousiaste wethouder of een (groot) bedrijf binnen de gemeente. Zie problemen als een kans om te investeren in biodiversiteit, zoals de eikenprocessierups aanpakken met andere bomen dan eiken en braakliggend bouwterreinen inzaaien met tijdelijke natuur Angst voor ongelukken, vieze voeten, onkruid of plaagsoorten. Laat organisaties een stukje natuur adopteren. Burgers en bedrijven voelen zich niet verantwoordelijk voor groen en natuur. De participatieve samenleving In deze discussieronde is gesproken over wat de rol van de stadsecoloog en andere partijen is bij de realisatie van burgerparticipatie en natuur in de stad. - - - - - - Als bewoners zelf initiatiefnemer zijn, is er betrokkenheid. De 2e of 3e generatie bewoners van ecologische wijken zijn vaak veel minder betrokken, tenzij er voorwaarden gesteld worden aan toekomstige bewoners zoals hospiteren of een lidmaatschap van een huurders- of kopers vereniging. Burgerparticipatie ontstaat vaak uit sociale cohesie, maar door stimuleren burgerparticipatie ontstaat niet automatisch sociale cohesie. Mensen leren elkaar wel kennen door een gemeenschappelijk project. Burgerparticipatie kan conflicten tussen bewoners opleveren. Vaak komt dat doordat vooraf is opgelegd wat er uit moet komen. Dan sla je het bij voorbaat dood. Een gemeente moet wel heldere randvoorwaarden stellen die uitstijgen boven de individuele belangen van de bewoners en moet deze ook goed communiceren met de bewoners. Binnen deze randvoorwaarden moet een gemeente wel de teugels kunnen laten vieren. De gemeente grijpt vaak weer in als het niet gaat zoals zij wil, maar je moet wel ruimte geven aan de mensen. Je moet ook ruimte geven aan de natuur: robuuste structuren kunnen meer hebben. Als je meer poelen hebt dan kun je er wel roulerend eentje schonen of maaien zonder dat je een hele populatie van een soort kwijt bent. Groen moet je als middel zien en niet als doel op zich als je burgerparticipatie wil stimuleren. Groen kan ook een middel zijn om natuur en biodiversiteit te stimuleren. Als stadsecoloog moet je vindbaar zijn voor burgers. Dit kan echter ook weer tot overbelasting leiden, bijvoorbeeld door burgers die allerlei triviale vragen stellen. Het moet dus helder zijn waar een stadsecoloog wel of niet voor benaderd kan worden. Maak (deel)projecten met een eindpunt, daar willen mensen wel in investeren. Dan heb je wel een organisatie nodig die de lange termijn in de gaten houdt. Stadsecologen vanaf het begin mee laten draaien in ruimtelijke plannen. Dat gaat makkelijker als hij/zij bij een ontwikkelingsafdeling zit dan bij een beheerafdeling. Stedenbouwers beginnen nog steeds met wit papier als er geen gebouw staat, ook de jonge generatie. Ga uit van wat er al is. De groenstructuur moet de basis zijn van een ontwikkelplan, niet het sluitstuk. Groen, duurzaamheid en biodiversiteit zijn met elkaar verbonden, maar niet hetzelfde. Vragen - Als je 80 verschillende convenanten hebt als gemeente met burgers, hoe manage je dat nog? En wat moet je willen managen als overheid? Hoe leer je van elkaar? Moet een gemeente trekken of vooral faciliteren? Lessen om op voort te bouwen De deelnemers is gevraagd om één antwoord te plaatsen bij elk van de volgende vragen. Alle antwoorden zijn niet letterlijk weergegeven maar gegroepeerd in onderstaande “geeltjes””. Belangrijkste rol stadsecoloog? ¸ Als ecologisch gesprekspartner in alle fases van ruimtelijke plannen binnen de gemeente. Als onderdeel van de community of practice van stadsecologen. Als verbinder tussen natuur en stedeling: communiceren, stimuleren, ondersteunen. Als spin in het web tussen gemeente en lokale organisaties. Belangrijkste vervolgacties? WSE meer bekendheid geven en meer betrekken bij andere initiatieven rond de duurzame, circulaire en groene stad. Ontwikkeling van groen koppelen aan de stedelijke banenmotor. In gemeentelijke groenbeleidsplannen pleiten voor de aanstelling van een stadsecoloog. Bundelen van informatie (literatuur, data) op een logische plek zodat die voor alle betrokkenen vindbaar is. Ontwikkelen/uitbreiden van een kennisnetwerk en een onderzoekagenda rond