Lente 2017 Hartland - Christenen voor Israël

advertisement
Lente 2017
Meditatie
Hartland
Ezechiël 38:12
Terwijl ik dit schrijf staan de verkiezingen voor de deur, wordt er vanuit Turkije nog
wat gescholden in de richting van Rutte en is de eerste hype achter Trump al weer
achter de rug. Ik kijk vanachter mijn bureau het raam uit en overal om me heen is de
lente ook nog begonnen. De koolmezen zijn druk in de weer en de eerste lammeren
verschijnen in de wei. Niet dat ik dingen nu wil relativeren maar laten we wel zijn, er
zijn belangrijker zaken. Het gaat ten slotte uiteindelijk en in de eerste plaats om het hart
van de zaak: Het leven in geloof met God en de wetenschap dat alles verbonden is met
Gods uiteindelijke doel!
De profeet Ezechiël noemt zijn land het middelpunt van de aarde. Dat heeft hij al eerder
gedaan, of liever de Here door hem. In hoofdstuk 5 heeft hij gesproken over Israël en
Jeruzalem als het hart van de wereld. Jeruzalem heeft God in het midden geplaatst met
landen erom heen. Zo zit dat dus, fysiek en geestelijk. De wereld draait niet om de zon,
maar om Zi-on.
Het beloofde land wordt in de Bijbel de heilige bodem genoemd, het erfdeel van de
Here, het sieraadland en de navel van de aarde. Je zou kunnen zeggen dat de wereld uit
verschillende cirkels bestaat: de buitenste cirkel wordt gevormd door de naties van de
wereld, verspreid over verschillende continenten. Daarbinnen heb je de cirkel van de
buren van Israël. Zij zitten op de eerste rij. Soms zijn het ook broedervolken, zoals
Midian, Moab, Ammon en Edom. Dat betekent dat zij als eerste gezegend kunnen
worden, maar ook als eerste het oordeel voelen als zij een vinger uitsteken naar Gods
volk. Het land zelf wordt een land genoemd waar God het hele jaar zijn ogen op gericht
heeft en waar Hij zelf zorg voor draagt (Deut.11:12). Maar ook het land kent cirkels. De
buitenste bestaat uit de Negev, de Golan, Gilead en Galilea. Het is mooi maar geestelijk
gezin is de cirkel daarbinnen krachtiger: Hier ligt Judea met Hebron en de graven van
de aartsvaderen, Shio en de Ebal en de Gerizim, hier woonden profeten als Jeremia en
Elia, hier trok Abraham met zijn kudden doorheen, hier werden David en Jezus
geboren. Meer dan welk ander deel ook geeft dit gebied aan Israël haar geestelijke
identiteit. Mensen die er wonen ervaren dat ook zo. Toen ik in Othniël (Judea) vroeg of
mensen na de vreselijke moorden van vorig jaar, niet overwogen om daar weg te gaan,
zeiden ze mij dat ze dat niet wilden noch konden, omdat daar geestelijk gezien de
aanwezigheid van God zo ervaren werd. Binnen het hartland van Israël ligt Jeruzalem
zelf en dat kent ook verschillende gradaties. Het eerste werd het moderne en latere
westen van de stad bevrijd in 1948. Pas veel later in 1967 kwam de oude stad, het land
Moria, met de Olijfberg en de Sionsberg in handen van het Joodse volk. Daarbinnen ligt
de meeste heilige plaats, de berg van het heilige sieraad, zoals Daniël het ooit noemde,
de tempelberg. Die is wel in handen van Israël, maar nog niet echt moet je zeggen. De
profeten zeggen ook dat de tenten van Juda eerder bevrijd worden dan de rest
(Zach.12:7). Het is bijzonder om te bedenken dat op de berg straks de troon van de
Messias zal staan en dat vandaaruit de wereld geregeerd zal worden. Dat daar ook de
tronen zullen zijn van de apostelen die zullen regeren over het volk zelf. Zo lang dat nog
geen werkelijkheid is, druppelt vanuit het middelpunt van de aarde de haat en het gif
tegen Isra:el en de God van Israël en zijn Gezalfde de wereld binnen. De tempelberg is
nooit neutraal. Of het is de plaats van het paradijs of de plaats van de zondeval.
Het is goed om te bedenken dat Israël het land nooit bezit, maar altijd beheerst en er
zorg voor draagt. Dat is altijd zo geweest en daarom is het ook in onze tijd niet vreemd
dat Israël in die situatie zit. Dat lijkt allemaal lastig en problematisch te zijn maar dat
hoort bij de eigenheid van het land. Ook Joden blijven bijwoners bij God in zijn land.
Niet de regering van Israël regelt de zaken en weet alles tot een goed einde te brengen.
