Samenvatting van de goedgekeurde adviezen juli

advertisement
Europees Economisch en Sociaal Comité
Brussel, 15 september 2016
ZITTING
VAN 13 EN 14 juli 2016
SAMENVATTING VAN DE GOEDGEKEURDE ADVIEZEN
Dit document is in de officiële talen op te vragen op de website van het Comité:
http://www.eesc.europa.eu/?i=portal.fr.documents#/boxTab1-2
De genoemde adviezen kunnen online worden geraadpleegd via de zoekmachine van het
Comité:
http://www.eesc.europa.eu/?i=portal.fr.opinions-search
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 1/14
NL
Inhoudsopgave
1.
EUROPESE INTEGRATIE ......................................................................................................... 3
2.
GROEI EN INNOVATIE/BELASTINGEN ............................................................................... 4
3.
MILIEU / LANDBOUW EN VISSERIJ ..................................................................................... 6
4.
VERVOER ..................................................................................................................................... 9
5.
INDUSTRIE ................................................................................................................................. 11
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 2/14
De zitting van 13 en 14 juli 2016 werd opgeluisterd door de aanwezigheid van Ivan KORČOK,
onderminister voor het Slowaakse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, Sandro GOZI,
Italiaans staatssecretaris voor Europese aangelegenheden, en Margrethe VESTAGER, EUcommissaris voor mededinging.
De volgende adviezen werden goedgekeurd:
1.
EUROPESE INTEGRATIE

Europees burgerinitiatief (herziening) (initiatiefadvies)
Rapporteur:
Antonio LONGO (Diverse Werkzaamheden-IT)
Ref.:
EESC-2016-00889-00-00-AC
Hoofdpunten:
Vier jaar na de inwerkingtreding van de EBI-verordening heeft het EESC ernstige problemen
vastgesteld van technische, juridische en bureaucratische aard, alsook een duidelijke overbelasting van
de Europese Commissie.
In zijn advies beveelt het EESC aan:






de bestaande regels te vereenvoudigen zodat zij beter worden afgestemd op de werkelijke
mogelijkheden van de burgers (door de burgers zelf de aanvangsdatum te laten kiezen, de
burgercomités wettelijk te erkennen en een permanent platform te bieden voor het online
inzamelen van handtekeningen) en de bestaande registratieprocedure te verduidelijken;
de nationale voorschriften voor het verzamelen van gegevens te vereenvoudigen, verminderen
en standaardiseren;
te zorgen voor een adequate follow-up van succesvolle initiatieven, en met de organisatoren van
een EBI te communiceren over de wetswijzigingen en politieke besluiten die samenhangen met
hun EBI (zelfs als deze gedeeltelijk van toepassing zijn);
de rol van de Europese Commissie als "institutionele raadgever" en "rechter" op te splitsen; In
dit verband kan het EESC een vanzelfsprekende kandidaat zijn voor de rol van facilitator en
institutionele raadgever;
het Europees burgerinitiatief onder de aandacht te brengen en een serieuze
voorlichtingscampagne op te zetten;
een institutioneel forum over de Europese burgerparticipatie op te richten, dat een permanente
plaats van discussie en debat moet worden binnen het Comité, naar het voorbeeld van het
Europees Migratieforum en voortbouwend op de eerder gelanceerde Dag van het Europees
burgerinitiatief.
Contactpersoon: Anna Kozdoj
(Tel.: 00 32 2 546 8203 – email: [email protected])
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 3/14
2.
GROEI EN INNOVATIE/BELASTINGEN

