1e aanzet beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige

advertisement
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige op de
polikliniek
(naar AVVV format)
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
Inhoudsopgave
Voorwoord
3
1
Verantwoording
1.1
Inleiding
1.2
Betekenis van het functieprofiel
4
4
4
2
Positionering van de epilepsieverpleegkundige
2.1
Ontwikkelingen binnen het beroep
2.2
Autonomie in het handelen
6
6
7
3
Zorgvragers en zorgvragen
3.1
Oorsprong van de zorgvragen
3.2
Kenmerken van de groep zorgvragers
3.3
Urgentie en complexiteit van de zorgvragers
3.4
Effecten van de zorg voor gezondheid en bestaan
3.5
Settings
9
9
9
9
10
10
4
Betekenis en meerwaarde van de epilepsieverpleegkundige
4.1
Inleiding
4.2
Betekenis en meerwaarde van de epilepsieverpleegkundige
4.2.1 Op het terrein van de epilepsiezorg
4.2.2 Voor de patiënt als zorgvrager
4.2.3 Voor medeprofessionals
4.2.4 Binnen bestaande differentiaties
4.2.5 Binnen zorg- en welzijnsorganisaties
4.2.6 Binnen de gezondheidszorg
11
11
11
11
11
12
12
12
12
5
Taakgebieden, kerntaken en competenties
5.1
Inleiding
5.2
Zorgvragergebonden taken
5.3
Professiegebonden taken
5.4
Organisatiegebonden taken
13
13
14
19
23
Bijlagen
Begrippenlijst
24
Geraadpleegde literatuur
25
Opstellers beroepsdeelprofiel
26
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
2
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
Voorwoord
Voor u ligt het beroepsdeel van de epilepsieverpleegkundige op de polikliniek. Dit profiel is opgesteld
volgens het ‘format beroepsdeelprofielen’ (verpleegkundig specialist/NP) van het AVVV. Het landelijk
Platform Epilepsieverpleegkundigen acht het noodzakelijk een dergelijk profiel op te stellen, vanwege
voortschrijdende differentiaties en specialisaties in de verpleegkundige beroepsgroep, en dus ook
binnen de epilepsiezorg. Om te voorkomen dat er een gebrek aan samenhang en dus verbrokkeling
zal ontstaan, hebben wij getracht de gemeenschappelijke elementen uit de functie van
epilepsieverpleegkundige te bundelen in dit beroepsdeelprofiel. Daarnaast bestaat ook de behoefte
van verpleegkundigen hun beroepsuitoefening te beschrijven en daarmee te verantwoorden.
Tegelijkertijd kan een functieprofiel dienen als richtlijn voor de ‘novice’, maar ook als leidraad én
kwaliteitsinstrument voor meer ervaren verpleegkundigen.
Dit profiel kan dienen als uitgangspunt voor de diverse taak/functieomschrijvingen van
epilepsieverpleegkundigen in organisaties zowel in de tweede- als derdelijn.
Wij hebben getracht alle elementen van de functie van epilepsieverpleegkundige te benoemen binnen
de gestelde inhoudelijke en organisatorische kaders van de epilepsiezorg en de competenties die aan
de beroepsuitoefening worden gesteld.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
3
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
1.
Verantwoording
1.1
Inleiding
De verpleegkundige beroepsuitoefening van de epilepsieverpleegkundige op de polikliniek is sterk in
ontwikkeling. De epilepsieverpleegkundige op de polikliniek is een verpleegkundige die op
expertniveau van primaire verpleegkundige beroepsuitoefening combineert met domeinspecifieke
aandacht voor continue professionele ontwikkeling en aanvullende deskundigheidsbevordering. De
werkzaamheden worden op de polikliniek verricht.
De epilepsieverpleegkundige richt zich primair op bewaking en ontwikkeling van de kwaliteit en
continuïteit van de individuele gezondheidszorg en het plegen van beroepsinhoudelijk onderhoud van
competenties van beroepsbeoefenaren, teneinde continuïteit en kwaliteit van de directe patiëntenzorg
te bewerkstelligen. Deze combinatie van verpleegkundige, deskundigheidsbevorderende activiteiten
en beleidstaken rond het primaire zorgproces en de omliggende bedrijfsprocessen, is ingebed in de
verpleegkundige benadering van de gezondheidszorg en gezondheidsproblematiek.
De terminologie die in dit document gehanteerd wordt sluit aan bij de huidige ontwikkelingen binnen
de verschillende zorgsectoren en het huidige opleidingsstelsel. Om recht te doen aan het grote aantal
vrouwelijke verpleegkundigen is ervoor gekozen de term verpleegkundige in de tekst met de
vrouwelijke vorm aan te duiden. Hiermee worden zowel mannen als vrouwen bedoeld.
In navolging van het verpleegkundig beroepsprofiel (Leistra, 1999) gebruiken we de
werkveldoverstijgende term zorgvrager. Hiermee worden, afhankelijk van het werkveld, mannelijke en
vrouwelijke patiënten, cliënten, bewoners of klanten bedoeld. Voor de leesbaarheid gebruiken we de
term zorgvrager in de mannelijke vorm.
De epilepsieverpleegkundige heeft minimaal het diploma van gegradueerde verpleegkundige op het 5e
niveau (HBO). Zij beschikt over ruime, aantoonbare praktijkervaring en competenties in de
zorgverlening aan mensen met epilepsie, waarbij zowel inhoudelijke als objectieve leergierigheid
aantoonbaar gemaakt kan worden. Deze competenties zijn verworven door het uitvoeren van een
groot aantal verschillende rollen in de epilepsiezorg, zoals die van onderzoeker, klinisch leider,
deskundigheidsbevorderaar en consulent).
De epilepsieverpleegkundige draagt niet per definitie de titel verpleegkundig specialist, hoewel de
beroepsuitoefening deze functie sterk benadert. Gestreefd wordt naar een uniformiteit in
opleidingsachtergrond en beroepsuitoefening. Te prefereren valt dat alle epilepsieverpleegkundigen
op ‘advanced level’ functioneren en een opleiding op dat niveau hebben gevolgd, hetzij die van
verpleegkundig specialist, nurse practitioner of verplegingswetenschapper.
1.2
Betekenis van het beroepsdeelprofiel
Het functieprofiel van de epilepsieverpleegkundige is een verbijzondering van het beroepsdeelprofiel
verpleegkundige specialist en nurse practitioner en geeft door haar expliciete beschrijving een helder
beeld van beroepsuitoefening als epilepsieverpleegkundige. Het beroepsdeelprofiel is gebaseerd op
het algemene beroepsprofiel van de verpleegkundige.
Het beroepsprofiel is geschreven voor algemeen verpleegkundigen en
- beschrijft wat een verpleegkundige is, wat een verpleegkundige moet kennen en kunnen en
wat voor instelling (attitude) een verpleegkundige moet hebben
- maakt het onderscheid duidelijk tussen het werkterrein van de verpleegkundige en andere
disciplines;
- vormt de basis voor het formuleren van functieanalyses voor deelgroepen van het
verpleegkundig beroep.
Een beroepsdeelprofiel bakent af wat de specifieke kenmerken of eisen zijn van iemand of een
groep mensen binnen de beroepsgroep, die een gemeenschappelijk doel voor ogen heeft, als een
ziektebeeld of een bepaalde doelgroep. Duidelijk wordt gemaakt hoe een epilepsieverpleegkundige
zich bijvoorbeeld onderscheid van bijvoorbeeld een Parkinsonverpleegkundige of een
diabetesverpleegkundige. Doel van het beroepsdeelprofiel van epilepsieverpleegkundige:
- het bieden van kwalitatief hoogwaardige zorg voor mensen met epilepsie;
- het ontwikkelen van kwaliteitseisen voor de specialistische verpleegkundige zorgverlening;
- het omschrijven van het beroep van epilepsieverpleegkundige;
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
4
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
-
het bieden van een kader voor de formulering van specifieke taak/functie- omschrijvingen
passend binnen de diverse organisaties in de epilepsiezorg;
bieden van een basis voor het te ontwikkelen leerplan van de epilepsieopleiding.
De essentie van het verpleegkundig beroep komt herkenbaar terug in het referentiekader, gevormd
door taakgebieden, kerntaken en competenties uit het verpleegkundig beroepsprofiel.
De verbijzondering wordt zichtbaar in de specificering of uitbreiding van de taakgebieden, kerntaken,
rollen en competenties in relatie tot de context waarin en de zorgvragers voor wie de
epilepsieverpleegkundige haar beroep uitoefent.
De beschrijving van de context waarbinnen de epilepsieverpleegkundige haar beroep uitoefent en van
de zorgvragers en hun zorgvragen op wie haar aandacht zich richt, vormt tevens de basis voor
legitimering en validering. Het gaat om onderscheid ten opzichte van andere verpleegkundigen en
andere hulpverleners in de gezondheidszorg en om de toegevoegde waarde ten opzichte van al
bestaande specialisaties in de verpleegkundige beroepsuitoefening. Hiermee worden
aanknopingspunten ontwikkeld die leiden tot positionering van de epilepsieverpleegkundige binnen
een deelgebied van de verpleegkundige beroepsuitoefening.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
5
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
2.
Positionering van de epilepsieverpleegkundige
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de ontwikkeling van de functie van epilepsieverpleegkundige
en een duiding van autonomie in handelen.
2.1
Ontwikkelingen binnen het beroep
Bij het omschrijven van de functie van epilepsieverpleegkundige wordt een tweeledige verbijzondering
van de verpleegkundige beroepsuitoefening zichtbaar. De eerste heeft betrekking op het niveau van
beroepsuitoefening. De epilepsieverpleegkundige functioneert op het niveau van de verpleegkundig
specialist. Dit uit zich in een aantal taken, gekenmerkt door een grote mate van zelfstandigheid,
waarbij sprake is van integratie van bedrijfskundige en verpleegkundige kennis en vaardigheden. Het
gaat om de dagelijkse combinatie van directe zorgverlening en beroepsinhoudelijke begeleiding en
aansturing van afdelings- dan wel instellingsgebonden zorgprocessen.