Dat doet God zelf en Hij doet het door zijn Zoon, de Messias. We zijn wel eens vergeten
dat Jezus meer taken heeft dan alleen de verzoening van de zonden. Die verzoening
openen zelfs de deur naar al het andere: de inzameling van de kinderen van Israël en
het heerlijke herstel van het land (Jesaja 49:8). Er zal een tijd komen dat Israël de wereld
zal vervullen met haar vruchten, dat God hier de maaltijd aanricht voor alle volken en
dat de naties van de aarde hier God zullen zoeken en dat Hij hier zal de politieke zaken
van de naties zal besturen. Ooit zal voor iedereen weer zichtbaar zijn wat Jeruzalem
voor de wereld is: de navel van de aarde. En als het christelijk is om bezig te zijn met de
dingen van Christus, dan is het dus zeer christelijk om dit Jeruzalem en het land te
steunen en zeker het hart van het land. Joden spreken zelf over de verlossing van het
land als ze er gaan wonen en er God gaan eren. En in zekere zin is dat ook zo. En het is
goed als we als gelovigen uit de volken vanuit onze intimiteit met Christus daaraan
meehelpen..
Ds.Henk Poot
Israël
Hartland
Laatkomers
Er is een oud en zeldzaam boek Palestina ex monumentis veteribus illustrata (Palestina aan de
hand van oude bewijzen), geschreven Hadrianus Relandi, een geleerde en kaartenmaker uit
Utrecht, uitgegeven in het jaar 1714. Het beschrijft zijn bezoek aan Palestina in 1695-96.
Tijdens deze reis bezocht Relandi 2500 plaatsen die genoemd worden in de Bijbel en de
Talmud en hij telde ook de mensen die daar woonden. Daarbij deed hij een aantal
opmerkelijke ontdekkingen. Om te beginnen ontdekte hij dat geen enkele plaats in
Palestina een naam had die van Arabische oorsprong was. Het waren allemaal namen
die afgeleid waren uit het Hebreeuws, Latijn of Grieks.
Een andere interessante ontdekking was de afwezigheid van een grote
Moslimbevolking. Hij zag dat de meeste bewoners van Palestina Joden waren, samen
met nog wat christenen en een handvol Bedoeïenen. Nazareth bij voorbeeld telde een
kleine duizend christenen en Jeruzalem had 5000 meest Joodse inwoners. Gaza om maar
wat te noemen kende rond de 250 Joden en een even groot aantal christenen. De enige
uitzondering was Nablus (Sichem) waar ongeveer 120 Moslims woonden, samen met
een klein aantal Samaritanen.
Als je naar andere bronnen kijkt, merk je dat het merendeel van de niet-Joodse
immigratie naar Palestina pas in het midden van de negentiende eeuw plaats vindt. In
1540 moeten er rond de 151.000 niet-Joden gewoond hebben in Palestina (sommigen
zeggen dat de meesten van deze inwoners afstammelingen van Joden zijn die
gedwongen werden tot de islam over te gaan). Rond 1800 was de niet-Joodse bevolking
inmiddels gegroeid tot 268.000, vervolgens tot 489.000 in 1890, 589.000 in 1922 en meer
dan een miljoen in 1948. De meeste van deze immigranten waren moslim. De vraag is
dan waar deze grote en groeiende instroom aan te danken was. Er zijn drie oorzaken te
noemen. Ten eerste kwamen er in de eerste helft van de negentiende eeuw enkele
duizenden boeren uit Egypte als gevolg van politieke ontwikkelingen, gedwongen
arbeid en hoge belastingen. Ten tweede bracht de Turkse overheid een groot aantal
mensen uit Marokko, Algerije en Egypte naar Palestina in het begin van de vorige eeuw
als tegenwicht van de Joodse immigratie. Maar als derde moet ook gezegd worden dat
het Zionistische project voor veel Arabieren aantrekkelijk was: er waren bij de Joden
goede salarissen te verdienen, er was gezondheidszorg en inderdaad daalde het
geboortecijfer van kinderen in Palestina van 201 op de 1000 in 1925 naar 94/1000 in 1945,
terwijl de levensverwachting steeg van 37 naar 49 jaar.
Verder groeide de Arabische bevolking het meest in de steden waar een grote Joodse
bevolking was. Tussen 1922 en 1947 groeide de Arabische bevolking in Haifa met 290%,
in Jaffa met 158% en in Jeruzalem met 131%. De groei in overwegend Arabische steden
was veel minder: Bethlehem 37% en Nablus 42%.
