Reader WGA-EIGENRISICODRAGEN voor grote Bedrijven

advertisement
Reader WGA-EIGENRISICODRAGEN voor grote Bedrijven
Inhoudsopgave:
1.
2.
3.
4.
5.
1.
Inleiding
Wettelijke regeling eigenrisicodragen
Verzekeren voor eigenrisicodragen
Re-integratie
Eigen risicodragen WGA en het zelfstandig bestuursorgaan (ZBO)
p.
p.
p.
p.
p.
1
1
3
7
8
Inleiding
Deze reader leidt u door de mogelijkheden eigen risico drager te worden voor
de WGA. Alle informatie in deze reader is gebaseerd op informatie zoals die bij
ons bekend is. U kunt geen rechten ontlenen aan deze tekst en wij kunnen niet
instaan voor de juistheid van dit stuk. Deze reader is bedoeld om u meer inzicht
te verschaffen in de materie rondom het eigenrisicodragerschap.
De materie rondom de WGA en het uittreden uit het publieke bestel is
ingewikkeld; om dit stuk leesbaar te houden hebben wij ons beperkt tot die
onderdelen die voor u als bedrijf het meest essentieel zijn. Als aanvulling op
deze reader kunt u altijd uw vragen aan ons kwijt, wij zullen deze dan
beantwoorden.
Op 1 januari 2006 is de WAO vervangen door de WIA (Wet Werk en Inkomen naar
Arbeidsvermogen). Werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden,
ontvangen van het UWV een IVA-uitkering (de Inkomensvoorziening Volledig en
Duurzaam Arbeidsongeschikten) of een WGA- (Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk
Arbeidsgeschikten). Per 1 januari 2007 is het voor alle werkgevers mogelijk
eigenrisicodrager te worden voor de WGA-uitkeringen. De werkgever geeft dan te kennen
uit het publieke bestel te treden, het zogenaamde uittreden.
De werkgever die eigenrisicodrager wordt voor de WGA, draagt voor een periode van tien
jaar het risico van een WGA-uitkering van zijn werknemers en is in die tijd
verantwoordelijk voor hun re-integratie. Omdat de WGA een wachttijd kent van twee jaar
(de periode van verplichte loondoorbetaling bij ziekte) neemt de werkgever in feite
gedurende 12 jaar de verantwoordelijkheid op zich voor ziekte, gedeeltelijke
arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-integratie.
2.
Wettelijke regeling eigenrisicodragen
Aanvraag eigenrisicodragen
Er kan twee maal per jaar worden uitgetreden: per 1 januari en per 1 juli. Om te kunnen
uittreden moet uiterlijk 13 weken van tevoren, dus resp. 1 oktober of 1 april, bij de
Belastingdienst een aanvraag voor eigenrisicodragen zijn ontvangen. Het
aanvraagformulier (Aanvraag of Beëindiging Eigenrisicodragerschap voor de WGA) is te
downloaden via www.belastingdienst.nl. Bij te late ontvangst van de aanvraag voor
eigenrisicodragen wordt het verzoek onherroepelijk afgewezen.
De aanvraag moet zijn ondertekend door een personeelslid van de werkgever dat volgens
de inschrijving bij de KvK bevoegd is om een dergelijke verbintenis aan te gaan.
Garantieverklaring
Elke eigenrisicodrager dient aan de Belastingdienst een garantieverklaring te verstrekken
waarmee een kredietinstelling of verzekeraar zekerheid stelt voor het juist, volledig en
tijdig nakomen van de verplichtingen tegenover de werknemers van de eigenrisicodrager
en het UWV. De garantieverklaring geldt dus niet alleen bij faillissement of
betalingsonmacht van de werkgever, maar ook bij niet tijdig betalen. In principe moet
deze garantieverklaring bij de aanvraag eigenrisicodragen zijn gevoegd, maar de
Belastingdienst geeft de kredietinstellingen en verzekeraars in de praktijk de
mogelijkheid om deze garantieverklaring na te zenden, mits die uiterlijk binnen 5 weken
na de datum van uittreden (dus resp. 4 mei of 2 december) bij de Belastingdienst is
ontvangen.
WGA-uitkering voor rekening eigenrisicodrager
De WGA kent drie soorten uitkeringen. Voor rekening van de werkgever komen:
de loongerelateerde uitkering.
de loonaanvulling, tot maximaal het bedrag van de vervolguitkering waarop de
werknemer recht zou hebben gehad indien hij niet had gewerkt.
de vervolguitkering.