De tweede verbijzondering heeft te maken met de categorie patiënten (mensen met epilepsie of
vermeende epilepsie) aan wie de epilepsieverpleegkundige zorg verleent, en de specifieke
doelgroepen, als bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke handicap en epilepsie, kinderen,
vrouwen, ouderen of mensen die epilepsiechirurgie hebben ondergaan. Alle genoemde groepen
hebben specifieke en vaak aan levensfase gebonden zorgvragen.
De functie van epilepsieverpleegkundige met het voornaamste accent op de poliklinische
zorgverlening, is sinds tien jaar in ontwikkeling. De ontwikkeling van deze relatief nieuwe functie
binnen de epilepsiezorg is ontstaan vanuit de behoefte de toenemend complexe en veranderende
zorgvragen beter te kunnen begeleiden en behandelen. Behoefte aan informatie over de aandoening
en (medicamenteuze) behandeling maar ook het omgaan met de beperkingen die het hebben van
aanvallen met zich mee kan brengen en advies over de wijze waarop de kwaliteit van het leven
verbeterd kan worden liggen aan de basis van de ontwikkeling van de functie van
epilepsieverpleegkundige. Juist de praktische, dagelijkse problemen van de zorgvragers met epilepsie
krijgen binnen de begeleiding en behandeling de benodigde aandacht. De veranderende
zorgorganisatie in de sector, verdere professionalisering van het inhoudelijke deel van het beroep en
de noodzaak om verpleegkundigen een carrièreperspectief te bieden, om hen te behouden voor de
zorg spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de functie van epilepsieverpleegkundige.
Een groep van een tiental verpleegkundigen verleent op verschillende locaties, zowel in tweede als
derde lijn gespecialiseerde zorg aan mensen met epilepsie en heeft een diversiteit aan
verpleegkundige opleidingen genoten. Er is een verschil in uitoefening van de functie, en ook in de
mate van ervaring van de diverse verpleegkundigen. Wel is de professionalisering volop gaande, een
steeds groter wordende groep epilepsieverpleegkundigen streeft naar een ‘advanced level’ en volgt de
opleiding voor verpleegkundige specialist of nurse practitioner.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
6
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
2.2
Autonomie in het handelen
Binnen de verpleegkundige beroepsuitoefening
De epilepsieverpleegkundige is een zelfstandige, zelfsturende beroepsbeoefenaar, meewerkend
binnen een verpleegkundig of multidisciplinair team, die naast de dagelijkse uitvoering van primaire
zorgprocessen verantwoordelijk is voor kwaliteitsbewaking van de zorg. Zij levert hoogwaardige
kwaliteit en continuïteit van de verleende zorg binnen de kaders van de wet BIG en legt
verantwoording af aan haar manager.
Op het gebied van professiegebonden taakuitvoering zal een epilepsieverpleegkundige geen
opdrachten afwachten maar zelf initiatieven nemen wanneer zij signaleert dat dit nodig is. Zij heeft
kerntaken betreffende het innoveren van zorg, het coachen en bevorderen van de deskundigheid van
andere verpleegkundigen en disciplines, en het ontwikkelen en onderhouden van kwaliteitsbeleid
betreffende verpleegkundig management voor specifieke patiëntenpopulaties. Zij vervult in deze
hoedanigheid gelijktijdig diverse rollen. Zij maakt uitgaande van nieuwe ontwikkelingen en uitkomsten
van wetenschappelijk onderzoek continu transfers tussen de diverse roluitvoeringen, en levert
daarmee een pro-actieve bijdrage aan het verhogen van de kwaliteit en continuïteit van de verleende
zorg.
Ten aanzien van organisatorisch gebonden taakuitoefening zoekt zij actief contact met de
verschillende beroepsgroepen, staffunctionarissen, het management op instellingsniveau en andere
maatschappelijke organisaties ter bevordering van het bereiken van afgestemde ontwikkeling m.b.t. de
uitvoering van taken bij primaire zorgprocessen en resultaten uit zorgoverstijgende opdrachten.
Zij maakt zowel op het niveau van zorgvrager-, professie- en organisatiegebonden taakuitvoeringen
continu transfers tussen de diverse roluitvoeringen, waarbij zij zich afwisselend kan opstellen als
casemanager, projectmanager, kwaliteitscoördinator, onderzoeker, ontwikkelaar, stafmedewerker, of
onderhandelaar, innovator of imagoverbeteraar. Zij vervult deze rollen in diverse functies variërend
van beroepsinhoudelijk leider op de werkvloer tot kwaliteitsmanager op instellingsniveau, waarbinnen
zij zorgprocessen aanstuurt ongeacht setting, zorgvraag of organisatie.
Binnen medische/klinische behandelcontexten
Ook in dit gebied kent de epilepsieverpleegkundige autonomie in handelen. Zij kan werkzaam zijn op
het gebied van cure, op het gebied van care en op het overgangsgebied tussen cure en care. Ze is
per definitie verpleegkundige, geregistreerd als individueel beroepsbeoefenaar in artikel 3 wet BIG,
waardoor zij tuchtrechtelijk getoetst en beoordeeld kan worden. Waar de epilepsieverpleegkundige
zich begeeft op het medisch domein en overgaat tot gedelegeerd medisch handelen, zal zij haar
bevindingen moeten overleggen aan een superviserend arts, tenzij anders afgesproken. Op dit
moment is de discussie gaande over de mogelijkheden tot volledige autonomie bij het uitvoeren van
een aantal medische handelingen. In geval van uitvoering van een aantal medische handelingen is de
epilepsieverpleegkundige verantwoordelijk voor de eigen uitvoering. De medisch specialist blijft
eindverantwoordelijk voor het medisch beleid.
Op zorgvragergebonden taken komt de autonomie van de epilepsieverpleegkundige tot uiting in:
- het initiëren, voorbereiden, vaststellen en verlenen van gerichte verpleegkundige (en/of
medische) interventies bij bestaande en nieuwe groepen zorgvragers;
- de verantwoordelijkheid voor het zelfstandig diagnosticeren, interpreteren, prioriteren, plannen
en uitvoeren van verpleegkundige (en/of medische) interventies, ook in (acute) situaties, met
inachtneming van zowel voor de instelling als voor transmurale landelijk geldende
standaarden en (be)handelingsvoorschriften;
- het indiceren, diagnosticeren en (be)handelen of verwijzen van zorgvragers met (complicaties
als gevolg van) somatische/psychosociale zorgvragen zonodig in (voor)overleg met de
behandelend arts/specialist;
- het zelfstandig bieden van verantwoorde hoogwaardige verpleegkundige zorg aan de
zorgvragergroepen die hoogcomplexe problematiek hebben;
- het voeren van een eigen polikliniek, waarin de zorgvrager (na)zorg geboden wordt;
- het adviseren van het team over het te voeren beleid in de behandeling en begeleiding van de
zorgvrager;
- het geven van beroepsinhoudelijke leiding aan verpleegkundige teams om hen in staat te
stellen de verworven competenties te verhogen en nieuwe competenties vanuit de dagelijkse
beroepspraktijk te leren. De epilepsieverpleegkundige bepaalt op basis van professionele
analyses het niveau waarop de consultatie geboden moet worden. Dit verschilt van individuele
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
7
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
-
-
begeleiding van een zorgvrager tot begeleiding van het mono- of multidisciplinaire team. Het
is juist deze inschatting die de autonomie van de epilepsieverpleegkundige kenmerkt;
het samenwerken met medische en andere disciplines. Vanuit deze samenwerking wordt het
verpleegkundig team via de epilepsieverpleegkundige gecoacht, geïnformeerd en betrokken in
het specifiek aandachtsgebied;
het coördineren en verlenen van bijstand en advies op kwalitatief hoogstaand niveau aan
zorgvragers en hun naasten, die complexe (zelf-)zorgproblemen hebben. Zij benut deze
expertise in mono- en multidisciplinair verband. Zij vervult daarbij rollen van triagemanager en
behandelaar in de functie van specialist en expert verpleegkundige;
het zelfstandig geven van afgestemde (zelf)zorg- en behandeladviezen en educatie aan
zorgvragers, hun naasten en andere intermediairs, eventueel in nauwe samenwerking met de
medisch specialist.
Op professie- en organisatiegebonden taken komt haar autonomie tot uiting in:
- het signaleren van kennistekorten en mede daardoor ontwikkelen, voorbereiden en uitvoeren
van bij- en nascholing aan diverse opleidingen, klinische lessen/presentaties aan betrokkenen
(para/medische/verpleegkundige) beroepsbeoefenaren en andere belanghebbende partijen
binnen en buiten de instelling;
- het indiceren, adviseren en uitvoeren van consultaties, ontwikkelen van consultatiemodellen,
verbeter- en innovatieprojecten zowel intra- als extramuraal uitgevoerd. De consulten
betreffen advies aan beroepsbeoefenaren en zorgvragers voor het stellen van een juiste
diagnose, de keuze en uitvoering van verpleegkundige (en para/medische) interventies en het
vaststellen van benodigde middelen en beoogde resultaten;
- het coachen van beroepsbeoefenaren en werknemers van maatschappelijke organisaties;
- het bieden van leertrajectstrategieën aan beroepsbeoefenaren binnen haar instelling, van
belang bij het oplossen van problemen rond primaire zorgprocessen;
- het bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek en het implementeren van resultaten binnen en
buiten de instelling;
- het publiceren van de resultaten van onderzoeken en innovatieprojecten op nationaal niveau;
- het zelfstandig opzetten van praktijkonderzoek of daaraan uitvoering geven;
- ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek door de uitvoering van deelopdrachten
- het participeren als datacollector of datamanager in klinische trials;
- gevraagd en ongevraagd leveren van advies op basis van resultaten uit wetenschappelijk en
praktijkonderzoek
- het vertalen en integreren van evidence based en best practices naar directe zorgverlening of
kwaliteitsbeleid. Zij beoordeelt studies op praktische haalbaarheid en belasting voor de
zorgvrager, verpleegkundige en organisatie. Ze oefent invloed uit op micro-, meso- en
macroniveau en ze past veranderingsstrategieën toe;
- het ontwikkelen van methodieken voor groepen (nieuwe) zorgvragers;
- het analyseren van maatschappelijke en interne zorgcontexten voor het management
betreffende het consolideren, verbeteren dan wel vernieuwen van zorg aan bestaande of
nieuwe groepen;
- het beschikken over en toepassen van updatekennis van state of art-systemen, theorieën en
methodes, topics en aspecten binnen haar gespecialiseerde aandachtsgebied;
- het ontwikkelen van nieuwe consultatiemodellen voor binnen en buiten de gezondheidszorg;
- het kennen en leiden van zorginnovatieprojecten in de verpleegkundige beroepsuitoefening
om zo landelijk- of instellingsbeleid daadwerkelijk te kunnen realiseren in de dagelijkse
praktijk. Zij participeert, initieert en ontwikkelt in de ontwikkeling van zorgprogramma’s,
klinische paden, verpleegkundige kwaliteitsprojecten zorginnovatie en in het overleg over
continuïteit van zorg;
- deelname aan uitvoering van (project)management in mono- en multidisciplinair verband;
- vertegenwoordiging als inhoudsexpert namens de organisatie in de externe contacten met
beroepsorganisaties, patiëntenorganisaties, toeleveranciers, overheid en media.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
8
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
3.