Actieplan btw
Rapporteur:
Daniel MAREELS (Werkgevers - BE)
Corapporteur:
Giuseppe GUERINI (Diverse werkzaamheden – IT)
Referentie:
COM(2016) 148 final
EESC-2016-02343-00-01-AC-TRA
Hoofdpunten:
Het EESC









verwelkomt het “Actieplan betreffende de BTW”. Het is belangrijk dat alle onderdelen van het
actieplan als een ondeelbaar geheel worden uitgevoerd. Het Comité dringt er bij alle
betrokkenen echter ook op aan om na te gaan hoe diensten sneller kunnen worden geïntegreerd
in het nieuwe systeem;
benadrukt dat de omvorming van het huidig regime zou moeten leiden tot een definitief BTWstelsel dat duidelijk, coherent, robuust en sluitend is, en ook proportioneel en toekomstbestendig
(“future proof”);
sluit zich aan bij de voorgestelde keuze van het bestemmingsland-beginsel; daardoor wordt een
gelijk speelveld geschapen voor alle leveranciers op dezelfde nationale markt;
onderstreept dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de wijze waarop het systeem is
ondernemingsvriendelijk is. Het Comité dringt aan erop aan om de mogelijkheid van bijkomende
en verdergaande vereenvoudiging en beperking van de administratieve lasten verder te
onderzoeken, waarbij kan worden gedacht aan een evenredige aanpak ten gunste van het MKB;
pleit voor een ruime en moderne terbeschikkingstelling van nuttige informatie, bijvoorbeeld via
een webportal, ten voordele van de ondernemingen;
is ingenomen met de sterke nadruk op het dichten van de BTW-kloof en de gevoeligheid voor
BTW-fraude. Het is van belang snel tot resultaten te komen, onder meer via een verbeterde
samenwerking tussen belastingdiensten en douane-administraties, alsook tot meer efficiënte
fiscale administraties te komen (in termen van menselijke, financiële en technische
hulpmiddelen). Ook zijn van belang een sterkere rol voor Eurofisc, een versterking van de
vrijwillige naleving van de regels en een betere inning van de belasting;
wijst erop dat praktische acties ter bestrijding van fraude doelgericht en evenredig moeten zijn.
De "bona fide" ondernemingen moeten worden ontzien en er mogen hen geen nieuwe
buitensporige maatregelen worden opgelegd;
is ingenomen met de aandacht voor de nieuwe ontwikkelingen, in de e-commerce en de
ondernemingsvormen;
vindt dat het toekomstige systeem van verlaagde BTW-tarieven flexibiliteit en rechtszekerheid
moet combineren, transparant dient te zijn, en dat omwille van de eenvoud het aantal verlaagde
tarieven en vrijstellingen moet worden beperkt. In dit verband geeft het Comité de voorkeur aan
uitbreiding en regelmatige herziening van de lijst van goederen en diensten waarop een verlaagd
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 4/14
tarief kan worden in plaats van aan afschaffing van deze lijst in combinatie met een grotere
vrijheid voor de lidstaten inzake het aantal en de hoogte van de verlaagde tarieven.
Contactpersoon: Gerald Klec
(Tel.: 00 32 2 546 9909 – email: [email protected])

