Leerlingenhandleiding

advertisement
HET MAKEN VAN EEN EVOLUTIONAIRE STAMBOOM
THEORIE
Verwantschap tussen verschillende soorten is af te leiden van verschillende gegevens. Verwantschap kan
blijken uit overeenkomsten in bouw en/of embryonale ontwikkeling.
Een ander bewijs kan in de moleculaire biologie gevonden worden, met name in het DNA. DNA-moleculen
bevatten genetische informatie, informatie die iets zegt over de eigenschappen van het organisme. Hoe meer
organismen met elkaar verwant zijn, des te meer het DNA van deze organismen overeenkomt. Het
tegenovergestelde is ook waar, twee organismen die totaal niet op elkaar lijken zullen minder overeenkomsten
in hun DNA hebben. Ditzelfde verschijnsel speelt ook bij verwantschap binnen een soort. Zo hebben twee
zussen DNA dat erg veel op elkaar lijkt, terwijl het DNA van twee achternichtjes minder op elkaar lijkt. Deze
vergelijking kan ook gemaakt worden tussen twee verschillende soorten. Zo kun je het DNA van een mens, een
resusaapje en een chimpansee vergelijken. Het DNA van mensen komt voor 97,3% overeen met het DNA van
chimpansees, en voor 93% overeen met dat van resusaapjes. De mens heeft, als je alleen naar het DNA kijkt,
blijkbaar een grotere verwantschap met chimpansees dan met resusaapjes.
Door het DNA van heel veel verschillende soorten te vergelijken kun je een soort stamboom maken van het
leven op aarde. Zo'n stamboom geeft dan de verwantschappen tussen de soorten weer. Hoe minder soorten
verwant zijn, des te eerder worden de ‘takken’ van de soorten gesplitst.
Figuur 1: De evolutionaire stamboom is gemaakt op basis van DNA-analyse
Een stamboom is gebaseerd op informatie uit het DNA. DNA-moleculen bevatten vier verschillende
stikstofbasen (adenine (A), guanine (G), Thymine (T) en cytosine (C)). De volgorde van deze stikstofbasen
vormt een code. Aan de hand van deze code worden eiwitten gemaakt.
Figuur 2: Het DNA geeft de informatie voor de volgorde van de aminozuren in een eiwit.
Eiwitten zijn opgebouwd uit bouwstenen, Zoals een koord met verschillende kralen. Iedere kraal is een
aminozuur. De mens kan 20 verschillende aminozuren in een eiwit bouwen. Elk aminozuur heeft een naam die
vaak wordt afgekort tot één letter. Dit wordt de één lettercode genoemd. Verschillende eiwitten zijn opgebouwd
uit verschillende volgordes van aminozuren en zijn weer te geven als verschillende reeksen van één lettercodes.
Deze aminozuur-reeksen van eiwitten kun je met elkaar vergelijken.
In deze les gaan jullie eiwitten vergelijken die in verschillende organismen voorkomen, maar wel dezelfde functie
vervullen, bijvoorbeeld de code voor hemoglobine in mensen en chimpansees. De codes voor hemoglobine uit
verschillende organismen zullen meer op elkaar lijken naarmate de organismen meer verwant zijn. Hier geldt
hetzelfde verhaal als bij DNA over verwantschap. Alleen vergelijk je nu de eiwit code in plaats van de DNA code.
Het vergelijken van eiwitten aan de hand van hun aminozuur volgorde wordt alignen genoemd. Je legt de codes
van de verschillende eiwitten dan als het ware over elkaar heen.
Figuur 3: Het alignen van twee eiwitten.
De eiwitten moeten wel op elkaar lijken als je wilt alignen, anders weet je niet welke delen je over elkaar heen
moet leggen. Als je de eiwit codes alignt kun je goed de verschillen tussen twee eiwitten zien. Je kan ook
meerdere eiwitten tegelijk alignen.
Opdracht 1:
Hieronder zie je de aminozuurvolgorde in één lettercode van een klein eiwitje uit vijf verschillende organismen:
gistcel, varen, varken, aap en mens.
1.
