BlackRock, Institutionele Belegger

advertisement
BENELUX BELEGGER
NIEUWS EN INZICHTEN VOOR INSTITUTIONELE BELEGGERS
DOSSIER
Maatschappij
en regelgeving
INTERVIEW
Perspectief van
de klant
CHINA
Een gevaar voor
de markten?
NOVEMBER 2015
UITSLUITEND VOOR
PROFESSIONELE BELEGGERS
BENELUX BELEGGER
VOORWOORD
NIEUWS EN INZICHTEN
VOOR INSTITUTIONELE
BELEGGERS
De laatste maanden hebben beleggers te maken met meer
volatiliteit. Dit keer ligt de oorzaak niet in Europa, maar in een
vertragende Chinese economie en onduidelijke communicatie vanuit
de Federal Reserve. Meer fundamenteel is er een groeiend besef
dat rendementen over de middellange termijn lager zullen uitvallen.
Andere factoren zoals de toegenomen regelgeving, maar ook de
impact van de gevoerde beleggingspolitiek op het milieu en de
maatschappij worden steeds belangrijker.
In deze nieuwsbrief geven wij meer inzicht in de verschillende
thema’s. Wij trappen af met een uitgebreid interview met Deborah
Winshel, hoofd Impact Investing, over de laatste ontwikkelingen
op dit gebied en wat u van ons daaromtrent kunt verwachten.
Stephen Fisher, Gerben Schreurs en Stuart Anderson bekijken wat
de invoering van central clearing van derivaten concreet betekent.
Blikvanger van deze editie is het interview met Marcel Roberts, Chief
Investment Officer bij Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten
(SPMS), over hoe een pensioenfonds en fiduciair manager optimaal
kunnen samenwerken. Ons client solutions team beantwoordt
de vraag of China een reëel gevaar is voor de markten en Vasiliki
Pachatouridi legt uit hoe ETF’s kunnen helpen het hoofd te bieden
aan lage rendementen in vastrentende waarden.
Tot slot stellen wij graag twee nieuwe teamleden voor: Monte
Hoekstra en Monique van Gils. Beiden hebben aanzienlijke ervaring
in het bijstaan van institutionele klanten. In de sectie personalia
vindt u meer informatie over de rol die zij gaan vervullen. Ook zijn
wij verheugd dat Monique Donders is begonnen als hoofd van het
Institutionele team in de Benelux. In de volgende Benelux Belegger
zal een interview met Monique worden opgenomen.
Ik hoop dat deze inzichten nuttig zijn. Indien u vragen of commentaar
hebt, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.
Met vriendelijke groet,
Hessel van Beijma
Managing Director
Hoofd Sales Team Institutioneel
N O V E M B E R 2 015 [3]
DOSSIER:
MAATSCHAPPIJ EN
REGELGEVING
[4] BENELUX BELEGGER
BELEGGEN MET IMPACT
DUURZAAM BELEID BETER
IN BEELD BRENGEN
Het integreren van niet-financiële doelstellingen in
het beleggingsbeleid krijgt wereldwijd steeds meer
belangstelling. Nederlandse pensioenfondsen nemen
vaak het voortouw. Deborah Winshel, aangesteld om
het nieuwe impactteam van BlackRock aan te sturen,
deelt haar inzichten over de evolutie in duurzaam
beleggen, en legt uit waarom transparantie zo
belangrijk is.
Hoe definiëren wij duurzaam beleggen?
In de afgelopen decennia is duurzaam beleggen stap voor stap geëvolueerd.
Bij Blackrock onderscheiden wij drie categorieën: specifieke uitsluitingen
(screening), het in acht nemen van criteria die een bijdrage leveren
aan maatschappij, milieu en bedrijfscultuur (ESG), en meer recent
impact investing.
Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars zijn vertrouwd met het
specifiek uitsluiten van beleggingen in de portefeuille, zoals tabak of
fossiele brandstoffen. Het voeren van een uitsluitingsbeleid was de eerste
manier om beleggingsbeslissingen te nemen, die niet louter op financiële
criteria berustten.
Vele institutionele beleggers nemen daarnaast criteria voor maatschappij,
milieu en bedrijfscultuur in acht (ESG). Dit gaat een stap verder, doordat
niet alleen gekeken wordt naar wat bedrijven doen, maar ook naar hoe
ze het doen. Bedrijven rapporteren over hoe ze hun verantwoordelijkheid
voor het milieu in de praktijk brengen, hoe ze werknemers de kans geven
zich te ontplooien enzovoort. Op basis van die informatie kunnen wij
een portefeuille bouwen.
Impact investing, ook wel beleggen met impact genoemd, wordt steeds
populairder omdat het beleggers de mogelijkheid biedt om zich te richten
op bedrijven, die verantwoordelijk te werk gaan en een positieve invloed
hebben op mens en maatschappij.
INTERVIEW
DEBORAH
WINSHEL
Managing Director
Deborah Winshel is als
hoofd van het Impact
Investing platform
verantwoordelijk
voor het aansturen
en coördineren van
de activiteiten van
BlackRock op het gebied
van maatschappelijk
verantwoord beleggen.
Daarnaast staat zij
aan het hoofd van
onze wereldwijde
filantropische
initiatieven. Voordat ze in
dienst trad bij BlackRock
was Deborah onder
meer President en Chief
Operating Officer van de
Robin Hood Foundation,
de grootste charitatieve
instelling in New York.
Ook werkte ze ruim tien
jaar voor JP Morgan’s
Investment Bank.
Wat is de toegevoegde waarde van impact investing?
Al langer weren beleggers bepaalde sectoren of bedrijfsvormen uit hun
portefeuilles als deze niet in overeenstemming zijn met de waarden van hun
organisatie. Impact investing gaat een stap verder en biedt een raamwerk
om het succes van de gekozen doelstellingen op de portefeuille te meten.
Als vermogensbeheerder hebben wij de fiduciaire plicht om onze cliënten
het best mogelijke rendement te bieden. Beleggen met impact geeft ons de
mogelijkheid om doeleinden op het gebied van verantwoordelijk beleggen te
N O V E M B E R 2 015 [ 5 ]
WERELDWIJDE UITDAGINGEN
VOOR LANGETERMIJN
BELANGEN VAN ONZE
KLANTEN
1mld.
mensen
ontberen
voldoende
voedsel
4mld.
mensen hebben
geen toegang
tot internet
2/3
van het budget
voor CO2emissiehandel
is opgebruikt
behalen, zonder dat het rendementspotentieel van de portefeuille wordt
aangetast. Met andere woorden: elke impactstrategie dient zowel een
maatschappelijk of ecologisch doel als een nauw omschreven financieel
doel. Door gebruik te maken van transparante benchmarks kan het effect
op de maatschappij en de leefomgeving in cijfers worden uitgedrukt,
en als onderdeel van het beleggingsproces samen met de financiële
resultaten worden gerapporteerd. Dit is een nieuwe ontwikkeling
in duurzaam beleggen.
Hoe passen de verschillende strategieën bij elkaar?
BlackRock heeft veel ervaring met screening, ESG en impact investing. Zo
beheren wij een aantal portefeuilles voor religieuze instellingen, die niet
willen beleggen in effecten, die niet overeenstemmen met hun waarden.
Daarnaast hebben wij een ruim aanbod van duurzame obligatieportfeuilles.
Bij dit type van obligatiebeleggingen wordt de vermindering van de CO2uitstoot gebruikt als meetlat.
Wat is uniek in de aanpak van BlackRock?
Een belangrijk verschil is de breedte en diepte van ons aanbod. Ik denk
dat geen andere vermogensbeheerder zo’n breed scala bestrijkt, van
actieve en passieve producten tot ETF’s, voor zowel institutionele als
individuele cliënten.
In het geval van impact investing richten wij ons richten op grote,
toegankelijke markten terwijl de meeste duurzame beleggingen zich
toespitsen op een beperkter veld, meestal gekoppeld aan specifieke
projecten. Wij kunnen dankzij onze enorme analysecapaciteit, innovatieve
manieren ontwikkelen om duurzaamheid te meten binnen grote, liquide
markten, zodat wij beleggers over de hele wereld schaalbare producten
kunnen aanbieden.
Welke rol speelt technologie?
Bronnen: De VN Millenniumdoelstellingen;
De Internationale Telecommunicatie-unie,
Measuring the Information Society Report,
2014; en de IPCC Carbon Budget Checklist 2014.