De digitale pijler van de groei: de e-senioren, een potentieel van 25 % van
de Europese bevolking (initiatiefadvies)
Rapporteur:
Laure BATUT (Werknemers - FR)
Referentie:
EESC-2016-00950-00-02-AC-TRA
Hoofdpunten:
In zijn advies wijst het EESC op de demografische uitdaging en op het economisch potentieel van
ouderen in de EU. Een en ander komt ook tot uiting in de digitale sector, een van de pijlers van de
economische groei.
De diversiteit van de ouderen vraagt in dat verband om een nieuwe aanpak. Zo pleit het EESC ervoor
dat het begrip “ouderen” alsook het model van de zilveren economie (silver economy) in de EU
worden aangepast.
Zo betreurt het EESC dat ouderen en de digitalisering niet of nauwelijks worden genoemd in de
mededeling van de Commissie van juni 2016 over “Een nieuwe agenda voor vaardigheden”, en
evenmin in het voorstel voor een aanbeveling aan de Raad over de invoering van een
vaardighedenwaarborg, hoewel deze twee documenten voor het overige zijn steun krijgen.
Het EESC onderstreept het belang van de bijeenkomst van de EU-ministers van werk, sociaal beleid,
gezondheid en consumentenzaken en van de Europese top van december 2016 die erop gericht zijn de
digitale inclusie van ouderen te verbeteren. Het stelt met name voor in dit verband de nodige financiële
middelen uit te trekken, vrijgesteld van de eisen van het Europees semester, alsook een clausule
“ouderengelijkheid” in de digitale sector in te voeren.
Het EESC is van mening dat de toegang van ouderen tot een Europees programma voor de
uitwisseling van goede praktijken, de bevordering van publiek-private partnerschappen (PPP’s) die de
verwerving van vaardigheden en digitale opleidingen kunnen bevorderen, voor alle leeftijden van
cruciaal belang zijn.
Voorts vindt het EESC dat het samen met representatieve ouderenverenigingen moet worden
betrokken bij het overleg van de groep van belanghebbenden over de deeleconomie, zoals ook bepleit
werd door het Europees Parlement.
Het EESC staat achter de verspreiding onder de burgers van een Europese gedragscode voor
digitalisering via een meertalige one-stop-shop.
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 5/14
Tot slot is het van oordeel dat toegang tot het internet als een recht op een universele dienst moet
worden beschouwd en dat vrije en gratis toegang van hulpbehoevende ouderen essentieel zijn voor de
versterking van de digitale pijler van de groei.
Contactpersoon: Cédric Cabanne
(Tel.: 00 32 2 546 9355 – email: [email protected])
3.
MILIEU / LANDBOUW EN VISSERIJ

Instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene
ecosystemen door middel van technische maatregelen
Rapporteur:
Gabriel SARRÓ (Diverse werkzaamheden - ES)
Referentie:
COM(2016) 134 final -2016/0074 COD
EESC-2016-02507-00-00-AC-TRA
Hoofdpunten:
Het EESC staat achter de aanpak van de Commissie inzake de noodzaak tot modernisering en
vereenvoudiging van het huidige systeem van governance van de technische maatregelen.
Het verzoekt de Raad, het Europees Parlement en de Commissie om een echte dialoog met de vissers
en hun vertegenwoordigers tot stand te brengen voordat een besluit wordt genomen over de
voorstellen. De naleving van de normen vereist de stilzwijgende instemming en medewerking van de
vissers. Indien de vissers volledig worden betrokken bij het debat, is de kans groter dat de normen ook
worden toegepast.
Contactpersoon: Arturo Iniguez
(Tel.: 00 32 2 546 8768 – email: [email protected])