2.
3.
4.
5.
VWERNRKLRSFNLSAIEKHG
VWERNRKLRSFNLTAIEKHG
VWERNRKLKSFNLSALEKHG
VWEKNRKLKSFNLSALEKHG
VWERNRKLKSFNLSAIEKHG
-
Varen
-
…………………………...
-
…………………………...
-
…………………………...
-
…………………………...
A.
Geef de verschillen tussen de aminozuurvolgordes aan (bv met een marker).
B.
Welke twee eiwitten hebben de meeste verschillen in de aminozuurvolgorde?
C.
Zet de eiwitten op volgorde, zodat ze steeds minder op elkaar lijken. De eiwitten van opdracht B zijn het
begin en het einde van de reeks.
D.
Bepaal nu welk eiwit bij welk organisme hoort, het eiwit van de varen is al gegeven.
E.
Leg uit, dat een mens en gist op basis van dit eiwitje het minst met elkaar verwant zijn.
Dit eiwit bestaat helemaal niet. Toch vinden bioinformatici op soortgelijke manier overeenkomsten en verschillen
tussen soorten.
F.
Noem een eiwit dat een mens en een chimpansee allebei hebben.
G.
Noem een eiwit dat een mens wel heeft, en een chimpansee niet.
De herkomst van verschillen in eiwitten tussen de mens en de chimpansee ligt in slechts 2,7% van het DNA.
Opdracht 2:
Een evolutionaire stamboom is nooit lineair, zoals in opdracht 1. Een iets ingewikkeldere stamboom ziet er als
volgt uit:
Deze stamboom geeft de evolutie van Pacman weer. De letters in deze stamboom staan voor verschillende
ondersoorten van Pacman. Die zien er zo uit:
1
4
3
2
5
6
Maak de tabel verder af. Bepaal hiervoor eerst de verschillen in de aminozuurvolgordes van de eiwitten.
Beredeneer welke twee eiwitten het meest van elkaar verschillen, deze komen aan de uiteindes van de
stamboom. Maak van daaruit de evolutionaire stamboom compleet.
Eiwitten
Soort pacman
Plaats op de evolutionaire
stamboom
SRQPALSAACAEKKRLS
SRQPALSAACGEKQRLS
SRQPALSAACVEKYRLS
SRQPALSAACVEKRRLS
SRQPALSAACGEKRRLS
SRQPALSAACAEKRRLS
C
THEORIE
Onderstaande vier eiwitten zijn ongeveer gelijk. Het stelt het eiwit Acyl-peptide hydrolase voor, een eiwit dat
helpt in de spijsvertering. Het breekt andere eiwitten af. Deze eiwitten zijn van vier verschillende organismen:
rund, mens, varken en rat.
MERQVLLSEP
VWEKNRKLKS
SVSPGQAFWA
LLPLGCWSAD
DFEAILIQPS
TYGACVVRNP
VIWMCTHLGH
EEAAALYRGL
FNLSALEKHG
PGDTGVVFAG
SQRVVFDTAQ
NPPDKTQVPM
VINIASMMGS
