Biologie – Samenvatting H11+12

advertisement
Biologie – Samenvatting H11+12
11.1 Puberteit
Hoe noem je de verschillen tussen jongens en meisjes?
Alle kenmerken waarin jongens en meisjes verschillen, heten geslachtskenmerken.
Primaire geslachtskenmerken: zijn vanaf de geboorte zichtbaar: penis, balzak,
schaamlippen.
Puberteit: periode tussen 10 en 16 jaar dat de verschillen tussen jongens en meisjes
veel groter worden.
Secundaire geslachtskenmerken: de lichamelijke verschillen tussen jongens en
meisjes die ontstaan tijdens de puberteit.
Tertiaire geslachtskenmerken: verschillen in kleding, gedrag, denken en doen
tussen jongens en meisjes.
(zie bron 1 )
Hoe ontstaan de veranderingen in de puberteit?
De veranderingen in de puberteit ontstaan onder invloed van regelstoffen of
hormonen.  worden gemaakt in hormoonklieren.  belangrijkste hormoonklier :
hypofyse.  klein orgaantje onder hersenen.
Hypofyse  geeft aantal verschillende hormonen af aan het bloed
Één van die hormonen zorgt aan het begin van de puberteit voor de productie van
geslachtshormonen  bij jongens  zaadballen maken geslachtshormoon 
zorgen voor het ontstaan van secundaire geslachtskenmerken  tijdstip dat de
hypofyse geslachtshormonen afgeeft, is niet bij iedereen gelijk
tertiaire geslachtskenmerken  ontwikkelen zich opeens ook snel  verschil in
kleding, gedrag, denken en doen tussen jongens en meisjes wordt steeds groter.
Wat verandert er in de puberteit?
In de puberteit  groeispurt (je groeit heel snel)  je beweegt vaak slungeling
omdat je botten eerder groeien dan je spieren.
Door verstopte talgklieren  jeugdpuistjes (acne)
zweet gaat ook meer ruiken
meisjes  ongesteld
jongens  zaadlozingen
jongens en meisjes kunnen vanaf dan samen kinderen krijgen
Welke levensfasen zijn er?
Mensenleven kun je verdelen in een aantal levensfasen: baby, peuter, kleuter, kind,
puber, volwassene en oudere.  elke fase heeft ontwikkelingen
Lichamelijke ontwikkeling: (zie bron 4)  spieren zijn pas ontwikkeld als je
volwassen bent  als je ouder wordt neemt het weer af
Geestelijke ontwikkeling: is de groei en ontwikkeling in wat je met je verstand kunt
en doet.  bijv. praten en lezen.  maar bijv. ook zelfstandig worden en kunnen
zorgen voor anderen.
12.1 Man en vrouw
Wanneer is een jongen vruchtbaar?
Begin puberteit  hypofyse maakt meer hormonen  komen via het bloed bij de
zaadballen  onder invloed van dat hormoon gebeuren er 2 dingen:
1. Zaadballen: beginnen met de productie van zaadcellen (bron 1)  nadat
zaadcellen ontstaan zijn, worden ze in de bijballen opgeslagen (zie bron 2)
2. Zaadballen beginnen geslachtshormoon testosteron te produceren.  zorgt
voor het ontstaan van de secundaire geslachtskenmerken.
Soms krijgt een jongen een natte droom  zaadlozing  sperma uit de penis
gekomen  een jongen merkt dat hij vruchtbaar is als hij zijn eerste zaadlozing
heeft.  zaadcel kan een eicel van een meisje bevruchten.
Wat is sperma?