Vorming van een coalitie van het maatschappelijk middenveld en
subnationale overheden om de toezeggingen in de Overeenkomst van
Parijs na te komen (initiatiefadvies)
Rapporteur:
Lutz RIBBE (Werknemers – DE)
Corapporteur:
Isabel CAÑO AGUILAR (Diverse werkzaamheden - ES)
Referentie:
EESC-2016-00713-00-01-AC
Hoofdpunten:
Het EESC is ingenomen met de besluiten van de COP 21 in Parijs, maar ziet twee problemen in
verband hiermee. Enerzijds sluiten de ingediende doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 6/14
van de lidstaten (INDC’s) niet aan op de resultaten van Parijs. Anderzijds wordt het belang van het
maatschappelijk middenveld niet op zijn waarde geschat, ondanks enige vooruitgang.
Maatschappelijke actoren worden momenteel geconfronteerd met aanzienlijke belemmeringen bij de
opzet en uitvoering van maatregelen ter bestrijding van de klimaatverandering. Deels wordt
maatschappelijke bescherming van het klimaat systematisch verhinderd door regelgevingseisen.
Het gevolg is maar al te vaak dat maatschappelijke actoren geen operationeel kader hebben waarmee
ze hun plannen voor “klimaatbescherming van onderop” kunnen uitvoeren. Dit komt ook doordat ze
hun projecten niet kunnen financieren, hoewel er eigenlijk genoeg investeringsmiddelen beschikbaar
zouden moeten zijn.
In directe reactie op de besluiten van Parijs stelt het EESC daarom een coalitie voor van politiek,
bestuur en maatschappelijke organisaties. Deze coalitie moet de belemmeringen voor
maatschappelijke bescherming van het klimaat zoveel mogelijk terugdringen, doordat zij: 1)
klimaatbescherming van onderaf promoot en het beginsel „think globally — act locally” nieuw leven
inblaast; 2) rekening houdend met de vele en uiteenlopende maatschappelijke actoren het brede scala
aan mogelijke maatschappelijke strategieën voor klimaatbescherming in kaart brengt; 3) aan multilevel
governance werkt die maatschappelijke klimaatbescherming vereenvoudigt in plaats van verhindert.
De acties van de coalitie moeten op de verschillende beleidsniveaus beginnen. In feite gaat het erom
de volgende vijf taken uit te voeren: (1) ontwikkeling van het besef welke strategieën voor
klimaatbescherming maatschappelijke actoren willen, kunnen, zouden kunnen of zouden moeten en
mogen uitvoeren, en wel vooral op lokaal en regionaal niveau; (2) in kaart brengen en opheffen van
structurele belemmeringen; (3) verspreiding van geslaagde voorbeelden in heel Europa; (4) aanduiding
van voorwaarden en factoren voor succes, met name op nationaal niveau; (5) uitwerking van een
beleidskader voor de succesvolle uitvoering van klimaatbescherming door het middenveld op alle
niveaus.
Contactpersoon: Stella Brożek-Everaert
(Tel.: 00 32 2 546 9202 – email: [email protected])

Actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten
Rapporteur:
Cillian LOHAN (Werknemers-IE)
Referentiedocument(en):
EESC-2016-01875-00-00-AC-TRA
Hoofdpunten:
Het EESC juicht het Commissievoorstel voor een actieplan van de EU tegen de illegale handel in
wilde dieren en planten toe en is verheugd over het feit dat een aantal belangrijke voorstellen uit zijn
voorgaande advies over dit onderwerp hierin is opgenomen.
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 7/14
Het is van mening dat de voorgestelde totaalaanpak, waarbij herkomst-, afzet- en doorvoerlanden
wereldwijd de handen ineenslaan, van essentieel belang is om de directe en indirecte gevolgen van de
illegale handel in wilde dieren en planten te bestrijden.
Het EESC wijst met name op verschillende prioritaire maatregelen voor verschillende niveaus in de
toeleveringsketen van de illegale handel:




Op gemeenschapsniveau in de herkomstlanden moet prioritair worden ingezet op zowel
bewustwordingsmaatregelen als het creëren van duurzame arbeidsplaatsen en
inkomstenbronnen.
Op het niveau van de georganiseerde misdaad moet prioriteit worden verleend aan zowel het
handhaven van een systeem van gemeenschappelijke, doeltreffende, proportionele en
afschrikkende controles en sancties als aan het verstrekken van middelen voor de
politieactiviteiten.
Op het niveau van de vraag, zowel van ondernemingen als van consumenten, moet voorrang
worden gegeven aan bewustmaking, traceerbaarheid en etikettering. Dit zou specifiek op
Europees niveau moeten worden toegepast.
Op gerechtelijk niveau moet de nadruk op handhaving worden gelegd door het gericht opleiden
van rechters, zodat de strafoplegging consistent en evenredig is.
Het EESC is van mening dat gestructureerde dialoog en samenwerking met derde landen moeten
worden afgedwongen door de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten als een
voorwaarde te stellen voor alle bilaterale en multilaterale handelsovereenkomsten van de EU.
Contactpersoon: Monica Guarinoni
(Tel.: 00 32 2 546 8127 – email: [email protected])

