kadernota duurzame ontwikkeling 2011-2014

advertisement
KADERNOTA
DUURZAME ONTWIKKELING
2011-2014
April 2011
Versie 2.2
2
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Inhoudsopgave
Samenvatting…………………………………………………………………………………… 5
H1
Inleiding……………………………………………………………………………….
1.1
Aanleiding……………………………………………………………………..
1.2
Definitie………………………………………………………………………..
1.3
Doelstelling…………………………………………………………………….
1.4
Leeswijzer.……………………………………………………………………..
7
7
7
8
8
H2
Uitgangspunten en kaders……………….………………………………..……………
2.1
Coalitieakkoord 2010-2014……………….………………………..……………
2.2
Toekomstvisie 2018……………………………………………..………………
2.3
Structuurvisie……………………………………………..……..……………....
2.4
Cittaslow…………………………….…………………..……..……………....
2.5
Millenniumgemeente………………………………………………………….…..
2.6
Positie en afbakening van het plan…………………………………………………
2.7
Beleidskaders………………………………………………...…………………
2.7.1 Achtergrond en reikwijdte klimaatbeleid…...……………..………………….
2.7.2 Provinciaal beleid……………….....…………..……………………….….
9
9
9
9
10
10
11
11
11
13
H3
Thema’s ………………….…………………………………………………………… 16
3.1
Duurzame mobiliteit……………………………………………………………. 16
3.2
Duurzaam ondernemen………………………………...………………………... 17
3.2.1 Maatschappelijk verantwoord ondernemen……...…………..…………..……. 17
3.2.2 Cradle to Cradle……...…………..………………………………………. 17
3.2.3 Economische ontwikkeling……...…………..………………..……………. 17
3.2.4 Recreatie en toerisme……...…………..…………….……………………. 18
3.2.5 Vergunningverlening en handhaving…………………………………………. 18
3.3
Duurzaam bouwen……….…………………………...………………………... 19
3.3.1 Duurzaam bouwen gemeente Borger-Odoorn...…………..…………..………. 19
3.3.2 Duurzaam Bouwen Nieuwe Stijl……...…………..………………………. 19
3.3.3 Woonplan……...…………..…………………………………..………. 20
3.4
Duurzaam beheer en openbare ruimte……………………………………………. 20
3.4.1 Duurzaam groenbeheer...…………..……………………………………. 20
3.4.2 Ruimte en Ruimte Ontwikkeling……...…………..………………………. 21
3.5
Duurzame Leefomgeving………………………………………………………. 22
3.5.1 Cultuur en Maatschappij……...…………..………………………..……. 22
3.5.2 Milieu……...…………..……………………………………..………. 24
3.5.2.1 Water……...…………..…………………………………………..…. 25
3.5.2.2 Bodem……...…………..……………………………………..………. 25
3.5.2.3 Lucht……...…………..…………………………………………...…. 26
3.5.2.4 Licht……...…………..………………………………………………. 26
3.5.2.5 Afvalverwerking……...…………..……………………………………. 26
3.5.2.6 Duurzame energie……...…………..……………………...……………. 27
3.6
Duurzame bedrijfsvoering………………………………………………………. 27
3.6.1 Management eigen gebouwen……...…………..…………..………………. 27
3.6.2 Duurzame organisatie……...…………..…………………..……………. 29
3.6.3 Duurzaam inkopen……...…………..………………………..…………. 29
3
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
H4
Communicatie, participatie en educatie………………………………………………...
4.1
Rollen………………………………………………………..………….
4.2
Participatie burgers/bedrijven………………………………...…………………...
4.1
Educatie……………………………………………………………………….
30
30
30
31
H5
Ambities………………………………………………………………………………. 32
H6
Organisatie, programma en financiën……………………………………………..……
6.1
Organisatie……………………………………………….…………………….
6.2
Programma……………………………………………….…………………….
6.3
Financiën…………………………………………………..………………..….
38
38
38
39
Bijlagen.………………………………………………………………………………. 41
1.
2.
3.
Schema Kadernota duurzame ontwikkeling
Bronvermelding
Duurzaam Bouwen Nieuwe Stijl
4
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Samenvatting
De gemeente Borger-Odoorn kiest voor het inzetten op duurzaamheid en duurzame
ontwikkeling. Maar wat is duurzame ontwikkeling? De meest gangbare definitie, welke ook door
het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt gehanteerd luidt: “duurzame ontwikkeling is
een ontwikkeling die in de behoeften van de huidige generaties voorziet zonder daarbij de
behoeftevoorziening van toekomstige generaties in gevaar te brengen om ook in hun behoeften
te voorzien”.
Duurzame ontwikkeling is een breed begrip. Het betekent bijvoorbeeld dat er geen roofbouw
wordt gepleegd op het milieu. Dat bewoners in ontwikkelingslanden zich een leefbaar inkomen
kunnen verwerven en armoede en honger wordt aangepakt. Door de verandering van het klimaat,
een verminderde biodiversiteit en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen wereldwijd, is er een
andere benadering nodig om in de behoeften van huidige en nieuwe generaties te kunnen
voorzien. De fossiele brandstoffen raken op, waardoor bijvoorbeeld de energieprijzen stijgen. Dit
heeft gevolgen voor grote groepen mensen.
Een keuze voor duurzame ontwikkeling zorgt ervoor dat Borger-Odoorn nu en straks
aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers, waarbij het ook van belang is dat wat binnen de
gemeentegrenzen gebeurt niet leidt tot negatieve effecten elders. Duurzame ontwikkeling
betekent ook dat binnen de gemeente op alle niveaus bij beslissingen een afweging wordt
gemaakt tussen de gevolgen voor mens, milieu en economie (people, planet, en profit). Hierbij
moet een gezonde balans gevonden worden tussen deze drie belangen.
De gemeente Borger-Odoorn neemt haar verantwoordelijkheid en gaat, op haar eigen niveau,
bijdragen aan een meer duurzame samenleving. De gemeente wil een voorbeeldfunctie vervullen,
waarbij duurzaamheid deel gaat uitmaken van alle besluiten, beleid en uitvoerende taken van de
gemeente. Duurzaamheid is daarmee een zaak voor de hele gemeentelijke organisatie.
De keuze voor duurzaamheid komt niet uit de lucht vallen. Duurzaamheid is in het
collegeprogramma 2010-2014 verkozen als een van de pijlers van het programma.
De Kadernota Duurzame Ontwikkeling 2011-2014 geeft de prioriteiten aan voor de komende
jaren. Omdat het om een nieuw programma gaat, wordt het gefaseerd opgebouwd en worden
concrete uitvoeringsprojecten nader uitgewerkt in de deelbeleidsnota’s.
In de loop van 2011 wordt een projectgroep geformeerd met daarin vertegenwoordigers uit de
verschillende gemeentelijke afdelingen en waarbij de beleidsmedewerker milieu wordt
aangewezen als projectleider. De projectgroep stelt prioriteiten vast, zet ontwikkelingen op het
gebied van duurzaamheid in gang en volgt deze op de voet. De uitvoeringsprojecten die
voortvloeien uit de kadernota en deelbeleidsnota’s worden voor een belangrijk deel beheerd door
de verschillende afdelingen van de gemeente, maar voor een deel ook door externe partijen als
bedrijven(groepen), de provincie of maatschappelijke organisaties.
5
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Ambitie
Een gemeente heeft relatief veel invloed op de bebouwde omgeving. Een kans dus om een
duurzaamheidsimpuls aan het bouwen en verbouwen in de gemeente te geven.
Bij de duurzame ontwikkeling, inrichting en beheer van de gemeente gaat het er ook vooral om
de integratie van alle verschillende thema's. Door in een vroeg stadium milieu en natuur te
betrekken in de planontwikkeling, is het mogelijk kansen te benutten voor een duurzame
leefomgeving. De ambitie is te streven naar een Duurzaam Borger-Odoorn en te werken aan de
integratie van milieu, natuur en ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast zet de gemeente in op het
initiëren van strategische samenwerking en coalitievorming en het stimuleren van
voorbeeldprojecten (bijvoorbeeld in de woningbouw of in de afvalverwerking) waarin
strategische partners samenwerken.
6
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1
Aanleiding
In 2010 heeft de gemeente Borger-Odoorn haar wens geuit om een samenhangend
duurzaamheidbeleid te ontwikkelen. Het thema duurzaaheid komt terug in vrijwel alle
beleidsterreinen en in veel uitvoeringstaken. Dat geeft een eigen uitdaging. Uitgangspunt is dat
rekening gehouden moet worden met duurzaamheid. Naast alle afzonderlijke en vaak losstaande
beleidsmaatregelen die de afgelopen jaren al zijn genomen, bestaat de behoefte aan een
gemeenschappelijk kader waarbinnen de diverse beleidstukken hun plaats hebben.
Deze kadernota biedt ruimte voor ontwikkelng en nieuwe kansen. De laatste tijd is veel bekend
geworden over wat niet duurzaam is. Maar hoe het wel duurzaam kan, is nog sterk in
ontwikkelng. Met het kader en de focus die deze nota biedt kan eenvoudig een bijstelling
plaatsvinden. Deze flexibliteit is noodzakelijk vanwege nieuwe in- en externe informatie over
duurzaamheid. Ervaringen, hier en elders, zijn daarbij van groot belang. Daarom zijn geen
concrete maatregelen opgesomd. Een dergelijke lijst is onwerkbaar en altijd verouderd.
Naast deze Kadernota Duurzame Ontwikkeling worden in de deelbeleidsnota’s
uitvoeringsprogramma’s opgesteld. Hierin wordt concreet invulling gegeven aan het
duurzaamheidbeleid van de gemeente.
Met het opstellen en uitvoeren van het duurzaamheidbeleid geeft de gemeente invulling aan haar
maatschappelijke verantwoordelijkheid door te werken aan milieu- en sociale kwaliteiten zowel
hier en nu als in de toekomst.
1.2
Definitie
Duurzaamheid staat hoog op de maatschappelijke agenda. Duurzaamheid is inmiddels ook
verworden tot een containerbegrip dat in verschillende contexten een verschillende betekenis
heeft gekregen. Bij het opstellen en uitwerken van duurzaamheiddoelstellingen is het wezenlijk
om een goede definitie van duurzaamheid te hanteren, met een bewezen geldigheid.
De definitie van duurzaamheid die de Commissie Brundtland heeft gelanceerd, heeft
internationaal een grote betekenis;
“Duurzame Ontwikkeling is een ontwikkeling die in de behoeften van de huidige generaties voorziet zonder
daarbij de behoeftevoorziening van toekomstige generaties in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te
voorzien”.
“Duurzame ontwikkeling is een proces van verandering waarin gebruik van hulpbronnen, de richting van
investeringen, de oriëntatie van technologische ontwikkeling en institutionele verandering alle met elkaar in
harmonie zijn en alle zowel de huidige als de toekomstige mogelijkheden vergroten om aan menselijke behoeften en
wensen tegemoet te komen” (Our Common Future, Wereld Commissie voor Milieu en Ontwikkeling, ‘Commissie
Brundtland’ 1987).
Duurzaamheid wordt ook vaak vertaald in de drie P’s van People, Planet en Profit: het in balans
brengen van sociale, milieu- en economische factoren.
7
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Steeds meer bedrijven en organisaties (waaronder gemeenten) nemen deze aspecten mee als
onderdeel van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).
Tenslotte brengt Cradle to Cradle (C2C) een nieuwe kijk op duurzaam ontwerpen. De kern van
Cradle to Cradle ligt in het concept: afval is voedsel. Alle gebruikte materialen zouden na hun
leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product. Hierbij zou geen
kwaliteitsverlies mogen zijn en alle restproducten moeten hergebruikt kunnen worden of
milieuneutraal zijn.
1.3
Doelstelling
Met deze nota wil de gemeente Borger-Odoorn, als gemeente een bijdrage leveren aan een wereld
waarin de mens in voldoende mate kan voorzien in zijn eigen levensonderhoud met respect voor
anderen en zijn natuurlijke leefomgeving. De bijdrage die Borger-Odoorn wil leveren betreft dus
een wezenlijke verbetering in leefomgeving, in begrip en in balans tussen verschillende
mensengroepen onderling, mens en natuur, mens en bedrijf en bedrijf en natuur. De gemeente
Borger-Odoorn is zoekende naar het maximale wat ze binnen haar eigen mogelijkheden kan doen
en wil dit ook realiseren.
Deze globale doelstelling vereist een voortdurende dialoog met burgers, bedrijfsleven en
maatschappelijke organisaties. Vanuit deze dialoog zal de nota worden aangescherpt.
De gemeente wil de acties realiseren. Hierbij is de medewerking van burgers en bedrijven
noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft de kaders en uitgangspunten weer. In hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie in
Borger-Odoorn toegelicht. Hieruit ontstaat een helder beeld van de stand van zaken met
betrekking tot duurzaamheid. Om duurzame ontwikkeling te stimuleren is inzet van alle partijen
essentieel, hierbij is communicatie is één van de belangrijkste middelen. In hoofdstuk 4 wordt
hier op ingaan. Hoofdstuk 5 gaat in op de ambitie van de gemeente Borger-Odoorn. De
organisatie en financiering van de gemeente komt aan bod in hoofdstuk 6.