Als een jongen of man opgewonden raakt  erectie  penis wordt stijf omdat er
extra bloed naar de zwellichamen gaat (zie bron 2)  door de vele tastzintuigjes 
eikel is het gevoeligste deel van de penis.  prikkelen van de eikel tijdens erectie 
kan zaadlozing veroorzaken  jongen of man komt klaar
Bij een zaadlozing  zaadcellen uit de bijballen gaan door de zaadleiders naar de
prostaat zaadcellen komen eerst nog langs de zaadblaasjes  er wordt vocht
zaadvocht toegevoegd aan de zaadcellen.  bij de prostaat zaadblaasjes en
zaadvocht komen in de urinebuis  prostaat voegt ook zaadvocht toe  mengsel
van zaadvocht en zaadcellen is sperma  via urinebuis gaat sperma uit de penis.
tijdens zaadlozing  prostaat zwelt op en knijpt de urinebuis af, zo kan er geen urine
en sperma tegelijk uit de penis komen.
(bekijk bron 2 goed)
Wanneer is een meisje vruchtbaar?
Bij geboorte meisje  veel onrijpe eicellen (bron 3)  onrijpe eicellen zitten in twee
eierstokken (bron 4)  elke eierstok heeft 200.000 onrijpe eicellen
Een meisje wordt in de puberteit vruchtbaar, als er eicellen rijp worden.  signaal
voor de eierstokken komt ook door hormonen uit de hypofyse.  in de eierstokken 
geslachtshormoon oestrogeen geproduceerd  zorgt voor het ontstaan van de
secundaire geslachtskenmerken bij meisjes.
Hoe ontstaat een rijpe eicel?
Iedere vier weken  in een van de eierstokken een eicel rijp (bron 5)  eicel ligt in
een follikel  als eicel rijpt, follikel neemt steeds meer vocht op  eicel wordt ook
groter door vocht en voedingsstoffen op te nemen.  wordt zo groot als een
speldenkop  na 14 dagen  follikel barst open
Het vrijkomen van een eicel uit de eierstokken heet eisprong of ovulatie
na ovulatie  eicel komt in de eileider.  eileider vervoert de eicel in de richting van
de baarmoeder  via vagina en baarmoeder kunnen zaadcellen bij de eicel komen
 bevruchting vind plaats in eileider.  meestal zijn er geen zaadcellen, dus geen
bevruchting  meisje wordt ongesteld
Een meisje merkt aan haar eerste ongesteldheid of menstruatie dat ze vruchtbaar
is.
12.2 Bevruchting
Wanneer wordt een vrouw ongesteld?
Kijk naar bron 1
1. Eicel rijpt in een van de eierstokken
2. Het baarmoederslijmvlies wordt dikker en er groeien meer bloedvaten in.
Daardoor wordt de baarmoeder geschikt om een baby te laten groeien.
3. Na ongeveer twee weken is de eisprong. Na de eisprong blijft de eicel nog 12
tot 24 uur leven. Wordt de eicel niet bevrucht dat gaat zij dood.
4. Het verdikte baarmoederslijmvlies is niet meer nodig en laat na nog twee
weken los. Stukjes van dit slijmvlies druppelen samen met wat bloed uit de
vagina. Dat heet menstruatie of ongesteld zijn.
Na menstruatie  alles begint weer opnieuw
Wat er van de ene menstruatie tot de volgende gebeurt, heet de menstruatiecyclus.
Menstruatie wordt geregeld door hormonen  begin menstruatie  er groeit onder
invloed van hormoon uit hypofyse een follikel groeien.  eicel in follikel rijpt 
tijdens groeien produceert de follikel steeds meer het hormoon oestrogeen (bron 1)
 3 gevolgen
1. Er gaan geen andere eicellen rijpen.
2. Het baarmoederslijmvlies wordt dikker
3. Zit er veel oestrogeen in het bloed dat geeft de hypofyse een seintje voor de
ovulatie.
Na ovulatie  follikel gaat behalve oestrogeen ook het hormoon progesteron
produceren.  stimuleert de groei en doorbloeding van het baarmoederslijmvlies. 
als de eicel niet bevrucht is  productie van progesteron en oestrogeen neemt af 
de cyclus begint opnieuw.
Hoe ontstaat een baby?