Het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering
Rapporteur:
Cillian LOHAN (Werknemers-IE)
Referentie:
(EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 COM(2016) 157 final -2016/0084 COD
EESC-2016-03054-00-00-AC-TRA
Hoofdpunten:
Het Commissievoorstel wordt in het afdelingsadvies in het algemeen ondersteund en verwelkomd als
eerste wetgevingsinitiatief in het kader van het actieplan voor de circulaire economie na de voorstellen
inzake de afvalstoffenwetgeving. Het Comité is er in het bijzonder mee ingenomen dat gelijke
voorwaarden worden gecreëerd, ook voor organische en uit afval vervaardigde meststoffen. Die
kunnen daardoor beter met minerale meststoffen gaan concurreren. In het afdelingsadvies wordt een
betrouwbaar etiketteringssysteem aanbevolen, wordt gewezen op de verschillen in bodem tussen de
lidstaten en wordt onderstreept dat er nog steeds geen kaderrichtlijn bodem is. De in het
Commissievoorstel geïntroduceerde maximumwaarde voor cadmium in meststoffen wordt in het
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 8/14
afdelingsadvies onderschreven, maar benadrukt wordt dat dit tot kostenverhogingen zal leiden en
landbouwers daarom adequate steun moeten krijgen.
Contactpersoon: Fabien Porcher
(Tel.: 00 32 2 546 9098 – email: [email protected])
4.
VERVOER

Erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart
Rapporteur:
Jan SIMONS (Werkgevers – NL)
Referentie:
COM(2016) 82 final -2016/0050 COD
EESC-2016-02684-00-00-AC-TRA
Hoofdpunten:
Het EESC onderschrijft dat het gemeenschappelijke stelsel van beroepskwalificaties in de binnenvaart
moet worden gebaseerd op vereiste competenties in plaats van de ervaringseisen die van oudsher
gebruikelijk zijn. Het onderschrijft voorts de verwachting dat erkenning van beroepskwalificaties in de
gehele Unie de ontwikkeling van de binnenvaart ten goede zal komen, aangezien arbeidsmobiliteit
binnen de EU een belangrijk thema is voor de aanpak van het structurele tekort aan gekwalificeerde
dekbemanningsleden. Het behoud van de bestaande veiligheidsnormen voor belangrijke internationale
waterwegen moet worden beschouwd als een minimumvereiste voor de correcte invoering van het
voorgestelde beleid.
Voortgezette en ruimere nauwe samenwerking tussen de Europese Commissie en de
rivierencommissies, met name de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) blijft voor het EESC
onontbeerlijk voor een goed bestuur van het Europese netwerk van binnenwateren.
Het EESC onderschrijft, zij het onder toevoeging van bepaalde riviercommissies, dat er naast
gemeenschappelijke competentievereisten, uit te werken door het Europees Comité voor de opstelling
van standaarden in de binnenvaart (CESNI), objectieve criteria moeten komen voor de vaststelling van
waterwegen of gedeelten met specifieke risico’s, waarvoor lidstaten in aanvulling op de
gemeenschappelijke beroepskwalificaties additionele eisen mogen stellen.
De uitgangspunten en doeleinden van het gekozen beleid, dat aan het voorstel ten grondslag ligt,
moeten dringend meer expliciet worden gecommuniceerd.
Contactpersoon: Erika Paulinova
(Tel.: 00 32 2 546 92 8457 – email: [email protected])
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 9/14

Luchtvaartpakket I
Rapporteur:
Jacek KRAWCZYK (Werkgevers - PL)
Referentie:
COM(2015) 598 final
EESC-2016-00095-00-01-AC-TRA
Hoofdpunten:
Het EESC prijst de Commissie voor dit beleidsinitiatief. Het overkoepelende doel van de EUluchtvaartstrategie moet bestaan uit het scheppen van een beter investeringsklimaat om meer Europese
investeringen in de luchtvaartindustrie van de EU aan te moedigen, en het vergroten van het
concurrentievermogen van de sector en de rol ervan voor de economie, waardoor de algehele
economische groei en het scheppen van nieuwe banen worden bevorderd.
Om de uitvoering van de strategie continu te volgen besluit het EESC een afzonderlijk project te
lanceren en passende middelen en expertise in te zetten.
Het EESC herhaalt de standpunten en aanbevelingen uit zijn adviezen over "Sociale dumping in de
Europese burgerluchtvaart" en "Een geïntegreerd EU-luchtvaartbeleid”. Ook worden de volgende
belangrijke aanbevelingen gedaan:









De Europese Commissie wordt aangemoedigd om concrete maatregelen te nemen ter
voorkoming van negatieve effecten op de werkgelegenheid.
De strategie moet zijn gebaseerd zijn op een overkoepelende benadering van de luchtvaart.
De rollen van de luchtvaart hebben meer politieke erkenning en steun nodig, zowel op het
niveau van de EU als dat van de lidstaten. Dit moet verder worden uitgediept bij de uitvoering
van de strategie. De Commissie moet absoluut het politieke voortouw nemen.
De tenuitvoerlegging van regelgevingsinitiatieven voor de Europese luchtvaart is dringend
noodzakelijk om de volledige uitvoering van de strategie door de lidstaten te waarborgen.
Doelgerichte EU-financiering zou moeten worden aangevuld met particuliere financiering en
horizontale sectoroverschrijdende ontwikkelingen moeten stimuleren.
De strategie moet duidelijke richtsnoeren verschaffen over hoe toekomstige liberalisering kan
worden veiliggesteld terwijl ook voor een gelijk speelveld (eerlijke mededinging) wordt
gezorgd. Consolidatie kan worden gestimuleerd, maar alleen als in alle lidstaten een hoog
niveau van betrouwbare connectiviteit wordt gegarandeerd.
Eerlijke concurrentie behelst ook inachtneming van de rechten van werknemers. Het is van
cruciaal belang dat deze berusten op de beginselen van billijkheid en wederkerigheid en op de
hoogste en afdwingbare veiligheids-, beveiligings- en sociale normen.
Het EESC dringt er ten zeerste op aan dat de luchtvaartstrategie op grond van een constructieve
sociale dialoog wordt uitgevoerd.
De betrokkenheid van belanghebbenden bij de uitvoering van de strategie moet vergezeld gaan van
een gestructureerde en concrete uitleg over de wijze waarop de strategie zal worden uitgevoerd.
Contactpersoon: Andrei Popescu
(Tel.: 00 32 2 546 9212 – email: [email protected])
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 10/14
5.
INDUSTRIE

Industrie 4.0 en digitale transformatie: stand van zaken en verdere
stappen
Rapporteur:
VAN IERSEL (Werkgevers – NL)
Corapporteur:
Nicola KONSTANTINOU (cat. 2 – EL)
Referentie:
COM(2016) 180 final
EESC-2016-01017-00-00-AC
Hoofdpunten:
Het EESC is ingenomen met de samenhangende en ambitieuze strategische visie van de Commissie op
industrieel beleid en met de nadruk die zij legt op vier hoofdpunten: (1) technologie en platforms; (2)
normen en referentie-architecturen; (3) geografische cohesie door middel van een netwerk van
regionale innovatiehubs; (4) vaardigheden op alle niveaus.
De Raad, en met name de Raad Concurrentievermogen, zou op initiatief van de Europese Commissie
zo spoedig mogelijk een industriële strategie "EU 4.0" moeten vaststellen en een besluit inzake een
digitale eengemaakte markt moeten nemen, ter vervanging van het huidige gefragmenteerde beleid van
de 28 lidstaten.
Nationale en regionale 4.0-platforms moeten alle relevante actoren bij elkaar brengen. Binnen een
gemeenschappelijk EU-kader zou elk platform zijn eigen kenmerken moeten ontwikkelen.
Partnerschappen van elk type, synergieën en clustering, grensoverschrijdende regelingen en Europese
benchmarking zouden moeten worden bevorderd.
De mededeling is teleurstellend beknopt over de grote sociale gevolgen van digitalisering in de
industrie. De netto-effecten zijn onvoorspelbaar. Om een tweedeling in de samenleving te voorkomen
moet extra aandacht worden besteed aan de generaties en inkomensgroepen die mogelijk hard
getroffen worden. Voor veel anderen zullen er nieuwe kansen ontstaan.
Het EESC verwacht van de Commissie dat zij optreedt als katalysator door het strategische plan goed
uit te voeren. Dat betekent met name dat zij concurrerende benaderingen coördineert en onzekerheid
en versnippering van de markt voorkomt De digitale eengemaakte markt is van cruciaal belang.
Versnelling van de Europese normalisatie van de digitale omgeving zal doorslaggevend zijn.
Contactpersoon: Alain Colbach
(Tel.: 00 32 2 546 9170 – email: [email protected])
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 11/14