8
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Hoofdstuk 2 Uitgangpunten en kaders
2.1
Coalitieakkoord 2010-2014
Richtingen voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zijn terug te vinden in het coalitieakkoord
PvdA, CDA, VVD en ChristenUnie 2010-2014 “Bouwen op vertrouwen”. De belangrijkste
duurzaam (gerelateerde) zaken zijn:
- Gestreefd wordt naar erkenning van de gemeente Borger-Odoorn als Cittaslowgemeente.
Steekwoorden daarbij zijn: omgevingskwaliteit, landschap, cultuurhistorie en onthaasting;
- Duurzame ontwikkeling wordt in onze millenniumgemeente blijvend gestimuleerd. Er
komt een notitie duurzame ontwikkeling;
- Alles waar wij in de gemeente verantwoordelijkheid voor dragen dient op hoofdlijnen (en
zo nodig ook in detail) helder en inzichtelijk te zijn voor onze inwoners. Maar ook onze
inwoners dienen de mogelijkheid te hebben met de gemeente in gesprek te gaan ver wat
hen bezighoudt. Dan kan met onze inwoners op basis van goede verhoudingen en
heldere afspraken samengewerkt worden aan onze mooie gemeente. Een gemeente
waarin iedereen burgerparticipatie belangrijk vindt.
2.2
Toekomstvisie 2018
Goed en tijdig zicht op de langere termijn ontwikkelingen en wat wenselijk is in Borger-Odoorn,
maakt het voor het gemeentebestuur mogelijk om op korte termijn op een goede manier sturing
te geven aan beleid en om beargumenteerd een bepaalde beleidskeuze te maken. Op basis hiervan
is in 2009 de Toekomstvisie 2018 “Hoe verder je kijkt, hoe meer je ziet” vastgesteld.
In de Toekomstvisie 2018 zijn de ambities voor de komende jaren geformuleerd. Hiermee brengt
de gemeente haar wensen en belangen in beeld en is op een zorgvuldige manier onderbouwde
keuzes gemaakt. Dit op onder meer het gebied van wonen, werken, voorzieningen, economie,
landbouw, verkeer, recreatie en toerisme, natuur, landschap en cultuurhistorie. Dat zijn grote
maatschappelijke vraagstukken waarop ook Borger-Odoorn moet inspringen. De Toekomstvisie
2018 speelt in de Kadernota Duurzame Ontwikkeling een rol vanwege de overeenkomsten in een
aantal taken die in beide nota’s aan de orde worden gesteld.
Zoals duurzaamheid en energiebesparing zijn belangrijke ontwikkelingen en van groot belang.
Om als gemeente Borger-Odoorn een bijdrage te leveren aan het tegengaan van de
klimaatverandering is energiebesparing in alle sectoren een belangrijke en logische eerste stap.
Daarnaast is het nodig om het percentage duurzame energie in de energievoorziening te laten
groeien.
Als gemeente willen we op een breed front partijen met goede ideeën en initiatieven helpen die
hiertoe bijdragen.
2.3
Structuurvisie
De Toekomstvisie 2018 is een visie op hoofdlijnen. Daar staat in met welke thema’s de gemeente
de komende jaren aan de slag gaat, zodat de juiste keuzes worden gemaakt waar het gaat om
natuur, werkgelegenheid en leefbaarheid binnen de gemeente Borger-Odoorn. Voor de
praktische uitwerking ervan is in 2010 een – wettelijk verplichte - Structuurvisie vastgesteld.
De Structuurvisie geeft een integrale visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente
Borger-Odoorn voor de komende 10 jaar. In dit plan worden kansen beschreven die de
ruimtelijke kwalitatieve situatie optimaal maken. Deze visie brengt de gemeentelijke ruimtelijke
belangen in beeld aan de hand van de ruimtelijk relevante thema’s en trends. De Structuurvisie
haakt aan bij heel veel beleidsterreinen: wonen, werken, natuur, recreatie en voorzieningen.
9
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
De structuurvisie geeft richting aan ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven van overheid,
organisaties en marktpartijen. De visie zal onder andere vertaald worden in het nieuwe
bestemmingsplan buitengebied van Borger-Odoorn.
2.4
Cittaslow
De gemeente Borger-Odoorn is in 2010 toegetreden tot de Cittaslow gemeenschap.
Cittaslow is een internationaal keurmerk van gemeenten die op het gebied van natuur, landschap,
bewuste voeding, streekproducten, energie, cultureel, cultuurhistorisch en gastvrijheid tot de top
behoren. Het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving is het
allerbelangrijkste voor een Cittaslow gemeente. Dit betekent dat een gezond milieu, het
versterken van de landschappelijke kwaliteiten en een goede infrastructuur hoog op de agenda
van de gemeente staan. Doel van Cittaslow is dan ook om de bewustwording bij beleidsmakers,
instellingen, ondernemers en inwoners te versterken en hen te stimuleren om
verantwoordelijkheid te nemen voor de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Om dit te
bereiken is een Actieplan Cittaslow opgesteld. Dit plan bevat een overzicht van de stappen die al
gezet zijn en van de acties die in 2011 uitgevoerd worden.
Onder de kwaliteitsnorm van Cittaslow valt het proces van de Kadernota Duurzame
Ontwikkeling.
2.5
Milleniumgemeente
De ‘Millenniumgemeente’ campagne die aansluit op de mondiale VN Millenniumdoelen
campagne tegen armoede, biedt een kader voor internationale activiteiten van gemeenten en laat
zien hoe een gemeente de burger daarbij kan betrekken.
Een ‘Millenniumgemeente’ verbindt lokaal initiatief met de mondiale ontwikkelingsagenda.
Centraal hierin staan de volgende acht Millenniumdoelen:
1. Extreme armoede en honger zijn uitgebannen
2. Alle jongens en meisjes gaan naar school
3. Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten
4. Kindersterfte is sterk afgenomen
5. Minder vrouwen sterven door zwangerschap
6. De verspreiding van ziektes als AIDS en malaria is gestopt
7. Er leven meer mensen in een duurzaam leefmilieu
8. Er is meer eerlijke handel, schuldverlichting en hulp
De eerste zeven doelen moeten hoofdzakelijk worden gerealiseerd in de ontwikkelingslanden.
Het achtste Millenniumdoel beoogt verandering in de relaties tussen rijke en arme landen. Omdat
de abstracte Millenniumdoelen concreet vertaald moeten worden, hebben overheden, bedrijven
en maatschappelijke organisaties tal van projecten opgestart. Een dergelijk project is de campagne
voor Millenniumgemeenten.
Gemeenten kunnen binnen hun mogelijkheden namelijk een bijdrage leveren aan de
Millenniumdoelen, bijvoorbeeld door eerlijke fair trade-producten in te kopen en groepen binnen
de gemeente te stimuleren bij te dragen aan ontwikkelingsprojecten met een positief effect op
armoede, honger, milieu, educatie, mensenrechten of gezondheid. Op
www.millenniumgemeente.nl en www.fairtradegemeente.nl staat een groot aantal heel concrete
maatregelen beschreven die een gemeente kan uitvoeren als ‘Millenniumgemeente’.
Een klein deel van de mogelijke Millenniummaatregelen gaat over energie en klimaat, ook is er
overlap met het onderwerp duurzaam inkopen.
10
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Op 25 oktober 2007 heeft de gemeenteraad besloten om de millenniumdoelen te ondersteunen
en de gemeente Borger-Odoorn een Millenniumgemeente te laten zijn. Er is een werkgroep
gevormd uit raadsleden en ambtenaren die met voorstellen komen. Zo is in onze gemeente al het
een en ander gebeurd. De millenniumbus bezocht een aantal basisscholen en op het gebied van
duurzaamheid en spaarzaam omgaan met energie zijn verschillende maatregelen genomen.
2.6
Positie en afbakening van het plan
De nota zal als leidraad dienen voor het handelen van de gemeente als overheid. In grote lijnen
wordt beschreven hoe aan duurzaamheid binnen de diverse beleidsvelden concreet invulling
wordt gegeven De nota geeft deze hoofdlijnen voor het beleid in principe aan voor een beperkte
periode. Gegeven de technologische ontwikkelingen en de wenselijke tijd om actiepunten uit te
voeren wordt uitgegaan van een periode tot en met 2014.
De meeste actiepunten moeten via een uitvoeringsprogramma nader worden uitgewerkt. Deze
nota vormt hiervoor het raamwerk. De gemeente en externe partijen zoeken binnen de
uitvoeringsplannen en binnen de gestelde actiepunten het uitvoeringsniveau (ambitieniveau).
Zonder afbreuk te doen aan de totale ambities van dit plan is op projectniveau nog enige
flexibiliteit mogelijk.
2.7
Beleidskaders
2.7.1
Achtergrond en reikwijdte klimaatbeleid
Ons huidige Nederlandse energiegebruik en de wijze waarop we hierin uit primaire
energiebronnen voorzien, is momenteel niet duurzaam: veel van de gebruikte energie komt van
primaire bronnen met een beperkte voorraad, de uitstoot van CO2 en andere gassen zoals
methaan en lachgas zorgt (zeer waarschijnlijk) voor het versterkte broeikaseffect. De door ons
gebruikte energie zorgt ook nog voor andere schadelijke milieueffecten en onze energie komt
voor een deel vanuit niet-stabiele regio’s waardoor de energievoorziening op lange termijn
onzeker is. Diverse Nederlandse gemeenten zijn zich hiervan al langere tijd bewust en voeren een
beleid dat moet leiden tot een energiegebruik en een energievoorziening waarvoor
bovengenoemde bezwaren veel minder of niet gelden. Energiebeleid is actueel vanwege de
economische crisis.
Energiebesparing in woningen en scholen is een van de weinige geselecteerde
kabinetsmaatregelen voor de aanpak van de crisis met een win-win effect::
•
snel veel werkgelegenheid in de bouwsector met veel werklozen door kredietcrisis;
•
snel extra inverdieneffecten door kostenbesparing dankzij energiebesparing;
•
een van de goedkoopste manieren om CO2-emissies te reduceren.
11
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Fossiele energiebronnen
Het broeikasgas CO2 komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen (kolen, aardolie,
aardgas en hiervan afgeleide producten zoals benzine en diesel).
Fossiele energiebronnen:
•
veroorzaken bij winning, verwerking en transport schade aan landschap en milieu;
•
dragen bij verbranding bij aan verzuring (stikstofoxiden, zwaveldioxide), broeikaseffect
(kooldioxide) en fijn stofproblematiek;
•
zijn niet onbeperkt voorradig op aarde en vormen daarom een groeiende kostenpost;
•
zijn deels afkomstig uit politiek instabiele regio's.
Voor de gemeente Borger-Odoorn zijn de voordelen van investeringen in een lager gebruik
van fossiele energiebronnen:
Burgers: - Lagere (of gelijkblijvende) woonlasten door energiebesparing & lagere
kosten voor mobiliteit
Bedrijven: - Kostenbesparing op energie, meer innovatie, extra werkgelegenheid
Gemeente: - Belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven in de toekomst
- Betere leefomgeving
- Goed voor het imago van Borger-Odoorn
Trias Energetica
De Trias Energetica is een algemeen geaccepteerde prioriteitsvolgorde bij het kiezen van
maatregelen om te komen tot vermindering van de CO2-uitstoot. De in een bouwproces te
nemen stappen worden opeenvolgend genomen, zodanig dat eerst zoveel mogelijk maatregelen
uit stap 1 worden genomen; kan dit niet meer verantwoord gedaan worden, dan zoveel mogelijk
maatregelen uit stap 2 en tenslotte een eventuele restvraag met stap 3:
•
Stap 1: Beperken van onnodig energieverbruik, bijvoorbeeld door goede warmte isolatie.
•
Stap 2: Voor de resterende behoefte zoveel mogelijk duurzame energiebronnen inzetten:
biomassa, wind, water, zon etc.
•
Stap 3: Efficiënt gebruikmaken van fossiele energiebronnen indien stap 2 niet volstaat.
Bijvoorbeeld door optimaal gebruik te maken van hoogrendement cv-ketels.
Besparing is de eerste en meest noodzakelijke stap bij milieubescherming. Het tijdperk van een
ongebreidelde toevoer van goedkope energie is verleden tijd: fossiele brandstoffen worden
zeldzamer en dus duurder.