SRQPALSAAC
PVYEDDCFGC
WWHEPFRLGI
RSRQDLFAVD
VVMPHGGPHS
TDIPDWCVVE
LGPEVTTQYG
LSWSHSETHL
RFCTNRRSAL
TQMGTVTPLT
SFVTSWMLLP
AGYLYSSDCL
GRYRTVHTEW
LYVAEKKRPK
YYVDLTGGNC
AGGSGGSWKL
AMLCKMGFAA
PDPNVWSEML
TQRDLERMEN
AESFFQTKAL
ELLSDDSLAV
LTIDRDLMVA
LLVNYRGSTG
NKSPIKYTPQ
IRFCRQYLVF
DISGSDDEMA
TSPRLSPDQC
QFSTPNLPPC
FGQDSILSLP
VKTPVLLMLG
HDGDSVVFAG
RPKKPDQAIK
RIVYLQFPSL
LKVGFLPPAG
GNVGSQDVKD
QEDRRVPFKQ
PAGNSVETRG
GDQFLFYEDW
VPHQQCGQLC
MEQEVVWVSL
VQFAVEQVLQ
GMEYYRALKA
ELLSRESPSG
GENMVSKGSP
LYDWYTRVTV
EEAEPIPDIS
EEHFDAGRVA
RNVPVRLLLY
TMKAVLRKAG
VLCVLDIESG
VVVDVVPRQL
WSIRVLQPPP
LLGGSHGGFL
PKSTHSLSEV
STGEEKQFLE
NISVLEGVPE
GENFSGIYCS
EQEHAQYVGL
SCHLIGQYPE
EVESDSFMNA
MERQVLLSEP
LEVWEKNRKL
PENVSPGQAF
CSLLPLGCWS
GLDFEAILLQ
PETYRACVAR
NAVLWLRTHL
EEAAALYRGL
KSFNLSALEK
WAPGDAGVVF
ADSQRVVFDS
PGSPPDKTQV
NPVINIASML
GS
SRQPALSAAC
HGPVYEDDCF
VGWWHEPFRL
AQRSRQDLFA
PMVVMPHGGP
GSTDIPDWCV
LGPEVTTQYG
GCLSWSHSET
GIRFCTNRRS
VDTQVGTVTS
HSSFVTAWML
VEAGFPFSSD
GQYRTVHTEW
HLLYVAEKKR
ALYYVDLIGG
LTAGGSGGSW
FPAMLCKMGF
CLPDLSVWAE
TQRDLERMEN
PKAESFFQTK
KCELLSDDSL
KLLTIDQDLM
AVLLVNYRGS
MLDKSPIRYI
IRFCRQYLVF
ALDVSASDDE
AVSSPRLSPD
VAQFSTPSLP
TGFGQDSILS
PQVKTPLLLM
HDGDSVVFAG
IARLKKPDQA
QCRIVYLQYP
PTLKVGFLPS
LPGNVGHQDV
LGQEDRRVPF
PAGNSVETRG
IKGDQFVFYE
SLIPHHQCSQ
AGKEQSVLWV
KDVQFAVEQV
KQGMEYYRAL
ELLSRESPSG
DWGENMVSKS
LCLYDWYTKV
SLEEAEPIPD
LQEEHFDASH
KTRNVPVRLL
TMKAVLRKAG
IPVLCVLDVE
TSVVVDVVPR
IHWGIRVLQP
VALMGGSHGG
LYPKSTHALS
GTGPGEEKQF
SGNISVLEGV
QLGENFSGIY
PPEQENVQYA
FISCHLIGQY
EVEVESDSFM
MERQVLLSEP
LEVWEKNRKL
PESVSPGQAF
CSLLPLGCWS
GLDFEAILLQ
PETYSACVVR
NAVLWLCTHL
EEAAALYRGL
KSFNLSALEK
WAPGDTGVVF
ADSQRVVFDS
PSNSPEKTQV
NPVINIASMM
GS
SRQPALSAAC
HGPVYEDDCF
VGWWHEPFRL
PQRSRQDLFA
PMVVMPHGGP
GSTDIPDWCM
LGPEVTTQYG
GCLSWSHSET
GIRFCTNRRS
VDTQMGSVTS
HSSFVTAWML
VEAGFSYSSD
GRYRTVHTEW
HLLYVADKKR
ALYYVDLTGG
LTAGGSGGSW
FPAMLCKMGF
CLPDLSVWAA
TQRDLERMEN
PKAESFFQTK
KCELLSDESV
KLLTIDRDLM
AVLLVNYRGS
MLDKSPIKYA
IRFCRQYLVF
ALDVTGSDDE
AVTSPRLSPD
VVQFSTPSVP
TGFGQDSILS
PQVKTPLLLM
HDGDSVVFAG
MARTKKPDQA
QCRIVYLRFP
PSLKVGFLPP
LPGNVGHQDV
LGQEDRRVPF
PAGNSVETRG
IKGDQFLFYE
SLVPHQQCGQ
AGKEQAVSWV
KDVQFAVEQV
KQGMEYYRVL
ELLSRESPSG
DWGENMVSKS
LCLYDWYTRV
SLEEAEPFPD
LQEEHFDAGR
KARNVPVRLL
TMKAVLRKAG
TPVLCVLDIE
TSVVVDIVPR