Gevolgen voor de belangrijkste industriesectoren (alsook voor
werkgelegenheid en groei) van de eventuele verlening van de status van
markteconomie
aan
China
(in
de
context
van
handelsbeschermingsinstrumenten) (initiatiefadvies)
Rapporteur:
Andrés BARCELÓ DELGADO (Werkgevers – ES)
Corapporteur:
Gerald KREUZER (cat. 2 – AT)
Referentie:
EESC-2016-00786-00-01-AC
Hoofdpunten:
China voldoet niet aan vier van de vijf EU-criteria om als markteconomie te worden aangemerkt.
Het toekennen van de status van markteconomie aan China zou de industriële structuur van de EU en
de werkgelegenheid in de industriële sector dan ook ernstig in het gedrang brengen. Het zou de
mogelijkheden ondergraven om de Europese industrie nieuw leven in te blazen door te zorgen voor
hoogwaardige en stabiele banen en de invoering en verspreiding van technologische innovatie en O &
O. Honderdduizenden banen zouden verloren gaan, met name in specifieke sectoren en regio's .
In dit verband zou het toekennen van de status van markteconomie aan China een ernstige bedreiging
vormen voor het bestaan van industriezones en lokale productiesystemen van kmo’s waarvan de
specifieke productie bedreigd wordt.
Bescherming van banen in de EU en de daarmee verband houdende investeringen is niet alleen in
economisch opzicht verstandig, maar bevordert ook de sociale en ecologische duurzaamheid. De zeer
hulpbronnen- en energie-efficiënte productie in Europa verplaatsen naar een op kolen gebaseerde
Chinese economie zou onze ambities op het gebied van klimaatverandering en duurzame ontwikkeling
in de kiem smoren. Ook de eerbiediging van de arbeids- en mensenrechten blijft problematisch in
China. Het behoud van industrieën in de EU vormt het fundament voor gezonde O&O-netwerken, die
van cruciaal belang zijn voor toekomstige groei en voor het vinden van oplossingen voor onze "grote
maatschappelijke uitdagingen".
Het EESC verzoekt de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad om zich in te zetten
voor eerlijke mededinging op internationaal niveau.
Efficiënte handelsbeschermingsinstrumenten zorgen voor eerlijke concurrentie. Zij zijn nodig om de
toekomst van de Europese industrie veilig te stellen en ter ondersteuning van de doelstelling om het
aandeel van de industrie als percentage van het bbp te verhogen tot 20 %.
Het EESC vraagt om een vereenvoudigde aanpak voor sectoren waarin een relevant aantal kmo's actief
is.
Zolang China niet voldoet aan alle vijf EU-criteria om als markteconomie te worden aangemerkt, moet
de Commissie bij haar antidumping- en antisubsidieonderzoeken naar Chinese invoer gebruikmaken
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 12/14
van een niet-standaardmethode, overeenkomstig de onderdelen van afdeling 15 van het protocol
inzake de toetreding van China tot de WTO die van kracht blijven.
Het behoud van industrieën in de EU vormt het fundament voor gezonde O&O-netwerken, die van
cruciaal belang zijn voor toekomstige groei en voor het vinden van oplossingen voor onze "grote
maatschappelijke uitdagingen" (vergrijzing, energie, klimaat, gezondheidszorg en mobiliteit).
Het EESC vraagt om een vereenvoudigde aanpak voor sectoren waarin een relevant aantal kmo's actief
is, zodat deze kunnen deelnemen aan antidumpingacties.
Het EESC zal een project opzetten inzake de status van markteconomie voor China, zodat het deze
problematiek namens het maatschappelijk middenveld op de voet kan volgen.
Contactpersoon: Aleksandra Wieczorek
(Tel.: 00 32 2 546 9389 – email: [email protected])