[6] BENELUX BELEGGER
Impact investing is bij BlackRock stevig geworteld in technologie. Dankzij
een toonaangevende technologieplatform zijn wij in staat om voor diverse
beleggingsfactoren of bedrijfsresultaten te analyseren wat de impact op
de maatschappij of de leefomgeving is. Door de combinatie van Aladdin,
ons platform voor het risicobeheer, en de expertise in ‘big data’, waarover
ons scientific active equity team beschikt, heeft BlackRock één van de
meest geavanceerde research- en risicoanalysecapaciteit binnen de
beleggingssector. De technologie biedt ons ook de mogelijkheid om een
groeiend aantal potentiële beleggingen op hun maatschappelijke impact te
analyseren Een voorbeeld is de recente strategie van het Scientific Active
Equity team dat ‘big data’ gebruikt om de positieve impact van beleggingen in
verschillende domeinen te meten.
Hoe staat BlackRock tegenover
corporate governance?
BlackRock heeft het grootste corporate governanceteam in
de beleggingssector. Per jaar brengen we op meer dan 15.000
aandeelhoudersvergaderingen onze stem uit. Onze opstelling ten aanzien
van corporate governance, inclusief maatschappelijke, ethische en
milieufactoren, is nauw verbonden met onze beleggingsvisie. Wij geloven
dat een degelijk raamwerk voor corporate governance ervoor zorgt dat
de Raad van Bestuur daadwerkelijk kan leiden, en dat het bedrijf goede
bestuurspraktijken hanteert. Op de lange termijn bevordert dit het succes
van een onderneming, en leidt het tot een beter voor risico gecorrigeerd
rendement voor onze cliënten.
Onze corporate governance- en impactteams werken samen,
maar spitsen zich toe op verschillende doeleinden, die voor onze
klanten van belang zijn. Terwijl het corporate governanceteam zich
concentreert op de bescherming en vergroting van de shareholder
value voor cliënten, ontwikkelt het impactteam nieuwe producten en
oplossingen voor maatschappelijk verantwoord beleggen. Beide teams
maken intensief gebruik van elkaars kennis en ervaring. Zo geven de
corporate governancecollega’s het impactteam veel inzicht in de laatste
ontwikkelingen in duurzaam beleggen.
DOSSIER:
MAATSCHAPPIJ EN
REGELGEVING
600 mln.
banen nodig
voor de volgende
generatie
45 bln. €
nodig voor
essentiële
infrastructuur
wereldwijd
Hoe ziet u duurzaam beleggen evolueren?
Wereldwijd zien wij diverse ontwikkelingen zoals klimaatverandering,
de uitputting van grondstoffen of gebrekkige infrastructuur die
de langetermijnbelangen van cliënten beïnvloeden. Wij menen, in
samenspraak met steeds meer beleggers, dat wij nieuwe manieren
moeten vinden om die problemen vóór te zijn en om de bijkomende
kansen te benutten.
Wij bemerken nu al een groeiende verschuiving in de wensen van
beleggers. Interessant is ook het veranderende profiel van beleggers.
Zo vindt 76% van de vrouwelijke beleggers maatschappij- en
milieufactoren belangrijk voor hun beleggingsbeslissingen. De
millenniumgeneratie, die in de komende dertig jaar naar verwachting
ruim 30.000 miljard dollars zal erven, is twee keer zo vaak geneigd
in maatschappelijk verantwoorde ondernemingen te beleggen dan
de doorsneebelegger1. Wij zien ook beweging in de institutionele
wereld. Ruim 400 instellingen met een totaal belegd vermogen van
2.600 miljard dollar proberen fossiele brandstoffen uit hun portefeuilles
te weren, terwijl 55% van family offices evenveel waarde hecht
aan de maatschappelijke impact als het financiële rendement van
hun beleggingen1.
1,7mld.
mensen zonder
toegang
tot noodzakelijke
geneesmiddelen
De Internationale Arbeidsorganisatie, Global
Employment Trends, Geneva, January 2012;
MSCI ESG Trends to Watch January 2015 en
de Wereldgezondheidsorganisatie, The World
Medicines Situation, 2011.
Regelgeving is een andere factor die van belang is. Meer dan 30 landen,
van Nederland tot China, eisen transparante rapportage op het gebied
van milieu, maatschappij en corporate governance2. De groeiende
samenwerking tussen landen in het aanpakken van wereldwijde
problemen, zoals het veranderende klimaat, monden wellicht uit in
nieuwe regels die duurzaam beleggen ondersteunen.
N O V E M B E R 2 015 [ 7 ]
Hoe werkt dit door in beleggingsstrategieën?
Wilt u meer over dit
onderwerp weten?
Lees de analyse van het
BlackRock Investment Institute
Wij hebben BlackRock Impact geïntroduceerd om meer eenheid te brengen in
onze aanpak van duurzaam beleggen en om beleggers die maatschappelijke en
milieufactoren in hun beleggingen willen betrekken, beter van dienst te kunnen
zijn. BlackRock beheert op dit moment ruim 200 miljard dollar aan mandaten
op het gebied van duurzaam en maatschappelijk verantwoord beleggen. Het
is ons doel om verder te bouwen op die ervaring in samenwerking met interne
en externe partners. Wij zien nu al de eerste positieve resultaten van die
samenwerking. Zo hebben wij een ex-fossil fuelstrategie ontwikkeld met de
Natural Resources Defense Council, en een low-carbon ETF met de Verenigde
Naties. Daarnaast is er een impactstrategie bedacht, die systematisch gebruikt
maakt van nieuwe bronnen zoals sociale media, patenten en nieuwsberichten
voor de opbouw van aandelenportefeuilles.
Wat motiveert u?
Wat mijn carrière betreft, prijs ik mezelf erg gelukkig. Ik ben begonnen in de
financiële wereld en heb me verder kunnen ontwikkelen in de non-profitsector.
In de loop der tijd ben ik me gaan realiseren dat die twee werelden niet zoveel
verschillen. In beide omgevingen heb ik enthousiaste mensen ontmoet, die zich
inzetten om gecompliceerde problemen op te lossen. En sinds kort maakt ook
de charitatieve sector gebruik van cijfermatige rapportages om de invloed van
programma’s en projecten beter te kunnen meten.
Bij de Robin Hood stichting ben ik getuige geweest van het wezenlijke verschil
dat dit maakte. Ik zag hoe overtuigend het kan zijn als de resultaten en de
invloed van een programma helder in kaart worden gebracht. Metingen
gekoppeld aan duidelijke ijkpunten geven inzicht in hoeveel levens dankzij een
project veranderd zijn. Impact investing met de nadruk op transparante en
meetbare resultaten geeft mij de mogelijkheid een brug te slaan tussen die twee
delen van mijn carrière, terwijl ik nog meer dan voorheen het gevoel heb dat ik
een verschil kan maken.
Wat kunnen cliënten verwachten?
Cliënten kunnen rekenen op meer transparantie en meetbare uitkomsten
over de invloed van hun beleggingen op de maatschappij en de leefomgeving.
Daarnaast blijven wij investeren in nieuwe methodes voor duurzaam beleggen.
Onze taak is om cliënten meer en betere mogelijkheden te bieden om de
uitdagingen die met duurzaam beleggen gepaard gaan aan te gaan, en hen een
beter inzicht te geven in hoe hun geld met dat doel voor ogen belegd wordt.
Sustainable Signals, Morgan Stanley Institute for Sustainable Investing, 2015; Arabella Associates;
Social Venture Fund. Investing for Global Impact, 2014.
1
2
[8] BENELUX BELEGGER
UN PRI, Global ESG Regulatory Mapping.
CENTRALE AFWIKKELING
VRAAGT AANDACHT
De aandacht bij het centraal afwikkelen van derivaten
verschuift naar het herstel- en resolutieregime van
centrale tegenpartijen en de ongewenste gevolgen voor
Nederlandse pensioenfondsen.
DOSSIER:
MAATSCHAPPIJ EN
REGELGEVING
GERBEN SCHREURS
STUART ANDERSON
Het terrein voorbereiden
De centrale afwikkeling van derivaten (centrale clearing) is in Europa steeds
meer een realiteit. In april van dit jaar is BlackRock voor het eerst overgegaan
tot de centrale afwikkeling van enkele OTC-derivatentransacties voor cliënten in
het kader van de European Markets Infrastructure Regulation (EMIR). Sindsdien
heeft BlackRock de noodzakelijke stappen gezet om een vlotte overgang naar
het nieuwe regime te verzekeren.
STEPHEN FISHER
Wij menen dat die voorbereiding belangrijk is; tot op heden is de centrale
afwikkeling van deze effecten in Europa weliswaar beperkt gebleven tot kleine
volumes, maar die zullen toenemen in de loop van 2016 als centrale afwikkeling
verplicht wordt voor bepaalde institutionele beleggers. Het moment waarop een
belegger op centrale afwikkeling overstapt, verschilt naargelang de strategie en
hangt af van een aantal factoren.
