In zeven jaar helemaal opgebruiken : Reporters Online : https

advertisement
This page was exported from Reporters Online [ https://reportersonline.nl ]
Export date: Tue Jul 18 19:04:24 2017 / +0000 GMT
In zeven jaar helemaal opgebruiken
“We werden naakt in het ruim van een schip geduwd, de mannen aan één kant en de vrouwen aan de andere.
Het ruim was zo laag dat we niet rechtop konden staan. We waren gedwongen over de vloer te kruipen of te
zitten. Dag en nacht waren hetzelfde voor ons. Slapen ging niet vanwege de ongemakkelijke positie waarin we
onze lichamen moesten houden.
Oh! Ik zal het walgelijke vuil van die vreselijke plek nooit vergeten. Mijn hart wordt er tot op de dag van
vandaag ziek van. Het enige voedsel dat we kregen was gekookte mais. Ik kan niet zeggen hoe lang het
duurde, het was heel lang. We leden heel erg onder de behoefte aan water. Een pint per dag was alles dat was
toegestaan. Veel slaven stierven tijdens de overtocht. Één man was zo wanhopig dat hij probeerde het mes van
de blanke die het water kwam brengen te grijpen. Hij werd meegenomen naar het dek en ik weet niet wat er
van hem geworden is. Ik veronderstel dat hij overboord is gegooid.”
Zo beschrijft de slaaf Mahommah Gardo Baquaqua, afkomstig uit de delta van de rivier de Niger in WestAfrika, de overtocht in een Portugees schip van zijn continent naar Pernambuco in Noordoost-Brazilië
omstreeks 1840. De opluchting om van boord te kunnen gaan was zo groot dat het hem weinig kon schelen dat
hij tot slaaf was gemaakt. Twee dagen zou hij op de slavenmarkt verblijven totdat hij werd gekocht door een
handelaar, die hem doorverkocht aan een bakker op het platteland. Zijn relaas is een van de weinige die
bewaard gebleven is.
Quilombos
Op het moment dat Baquaqua's slavenbestaan begint, woedt de discussie over afschaffing al volop, maar in
Brazilië zal het nog tot 1888 duren voordat het zo ver is. Als laatste land in Noord- en Zuid-Amerika maakt het
een eind aan de slavernij. Ten eerste zijn het de slaven zelf, die in steeds groteren getale in opstand komen of
vluchten, die zorgen voor een ommezwaai in het maatschappelijke debat. Door de hele koloniale tijd heen,
vanaf de zestiende eeuw, bestaan er quilombos, gemeenschappen van gevluchte slaven. De beroemdste leider
van gevluchte slaven is Zumbi (1655-1695), die bij een legeraanval in zijn quilombo Palmares in het
noordoosten van Brazilië zal worden vermoord.
De slaven krijgen in de negentiende eeuw ook hulp van de ‘abolicionistas', de voorstanders van afschaffing,
een verzameling progressievelingen van alle huidskleuren – er waren al vrije Afrikanen, vooral nadat wettelijk
werd bepaald dat kinderen van slavinnen niet langer slaaf meer waren en dat slaven ouder dan 60 vrijgelaten
moesten worden - , voornamelijk afkomstig uit de grote steden. De sociologe Angela Alonso noemt deze
abolicionistas de eerste sociale beweging van Brazilië.
Eerbetoon aan de Afro-Braziliaanse godin Iemanjá op het strand van Rio. Foto: Ierê Ferreira
Naar schatting zijn er 5 miljoen tot slaaf gemaakte Afrikanen tussen de zestiende eeuw en het eind van de
negentiende eeuw naar Brazilië verscheept. Een tijdspanne van een dikke 300 jaar. Over de ruggen van deze
slaven konden suiker- en koffieplanters in Brazilië rijk worden. De Afrikanen werden ook tewerk gesteld in de
goudmijnen in de huidige deelstaat Minas Gerais. In de steden deden ze zwaar lichamelijk werk, als sjouwers
of bouwvakkers, maar ze waren bijvoorbeeld ook schoenpoetsers of verkochten eten op straat en moesten (een
deel van) hun opbrengst naar hun meester brengen. Deze slaven waren weliswaar relatief autonoom van hun
meesters, maar leefden in grote armoede in donkere en vochtige ruimtes en waren onderhevig aan epidemieën.