Tijdens geslachtsgemeenschap  sperma in de vagina, vlak bij de baarmoedermond
(bron 2)  bij een zaadlozing  3 ml sperma vrij ( 20 tot 300 miljoen zaadcellen) 
op weg naar rijpe eicel  zwemmen door baarmoeder en eileiders  er komt
uiteindelijk maar een klein deel van de zaadcellen bij de rijpe eicel terecht (als die er
is)
Één zaadcel nodig om eicel te bevruchten  kop dringt zaadcel binnen (bron 3) 
kern van zaadcel versmelt met de kern van eicel tot één nieuwe kern: bevruchting
 na het binnendringen wordt de buitenste laag van de eicel ondoordringbaar voor
andere zaadcellen (bron 4)  eicel gaat zich delen  tijdens groei zijn er
voedingsstoffen opgenomen  energie uit voedingsstoffen gebruikt de eicel om te
delen.
Kleine bolletje cellen ontstaat terwijl de eicel door de eileider naar de baarmoeder
gaat.  gaat vastzitten in baarmoederslijmvlies  dat heet innesteling  bolletje
groeit uit tot baby.
Hoe voorkom je een zwangerschap?
Voorbehoedmiddel: is om te voorkomen dat de vrouw zwanger wordt.  voldoet
aan 3 eisen:
1. Het voorkomt zwangerschap
2. Het is makkelijk in het gebruik
3. Het is niet schadelijk voor je gezondheid
(zie bron 5)
Condoom  voldoet aan de 3 eisen  beschermt tegen soa’s
je hebt ook een vrouwencondoom  zakje dat in de vagina wordt geschoven 
wordt minder gebruikt  het is duurder en lastiger
De pil bevat de hormonen progesteron en oestrogeen  er rijpt geen eicel in de
eierstok  wordt 21 dagen ingenomen daarna pauze  dan wordt de vrouw
ongesteld.  de pil krijgt je op doktersrecept.
Spiraaltje  wordt in de baarmoeder geplaatst.  bevruchte eicel kan niet
innestelen en uitgroeien tot een baby.
Pil en spiraaltje beschermen niet tegen soa’s.
Wat kun je doen bij een noodgeval?
Je kan onbedoeld toch zwanger worden.
morningafterpil: deze pil moet je binnen 72 uur na de seks innemen.  toch
zwanger
overtijdbehandeling: je mag niet langer dan 16 dagen over tijd zijn. Langer dan 16
dagen:
abortus: moet uitgevoerd worden in een kliniek  je mag niet langer dan 20 weken
over tijd zijn.
Wat is sterilisatie?
Sterilisatie: als je geen kinderen meer wil kies je voor deze definitieve oplossing.
bij een man  zaadleiders worden doorgesneden en afgebonden.
bij een vrouw  eileiders worden doorgeknipt
gebeurt meestal bij mannen  bij vrouwen is het ingrijpender.
Er verandert niks aan de seks  man kan gewoon erectie en zaadlozing krijgen.
12.3 Zwanger
Hoe weet je dat je zwanger bent?
Na bevruchting  bevruchte eicel gaat zich delen  bolletje cellen nestelt zich in.
heet nu een embryo  embryo (placenta) produceert zwangerschapshormoon.
zwangerschapstest toont dat hormoon aan in de urine.  door het hormoon 
baarmoederslijmvlies blijft dik en er rijpen geen nieuwe eicellen in eierstokken.
aan het uitblijven van menstruatie kun je ook zien of je zwanger bent  (zie bron 1)
voor meer aanwijzingen voor zwangerschap
Hoe leeft het embryo in de baarmoeder?
In de eerste 12 weken  organen van embryo ontstaan (bron 2)  hierna alleen nog
groei en je noemt het kindje nu een foetus.  plaats waar embryo is ingenesteld
groeit de placenta of moederkoek.  via navelstreng is dit verbonden met het
embryo  vruchtwater met vruchtvliezen beschermen de embryo tegen stoten.