BlackRock werkt nauw samen met andere marktpartijen om de centrale
afwikkeling onder optimale omstandigheden te kunnen bewerkstelligen,
en adviseert klanten er zich van te vergewissen dat andere beheerders ook
voorbereidingen treffen. Vragen die gesteld moeten worden zijn onder andere:
``Hebben zij de benodigde clearingdocumentatie opgesteld met voldoende
uitvoerende brokers en leden van de clearing?
``Kunnen zij voldoende risicospreiding en keuzevrijheid waarborgen als
volumes toenemen?
``Hebben zij ervaring in het afwikkelen van transacties in het kader van EMIR
en/of in andere jurisdicties?
Naar verwachting wordt de verplichting tot centrale afwikkeling voor bepaalde
eindverbruikers vanaf het vierde kwartaal van 2016 van kracht. Het centraal
afhandelen van derivaten draagt bij tot een grotere transparantie voor zowel
toezichthouders als marktpartijen. Veel tegenpartijrisico’s die inherent waren
aan bilaterale OTC-transacties verdwijnen. Naast die voordelen brengt centrale
clearing ook risico’s met zich mee, als gevolg van de concentratie in een
handjevol centrale tegenpartijen (CCP’s).
Het aanpakken van uitstaande risico’s is cruciaal
Toezichthouders zijn zich, net als de marktpartijen, bewust van deze risico’s.
Om die reden bereidt de Europese Commissie een juridisch kader voor, dat
er zowel op gericht is toe te zien op de robuustheid en veerkracht van CCP’s
als op het herstel- en resolutieregime ten aanzien van CCP’s die in gebreke
blijven. De maatregelen om de robuustheid en veerkracht van CCP’s te
bevorderen worden in de komende jaren aan EMIR toegevoegd. Daarnaast wordt
afzonderlijke wetgeving ontwikkeld, grotendeels gebaseerd op internationaal
overeengekomen principes, om het herstel- en resolutieregime gestalte
te geven.
N O V E M B E R 2 015 [9]
“
Naast voordelen
brengt centrale
clearing ook
bepaalde risico’s
met zich mee,
als gevolg van
de concentratie
in een handjevol
centrale
tegenpartijen
(CCP’s)
Beide zijn van belang om het vertrouwen in centrale afwikkeling bij
eindverbruikers te versterken. Hoewel het zelden voorkomt, zijn er in het
verleden wel degelijk CCP’s failliet gegaan, en in theorie kan dat opnieuw
gebeuren. Gezien het enorme effect van zo’n faillissement op de stabiliteit
van de markt en het beleggersvertrouwen, heeft BlackRock intensief contact
gezocht met de Europese beleidsmakers, om te verzekeren dat het gezichtspunt
van de eindgebruiker goed doorklinkt in de discussie.
De eindverbruiker vertegenwoordigen
Samen met een aantal Nederlandse pensioenfondsen heeft BlackRock het
standpunt in Brussel naar voren gebracht dat gepaste prikkels voor de CCP’s
net zo belangrijk zijn als verliescompensatie. We dringen er bij beleidsmakers
op aan aandacht te besteden aan het creëren van een evenwichtig raamwerk,
bijvoorbeeld door het verplicht te stellen dat CCP’s bij een faillissement een deel
van de last dragen, en ervoor te zorgen dat het geld dat cliënten gestort hebben
goed wordt beschermd.
“
Een kernvraag voor Nederlandse pensioenfondsen
Nederlandse pensioenfondsen hebben via liability driven investment (LDI) strategieën van alle marktpartijen
wellicht het meest op het spel staan bij de overgang op clearing via centrale tegenpartijen (CCP’s). Een (dreigend)
faillissement van een CCP zal ingrijpende gevolgen hebben, aangezien het goed mogelijk is dat één van de
middelen die gebruikt worden om de CCP er bovenop te helpen een haircut (risicokorting) is. In de eerste instantie
slaat dit op de Variation Margin (VM), maar er is bovendien nog altijd discussie of het zinvol is ook risicokortingen
toe te passen op de Initial Margin (IM). Met andere woorden: als de eindgebruiker een gerichte exposure naar
de CCP heeft (zoals bij Nederlandse pensioenfondsen), kunnen de activa van die gebruiker aangewend worden
om de CCP te herstellen. Dat in tegenstelling tot leden van de clearing (banken), die altijd een neutrale positie
houden en geen risico lopen als een waarderingscorrectie op de VM wordt toegepast. Het is van groot belang om
hiervoor heldere richtlijnen op te stellen voordat de vrijstelling die EMIR voor pensioenfondsen heeft vastgelegd
in 2017 / 2018 afloopt.
[10 ] B E N E L U X B E L E G G E R
015
017
We hebben beleidsmakers er ook op gewezen dat de gebruikers van CCP’s in
de kern belastingbetalers zijn, die gedwongen zijn de marktinfrastructuur te
gebruiken. De eindgebruikers hebben geen belang in die infrastructuur, en
hebben hun geld in goed vertrouwen gestort. Dat vertrouwen ondermijnen
door het toepassen van haircuts (risicokortingen) op de Initial Margin (IM) en/
of de Variation Margin (VM) heeft ongewenste consequenties voor het systeem,
die de financiële stabiliteit in gevaar kunnen brengen. Wij adviseren om de
risicokortingen op de IM van tafel te vegen, en risicokortingen op de VM onder
zeer strikte voorwaarden als laatste redmiddel toe te staan.
In tegenstelling tot sommige beleidsmakers menen wij – net als een aantal van
onze cliënten – dat het overeind houden van een CCP tegen elke prijs niet altijd
in het belang van het financiële systeem is. Uiteindelijk is het vertrouwen van de
gebruikers gestoeld op zekerheid. Een niet van tevoren bekende verplichting van
marktpartijen om bij te springen bij een (dreigend) faillissement van een CCP
ondermijnt het vertrouwen van de gebruikers in centrale afwikkeling, en leidt tot
suboptimale beleggingen, wat uiteindelijk kan uitmonden in een nieuwe bron
van volatiliteit. Als een CCP failliet gaat, zou het zo snel mogelijk opstellen van
een resolutieplan dat erop gericht is alle posities van de betreffende CCP snel
en volledig te beëindigen, verplicht moeten zijn. Aangevuld met een ordentelijke
en snelle terugbetaling van de gestorte marges.
We willen benadrukken dat CCP’s wereldwijde, grensoverschrijdende
infrastructuren zijn, die verbonden zijn aan banken. Daarom dient de aanpak die
de Europese Commissie voorstelt internationaal consistent te zijn, om mogelijke
arbitrage tussen verschillende CCP’s en rechtsgebieden te voorkomen.
Het beleid dient bovendien ontwikkeld te worden in samenhang met het
herstelbeleid voor de Europese banken en de resolutiewetgeving.
DOSSIER:
MAATSCHAPPIJ EN
REGELGEVING
BIJKOMEND JURIDISCH
KADER VOOR CCP’S:
VOORLOPIG TIJDSCHEMA
Herziening van EMIR*
gaat van start
Publicatievoorstel
van de Europese
Commissie
2016
Het grotere beeld
Wat zijn de optimale kosten van centrale afwikkeling? Voor CCP’s, voor de
leden, voor eindgebruikers en het financiële systeem? Hoe verhouden die
kosten zich ten opzichte van de huidige situatie waarin OTC-transacties
de boventoon voeren? En wat zijn de kosten bij een normale gang van zaken en
bij een eventueel faillissement?
Over deze en andere belangrijke vragen moet door alle belanghebbende
partijen nog goed worden nagedacht voordat wetgeving wordt opgesteld om
de robuustheid en veerkracht van CCP’s te verankeren in een solide set aan
mogelijke maatregelen in het herstel- en resolutieregime van CCP’s.
De rol van centrale banken
Een ander cruciaal aspect is de rol die centrale banken dienen te spelen in het
herstel- en de resolutieregime van CCP’s? En is het, gezien de middelen die
beschikbaar zijn voor het herstel van een CCP, redelijk om van centrale banken
te verwachten dat ze liquiditeit verschaffen aan een CCP, die ten onder dreigt te
gaan en/of aan de markt in bredere zin? Of dient de rol van de centrale banken
beperkt te blijven tot een overbruggingsfunctie als de posities van de CCP die in
gebreke blijft, moeten worden overgebracht naar een andere CCP of dienen te
worden afgesloten? Centrale banken hebben nooit eerder zo’n prominente rol in
dit onderdeel van het financiële systeem gespeeld. Daarom is het zaak om in de
komende maanden duidelijkheid te krijgen over de rol van centrale banken in
het clearingproces.
