De Geo - Globalisering

advertisement
DE GEO - GLOBALISERING
AARDRIJKSKUNDE VOOR DE 2 E FASE VWO 5 EN VWO 6.
SAMENVATTING
H.1 DE WERELD: SYSTEEM VAN
LANDEN EN RELATIES
1.2 Het wereldsysteem in historisch perspectief
• Voor 1500 bestonden er nog geen staten en
waren de handelsrelaties beperkt
• 3 typen samenlevingen:
1. Met sedentaire landbouw
2. Met nomadische veeteelt
3. Met zelfvoorzienende landbouw
SEDENTAIRE LANDBOUW
Dit houdt in dat er landbouw wordt bedreven
vanuit een vaste plaats en zorgt voor de eerste
vorm van een agrarische samenleving. Hier
worden vooral landbouw gewassen verbouwd.
Slechts een klein gedeelte is gericht op veeteelt.
De overgang van nomadische veeteelt naar
sedentaire landbouw wordt de Neolithische
revolutie genoemd. Gevolgen van deze overgang
zijn meer voedsel dus bevolkingsgroei en een vaste
woonplaats zorgt voor betere huizen en betere
voorzieningen (badhuis/ betere ovens)
DE GEBOORTE VAN HET WERELDSYSTEEM
• Ontdekkingsreizen zorgden voor handel en
verbondenheid tussen landen. Na 15e eeuw
is er wereldwijde handel in (sub)tropische
gewassen. Er ontstond een kernregio (WestEuropa) met een netwerk van kolonies.
• Kolonie= een buiten de staat gelegen –
veelal overzees- gebied dat op
gewelddadige of vreedzame manier in bezit
was gekomen.
SUCCES VAN WEST-EUROPA ALS
KERNREGIO
1. Ontwikkeling van een kapitalistische
markteconomie  privébezit van
productiemiddelen + vrije marktmechanisme
2. Stimulerende rol van moderne staten in
Europa  aanleg van infrastructuur
3. Handel zorgde voor zeer veel winsten
INDUSTRIËLE REVOLUTIE
• Ontwikkeling van de industrie in West-Europa vanaf
eind 18e eeuw.
Gunstige voorwaarden hiervoor waren:
Goede infrastructuur
Onafhankelijke ondernemersklasse met veel geld
Aanwezigheid van delfstoffen (vb bruinkool in Duitsl.)
Opgebouwde economische macht zorgt voor
levering van grond- en hulpstoffen en
energiebronnen uit de perifere gebieden
EXPLOITATIE KOLONIES
oKolonies die volledig worden gebruikt voor
de levering van grondstoffen en
energiebronnen
oHiervoor legden de koloniale machten
goede infrastructuur aan
oZijn ook een afzetmarkt voor de
industrieproducten uit de kernregio
HET WERELDSYSTEEM KRIJGT EEN 2E
KERN
Ontdekkingsreizen zorgden voor de ontwikkeling van
Noord-Amerika. Hier ontstonden vestigingskolonies.
Deze kolonies voegden zich samen en vormden de
Verenigde Staten van Amerika.
Deze nieuwe staat kon zich afsplitsen van de
kernregio, omdat ze veel meer zelfvoorzienend
waren in hun voedsel.
Daarnaast stimuleerde de overheid een
ondernemende klasse en zorgde voor goede
infrastructuur( vanuit oost naar west)
HEGEMONIALE STATEN
Staten die met behulp van politieke, economische,
financiële en militaire middelen een dominante rol
spelen in het wereldsysteem.
Hun invloed op de periferie wordt steeds groter.
De overheersing van Groot Brittannië wordt
bedreigd door de opkomst van Duitsland, Frankrijk,
Nederland, V.S. en Japan als hegemoniale staten.
Eind 19e eeuw Imperialisme  kerngebieden
beheersen de economie van de perifere landen
KERNGEBIEDEN EN KOLONIES 1898
DEKOLONISATIE EN VERANDERINGEN IN HET
WERELDSYSTEEM
• Na WO II vindt er dekolonisatie plaats. Koloniën worden
soeverein en de economische macht wordt opnieuw
bepaald. Er ontwikkelen zich 3 groepen landen:
1. Eerste wereld  West-Europa, V.S. en Japan proberen
hun invloed op andere gebieden te behouden of uit te
breiden (neokolonialisme)
2. Tweede wereld  socialistische en communistische
landen met een planeconomie (China, Sovj. Unie, N.
Korea, Cuba)
3. Derde wereld  Landen die afhankelijk zijn van het
kolonialisme. Deze landen hebben veel economische en
sociale problemen. De kernlanden proberen hun invloed
op deze landen te handhaven.
NEO-KOLONIALISME
• Na de dekolonisatie bleef de afhankelijkheid van derde
wereldlanden ten opzichte van de kernlanden bestaan.
• Ex-kolonies blijven ruwe grondstoffen,
mijnbouwproducten en voedsel leveren aan
kernlanden.
• Ruilvoetverslechtering (relatieve prijsdaling van
producten uit primaire sector ten opzichte van
producten uit secundaire sector) zorgt voor steeds meer
achterstand (negatieve handelsbalans) van perifere
gebieden.
• Industrialisatie in de periferie wordt hierdoor bemoeilijkt
en slechte economische tijden (laagconjunctuur)
kunnen moeilijk worden opgevangen.
ONTSNAPPEN UIT DE PERIFERIE MOGELIJK?
Ja, positieverbetering is mogelijk!
• Bij de lichte industrie is continu het proces van
uitschuiving aan de gang. Steeds meer producten
worden gemaakt in lage lonen landen. Hierdoor
kunnen die landen zich ontwikkelen tot NIC’s
(Newly Industrializing Countries/ nieuwe
industrielanden).
Vooral in Azië vindt je dit soort landen. Een groot
deel van de productie is bestemd voor de export
naar de wereldmarkt
• Landen met een planeconomie krijgen na 1989 (Val
Berlijnse muur) steeds meer een kapitalistische
economie.
Download