CO2-compensatie
Een extra stap na de Trias Energetica zou kunnen zijn om resterend fossiel energiegebruik te
compenseren. Gemeenten die hun eigen organisatie of wagenpark op korte termijn
klimaatneutraal willen hebben, kiezen vaak voor deze optie. De CO2-uitstoot kan elders
gecompenseerd worden door bijvoorbeeld bosaanplant, het opkopen van CO2-emissierechten
(ETS) of extra duurzame energiebronnen te realiseren. Dit laatste geeft veel meer zekerheid over
blijvende CO2-compensatie, maar is duurder. Een hectare bos neemt afhankelijk van tal van
factoren, ongeveer 10 ton CO2 per jaar op. Dit kost circa 1-5 euro per ton CO2 -compensatie per
jaar. In Nederland is het al snel een factor 8 duurder dan in een ontwikkelingsland. De gemeente
Den Haag compenseert haar CO2-emissie van de eigen organisatie door het geld dat zij voor
bosaanplant nodig zou hebben, in een lokaal klimaatfonds te steken, waaruit partijen binnen de
gemeente gebruik van maken. Zij krijgen dan korting op energiebesparende maatregelen of
duurzame energiebronnen, als dit leidt tot maatregelen die anders niet waren genomen.
12
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Bestuursakkoorden
Om de Rijksdoelen te behalen, heeft voormalige Minister van VROM in het najaar van 2007
bestuursakkoorden gesloten met de woningbouwcorporaties, het bedrijfsleven en de gemeenten.
In het bestuursakkoord met de gemeenten (dat namens de gemeenten door de VNG is getekend),
staat omschreven welke inspanningen worden geleverd door enerzijds het Rijk en anderzijds de
gemeenten. Belangrijke punten uit dit bestuursakkoord zijn:
- Gemeenten nemen het voortouw binnen hun eigen gebouwen en voorzieningen:
energielabeling in 2009, Taskforce Verlichting, 75% duurzaam inkopen in 2010 en 100%
in 2015;
- Gemeenten stimuleren energiebesparing: voorlichtingscampagnes, prestatieafspraken met
woningcorporaties en projectontwikkelaars, MJA-convenant (Meer Jaren Afspraken),
energie heeft prioriteit bij periodieke controles bedrijven;
- Gemeenten stimuleren duurzame energiebronnen: verdubbeling windenergie, ruimte
bieden in bestemmingsplannen, voortvarende vergunningverlening;
- Het Rijk zal ondermeer zorgen voor: een subsidieregeling als ondersteuning voor
gemeenten, een proefproject met extreem zuinige wagenparken.
Noordelijk Energieakkoord
In oktober 2007 is het ‘Noordelijk Energieakkoord’ gesloten. De partijen daarbij waren de
provincies Fryslân, Groningen, Drenthe en Noord-Holland samen met het ministerie van
Economische zaken en dat van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Deze
partijen hebben zich verbonden tot een gezamenlijke inzet op het gebied van energie. In maart
2008 hebben alle Drentse gemeenten ook het Energieakkoord ondertekend. Daarmee hebben ze
duidelijk gemaakt dat ze achter de doelen van het akkoord staan.
Klimaatverbond
Borger-Odoorn is lid van het Klimaatverbond: een statement dat klimaatbeleid een hogere
prioriteit moet krijgen. Het verbond is een dynamisch netwerk van 140 gemeenten, alle
provincies en 1 waterschap, dat samenwerkt aan projecten, kennis uitwisselt en belangen
behartigt om een effectief lokaal klimaatbeleid te verankeren.
Klimaatbeleid is volgens het Klimaatverbond zowel het verminderen van de uitstoot van
broeikasgassen als het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, alsook mondiale
samenwerking.
Doel is het bevorderen van een gezond milieu door ondermeer reductie van energieverbruik, het
opwekken van duurzame energie (zonne-energie, windenergie), het reduceren van de CO2uitstoot, hulp aan inheemse volkeren door projecten te ondersteunen, het vermijden van het
gebruik van niet duurzaam geproduceerd tropisch hardhout, het uitwisselen van informatie tussen
de leden en het stimuleren van milieuaandacht onder bevolking en bedrijfsleven.
Lidmaatschap schept formeel geen verplichtingen, maar veel leden van het Klimaatverbond waaronder ook Borger-Odoorn - doen mee aan activiteiten die mede door het Klimaatverbond
worden gesteund, zoals de warme truiendag.
2.7.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe. Naast de Omgevingsvisie
Drenthe is de provincie Drenthe bezig met het opstellen van een Structuurvisie ondergrond
Daarnaast heeft de provincie Drenthe hoge ambities op het gebied van klimaat- en energiebeleid.
Dit is vertaald in het ‘Programma Klimaat en Energie’. Hierin zijn de ambities van de provincie
Drenthe beschreven en wordt een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling naar een
klimaatbestendig Drenthe.
13
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Omgevingsvisie Drenthe (provincie)
Provinciale staten van Drenthe hebben op 2 juni 2010 de ‘Omgevingsvisie Drenthe’ vastgesteld.
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van
Drenthe voor de periode tot 2020. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen,
verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein.
De Omgevingsvisie Drenthe vervangt het tweede Provinciaal omgevingsplan (POPII) en is een
integratie van vier wettelijk voorgeschreven planvormen:
• de provinciale structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening;
• het provinciaal milieubeleidsplan op grond van de Wet milieubeheer;
• het regionaal waterplan op grond van de waterwetgeving;
• het provinciaal verkeers- en vervoersplan op grond van de Planwet Verkeer en Vervoer.
De Omgevingsvisie kent een duidelijke relatie met bestaande programma’s en plannen. Dat geldt
op landsdelig niveau (bijvoorbeeld de Gebiedsagenda Noord-Nederland), op regionaal niveau
(bijvoorbeeld Regiovisie Groningen-Assen), op provinciaal niveau (bijvoorbeeld provinciaal
Meerjarenprogramma) en uitwerkingen van het collegeprogramma van gedeputeerde staten
(bijvoorbeeld programma Klimaat en Energie). Deze programma’s en plannen zijn medebepalend
geweest bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie en worden benut bij de uitvoering ervan.
Bestaande bestuurlijke afspraken zijn gerespecteerd.
Structuurvisie Ondergrond (provincie)
De ‘Structuurvisie Ondergrond’ is een uitwerking van de Omgevingsvisie Drenthe. In de
Structuurvisie wordt vastgelegd hoe de provincie Drenthe de ruimtelijke ontwikkeling voor de
ondergrond van Drenthe richting willen geven. In de Structuurvisie Ondergrond staan
voorstellen voor het gewenste gebruik van gasvelden, zoutkoepels en waterlagen in de
ondergrond. Het gaat om diverse vormen van winning en opslag. Dat laatste kan tijdelijk of voor
altijd zijn. Het heeft vooral betrekking op gebruik van de ondergrond voor energie. Het betreft
beleid voor de volgende nu al bekende functies:
- warmte- en koude opslag
- winning van aardolie en aardgas
- gebruik van diepe waterlagen voor winning van geothermische energie
- gebruik van diepe waterlagen voor het opslaan van CO2
- gebruik van zoutkoepels voor winning van zout
- gebruik van zoutkoepels voor energieopslag in cavernes
- gebruik van zoutkoepels voor opslag van afval, gevaarlijk afval en radioactief afval
- strategische aardgasopslag in aardgasvelden
- biogasopslag in aardgasvelden
- injectie van formatiewater in aardgasvelden
- opslag van CO2 in aardgasvelden
Maar er zijn in de toekomst misschien ook andere gebruiksfuncties aan de orde.
Programma Klimaat en Energie
Provincie Drenthe heeft via haar programma Klimaat en Energie 2008-2011 de
kabinetsdoelstellingen vertaald naar provinciale doelstellingen. Met het Programma Klimaat en
Energie maakt de provincie Drenthe zich sterk voor het ontwikkelen van kennis, innovatie en
beleid op het gebied van klimaatverandering en energie.
14
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Het Collegeprogramma 2011-2015 van de provincie Drenthe verbindt de robuuste onderdelen
van het lopende programma Klimaat en Energie aan het Noordelijk energieakkoord. In dit
akkoord staat de overgang naar een duurzame energiehuishouding centraal.
Ten behoeve van de uitvoering van het provinciale programma Klimaat en Energie wordt ieder
jaar een actieplan opgesteld. In het actieplan wordt weergegeven welke inspanningen jaarlijks
worden verricht om de programmadoelstellingen te realiseren.
Gedeputeerde Staten hebben het Actieplan Klimaat en Energie 2010 vastgesteld.
De provincie heeft gekozen voor een uitvoeringsprogramma. Dat heeft alles
te maken met de aard van het klimaatvraagstuk. De provincie kan dat vraagstuk niet alleen
oplossen. Veel zal daarom afhangen van de andere partijen, zoals rijk, gemeenten, waterschappen,
marktpartijen en natuurlijk burgers.
Voor het uitvoeren van het programma is dus samenwerking en sterk partnerschap met
gemeenten noodzakelijk. Daarbij komt dat ook de gemeenten het Energieakkoord NoordNederland hebben ondertekend. Hierdoor hebben provincie en gemeenten zichzelf een harde
gemeenschappelijke taakstelling van CO2-emissiereductie en duurzame energieproductie
opgelegd.
Klimaatcontracten
Om de provinciale doelstellingen te kunnen realiseren is samenwerking met de Drentse
gemeenten noodzakelijk. Deze samenwerking is geconcretiseerd door het opstellen van een
klimaatcontract per gemeente, zo ook voor Borger-Odoorn.
In de vorm van een klimaatcontract hebben beide partijen concrete afspraken gemaakt voor
2010 en 2011 om de samenwerking te versterken, maatregelen effectiever maken en de slagkracht
van het programma vergroten.
In het klimaatcontract is opgenomen:
1. activiteiten die de gemeente Borger-Odoorn gaat ondernemen in de periode 2010-2011
2. gemeentelijke en provinciale financiële bijdrage
3. inspanningsverplichting om gelden van derden te genereren
4. ondersteuning vanuit de provincie (kennis en regie)
5. CO2-emissiereductie te bewerkstelligen
15
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Thema’s
In bijlage 1 is een schematisch overzicht weergegeven van de verschillende thema’s die onder
duurzame ontwikkeling vallen. In dit hoofdstuk wordt per thema aangegeven wat reeds is
vastgelegd in diverse beleidsstukken. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven welke
beleidsstukken de basis zijn voor deze nota.
3.1
Duurzame mobiliteit
De inrichting van verkeersstromen en openbare ruimte hebben grote invloed op de leefkwaliteit
binnen de gemeente. Daarnaast heeft de kwaliteit van de leefomgeving ook grote invloed op de
sociale structuur en draagkracht van burgers en bedrijven. De mobiliteit is nog steeds groeiende
en economische ontwikkelingen vragen goed gemeentelijk beleid ten aanzien van infrastructurele
voorzieningen, openbaar vervoer, bereikbaarheid en (verkeer) veiligheid.
Het in 2000 vastgestelde Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vormt de basis voor
het te voeren verkeer- en vervoerbeleid. In het GVVP staat centraal het verbeteren/vergroten
van de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid met eigen (auto, fiets) en openbaar vervoer. De
uitgangspunten van de visie Duurzaam Veilig spelen een centrale rol in het plan. Dit beleid is
gericht op vier pijlers, namelijk:
1. Veiliger maken van de infrastructuur;
2. Verkeersveiligheid inbrengen in de ruimtelijke ordening;
3. Mobiliteitsbeleid: stimuleren fietsgebruik en gebruik openbaar vervoer;
4. Gedragsbeïnvloeding.
In het kader van Duurzaam Veilig heeft de gemeente Borger-Odoorn de afgelopen jaren vele
maatregelen genomen. Het herinrichten van gevaarlijke wegvakken en kruisingen heeft zich de
afgelopen jaren vooral gericht op het veiliger maken van kruisingen door de aanleg van rotondes,
maatregelen om de snelheid te verlagen en aanleg van fietsvoorzieningen. Een deel van de
woongebieden in de gemeente is reeds ingericht als 30 km gebied en wordt autoluwheid in de
kern gestimuleerd. Waar mogelijk wordt gebruik van openbaar vervoer en de fiets gestimuleerd.
Het invoeren van Duurzaam Veilig is een lang proces en is continu in ontwikkeling. Steeds weer
komen er nieuwe bevindingen in de jaren na de invoering van Duurzaam Veilig maatregelen.
Tevens wordt de uitvoering van het Duurzaam Veilig beleid steeds meer gedecentraliseerd.
Daarnaast is een verdieping van de veiligheidsgedachte ontstaan in de vorm van Shared Space.
Een manier om de weg in te richten volgens de menselijke maat en rekeninghoudend met de
omgeving van de weg. De huidige inrichting van wegen met drempels, chicanes en dergelijke
heeft een acceptatiegrens bereikt bij bewoners en weggebruikers. Hier komt de nadruk te liggen
op een andere inrichting voor verblijven en op de beïnvloeding van het mobiliteits- en rijgedrag.
De Duurzaam Veilig aanpak heeft ten doel om bewoners zelf en gezamenlijk verantwoordelijk te
maken voor de gevolgen van de eigen gedragskeuzes. Het Shared Space concept komt hieraan
deels tegemoet. Hiermee ligt een zwaarder accent op de inrichting van de openbare ruimte.