Westindische Compagnie
Ook de Nederlanden hebben hun aandeel in de slavernij gehad. 500.000 Afrikanen werden naar de Amerika's
gedeporteerd; de Westindische Compagnie (WIC) nam ruim de helft voor haar rekening. Een deel van deze
slaven kwam in Noordoost-Brazilië terecht, in een gebied waar de Nederlanders deels onder leiding van graaf
Maurits van Nassau van 1630 tot 1654 de dienst uitmaakten. Ook de Nederlanders stelden de slaven te werk op
suikerrietplantages, puur uit economisch gewin, omdat er geen andere arbeidskrachten voorhanden waren.
Aanvankelijk bestond er in de Nederlanden weerstand tegen slavernij omdat mensenhandel als niet christelijk
werd beschouwd. Maar toen de vraag naar arbeidskrachten in de koloniën dringend werd, gold al snel als
argument dat Afrikanen wel verhandeld konden worden omdat ze niet-christelijk en een ‘minderwaardig ras'
waren. In Maurits' tijd in Brazilië (1637-1643) zijn er volgens historici tussen de 1500 en 3000 tot slaaf
gemaakte Afrikanen naar Noordoost-Brazilië gedeporteerd.
Historici verhalen dat het voor de plantagehouders die slaven hielden economisch rendabeler was om een slaaf
in zeven jaar tijd helemaal op te gebruiken, waarna hij van ellende bezweek, dan hem goed te behandelen en
langere tijd profijt van hem te hebben.
Indianen ongeschikt bevonden
Dat de Brazilianen er zo lang over deden om de slavernij af te schaffen had alles te maken met de grote
behoefte van de planters aan deze werkkrachten. De Afrikanen waren gehaald omdat de oorspronkelijke
bevolking, indianen, ongeschikt werd bevonden voor het werk en omdat de Portugezen in het moederland er
helemaal niet voor voelden om zulk zwaar werk in de tropen te gaan doen. De strijd over de afschaffing van de
slavernij liep zo hoog op dat het bijna uitdraaide op een burgeroorlog. Zonder de slaven konden de plantages
niet functioneren.
Giften voor de Afro-Braziliaanse godin Iemanjá op het strand van Rio. Foto: Ierê Ferreira
In de steden waren het vrijwel alleen de slaven die het zware lichamelijke werk deden. Ze waren ook kok of
schoonmaakster in huis in de stad, of handwerkslieden. Slavinnen deelden vaak gedwongen het bed van hun
meesters. Velen hoopten zo hun omstandigheden te verbeteren, soms met succes, maar ze waren volstrekt
overgeleverd aan de willekeur van hun meester, die over hun leven beschikte.
Land witter maken
Veel blanke vrouwen waren er in Brazilië niet, waardoor indiaanse en zwarte vrouwen het doelwit werden
voor de seksuele behoeftebevrediging van de blanke man. Brazilië werd zo al snel de multiraciale
maatschappij die het nog steeds claimt te zijn. Vergeten wordt dan gemakshalve dat de Braziliaanse regering
rondom de definitieve afschaffing van de slavernij een actief beleid begon te voeren om meer blanke
immigranten aan te trekken om het land witter te maken. Tussen 1870 en 1930 mochten ‘inheemsen uit Azië
en Afrika' het land alleen in met toestemming van het nationaal congres.
In Rio de Janeiro was rond 1800 ongeveer de helft van de inwoners van Afrikaanse afkomst. Het zorgde voor
angst en argwaan onder de blanke overheersers, die hen al zo lang hadden misbruikt. Maar er bestond ook een
ronduit racistische afkeer van de (ex)slaven, die als vieze primitievelingen werden beschouwd. Tot op de dag
van vandaag kampen arme zwarte inwoners van Rio en de rest van Brazilië met deze vooroordelen. In april
2017 nog ontstond er opschudding toen nota bene een universitair docent – en niet weer eens een keer een
racistische politicus – zei dat huidskleur het eerste is waar je naar kijkt als je wilt weten of iemand een dief is.