Zorgvragers en zorgvragen
De beschrijving van de zorgvragers en zorgvragen beoogt inzicht te geven in de specifieke doelgroep
op wie de zorg van de epilepsieverpleegkundige is gericht. In de uitoefening van haar functie heeft de
epilepsieverpleegkundige te maken met verschillende ‘partijen’. Niet alleen de zorgvrager in zijn
systeem, maar ook de organisatie waarin de epilepsieverpleegkundige werkzaam is en (onderdelen
van) de samenleving zijn onderdeel van de beroepsuitoefening van de epilepsieverpleegkundige. Bij
de beschrijving van zorgvragers en zorgvragen wordt dan ook aandacht besteed aan al deze
categorieën.
3.1
De oorsprong van de zorgvragen
Epilepsie is één van de meest frequent voorkomende neurologische aandoeningen. Bij een
epileptische aanval doen zich plotseling optredende, abnormale, voorbijgaande verschijnselen voor,
die worden veroorzaakt door een excessieve ontlading van een populatie neuronen. De diagnose
epilepsie wordt gesteld, wanneer men tenminste één laat symptomatische of twee niet-geprovoceerde
epileptische aanvallen heeft gehad. (Richtlijnen diagnostiek en behandeling van epilepsie, 2006)
De groep epilepsiepatiënten wordt gekenmerkt door zijn diversiteit. Epilepsie is een verzamelbegrip
voor vele soorten aanvallen, met allerlei verschillende oorzaken.
3.2
Kenmerken van de groep zorgvragers
Epidemiologie - De incidentie (het aantal nieuwe gevallen per jaar) toont een zeer grote spreiding (van
11 tot 180 per 100.000). In het algemeen wordt uitgegaan van 20 tot 50 nieuwe gevallen per 100.00
mensen per jaar. Hogere incidentiecijfers worden gevonden bij kinderen, met de hoogste cijfers in het
eerste levensjaar. Bij meer dan 50% begint de epilepsie vóór het achttiende levensjaar. Vanaf de
leeftijd van 55 jaar loopt de incidentie weer op. In westerse landen liggen momenteel de
incidentiecijfers voor bejaarden hoger dan die voor kinderen. Mannen scoren in de meeste groepen
iets hoger dan vrouwen. Groepen met en lage socio-economische status lopen een groter risico op het
krijgen van epilepsie dan welvarende mensen. (Hauser WA, Kurland LT. Epilepsia 1975; 16:1-66).
Naar schatting heeft 5% van de mensen, pasgeborenen niet meegerekend, wel eens in zijn leven een
‘gelegenheidsaanval’ en bij ongeveer de helft van deze mensen herhaalt dit zich later nog eens.
Koortsstuipen vallen hier niet onder.
De prevalentie (het aantal zieken in een populatie op een gegeven moment) neemt toe met de leeftijd.
In de geïndustrialiseerde landen wordt uitgegaan van een prevalentie van mensen met een actieve
(onder behandeling zijnde) epilepsie van 0,5-0,8%.
Ongeveer 15% van de mensen met actieve epilepsie heeft meer dan één aanval per week, 25% heeft
één aanval per week tot één aanval per maand, en de overigen één per maand tot één per jaar.
Ongeveer 75% heeft (complex) partiële aanvallen, die al dan niet secundair generaliseren, 20% heeft
primair gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen, de rest heeft absences, myoclonische en
andere aanvallen. Vanaf de leeftijd van 10 jaar komen partiële aanvallen meer voor dan
gegeneraliseerde (uit Sanders EACM., 2005 Academic Pharmaceutical Productions bv, Utrecht).
3.3
Urgentie en complexiteit van de zorgvragers
De zorgvragers, mensen met epilepsie en hun naaste omgeving, zijn mensen met een chronische
aandoening, die hoogcomplexe gezondheids- en bestaansproblemen hebben. Het kan gaan om
mensen waarbij de diagnose nog gesteld moet worden, waardoor de medische zorgvraag in eerste
instantie meer aandacht behoeft. Maar het kan ook mensen betreffen waarbij de chroniciteit van de
aandoening meer op de voorgrond staat en bij wie het gaat om monitoren van de behandeling en het
tijdig vaststellen van complicaties. De kern van de beroepsuitoefening van de
epilepsieverpleegkundige is dat zij- in nieuwe of ongewisse situaties- weet hoe te handelen.
De aard van de zorgvraag bij mensen met epilepsie kan sterk variëren. Zo kunnen zorgvragen acuut
zijn, bijvoorbeeld bij een eerste aanval of acute ontregeling van de epilepsie met een toename van
aanvallen. Adequate en snelle interventies zijn vereist. Over het algemeen zijn de zorgvragen niet
urgent maar chronisch van karakter. Daarnaast is een kenmerk van neurologische aandoeningen als
epilepsie dat het gepaard kan gaan met sensomotorische, cognitieve en emotionele stoornissen, dit
vindt zijn weerslag in de zorgvragen. Ook kan sprake zijn van specifieke ontwikkelingsfasegebonden
zorgvragen zijn die aanvullend op de gezondheids- en bestaansproblemen een bepaalde mate van
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
9
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
complexiteit kunnen veroorzaken. Te denken valt aan de zich ontwikkelende peuter, het schoolgaande
kind, de adolescent met epilepsie, de vrouw met kinderwens of de oudere. De co-morbiditeit kan
bestaan uit diverse somatische en/of psychische/psychiatrische aandoeningen.
3.4
Effecten van de zorgvraag voor gezondheid en bestaan
Voor mensen met epilepsie is de weg naar fysiek, psychisch en zelfzorgherstel (autonomie) ten
gevolge van de chronische aandoening mogelijk een lange weg, die juiste behandeling en begeleiding
op maat vraagt. De begeleiding richt zich op het verminderen van de beperkingen van de aandoening.
Beperkingen die het hebben van aanvallen met zich meebrengt (relaties, werk, autorijden),
onbekendheid met de verschillende uitingsvormen van de aanvallen, onvoorspelbaarheid van het
beloop, angst, stigma en onder andere gevolgen van (het vaak jarenlang) medicijngebruik.
Doelstelling van de (in)directe opvang, onderzoek, behandeling en begeleiding door de
epilepsieverpleegkundige is om de impact van de epilepsie tot een minimum te beperken en de
mogelijkheden voor een optimale gezondheidsbeleving te bevorderen. Daarnaast beoogt de
epilepsieverpleegkundige te ondersteunen in het leren omgaan met en aanvaarden van de epilepsie,
aanvallen en gevolgen daarvan (accepteren/adapteren en coping).
De epilepsieverpleegkundige benut haar expertise voor het uitvoeren van gedelegeerde medische
handelingen of het uitvoeren van eigen specialistische interventies gericht op mensen met epilepsie.
De interventies worden rechtstreeks aan zorgvragers en diens naasten geleverd, dan wel via
deskundigheidsbevorderende en coachende activiteiten aan de beroepsbeoefenaren. Als gevolg van
deze interventies ontstaat een verbetering van de kwaliteit van zorg voor de individuele patiënt. De
epilepsieverpleegkundige ontwikkelt door innovatieve taken nieuwe vormen van zorg en verbetert
bestaande zorgvormen. Als gevolg van deze interventies ontstaat een verbetering van de kwaliteit van
de gehele zorg aan mensen met epilepsie.
3.5
Settings
De settings waar de epilepsieverpleegkundige haar zorg en behandeling kan verlenen zijn afhankelijk
van de groep zorgvragers. In principe zijn alle settings mogelijk: polikliniek en kliniek, maar de meest
voorkomende setting is de polikliniek, waar de epilepsieverpleegkundige in haar eigen spreekuur de
zorg verleent.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
10
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
4
De betekenis en meerwaarde van de epilepsieverpleegkundige
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag wie de epilepsieverpleegkundige is, wat zij doet
en waar zij zich onderscheidt van andere verpleegkundige beroepsbeoefenaren en andere
hulpverleners in de gezondheidszorg. Het accent ligt daarbij op de toegevoegde waarde ten opzichte
van al bestaande vormen van verpleegkundige beroepsuitoefening.
4.2
Betekenis en meerwaarde
De epilepsieverpleegkundige houdt zich bezig met het verlenen van zorg aan mensen met epilepsie,
in de breedste zin van het woord en de bijkomende vragen en problemen. Zij voert zelfstandig als
behandelverantwoordelijke zowel hoogwaardige verpleegkundige als gedelegeerde medische
interventies uit. Deze zijn gericht op dreigende of feitelijke gevolgen van de epilepsie en de aanvallen
voor het individu en diens netwerk, dan wel gericht op specifieke klachten en symptomen ontstaan
door co- morbiditeit en klachten die voortkomen uit coping problemen. De epilepsieverpleegkundige
voert zelfstandig verpleegkundige diagnostiek uit en levert een bijdrage aan de medische diagnostiek.