ISWSIRVLQP
VALMGGSHGG
LYPKSTHALS
GTGTAEEKQF
SGNISVLEGV
QLGEDFSGIY
PPQQEHVQYA
FLSCHLIGQY
EVEVESDSFM
MERQVLLSEP
LEVWEKNRKL
PENVSPGQAF
CSLLPLGCWS
DLDFEAILLQ
PETYSACIAR
NAVLWLHTHL
QEAAALYRGL
KSFNLSALEK
WAPGDTGVVF
ADSQRVVFDS
PSNPPDKTQV
NPVINIASMM
GS
SRQPSLSAAC
HGPVYEDDCF
VGWWHEPFRL
AQRSRQDLFA
PMVVMPHGGP
GSTDIPDWCM
LGPEVTTQYG
GCLSWSHSET
GIRYCTNRRS
VDTQTGSITS
HSSFVTAWML
VETGFPYSNS
GLYRTVHTEW
HLLYVAEKKR
ALYYVDLSGG
LTAAGSAGSW
FPAMLCKMGF
CLPDLNVWEE
TQRDLERMEN
PKAESFFQTK
KCELLSDGSL
KLLTIDKDLM
AVLLVNYRGS
MLDKSPIKYI
IRFCRQYLVF
ALDISASDDE
AICSPRLSPD
VAQFSTPSLP
TGFGQDSILS
PQVKTPVLLM
HDGDSVVFAG
MARPKKPDQA
QCRIVYLQYP
PSLKVGFLPP
LPGNVGHQDV
LGQEDRRVPF
PAGNSVETRG
IKGDQFVFYE
CLAPHHQCSQ
PGKEQSVSWV
KDVQFAVEQV
KQGMEYYRAL
ELLSRESPSG
DWGETMVSKS
LCLYDWYTKV
SLEEAEPIPG
LQEEHFDARR
KARNVPVRLL
TMKAVLRKAG
IPVLCVLDID
TSVVVDIVPR
IHWGVRVLHP
VALMGGSHGG
LYPKSNHALS
GTVSGEEKQF
SGNISVLEGV
QLGESFSGIY
PPDQENVQYA
FLSCHLIGQY
EVEAESDSFM
Het alignen van zulke eiwitten gaat een stuk lastiger! Eiwitten hebben gemiddeld een lengte van 300
aminozuren. Gelukkig zijn er computer programma’s die grote aminozuurvolgordes kunnen alignen.
Als je de bovenstaande eiwitten laat alignen door de computer komt daar het volgende uit (er is maar een klein
deel weergegeven):
QYPSLIPHHQCSQLCLYDWYTKVTSVVVDVVPRQLGENFSGIYCSLLPLGCWSADSQRVVFDSAQRSRQD
QYPCLAPHHQCSQLCLYDWYTKVTSVVVDIVPRQLGESFSGIYCSLLPLGCWSADSQRVVFDSAQRSRQD
QFPSLVPHQQCGQLCLYDWYTRVTVVVVDVVPRQLGENFSGIYCSLLPLGCWSADSQRVVFDTAQRSRQD
RFPSLVPHQQCGQLCLYDWYTRVTSVVVDIVPRQLGEDFSGIYCSLLPLGCWSADSQRVVFDSPQRSRQD
Mens
Rat
Rund
Varken
Door de kleurtjes kun je nu heel duidelijk zien waar verschillen voorkomen. Dit soort programma’s berekenen
ook evolutionaire stambomen. De stamboom voor deze vier eiwitten ziet er als volgt uit:
=rund
=mens
=varken
Samenvatting
Door het vergelijken van aminozuurvolgordes kun je iets zeggen over hoe de evolutie verlopen kan zijn. Je kunt
met behulp van moleculaire biologie evolutionaire stambomen maken die inzicht geven in de evolutie. Eiwitten
van organismen die maar weinig verwant zijn verschillen erg in aminozuurvolgorde. Eiwitten van organismen die
wel nauw verwant zijn lijken veel meer op elkaar qua aminozuurvolgorde.