Tijdens de Britse regering in de periode van het Mandaat (1917-1948) werd de joodse
immigratie sterke beperkingen opgelegd om de Arabieren te behagen, terwijl er volgens
het Hope-Simpson Onderzoek (1930) in dezelfde periode een illegale instroom van mensen
uit Egypte, Transjordanië en Syrië was. De Peel Onderzoekscommissie (1937) constateerde
dat er een tekort aan land kwam door de grote immigratie van Arabieren naar Palestina.
Ondertussen moet ook vermeld worden dat de Arabische immigratie tot aan het
uitroepen van de Joodse staat gewoon doorging omdat de Verenigde Naties verklaarden
hadden dat iedereen die tussen 1 Juni 1946 en 15 mei 1948 in Palestina had gewoond in
aanmerking kwam voor een vluchtelingenstatus indien nodig.
Als er zo weinig niet-Joodse bewoners van Palestina in de 16de en 17de eeuw waren, wat
was er dan gebeurd met de Arabische veroveraars die in 629 n.Chr. arriveerden? Wel, in
de eerste plaats bleven er weinig van die veroveraars achter. Veel van hen werden
grootgrondbezitters op een afstand die de inheemse bevolking gebruikten om hun
bezittingen te onderhouden en hen dhimmi-belasting lieten betalen. Dat was de reden
dat niet alleen Palestina maar ook Egypte en Syrië eeuwen lang christelijk bleven. Het is
evenwel mogelijk dat na de herovering door de moslims in 1187 in de tijd van de
Kruistochten veel Joden en christene gedwongen werden over te gaan naar de islam en
dat op deze manier het aantal moslims om hoog gestuwd werd. Hoe dan ook, de
bevolking van Palestina nam sterk af vanaf het midden van de veertiende eeuw – voor
een deel was dat te wijten aan de Pest, de Zwarte Dood, die vanuit Oost-Europa en
Noord-Afrika de regio binnendrong. Het land bleef vervolgens onverzorgd achter, in
veel gebieden was er gevaar voor malaria, zeker in het noorden dat bijna in zijn geheel
onbewoonbaar werd. Ontvolking werd ook versterkt door de invasie van Palestina door
Mohammed Pasha uit Egypte in 1831 en de opstand die onder de boeren uitbrak,
waarbij meer dan twintig procent van de mannelijke bevolking gedood werd.
Het is duidelijk dat het onzinnig is om te beweren dat er maar een enkele Arabier
woonde in het Palestina van de late negentiende en het begin van de twintigste eeuw.
Maar de aantallen laten zien dat een overweldigende meerderheid daarvan bestond uit
mensen uit de rest van de Arabische wereld. Het idee van een diep gewortelde
Palestijns-Arabische geschiedenis of cultuur is niet juist. De Arabieren waren
laatkomers. Dit verklaart ook waarom Arabieren in het verleden nooit spraken over een
Palestijnse identiteit – die bestond niet. De Arabieren waren Egyptenaren, Syriërs,
Marokkanen, Iraki’s en Turkse Arabieren en veel van hen toonden hun sympathie voor
het idee van een Groot-Syrië. In feite duurde het tot aan de jaren zestig dat de Arabieren
weigerden zichzelf Palestijnen te noemen omdat dat een naam was die altijd
gereserveerd was voor de Joden. Het lijkt nu lachwekkend maar Immanuel Kant, de
achttiende-eeuwse Duitse filosoof, sprak over Joden in Europa als de Palestijnen die
onder ons leven.
Pas in het midden van de jaren 60, bijna twee decennia na de stichting van Israël, kwam
een (en een erg gewelddadige) Palestijnse identiteit op. Maar zelfs in de jaren 70 was de
gedachte van een Palestijns volk eigenlijk niet meer dan een terroristische constructie
om de Joodse claims op het gebied te ondermijnen. In 1977 gaf Zahir Muhsein een
vooraanstaand lid van de PLO in een Nederlandse krant nog toe dat het zogenaamde
Palestijnse volk niet bestond en dat de stichting van een Palestijnse staat alleen maar een
middel was in de voortdurende strijd tegen de staat Israël.
.
Israël
Hartland
Een cadeau voor Judea in 2017 – Beth Haggai
Vijftig jaar – een jubeljaar – geleden werd de oude stad Jeruzalem verenigd met het
jonge en moderne westelijke deel van de stad. In 1948 was de oude stad bezet door het
Jordaanse leger maar na de Zesdaagse oorlog kwamen de Olijfberg, de eeuwenoude
Joodse wijk, de Klaagmuur en de Tempelberg weer in handen van Israël.
Maar in die week in 1967 toen alle buren van Israël aanvielen om een einde te maken
aan de Joodse staat, kwam ook als een wonder het Bijbelse hart van Israël weer in bezit
van Gods volk. Plaatsen als Siloh, Bethel, de Ebal en de Gerizim en de graven van de
Aartsvaders en moeders in Hebron konden weer door Joden bezocht worden.