Het opraken van de fossiele brandstoffen en de landelijke aandacht voor duurzame mobiliteit
en alternatieve brandstoffen biedt een duidelijke kans om de kwaliteiten ‘rust en ruimte’ in
Borger-Odoorn voor de toekomst veilig te stellen. Hierdoor wordt de gemeente aantrekkelijk
voor recreanten en inwoners.
16
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
3.2
Duurzaam ondernemen
3.2.1
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
De aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (hierna MVO genoemd) ligt in het
verlengde van die voor duurzaamheid of duurzame ontwikkeling. MVO betekent dat naast het
streven naar winst (profit) ook rekening wordt gehouden met het effect van economische
activiteiten op het milieu (planet) en dat er ook oog is voor menselijke aspecten binnen en buiten
het bedrijf (people). Het gaat er om een balans te vinden tussen people, planet en profit. Bij
MVO spelen alle kernprocessen van het bedrijf een rol, van inkoop en productie tot
personeelsbeleid en marketing.
Voor bedrijven is het winstgevend te investeren in MVO. Het levert vele voordelen op zoals
imagoverbetering, innovatiemogelijkheden en besparingen. De gemeente Borger-Odoorn staat
positief tegenover bedrijven die, behalve naar hun economisch rendement, ook bewust letten op
de mate van profijt voor mens en milieu. Belangrijk aspect is dat MVO veel aanknopingspunten
biedt voor samenwerking. Een betere samenwerking en afstemming tussen bedrijven leidt in de
meeste gevallen ook tot winstmaximalisatie. De gemeente wil het nastreven van duurzaamheid
bevorderen en hierin faciliterend/bemiddelend en stimulerend optreden. Dit onder andere door
inzicht te geven in subsidiemogelijkheden voor duurzame maatregelen en het openstellen van een
loketfunctie voor bedrijven.
3.2.2
Cradle to Cradle
De Cradle-to-Cradle (“C2C” – van de wieg tot de wieg) filosofie bouwt voort op de Brundtland
definitie van duurzaamheid. Zij wil voorzien in onze eigen noden, maar ook de toekomstige
generaties van meer mogelijkheden voorzien. Het motto daarbij is: probeer goed te zijn in plaats
van minder slecht! Dus grote milieustappen, in plaats van iets meer efficiëntie.
De kern van Cradle to Cradle ligt in het concept: afval is voedsel. Alle gebruikte materialen
zouden na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product.
Hierbij zou geen kwaliteitsverlies mogen zijn en alle restproducten moeten hergebruikt kunnen
worden of milieuneutraal zijn.
De drie basisregels van Cradle to Cradle zijn:
1. Afval = voedsel;
2. Zon is de energiebron;
3. Respect voor (bio)diversiteit.
Cradle to Cradle is uitgebracht in een boek van William McDonough en Michael Braungart
'Cradle-to-Cradle: Remaking the Way We Make Things'.
3.2.3
Economische ontwikkeling
De gemeente Borger-Odoorn heeft meerder bedrijventerreinen. De gemeente wil samen met
ondernemers een brug slaan naar de toekomst door het verhogen van het kwaliteitsniveau en de
bereikbaarheid van de bedrijventerreinen en het versterken van de onderlinge samenwerking
tussen ondernemers. Duurzaamheid is hierbij een centraal uitgangspunt. Duurzaamheidsaspecten
kunnen tot uitdrukking komen op kavel en gebouwniveau (producten) en openbare ruimte (o.a.
groenvoorziening en verlichting).
17
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Op het platteland van Borger-Odoorn vindt een groot aantal economische activiteiten plaats.
Naast toerisme en natuurbeheer wordt er met name in de landbouw gewerkt. In de landbouw
vindt naast het doorontwikkelen van bedrijven en (beperkte) schaalvergroting ook verbreding
plaats naar functies als landschapsonderhoud, natuurbeheer, recreatie en zorg. Ook in de
agrarische sector wordt gewerkt aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid.
Het verbeteren van de verkaveling, waterverbetering en bereikbaarheid, zoals wordt gerealiseerd
in de landinrichting Odoorn, is een aspect dat hiermee samenhangt. Als gemeente zijn we hierbij
nauw betrokken. Ook projecten op het gebied van multifunctionele landbouw bieden kansen om
duurzaam in dit gebied functies te combineren op het platteland. De gemeente wil hierbij de
agrarische ondernemers faciliteren.
Daarnaast is er binnen de gemeente aandacht voor streekeigenheid en het ontwikkelen van
streekproducten.
Borger-Odoorn zal primair de reeds bestaande duurzame particuliere initiatieven onderzoeken en
in kaart brengen. Daarna kan worden gekeken naar de ondersteuningsbehoefte van deze
initiatieven én de mogelijkheden van deze initiatieven om van elkaar te leren. Borger-Odoorn kan
hierbij niet alleen aansluiten, maar ook faciliteren.
3.2.4
Recreatie en toerisme
Toerisme en recreatie is een belangrijke pijler onder de lokale economie van Borger-Odoorn en
heeft een groeipotentie. Het is dan ook de ambitie om het toeristisch-recreatief product in de
gemeente Borger-Odoorn verder te ontwikkelen. Hierbij gaat het enerzijds om te voorzien in de
recreatiebehoeften van de eigen inwoners, anderzijds ook van de toeristen die naar onze
gemeente komen. Bij deze ambitie staan we een duurzame ontwikkeling voor.
3.2.5
Vergunningverlening en handhaving
De gemeente heeft een belangrijke adviserende rol naar bedrijven vooral ook bij het afgeven van
vergunningen en bij handhaving. In het (voor)overleg met de aanvrager van de vergunning
kunnen duurzaamheidsaspecten aan de orde worden gesteld. De belangrijkste vergunning met
effecten voor duurzaamheid is de omgevingsvergunning. De vergunningverlener moet
beoordelen of de gevraagde activiteit past binnen de wettelijk toegestane mogelijkheden. Een
vraag die in de beoordeling bijvoorbeeld nog niet aan de orde komt is of de vergunde activiteiten
ook op een andere, maar duurzame wijze, kunnen worden uitgevoerd. Hier kan dus nog
aanvulling van de procedure plaatsvinden.
Maar vooral ook belangrijk is het signaleren van kansen op het gebied van duurzaamheid en het
stimuleren van bedrijven die voorlopen met innovatieve ideeën. Van belang is bij nieuwe
bestemmingsplannen of bij actualisatie van bestemmingsplannen te onderzoeken in hoeverre
uitdagende condities kunnen worden gecreëerd die duurzame bedrijvigheid uitlokken
18
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
3.3
3.3.1
Duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen gemeente Borger-Odoorn
Duurzaam bouwen en verbeteren is in de gemeente Borger-Odoorn al jaren speerpunt van
gemeentelijk beleid en is ook in Drenthe gemeengoed geworden in discussies over ruimtelijke
plannen en bouwprojecten. De Provincie en gemeenten hebben duurzaam bouwen opgenomen
in hun plannen voor ruimtelijke ordening. Er is een infrastructuur ontstaan van bestuurders,
opdrachtgevers en bouwers, die duurzaam bouwen uitdragen en kennis hebben om projecten van
de grond te tillen. Er zijn nieuwe materialen en technieken ontwikkeld, waarmee de doelstellingen
om duurzaam, gezond en comfortabel te bouwen kunnen worden waargemaakt. Er zijn
spraakmakende voorbeeldprojecten gerealiseerd. Tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat er
nog veel werk is te verzetten. Vooruit kijken is nodig!
In bijlage 3 is een overzicht weergegeven van reeds gerealiseerde projecten.
3.3.2
Duurzaam Bouwen Nieuwe Stijl
Zoals gezegd duurzaam bouwen en verbeteren is in de gemeente Borger-Odoorn al jaren
speerpunt van gemeentelijk beleid. Zo wordt de projectmatige bouw alleen gegund aan die
ondernemer /ontwikkelaar die bereid is vergaande duurzame maatregelen op te nemen in zijn
plannen. Deze maatregelen beperken zich niet slechts tot duurzaam bouwen in de zin van
energiebesparende c.q. woonlastenverlagende maatregelen maar ook met de toepassing van
zoveel mogelijk duurzaam geproduceerde materialen. Ook aan de aspecten duurzaam veilig,
politiekeurmerk, duurzaam bruikbaar, levensloopbestendig, zongerichte verkaveling en
afkoppeling verhard oppervlak wordt uitvoerig aandacht besteed en in de plannen verwerkt.
Daarnaast draagt duurzame ruimtelijke planvorming tevens bij aan het behoud en de
ontwikkeling van waardevol natuur- en cultuurlandschap en biodiversiteit en creëert een leefbare
woon- en werkomgeving met waardevol groen en blauw en een lage milieubelasting.
De stedenbouwkundige kwaliteit is eveneens een punt van bijzondere aandacht. Zowel in
herstructureringsgebieden als in de nieuwe uitleg worden (beeld)kwaliteitsplannen opgesteld. Aan
de inpassing in de bestaande omgeving wordt nadrukkelijk aandacht besteed.
Duurzaam bouwen is opgenomen in het bestuursprogramma.
In bijlage 3 is weergegeven wat Duurzaam Bouwen Nieuwe Stijl inhoudt.
19
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
3.3.3
Woonplan
De komende jaren zal de woonlastencomponent stijgen doordat ook energiekosten toenemen.
Hier wil de gemeente voortvarend op in spelen, zowel in de bestaande huur- en
koopwoningvoorraad als in de nieuwbouw. Tevens draagt de gemeente hiermee bij aan
klimaatdoelstellingen en het beperken van de CO2-uitstoot.
- De stijging van de woonlasten van de huurder wordt meer veroorzaakt door de stijging
van de energieprijzen dan door de stijging van de huurlasten. Een goede isolatie van
bestaande huurwoningen is van belang om de stijging van de woonlasten binnen de
perken te houden. De gemeente heeft dan ook in de prestatieafspraken met de
corporaties vastgelegd dat de corporaties zich ervoor inzetten om het bestaande
woningbezit te verbeteren tot energielabel C. Dit, voor zover de woningen in exploitatie
blijven.
- Ook in de koopsector wil de gemeente het aanbrengen van duurzame maatregelen die de
energiezuinigheid van de woning vergroten, stimuleren. De gemeente werkt dit uit in haar
duurzaamheidsbeleid.
- Sinds 2006 beschikt de gemeente over de regeling “Duurzaam Goedkoper”, een regeling
waarbij de gemeente subsidie verstrekt als de nieuwbouwwoning over een lagere EPC
beschikt (dus energiezuiniger) dan in het Bouwbesluit wordt geëist.
De Regeling “Duurzaam Goedkoper” zal ook in de komende jaren worden voortgezet.
3.4
3.4.1
Duurzaam beheer en openbare ruimte
Duurzaam groenbeheer
De beleving van de natuur is een belangrijk aspect in het beleid. Mensen moeten kunnen
wandelen in de natuur en moeten de natuur kunnen proeven en ruiken.
In natuurbeleid en groenbeleid profiteert niet alleen de aarde ‘planet’ van duurzame activiteiten,
ook de gebruikers ‘people’ profiteren daarvan. Zo zullen burgers langer in een groene en veilige
wijk willen blijven wonen. Dit maakt de wijk, de wijkvoorzieningen en de huizen per definitie al
duurzamer. De groenbeleidsvisie 'Onze Groene Ruimte' legt de hoofddoelstellingen van het
groenbeleid vast en benoemt de beleidsthema's groen. Uitwerking van deze beleidsthema's vindt
plaats in de nota 'Groen moet je doen'. Het onderhoud van de groene openbare ruimtes gebeurt
in principe op duurzame en ecologische grondslag, om de esthetische, ruimtelijke, educatieve,
ecologische, milieuregulerende en recreatieve functies te waarborgen.
Borger-Odoorn heeft geen bomenbeleidsplan vastgesteld, maar voorafgaand aan de opstelling
van de groenbeleidsvisie heeft wel een inventarisatie van het groen en het bomenbestand
plaatsgevonden.
Groenstroken en ecologische verbindingszones zijn belangrijk om een zogenaamde groene gang,
corridor, te creëren naar bepaalde natuurgebieden. Het zijn ontsnappingsgebiedjes waar dieren
zich korte tijd, veilig kunnen ophouden. In de ontwikkelingen wordt rekening gehouden met deze
wenselijke of mogelijke gebieden.
20
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
De gemeente voert jaarlijks bermonderhoud en plantsoenenonderhoud uit. Het betreft hier vaak
maai-, zaai-, plant- en snoeiwerkzaamheden. Dit bermonderhoud gebeurt nu reeds op een
ecologische grondslag. Hierin is opgenomen:
•
Maaien en afvoeren.
•
Maaitijd en daarmee zorg voor behoud van zaden.
•
Begrazing door vee.
Voor het in stand houden en verhogen van de biodiversiteit is het belangrijk dat het broed- en
bloeiseizoen wordt afgemaakt voordat ernstig verstoringen, door bijvoorbeeld
maaiwerkzaamheden, plaatsvinden. Dit mag uiteraard nooit ten koste gaan van de openbare- en
verkeersveiligheid.