Een en ander voor zover de totale WGA-uitkering niet langer heeft geduurd dan 10 jaar.
De werkgever die geen eigenrisicodrager is, betaalt de kosten van deze uitkeringen via
de gedifferentieerde WGA-premie van het UWV. Als de werkgever eigenrisicodrager is,
moet hij deze uitkeringen zelf betalen of betaling van deze uitkeringen verzekeren bij een
private verzekeraar.
Vangnetregeling en no-risk polis
Er zijn twee situaties waarin de WGA-uitkering niet voor rekening komt van de
werkgever, maar door het UWV wordt betaald uit de basispremie WAO/WIA. Het gaat
hierbij om de vangnetregeling en de no-risk polis.
De vangnetregeling is van toepassing op de volgende groepen:
Werknemers met een tijdelijk dienstverband dat afliep tijdens de ziekteperiode
en waarbij de einddatum vaststond voordat de werknemer ziek werd;
Oproepkrachten en nul-urencontracten (voor zover de werkgever geen
loondoorbetalingsplicht heeft);
Uitzendkrachten die geen arbeidsovereenkomst hebben (fase A);
Mensen die ziek worden door orgaandonatie;
Personen met een fictieve dienstbetrekking, zoals thuiswerkers,
leerlingen/stagiairs, musici en artiesten;
Arbeidsgehandicapten in de zin van de vroegere Wet REA;
Op grond van de no-risk polis is er de eerste 5 jaar van een nieuw dienstverband recht
op ziekengeld en WGA-uitkering op kosten van het UWV. De no-risk polis geldt:
Als een werknemer na 2 jaar ziekte een WGA-uitkering krijgt, maar het
dienstverband met de werkgever wordt voortgezet, in de eigen functie of in
passende arbeid binnen het bedrijf;
Als een werkgever een werknemer in dienst neemt die al een WGA-uitkering
heeft;
Als een werkgever een werknemer in dienst neemt die minder dan 35%
arbeidsongeschikt is verklaard en dus geen WGA-uitkering heeft gekregen.
Hierbij geldt als voorwaarde dat de werknemer dertien weken voor het einde van
de loondoorbetalingsplicht geen dienstverband met een andere werkgever dan
zijn eigen werkgever heeft gehad en binnen 5 jaar na de keuring bij de nieuwe
werkgever in dienst is gekomen.
Uit het feit dat werkgevers niet opdraaien voor de WGA-lasten van werknemers die onder
het vangnet vallen of een no-risk polis hebben, mag niet de conclusie worden getrokken
dat voor deze werknemers geen gedifferentieerde WGA-premie hoeft te worden betaald.
De gedifferentieerde WGA-premie wordt geheven over de totale sv-loonsom van een
bedrijf. De correctiefactor voor het feit dat werknemers die onder het vangnet vallen of
een no-risk polis hebben niet ten laste van de gedifferentieerde WGA-premie komen, zit
namelijk in het premiemodel en is dus verdisconteerd in het gemiddelde
premiepercentage.
Gedifferentieerde WGA-premie
Voor de WGA geldt voor alle bedrijven premiedifferentiatie op individueel bedrijfsniveau.
Die differentiatie wordt gebaseerd op de WAO en/of WIA uitkeringen die door het UWV
verstrekt zijn in de afgelopen jaren. De landelijke gemiddelde premie voor 2007 is
vastgesteld op 0,7%. De minimum premie voor grote bedrijven is 0,05%. Er is een
maximumpremie voor grote bedrijven van vier keer de landelijk gemiddelde premie
(2,80%). Bedrijven kunnen dus te maken krijgen met vrij grote schommelingen in de
premie die ze moeten betalen. De premies voor 2008 worden pas in oktober/november
bekend gemaakt.
Eigenrisicodragers betalen géén gedifferentieerde premie!
Betaling uitkering bij eigenrisicodragen
Het UWV berekent het recht op uitkering voor de werknemer en betaalt de uitkering
rechtstreeks aan de werknemer. Vervolgens verhaalt het UWV op de eigenrisicodrager
het deel van de uitkering dat deze zelf moet betalen. Hieraan zijn geen extra kosten
verbonden.