Het is prachtig om in dit bijzondere jaar een bijzonder geschenk te geven aan het
Bijbelse hartland.
We hebben gekozen voor Beth Haggai. Net even te zuiden van Hebron, halverwege
Jeruzalem en Beersheva ligt dit bijzondere dorp dat in 1984 door een groep jonge
pioniers gesticht werd na de moord op drie van hun vrienden. Vastbesloten om er iets
moois van te maken besloten zij om er jongeren met problemen te gaan opvangen en
een nieuwe toekomst te geven. Nu, dertig jaar later, heeft Beth Haggai zes
opvanghuizen voor tieners die grote psychische problemen hebben, misbruikt zijn of op
een andere manier aan de grond zitten. In elk huis woont een jong echtpaar, die daar
tien jongeren verzorgt. Ze worden geholpen door een team professionele hulpverleners,
maar ook door de school en de werkplaatsen die garant staan voor een opleiding en het
leren van een vak. Daarnaast worden de gezinnen begeleid door een rabbijn die de
jongeren vertelt over een Bijbelse manier van leven. De jongeren blijven er twee tot vijf
jaar en de echtparen gemiddeld zo’n drie jaar. En het is prachtig om te horen hoe de
jongeren een goede plek in de samenleving bereiken door dit werk.
Deze zomer bezocht ik samen met mijn vrouw Beth Haggai met de vraag waar hen mee
konden steunen. De leiding vroeg ons te helpen bij de inrichting van een nieuw,
zevende huis, van een keuken, bedden tot en met computers en bij de aanschaf van een
eigen schaapskudde. Al met al denken we zelf nu aan een bedrag van € 75.000. We
hopen dat cadeau met uw steun aan het einde van het jaar te kunnen overhandigen.
Israël Gezegend
Vorig jaar werd door u samen een bedrag van € 132.500 gegeven aan projecten in Judea
en Samaria. Dat is een prachtig bedrag. Het ging naar, om zomaar wat te noemen naar
een nieuw muziekcentrum in Othniël, naar voedselpakketten in Samaria, naar
ondersteuning van integratie van Ethiopische gezinnen via de middelbare school in
Kedumim, naar dagelijkse levensmiddelen voor de studenten van de Yeshiva in Bath
Ayin en naar de zorg voor ouderen in de winter in de regio Gush Etzion.
Inmiddels is de hulp aan Gush Katif afgerond. Nagenoeg alle gezinnen hebben na meer
dan 12 jaar hun weg kunnen vinden. Dank zij u konden we veel mensen hierbij een
steun in de rug geven.
Giften Oktober-December 2016
Ontvangen: € 34.002,14
In de laatste maanden van vorig jaar kwam meer dan 34.000 euro binnen. Een
aanzienlijk deel daarvan via het Shalomfonds van Christenen voor Israël en was
bestemd voor stookkosten, medicijnen en andere noodhulp voor de senioren in de regio
Gush Etzion, ten zuiden van Jeruzalem in de buurt van Bethlehem en Efratha. Het geld
ging naar de volgende bestemmingen:
Bat Ayin
Beit Yatir
Emmanuël
Fasaël
Gush Etzion
Kiryat Arba Museum
Neve Zuf
Nofei Nechemia
Othniël
Karnei Shomron
Nokdim
Rechelim
Shadmot Mechola
Shani Livne
Sussiya
Yitav
1500
1000
800
1000
14.000
1000
1000
1000
3000
1000
500
1000
1000
2000
1800
1000
Levensonderhoud studenten Yeshiva
Kinderdagverblijf
Tienerproject
Recreatie ouderen
Hulp ouderen
Onderwijs kinderen
Jeugdclub
Kinderdagverblijf nieuw
Muziekschool
Kinderzorg
Dorpshuis
Bewaking
Kinderbijbelclub
Sportaccomodatie
Hulp gezinnen in de knel
Hulp kinderen met leerachterstand
Totaal bedrag € 32.600 + $ 7500
(Warme maaltijden meisjesschool Kochav Yaakov $ 3750
Barkan Voedselpakketten $ 3750)
Reserveringen
Algemeen: 718,72
Beit Haggai
100
Gevaot
82,50
Emmanuël
70,50
Maale Levona
92.50
Maale Shomron
122.50
Netiv Hagedud
145,50
Oranit
7,50
Tal Binyomin 33,50
.
Graag zien we uw komende giften als volgt tegemoet op
= NL38ABNA0529310252 =
aan Christenen voor Israel ovv: CFOIC : Algemeen of CFOIC: Naam project.
Download