Sinds januari 2011 is de gemeente Borger-Odoorn toegetreden tot de “Coalitie Biodiversiteit”.
De leden van de coalitie zetten zich in om biodiversiteit onder de aandacht van een breed publiek
te brengen. Burgers, overheden, organisaties en bedrijven worden aangespoord en ondersteund
om meer samen te werken voor het behoud en het duurzame gebruik van onze steeds schaarser
wordende natuurlijke hulpbronnen, waarvan biodiversiteit een essentieel onderdeel vormt.
Voor het bestrijden van onkruid op verharding is, in gebieden waar hemelwaterafvoeren zijn
afgekoppeld van het vuilwaterriool, het beleid om in plaats van gif te gebruiken, gebruik te maken
van milieuvriendelijke manieren zoals het gebruik van heet water en borstelen.
3.4.2
Ruimte en Ruimtelijke Ontwikkeling
Een duurzaam landschap is een gebied waar mensen graag in wonen, werken en recreëren zonder
dat dit een zware belasting voor de omgeving vormt. Het beheer en de ontwikkeling van de
ruimte moet hier nadrukkelijk op ingaan. De reikwijdte hiervan voor Borger-Odoorn beperkt
zich voornamelijk tot het opstellen bestemmingsplannen, het vormgeven van nieuwe
ontwikkelingsgebieden (groot en klein) en het maken van plannen over de bereikbaarheid en de
beeldkwaliteit. De gemeente beheert voor een deel het gebied met deze ruimtelijke plannen.
Een gebied is duurzaam als mensen er ook graag en lang in blijven wonen. Hierbij dient de
woonkwaliteit hoog te zijn en te blijven. In de ontwikkelingen van het landschap en in de
stedenbouwkundige ontwikkelingen speelt dit brede spectrum van duurzaamheid een rol. Voor
onder andere het buitenstedelijk gebied heeft Borger-Odoorn reeds de Structuurvisie geschreven
waar aandacht wordt gevraagd voor duurzame ontwikkeling.
Bestemmingsplannen
Bestemmingsplannen geven de juridische kaders voor de ruimtelijke ordening en zijn bindend
voor iedereen. Een bestemmingsplan zegt iets over het gebruik van de grond en de opstallen en
het bepaalt de bouwmogelijkheden.
21
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Op het thema duurzaamheid geeft het bestemmingsplan de mogelijkheid om:
•
bepaalde activiteiten te weren;
•
te zorgen voor een goede balans in: natuurwaarden, waterbeheer, bodem- en
luchtkwaliteit door:
voorschriften op te nemen voor parkeergelegenheid;
voorschriften op te nemen die zorgen voor voldoende waterinfiltratie in het
gebied;
voorschriften op te nemen die zorgen voor behoud van groen,
biodiversiteitverhogende aspecten* en natuurontwikkeling;
voorschriften op te nemen die het bebouwde oppervlakte compact houden;
voorschriften op te nemen die bepaalde bodem- en of luchtverontreinigende
activiteiten weren;
•
kaders te geven voor mobiliteitsvraagstukken (waar komen wegen, ontsluitingen,
fietspaden etc.);
•
voorschriften of mogelijkheden op te nemen om duurzame energie installaties te
ontwikkelen.
* In de nog op te stellen Bestemmingsplan buitengebied zal onder andere aandacht geschonken
worden aan biodiversiteitverhogende aspecten.
3.5
3.5.1
Duurzame leefomgeving
Cultuur en Maatschappij
Een duurzame opbouw van de maatschappij is nauwelijks door een gemeente te beïnvloeden.
Hiervoor is de maatschappelijke opbouw te complex en van te veel factoren afhankelijk. Wat wel
te beïnvloeden is, is enerzijds de kennis over armoede, de cultuur en de maatschappij. Anderzijds
kan de gemeente actief werken aan het creëren van scholingsmogelijkheden en
ontmoetingsplaatsen en mogelijkheden. Anders: we maken wijken waar we elkaar, gepland en
ongepland, ontmoeten en waar we ons langere tijd kunnen ontwikkelen. Met name is de aandacht
voor de jongeren hierin belangrijk.
Het werkveld geeft nadrukkelijk aan dat moet worden geïnvesteerd in de brede educatie, de
betrokkenheid van ouders in de kind-school relatie en de inzet om kansarmen op weg te helpen.
Onder de sociale dimensie van duurzaamheid verstaan we het scheppen van voldoende
voorwaarden en het leggen van verbindingen tussen (groepen van) burgers om te bevorderen
dat iedereen op zijn of haar manier volwaardig kan deelnemen aan de samenleving. De meeste
burgers kunnen dat op eigen kracht en zijn zelfredzaam. Kwetsbare groepen kunnen dat vaak
niet en hebben de solidariteit en hulp nodig van de samenleving. Want ook zij hebben recht
op een volwaardig bestaan.
Het beleid is er op gericht om bruggen te bouwen en sociale cohesie te bevorderen. Een sterke
sociale structuur is een belangrijke voorwaarde om op harmonieuze wijze samen te leven. Een
sterke sociale structuur kan voorkomen dat een tweedeling ontstaat tussen zwak en sterk, tussen
arm en rijk, en tussen oud en jong
22
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Met de komst van de Wmo hebben gemeenten de plicht om kwetsbare burgers te compenseren,
voor eventuele beperkingen. De Wmo dient binnen deze grenzen zo goed mogelijk en zo
ruimhartig mogelijk toegepast te worden. Bij dit alles is het van belang, dat het algemene niveau
van zorgvoorzieningen in Borger-Odoorn gehandhaafd en waar mogelijk versterkt wordt. Een
uitwerking van deze maatschappelijke pijler van duurzaamheid wordt verder gestalte gegeven in
de beleidsplan Wmo 2008-2012. Hierin staan prestatievelden genoemd. Eind 2011 zal naar
verwachting deze nota geactualiseerd worden, hierin zal ook sociale duurzaamheid worden
opgenomen.
Cultuur
De cultuur is belangrijk in een samenleving. Het behoud van cultuurerfgoed en cultuurwaarden
blijft dus belangrijk. In de Toekomstvisie 2018 en de cultuurnota is beschreven dat BorgerOdoorn de bestaande monumenten en oorspronkelijke landschapselementen en vormen zo veel
mogelijk zal behouden of regenereren. Behoud en versterking van cultuurerfgoed zal de
kernkwaliteiten van een landschap versterken. Door versterking van de kwaliteiten wordt een
impuls gegeven aan het landschap.
Samenleving
Leefbaarheid wordt voor een groot gedeelte bepaald door zaken als onderling contact, veiligheid
en het kunnen rondkomen. Leefbaarheidsvraagstukken dienen dan ook vanuit de burgerkant
benaderd te worden. Weten welke behoeften er zijn en wat de mensen bezighoudt.
Als overheidsorgaan zal de gemeente dus veelal moeten voorzien in en faciliteren bij:
buurtcontact, activiteiten in de wijken, vertrouwen scheppen door positieve communicatie,
positieve acties brengen en vooral laten zien tevreden te zijn met de burgers.
Internationale samenwerking en ontwikkelingssamenwerking
Internationale samenwerking gebeurt met het oog op wederkerigheid en op basis van gelijkheid.
Zij leren van ons, wij leren van hen. Zoals de term ontwikkelingssamenwerking al aangeeft, is
samenwerking cruciaal. Om te voorkomen dat arme landen afhankelijk blijven van rijke landen
staan ervaringen, vaardigheden en kennis van mensen in de ontwikkelingslanden centraal.
In 2000 zijn mondiaal acht doelstellingen geformuleerd die voor 2015 bereikt moeten zijn. Dit
zijn de zogenaamde millenniumdoelen (zie hoofdstuk 2 en begrippenlijst). Deze
millenniumdoelen vormen wereldwijd de leidraad voor ontwikkelingssamenwerking. BorgerOdoorn zal binnen haar mogelijkheden actief meewerken aan het behalen van deze
millenniumdoelstellingen.
De gemeente Borger-Odoorn maakt deel uit van de regio zuidoost Drenthe. De gemeente maakt
echter ook deel uit van de Europese gemeenschap. Het is van groot belang dat alle inwoners van
de gemeente, maar vooral ook het gemeentebestuur en de ondernemers zich dit realiseren, omdat
over ongeveer 10 jaar bijna alle subsidies voor nieuw te ontwikkelen beleid vanuit “Brussel”
zullen worden toebedeeld. De Europese gelden worden steeds nadrukkelijker gekoppeld aan
activiteiten en projecten die in Europees verband van belang zijn en waar Europese partners (in
dit geval lokale overheden binnen de Europese Gemeenschap) hun voordeel mee kunnen doen.
23
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
De gemeente Borger-Odoorn wil op het gebied van samenwerking met andere lokale overheden
in Europa een rol vervullen. De gemeente beschikt op een aantal terreinen over kennis en
ervaring die van belang kan zijn voor andere gemeenten in Europa:
•
op het gebied van specifieke waterbeheersing - de gemeente heeft geparticipeerd in het
project “No Regret” en zal bij de uitwerking van dit plan deelnemen in het project
“Ruimte voor water” met de pilot “Wijken voor water” in Nieuw-Buinen;
•
op het gebied van de oudste historie van het gebied; gebundeld in wetenschappelijke
kennis en de vertaling hiervan naar toeristisch- recreatieve functies;
•
integrale benadering van probleemwijken, waarbij inwoners zowel op wijkniveau als
persoonsniveau worden ondersteund;
•
demografische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan op tal van beleidsterreinen,
bijvoorbeeld “Healthy Aging”.
3.5.2
Milieu
Milieuthema’s zoals geluid en giftige stoffen vallen buiten deze kadernota. Deze vallen onder het
Milieubeleidsplan 2011-2014. Wel zijn er raakvlakken tussen milieubeleid en ander
(duurzaam)beleid:
• problematiek van fijn stof (luchtkwaliteit) en goed binnenklimaat (scholen);
• negatieve consequenties van het autogebruik voor het milieu (o.a. geluidsoverlast);
• verkeersveiligheid;
• behouden en versterken van de groenstructuur;
• waterbeleid (wateroverlast, droogte, waterkwaliteit, gevolgen van klimaatverandering);
• rioleringsbeleid (chemische onkruidbestrijding op verhardingen).
Water, bodem en lucht en licht
De specifieke milieuthema’s water, bodem en lucht en afval worden hier met name kwalitatief
beschreven. Lucht en water hebben een grensoverschrijdend karakter; luchtverontreinigingen en
waterverontreinigingen stoppen namelijk niet bij een geografische grens. In de Europese Unie
worden daarom ook de volgende doelen gesteld:
- Het opzetten van sterke samenwerkingsverbanden tussen publieke en private sector en
Stakeholders;
- Uitwisselen van kennis en technologie;
- Bewustwording creëren;
- Versterken van samenwerking in het kader van grensoverschrijdende problematiek.
De gemeente Borger-Odoorn kan op haar eigen manier een bijdrage leveren aan het verbeteren
van de water-, bodem- en luchtkwaliteit en de Europese doelstellingen.
24
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
3.5.2.1 Water
Borger-Odoorn heeft in december 2004 het Waterplan Borger-Odoorn vastgesteld. Hierin is
opgenomen wat duurzaamheid betekent voor oppervlakte-, grond-, afval-, en hemelwater.
Bovendien staat erin beschreven hoe met water in de gemeente om te gaan.
De waterkwaliteit is niet alleen belangrijk voor de gezondheid (drinkwater, besproeien van
groentetuinen of het vervaardigen van voedsel), maar ook van cruciaal belang voor het behoud
en bevorderen van de natuurwaarden en de natuurbeleving. In Borger-Odoorn speelt water een
belangrijke rol: het Hunzedal is hier van groot belang. Water is te onderscheiden in diverse
stromen zoals hemelwater en oppervlaktewater.
Kwaliteit
Borger-Odoorn zal conform het waterplan de kwaliteit van de diverse waterstromen verbeteren,
door het voorkomen van deposities, uitloging, emissies en vermenging.
Hoeveelheid
De hoeveelheid benodigd water moet indien mogelijk worden beperkt. Voor proceswater (water
dat burgers en bedrijven gebruiken, niet zijnde drinkwater) kan hemelwater of grijs water (water
afkomstig van douche, bad, wasmachine) gebruikt worden. Het stimuleren en verwerken van
alternatieve afvalwateraansluitingen wordt dan ook in bestemmingsplannen en bouwplannen
verwerkt.
Beleving
Water moet je kunnen beleven. In nieuwbouwprojecten maar ook in herstructurering dient water
als ‘beleefbaar’ element in het landschap opgenomen te worden. Dit kan onder andere door
wadi’s aan te leggen of door sloten en lopen naar de woningen toe te trekken.
Stand-still
In de vierde nota waterhuishouding is het stand-still beginsel beschreven.