Navelstreng  bestaat uit twee navelstrengslagaders en één navelstrengader (bron
3)  in placenta lopen bloedvaten van embryo dicht langs bloedvaten van de
moeder
Van bloed van moeder  voedingsstoffen en zuurstof via de navelstrengader naar
bloed van embryo. Van bloed embryo  koolstofdioxide en andere afvalstoffen via
twee navelstrengslagaders naar bloed van de moeder.
via de placenta  ook andere stoffen bij het embryo komen  placenta houdt veel
schadelijke stoffen en ziekteverwekkers tegen  geen nicotine, alcohol, medicijnen
en drugs en rodehondvirus  kunnen in de embryonale fase afwijkingen
veroorzaken
bij 1 op de 10 zwangerschappen  eerste 12 weken iets fout  embryo wordt
afgestoten meestal  vrouw krijgt een miskraam
Hoe gaat de bevalling?
Een zwangerschap duurt gemiddeld 280 dagen.  baby wordt geboren  eerst
beginnen weeën  wee: samentrekking van spieren in de baarmoederwand.  door
weeën  baby komt met hoofdje in baarmoedermond.  indalingsweeën starten
soms al ruim voor geboorte.
bevalling verloopt in 3 fasen:
1. Geboorte begint  weeën komen met regelmatige tussenpozen. 
baarmoeder mond gaat open  ontsluiting vruchtvliezen breken en
vruchtwater loopt, via de vagina, naar buiten.
2. Ontsluiting volledig  uitdrijving  baby wordt met sterke persweeën naar
buiten geduwd.
3. Nageboorte placenta komt samen met vruchtvliezen en stuk van de
navelstreng naar buiten
Na geboorte  baby ademt.  verloskundige maakt mondje schoon.  navelstreng
wordt dichtgeknepen met twee klemmen.  wordt doorgeknipt
Baby ligt niet altijd op de juiste manier in de baarmoeder.  (bron 6) stuitligging en
dwarsligging  bij dwarsligging  baby komt niet via de vagina  arts besluit
keizersnede. (bron 7)  operatie, chirurg maakt snee onder in de buik.  ook
keizersnede als placenta voor de baarmoedermond ligt of als bekken te nauw zijn.
Hoe ontstaat een tweeling?
Soms groeien er twee baby’s in de baarmoeder: een tweeling.  eeneiige tweeling
of twee-eiige tweeling  naam zegt iets over aantal cellen waaruit de tweeling is
ontstaan.
Eeneiige tweeling: één eicel en één zaadcel. (bron 9)  tijdens de eerste delingen
van bevruchte eicel splitst het bolletje zich in tweeën.  groeien elk uit tot een
tweeling.  hebben altijd hetzelfde geslacht en lijken heel erg op elkaar.
Twee-eiige tweeling: twee eicellen tegelijk vrijgekomen  in beide eierstokken een
eicel gerijpt  als allebei de eicellen worden bevrucht ontstaan er twee baby’s.
Bij twee-eiige tweeling  twee placenta’s en ieder embryo heeft eigen vruchtvliezen
 bij een eeneiige tweeling de splitsing voor de innesteling ieder embryo eigen
placenta en vruchtvliezen  als het na de innesteling splitst delen de embryo’s de
placenta en de vruchtvliezen. (zie bron 10)
Waarom laten zwangere vrouwen een echo maken?
Verloskundige onderzoekt zwangere vrouw en vraagt naar ziektes of aandoeningen
binnen de families.  verloskundige rekent datum geboorte uit.  is het niet duidelijk
wanneer de laatste menstruatie was wordt soms een echo gebruikt  aan de grootte
van het embryo kun je zien hoe oud hij is.  meestal komt de baby eerder of later
dan de uitgerekende datum
Na eerste bezoek  vrouwen gaan om de 3 of 4 weken  verloskundige luistert
naar het hartje en of de baby groeit.  geeft de vrouw advies over voeding en
leefwijze
20ste week  echo gemaakt  kijkt of er afwijkingen aan de foetus te zien zijn. 
kijkt ook of het een jongen of een meisje is.  ouders beslissen zelf of ze dat willen
weten
Apparaat van de echo  stuurt geluiden door de buik van de moeder.  geluid
wordt voor een deel teruggekaatst en weer opgevangen door het apparaat.  geluid
maakt baby zichtbaar op het scherm.
Download