Samenvatting Landenanalyse

advertisement
Samenvatting Landenanalyse
Week 1
Bij een krappe arbeidsmarkt is er minder aanbod van arbeidskrachten maar steeds meer vraag. Bij
een ruime arbeidsmarkt is er veel aanbod van arbeidskrachten en minder vraag.
Afweging risico en rendement
Deze afweging moet je gaan maken als je gaat exporteren, bijvoorbeeld als je naar Brazilië gaat
exporteren omdat je daar veel geld kunt verdienen kun je er veel rendement uit halen. Het risico is
dat je helemaal naar Brazilië gaat. Je streeft naar veel rendement en zo weinig mogelijke risico.
Landen met een hoge economische groei kun je veel meer rendement halen, omdat je dan niet veel
hoeft te concurreren, je krijgt toch steeds nieuwe klanten. Bij een lage economische groei heb je juist
veel concurrentie en is het moeilijk om te groeien.
Landen zijn onderling veel meer gaan importeren en exporteren (handelen), omdat je dan lagere
transportkosten hebt en versnelde IT-ontwikkelingen
A= Verenigde Staten
B = China/India
C = West-Europa
D = Afrika
Maatschappelijke consensus = stabiliteit tussen groepen in de samenleving (veilig om te handelen)
Welke risico’s en problemen zijn er verbonden aan het exporteren naar het buitenland?
- Importbelemmeringen (als bijvoorbeeld de handelsbalans een groot tekort vertoont)
- Oorlog en armoede
- Kans op valutacrisis en deviezentekort (bv. door hoge buitenlandse schuld en overgewaardeerde
munt)
- Corruptie, bureaucratie
- Intensiteit concurrentie in de bedrijfstak in het land van export is hoog
- Politieke crisis (als gevolg van een eco. crisis?)
- Gebrek aan urbanisatie (klanten moeilijk te bereiken)
- Cultuurverschillen, waardoor product niet wordt gewaardeerd
- Betalingsmoraal slecht
- Slecht juridisch systeem (eigendomsrechten niet gewaarborgd), imitatieproducten
- Valutarisico (munt kan in waarde gaan dalen door bijvoorbeeld een hoge inflatie. Hierdoor levert de
export minder op.)
- Een groot tekort op de handelsbalans kan ertoe leiden dat de overheid bestedingsbeperkende
maatregelen neemt.
Landenrisico
Het risico dat handelspartners in het buitenland door overheidsmaatregelen hun
betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen. Hiervoor zijn twee redenen:
1. Geen dollars of euro’s aanwezig (deviezen is buitenlandsgeld, dus dollars in Nederland.)
* Je komt aan deviezen door te exporteren
* Je komt aan deviezen door geld te lenen van een buitenlandse belegger
Als er geen deviezen aanwezig zijn, dan exporteert het land weinig of weinig beleggingsactiviteiten.
Door Export stromen deviezen binnen (vaak dollars). Door import stromen deviezen naar buiten
(vaak dollars)
2. Banken zijn niet bereid om het geld om te wisselen
Deviezen is buitenlandsgeld, dus dollars in Nederland.
Deviezen generend vermogen
Externe positie
Internationale reserves
Invoerdekking  internationale reserves/ import
 Hoeveel maanden kan een land importeren met de aanwezige deviezen?
De omvang van de reserves zegt alleen iets over de betaalcapaciteit als tegelijkertijd de
deviezenbehoefte in de analyse wordt meegenomen. Invoerdekking: in hoeverre is huidige niveau
van reserves voldoende om importen te betalen? (invoerdekking van min. 3 maanden aanhouden).
Omvang buitenlandse schuld
- Debt/ export ratio;
- Debt-service ratio  belangrijk!!, hoeveel schuld heeft een land in verhouding met de export.
Er moet rente en aflossing betaald worden.
- Structuur van de buitenlandse schuld (looptijden)
 Hoeveel % van de deviezen die de export oplevert, zijn nodig om rente te betalen en af te lossen.
Hoe hoger het percentage, hoe meer risico.
Verhouding tussen schuld en export = debt-export ratio.