In bestemmingsplannen betekent dit concreet dat:
- het verharde oppervlakte tot een minimum beperkt wordt;
- het regenwater kan infiltreren in het eigen gebied;
- de infiltratie van water in de bodem wordt bevorderd;
- de afvoer van hemelwater wordt vertraagd;
- overtollig water wordt opgeslagen in retentiebekkens.
3.5.2.2 Bodem
De bodem heeft een minder grensoverschrijdend karakter dan water en lucht vanwege de
relatieve immobiliteit van verontreinigingen. Echter door grondwater en bodemverplaatsing
bestaat dit risico wel. Voor wat betreft de kwaliteit en de mogelijkheden om bodem te verplaatsen
is inzicht nodig.
Borger-Odoorn heeft voor het eigen grondgebied een bodemkwaliteitskaart en een
bodembeheersplan vastgesteld. Met name in de kernen is dit belangrijk omdat de dynamiek
(bouwen, verbouwen, herstructurering) binnen de kernen groot is. Door het opzetten en telkens
actualiseren van een bodemkwaliteitskaart wordt de bodemkwaliteit, gezôneerd, in beeld
gebracht. Met hulp van het bodembeheersplan kan grond uit een bepaalde zône in principe naar
andere zônes worden gebracht zonder aanvullend onderzoek. Dit sluit tevens verslechtering van
de bodemkwaliteit uit.
25
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
3.5.2.3 Lucht
Luchtverontreiniging en fijnstof zijn steeds belangrijker geworden bij nieuwe ontwikkelingen. Of
het nu bedrijven, complete bedrijventerreinen of woningbouwlocaties betreft, de luchtkwaliteit
dient te worden getoetst. Het kabinet kiest in de strijd tegen luchtvervuiling voor vier 'sporen':
1. Maatregelen: Het kabinet stimuleert onder andere roetfilters en schoner openbaar
vervoer;
2. Wetten en regels: Een wijziging in de Wet milieubeheer maakt het mogelijk een soepelere
afweging te maken tussen ruimtelijke ontwikkelingen en luchtkwaliteit;
3. Internationaal: Nederland wil vooral strengere EU- normen voor de uitstoot van auto's,
vrachtwagens en vaartuigen;
4. Uitvoering: Overheden werken samen aan het nemen van maatregelen en bedenken van
oplossingen om overal de EU-grenswaarde voor luchtkwaliteit te halen.
Borger-Odoorn is niet verplicht om een actieplan luchtkwaliteit op te stellen. Uit onderzoek van
de provincie Drenthe is gebleken dat de lucht in de gemeente Borger-Odoorn voldoet aan de
normen.
3.5.2.4 Licht
Lichthinder ontstaat door bijvoorbeeld een teveel aan lantaarnpalen of kassencomplexen die het
natuurlijke donker hinderlijk verstoren door een gloed van licht. Natuur en milieuorganisaties zijn
hierom projecten gestart onder de term: “laat het donker donker ”. Een van de (structurele) acties
is “de nacht van de nacht”. Een meer fysieke en technologische oplossing is dimbare of
uitschakelbare lantaarnpalen.
In het binnenstedelijk gebied en op bedrijventerreinen is aandacht voor sociale veiligheid echter
altijd een issue en mag donker nooit ten koste gaan van de veiligheid.
Door de gemeente is een Openbaar Verlichtingsplan vastgesteld, waarin met het bovenstaande
rekening wordt gehouden. Door het toepassen van energiezuinige lampen en duurzame
materialen. Tevens zal terughoudend omgegaan worden met verdere uitbreidingen van de
openbare verlichting in het buitengebied. Bij de doorgaande wegen wordt de verlichting in de
nachtelijke uren elektronisch gedimd.
3.5.2.5 Afvalverwerking
Afval wordt niet langer gezien als iets waar je zo snel mogelijk vanaf moet, maar wordt steeds
meer gezien als een drager van energie waarmee je zorgvuldig moet omgaan. Vooral toekomstige
preventie van afval geniet daarom de hoogste prioriteit. Werken met Diftar (differentiatie van de
tarieven van afvalstoffenheffing) is weliswaar een goed begin, maar mogelijk niet toereikend om
dit doel ter realiseren. Met gerichte communicatie naar bedrijven en burgers en gebruik van
nieuwe technieken om afval om te zetten in energie wordt zoveel mogelijk getracht kringlopen te
sluiten.
Gescheiden inzameling van afvalstromen
Naast de bekende gescheiden stromen voor grijs en groen, grof afval, glas, oud papier, textiel en
klein chemisch afval wordt sinds 2010 ook kunststof verpakkingen apart ingezameld. Dit in
verband met het realiseren van hergebruiksdoelstellingen uit het Besluit ‘Beheer verpakkingen
papier en karton’.
In de Notitie deelstromen afvalbeleid wordt de huidige inzameling van afval weergegeven.
26
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
3.5.2.6 Duurzame energie
Passief gebruik van zonnewarmte is gratis en mogelijk bij huizen die goed op de zon gericht staan
of hiervoor speciaal zijn ingericht. Om de aanschaf van zonneboilers en zonnepanelen door
particulieren te stimuleren kan men gebruik maken van de regeling Duurzaam Goedkoper.
Zuiniger verlichting aanbrengen is een reële mogelijkheid. In bestaande bouw, maar ook langs
openbare wegen. Door slimmer schakelen, dimmen van lichtniveau (uiteraard met behoud van
sociale veiligheid), vermindering van het aantal verlichtingsuren en het aanbrengen van ledlampen zal een energiebesparing in de openbare verlichting worden gerealiseerd.
Het gemeentelijk onderhoud (snoeiafval), het buitengebied (met name dunningshout uit bossen)
en de milieustraat leveren potentieel voldoende biomassa om in te zetten als warmte en
elektrabron. Het bedrijfsleven (veeteelt) kent ook potenties als het gaat om mestvergisting in
combinatie met warmtelevering. Daarnaast levert de waterzuivering en het huishoudelijk GFT
afval ook potentie om omgezet te worden in energie. De realisatie van deze opties is grotendeels
afhankelijk van initiatiefnemers en de contractafspraken.
3.6
Duurzame bedrijfsvoering
3.6.1
Management eigen gebouwen
De gemeente bezit diverse gebouwen, voorzieningen en installaties. Hier valt niet alleen het
gemeentehuis onder, maar ook de pompgemaaltjes. Renovatie en onderhoud gaat dan ook verder
dan alleen bouwkundige aspecten. Bij nieuwbouw, vervanging of onderhoud liggen er wel kansen
om de gebouwen en installaties te verduurzamen. Materiaal- en energiegebruik (planet en profit),
comfort (people) en gebruikersgemak (people) zijn hierbij de belangrijkste aspecten.
Bij bouw- en ontwikkelingstrajecten wordt altijd gebouwd volgens het principe van de Trias
Energetica (zie hoofdstuk 2). Borger-Odoorn bouwt niet veel nieuwe gemeentelijke gebouwen en
installaties. Bij renovaties of (groot) onderhoud aan gemeentelijke gebouwen en installaties wordt
altijd getracht om het gebouw of de installatie te verduurzamen.
De gemeente bezit gebouwen die hoofdzakelijk onderdak bieden aan functies op het gebied van
welzijn, sport en cultuur. De gemeente heeft een wettelijke taak ten aanzien van huisvesting voor
het primair onderwijs. Over het algemeen kampen de gemeentelijke gebouwen met een
onderhoudsachterstand. De oorzaak hiervan is dat er al jarenlang onvoldoende financiële
middelen zijn om alle gebouwen te onderhouden. Om het gebouwenbeheer goed in kaart te
brengen en hiervoor een strategie te bepalen is de Deelnota Gebouwen opgesteld, welke een
onderdeel is van de Kadernota Vastgoedbeleid.
Vastgoed is niets meer dan een verzamelnaam voor grond en alles wat daar op staat of in zit,
zoals riolering en gebouwen. Meestal wordt de term vastgoed vanuit een commerciële invalshoek
gebruikt, en dan worden er over het algemeen gebouwen mee bedoeld.
Het vastgoedbeleid geldt voor gebouwen die duurzaam in het bezit van de gemeente zijn, dus
gebouwen die we houden, verwerven of bouwen.
27
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Wij streven al jaren als gemeente duurzaam bouwen na. Dat houdt in dat de gebouwen met zo
min mogelijk milieubelasting worden gebouwd of verbouwd. Een belangrijk aspect daarbij is dat
de gebouwen energiezuinig zijn. Daardoor zijn de kosten soms in het begin wat hoger, maar per
jaar lager.
Efficiënt gebruik van accommodaties betekent lagere kosten voor de gebruikers. Een mogelijke
oplossing is een multifunctionele accommodatie, maar dat is niet per definitie een goedkoper
gebouw. Er zijn meestal extra investeringen nodig om een gebouw multifunctioneel te maken,
bijvoorbeeld geluidwering. De kosten van het gebouw kunnen wel over meer gebruikers worden
verdeeld. In het algemeen wordt de keuze voor een multifunctionele accommodatie echter op
inhoudelijke gronden gemaakt.
De gemeente is aansprakelijk voor de veiligheid van gebruikers van het vastgoed. Daarnaast
willen we de zekerheid dat het vastgoed zijn waarde behoudt en dat onze investeringen in het
vastgoed geen verlies opleveren.
Vanaf 1 januari 2011 koopt Borger-Odoorn energie duurzaam in (100% groene energie en gas).
Daarnaast wordt actief energiebeheer, conform de trias energetica, toegepast om een continue
zorg en hiermee een continue besparing op de geplaatste systemen (verlichting, installaties etc.) te
behalen.
Schoonmaak
Schoonmaak van gebouwen, terreinen, installaties en voertuigen gebeurt op een
milieuvriendelijke manier. Dat wil zeggen zo mogelijk (voertuigen) op locaties waar het
afvalwater in een separaat circuit kan worden gezuiverd of kan worden opgevangen.
Het hemelwater wat op het dak van het gemeentehuis valt wordt opgevangen in de vijver achter
het gemeentehuis, dit water wordt gebruikt voor het doorspoelen van de toiletten.
Frisse scholen
De scholen in Borger-Odoorn hebben een grote duurzame potentie. Op de meeste scholen is het
energiegebruik namelijk veel te hoog. Dat is niet goed voor het schoolbudget en evenmin voor
het broeikaseffect. De energielasten kunnen fors omlaag met isolerende maatregelen tijdens
renovatie of nieuwbouw. Maar op kleine schaal kan ook veel worden bereikt met de aanschaf van
zuiniger beeldschermen en spaarlampen. Ook het binnenklimaat in de klaslokalen wordt
aangepakt, waar veelal sprake is van een veel te hoge CO2-concentratie. De meeste scholen
hebben aangehaakt bij het ‘Frisse scholen’ project. Dit is een nationale campagne voor een
schoon binnenklimaat dat op lokaal niveau wordt opgepakt. Vooral een kwestie van goed isoleren
en ventileren. De gemeente streeft ernaar alle basisscholen energiezuinig en fris te maken. De
schoolbesturen hebben hierbij echter ook een belangrijke verantwoordelijkheid.
De jeugd draagt een duurzame toekomst in zich. Door meer samenwerking te zoeken met de
onderwijswereld betrekt de gemeente kinderen - en indirect ook de ouders - bij duurzaamheid.
28
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
3.6.2
Duurzame organisatie
We moeten met andere ogen naar de ambtelijke processen kijken, willen we tot vernieuwende
duurzame prestaties komen. Medewerkers van de gemeente dienen al bij aanvang van nieuwe
projecten, kansen voor duurzaamheid in te schatten en mee te wegen. De duurzame factor moet
worden versterkt door vroegtijdig ingrijpen in processen, zoals ruimtelijke en economische
ontwikkeling en bij openbare werken. Vaak betekent dit ook een andere manier van werken, meer
projectmatig werken en bijvoorbeeld meer dan voorheen het beheer betrekken bij het ontwerp
zodat er al in een vroeg stadium rekening wordt gehouden met het toekomstig beheer. Die
werkwijze vergt alert optreden van de gemeente in een nieuw soort procesbenadering.
3.6.3
Duurzaam inkopen
De gemeente is, net als bedrijven en burgers, consument en schaft materialen en diensten aan. Bij
al haar aankoopbeslissingen weegt de gemeente duurzaamheid mee en kiest er voor zo duurzaam
mogelijk in te kopen. Op deze manier draagt de gemeente bij aan een duurzamere samenleving en
geeft een goed voorbeeld. Daarnaast stimuleert de gemeente haar toeleveranciers en andere
marktpartijen om duurzame alternatieven te ontwikkelen.
Dit laatste argument is een belangrijke overweging geweest voor de rijksoverheid om een zichzelf
en aan andere overheden de verplichting op te leggen om zo veel mogelijk duurzaam in te kopen.
De gezamenlijke overheden hebben een dermate grote koopkracht dat de verwachting is dat het
interessant genoeg is voor bedrijven die aan overheden (willen) leveren, om duurzamer te gaan
ondernemen.