Onderhandelen over
Niveau 1** maatregelen;
EMIR herziening
Conclusie
onderhandelingen over
Niveau 1 maatregelen
en EMIR herziening
ESMA publiceert
gedetailleerde
regelgeving (Niveau 2)
Goedkeuring
Niveau 2 maatregelen
2018
Implementatie /
wetgeving van kracht
Bron: BlackRock
*
Betreft de regelgeving voor CCP robuustheid.
**
Niveau 1 betreft het juridisch kader voor het
herstel en de resolutie van falende CPP’s.
N O V E M B E R 2 0 1 5 [ 11 ]
“
Samen met een
aantal Nederlandse
pensioenfondsen
hebben wij het
standpunt naar
voren gebracht dat
gepaste prikkels
net zo belangrijk
zijn als verliescom­
pensatie
Wat zijn de volgende stappen?
De Europese Commissie heeft deze zomer belanghebbende partijen
geraadpleegd, en hen gevraagd hun visie te geven op benodigde aanpassingen
van EMIR. Die zal voor de betrokken partijen verstrekkende gevolgen hebben, en
vereist de grootste zorgvuldigheid. Zo moet onder meer goed gekeken worden
naar de implementatie van de frontloadingeisen, de rapportageverplichtingen
die EMIR oplegt, de consistentie van de Europese regelgeving met die van
andere grote jurisdicties, zoals de Verenigde Staten, en de voordelen van verdere
verlenging van de vrijstelling van centrale afwikkeling voor pensioenfondsen.
Op dit moment is onduidelijk wat de volgende stappen zijn en wanneer ze gezet
worden, maar wat wij wel weten, is dat er in de loop van 2016 aanvullende
mogelijkheden zijn om suggesties te doen om het clearingproces in Europa
te verbeteren.
Wij verwachten dat er tegen het einde van dit jaar een wetsvoorstel is
voor het herstel- en de resolutieregime van CCP’s. Dit voorstel wordt in het
Europees Parlement en de lidstaten besproken, waarna het met de nodige
amendementen zijn definitieve vorm zal krijgen. De Raad van de Europese Unie,
die in de eerste helft van 2016 onder Nederlands voorzitterschap staat, zal de
onderhandelingen over het wetsvoorstel naar verwachting met urgentie leiden,
maar toch zijn de overeengekomen richtlijnen voor CCP’s waarschijnlijk op zijn
vroegst pas in 2018 van kracht.
“
Hoewel het tijdpad voor de nieuwe wetgeving lang is en het niet waarschijnlijk
is dat pensioenfondsen op korte termijn te maken krijgen met CCP’s die in
moeilijkheden verkeren, menen wij dat een faillissement van een CCP zulke
ernstige gevolgen zou hebben voor de Europese spaarders en gepensioneerden,
dat dit onderwerp in de komende maanden met zorg behandeld dient te worden.
Daarom spreekt BlackRock regelmatig met beleidsmakers. We willen daarnaast
de gelegenheid te baat nemen om met u in detail over deze onderwerpen
te spreken, zodat wij des te beter in staat zijn om namens u de visie en
bezorgdheid van de institutionele beleggers in de Benelux in het voetlicht
te brengen.
[ 12 ] B E N E L U X B E L E G G E R
PERSPECTIEF VAN DE KLANT
DE KRACHT VAN EEN
GELIJKWAARDIGE RELATIE
Hoe het volle potentieel van een fiduciair mandaat te
benutten is een kernvraag voor veel pensioenfondsen.
Na vijf jaar is de fiduciaire relatie tussen SPMS en
BlackRock intensiever geworden. De strategische
advisering over onder andere het afbouwen van risico’s
en – uiterst contrair – het verhogen van de rentehedge
heeft zijn waarde bewezen.
In een lichtgrijs verleden werd soms schertsend gezegd dat fiduciair
beheer een synoniem is voor het uit handen geven van de aansturing. In zo’n
ongelijkwaardige relatie gelooft Chief Investment Officer (CIO) Marcel Roberts
van SPMS niet, gelet op de vijf jaar dat BlackRock de uitvoerder is voor het
vermogensbeheer van het pensioenfonds voor de medisch specialisten. Hij
spreekt van een partnership. “Het bestuursbureau en de externe adviseurs
leveren voldoende tegengewicht. Daarnaast zit het bestuur ook voldoende in de
materie om zowel de adviezen van BlackRock als het tegengewicht op waarde
te schatten.”
De definitie voor fiduciair beheer is buigzaam als bamboe: elke partij geeft er
zijn eigen invulling aan. Voor de één omvat het vrijwel de hele keten: van advies,
het terugvorderen van dividend tot en met de rapportages. Voor de ander gaat
het om de afspraken die bij vermogensbeheer komen kijken. Roberts heeft
lang de ‘zuivere definitie’ gehanteerd, die staat voor een integrale aansturing
van de beleggingsportefeuille, waarbij andere partijen zich ontfermen over
het vermogensbeheer. Die strikte waterscheiding heeft hij echter losgelaten.
“Het zou stom zijn als wij de goede producten van onze fiduciair niet zouden
gebruiken. Ik realiseer mij terdege het spanningsveld en ook dat een goed
product niet altijd de beste performance heeft. Ik ben daarom iets scherper bij
mandaten die door BlackRock worden uitgevoerd. ”
Hij vervolgt: “In de afgelopen drie jaar heb ik of het bestuur echter niet het
gevoel gehad dat we door BlackRock ergens ingeduwd zijn. Misschien is
het zelfs eerder tegengesteld. Mijn ervaring is dat de fiduciair BlackRock
de vermogensbeheerder BlackRock mogelijk zelfs kritischer benadert dan
externe partijen.”
INTERVIEW
MARCEL
ROBERTS
Chief Investment
Officer SPMS
Marcel Roberts is sinds
november 2012 Chief
Investment Officer
(CIO) van Stichting
Pensioenfonds Medisch
Specialisten (SPMS).
Hij heeft in de elf jaar
daarvoor gewerkt
voor Syntrus Achmea,
waar hij begon als
portfoliomanager
aandelen en eindigde als
eindverantwoordelijke
voor de selectie van de
externe managers. Ook
werkte Roberts onder
andere bij Amsterdam
Financial Services en
SNS. Hij begon zijn
carrière als lector
Corporate Finance bij
Tilburg University.
N O V E M B E R 2 0 15 [13]
“
Een essentieel
kenmerk van de
relatie tussen
SPMS en
BlackRock is de
intensiteit van de
gesprekken
Intensieve samenwerking
Een essentieel kenmerk van de relatie tussen SPMS en BlackRock is de
intensiteit van de gesprekken, waaraan onder invloed van regelgeving en
de roerige financiële markten voorlopig niet veel zal veranderen, verwacht
Roberts. Gemiddeld om de dag spreekt het bestuursbureau met het
kantoor in Nederland, of specialisten in Londen van de fiduciair. Daaraan
kunnen de vergaderingen in binnen- en buitenland en een gestage stroom
e-mails worden toegevoegd. De gespreksonderwerpen laten zich niet altijd
leiden door de agenda. “De evolutie van de markten en wat dit betekent
voor toekomstige rendementen en ons risico exposure is bijvoorbeeld iets
wat wij regelmatig bespreken. Het belangrijkste gespreksonderwerp is
echter de optimale samenstelling van de portefeuille.”
De relatie tussen SPMS en BlackRock is onder invloed van wet- en
regelgeving en de strengere eisen van de toezichthouder geïntensiveerd.
Het aantal personen binnen het bestuursbureau van SPMS dat toeziet
op de dienstverlening van BlackRock is in de afgelopen vijf jaar gegroeid.
De gestegen behoefte aan bewijs en vastlegging zorgt aan beide kanten
voor substantieel meer werk. “Er zijn meer checks & balances vereist.
Wij hebben meer onderling contact, en wisselen meer informatie uit. Wij
zitten ook vaker aan tafel bij de mensen die het vermogensbeheer voor
hun rekening nemen. Daarnaast bezoek ik met het team ook de externe
managers die BlackRock heeft geselecteerd,” zegt Roberts.
“
Tegen de stroom oproeien
Hoewel er een trend is om het volledige beheer te verruilen voor
deelmandaten voor balansbeheer, managerselectie en risicomanagement,
weerspreekt Roberts dat SPMS tegen de stroom oproeit door de
aansturing van het vermogensbeheer in handen van één partij te geven.
