cao voorstellen hoveniers 2013

advertisement
CAO VOORSTELLEN HOVENIERS 2013
1. Looptijd:
Onze voorkeur gaat uit naar een looptijd van 2 jaar, te weten van 1 maart 2013 tot en met 28
februari 2015, dat is voor de sector prettiger en geeft meer rust. Echter een looptijd van 2 jaar
is wel afhankelijk van de afspraken die wij kunnen maken over het totale
arbeidsvoorwaardenpakket.
2. Inkomen:
Zoals bekend moet zijn baseren wij onze looneis op basis van een aantal algemene
uitgangspunten, hierbij zijn de consumentenprijsindex en arbeidsproductiviteit van belang.
Daarnaast wordt de definitieve looneis vastgesteld door ons hoogste orgaan binnen de
vereniging: de Bondsraad. Koopkracht is op dit moment een item, dat veelvuldig de kranten
haalt, waarbij er tussen de economen van ons land twee uitersten te zien is: de ene gaat uit van
loonmatiging en de ander stelt dat dit juist de basis is waarom de economie binnen Nederland
geen tekenen van groei vertoont en pleit dus voor flinke loonsverhogingen. De waarheid, zal
zoals gebruikelijk wel ergens in het midden liggen, iets waar wij graag bij aansluiten. Wij
vragen de werkgevers dan ook om met ons een aanvaardbare loonsverhoging voor de
werknemers in de sector af te spreken.
3. Reiskosten artikel 30:
Wij stellen voor om de reiskostenvergoeding op te trekken naar 0.19 cent (belastingvrij) per
kilometer en niet langer meer uit te gaan van een maximale reisafstand (woon-werkverkeer)
van 30 kilometer (heen en weer).
Tegelijkertijd stellen wij voor om de vergoeding die nu gegeven wordt conform artikel 30 lid
3, ook te wijzigen in een vergoeding van 0.19 cent per kilometer.
4. Jeugdlonen artikel 24:
Uit onderzoek blijkt dat de sector steeds meer moeite heeft om jeugdige werknemers te
behouden voor de sector. Van belang is dat de sector aantrekkelijk is en blijft ook voor
nieuwe instroom. Wij stellen daarom voor om de percentages zoals die nu genoemd staan in
artikel 24 met 5% op te trekken, dat betekent concreet dat iemand vanaf 20 jaar recht zou
hebben op 95% van het minimumjeugdloon. Daarnaast is het blijkbaar niet bij iedereen
bekend dat als je instroomt in de sector en ingeschaald wordt in bv. aanlooptrede A, dat het
dan wel de bedoeling is dat je het jaar daarop doorgroeit naar aanlooptrede B. Wellicht dat we
dit in het schema I in bijlage II nog nader kunnen verduidelijken.
5. Vakantiedagen:
In de vorige Cao, hebben we afgesproken dat wij binnen de sector aansluiten bij de wettelijke
verjaringstermijn van de wettelijke vakantiedagen (binnen 6 maanden na afloop van het jaar
waarin deze zijn opgebouwd komen te vervallen). Tevens is afgesproken dat de werkgever
een deugdelijke administratie dient bij te houden, waaruit voor de werknemer duidelijk blijkt
wat zijn opgebouwde rechten zijn van zowel wettelijke als bovenwettelijke dagen. In de
praktijk blijkt deze administratie nauwelijks aanwezig te zijn, alle dagen worden op 1 hoop
gegooid, met als gevolg dat werknemers en werkgevers niet goed meer weten hoe ze met deze
dagen moeten omgaan. Wij denken dat dit onwenselijk is en pleiten voor een duidelijk en
uitlegbaar systeem.
Daarom zijn wij van mening dat de sector baat zal hebben om de afspraak te wijzigen en af te
spreken dat ook de wettelijke vakantiedagen een verjaringstermijn hebben van 5 jaar.
6. Consignatie:
Een regeling die zodra de winter zich aandient, voor vragen zorgt en onduidelijkheid oproept.