De beroepsuitoefening berust op specifieke (evidence- en best practice-based) kennis van en inzicht
in (potentiële en feitelijke) gezondheids-, gedrags- en bestaansproblemen, voornamelijk voorkomend
in hoogcomplexe zorgvraagstukken. De meerwaarde van de epilepsieverpleegkundige komt vooral
naar voren in de continue transfer tussen de rollen op de zorgvrager-, professiegebonden- en
organisatiegebonden taakgebieden. Dit impliceert dat zij binnen deze taakgebieden zoals ook
beschreven in het beroepsprofiel voor verpleegkundigen, kerntaken op expertniveau uitvoert.
4.2.1
Op het terrein van de epilepsiezorg
De meerwaarde ligt in de mogelijkheid de effecten van de aandoening en behandeling als
verantwoordelijke voor zorg en behandeling direct aan te pakken en vanuit eenzelfde perspectief te
integreren. Dit leidt uiteindelijk tot verhoging van kwaliteit van zorgverlening.
4.2.2
Voor de patiënt als zorgvrager
De inzet van de epilepsieverpleegkundige wordt gezien als een antwoord op de vraag van de
zorgvrager naar continuïteit van zorg en behandeling. Onderzoek Groen, van den Bos & van
Megchelen, 2004) wijst uit dat de patiënttevredenheid hoger is doordat verstrekte informatie naar aard
en hoeveelheid beter aansluit bij de vraag en beleving. De epilepsieverpleegkundige neemt tijd om de
zorgvraag van de zorgvrager te exploreren en te beantwoorden. De toegang tot haar wordt als
laagdrempelig ervaren. De meerwaarde voor zorgvragers is terug te vinden in de combinatie van
medisch-verpleegkundig handelen. Verbetering van zorg, die door de zorgvrager beleefd kan worden,
laat zich zien in:
- meer aandacht voor de klacht zelf, de oorzaak van de klacht en de impact ervan
- meer aandacht voor de dagelijkse leefomstandigheden voor en van de zorgvrager
- adequate uitleg over het ziektebeeld epilepsie en zijn gevolgen
- meer aandacht voor preventie van ziekte en complicaties ervan
- meer gezondheidsvoorlichting en –opvoeding (GVO), onderwijs en advisering
- individuele begeleiding in verandering van leefgewoontes
de beschikbaarheid van een vast, laagdrempelig aanspreekpunt voor de zorgvrager en een
ieder die met de zorgvrager te maken heeft
- zorg voor continuïteit en coördinatie van het totale zorgproces rondom de zorgvrager
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
11
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
4.2.3
Voor de medeprofessionals
Binnen het verpleegkundige domein, in het overgangsgebied tussen cure en care, is de
epilepsieverpleegkundige belast met de directe zorgverlening aan mensen met epilepsie. Het bieden
van geïntegreerde zorg maakt haar voor medeprofessionals een hulpverlener die:
- zorgt voor meer coördinatie en afstemming van verpleegkundige, paramedische en medische
zorg
- bijdraagt aan vergroting van de kwaliteit van zorg. Dat wil zeggen, er wordt efficiencywinst
behaald door eventuele overname van geprotocolleerde en gestandaardiseerde handelingen
van medici en dit biedt hen meer ruimte voor complexe werkzaamheden
- een brug vormt tussen verpleegkundigen en artsen en tussen andere professionals uit kliniek,
polikliniek, eerste-, tweede- en derdelijnszorg
- als verpleegkundige laagdrempelig is ten opzichte van artsen, en daardoor makkelijker
aanspreekbaar is voor collegae
- zorg kan dragen voor deskundigheidsbevordering/coaching van collega beroepsbeoefenaren
(zowel intern als extern).
4.2.4
Binnen bestaande differentiaties
De epilepsieverpleegkundige beschikt over expertise betreffende innovatie van zorg en
dienstverlening. Daardoor initieert, ontwikkelt, en implementeert zij voorstellen tot verbetering of
nieuwe zorgproducten (protocol, methodiek, strategie). Zij beschikt over vaardigheden om zowel
schriftelijk als mondeling haar voorstellen helder te formuleren c.q. te presenteren. Haar kennis en
inzicht is gebaseerd op evidence based en best practices-resultaten. Ze houdt voortdurend nieuwe
bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek bij. Zij vertaalt en integreert deze direct, zowel in de
dagelijkse zorgverlening als in het kwaliteitszorgbeleid ten behoeve van alle niveaus van de
verpleegkundige beroepsuitoefening en andere betrokken disciplines. Zij beoordeelt eigen en
instellingsoverstijgende (klinische) studies en onderzoekt deze op praktische haalbaarheid, relevantie
en belasting voor de patiënt, de individuele verpleegkundige dan wel de beroepsgroep. Daarnaast
levert zij haar inzichten aan de beroepsorganisaties en patiëntenverenigingen (als V&VN, afdeling
neurologieverpleegkundigen, Platform Epilepsieverpleegkundigen, LIGA, NEF, EVN o.a.), waarbij zij is
aangesloten. Zij zorgt voor verticale en horizontale implementatie en stemt de zorgverlening binnen en
buiten de eigen zorgorganisatie op elkaar af.
4.2.5
Binnen zorg- en welzijnsorganisaties
De epilepsieverpleegkundige initieert, onderzoekt, ontwikkelt, implementeert en evalueert, gevraagd
en ongevraagd, het kwaliteitsbeleid betreffende inhoudelijke verpleegkundige beroepsuitoefening en
verpleegkundig management voor de epilepsiepatiënt. Zij vervult in die hoedanigheid inhoudelijk op
diverse niveaus coördinerende, projectleidinggevende en zorginnovatieve functies in en buiten de
instelling. Door een anticiperende houding op veranderende zorg draagt zij bij aan het tijdig kunnen
inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Zij participeert in ontwikkeling van protocollen, zorgprogramma’s,
klinische paden, verpleegkundige kwaliteitsprojecten en in het overleg over de kwaliteit en continuïteit
van (keten)zorg. Zij vertegenwoordigt vanuit haar expertise mede de organisatie in externe contacten
met beroepsorganisaties, patiëntenorganisaties, ziektekostenverzekeraars, toeleveranciers, overheid
en media.
4.2.6
Binnen de gezondheidszorg
De epilepsieverpleegkundige is gekend om haar laagdrempeligheid. De inzet op het vlak van
taakherschikking en dus overname van medische handelingen, met gelijkblijvende kwaliteit, maakt de
zorg goedkoper. De epilepsieverpleegkundige kan vanwege haar verpleegkundige achtergrond zeer
goed inspelen op de behoeften van de zorgvrager, terwijl zij zich daarnaast ook kan bezig houden met
laagcomplexe medische zaken in de behandeling van epilepsiepatiënten.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
12
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
5.
Taakgebieden, kerntaken en competenties
5.1
Inleiding
In samenhang met voorgaande onderwerpen wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de
deskundigheid van de epilepsieverpleegkundige. Deze deskundigheid manifesteert zich op 3
taakgebieden, te weten:
- Zorgvragergebonden taken: taken verbonden aan het primaire proces, de directe
zorgverlening.
- Professiegebonden taken: taken verbonden aan behoud, ontwikkeling en kwaliteit van de
professionele beroepsuitoefening.
- Organisatiegebonden taken: taken verbonden aan beleid en beheer en voorwaarden
scheppen voor de directe zorgverlening.
Elk taakgebied is te beschouwen als een verzameling van kerntaken rond een aspect van zorg
waarvoor de epilepsieverpleegkundige verantwoordelijkheid draagt. Een kerntaak is op te vatten als
een verzameling van inhoudelijk samenhangende en kenmerkende werkzaamheden van de
epilepsieverpleegkundige. Elk taakgebied krijgt een inkleuring door zogeheten kernopgaven. Deze
hebben betrekking op een opgave of een probleem waarvoor de epilepsieverpleegkundige zich in
haar beroepsuitoefening gesteld ziet en waarop zij geacht wordt adequaat te reageren. De
kernopgaven geven richting aan één of meerdere competenties. Een competentie wordt in het format
AVVV (2002) als volgt omschreven:
‘Een –continue te onderhouden en te ontwikkelen- combinatie van vaardigheden, kennis, attitudes en
persoonskenmerken, nodig om in een bepaalde werksituatie adequaat, effectief en efficiënt te
handelen’.
De competenties (geformuleerd in termen van gedrag en resultaten) beschrijven de vermogens van de
epilepsieverpleegkundige om taken en opgaven in haar beroepsuitoefening op een adequate, procesen productgerichte wijze aan te pakken. In feite geeft een competentie aan wat een
epilepsieverpleegkundige doet, in welke situatie en met welk doel. Zoals de begripsomschrijving
aangeeft, berust competent gedrag op een samenhangend gebruik van onderliggende vaardigheden,
kennis, attitudes en persoonskenmerken. Alle taakgebieden samen dekken het totale proces van
behandeling en zorg, zoals die als verbijzondering in de hulpverlening zal moeten verlopen.
De beroepsuitoefening van de epilepsieverpleegkundige bouwt voort op een al aanwezig
competentieniveau als (basis)verpleegkundige en de –door opleiding en beroepservaring- verkregen
expertise. Taken en rollen die daartoe behoren zijn niet opgenomen in dit profiel. Het
handelingsrepertoire van de epilepsieverpleegkundige kenmerkt zich door de voor iedere
gezondheidswerker geldende methodische beroepsuitoefening en beroepsmatig handelen, maar
omvat daarnaast specifieke vaardigheden, procedures en handelingen.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
13
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
5.2
Zorgvragergebonden taken
Context en kernopgaven
De epilepsieverpleegkundige is werkzaam bij epilepsiepatiënten in alle stadia van de behandeling. Zij
krijgt te maken met zorgvragers bij wie de diagnose nog niet is gesteld, de oorzaak nog niet duidelijk
is, of wat de mogelijke achterliggende problematiek is. Zij heeft ook te maken met acute ontregelingen
van de epilepsie bij mensen waarvan de diagnose duidelijk is, en met (al bestaande of plots
optredende) co-morbiditeit van deze zorgvragers. Ook heeft ze te maken met gevolgen van de
behandeling en met de chroniciteit van de aandoening. Zij heeft te maken met zorgvragers in alle
leeftijdsfasen, en dientengevolge mogelijke (aan de epilepsie gerelateerde) levensfaseproblematiek.