“Ik heb niet het idee dat andere fondsen het per se anders (willen)
organiseren dan wij. Fiduciair beheer is niet op zijn retour. Wel passé is
dat een pensioenfonds alles overlaat aan zijn fiduciair en vervolgens zegt
de zaken goed te hebben geregeld. Het inbouwen van checks en balances
is noodzaak, evenals het inhuren van een externe partij voor controles.
In dit kader is de investment risk managementfunctie ook binnen het
bestuursbureau versterkt.”
Een goede stand van zaken
Met een beheerd vermogen van 8,8 miljard euro bij de jaarwisseling en een dekkingsgraad eind september 2015 van
117,8% op basis van de rentecurve van De Nederlandsche Bank staat het pensioenfonds voor de medisch specialisten er
relatief goed voor in vergelijking met veel andere Nederlandse fondsen. SPMS heeft na het vertrek in 2010 bij het Doctors
Pension Funds Services (DPFS) zich tot BlackRock gewend voor de strategische en tactische advisering, de selectie en
het monitoren van vermogensbeheerders –zowel intern als extern– en het beheersen van valuta– en renterisico’s. De
vastgoedbeleggingen worden door Aviva Investors beheerd; het pensioenbeheer is in handen van APG.
15000+
AANTAL DEELNEMERS*
* inclusief gepensioneerden en
gewezen deelnemers
[14] B E N E L U X B E L E G G E R
117,8%
DEKKINGSGRAAD
BEZITTINGEN
VERPLICHTINGEN
8,8
BEHEERD VERMOGEN
MILJARD EURO
Ook bij het afbouwen van het risico in de portefeuille heeft BlackRock een
belangrijke rol gespeeld. Het proces in aanloop naar dit besluit geeft misschien
wel de kern weer van de fiduciaire relatie tussen het fonds en BlackRock.
Een fiduciair moet heel goed kunnen luisteren en met een strak oog op de
doelstellingen inschatten wat een pensioenfonds wil, vindt Roberts.
“
Het inbouwen
van checks en
balances is
noodzaak, evenals
het inhuren van
een externe partij
voor controles
“
Het strategische advies van BlackRock heeft de afgelopen vijf jaar de grootste
meerwaarde geboden, vindt Roberts. Een advies dat voor het pensioenfonds
van grote waarde is geweest was de aanbeveling om de rentehedge te
handhaven, ondanks het feit dat veel fondsen die afbouwden. “De redenering
van veel pensioenfondsen was dat de rente dusdanig laag was dat een
stijging aanstaande was en een verlaging van de rentehedge hen zou toelaten
om hierop in te spelen. BlackRock was het ermee eens dat de rente op een
historisch laag niveau lag, maar stelde dat er geen redenen waren die een
stijging op de korte termijn rechtvaardigden. Het advies was daarom de
rentehedge niet te wijzigen. Dat was een krachtig advies gezien de andere
geluiden in de markt. De beslissing heeft prima uitgepakt, gelet op het feit dat
de rente in de afgelopen twee tot drie jaar per saldo verder is gedaald.”
“Na een uitstekend 2012 hadden wij een discussie of het voor ons noodzakelijk
was om de hoge risico blootstellingen aan te houden die gepaard gaan met
het behalen van dubbelcijferige rendementen. Weliswaar helpen hogere
opbrengsten op termijn de pensioenen te verhogen, maar gezien onze hogere
dekkingsgraad besloten wij een deel van het risico van tafel te halen om meer
zekerheid te bieden dat wij onze nominale rechten konden waarmaken. Wij zijn
daarom over het afbouwen van risico’s in gesprek gegaan met BlackRock. Het is
een proces van een jaar geweest, dat dit jaar is geïmplementeerd.”
Het belang van een constructieve houding
Op advies van De Nederlandsche Bank zouden pensioenfondsen iedere vijf
tot zeven jaar hun fiduciair de maat moeten nemen. Dat betekent op zijn
minst een verkennend rondje maken langs de concurrentie om te kijken of de
huidige beheerder nog voldoet. Ook het bestuursbureau van SPMS heeft recent
een oriëntatieronde gemaakt langs fiduciairs die actief zijn in Nederland.
De consultant die in 2010 betrokken was bij de selectie van BlackRock als
fiduciair manager is gevraagd om de contracten nog eens kritisch na te
lezen op bijvoorbeeld de kosten. “De analyse en de oriëntatieronde zijn nog
niet afgerond, maar hebben vooralsnog niet geleid tot het besluit om weg te
gaan. Wij hebben in de afgelopen jaren best veel dingen voorgesteld, waarop
BlackRock niet happig was. Toch kregen wij heel veel voor elkaar. Dat was
niet altijd van vandaag op morgen een feit, maar als er beweging wordt
waargenomen dan zijn wij tevreden,” besluit Roberts het gesprek.
N O V E M B E R 2 0 15 [15 ]
NEDERLANDSE ECONOMIE
momentopname
2015
Economische groei (2de kw.2015)
0,2%
Inflatie (september 2015)
0,6%
Begrotingstekort (EMU) 2de kw.2015
1,9%
Overheidsschuld (EMU) 2de kw.2015
67,1%*
Werkloosheid (september 2015)
6,8%**
*In % bbp **Seizoensgecorrigeerd. Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.
[16] B E N E L U X B E L E G G E R
ECONOMIE EN MARKTEN
CHINA: EEN GEVAAR VOOR
DE MARKTEN?
BLACKROCK
CLIENT
SOLUTIONS
De recente waardedaling van de renminbi heeft groot
tumult veroorzaakt in de internationale financiële
markten, maar wat zijn de gevolgen op langere termijn?
Moeten wij ervan uitgaan dat de Chinese economie over
zijn hoogtepunt is, of maakt dit alles deel uit van een
evolutie naar een meer bestendig economisch model?
Al enkele jaren is het duidelijk dat de jaren van 10% groei voor China niet zullen
terugkeren. Er is een einde gekomen aan de forse toename van de investeringen
in infrastructuur en onroerend goed. Dat is al zichtbaar in grondstoffenprijzen
en zeker in de metaalprijzen, die al enige tijd dalen als gevolg van een lagere
vraag uit China. De reden voor de plotselinge turbulentie is het tanende
vertrouwen in de capaciteit van de Chinese overheid om de groei te stabiliseren
op het lagere niveau van 7,5%. Tot nu toe is er wel twijfel geweest, maar in
grote lijnen gingen marktdeelnemers ervan uit dat de overheid in haar opzet
zou slagen. Immers, Beijing heeft de economie wel vaker weten te stabiliseren
terwijl er onderliggend grote problemen waren; dus waarom zou dat nu
niet lukken?
De vlam sloeg in de pan door de aanpassing van de renminbi. Die werd
– waarschijnlijk ten onrechte – uitgelegd als een poging om de export te
stimuleren ten koste van handelspartners. Het zou tot een tegenreactie kunnen
leiden, en tot de dreiging van een valuta-oorlog. De maatregel werd vertaald als
een onverwachte noodzaak om verder in te grijpen en dus als een signaal dat de
groei lager uit zou vallen dan de geplande 7,5%. Vervolgens wezen analyses op
de persistente onbetrouwbaarheid van de Chinese economische statistieken.
Cijfers over het elektriciteitsgebruik worden doorgaans betrouwbaarder
gevonden, en de groei daarvan is dit jaar heel laag. In de eerste helft van 2015
nam de groei van het elektriciteitsverbruik 1,3% toe in vergelijking tot dezelfde
periode in 2014; de kleinste toename van de afgelopen 30 jaar (zie figuur 1).
Het leidde tot de vraag of de Chinese overheid wel echt zo ‘in controle is’ als zij
altijd pretendeert.
N O V E M B E R 2 0 15 [17 ]
FIGUUR 1: VERANDERING IN ELEKTRICITEITSVERBRUIK TEN OPZICHTE VAN EEN JAAR GELEDEN IN %*
50
40
30
20
10
0
-10
-20
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
Bron: Thomson Datastream, BlackRock Investment Institute. *Niet aangepast voor seizoenschommelingen.
Voor de wereldeconomie komt een groeivertraging in China niet goed uit.
Wereldwijd is de economische groei al niet hoog, en problemen in China dragen
niet bij tot verbetering. Het treft vooral de leveranciers van importgoederen, met
name de grondstoffenleveranciers.
Een verdere terugval van de groei in China belemmert het economisch
herstel in grondstoffenexporterende landen. Dit ondanks de omvangrijke
valutakoerscorrecties in de laatste twaalf maanden, aangezien de meeste
van deze grondstoffenproducerende landen een eenzijdige aanbodstructuur
hebben. Daardoor kunnen zij niet profiteren van betere exportmogelijkheden
in andere sectoren. Voor de groei van de wereldhandel is dit geen
gunstige voorbode.