De eigenrisicodrager kan er ook voor kiezen om de uitkering zelf te betalen en bij het
UWV het deel van de uitkering te verhalen, dat voor rekening van het UWV komt
(feitelijk de loonaanvulling minus bedrag vervolguitkering). Hiervoor dient een apart
verzoek bij het UWV te worden ingediend.
Ziek en beter melden
Ziekmelden bij het UWV hoeft de eigenrisicodrager pas te doen uiterlijk acht maanden na
de eerste ziektedag, i.p.v. na 13 weken, zoals geldt voor werkgevers die bij het UWV
verzekerd zijn. Beter melden bij het UWV hoeft alleen als de werknemer al ziek gemeld is
bij het UWV.
Werknemers die een Ziektewetuitkering van het UWV kunnen krijgen moeten eerder
worden ziek gemeld, meestal uiterlijk op de derde ziektedag. Werknemers die binnen
acht maanden na de eerste ziektedag uit dienst gaan, moeten uiterlijk op de laatste
werkdag worden ziek gemeld.
3.
Verzekeren voor eigenrisicodragen
Algemeen
Er bestaan drie mogelijkheden voor een werkgever die eigenrisicodrager wil worden:
a.
Alle lasten volledig zelf dragen
De werkgever neemt de eerste tien jaren van de WGA-uitkering dan helemaal voor eigen
rekening. De uitkeringsverplichtingen dienen onder IFRS (International Financial
Reporting Standards) op de balans van de onderneming te worden vermeld. De
werkgever dient te beschikken over garantieverklaring van een kredietinstelling (bank of
borgmaatschappij), voor het geval hij zijn verplichtingen niet meer nakomt. Deze
garantstelling moet ongelimiteerd zijn.
b.
Een deel van de lasten zelf dragen en een deel verzekeren
De eigenrisicodrager neemt dan een deel van de uitkeringen (meestal overeenkomend
met de geschatte gemiddelde uitkeringslasten) voor eigen rekening en sluit alleen een
verzekering voor de dekking van uitschieters in de lasten. De uitkeringsverplichtingen die
hij voor eigen rekening neemt dienen onder IFRS op de balans van de onderneming te
worden vermeld. De werkgever moet ook in dit geval beschikken over een
garantieverklaring van een bank, verzekeraar of borgsteller, die het totale risico omvat.
De garantieverklaring kan dus niet beperkt worden tot het deel dat de eigenrisicodrager
voor eigen rekening neemt of het deel dat hij verzekerd. Het is ook niet mogelijk te
werken met gesplitste garantieverklaringen. Er moet één en ondeelbare
garantieverklaring worden afgegeven bij de Belastingdienst
c.
Een volledige verzekering voor de WGA-lasten
In dat geval dekt een private verzekeraar de betaling van de uitkeringslasten die voor
rekening van de eigenrisicodrager komen. De verzekeraar dient een garantstelling af te
geven.
Verzekeringsmogelijkheden in de praktijk
Er zijn diverse verzekeraars die de mogelijkheid bieden het eigenrisocodragerschap bij
hen onder te brengen. Er is niet echt één standaard en bovendien wijzigen de
verzekeraars onder invloed van vraag nog al eens hun verzekeringsvorm of voorwaarden.
Om u toch een beeld te geven wat u kunt verwachten indien u besluit te verzekeren,
hebben wij de mogelijkheden van één verzekeraar hieronder voor u op een rij gezet. U
kunt hieraan geen rechten ontlenen en wij kunnen niet instaan dat deze variant op het
moment dat u overweegt zich te verzekeren, gesloten kan worden. Het voorbeeld is
bedoeld om u een goed inzicht te geven hoe een en ander in de praktijk werkt.
De hoofdpunten van deze verzekering zijn:
Vergoeding van de WGA-uitkering, die ten laste van de eigenrisicodrager komt;
Mogelijkheid tot meeverzekeren van inlooprisico;
Winstdeling op het technische resultaat;
Garantieverklaring voor de Belastingdienst en UWV;
Ondersteuning bij de uitvoering van de wettelijke re-integratieverplichtingen;
Vergoeding voor re-integratiekosten, met inbegrip van een voorschot op
eventuele subsidies.
Aanvullende rechtsbijstanddekking voor geschillen in het kader van de WGA.