Eén van de kernopgaven is het vinden van een evenwicht tussen functionele afstand en empathische
betrokkenheid.
Daarnaast heeft de epilepsieverpleegkundige, vanwege de vaak hoogcomplexe zorgproblematiek, te
maken met meerdere disciplines. Gezorgd dient te worden voor een evenwicht tussen eigen
opvattingen en die van andere disciplines. Continu moet de afweging gemaakt worden of het belang
van de zorgvrager voldoende gewaarborgd wordt. De belangrijkste kernopgave van de
epilepsieverpleegkundige is het verantwoord uitoefenen van de verschillende rollen en het integreren
hiervan in haar werkzaamheden, ten behoeve van de epilepsiepatiënt en diens naasten, de zorg/hulpverlener, mantelzorger, de eigen en externe organisaties.
Het gaat om werkzaamheden waarbij de benodigde zorg en behandeling wordt bepaald en uitgevoerd
(al dan niet door de epilepsieverpleegkundige zelf), met of zonder toepassing van gestandaardiseerde
en wetenschappelijk onderbouwde behandelmethoden. Het ontwikkelen en doen toepassen van
maatregelen om de last die de zorgvrager ervaart te reduceren en hem te ondersteunen ermee te
leren om te gaan.
A. Kerntaak: verzamelen en interpreteren van gegevens
Competentie
Om de gevolgen van de ziekte en behandeling op gezondheid en bestaan van de zorgvrager te
signaleren en herkennen, verzamelt, analyseert en interpreteert de epilepsieverpleegkundige -met
gebruik van specifieke hulpmiddelen- continue en op systematische wijze de gegevens van de
zorgvrager en zijn gezondheidssituatie, zodat de zorgverlening optimaal wordt afgestemd op zijn
zorgvraag.
Dit betekent in concreet gedrag en handelen dat de epilepsieverpleegkundige:
 verpleegkundige en relevante medische gegevens verzamelt d.m.v. anamnese, lichamelijk
onderzoek en evt. aanvragen van laboratoriumonderzoek. Het afnemen van de
heteroanamnese is vaak van wezenlijk belang. Daarbij gaat het vooral om:
o vastgestelde medische diagnose en aard en frequentie van de aanvallen
o aanvalsverloop en provocerende factoren
o risico’s van de aanvallen
o medicatiegebruik, effect van de behandeling, bijwerkingen, innameproblemen en
therapietrouw
o invloed/gevolgen van de epilepsie op het dagelijks leven
o mogelijk niet-epileptische aanvallen
o kennis over bovenstaande onderwerpen
o familie en sociale anamnese
o bestaande aanpassingen in de leefomgeving
o bestaande hulpverlening
o omgangsstrategieën van de zorgvrager
o bijkomende gezondheidsproblemen
 de houding en het gedrag van de zorgvrager observeert onder andere ten aanzien van het
behandelregime
 zich een totaalbeeld vormt van de situatie van de zorgvragers en naasten en de mate van
afhankelijkheid, verantwoordelijkheid en autonomie gerelateerd aan de zorgbehoefte vaststelt
 de bevindingen bespreekt met de zorgvrager en diens naasten
 de verzamelde gegevens (digitaal) vastlegt.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
14
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
B. Kerntaak: stellen van de verpleegkundige diagnose
De verpleegkundige diagnosen worden gesteld na analyse van de epilepsieproblematiek en de unieke
situatie van de zorgvrager om te komen tot een werkbaar plan voor de verpleegkundige zorg en
multidisciplinaire samenwerking.
Competentie
De epilepsieverpleegkundige formuleert in eenduidige termen de verpleegproblemen en –diagnosen
die betrekking hebben op de gezondheidstoestand en maakt daarbij gebruik van gestandaardiseerde
en (wetenschappelijk) onderbouwde observatie- en diagnoseschema’s, en van de gegevens uit
diagnostische tests en onderzoeken, zodat gerichte keuzes gemaakt kunnen worden in doelen van
zorg en behandeling.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 verpleegkundige diagnoses op basis van de (on)mogelijkheden en vermogens van de
zorgvrager vaststelt en beargumenteert
 de samenhang en wisselwerking van de problematiek analyseert en samen met de zorgvrager
prioriteiten stelt en klachten en aandoeningen herkent die het gevolg kunnen zijn van de
aanvallen en medicatiegebruik met als belangrijkste:
o verwondingen ten gevolge van valpartijen
o hoofdpijn
o duizeligheid
o veranderd bewustzijn (sufheid, geagiteerdheid)
o visusstoornissen
o huiduitslag (erytheem, rash, Stevens-Johnsons-syndroom)
o loopstoornissen
o tremoren
o maagdarmproblemen
o eetlust- en gewichtsveranderingen
o haaruitval
o neuropathie
o veranderd gedrag
o geheugenproblemen
o interacties van medicijnen
 de gewenste wijze van medicatie inname en evt. aanpassingen in toedieningsvorm vaststelt
 risicofactoren en wenselijke verbeteringen in de levensstijl vaststelt zoals alcoholgebruik,
dag/nachtritme, emotionele stress en spanning
 rekening houdt met de effecten van transities voor de autonomie van de zorgvrager en de
inrichting van het dagelijks leven en werk, in relatie tot de aandoening
 de ervaringdeskundigheid van de zorgvrager en naasten erkent en benut bij het stellen van de
diagnose
 rekening houdt met de effecten van langdurige zorgverlening.
C. Kerntaak: formuleren van de beoogde resultaten van de zorgverlening
Doelgerichte verpleegkundige zorg aan zorgvragers met epilepsie stoelt op haalbare en meetbare
resultaten op korte en lange termijn. Specifieke resultaten liggen op het gebied van verbeteren van de
gezondheidstoestand, vergroting van kennis en inzicht, verkrijgen of verbeteren van zelfmanagement
en de voortgang van het acceptatieproces. Bij het formuleren van de resultaten van zorg houdt de
epilepsieverpleegkundige rekening met de interventiemogelijkheden die passen bij de zorgvrager en
zijn doel.
Competenties
Om complicaties van de aandoening (zowel op medisch, psychisch en sociaal vlak) te
voorkomen/verminderen en kwaliteit van leven te verbeteren formuleert de epilepsieverpleegkundige
de beoogde resultaten en stelt een behandelplan op, waarbij de meest effectieve interventies –
rekening houdend met de mogelijkheden van de zorgvrager als haar eigen bekwaamheid - aansluiten
op de vastgestelde verpleegproblemen en – diagnoses.
Dit betekent in concreet handelen dat de epilepsieverpleegkundige:
 verpleeg-/behandelplan opstelt met de zorgvrager, waarbij haalbare en wenselijke resultaten
worden geformuleerd, een termijn wordt gesteld en prioritering is aangebracht en deze indien
nodig op basis van evaluatie bijstelt
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
15
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige



betrokken is bij multidisciplinaire besprekingen waarbij afstemming plaatsvindt over prioriteiten
en ieders beoogde resultaten
een beroep doet op relevante kennis van (nieuwe) behandelmethoden en –technieken, en van
gebruik en verstrekking van materialen en hulpmiddelen als aanvalsdetectiematerialen,
materiaal ter bescherming bij vallen etc
gebruik maakt van netwerken van zorgverleners en de zorgvrager naar relevante
zorgverleners verwijst.
D. Kerntaak: uitvoeren en evaluatie van epilepsiezorg
De epilepsieverpleegkundige verleent zorg vanuit de polikliniek, waarbij gebruik gemaakt wordt van
zowel gestandaardiseerde interventies als interventies gericht op specifiek situaties. De
epilepsieverpleegkundige gaat uit van een ondersteunende begeleiding, maar soms treedt zij sturend
op wanneer de ondersteuning niet voldoende is. De interventies zijn gericht op het vergroten c.q.
handhaven van de onafhankelijkheid en zelfcontrole van de zorgvrager en het bevorderen van
adequate coping.
Het evalueren van zorg heeft betrekking op het beoordelen van de effectiviteit en de efficiëntie. Een
belangrijke graadmeter hierbij is de tevredenheid van de zorgvrager over de geboden zorg en
behandeling. Evaluatiegegevens vormen de directe input voor bijstelling en actualisering van de zorg
en behandeling, en op langere termijn vormen ze de basis voor borging en bevordering van de
kwaliteit van zorg.
Competenties
De epilepsieverpleegkundige observeert, analyseert en interpreteert de behoeften van de zorgvrager,
om op deze wijze veranderingen in de gezondheidstoestand te signaleren. De observaties vinden
plaats in het kader van de eigen zorgverlening, maar zijn ook gericht op de behandeling van andere
zorgverleners, waarbij aandacht wordt besteed aan de medische interventies.
De epilepsieverpleegkundige evalueert (zowel tussentijds als na afloop) de effecten van zorg aan de
hand van het opgestelde plan, zodat de zorg optimaal blijft afgestemd op de zorgvraag en een basis
wordt verkregen voor verdergaande verbetering.