Een verrijking
De historicus en socioloog Gilberto Freyre publiceerde in de jaren dertig van de vorige eeuw een omstreden
boek, Groot Huis en Slavenverblijf, dat in Brazilië nog steeds veel wordt geciteerd. In dat boek betoogt hij hoe
de raciale vermenging een verrijking voor het land heeft betekend. Maar het aandeel van de zwarte in deze
aangename smelkroes bestaat uit clichés als sensueel zijn, goed kunnen koken en mooie muziek kunnen
maken. Dat zijn precies de clichés waar de huidige nazaten van de Afrikaanse slaven bovenuit willen stijgen.
Ze kunnen ook goede juristen, artsen en sterrenkundigen zijn. De critici van Freyre vinden dat hij voorbijgaat
aan de ongelijkheid die er in de multiraciale maatschappij Brazilië bestaat.
De socioloog Florestan Fernandes was daar in de jaren vijftig van de vorige eeuw het meest expliciet in. Hij
betoogde dat er van harmonie in Brazilië geen sprake is en dat veldonderzoek van hemzelf en zijn mensen
heeft uitgewezen dat juist zwarte gemeenschappen in economische achterstandsposities verkeren. Na het
afschaffen van de slavernij in 1888 bleven de bestaande verhoudingen tussen blanken en zwarten gewoon
bestaan, aldus Fernandes. Om die achterstand in te halen was met name scholing nodig. De militaire dictatuur,
die in 1964 begon, snoerde Fernandes de mond. Pas in de jaren zeventig – de dictatuur zou nog voortduren tot
1985 - begonnen zwarte bewegingen voorzichtig weer over emancipatiestrijd te praten en hun stemmen
worden luider. Hierover zal het volgende verhaal gaan.
Bronnen
Het relaas van Mahommah Gardo Baquaqua:
https://library.brown.edu/create/fivecenturiesofchange/chapters/chapter-2/african-slavery/
Over het witter maken van Brazilië: https://www.brasildefato.com.br/node/8526/
Over het debat tussen Gilberto Freyre en Florestan Fernandes:
http://www.historialivre.com/revistahistoriador/seis/7gustavo.pdf
Over de jaren voorafgaand aan de afschaffing van de slavernij:
https://educacao.uol.com.br/disciplinas/historia-brasil/abolicionismo-como-foi-o-processo-de-fim-daescravidao.htm en http://mundoeducacao.bol.uol.com.br/historiadobrasil/tres-grandes-abolicionistas-negrosbrasileiros.htm en
http://www.infoescola.com/historia-do-brasil/campanhas-abolicionistas/
Over de abolicionistas:
http://www.scielo.br/pdf/nec/n100/0101-3300-nec-100-00115.pdf
Over de Nederlandse tijd in Noordoost-Brazilië: http://historiek.net/nederlands-brazilie-beginslavenhandel/61021/
Dit is het eerste deel in de serie Black Power in Rio, die ik samen met fotograaf Ierê Ferreira maak en die is
gefinancierd uit crowdfunding bij Voordekunst. https://www.voordekunst.nl/projecten/5056-black-power-inrio-1
Lees ook mijn verhaal met de voorzitster van cultureel centrum Klein Afrika in Rio, gepubliceerd op 6 oktober
2016 http://reportersonline.nl/een-miljoen-slaven-rios-havengebied/
Excerpt: In Brazilië werden tien keer zo veel slaven te werk gesteld als in de Verenigde Staten. Het land schafte als
laatste de slavernij af. De reden: slaven konden niet gemist worden op de plantages.
Post date: 2017-05-23 20:52:09
Post date GMT: 2017-05-23 18:52:09
Post modified date: 2017-05-23 20:54:58
Post modified date GMT: 2017-05-23 18:54:58
Powered by [ Universal Post Manager ] plugin. MS Word saving format developed by gVectors Team www.gVectors.com
Download