Het keerpunt van Lewis
Vanuit wetenschappelijke hoek is er al jaren discussie over het pad waarlangs
de Chinese economie zich verder zal ontwikkelen. Er is veel aandacht voor wat
bekend staat als ‘het keerpunt van Lewis’. Dat gaat over een Nobelprijswinnend
economisch groeimodel voor ontwikkelingslanden, dat door professor Arthur
W. Lewis in 1954 is beschreven; oud gedachtegoed met blijvende relevantie. In
essentie komt de theorie erop neer dat landen die migreren van een agrarische
naar een industriële economie zeer hoge groei ervaren door een combinatie van
een hoog arbeidsaanbod en hoge marginale productiviteit per werknemer.
De marginale arbeidsproductiviteit is hoog doordat die in de agrarische sector
vrijwel nihil is, waardoor elke overheveling van arbeid naar de nieuwe industriële
sector zich vertaalt in een hoge marginale productiviteit. Dat is vooral zo
wanneer de lonen in de industrie nog laag zijn. Samen met flinke investeringen
vormt het de oorzaak van de hoge economische groei, die wij jarenlang in China
hebben gezien.
Het keerpunt van Lewis treedt op als het surplus van werknemers in de
agrarische sector uitgeput raakt. Arbeidskrachten worden schaarser, waardoor
de lonen in de industrie sneller stijgen dan de arbeidsproductiviteit. Dat maakt
exportgoederen duurder en remt de exportmogelijkheden, wat leidt tot een
overgang van exportgedreven industrialisatie naar binnenlandse groei. Vanaf
dat moment neemt de economische groei af en dalen de besparingen om ruimte
te maken voor meer consumptie in het binnenland.
[18] B E N E L U X B E L E G G E R
Veel wijst erop dat China op dit punt is aangekomen. Het arbeidssurplus in de
agrarische sector wordt door onderzoekers beperkt geacht en China heeft jaren
van hoge stijging van de reële lonen achter de rug. Al enkele jaren overwegen
vooral Amerikaanse multinationals hun productie over te hevelen van China
naar omliggende landen met lagere loonkosten. Dit is kenmerkend voor het
keerpunt van Lewis en dat is, in het licht van ervaringen in andere landen, op
lange termijn eerder positief dan negatief.
Aangezien China een groot land is, zal het keerpunt van Lewis een relatief lange
periode in beslag nemen, waarbij bepaalde regio’s zullen vooruitlopen. Zoals
figuur 2 laat zien, heeft wat er nu in China gebeurd, eerder plaatsgevonden in
Japan en Zuid-Korea.
FIGUUR 2: IN DE VOETSTAPPEN VAN JAPAN EN ZUID-KOREA?
FIGUUR 2: IN DE VOETSTAPPEN VAN JAPAN EN ZUID-KOREA?
INKOMEN
BNP
Groei
per inwoner
10
JAPAN
10
0
USD
(in duizendtallen)
7
30
13
4
ZUIDKOREA
4
12
10
2
7
1960
1970
1980
1990
2000
2010
CHINA
2020
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
Bron: Zheng Liu, Is China’s Growth Miracle Over?, Economic Newsletter, FRBSF, August 2015. Groei verwijst naar reële groei in BNP en inkomen naar reëel
BNP per inwoner.
De ervaring uit deze landen leert dat de hoge groeivoeten in het stadium van
industrialisatie afvlakken in de richting van de lagere groeivoeten die wij
kennen in de meest ontwikkelde economieën. Het is belangrijk te onderkennen
dat in de groeifase na het keerpunt van Lewis, de sterkste toename van het
bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking plaatsvindt. Die fase gaat
onder andere gepaard met meer innovatie en een sterke toename van het
belang van de dienstensector. Daarbij wordt meer geavanceerde technologie
ingezet, die nodig is om de arbeidsproductiviteit een nieuwe impuls te geven.
De toename daarvan faciliteert hogere reële lonen, die tot een verdere
welvaartstijging leiden.
Gezien de omvang van China staat de overheid voor de enorme taak dit
overgangsproces in goede banen te leiden. Tot nu toe lukt dat aardig, al lijkt
het niet altijd en overal te slagen. De Chinese economie bevindt zich in een
overgangsfase die de overheid hoopt te sturen met beleid dat nog niet eerder
is ingezet. De recente aanpassing van het prijsbepalingsmechanisme van de
renminbi is daarvan een lichtend voorbeeld.
N O V E M B E R 2 0 15 [19 ]
Implicaties voor financiële markten
Voor financiële markten is deze overgangsfase een uitdaging. De Het is geen
kwestie van een knop omzetten, maar is veeleer een ontwikkeling die met
horten en stoten gepaard gaat. Daarbij hoort onzekerheid over de effectiviteit
van maatregelen die de Chinese overheid neemt om de economie te sturen.
Het leidt tot afname van de voorspelbaarheid van het groeipad van de Chinese
economie, en er treden neveneffecten op voor andere landen die zich lastig
laten voorspellen.
China stevent af op lagere groei die geschraagd zal (moeten) worden door
een productiviteitsstijging in nieuwe sectoren. Dit proces is feitelijk al
begonnen rond 2010 en uit de ontwikkeling van metaalprijzen valt dit af te
lezen. Grondstoffenleveranciers zijn in deze fase minder nodig, al zal een
overgang naar meer binnenlandse consumptie en technologische upgrading
zeker tot hernieuwde energiebehoefte leiden. De verdere toename van het
BNP per hoofd van de bevolking die in het verschiet ligt, biedt kansen voor
ondernemingen in China en daarbuiten. In deze overgangsperiode zullen
beleggers moeten leren omgaan met de divergentie die door deze nieuwe
groeifase van China ontstaat. Hogere volatiliteit in financiële markten zoals wij
die nu beleven lijkt al een eerste gevolg van deze overgangsfase naar een meer
consumptiegedreven maatschappij.
[20] BENELUX BELEGGER
ACTIEF EN INDEXBELEGGEN BUNDELEN
DE KRACHT VAN EEN
GOEDE COMBINATIE
VASILIKI
PACHATOURIDI
Het wordt er voor Europese obligatiebeleggers niet
eenvoudiger op: negatieve rendementen en een
toename van volatiliteit en onzekerheid zorgen voor
een uitdagend beleggingsklimaat. Het beleggen
in obligaties via een combinatie van actieve en
indexstrategieën kan deels soelaas bieden.
Obligatiebeleggers staan onder druk om nieuwe manieren te vinden om
hun portefeuilles te beschermen en hun rendement te vergroten. Er zijn
ruwweg drie wegen, die beleggers hierbij inslaan. De eerste is te streven naar
meer flexibiliteit in de zoektocht naar alfa, door gebruik te maken van een
ongebonden aanpak met minder nadruk op traditionele cashbenchmarks,
waardoor ruimte ontstaat voor bredere allocaties binnen het obligatieuniversum, zoals high-yield en opkomende markten, maar ook om flexibeler
te zijn binnen het volledige spectrum van duration en valutastrategieën. Een
tweede mogelijkheid om het rendement te vergroten is te profiteren van het
hogere potentiële rendement van illiquide activa, door directe belangen in
bedrijfsleningen en hypotheken.
Een derde aanpak, die het onderwerp vormt van dit artikel, is het op een
meer tactische manier gebruik maken van bètabeleggingen om portefeuilles
zodanig aan te passen dat er effectiever kan worden ingespeeld op specifieke
doelstellingen en een betere spreiding van risico tussen de credit- en
ratescomponenten mogelijk wordt. Hieraan ligt een belangrijke verandering
in het denken ten grondslag. Tot voor kort werden actieve en indexstrategieën
veelal gezien als twee afgescheiden werelden. De gedachte groeit nu dat
actief en indexbeleggen wel degelijk samengevoegd kunnen worden om
resultaten te bereiken, die met één van beide benaderingen afzonderlijk niet
mogelijk zijn. Dat heeft geleid tot een reeks innovatieve beleggingsproducten,
die obligatiebeleggers de zo gewenste flexibiliteit bieden en de traditionele
scheiding tussen actief en indexbeleggen doorbreken. De nog altijd groeiende
markt van obligatie-ETF’s (exchange traded funds) levert een cruciale bijdrage
aan deze ontwikkeling.
Een groeiende waaier aan mogelijkheden
Volgens het ETP Landscape Report van BlackRock was 2014 een recordjaar
voor obligatie-ETF’s, met een wereldwijde instroom van USD 78,6 miljard.