Komt met name doordat een tweetal zaken in onze ogen nog niet helder genoeg zijn
vastgelegd. Wij stellen daarom de volgende aanvullingen voor:
De afkondiging of intrekking van een consignatie (lid 3, afkondigen en intrekken) dient
minimaal 48 uur voorafgaand aan het daadwerkelijk draaien van de consignatiedienst plaats
te vinden. Vanaf dat moment gaat de consignatiedienst dan ook daadwerkelijk in met de
daarbij behorende vergoeding.
Het daadwerkelijke draaien van een consignatierooster omvat een periode van 7 dagen.
7. Vast werk verdwijnt in ruil voor Flex:
Binnen de sector zien we steeds meer dat vaste banen worden omgezet in contracten voor
bepaalde tijd (flex banen in allerlei verschillende vormen). Dit brengt niet alleen veel
onzekerheid voor de werknemers mee, maar vraagt ook om een antwoord vanuit de sector als
het gaat om de werkingssfeer (zie voorstel 13). Daarnaast denken wij dat als er steeds meer
gebruik gemaakt wordt van allerlei flexibele contracten, er dan ook geen reden is om te
“sparen” voor onwerkbaar weer of gebrek aan werk. De Cao kent daar al een bepaling voor,
namelijk: werknemers met een contract voor bepaalde tijd korter dan 1 jaar, geldt dat er geen
sprake is van Flex Tijd voor Tijd. (artikel 12 lid 4) Wij stellen voor om daaraan toe te voegen:
Werknemers met een contract voor bepaalde tijd korter dan 1 jaar, geldt dat er geen sprake is
van Flex Tijd voor Tijd en Flex ADV. Voor deze werknemers geldt dat er alleen gekozen kan
worden uit de varianten 2,3 en 4 van het werkschema conform artikel 17.
Daarnaast zien wij, nu er steeds meer gewerkt wordt met contracten voor bepaalde tijd, dat
niet altijd voor de werknemer duidelijk is of het contract verlengd wordt of niet. Daarom
stellen wij voor om de volgende bepaling in de Cao op te nemen:
Werknemers met een contract voor bepaalde tijd, krijgen minimaal 1 maand voor het
bereiken van de afloopdatum van het contract te horen of de werkgever het contract wil
verlengen of niet. Dit om de werknemer ruim op tijd de gelegenheid te geven om bv. een WWaanvraag te regelen. Indien de werknemer korter dan 1 maand voor afloop van het contract te
horen krijgt dat het contract niet verlengd wordt, ontvangt de werknemer 4 uur betaald verlof
om alsnog zaken te kunnen regelen zoals het aanvragen van een WW.
8. Artikel 27:
Wij stellen voor om lid 4 aan te passen, aangezien er blijkbaar onduidelijkheid bestaat over de
interpretatie. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: voor cursussen/opleidingen etc. die
door de werkgever worden opgelegd, (verplicht worden gesteld) kunnen de kosten van de
opleiding niet door de werkgever, bij einde dienstverband worden teruggevorderd.
Cursussen/opleidingen die een werknemer op eigen verzoek gaat volgen, na overleg met de
werkgever, geldt dat vooraf schriftelijk wordt overeengekomen, hoe om te gaan met het
eventueel terugbetalen van de opleidingskosten bij beëindiging van het dienstverband op
verzoek van de werknemer.
9. Artikel 12 Onwerkbaar Weer:
Conform dit artikel is de werkgever gehouden om het loon door te betalen indien er sprake is
van onwerkbaar weer of gebrek aan werk. Een werkgever kan in deze situaties ook gebruik
maken van de saldi uit de Flex ADV en Flex TvT. Echter er zijn bedrijven in onze sector die
geen ADV opbouwen. Dit zijn bedrijven die een werkschema kennen van 37 uur per week
(variant 3). Voor deze (veelal kleine) bedrijven willen wij graag in de Cao de volgende
mogelijkheid opnemen:
Voor die bedrijven, die een werkschema hanteren conform artikel 17 variant 3 geldt dat zij
vrijwillig gebruik kunnen maken van het Overbruggingsfonds, zoals die door Colland wordt
uitgevoerd. De kosten van de regeling zijn volledig voor rekening van de werkgever. Indien
een werkgever van dit fonds gebruik wil maken, dient hij dit wel te melden bij de
geschillencommissie van de Cao voor de Hoveniers.