biodiversiteit en ecosysteemdiensten in de stad. Ecologische kaders of speelruimte voor burgerinitiatieven natuur aangeven. Een monitoringssysteem opzetten: wat leveren initiatieven op aan natuur en sociale cohesie? Denk ook aan evaluatie van keurmerken e.d. Belangrijkste kennisvragen? Wat is de effectiviteit van verschillende maatregelen? Hoe kunnen stadsecologen en natuur/maatschappelijke organisaties elkaar versterken t.a.v. burgerparticipatie en stadsnatuur? Hoe veranker je stadsnatuur beter in het ambtelijk proces? Waarom is er zo weinig geleerd in 25 jaar stadsecologie? Behoefte aan een goede theoretische/wetenschappelijke onderbouwing van stadsnatuur. Hoe krijg je ecologie meer in het DNA van een gemeente? Opmerkingen Agenda stad, city deals (TEEB en voedsel) en green deals (groene daken) zijn convenanten tussen de overheid en private partijen en zijn juist bedoeld voor bottom-up ontwikkeling en kennis delen. Natuur en duurzaamheid zijn niet synoniem: een “ecopolis” is niet hetzelfde als “people-profit-planet”. Reflectie op stadsecologie Loek Hesemans, ministerie EZ Dank aan de organisatoren van de workshop en aan de “aanstichters” Ans en Johan. Goed om te zien dat stadsecologen een rol voor zichzelf zien bij vermaatschappelijking van de natuur. Dit is eigenlijk vanaf het begin zo geweest. In de “mind map” van natuur en de stad (werk in uitvoering) staan partijen op het lokale niveau (gemeenten, burgers, stadsecologen) centraal, dat geeft het belang van deze workshop weer. Het gaat daarbij om betrokkenheid en biodiversiteit. Gemeenten werken steeds meer integraal, waarbij instrumenten zoals TEEB en Atlas Natuurlijk Kapitaal (ANK) een rol kunnen spelen. Hierover is op 31 mei 2016 een City Deal over gesloten: de Waarden van groen en blauw in de stad. Diny Tubbing, voorzitter WSE Misschien is niet zozeer de uitkomst van de workshop van groot belang, maar zeker wel het netwerken. De vraag wat we nu geleerd hebben van 25 jaar stadsecologie is minder uit de verf gekomen gedurende de workshop. Goede initiatieven en projecten zijn er genoeg, maar wat is de samenhang met de ecopolis gedachte? Een gebiedsgerichte benadering komt tegelijkertijd weer meer naar voren. Frappant is te constateren hoe tegen stadsecologen wordt aangekeken. Een merendeel van hen hebben een duidelijke plek binnen het gemeentelijke apparaat en zijn vroegtijdig betrokken bij de planvorming. Het zijn niet meer de “freaken” op puur en alleen behoud van beschermde soorten, omdat dit in de stedelijk gebied gewoonweg niet haalbaar is. Een groot aantal stadsecologen vormt een verbinding tussen de burger en bestuur, tussen inhoud en strategie en tussen beleid en uitvoering. De deals die vanuit de natuurwet gestimuleerd worden zijn positief, maar afgevraagd moet worden of dit niet tegelijkertijd zorgt voor versnippering. Er is een wildgroei aan deals, soms misschien wel een ad-hoc actie om er als gemeente bij te horen. Aan de andere kant zijn de deals wel smeerolie om andere partijen te betrekken. Tot slot blijkt het begrip stadsecologie en stadsecologen in veel gremia niet bekend te zijn. Het is van belang om het netwerk van stedelijke ecologen te verbreden en meer bekendheid te geven. Deze opgave zal door de WSE worden opgepakt. Ans Hendrikse, oud-stadsecoloog Mooi om hier zoveel betrokken ecologen te zien, ook zij die aan de wieg van de stadsecologie stonden, Rob van der Ham en Sybrand Tjallingii, zijn er. Stadsecologen werken overal met succes en vol enthousiasme. Maar toch laat de erkenning van het vakgebied en de brede inzet ervan te wensen over. Hoe kan dat bij een vakgebied dat zich bezighoudt met factoren die van essentiële betekenis zijn voor het welbevinden van alle inwoners van een stad? Belangrijke conclusie is ook dat veel zaken worden opgepakt zonder te leren van eerdere ervaringen. De ‘ecopolis strategie’, waarbij de stad als ecosysteem wordt beschouwd, wordt nauwelijks meer gebruikt. De focus ligt nu op onderdelen, zoals biodiversiteit en duurzaamheid. En ik vraag me af of bij de pogingen om groen en natuur te economiseren ook de ervaringen uit het verleden worden betrokken.