Zoals figuur 1 illustreert, gaat het dit jaar in hetzelfde tempo door: van januari
tot eind augustus bedroeg de instroom USD 61,4 miljard, waarmee het totaal
beheerde vermogen per eind augustus op USD 475 miljard lag. Doordat zowel
de omvang als de liquiditeit van deze markt zo sterk gegroeid zijn, hebben
beleggers nu toegang tot vrijwel alle obligatiecategorieën.
N O V E M B E R 2 015 [21]
FIGUUR 1: HET BELEGD VERMOGEN IN VASTRENTENDE ETF’S BLIJFT GROEIEN
500
TOTAAL BELEGD VERMOGEN (USD)
400
300
200
100
0
2002
2003
2004
2005
2006
Broad/aggregate
Mortgage
2007
2008
2009
Investment grade corporate
Others
Govt/corp
2010
2011
2012
Emerging markets
High yield corporate
2013
2014
2015
Government and municipal
Inflation-linked
Money market
Bron: BlackRock ETP Landscape Report
Wij gaan nader in op drie van dit soort beleggingen, geïllustreerd aan de
hand van een praktijkvoorbeeld, om te laten zien hoe ETF’s institutionele
beleggers kunnen helpen om de liquiditeitskloof in de obligatiemarkten
te overbruggen.
1. Obligatie-ETF’s als tools in de portefeuille-opbouw
Een nieuwe, gespreide obligatieportefeuille opbouwen of een
aanzienlijke instroom van cash efficiënt een plaats geven in een
bestaande portefeuille kan in de huidige markt behoorlijk lastig zijn.
ETF’s kunnen worden ingezet om in de opbouwfase van een portefeuille
direct toegang te krijgen tot de bèta van een obligatiemarkt. Dit laat de
portefeuillebeheerder toe om posities in afzonderlijke obligaties te nemen
naarmate de liquiditeit in de onderliggende obligatiemarkt dat toelaat.
Een goed voorbeeld is een belegger die een portefeuille wil opbouwen
met Europese high-yieldobligaties door gebruik te maken van een
kasstroom die in de komende zes maanden geleidelijk aan beschikbaar
zal komen. Voordat er voldoende cash beschikbaar is om afzonderlijke
bedrijfsobligaties te kopen, kan de belegger beginnen met het aankopen
van kleinere posities via een ETF (van bijvoorbeeld EUR 10 miljoen per
keer), zodat er vanaf dag één de beoogde exposure beschikbaar is. Als de
portefeuille een grotere omvang bereikt, dan heeft de belegger de keuze
om het ETF op de secundaire markt te verkopen of de ETF-eenheden op
de primaire markt op te heffen, in ruil voor de onderliggende obligaties in
plaats van contanten.
2. ETF’s voor het creëren van maatwerk in de transitie
ETF’s kunnen ook gebruikt worden voor bestaande of aflopende
portefeuilles. Bijvoorbeeld in het geval van een belegger, die zijn posities
bij twee actieve obligatiebeheerders wil opheffen om beide mandaten in
eigen huis te gaan beheren. In plaats van de posities volledig om te zetten
[22] BENELUX BELEGGER
in contanten teneinde vervolgens terug te keren naar de markt om nieuwe
afzonderlijke obligaties te kopen (wat niet alleen tijd zou kosten, maar ook
transactiekosten met zich meebrengt ), kan de belegger een ETF-aanbieder
vragen om de onderliggende posities van de twee actieve beheerders
te weerspiegelen in de compositie van een ETF. Als er een goede match
gevonden wordt, kan de ETF-aanbieder de obligaties ontvangen in ruil voor
eenheden van het betreffende ETF, waardoor de belegger de gewenste
exposure kan behouden voordat hij de fysieke obligaties koopt, die nodig
zijn om de oorspronkelijke portefeuilles te repliceren.
Posities bij een actieve beheerder opheffen via ETF’s heeft voor de
belegger een aantal voordelen:
``De portefeuille blijft beheersbaar;
``Het aantal benodigde transacties is minder;
``Het risicoprofiel is duidelijker;
``Potentieel kan een betere match bereikt worden voor de
beoogde allocatie;
``Als de belegger een oude portefeuille wil opheffen, dan biedt
de liquiditeit van het ETF in de secundaire markt bovendien
waarschijnlijk betere executiemogelijkheden dan directe verkoop van
de onderliggende portefeuille.
3. ETF’s als tool voor liquiditeitsbeheer
ETF’s kunnen ook aan een portefeuille worden toegevoegd om extra
liquiditeit te scheppen. Ze fungeren dan als buffer om instroom
en uitstroom efficiënt te beheren, en als middel om de bèta van
de portefeuille te beheren. De aan- en verkoop van afzonderlijke
effecten kan een negatieve invloed hebben op de performance van een
portefeuille, enerzijds doordat het nodig kan blijken obligaties in een
ongunstige markt te verkopen en anderzijds doordat het moeilijk kan zijn
om bepaalde obligaties aan te kopen, waardoor ongewild een te grote
kaspositie blijft bestaan.
ETF’s met een grotere liquiditeit in de secundaire markt kunnen
bied/laatspreads hebben, die aanzienlijk kleiner zijn dan die van de
onderliggende activa. Het inzetten van ETF’s om de kasstromen te
beheren en/of de bèta van een portefeuille tactisch te beïnvloeden kan
daarom tot een aanzienlijke besparing van executiekosten leiden.
Van tactisch naar strategisch
De drie toepassingen van ETF’s die in dit artikel beschreven zijn, zijn
goede voorbeelden van ‘tactische blending’. Institutionele beleggers
gebruiken ETF’s veelal als hulpmiddel bij de transitie naar een andere
beheerder, voor cash equitisation en andere tactische doeleinden.
Naarmate beleggers meer ervaring opdoen met ETF’s, wordt er meer
gebruik van ETF’s gemaakt om ook strategische doelen te bereiken
en exposure voor de langere termijn te verkrijgen. Op het gebied van
aandelen-ETF’s is die evolutie ruim tien jaar aan de gang, en nu zien
wij bij obligatie-ETF’s hetzelfde gebeuren. Maar hier lijkt de overstap
van puur tactisch naar strategisch gebruik van ETF’s sneller te gaan,
wellicht doordat rechtstreeks beleggen in de obligatiemarkt moeilijker
kan zijn. Naarmate het gebruik van obligatie-ETF’s verder groeit en de
transactievolumes toenemen, zullen waarschijnlijk meer innovatieve
blendingstrategieën ontwikkeld worden.
N O V E M B E R 2 015 [2 3]
Name writer
NIEUWS & AGENDA
Opleiding voor bestuurders
BlackRock organiseert dit jaar voor de vijfde keer de ‘Opleiding voor
Bestuurders’, speciaal voor bestuurders van pensioenfondsen en
verzekeraars. In anderhalf jaar tijd worden vijf sessies aangeboden om u
als bestuurder te voorzien van alle nodige informatie op het gebied van
beleggingen. U kunt het gehele programma doorlopen, maar u kunt er ook
voor kiezen om losse sessies bij te wonen.
Onderwerpen die onder andere aan bod komen zijn:
``Kapitaalmarkten
``Strategische allocatie en risicobudgettering
``Het afdekken van renterisico
De opleidingen worden gegeven op het kantoor van BlackRock, in de
Rembrandttoren te Amsterdam. U kunt meer informatie verkrijgen en u
aanmelden via [email protected]
Verdere inzichten van BlackRock
De komende maanden delen wij graag met u:
The price of climate change – november 2015
In aanloop naar de klimaatconferentie in Parijs publiceert het BlackRock
Investment Institute een gedetailleerde analyse van de implicaties
voor beleggers.
Constant change, consistent alpha– december 2015
In deze bijdrage van ons active scientific equity team bekijken wij de laatste
technieken op het gebied van actief beleggen in aandelen, gaande van het
identificeren van nieuwe drijfveren van rendement tot beter risicobeheer.
Bijeenkomsten
Woensdag 9 december 2015 vindt wederom het jaarlijkse Outlook evenement
plaats waar we met u vooruitblikken naar het nieuwe beleggingsjaar. U kunt u
nu al aanmelden via [email protected]
Personalia
Met veel plezier stellen we twee nieuwe teamleden aan u voor:
Monique van Gils maakt als Director deel uit van het Institutionele Client
team. Hiervoor was Monique als senior vermogensbeheerder werkzaam bij
Pensioenfonds Horeca & Catering, waar ze verantwoordelijk was voor het
fiduciair management van de beleggingsportefeuille en het monitoren van
externe beheerders.
Monte Hoekstra richt zich als Director in de Financial Institutions Group (FIG)
voornamelijk op de verzekeringsmarkt. FIG helpt financiële instellingen, en in
het bijzonder verzekeraars, om hun specifieke uitdagingen op het gebied van
risicobeheer en investeringsvraagstukken te doorgronden. In de afgelopen
negen jaar heeft Monte bij de commercial banking divisie van ING gewerkt,
meest recent als Director bij de verzekeringsdivisie.