Dit betekent in concreet handelen dat de epilepsieverpleegkundige:
 een klimaat schept waardoor er een vertrouwensrelatie kan ontstaan
 behoeften van de zorgvrager, veranderingen hierin of in de gezondheidstoestand herkent. Het
gaat hierbij vooral om monitoren van de (gevolgen van) aanvallen, oorzaken van
aanvalstoename en bijwerkingen van medicatie. Zij richt zich op interventies op het vlak van
therapie(on)trouw, medicatie inname, aanvalsrapportage/-beschrijvingen, veiligheid,
veranderingen van leefstijl, veranderingen in levensfase (het ontwikkelende/groeiende kind,
de adolescent, de zwangere vrouw, de ouder wordende mens) en functioneren in de
maatschappij
 in acute situaties geprotocolleerd medische adviezen geeft omtrent inname extra medicatie,
aanvragen van aanvullend (bloed)onderzoek verricht en de zorgvrager indien nodig met
spoed doorverwijst
 potentiële en feitelijke reacties op gezondheids- of daaraan gerelateerd bestaansproblemen
signaleert, zoals ineffectief copinggedrag, kennistekort, negatief zelfbeeld, seksuele
problemen, relatieproblemen en ontwikkelingsachterstand en indien nodig doorverwijst naar
andere disciplines
 de zelfstandigheid van de zorgvrager bevordert door middel van begeleiding en educatie
 psychosociale zorg verleent bij het verwerken van de ziekte, het aanvaardingsproces en het
aanpassingsproces
 zelfstandig verpleegkundig spreekuur voert, waarin klinische en ambulante zorg wordt
geboden
 kwaliteitsinstrumenten gebruikt om het resultaat te beoordelen
 evaluatiecriteria toepast of nieuwe opstelt
 tussentijds veranderingen signaleert en op basis hiervan de zorg (gevraagd of ongevraagd)
bijstelt en waar nodig andere hulpverleners inschakelt of adequate hulp inroept
 rapporteert over de ingezette zorg en behandeling en hun effecten in het daarvoor bestemde
dossier/EPD en relevante gegevens rapporteert aan andere behandelende disciplines of
verwijzer
 de gewenste veranderingen in zorg en behandeling inventariseert en voorstellen tot
verbetering initieert en evalueert.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
16
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
E. Kerntaak: methodisch voorlichting geven en zorgen voor preventie
Het hebben van epilepsie en (mogelijk) afhankelijk worden of zijn van hulpverlening brengt de
zorgvrager in een veranderende situatie, waarvoor mogelijk gebrek aan kennis en handelen bestaat.
De epilepsieverpleegkundige staat voor de opgave de afhankelijkheid van de zorgvrager te reduceren
en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid te stimuleren.
Competenties
Om de zorgvrager zijn epilepsie te laten integreren en (meer) te betrekken bij zijn behandeling en
verzorging, geeft de epilepsieverpleegkundige – afgestemd op de specifieke situatie van de
zorgvrager – instructie, informatie, educatie en begeleiding zodat risico’s van de aandoening worden
beperkt en zelfregulatie/ -management bevorderd wordt.
Dit betekent in concreet handelen dat de epilepsieverpleegkundige:
 haar voorlichting betrekt op gegevens uit medisch/verpleegkundige anamnese en diagnoses
en onderzoek
 in voorlichtingsgesprekken aansluit op het cognitieve vermogen, de sociale en
communicatieve vaardigheden, de leeftijd en de coping van de individuele zorgvrager of groep
zorgvragers met epilepsie
 barrières wegneemt die het de zorgvrager moeilijk maken om daadwerkelijk wat met de
informatie te doen en hiertoe rekening houdt met instelling, sociale invloed en eigen
effectiviteit van de zorgvrager, evenals de fase waarin hij verkeert
 informatie geeft onder andere over:
o de epilepsie en het te verwachten ziekteverloop
o het in te zetten zorg- en behandelbeleid
o risico’s van aanvallen en eerste hulp bij aanvallen (EHBA)
o anti-epileptica, globaal werkingsmechanisme, interacties en bijwerkingen
o andere behandelmethoden als chirurgische behandeling of de Nervus Vagus
Stimulator (NVS)
o prognose en kwaliteit van leven
o mogelijkheden tot zelfzorg en de te realiseren mantelzorg
o gebruik van specifieke hulpmiddelen, als doorademkussen, bescherming rond het
bed, aanvalsdetectiematerialen, hoofdbescherming, aanpassingen in de woning en
belangenorganisaties/patiëntenverenigingen etc.
o ondersteuning van therapietrouw
 informatie van andere disciplines vertaalt en verduidelijkt
 de individuele zorgvrager adviezen geeft over leefstijl
 leemtes signaleert in de gezondheidsvoorlichting voor groepen zorgvragers
 specifiek voorlichtingsmateriaal over epilepsie ontwikkelt of verbetert, implementeert en
uitvoert
 in- en externe hulpverleners en instanties informeert en adviseert over de behandeling en
begeleiding van de zorgvrager met epilepsie, behandel- en zorgmethoden
 het effect van de gegeven informatie, instructie, educatie of begeleiding evalueert, met
zonodig aanpassingen van het beleid.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
17
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
F. kerntaak: coördineren van behandeling epilepsiezorg
Coördineren is het op elkaar afstemmen van de verschillende vormen van zorg rond de zorgvrager.
Hiervoor is overleg nodig met de eigen en andere disciplines. De coördinatie is gericht op het
bewaken van de continuïteit van verpleegkundige zorg en het totale hulpverleningsproces.
Rapporteren en overdracht zijn hiervoor belangrijke vereisten. De epilepsieverpleegkundige werkt
nauw samen met de neuroloog, maatschappelijk werker, arbeidsconsulent en psycholoog op de
polikliniek.
Competenties
Om continuïteit in de zorgverlening te realiseren coördineert de epilepsieverpleegkundige de totale
zorg zodat er geen hiaten, overlappingen en tegenstrijdigheden in de zorgverlening en behandeling
ontstaan.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 de behandelend neuroloog bij twijfel of bij complicaties raadpleegt/adviseert
 de inhoud en het proces van zorg en behandeling van betrokken disciplines op elkaar afstemt
 (indien nodig) betrokken is bij multidisciplinaire overleggen
 de verleende zorg en gegeven adviezen vastlegt in medisch en/of verpleegkundig dossier
 schriftelijk rapporteert aan derden over de verleende zorg
G. kerntaak: ontwikkelen en implementeren van multidisciplinaire behandel- en
zorgprotocollen
Competenties
Om behandelmethoden en ondersteunende maatregelen met betrekking tot zorg en behandeling
binnen een specifiek domein overdraagbaar te maken, ontwikkelt de epilepsieverpleegkundige
hiervoor richtlijnen en protocollen. Hiermee wordt de kwaliteit van zorg en behandeling gegarandeerd
bij uitvoering door andere hulpverleners.
Dit betekent in concreet handelen dat de epilepsieverpleegkundige:
 multidisciplinaire en/of transmurale zorg- en behandelprotocollen, procedures en richtlijnen
ontwikkelt en daartoe zonodig onderzoek verricht, implementeert en evalueert
 meewerkt aan kwaliteitssystemen en kwaliteitstoetsing
 leemtes, doublures en knelpunten signaleert in de multidisciplinaire intra- en extramurale
samenwerking en deze bespreekt met de betrokken disciplines
 randvoorwaarden schept, strategieën ontwikkelt en toepast en een bijdrage levert aan de
invoering en verspreiding van richtlijnen en protocollen.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
18
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
5.3
Professiegebonden taken
Context en kernopgaven
Sinds het ontstaan van de functie van epilepsieverpleegkundige in 1988 bestaat veel discussie over
de functie en de beeldvorming. De groep poliklinisch werkzame epilepsieverpleegkundigen is erg klein
en verspreid, binnen verschillende organisaties, over het hele land. De functie wordt voornamelijk
ontwikkeld vanuit de verschillende organisaties, en niet vanuit een landelijk orgaan als
beroepsvereniging of patiëntenvereniging en is nog volop in ontwikkeling. De positie van de
epilepsieverpleegkundige binnen de epilepsiezorg vraagt daardoor continue om verduidelijking en
onderbouwing. Hier ligt een opgave voor de epilepsieverpleegkundige te zorgen voor een duidelijke
profilering binnen de epilepsiezorg, zodat de meerwaarde beter bekend wordt. Er wordt op dit moment
weinig gebruik gemaakt van kwaliteitsinstrumenten voor het meten van de zorg geleverd door de
epilepsieverpleegkundige. Dit stelt hen voor de opgave passende kwaliteitsinstrumenten te
ontwikkelen of bestaande kaders aan te passen voor de specifieke praktijk.
Professional zijn in de zorg brengt impliciet de verplichting met zich mee de eigen deskundigheid te
behouden en verder te ontwikkelen. In de wet BIG wordt extra nadruk gelegd op het behoud van de
eigen deskundigheid. Onbekwaam maakt immers onbevoegd. De epilepsieverpleegkundige
vertegenwoordigt een differentiatie in de verpleegkundige beroepsuitoefening, en haar deskundigheid
is gebaseerd op specifieke -op epilepsiezorg gerichte - kennis, vaardigheden en attituden. Het
ontstaan van deze differentiatie impliceert tevens dat de bedoelde deskundigheid niet of in mindere
mate aanwezig is bij niet-epilepsieverpleegkundigen. De kennis van de epilepsieverpleegkundige is
niet tot nauwelijks evidence based, en niet vastgelegd in standaarden of protocollen. Dit vereist niet
alleen een permanente investering van de epilepsieverpleegkundige om zich op de hoogte te houden
van de nieuwste ontwikkelingen op epilepsiegebied en deze toe te passen, maar ook het verzamelen
van evidence door het doen en beoordelen van wetenschappelijk onderzoek en best practices en het
ontwikkelen van standaarden of protocollen. Het actueel houden van de eigen kennis en de
toepassing daarvan vergt een continue aanpassing van de beroepscompetenties, ofwel door
bestaande competenties te verbeteren dan wel zich nieuwe competenties eigen te maken.
Daarnaast is zij belast met het verspreiden en overdragen van specifieke deskundigheid op het gebied
van de epilepsiezorg aan derden. De epilepsieverpleegkundige staat voor de opgave de
deskundigheid van hulpverleners –betrokken bij de zorg, begeleiding en behandeling van
epilepsiepatiënten- te ontwikkelen en te bevorderen. Het gaat om (gevraagd en ongevraagd)
overdragen van kennis over epilepsie, prognose, behandeling, preventie aan individuele of groepen
verpleegkundigen, paramedici, co-assistenten, arts-assistenten, andere disciplines, managers en
instanties.