In het bestaande inkoop- een aanbestedingsbeleid van de gemeente Borger-Odoorn, dat in 2008
is vastgesteld, staat “Ook gemeente Borger-Odoorn vindt duurzaam inkopen belangrijk. Daarom
dient bij iedere Nationale en Europese aanbesteding aandacht te zijn voor dit onderwerp. De
hoofdbudgethouder is, binnen de beschikbare budgetten, verantwoordelijk voor de keuze van de
mate van duurzaamheid. In de specificatiefase van de aanbestedingen dienen de
duurzaamheidscriteria van SenterNovem te worden geraadpleegd”.
Door middel van de duurzaamheidscriteria kan worden bepaald of producten of diensten
duurzaam zijn.
Bij inkoop van producten of diensten wordt gekeken naar de herkomst en wijze van productie.
Bijvoorbeeld bij papier (gerecycled) of hout (met FSC keurmerk) wordt enkel ingekocht op basis
van een duurzame herkomst. Daarnaast wordt gekeken naar de wijze van productie en de impact
van de materialen op de omgeving.
29
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Hoofdstuk 4
Communicatie, participatie en educatie
Geloven is zien en zien is geloven. De gemeentelijke organisatie, buren, ondernemers,
wijken en buurten maken de gemeente. Daarom willen we samen een duurzame, veilige, gezonde
en prettige leefomgeving realiseren. Om de komende jaren te komen tot een meer duurzame
samenleving moet verantwoording worden genomen. Essentieel zijn kennis en concrete actie. De
toekomstige generaties zullen verder gestalte moeten geven aan het proces van duurzame
ontwikkeling; immers, de wereld met inbegrip van Borger-Odoorn zal in bijvoorbeeld 2030 niet
af zijn.
Om de bewoners van Borger-Odoorn goed te informeren is het van belang goede informatie te
bieden over de relatie tussen menselijk handelen enerzijds en de soms negatieve gevolgen hiervan
anderzijds, zowel hier en nu als elders in de toekomst.
Van belang is ook goede en aansprekende informatie te bieden over de regelingen van de
gemeente op het gebied van duurzaamheid en hoe burgers hiervan gebruik kunnen maken. De
gemeente heeft de zeer succesvolle regeling Duurzaam Goedkoper ingesteld, die individuele
huizenbezitters in staat stelt energiebesparende maatregelen in huis toe te passen.
De Kadenota Duurzame Ontwikkeling bevat ambities. Voor het bereiken er van is de inzet van
alle betrokken partijen essentieel. Communicatie is één van de belangrijkste middelen om
gezamenlijke slagkracht te realiseren. De gemeente Borger-Odoorn zet hier dan ook op in.
4.1
Rollen
De gemeente kan per project verschillende rollen vervullen, te weten:
• Initiërend.
De gemeente is initiatiefnemer.
• Participerend
De gemeente werkt samen met andere partijen.
• Faciliterend
De gemeente heeft een ondersteunde rol of stelt voorzieningen beschikbaar.
4.2
Participatie burgers / bedrijven
De uitwisseling van kennis, ideeën en ervaringen tussen burgers, gemeenten en experts is
belangrijk voor duurzame ontwikkeling. Hierbij is een gevoel van balans en evenwicht
noodzakelijk. Bij burgers wordt dit onder andere versterkt als burgers vroegtijdig worden
meegenomen in de ontwikkeling van plannen. Burgerparticipatie leidt niet alleen tot betere ideeën
maar vooral ook tot draagvlak en verantwoordelijkheidsgevoel. Het zijn met name deze laatste
twee termen die op wijkniveau zo belangrijk zijn voor continuïteit, blijvende hoge woonkwaliteit
en daarmee ook duurzaamheid. Horen en gehoord worden en het gevoel hebben erbij te horen
zijn hierbij belangrijk.
Door een goede participatie van burgers en bedrijven ontstaat er een balans (wederkerigheid). Wij
leveren een product aan hen, en zij leveren een product aan ons. Producten hoeven daarbij niet
stoffelijk te zijn, maar kunnen ook bestaan uit kennis en bewustwording. Als deze kennis leidt tot
gedragsveranderingen in onze eigen maatschappij is een groot deel van het doel bereikt.
30
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
De gemeente moet ook benaderbaar zijn voor de burger en ondernemer. Hierbij kan zowel
gebruik worden gemaakt van de traditionele kanalen als van moderne medie zoals e-mail, website
en social networks.
Door besef en begrip ontstaat ook een gedragscultuur die is gericht op het behouden van deze
planeet. Veel van onze acties blijken te bestaan uit het imiteren van anderen.
In de ‘Nota externe communicatie’ is burgerparticipatie als een speerpunt aangewezen. BorgerOdoorn vindt het belangrijk dat de verschillende doelgroepen voldoende invloed hebben op de
ontwikkeling en uitvoering van ons beleid. We willen betrokkenheid creëren.
Daarnaast is het belangrijk dat de doelgroepen weten wat ze van de gemeente kunnen verwachten
en dat ze het gemeentelijk beleid overwegend accepteren. Met andere woorden: we streven ook
naar het vergroten van kennis en het creëren van draagvlak.
De gemeente zal inventariseren welke initiatieven er in Borger-Odoorn leven op het gebied van
duurzame energie.
4.3
Educatie
Milieudoelen kunnen niet worden bereikt zonder steun en draagvlak onder inwoners, bedrijven
en maatschappelijke organisaties. Het instrument dat de gemeente hiervoor gebruikt is natuur en
milieueducatie (NME) en communicatie in het algemeen, in al haar facetten en voor alle
doelgroepen. NME rust mensen toe om bewust natuur en milieu mee te nemen in hun keuzes en
gedrag. NME biedt een stevige basis voor duurzaamheidseducatie; NME zal worden aangevuld
met een aantal duurzaamheidselementen.
NME richt zich vooral op basisscholen. Hiervoor worden lespakketten ontwikkeld waarmee
leerlingen al dan niet in wedstrijdvorm, worden uitgedaagd om bijvoorbeeld de milieubelasting
van hun school omlaag te brengen of anderszins een bijdrage te leveren aan het milieu.
Daarnaast wordt steeds meer aandacht besteed aan de eigen woonomgeving en de rol daarin van
zowel de gemeente als het individu.
Educatie is meer dan in het verleden ook op middelbare scholieren en volwassenen gericht. Ook
kansen in het hbo worden verkend.
31
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Hoofdstuk 5
Ambities
Bij een onderwerp als duurzaamheid heeft de overheid een duidelijke taak. Duurzame(re)
alternatieven zijn soms duurder dan hun ‘gewone’ tegenhangers. Kiezen voor duurzaam ligt voor
burgers en bedrijven vanuit puur economisch oogpunt niet altijd voor de hand. Ook omdat de
keuze van één individu meestal geen merkbaar effect heeft op het totaal.
De gemeente Borger-Odoorn kan en wil die ontwikkeling bijsturen en het duurzame gedrag van
burgers, bedrijven en organisaties stimuleren. Door heldere communicatie, de inzet van
stimulerende subsidies en versoepelde regelgeving. Dit betekent tegelijkertijd dat steeds
duidelijker keuzes moeten worden gemaakt om de juiste balans te vinden tussen mens, milieu en
economie.
Duurzaam denken en doen. Niemand uitgezonderd. Daar ligt een belangrijke taak voor alle
doelgroepen binnen de gemeente weggelegd. Want we willen graag ondernemers met
innoverende plannen in ons kielzog zien, enthousiaste kinderen op school en bewoners prikkelen
in te zetten op energiebesparing. De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid
moeten door verschillende onderdelen van de organisatie worden waargemaakt, in samenspraak
met partijen uit de samenleving.
In het onderstaande wordt per duurzaamheidsthema aangegeven welke ambities de gemeente wil
bewerkstelligen. Deze ambities passen binnen de principes van Cittaslow.
Duurzame mobiliteit
De gemeente stimuleert het fietsgebruik en gebruik van het openbaar vervoer en gebruik
van alternatieve brandstoffen.
Om het fietsverkeer te stimuleren is een goede fietsinfrastructuur ingericht. Hierbij staat het
realiseren van een veilig fietsroutenetwerk centraal. Hierbij wordt aandacht geschonken aan het
verbeteren van de doorstroming en de aantrekkelijkheid van het gebruik van de fiets.
Om een beter alternatief voor de auto te bieden wordt de toegankelijkheid van het openbaar
vervoer vergroot.
Gemotoriseerd verkeer gebruikt brandstof en produceert daarmee CO2 en fijnstof. Door minder
te rijden en groene brandstoffen te gebruiken wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen
van CO2-uitstoot.
32
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Duurzaam ondernemen
De gemeente bevordert duurzaam ondernemen door samenwerking tussen bedrijven op het
gebied van duurzaamheid te stimuleren en speelt hierbij een bemiddelende en faciliterende
rol.
De gemeente wil in spelen op de groeiende behoefte van ondernemers om duurzaam te
ondernemen en hierbij een stimulerende, faciliterende rol te spelen. Zodat condities gecreëerd
worden voor duurzaam ondernemerschap, voor ondernemers die binnen de gemeente BorgerOdoorn activiteiten (willen) uitvoeren.
Er wordt slimmer, meer integraal en stimulerend samengewerkt met particulieren, bedrijven en
organisaties, aan duurzaam bouwen/verbouwen en ondernemen.
Duurzaam ondernemen
De gemeente zet voor duurzame economische ontwikkeling in op het stimuleren van
duurzame bedrijvigheid en het creëren van uitdagende condities voor duurzaam
ondernemen voor bedrijven die binnen de gemeente Borger-Odoorn activiteiten (willen)
uitvoeren.
Duurzaam ondernemen ofwel maatschappelijk verantwoord ondernemen draagt bij aan de
ambitie van de gemeente om naar een duurzame gemeente te koersen. Daarnaast draagt het bij
aan een positief imago van bedrijven.
De gemeente wil duurzame ontwikkeling van de sector Recreatie en Toerisme bevorderen door
win-win kansen te realiseren en de keten agrarisch-recreatie-toerisme te versterken en deze
duurzaam te maken en te ontwikkelen.
Duurzaam bouwen
De gemeente stelt, zowel voor bestaande bouw als nieuwbouw de kaders zodanig vast dat
duurzaamheid wordt meegewogen, brengt duurzame uitvoeringsalternatieven onder de
aandacht en stimuleert duurzame keuzes.
In de gemeente Borger-Odoorn wordt duurzaam gebouwd met zo min mogelijk
(milieu)kwaliteitsverlies in leefomgeving, natuur en landschap. Daarnaast worden
duurzaamheidsprincipes in de bouw en bij stedelijke ontwikkeling toegepast.
Woningen worden zo veel mogelijk op duurzame wijze gebouwd en de omgeving wordt
duurzaam ingericht. Nieuwbouwwoningen met een lage EPC en CO2-neutrale woningen, ofwel
woningen met een laag energiegebruik en daarmee lage energielasten, passen bij het streven van
de gemeente Borger-Odoorn om voor de lagere inkomensgroepen betaalbare huisvesting te
realiseren. Dit alles zonder verlies van wooncomfort en met een gezond binnenklimaat. De
regeling Duurzaam Goedkoper voor de individuele huizenbezitter blijft gehandhaafd.
33
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
In het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voert de gemeente BorgerOdoorn een algemeen beleid, gericht op bevordering van zelfredzaamheid van inwoners, hun
maatschappelijke participatie en de leefbaarheid van hun woonomgeving, met als uitgangspunt
dat alle bewoners aan de samenleving kunnen deelnemen. Dit wordt ondermeer vertaald in de
beschikbaarheid van goed toegankelijke, aangepaste of aanpasbare woningen.
Duurzaam beheer en openbare ruimte
De gemeente behoudt en versterkt de authentieke landschappelijke, natuurlijke en
cultuurhistorische waarden van de gemeente.
De inrichting van de openbare ruimte is belangrijk voor de beleving ervan. Hoe prettiger deze
beleving des te groter is de band met de leefomgeving en dit is weer van invloed op hoe
zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan. Belangrijke waarden voor de ruimte zijn de
authenticiteit, de natuurwaarde, de geluidsbelasting en de kwaliteit van lucht, bodem en water.
Het ruimtelijk beleid staat in het teken van het benadrukken van de aanwezige authentieke
landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden in het zandgebied. Hiermee wordt de
recreatieve en toeristische waarde en de kwaliteit van het zand als woonklimaat verbeterd en
gewaarborgd voor de toekomst.
Het contrast tussen het coulissenlandschap en het grootschalige open landschap is wat BorgerOdoorn uniek maakt. De openheid in het veengebied is een kernkwaliteit die behouden moet
blijven voor de bewoners en bezoekers van het gebied.
Binnen de gemeente zijn veel ecologisch waardevolle gebieden aanwezig. Deze liggen in een
aantal gevallen geïsoleerd. Het verbinden van deze gebieden vergroot de ecologische samenhang
binnen de gemeente, zodat dieren en planten zich makkelijker kunnen verspreiden.
Duurzaam beheer en openbare ruimte
De gemeente biedt ruimte voor innovatie op het gebied van energie, duurzame,
logistieke verbindingen en waterbeheersing.