Bijlage – Aminozuurvolgordes
> bovin
MERQVLLSEP
IRFCRQYLVF
VWEKNRKLKS
DISGSDDEMA
SVSPGQAFWA
TSPRLSPDQC
LLPLGCWSAD
QFSTPNLPPC
DFEAILIQPS
FGQDSILSLP
TYGACVVRNP
VKTPVLLMLG
VIWMCTHLGH
> human
MERQVLLSEP
IRFCRQYLVF
LEVWEKNRKL
ALDVSASDDE
PENVSPGQAF
AVSSPRLSPD
CSLLPLGCWS
VAQFSTPSLP
GLDFEAILLQ
TGFGQDSILS
PETYRACVAR
PQVKTPLLLM
NAVLWLRTHL
> pig
MERQVLLSEP
IRFCRQYLVF
LEVWEKNRKL
ALDVTGSDDE
PESVSPGQAF
AVTSPRLSPD
CSLLPLGCWS
VVQFSTPSVP
GLDFEAILLQ
TGFGQDSILS
PETYSACVVR
PQVKTPLLLM
NAVLWLCTHL
> rat
MERQVLLSEP
IRFCRQYLVF
LEVWEKNRKL
ALDISASDDE
PENVSPGQAF
AICSPRLSPD
CSLLPLGCWS
VAQFSTPSLP
DLDFEAILLQ
TGFGQDSILS
PETYSACIAR
PQVKTPVLLM
NAVLWLHTHL
EEAAALYRGL
HDGDSVVFAG
FNLSALEKHG
RPKKPDQAIK
PGDTGVVFAG
RIVYLQFPSL
SQRVVFDTAQ
LKVGFLPPAG
NPPDKTQVPM
GNVGSQDVKD
VINIASMMGS
QEDRRVPFKQ
SRQPALSAAC
PAGNSVETRG
PVYEDDCFGC
GDQFLFYEDW
WWHEPFRLGI
VPHQQCGQLC
RSRQDLFAVD
MEQEVVWVSL
VVMPHGGPHS
VQFAVEQVLQ
TDIPDWCVVE
GMEYYRALKA
LGPEVTTQYG
ELLSRESPSG
LSWSHSETHL
GENMVSKGSP
RFCTNRRSAL
LYDWYTRVTV
TQMGTVTPLT
EEAEPIPDIS
SFVTSWMLLP
EEHFDAGRVA
AGYLYSSDCL
RNVPVRLLLY
GRYRTVHTEW
TMKAVLRKAG
LYVAEKKRPK
VLCVLDIESG
YYVDLTGGNC
VVVDVVPRQL
AGGSGGSWKL
WSIRVLQPPP
AMLCKMGFAA
LLGGSHGGFL
PDPNVWSEML
PKSTHSLSEV
TQRDLERMEN
STGEEKQFLE
AESFFQTKAL
NISVLEGVPE
ELLSDDSLAV
GENFSGIYCS
LTIDRDLMVA
EQEHAQYVGL
LLVNYRGSTG
SCHLIGQYPE
NKSPIKYTPQ
EVESDSFMNA
EEAAALYRGL
HDGDSVVFAG
KSFNLSALEK
IARLKKPDQA
WAPGDAGVVF
QCRIVYLQYP
ADSQRVVFDS
PTLKVGFLPS
PGSPPDKTQV
LPGNVGHQDV
NPVINIASML
LGQEDRRVPF
GS
SRQPALSAAC
PAGNSVETRG
HGPVYEDDCF
IKGDQFVFYE
VGWWHEPFRL
SLIPHHQCSQ
AQRSRQDLFA
AGKEQSVLWV
PMVVMPHGGP
KDVQFAVEQV
GSTDIPDWCV
KQGMEYYRAL
LGPEVTTQYG
ELLSRESPSG
GCLSWSHSET
DWGENMVSKS
GIRFCTNRRS
LCLYDWYTKV
VDTQVGTVTS
SLEEAEPIPD