Meeverzekerde werkgeverslasten
De eigenrisicodrager moet over de uitkeringen die te zijnen laste komen dezelfde
werkgeverspremies betalen als het UWV betaalt over WGA-uitkeringen. In 2007 komt dat
neer op circa 16%, met inachtneming van de geldende franchise bij premie WW en
maximumdaglonen voor premieheffing sv-wetten c.q. inkomensafhankelijke bijdrage
Zvw. Overigens meldt het UWV bij het verhaal van de betaalde uitkering welk bedrag aan
werkgeverslasten daarbij is gerekend.
De dekking voor werkgeverslasten is inbegrepen in het premiepercentage. Er komt dus
geen opslag op de premie of loonsom voor dekking van werkgeverslasten. In die zin is de
vergelijkingsbasis tussen premie bij UWV en de verzekeraar transparant. In beide
gevallen wordt de premie voor dekking berekend over het sv-loon en zit in de dekking de
vergoeding voor werkgeverslasten.
Indexatie uitkeringen
De wettelijke indexatie van de WGA-uitkeringen op 1 januari en op 1 juli van elk jaar is
automatisch door de polis gedekt.
Acceptatiebeleid
Aangezien de Wet op de Medische Keuringen van toepassing is, zal geen risicoselectie op
het niveau van de individuele werknemer plaatsvinden. Alle werknemers die door de
werkgever in dienst worden genomen, vallen vanaf de eerste werkdag onder de dekking
van de verzekering.
Inlooprisico
De polis biedt standaard dekking voor alle ziektegevallen die ontstaan op of na de dag
waarop de werkgever bij de Belastingdienst het verzoek tot eigenrisicodragen moet
hebben ingediend. Op die manier wordt voorkomen dat de werkgever tussen de datum
van indienen van het verzoek om eigenrisicodrager te worden en de ingangsdatum van
de verzekering nog onverwacht met ziektegevallen wordt geconfronteerd die niet onder
de verzekering vallen.
Onder voorwaarden biedt de verzekeraar echter een uitgebreidere dekking voor het
inlooprisico. Alle ziektegevallen die zijn ontstaan in het halfjaar vóór de datum van
eigenrisicodrager worden zijn gedekt onder de polis. Voor werkgevers die per 1-1-2008
eigenrisicodrager worden, betekent dit dus dat alle ziektegevallen die zijn ontstaan op of
na 1-7-2007 onder de dekking van deze polis vallen.
Meeverzekeren inlooprisico
Werkgevers die per 1-1-2008 eigenrisicodrager worden, hebben geen dekking voor de
werknemer waarvan de eerste ziektedag lag vóór 1 juli 2007. Als zo'n ziektegeval later
leidt tot een WGA-uitkering komt die uitkering wel voor rekening van de eigen
risicodrager, maar wordt dus niet door de verzekering vergoed.
De verzekeraar biedt de mogelijkheid deze gevallen wel mee te verzekeren. In principe
kunnen alle ziektegevallen vanaf 1-1-2004 onder de dekking worden gebracht. Dit kan
door betaling van een koopsom, waarvan de hoogte per zieke werknemer wordt
berekend.
Veel aantrekkelijker voor grote bedrijven is het echter om voor de uitbreiding met het
inlooprisico een premieopslag te betalen. De kosten van de inloopdekking worden dan
uitgesmeerd over een periode van 5 jaar. Bij de berekening van deze opslag wordt
uitgegaan van de gegevens omtrent het inlooprisico zoals die zijn verstrekt bij de
aanvraag voor de verzekering. Indien blijkt dat er meer ziektegevallen onder uitbreiding
van de inloopdekking vallen dan bij de berekening van de opslag bekend was, dan heeft
de verzekeraar het recht de opslag met terugwerkende kracht te verhogen.
Als de werkgever de verzekering beëindigt voordat de periode van 5 jaar is verstreken,
dan heeft de verzekeraar recht op een vergoeding voor de resterende kosten voor de
dekking van het inlooprisico, gelijk aan de premieopslag over de dan geldende
premieplichtige loonsom gerekend over de resterende periode.
Indien op basis van de winstdelingsregeling recht op winstdeling bestaat over de eerste 3
jaar van de verzekering, dan vervalt deze opslag bij de eerste verlenging.
Uitlooprisico
Als de verzekering wordt beëindigd, blijft er dekking bestaan voor de kosten van de
WGA-uitkering voor werknemers met een eerste ziektedag die ligt in de periode waarin
de verzekering van kracht was. Dit maakt het voor een werkgever mogelijk om altijd
weer terug te keren naar het publieke bestel (lees “weer bij het UWV verzekerd te zijn”).