10. WGA Hiaat verzekering:
Binnen de agrarische sector, kunnen werkgevers voor hun werknemers een verzuim
verzekering afsluiten bij Sazas. Naast een aantal voordelen voor de werkgever, betekent dit
dat ook de werknemer automatisch deelneemt en profiteert van een aantal voordelen, zoals de
hogere aanvulling bij de loondoorbetaling. Daarnaast kent dit pluspakket ook een dekking
voor het WGA-Hiaat. Echter niet alle werkgevers binnen de hoveniersector zijn aangesloten
bij Sazas. Dat betekent dat de werknemers bij die werkgever het risico lopen minder goed
verzekerd te zijn bij ziekte. Wij zouden dan ook graag in de Cao willen opnemen dat alle
werkgevers verplicht zijn om een WGA Hiaat verzekering aan te bieden, die voldoet aan de
normen conform de WGA hiaat verzekering van Sazas. Denk hierbij aan de dekking, maar
ook een premieplafond zal onderdeel moeten uitmaken van deze afspraak.
11. Gewoon Goed Werk: (Uitzendbepaling artikel 4).
Wij vinden dat werknemers die werkzaam zijn in de sector, of dat nu voor een contract voor
bepaalde tijd, vast of op uitzendbasis is, conform de inlenende Cao betaalt dienen te worden.
Dit om oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Dit betekent dat wij
geen onderscheid meer willen maken in de Cao en dat wij dus voorstellen dat alle
uitzendkrachten vanaf dag 1 onder de inlenende Cao vallen (mede ook ingegeven dat vanaf
2015 de ABU Cao geen eigen beloningsregeling meer kent). Daarnaast willen wij voorkomen
dat er gebruik gemaakt kan worden van malafide uitzendbureaus en dienen wij goed vast te
leggen dat er ook op naleving gecontroleerd kan worden. Wij stellen daarom voor om de tekst
in de Cao nader te bekijken en in ieder geval de volgende zaken toe te voegen: vanaf dag 1
inlenende Cao, opnemen van inlenersloonbegrip, uitzendbureaus ingeschreven moeten staan
bij het register stichting normering arbeid (SNA), dat ze voldoen aan de gestelde eisen van dit
keurmerk en dat werkgevers zich ervan vergewissen dat de uitzendbureaus voldoen aan de
gestelde eisen. De nieuwe Cao afspraak bij Open Teelten, is een voorbeeld van hoe de
afspraken juridisch verwoord dienen te worden.
12. Naleving Cao:
Veelvuldig komen wij werkgevers tegen die de Cao niet altijd even correct toepassen. Dat
betekent dat er wel degelijk concurrentie op arbeidsvoorwaarden ontstaat, iets dat wij juist
willen voorkomen door de Cao algemeen verbindend te laten verklaren. Naleving afdwingen
is een lastige zaak, ook omdat een individuele werknemer dan het conflict aan moet met zijn
werkgever, iets dat in deze onzekere tijd, niet altijd even goed wordt gewaardeerd.
Echter het zou goed zijn als partijen onderkennen en erkennen dat het naleven van de Cao van
groot belang is niet alleen voor de werknemers, maar ook voor de werkgevers. Een eerste stap
in de goede richting is een toets of alle werkgevers wel op de juiste manier bij Colland en/of
de pensioenuitvoerder geregistreerd staan. Wij zouden dan ook graag zien dat middels een
gezamenlijk projectvoorstel wij dit onderwerp nader onder de loep nemen om te bezien welke
activiteiten wij kunnen ontplooien om naleving van de Cao te kunnen afdwingen.