De pioniersgeest die het veengebied heeft gevormd, vormt nu de basis voor een hoogwaardig en
innovatief landbouwgebied. Borger-Odoorn biedt ruimte voor innovatie op het gebied van
energie, duurzame, logistieke verbindingen en waterbeheersing.
Schaalvergroting in de landbouw maakt dat er in aantal steeds minder en in omvang steeds
grotere bedrijven komen. Daarnaast zoeken landbouwkundige bedrijven vaker naar een
verbreding van hun werkzaamheden met verblijfsrecreatie of energieproductie.
De gemeente zal in gesprek gaan met marktpartijen over nieuwe en innovatieve vormen van
duurzame energie winning.
Duurzame leefomgeving
De gemeente zet in op het reduceren van het gebruik van energie en groei van het gebruik van
duurzame energie.
Door de verhoogde efficiëntie van energiegebruik en door besparingen is in de toekomst
veel minder energie nodig. De benodigde energie komt van groen gas en van duurzaam
opgewekte elektriciteit. Het aantal toepassingen van duurzame energie wordt sterk vergroot.
34
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
De gemeente koopt duurzame energie in (100% groene energie en gas).
De openbare verlichting wordt de komende jaren verduurzaamd. Als uitgangspunt is gekozen
voor energiebesparing en het gebruik van duurzame stroom.
Bij de uitvoering van de plannen wordt er samengewerkt met een groot aantal partners. Samen
met woningcorporaties, gemeenten, bedrijven, onderwijsinstellingen, maatschappelijke
organisaties én inwoners wordt ingezet op energie besparen en het opwekken van duurzame
energie.
Duurzame leefomgeving
De gemeente zet in op het voorkomen van afval, het scheiden van afvalstromen en het
recyclen van deze gescheiden afvalstromen tot grondstoffen. Uit het restafval wordt
zoveel mogelijk energie teruggewonnen.
Er wordt een hoger milieurendement gehaald door een optimale scheiding van de
Afvalstromen. Door het vergemakkelijken en aantrekkelijker maken van gescheiden inzameling
van afvalstromen, zoals het gescheiden inzamelen van kunststof verpakkingen, zodat burgers en
bedrijven hiervoor eerder kiezen en door de inzet van modernere inzamelsystemen.
Daarnaast wordt een continue optimalisering van de resultaten van gescheiden inzameling
nagestreefd.
In relatie tot het thema duurzaamheid krijgen hergebruik en energie uit afval de komende jaren
bijzondere aandacht. De focus ligt op hergebruik van componenten uit de categorie restafval,
door te richten op het sluiten van kringlopen (cradle to cradle) en het voorkomen van verspilling
van afval.
De verschillende biomassa reststromen die in de gemeente vrijkomen, worden ingezet voor de
productie van groen gas. Het gaat hier in ieder geval om hout en snoeiafval, GFT-afval en
organische reststoffen vanuit de RWZI’s.
Duurzame leefomgeving
De gemeente streeft naar een schoon watersysteem waarbij water op maat aanwezig is
en dat bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en een gezonde natuur. En zet zich
in op het benutten van lokale kansen voor duurzaam stedelijk waterbeheer.
Hemelwater wordt zoveel als mogelijk lokaal vastgehouden en kan indien mogelijk in de bodem
infiltreren. Voor water dat niet kan worden vastgehouden vindt berging plaats in daarvoor
geschikte gebieden. Het overtollige water dat niet kan worden vastgehouden of geborgen, wordt
afgevoerd.
Water wordt zo schoon mogelijk gehouden en gescheiden van vuilwaterstromen. Dit betekent dat
hemelwater zo weinig mogelijk op het vuilwaterriool wordt geloosd en dat wordt voorkomen dat
water op andere wijze verontreinigd raakt.
De belevingswaarde van water in de leefomgeving wordt verder vergroot. Bij nieuwbouw en
herstructurering wordt meer oppervlaktewater gecreëerd en worden waar mogelijk oude
waterlopen hersteld en worden oevers van waterlopen en waterpartijen natuurvriendelijk
ingericht.
35
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
De gemeente zet in op waterrijke natuurontwikkeling die de oorspronkelijke structuur van het
beekdal versterkt. De natuurontwikkeling respecteert het bestaande agrarisch gebruik en is een
stimulans voor natuurvriendelijke recreatie.
Duurzame bedrijfsvoering
De gemeente weegt duurzaamheid volwaardig mee in haar keuzes en handelen en kiest, daar
waar mogelijk, voor duurzame alternatieven.
De gemeente hanteert de landelijke opgestelde duurzaamheidcriteria voor productgroepen die de
overheid inkoopt. Daarnaast draagt de gemeente Borger-Odoorn bij aan het innovatieproces en
de creativiteit van ondernemers. Door kwaliteit zoals duurzaamheid mee te laten wegen in de
gunning, worden aanbieders met innovatieve producten en diensten gestimuleerd. Het opleggen
van regels zou de ruimte en creativiteit van de ondernemer alleen maar beperken.
Door in processen (o.a. ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling) in een vroeg stadium
aandacht te geven aan duurzaamheid en duurzame maatregelen te treffen in de eigen organisatie
en bij het uitvoeren van gemeentelijke taken draagt de gemeente Borger-Odoorn bij aan
duurzame ontwikkeling.
Duurzame bedrijfsvoering
De gemeente optimaliseert haar bedrijf interne milieuzorg.
De bedrijfsinterne milieuzorg wordt uitgebreid. Het betreft hier het voorkomen van onnodig
materiaal- en grondstoffengebruik (o.a. papier en water), energiegebruik en het beperken van
afval.
Communicatie, participatie en educatie
De gemeente daagt burgers uit om te kiezen voor een duurzame levensstijl en maakt
burgers bewust van duurzaamheid
De gemeente wil burgers actief te wijzen op mogelijkheden om duurzamer handelen en te kiezen
voor een meer duurzame levensstijl.
Het onderhoud en inrichting van openbare ruimte deels neer te leggen bij burgers die hiervoor de
verantwoordelijkheid willen nemen en in ruil hiervoor de mogelijkheid bieden om duurzame
voorzieningen te realiseren.
Werken aan duurzaamheid kan en wil de gemeente niet alleen. We nodigen inwoners uit tot
bewustwording en dialoog. We bieden gelegenheid aan maatschappelijke partijen om hun vragen
te stellen en hun initiatieven te melden, omdat we daarmee kennis en ervaring kunnen delen.
Wederzijdse afhankelijkheden worden dan duidelijker en rollen en deskundigheden kunnen
effectiever worden ingezet. We willen ons inspannen om verbindingen tot stand te brengen die
tot meer duurzaam rendement kunnen leiden.
36
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Communicatie, participatie en educatie
De gemeente stimuleert duurzaamheidseducatie
De gemeente besteed meer aandacht aan voorlichting en educatie ten einde te stimuleren dat de
bewustwording van burgers en bedrijven over duurzaamheid vergroot wordt.
Duurzaamheidseducatie richt zich op de pijlers milieu, economie en sociaal en omvat de thema’s
zoals opgenomen in de Kadernota Duurzame Ontwikkeling. Durzaamheidseducatie biedt plaats
voor zowel kinderen, jongvolwassenen als volwassenen. Waarbij natuur- en milieueducatie een
belangrijk onderdeel blijven.
37
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Hoofdstuk 6 Organisatie, programma en financiën
Om deze Kadernota Duurzame Ontwikkeling te kunnen realiseren, is het noodzakelijk inzicht te
hebben in de wijze waarop duurzaamheid wordt georganiseerd en financiering plaats vindt.
6.1
Organisatie
Duurzaamheid raakt alle gemeentelijke beleidsvelden en dus alle portefeuilles van de leden van
het college. De centrale verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de duurzaamheidsvisie ligt
bij de wethouder Duurzame Ontwikkeling. De portefeuillehouders dragen voor hun eigen
beleidsvelden verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid voor de controle op de
uitgangspunten van Cittaslow ligt bij de portefeuillehouder Cittaslow.
Op ambtelijk niveau ligt de verantwoordelijkheid bij het managementteam.
Voor een succesvolle uitvoering van de Kadernota Duurzame Ontwikkeling worden de volgende
uitgangspunten gehanteerd:
• Het aanwijzen van een aanspreekpunt Duurzame Ontwikkeling en deze leidt de nog te
formeren projectwerkgroep waar vertegenwoordigers van diverse beleidsterreinen in
plaatsnemen. De werkgroep stelt prioriteiten vast, zet (nieuwe) ontwikkelingen op het
gebied van duurzaamheid in gang en volgt deze op de voet. Zo kan het overzicht worden
gehouden van de projecten en de voortgang van de projecten worden bewaakt.
• De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de doelstellingen uit de nota komt te
liggen bij het organisatieonderdeel dat belast is met de uitvoering van het betreffende
thema;
• Bij de realisatie van de doelstellingen wordt zoveel mogelijk integraal gewerkt. Dit houdt
in dat bijvoorbeeld beleidsprojecten met meerdere disciplines worden opgezet. Daarnaast
houdt integraal werken in dat ook externe partijen bij belangrijke projecten worden
betrokken.
Daarnaast is het nodig om de interne communicatie te verbeteren. Hierbij gaat het niet alleen om
de inhoud, maar ook om de snelheid en de vorm. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van
werkafspraken en/of protocollen plaats vinden.
6.2
Programma
Kadernota Duurzame Ontwikkeling en de beleids- en begrotingscyclus
De kadernota staat niet op zichzelf (zie figuur 1). De Kadernota Duurzame Ontwikkeling wordt
vertaald in de deelbeleidsnota’s naar uitvoeringsprogramma’s, waarin de acties en projecten zijn
gekoppeld aan:
• de benodigde middelen (geld en tijd),
• een planning en
• de verantwoordelijke afdeling.
Op basis hiervan stelt de gemeente jaarlijks een jaarprogramma vast. Het jaarprogramma vormt
een toetsingskader voor de interne taakuitvoering en voor externe verantwoording.
38
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Jaarverslag en monitoring
Verantwoording van het gevoerde beleid vindt plaats in een jaarverslag. Dit verslag geeft inzicht
in de uitgevoerde activiteiten en projecten. Om de prestaties bij de uitvoering van de Kadernota
Duurzame Ontwikkeling op systematische wijze te meten, is het noodzakelijk te monitoren.
Hieronder wordt uitsluitend verstaan het periodiek meten, bijhouden en volgen van de voortgang
van de uitvoering van de kadernota. Dit heeft tot doel om de voorgenomen prestaties inzichtelijk
te maken en te kunnen toetsen. Monitoring is een instrument voor het periodiek aanleveren van
informatie. Op basis van die informatie kan de gemeente, indien nodig, bijsturen.
Figuur 1: Beleids- en begrotingscyclus
Beleidscyclus
Jaarverslag
Beleidsplan
Monitoring
Programma
en Organisatieplan
Uitvoering
Begroting
Verslag
Begrotingscyclus
Rekening en
verslag
6.3
Voorjaarsnota
Financiën
De strategische keuzes die in deze kadernota zijn beschreven worden in de praktijk uitgewerkt in
concrete projecten en activiteiten. Er worden uitvoeringsprogramma’s opgesteld met daarbij
budget voor specifieke projecten. De uitvoeringsprogramma’s worden in samenwerking met
projectleider Duurzaamheid opgesteld en besproken in de projectgroep Duurzaamheid.
In de uitvoeringsprogramma’s zal de gemeente moeten afwegen aan welke activiteiten tijd en geld
moet worden besteed. In de meerjarige programmabegroting 2012-2015 is in het programma
Gezondheid en Milieu het onderdeel duurzaamheid opgenomen. Maar hiervoor is niet specifiek
geld gereserveerd. In de begroting zitten verspreid duurzaamheidgerelateerde budgetten,
bijvoorbeeld bij waterbeheer.
39
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Concrete uitvoeringsprogramma en -projecten worden nader uitgewerkt in de deelbeleidsnota’s.
Hierdoor kan gestuurd worden op dat het programma passend blijft binnen de bestaande
begroting.
Uitvoering van de kadernota zal niet alleen worden gefinancierd vanuit de gemeentebegroting. Er
zal ook worden gezocht naar andere financieringsbronnen en zullen doelstellingen moeten
worden gerealiseerd binnen projectbegrotingen. Ook nu al worden bestaande doelstellingen
gerealiseerd met gelden uit de markt. Voorbeeld hiervan is het beschikbaar stellen van subsidies
door derden voor het realiseren van bepaalde duurzaamheidsdoelstellingen.
Doordat het thema duurzaamheid in de gehele organisatie is verweven is de verwachting dat met
de omschreven ambitie een minimale extra inzet nodig is. Dit is binnen de huidige capaciteit uit
te voeren. Indien op onderdelen een hogere ambitie wenselijk is dan zal dit afhankelijk van het
onderwerp extra inzet vragen.
40
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Bijlagen
41
Versie 2.2 Kadernota Duurzame Ontwikkeling
Download