Samenvatting bezuinigingen

advertisement
Onderstaande betreft een samenvatting van het Startdocument facultaire
discussie reorganisatie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Uit het document blijkt dat er na de bezuinigingen het erg moeilijk wordt het onderwijs
te verbeteren. De personele basis daarvoor is smal en de middelen ontbreken.
De ratio onderwijs-onderzoek staat onder druk, er zullen docenten worden aangesteld
die geen onderzoekaanstelling hebben.
De problemen die de Faculteit nu moet oplossen komen mede door de beslissing in het
verleden een numerus fixus in te voeren. De faculteit staat open voor discussie en
moedigt studenten dan ook aan hun ideeën over de aanstaande plannen te delen.
De grondslag voor de bezuinigingen is het toekomstbestendig maken van de faculteit
door versterking van onderwijs en onderzoek en verhoging van de kwaliteit in de
ondersteunende dienstverlening en anderzijds realisering van een financieel gezonde
faculteit.
De bezuinigingen zullen verwezenlijkt worden door de faculteit te reorganiseren op
basis van vier belangrijke uitgangspunten:
1. Het onderwijs wortelt in onderzoek: Het onderzoek wordt echter ook weer bepaalt
door het onderwijs nu door het beroepenveld eisen aan de studie worden gesteld om
hieraan het civiel effect te kunnen verbinden. Hierdoor wordt aan de civiel effectvakken
onderzoekstijd toegekend.
2. Binnen het onderzoek zijn keuzes gemaakt voor zwaartepunten, onderzoeksgebieden
die belangrijk worden geacht. Aan deze zwaartepunten wordt het onderzoeksgeld voor
een belangrijk deel besteed.
3. Geld dat binnenkomt wordt besteed aan het doel waarvoor het door het College is
gealloceerd. Dit betekent dat waar vroeger onderwijsgeld werd toebedeeld aan
onderzoek dit nu niet meer zal gebeuren.
4. Financiële transparantie en decentrale besluitvorming zijn voor de faculteit
uitgangspunten.
In totaal moet er 5.000.000 worden bezuinigd. Dit wordt gevormd door de door het CvB
opgelegde bezuinigingsdoelstelling van 3.727.000, een onttrekking aan een bestemde
reserve van 800.000 en een stijging van huisvestigingslasten van 400.000.
Door het nemen van de volgende maatregelen hoopt het bestuur deze bezuiniging te
kunnen realiseren:
1. Het genereren van meer inkomsten. Dit zou kunnen worden bewerkstelligd door een
hogere en kwalitatief betere instroom van studenten zodat de eerste geldstroom,
gevormd door aantal studenten, behaalde studiepunten en behaalde diploma’s, wordt
vergroot.
2. Concentratie op kernactiviteiten, dit betreft het onderwijs gericht op de civiel
effectvakken, metajuridica en het onderwijs dat is verbonden met toponderzoek.
3. Het stimuleren van onderzoek in de tweede en derde geldstroom, et name omdat dit
op universitair niveau steeds meer de parameter vormt voor het te verdelen
onderzoeksbudget in de eerste geldstroom.
4. Het efficiënter maken van ondersteuning.
5. Kostenbesparing op materiële lasten.
6. Bezuinigen op WP en bezuinigen door het hebben van minder wetenschappelijk
personeel.
De zwaartepunten met betrekking tot het onderzoek zullen zijn:
1.Internationaal recht
a. International Rule of Law.
b. International criminal law.
2. Private and Public Law
a. Het constitutionele recht en het bestuur van de Europese Unie.
b. De Europeanisering van het privaatrecht.
c. De invloed van het Europees recht op het nationale belastingrecht.
3. Information law.
De faculteit zal proberen aantrekkelijker te worden voor goede bachelorstudenten.
Kernwoorden in het bacheloronderwijs zullen zijn: civiel effect, diversificatie,
digitalisering, studiesucces en binding. Er zal getracht worden een ambitieuzere
studiecultuur te creëren.