Staal: behoud van duurzame banen en groei in Europa
Rapporteur:
Andrés BARCELÓ DELGADO (Werkgevers – ES)
Corapporteur:
Enrico GIBELLIERI (cat. 2 – IT)
Referentie:
COM(2016) 155 final
EESC-2016-01953-00-01-AC
Hoofdpunten:
Het EESC staat achter de mededeling van de Commissie en stelt maatregelen voor waarmee een gelijk
speelveld voor de staalindustrie kan worden gewaarborgd. Het gaat daarbij met name om de volgende
maatregelen:

Bij wijze van hulpmiddel:
 De groep op hoog niveau inzake staal dient onmiddellijk opnieuw te worden opgericht, met
alle belanghebbenden.
 De Commissie en de Raad zouden een routekaart moeten opstellen, om de bedreigingen en
uitdagingen het hoofd te bieden
 De Commissie zou over een jaar een follow-upverslag moeten publiceren.

De Commissie zou de effectiviteit en efficiëntie van de handelsbeschermingsinstrumenten, waar
het advies in hoofdzaak over gaat, moeten uitbreiden en versnellen, met name voor:
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 13/14
 Een niet-standaardmethode bij antidumping- en antisubsidieonderzoeken naar Chinese
invoer, overeenkomstig de onderdelen van afdeling 15 van het protocol inzake de toetreding
van China tot de WTO die van kracht blijven.
 Afronding van het pakket voor de modernisering van de handelsbeschermingsinstrumenten,
aangezien dit het proces versnelt en de zogenaamde “regel van het laagste recht” uit het EUsysteem verwijdert.
 Herinvoering van een systeem van voorafgaand toezicht op de import van staalproducten.
 Registratie van de invoer vóór de vaststelling van de voorlopige maatregelen om definitieve
antidumpingrechten en/of compenserende rechten met terugwerkende kracht toe te passen

Ook op andere gebieden levert het bijdragen aan het Commissiedocument: overcapaciteit,
staatssteun, sociale aspecten, O&O, ETS & energie, en circulaire economie.
 Voor het aanpakken van overcapaciteit zou de Commissie andere handelspartners moeten
verzoeken volledig transparant te zijn met betrekking tot staatssteun en indirecte staatssteun.
 Sociale aspecten: het Comité verzoekt om een duidelijke en effectieve methode voor de
aanpak van het herstructureringsproces op een sociaal duurzame wijze, en om een
stappenplan ter verbetering van de vaardigheden van werknemers door deze aan nieuwe
uitdagingen aan te passen.
 Staatssteun: de Commissie dient de huidige specifieke regels inzake staatssteun te herzien
om de mogelijkheid te overwegen de staalindustrie in het algemene kader op te nemen.
 O&O: de Commissie zou rekening moeten houden met de specifieke kenmerken van het
Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (FOKS).
 ETS: er moet een balans worden gevonden tussen de doelstellingen voor terugdringing van
de broeikasgasuitstoot en het veiligstellen van het concurrentievermogen van de Europese
industrie.
Contactpersoon: Amelia Munoz Cabezon
(Tel.: 00 32 2 546 8373 – email: [email protected])
_____________
EESC-2016-03275-00-01-TCD-TRA (FR/EN) 14/14
Download