[24] BENELUX BELEGGER
BIJDRAGEN
Hessel van Beijma
Hessel van Beijma, Managing Director, is hoofd van het Institutionele Sales Team voor de
Benelux bij BlackRock. Hessel begon zijn loopbaan bij Barclays Global Investors in 1999
dat met BlackRock fuseerde in 2009. Daarvoor werkte hij vijf jaar voor de internationale
verzekeringsbroker Segwick. als risk consultant en accountmanager. Hessel studeerde
economie aan de Universiteit van Amsterdam en is een geregistreerd beleggingsanalist (RBA).
Gerben Schreurs
Gerben Schreurs is sinds augustus 2013 werkzaam bij BlackRock als Director binnen het
institutionele team voor de Benelux. Gerben staat institutionele opdrachtgevers bij op het
gebied van beleggingsstrategieën, risicobeheer en governance. Hij heeft ruime advieservaring
in integraal vermogensbeheer en uitbesteding, opgebouwd gedurende 12 jaar bij KPMG
Advisory, waar hij in zijn laatste rol verantwoordelijk was voor de dienstverlening van KMPG
Consulting Management Consulting op het gebied van vermogensbeheer.
Stephen Fisher
Stephen Fisher, Managing Director, houdt zich als lid van BlackRock’s Global Government
Relations and Public Policy team voornamelijk bezig met wereldwijde en Europese
beleidsontwikkelingen die van invloed zijn op cliënten. Hij werkt sinds 2010 bij BlackRock.
Daarvoor was Stephen Fisher in Brussel werkzaam als Director of European and
International Affairs bij de Nederlandse Vereniging van Banken en was hij adviseur financiële
marktenbeleid bij de European Banking Federation. Van 2000 tot 2004 werkte Fisher in
Londen bij de Financial Services Authority en HM Treasury.
Stuart Anderson
Stuart Anderson, Director, is lid van het Market Structure and Electronic Trading team binnen
de Trading and Liquidity groep van BlackRock. Voordat hij in 2008 in dienst trad bij BlackRock
werkte Anderson negen jaar bij de Bank of New York (voorheen RBS Trust Bank), waar hij zich
bezig hield met derivatentransacties ten behoeve van Merrill Lynch Investment Managers
(MLIM). Stuart behaalde in 1995 een BSc-diploma (cum laude) in Politics and Economics aan de
universiteit van York.
Vasiliki Pachatouridi
Vasiliki Pachatouridi, Vice President, is lid van het Product Strategy Team binnen de
Fixed Income Portfolio Management groep van BlackRock. Als Product Strategist richt ze
zich voornamelijk op iShares obligatie-ETF’s. Vasiliki Pachatouridi werkt sinds 2007 bij
BlackRock, met inbegrip van haar jaren bij Barclays Global Investors (BGI), dat in 2009
samenging met BlackRock. Vasiliki behaalde in 2007 een MSc-diploma (summa cum laude) in
Investment Management aan Cass Business School en in 2006 een BSc-diploma in Business
Administration aan de universiteit van Bath.
N O V E M B E R 2 015 [2 5 ]
[26] BENELUX BELEGGER
HET INSTITUTIONELE TEAM
VAN BLACKROCK
Heeft u een vraag of wenst u meer informatie:
neem contact op met uw account manager of e-mail [email protected]
11
9
5
13
17
19
15
1
2
3
4
6
7
10
8
12
14
16
18
20
1
Klaus Schmidt
Tel: +31 (0) 20 560 0928
11
Donné Hendrick Tel: +31 (0) 20 560 0949
2
Monte Hoekstra Tel: +31 (0) 20 560 0962
12
Joost Mioch Tel: +31 (0) 20 560 0954
3
Roland Linssen Tel: +31 (0) 20 560 0912
13
Jemy Gopal Tel: +31 (0) 20 560 0911
4
Olivier Clemens Tel: +31 (0) 20 560 0926
14
Manon Savelkouls Tel: +31 (0) 20 560 0934
5
Vincent van der Meer Tel: +31 (0) 20 560 0910
15
Hamasa Amir Tel: +31 (0) 20 560 0961
6
Coen Brouwer Tel: +31 (0) 20 549 5219
16
Jeroen Visser Tel: +31 (0) 20 560 0945
7
Gerben Schreurs Tel: +31(0) 20 549 5217
17
Yves Dohmen Tel: +31 (0) 20 560 0953
8
Hessel van Beijma Tel: +31 (0) 20 560 0936
18
Ton Leukel Tel: +31 (0) 20 560 0929
9
Paul Barnas Tel: +31 (0) 20 560 0917
19
Daniela Peric Tel: +31 (0) 20 560 0935
10
Monique van Gils Tel: +31 (0) 20 560 0942
20
Sabine Alkema Tel: +31 (0) 20 549 5200
N O V E M B E R 2 015 [2 7 ]
Voor meer informatie
+31 (0)20 5495200
[email protected] blackrockinternational.com
Deze opmerkingen moeten worden gelezen in samenhang met het bijgevoegde document:
Uitgegeven door BlackRock Investment Management (UK) Limited, geautoriseerd en gereguleerd door de Financial Conduct Authority. Statutaire zetel: 12 Throgmorton Avenue, Londen, EC2N 2DL. Geregistreerd
in Engeland onder nr. 2020394. Tel: +44 (0) 20 7743 3000. Om u te beschermen worden telefoongesprekken doorgaans opgenomen. BlackRock is een handelsnaam van BlackRock Investment Management
(UK) Limited. Voor algemene vragen kunt u contact opnemen met het fonds of het Nederlandse kantoor van BlackRock, gevestigd op Amstelplein 1, 1096 HA Amsterdam, telefoon: 020 - 549 5200. In het
verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor toekomstig rendement en dienen niet als enige criterium te worden gebruikt bij de selectie van een product. Beleggen gaat altijd gepaard met een zekere
mate van risico. De waarde van uw belegging en de gegenereerde inkomsten kunnen sterk fluctueren als gevolg van het beleggingsbeleid en het is niet zeker dat u uw oorspronkelijke inleg terugkrijgt.
Veranderingen in de wisselkoersen van valuta’s kunnen ertoe leiden dat de waarde van beleggingen stijgt of daalt. Deze schommelingen kunnen bijzonder sterk zijn bij een fonds dat blootstaat aan een hogere
volatiliteit en de waarde van een belegging kan plotseling en zeer sterk dalen. De hoogte en de grondslag van de belastingheffing kunnen wijzigen. Alle in dit document vermelde researchgegevens zijn verstrekt
door BlackRock en kunnen door BlackRock inmiddels voor eigen doeleinden gebruikt zijn. De resultaten van dergelijke research worden slechts ter illustratie verstrekt. De hier geuite visies en meningen vormen
geen beleggingsadvies of andersoortige aanbeveling en kunnen aan verandering onderhevig zijn. Ze weerspiegelen niet altijd de gezichtspunten van een bepaalde onderneming binnen de BlackRock Group of
van een afdeling daarvan en de juistheid ervan kan niet worden verzekerd. Dit document heeft slechts een informatief karakter en vormt geen aanbieding of uitnodiging aan iemand om te beleggen in een van
de BlackRock Group fondsen en is niet opgesteld in verband met een zodanig aanbod.Niets van dit materiaal mag gereproduceerd worden, opgeslagen worden in een retrieval systeem of overgebracht worden
in welke vorm of op welke wijze dan ook, elektronisch, mechanisch, opgenomen of anderszins, zonder voorafgaande toestemming van BlackRock.
DIT MATERIAAL IS BEDOELD VOOR VERSPREIDING ONDER PROFESSIONELE CLIËNTEN EN ER MAG NIET OP WORDEN VERTROUWD DOOR ANDERE PERSONEN.
BlackRock® is een geregistreerd handelsmerk van BlackRock, Inc. © 2015 BlackRock, Inc. Alle rechten voorbehouden. BLACKROCK, BLACKROCK SOLUTIONS, ALADDIN, iSHARES, LIFEPATH, SO WHAT DO
I DO WITH MY MONEY, MAAR WAT KAN IK HET BESTE DOEN MET MIJN GELD, INVESTING FOR A NEW WORLD en BUILT FOR THESE TIMES zijn geregistreerde en niet-geregistreerde handelsmerken van
BlackRock, Inc. of haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten en elders. Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaars. 005028a-INST-SEPT15-ENG-CARSID:
IMPEG-0331-041116
Download