Het masteronderwijs zal worden vormgegeven per academisch jaar 2017-2018 door het
twee brede doorstroommasters, te weten privaatrecht en publiekrecht, en enkele
selectieve, meer gespecialiseerde masters die zullen aansluiten bij de
onderzoekszwaartepunten: International and European Law, European Private Law,
Informatierecht, Arbeidsrecht, Belastingrecht en een onderzoeksmaster. Om de masters
te kunnen behouden moet er voldoende instroom zijn (50 studenten), en voldoende
uitstroom (40 studenten).
Met ingang van 2016-2017 zal er een grote reductie in het aantal keuzevakken
gerealiseerd worden.
De faculteit zijn doelmatiger georganiseerd worden. Dit wordt bereikt doormiddel van:
1. Concentratie op kernactiviteiten;
2. Invoeren van het UvA besturingsmodel;
3. Het formatiemodel vervangen door een model gebaseerd op geld;
4. Het stroomlijnen van de besluitvorming.
Voor een uitleg over de inhoud van deze punten wordt verwezen naar bladzijde 33 van
het document.
De uitgangspunten voor de toekomst komen neer op onderstaande punten:
1. Concentratie op kernactiviteiten
2. Koppeling tussen onderwijs en onderzoek
3. Geld wordt binnen de faculteit verdeeld op basis van hoe het extern beschikbaar
wordt gesteld
4. Investeren in zwaartepunten binnen het onderzoek
5. Stimuleren van instroom en studiesucces in de bachelor en de master
6. Doorstroom en selectiviteit in de master
7. Aansluiten bij UvA besturingsmodel en het UvA allocatiemodel
8. Helder beleggen van taken en verantwoordelijkheden
9. Hanteren van een transparante bestuurlijke kalender en besluitvorming
10. Concentratie van taken in de ondersteuning
Om invulling aan de bezuinigingen te geven is een aantal maatregelen geformuleerd om
dit te bereiken:
1. Bezuiniging binnen het OBP.
Door het laten aflopen van alle contracten van personeel dat niet in dienst is en het
verder terugbrengen van de formatie wordt een besparing gerealiseerd van 930.000€
2. Bezuiniging op overige lasten
Op dit moment worden veel kosten gemaakt en worden ook veel kosten die gemaakt
worden op een lager niveau in de organisatie betaald door de faculteit. Het doorbelasten
van deze kosten maakt het mogelijk om kritisch op deze kosten te zijn. Een substantieĢˆ le
bezuiniging moet dan mogelijk zijn. Rekening is gehouden met een besparing van
820.000€.
3. Het concentreren op kernactiviteiten en het daarmee uitfaseren van onderdelen (WP
en OBP). Het Eggens, AIAS, Leibnitz Centre, Bonger Instituut, CvE en het EthiopieĢˆ
instituut laten jaarlijks wisselende resultaten zien. Vaak negatief maar af en toe ook eens
een positief jaar. Door deze onderdelen op te heffen is een vermindering van risico voor
de faculteit en een besparing te realiseren. Over alle instituten samen is dit een bedrag
van ongeveer 870.000€.
4. Bezuiniging in het WP binnen de afdelingen/zwaartepunten
Voorgesteld is om het PNID-onderdeel , zijnde 550 k€, als besparing op te nemen. De
reductie in WP PID over alle afdelingen bedraagt 1.570 k€. Dan is er echter nog een
bedrag van 740 k€ niet verdeeld over de afdelingen, zodat deze gezamenlijk uiteindelijk
830 k€ in de PID formatie moeten bezuinigen In totaal bedraagt de bezuiniging op WP
formatie 1.380.000€.
5. Reductie in afdrachten aan diensten (afgeleide van maatregelen uit 1,2 en 3)
Vanuit de reductie in WP en OBP onder 1, 2, 3 en 4 genoemd is doorgerekend naar een
besparing in de secundaire lasten als huisvesting, ICT, UB-accounts e.d. De verwachte
kostenreductie in hiervan is 840.000€.
6. Tenslotte is het nog nodig om de inkomsten mee te nemen die verkregen worden via
het werk dat onze medewerkers voor andere opleidingen doen. Dit levert een bedrag op
van 260.000€.
Download