In essentie gaat het binnen dit taakgebied om het ontwikkelen, beschikbaar stellen en (doen)
toepassen van (wetenschappelijke) kennis om consistente en zorgvrager gerichte zorg en
behandeling te realiseren. Dit vraagt om een continue ontwikkeling van de professionele
deskundigheid. Het betekent dat er –gerelateerd aan het specifieke vakgebied epilepsiekennisontwikkeling dient plaats te vinden. Het bewerkstellingen van deze kennisontwikkeling en –
verspreiding is een kernopgave van de epilepsieverpleegkundige en daartoe beschikt zij over de
volgende competenties.
A. Kerntaak: deskundigheid in eigen beroepsmatig handelen ontwikkelen
Het behouden van de eigen deskundigheid vereist een permanente investering van de
epilepsieverpleegkundige zich op de hoogte te houden van nieuwe ontwikkelingen op epilepsiegebied
en deze toe te passen. Naast haar eigen ontplooiing levert zij hiermee een bijdrage aan de kwaliteit
van behandeling en zorg binnen de epilepsiezorg. Ze volgt verpleegkundige en medische
ontwikkelingen en ontwikkelt van daaruit en vanuit haar klinische ervaring het domein van de
epilepsiezorg.
Competentie
Om professionele en verantwoorde zorg te (blijven) leveren die voldoet aan maatschappelijk en
beroepsinhoudelijke criteria, investeert de epilepsieverpleegkundige in de ontwikkeling van haar eigen
deskundigheid door permanente educatie.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
19
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 een leerhouding ontwikkelt en deze uitdraagt, wat tot uiting kan komen in:
o zelf leermogelijkheden zien en gebruiken
o reflectie op eigen handelen
o zelf tekorten in kennis of vaardigheden aanvullen
 in zowel nationale als internationale kennisbronnen en sites actief op zoek gaat naar
informatie en ontwikkelingen op epilepsiegebied
 bij- en nascholingen volgt
 congressen, symposia, klinische lessen en patiëntenbesprekingen bijwoont
 publicaties en relevante (inter)nationale vakliteratuur over epilepsie en aanverwante
aandoeningen leest
 algemene verpleegkundige vakliteratuur volgt
 zelf artikelen schrijft
 de eigen registratie van de praktijk vertaalt in adviezen naar anderen
 contact onderhoudt met epilepsieverpleegkundigen in andere instellingen
 informatietechnologie betrekt in de zorg en gebruik maakt van faciliteiten op het gebied van
multimedia- en informatietechnologie.
B. Kerntaak: De deskundigheid van anderen bevorderen
De epilepsieverpleegkundige heeft de verantwoordelijkheid de juiste informatie aan verpleegkundigen
en andere disciplines te bieden (opleidingsbehoefte) aan de hand van signalen uit de organisatie of
van professionals buiten de instelling en aan de hand van nieuwe ontwikkelingen. Hierdoor zal zij de
kwaliteit van hun beroepsuitoefening garanderen en een bijdrage leveren aan de professionalisering
van het beroep.
Competentie
De epilepsieverpleegkundige draagt voortdurend zorg voor bij- en nascholing, zowel op individueelals groepsniveau.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 nieuwe kennis en vaardigheden uitdraagt aan verpleegkundigen, en waar relevant aan andere
zorgverstrekkers of hulpverleners, zowel intra- als extramuraal
 opleidingsprogramma’s ontwikkelt en aanpast aan actuele ontwikkelingen
 presentaties en lezingen verzorgt tijdens symposia en congressen en publiceert in relevante
tijdschriften
 congressen organiseert
 klinische lessen geeft en stagiaires begeleidt
 collega epilepsieverpleegkundigen informeert en zn. instrueert over nieuwe ontwikkelingen en
innovaties.
C. Kerntaak: de kwaliteit van de epilepsiezorg bevorderen
De epilepsieverpleegkundige spoort op systematische wijze knelpunten op in de multidisciplinaire
zorgverlening en onderneemt stappen om deze aan de orde te stellen en oplossingen aan te dragen.
Het is belangrijk dat zij kritisch is ten aanzien van haar eigen handelen en dat van collega’s. Zij
implementeert relevante ontwikkelingen. Daarnaast bevordert zij de kwaliteit van zorg door consulten
te verlenen aan andere hulpverleners en ze te coachen tijdens de zorguitvoering.
Competentie
Om de zorg aan mensen met epilepsie te standaardiseren, overdraagbaar te maken en de kwaliteit te
borgen hanteert de epilepsieverpleegkundige verschillende instrumenten als richtlijnen, standaarden
en protocollen. Hierdoor kan de zorgvragers en mantelzorg informatie en zorg ontvangen gebaseerd
op de meest recente, ‘evidence-based practice’ en de hoogst haalbare kwaliteit.
Dit betekent in concreet handelen dat de epilepsieverpleegkundige:
 bijdraagt aan het ontwikkelen van beleid met betrekking tot voorlichtingsmateriaal,
programma’s, kwaliteitscriteria, protocollen voor de samenwerking met andere ziekenhuizen,
beroepsorganisaties, patiëntenverenigingen en andere landelijke koepels
 onderwerpen kiest die zich lenen voor veralgemenisering en kwaliteitsverbetering
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
20
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige


formats ontwerpt en gebruikt die een instellings- dan wel landelijk karakter hebben, zoals
protocol EHBA, coupeerbeleid, informatieverstrekking aan mensen met epilepsie, protocol
instellen NVS etc
richtlijnen opstelt, implementeert, ze in de praktijk toetst en op vastgestelde tijden bijstelt aan
de meest recente wetenschappelijke informatie of nieuwe inzichten.
D. kerntaak: De beroepsuitoefening professionaliseren
Professionalisering heeft betrekking op het ontwikkelen van opvattingen over taken, houding en
verantwoordelijkheden van de epilepsieverpleegkundige. De beroepsuitoefening wordt zo afgebakend
van andere disciplines. Ondersteunend hierbij is de eigen beroepsorganisatie (V&VN, afdeling
neurologieverpleegkundigen) en als onderdeel hiervan, het landelijk Platform
Epilepsieverpleegkundigen. Het werk van de epilepsieverpleegkundige overstijgt de eigen afdeling,
zorgeenheid en ziekenhuis. Landelijk wordt informatie aan elkaar uitgewisseld om tot afstemming en
overeenstemming te komen, met als uiteindelijk doel de kwaliteit van zorg te verbeteren en
zorginnovaties te bevorderen.
Competentie
De epilepsieverpleegkundige vervult een actieve rol in de relevante zorgvernieuwing, zodat
opvattingen over taken, beroepshouding en verantwoordelijkheden worden onderhouden en zich
manifesteren volgens maatschappelijke en beroepsmatige ontwikkelingen.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 een bijdrage levert aan de positie van de eigen beroepsgroep door te participeren in
netwerken van belangen- of beroepsgroepen, zoals de eigen beroepsorganisatie V&VN en het
Platform Epilepsieverpleegkundigen
 haar eigen functie-inhoud en de uitvoering hiervan ontwikkelt en bewaakt
 verpleegkundig onderzoek initieert
 naast de directe patiëntenzorg ook werkt op het gebied van consulentschappen,
zorginnovatie, onderzoek en beleid
 behalve voor haar instelling ook landelijk en/of internationaal werkt in (inter)disciplinaire
samenwerkingsverbanden
 een bijdrage levert aan het ontwikkelen van een functie- en beroepsdeelprofiel
 zich identificeert met de waarden van het beroep en deze uitdraagt in de dagelijkse praktijk
 verworven kennis en vaardigheden overdraagt aan beroepsgenoten door het verzorgen van
presentaties, scholingen en publicaties
 relevante kennis ‘evidence based en ‘best practice’ inventariseert en naar behoefte toepast.
E. Kerntaak: Consultatie
De epilepsieverpleegkundige treedt op als consulent en geeft inhoudelijke adviezen aan andere
hulpverleners, zoals verpleegkundigen, medici en paramedici over hulp c.q. zorgverlening aan aan de
zorgvrager met epilepsie. Deze consulten zijn zowel zorgvrager gebonden als niet
zorgvragergebonden, zowel in – als extern.
Competentie
Om de hoogcomplexe en kwalitatief goede zorgverlening aan zorgvragers met epilepsie door andere
medewerkers van eigen en andere disciplines mogelijk te maken verleent de
epilepsieverpleegkundige consulten.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 consulten en coaching aanbiedt ter ondersteuning van de verpleegkundigen, binnen en buiten
de organisatie, ten aanzien van hoogcomplexe zorg en medisch handelen (o.a mbt
noodmedicatie, aanvalsdetectie en aanvalsobservatie)
 de aard van de verstrekte consulten registreert in verpleegkundig/medisch dossier, om
tekortkomingen in de (verpleegkundige) zorg te kunnen signaleren
 deze tekortkomingen vertaalt in programma’s voor deskundigheidsbevordering, richtlijnen en
protocollen
 participeert in het opstellen van protocollen o.a. ten aanzien van medicatiegebruik, gebruik
van aanvalsdetectie en observatie en rapportage van aanvallen.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
21
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
F. Kerntaak: Innovatie, onderzoek en zorgbeleid
Zorg is aan verandering onderhevig, zorgvernieuwing blijft daarom noodzakelijk. Problemen in de
zorgverlening kunnen op twee manieren door onderzoek worden ondersteund. Enerzijds kunnen
problemen vertaald worden in onderzoeksvragen. Anderzijds kunnen al bestaande resultaten van
wetenschappelijk onderzoek worden toegepast om een probleem op te lossen. Deze resultaten zijn
verkregen door ‘evidence based’ onderzoek of door ‘best practice’, praktijkresultaten die door het veld
worden gedragen. Innovatie en zorgvernieuwing is een taak van de epilepsieverpleegkundige, zowel
in de eigen werksetting als in landelijk verband. Een belangrijk onderdeel hiervan is de implementatie
in de eigen instelling.