Debt-service = verhouding tussen deviezen uitstroom en instroom.  welk deel van de met export
verdiende deviezen vloeit naar het buitenland in de vorm van schuldendienst?
Structuur buitenlandse schuld  hoe korter gemiddelde looptijd, des te sneller komen
aflossingsverplichtingen. Behoefte aan deviezen is dan hoog.
Betalingsbalans
Deviezengenerend vermogen:
 door veel export of door kapitaalimport (buitenlandse investeerders)
 stabiliteit en samenstelling exportpakket (hoeveel afnemers? hoeveel exportproducten?)
Op de lopende rekening komt het geld binnen door export en op de kapitale rekening komt het geld
binnen door lening. Uit deze twee onderdelen bestaat de betalingsbalans. Je kunt hier zien hoeveel
deviezen er binnen komen en weggaan. Als je er meer binnenkomen dan weggaan is het een gunstig
land.
Waarom is het niet verstandig om naar een land te exporteren met een hardnekkig tekort op de
lopende rekening? (import > export)
1. Deviezen raken op.
2. Overheid devalueert de eigen munt (of muntwaarde daalt)
3. Overheid voert importbelemmeringen in.
4. Overheid treft bestedingsbeperkende maatregelen, import daal door minder besteding
5. Rente kan gaan oplopen, renteniveau gaat omhoog en gaan mensen sparen en minder besteden
Classificatie naar regio
- Ontwikkelingslanden (Afrika, deel van Azie & Zuid-Amerika)
- Emerging markets (Brazilië, Rusland, India en China)
- Triade (Europa, VS & Japan)
De begrippen ‘poverty trap’ en de onmogelijkheid van een ‘take-off’ horen typisch bij
ontwikkelingslanden. Leg uit!
Om tot ontwikkeling te komen moet er geïnvesteerd worden. Dit kan alleen maar als er genoeg
binnenlandse bestedingen zijn. Echter, door de lage lonen, wordt er niet gespaard en komt een land
moeilijk van de grond (door poverty-trap geen take-off mogelijk!)
Economische ontwikkeling/groei verloopt in 3 fasen:
1. Factorgedreven (Afrikaanse) groei, de groei komt vooral voort uit grondstoffen. (Productiefactoren)
2. Investeringsgedreven (China) groei, vooral groeien door middel van machines. Een combinatie van
techniek en goedkope arbeid.
3. Innovatiegedreven (VS) groei, je hebt goede scholing nodig om te groeien. (Techniek en kwaliteit)
Week 2
Macro analyse
Politiek:
- Politieke structuur en stabiliteit
- Internationale betrekkingen
- Kwaliteit van overheid (corruptie)
- Handelspolitiek
Dreigen er op korte termijn interne of externe conflicten?
Staatsvorm, internationale betrekkingen, politieke structuur en stabiliteit, lidmaatschap int.
organisaties (WTO, IMF).
Overheid corrupt, bureaucratisch functioneren, eigen ondernemingen bevoordelen,
importbelemmeringen.
Demografisch:
- Omvang en groei van bevolking
- Urbanisatiegraad
- Samenstelling bevolking
- Opleidingsniveau
Vergrijzing door afname bevolkingsgroei (minder jongeren) en betere medische zorg. In Japan is de
vergrijzing nog veel groter dan in Europa. Vergrijzing kan leiden tot spanningen op de arbeidsmarkt.
Voordelen urbanisatie (meer kans op gezondheidszorg en scholing). Nadelen urbanisatie: armoede,
vervuiling e.d.
Bedrijven kunnen door urbanisatie hun klanten beter bereiken.
Cultureel:
- Taal en religie
- Hiërarchische verhoudingen
- Omgangsvormen
- Handelsethiek en betalingsmoraal
*Gewoontes onderzoeken, beslissingen in een familie.
Economisch:
- Economisch systeem (plannen economie OV en vrije markt economie, als NLD zitten we er tussen)
- Omvang en verdeling BBP
Interne economische situatie:
- Belangrijkste sectoren
- Economische groei
- Inflatie
- Economische politiek
Externe economische situatie:
- Wisselkoers
- Buitenlandse schuld
- Betalingsbalans
- Internationale reserves
Download