HSSFVTAWML
LQEEHFDASH
VEAGFPFSSD
KTRNVPVRLL
GQYRTVHTEW
TMKAVLRKAG
HLLYVAEKKR
IPVLCVLDVE
ALYYVDLIGG
TSVVVDVVPR
LTAGGSGGSW
IHWGIRVLQP
FPAMLCKMGF
VALMGGSHGG
CLPDLSVWAE
LYPKSTHALS
TQRDLERMEN
GTGPGEEKQF
PKAESFFQTK
SGNISVLEGV
KCELLSDDSL
QLGENFSGIY
KLLTIDQDLM
PPEQENVQYA
AVLLVNYRGS
FISCHLIGQY
MLDKSPIRYI
EVEVESDSFM
EEAAALYRGL
HDGDSVVFAG
KSFNLSALEK
MARTKKPDQA
WAPGDTGVVF
QCRIVYLRFP
ADSQRVVFDS
PSLKVGFLPP
PSNSPEKTQV
LPGNVGHQDV
NPVINIASMM
LGQEDRRVPF
GS
SRQPALSAAC
PAGNSVETRG
HGPVYEDDCF
IKGDQFLFYE
VGWWHEPFRL
SLVPHQQCGQ
PQRSRQDLFA
AGKEQAVSWV
PMVVMPHGGP
KDVQFAVEQV
GSTDIPDWCM
KQGMEYYRVL
LGPEVTTQYG
ELLSRESPSG
GCLSWSHSET
DWGENMVSKS
GIRFCTNRRS
LCLYDWYTRV
VDTQMGSVTS
SLEEAEPFPD
HSSFVTAWML
LQEEHFDAGR
VEAGFSYSSD
KARNVPVRLL
GRYRTVHTEW
TMKAVLRKAG
HLLYVADKKR
TPVLCVLDIE
ALYYVDLTGG
TSVVVDIVPR
LTAGGSGGSW
ISWSIRVLQP
FPAMLCKMGF
VALMGGSHGG
CLPDLSVWAA
LYPKSTHALS
TQRDLERMEN
GTGTAEEKQF
PKAESFFQTK
SGNISVLEGV
KCELLSDESV
QLGEDFSGIY
KLLTIDRDLM
PPQQEHVQYA
AVLLVNYRGS
FLSCHLIGQY
MLDKSPIKYA
EVEVESDSFM
QEAAALYRGL
HDGDSVVFAG
KSFNLSALEK
MARPKKPDQA
WAPGDTGVVF
QCRIVYLQYP
ADSQRVVFDS
PSLKVGFLPP
PSNPPDKTQV
LPGNVGHQDV
NPVINIASMM
LGQEDRRVPF
GS
SRQPSLSAAC
PAGNSVETRG
HGPVYEDDCF
IKGDQFVFYE
VGWWHEPFRL
CLAPHHQCSQ
AQRSRQDLFA
PGKEQSVSWV
PMVVMPHGGP
KDVQFAVEQV
GSTDIPDWCM
KQGMEYYRAL
LGPEVTTQYG
ELLSRESPSG
GCLSWSHSET
DWGETMVSKS
GIRYCTNRRS
LCLYDWYTKV
VDTQTGSITS
SLEEAEPIPG
HSSFVTAWML
LQEEHFDARR
VETGFPYSNS
KARNVPVRLL
GLYRTVHTEW
TMKAVLRKAG
HLLYVAEKKR
IPVLCVLDID
ALYYVDLSGG
TSVVVDIVPR
LTAAGSAGSW
IHWGVRVLHP
FPAMLCKMGF
VALMGGSHGG
CLPDLNVWEE
LYPKSNHALS
TQRDLERMEN
GTVSGEEKQF
PKAESFFQTK
SGNISVLEGV
KCELLSDGSL
QLGESFSGIY
KLLTIDKDLM
PPDQENVQYA
AVLLVNYRGS
FLSCHLIGQY
MLDKSPIKYI
EVEAESDSFM
Download