Competentie
Om de zorg en behandeling aan epilepsiepatiënten in overeenstemming te laten blijven met actuele
eisen en inzichten, initieert of participeert de epilepsieverpleegkundige in ontwerp en uitvoering van
wetenschappelijk onderzoek, zodat behandeling en zorg binnen haar specifieke
deskundigheidsgebied meer ‘evidence based’ wordt en op het best mogelijke niveau wordt verleend.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 kennis en vaardigheden ontwikkelt ter verbetering van de behandeling en verpleging van
epilepsiepatiënten
 een oplossing biedt voor verpleegproblemen en in staat is verandering aan te brengen in het
handelen van anderen
 knelpunten signaleert in de dagelijkse praktijk en van daaruit onderzoeksvragen formuleert
 zich toegang verschaft tot en gebruik maakt van (inter)nationale onderzoekssites
 zich op de hoogte houdt van relevant wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot zowel de
medische als de verpleegkundige praktijk
 nieuwe (inter)nationale ontwikkelingen met betrekking tot diagnosticering en behandeling
bijhoudt
 medische en verpleegkundige onderzoeksgegevens implementeert en integreert in de praktijk
 onderzoeksartikelen en nieuwe producten beoordeelt op validiteit, betrouwbaarheid en
klinische relevantie
 in voorkomende situaties deelneemt aan de uitvoering van clinical trials
 meewerkt aan de toepassing van onderzoeksresultaten in het beroepsmatig handelen
 onderzoeksresultaten verspreidt in en vertaalt naar de verpleegkundige/medische praktijk.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
22
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
5.4
Organisatiegebonden taken
De epilepsieverpleegkundige is onderdeel van een organisatie, de instelling waar zij werkt. Dit houdt
in dat zij te maken heeft met de afspraken die binnen deze organisatie gemaakt zijn over
uitgangspunten van zorg en behandeling, de personele zorg, de organisatie van het werk
(overlegvormen) en administratieve verwerkingen van gegevens.
A. Kerntaak: Bijdragen aan het beheer en beleid van de organisatie-eenheid
Het beleid van de organisatie heeft betrekking op alle onderdelen in het zorgproces. Het is van belang
dat de epilepsieverpleegkundige betrokken wordt bij dat deel dat zij zelf niet uitvoert, omdat deze
beleidsonderdelen de voorwaarden van haar beroepsuitoefening vormen.
Competentie
Om te zorgen dat de verpleegkundige polikliniek optimaal functioneert als voorwaarde voor een goede
zorguitoefening met doelmatige, doelgerichte en veilige zorg, verricht de epilepsieverpleegkundige
beheersmatige taken.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige:
 bureauactiviteiten uitvoert en (geautomatiseerde) registratie- en informatiesystemen hanteert.
 zorg draagt voor onderhoud van voor eigen werk benodigde apparatuur
 beleid ontwikkelt vanuit gesignaleerde knelpunten in de organisatie-eenheid of de instelling
 vanuit het nieuw ontwikkelende beleid betreffende zorgverlening ook beleid ontwikkelt ten
aanzien van:
o de bijbehorende taken van verpleegkundigen en verzorgenden
o de daarvoor noodzakelijke scholing en deskundigheidsbevordering
 de implementatie van taken, scholing en deskundigheidsbevordering coördineert.
B: Kerntaak: Samenwerken
De epilepsieverpleegkundige werkt op gelijkwaardig niveau samen met andere disciplines als
neurologen, gedragswetenschappers, psychologen, maatschappelijk werkers en arbeidstherapeuten
o.a. Zij werkt zowel individualistisch als in een multidisciplinair verband. Hierin levert zij een eigen
bijdrage. Zij heeft vanuit haar functie veel contacten met interne en externe instanties.
Competentie
Om de continuïteit van de directe zorg en behandeling te realiseren en deze regionaal en landelijk op
een hoger niveau te tillen, gaat de epilepsieverpleegkundige samenwerkingsrelaties aan met
medewerkers van eigen en andere disciplines.
Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de epilepsieverpleegkundige
 met de manager overleg heeft over organisatorische zaken
 in verband met behandeling en begeleiding van zorgvragers met epilepsie intern en extern
contact heeft met huisartsen, maatschappelijk werkenden, paramedische hulpverleners,
neurologen, psychologen/gedragswetenschappers, schoolbegeleiders, arbeidsdeskundigen,
afdelingsverpleegkundigen/ woonbegeleiders, patiëntenverenigingen, diëtisten en anderen.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
23
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
Bijlagen
Bijlage 1
Begrippenlijst
Beroepsdeelprofiel
Een verbijzondering van het verpleegkundig beroepsprofiel, gericht op
de expliciete beschrijving van de verpleegkundige beroepsuitoefening,
verbonden aan een niveau en een welomschreven groep zorgvragers.
Best practice
Een methode of techniek waarvan uit ervaring is bewezen dat deze
leidt tot het gewenste resultaat. Het gebruik maken van best practices
is onderdeel van de verplichting alle bestaande kennis en technieken
die beschikbaar zijn te gebruiken, om op deze wijze succes te
garanderen. De terminologie wordt onder andere gebruikt in de
gezondheidszorg, bij de overheid, in het onderwijs,
projectmanagement en productontwikkeling op het gebied van
hardware en software.
Competenties
de vermogens van een verpleegkundige om kernopgaven in de
beroepsuitoefening op een adequate, proces- en product gerichte
wijze aan te kunnen pakken.
Deelgebied van de verpleegkundige beroepsuitoefening
Een te onderscheiden deel of terrein van verpleegkundige
beroepsuitoefening, op basis van een representatieve groepering van
zorgvragers. Dat wil zeggen een groepering van zorgvragers met
herkenbare en te generaliseren zorgvragen.
Differentiatie
Een te onderscheiden vorm van verpleegkundige zorg aan een
specifieke groep zorgvragers binnen een bepaald deelgebied op een
bepaald niveau
Evidence-based practice
Het gewetensvol, expliciet en oordeelkundig gebruik van het beste
bewijsmateriaal om beslissingen te nemen voor individuele patiënten
(Offringa e.a. 2000)
Format beroepsdeelprofiel
Raamwerk met richtlijnen dat beroepsdeelprofielen voorziet van een
gestandaardiseerde basis.
Kerntaken
Sets van inhoudelijk samenhangende beroepsactiviteiten die door een
belangrijk deel van de verpleegkundigen wordt uitgeoefend. Zij
weerspiegelen de kenmerkende werkzaamheden van de
verpleegkundige, geordend in logische volgorde van het beroep.
Kernopgaven
De opgaven of problemen waarmee ene verpleegkundige regelmatig
te maken heeft, die kenmerkend zijn voor het beroep en waarbij van
de verpleegkundige een oplossing en een aanpak wordt verwacht.
Dergelijke problemen stellen de verpleegkundige voor keuzes of
dilemma’s en zijn daarmee complex van aard.
Niveau van de verpleegkundige beroepsuitoefening
Beroepsuitoefening geordend naar verpleegkundige bekwaamheid,
die parallel loopt met een groei in de professionele beroepsuitoefening
en met beroepservaring. Een niveau van beroepsuitoefening is niet
alleen gekoppeld aan specialisatie in een bepaald type zorg.
Verpleegkundige
beroepsstructuur
Structuur van niveaus en deelgebieden in verpleegkundige
beroepsuitoefening
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
24
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
Bijlage 2
Geraadpleegde literatuur
Format beroepsdeelprofielen AVVV (Utrecht 2002)
Hamric, A. B., Spross, J.A., & Hanson, C.M. (2000). Advanced Nursing Practice: An Integrative
Approach, 2nd ed. W.B. Saunders Company, Philadelphia
Hauser, W.A., & Kurland, L.T. (1975). The epidemiology of epilepsy in Rochester, Minnesota, 1935
through 1967. Epilepsia 1975; 16:1-66.
Leistra, E., e.a.(1999). Beroepsprofiel van de verpleegkundige. Maarssen/Utrecht: Elsevier/De
Tijdstroom en LCVV.
Groenewegen, P.P., van der Bos, G.A.M., & van Megchelen, P.J. (2004). Zorg, opvang en begeleiding
van chronisch zieken. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
McFarland, G.K.,& McFarlane, E.A.(1997). Nursing Diagnosis & Intervention, Planning for patient care,
3rd ed. Mosby Inc, St. Louis Missouri.
Meinardi, H., Deckers, C.L.P., Hekster, Y.A., Keyser, A., & Renier, W.O., Praktische keuzecriteria voor
anti-epileptica. Van Zuiden Communications, 1999
Pool, A.,& Egtberts, J. (2000). Verpleegkundige psychosociale zorg aan chronisch zieken. NIZW,
Utrecht, 3e druk
Richtlijnen Diagnostiek en Behandeling van Epilepsie, Nederlandse Vereniging voor Neurologie, 2006
Sanders, E.A.C.M. (2005). Volwassenen-epilepsie handboek, een beknopte leidraad voor de praktijk.
Academic Pharmaceutical Productions BV, Utrecht
Wester, M. (2000). Functieprofiel van de neuroverpleegkundige, wat een neuroverpleegkundige weet,
kan en doet. Uitgave van de Nederlandse Vereniging voor Neurologieverpleegkundigen.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
25
Beroepsdeelprofiel epilepsieverpleegkundige
Bijlage 3
Opstellers beroepsdeelprofiel
Dit beroepsdeelprofiel is tot stand gekomen op initiatief van het Platform Epilepsieverpleegkundigen
onderdeel van V&VN, afdeling neurologieverpleegkundigen.
Mw. A. Hospes, nurse practitioner epilepsie, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland i.s.m.
mw. I. Vosman, nurse practitioner epilepsie, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland,
mw. M. Vermeire, nurse practitioner epilepsie, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland en
mw. L. Leenen, epilepsieverpleegkundige Kempenhaeghe.
Platform Epilepsieverpleegkundigen
Januari 2008
26
Download