Daarnaast stellen wij voor om het volgende in de Cao op te nemen: Indien een vakorganisatie
kosten moet maken om naleving van de Cao af te dwingen, zijn de kosten die de
vakorganisatie moet maken om naleving af te dwingen, voor de werkgever die de Cao niet
naleeft.
13. Werkingssfeer:
Wij zijn van mening dat alle werknemers die werkzaam zijn in de sector onder de Cao dienen
te vallen voor het hoveniersbedrijf. Of het nu gaat om een uitzendkracht, een contract voor
bepaalde tijd, of anderszins, als iemand een groot deel van zijn werkzaamheden verricht
binnen de hovenierssector, dient die persoon niet alleen conform de Cao beloond te worden
maar moet ook verzekerd zijn van een goede pensioenopbouw conform de regeling van het
bedrijfstakpensioenfonds voor de Landbouw. Dit betekent dat wij graag zouden zien dat er
gekeken wordt naar een aanscherping van de werkingssfeer als het gaat om bv. zaken als een
pay-roll constructie, uitzendbepalingen en andere bepalingen, waardoor een werknemer wel
werkzaamheden verricht in de sector, maar niet beloond wordt conform de aanpalende Cao.
14. Arbeidsgehandicapte werknemers: (artikel 30)
In de Cao kennen wij nu een mogelijkheid dat voor bepaalde groepen werknemers,
werkgevers loondispensatie kunnen aanvragen, waardoor werknemers onder het
minimumloon aangenomen kunnen worden. Aan de ene kant kan dat prettig zijn voor de
werknemer (kans op een baan wordt vergroot) maar aan de andere kant kunnen werknemers
op deze manier ook “uitgebuit” worden omdat er verder geen enkele voorwaarden zijn
opgenomen voor deze dispensatie. Daarnaast zien wij bij uitstek in onze sector dat steeds
meer werknemers met een arbeidshandicap op allerlei verschillende manieren binnen de
sector werkzaam zijn. Detachering en samenwerkingsverbanden komen wij in allerlei vormen
tegen, iets dat alleen maar zal toenemen gelet op de social return eisen bij aanbestedingen en
de nieuwe participatiewet. Dat betekent dat wij gezamenlijk een antwoord moeten hebben op
de arbeidsvoorwaarden voor deze groepen werknemers, om te voorkomen dat er straks allerlei
constructies ontstaan die niet controleerbaar zijn, werknemers wel werkzaam zijn in de sector
maar niet vallen onder de Cao en dus ook de representativiteit onder druk komt te staan. Een
eerste aanzet is gemaakt door een onderzoek te verrichten naar de verschillen in loonbetaling
hoveniers en werknemers die vallen onder de Cao voor de Sociale Werkvoorziening. Nu is
nog de vraag hoe we hier mee verder gaan. Wij stellen daarom dan ook voor om een
werkgroep samen te stellen die met dit vraagstuk verder aan de slag gaat.
15. Werkgroepen:
Stellen voor om de uitkomsten van de werkgroep: levensfasebewust personeelsbeleid
(inclusief modern scholingsbeleid en seniorenregeling) én de werkgroep objectief
gerechtvaardigd nieuw beoordelingssysteem te bespreken en na eventuele aanpassingen in de
Cao op te nemen.
Aandachtspunt dient overigens te zijn dat werkgevers het al reeds opgebouwde
levensfasebudget, bij uitdiensttreding van de werknemer, onder inhouding van verschuldigde
belastingen, dient uit te betalen. Iets dat nu niet overal als vanzelfsprekend wordt gezien.
16. artikel 15. lid 1.d wijzigen in:
Op de dag dat de koning zijn verjaardag viert.
Wij behouden ons het recht voor om bij aanvang van en tijdens de onderhandelingen met
aanvullende voorstellen te komen.
Download