Uittreden wil dus niet zeggen dat men eeuwig tot de verzekeraar is veroordeeld.
Premiestabiliteit
Onze voorbeeldverzekeraar biedt premiestabiliteit. Gedurende de eerste looptijd van de
polis (3 jaar) wordt de premie niet aangepast op basis van experience-rating (de
individuele bedrijfsfactoren en eventuele WIA-instroom). Alleen als de landelijke cijfers
over de WIA-instroom die het UWV heeft gehanteerd voor vaststelling van de WGApremie voor 2007 worden gewijzigd, heeft de verzekeraar het recht de premie in gelijke
mate aan te passen.
Bij de verlenging van de verzekering na de eerste periode van 3 jaar kan aanpassing
plaatsvinden van het premiepercentage. Indien het premiepercentage voor de nieuwe
verzekeringsperiode meer dan 25% hoger is dan dat in de voorgaande
verzekeringsperiode, heeft de werkgever het recht een dergelijke verhoging te weigeren,
tenzij de aanpassing voortvloeit uit een wijziging van de landelijke cijfers over de WIAinstroom.
Premiegrondslag
De premie wordt berekend over de totale WGA-loonsom van het bedrijf. Dit betekent dat
het premiepercentage direct te vergelijken is met dat van het UWV. Er wordt dus geen
uitzondering gemaakt voor oproepkrachten en tijdelijke krachten die onder het Vangnet
ZW vallen en waarvan WGA-uitkeringen niet voor rekening van de eigenrisicodrager
komen.
De redenen hiervoor zijn:
De ervaring leert dat er nogal eens ten onrechte gedacht wordt dat voor een
tijdelijke kracht of oproepkracht geen loondoorbetalingplicht bestaat en deze dus
onder de Vangnet ZW valt;
Het UWV bepaalt op het moment van ziekmelding of een werknemer voor
Vangnet ZW in aanmerking komt. Het kan daarbij voorkomen dat het UWV vindt
dat een werknemer toch niet onder Vangnet ZW valt. De werkgever kan zich dan
niet beroepen op zijn eigen registratie van vangnetgevallen;
Omdat nooit op voorhand met zekerheid te zeggen valt of een werknemer
wanneer hij/zij ziek wordt wel of niet onder het Vangnet ZW valt, is er geen
waterdicht systeem van registratie van dienstverbanden die onder het Vangnet
ZW vallen;
De werkgever is als eigenrisicodrager aansprakelijk voor alle WGA-uitkeringen
die op grond van de wet voor zijn rekening komen. Hij kan dus niet de
aansprakelijkheid voor bepaalde werknemers uitsluiten;
De verzekeraar dient garant te staan voor alle WGA-uitkeringen die ten laste van
de eigenrisicodrager kunnen komen. De verzekeraar kan geen garantieverklaring
verstrekken waarin de dekking voor bepaalde werknemers is uitgesloten;
Wanneer de eigenrisicodrager niet direct aan het UWV de uitkering terugbetaalt,
kan het UWV die uitkering direct op de verzekeraar verhalen. Nadere
ingebrekestelling is daarbij niet nodig. De afgegeven garantieverklaring geldt
namelijk niet alleen bij faillissement, maar ook als de werkgever niet terstond
aan het UWV betaalt;
de verzekeraar wil de bij haar verzekerde eigenrisicodragers niet voor de
onaangename verrassing plaatsen dat bij hen in rekening gebrachte WGAuitkeringen niet onder de verzekeringsdekking blijken te vallen;
Ook bij het UWV wordt de premie geheven over de totale sv-loonsom.
Premiebetaling
De WGA-premie is verschuldigd door de werkgever. De premie is fiscaal aftrekbaar als
bedrijfslast (voor zover niet een deel daarvan op de werknemers wordt verhaald).
Deze verzekeraar gaat uit van een systeem van voorschotpremie, berekend op basis van
de verwachtte loonsom in het jaar en naverrekening op basis van de feitelijk
gerealiseerde sv-loonsom over een kalenderjaar. De werkgever kan daarom volstaan met
een jaarlijkse opgave van de relevante totale sv-loonsommen.
Er is geen deelnemersadministratie. Tussentijdse aan- of afmelding van personeel is niet
nodig en de premie wordt in beginsel voor het hele jaar vooruit betaald. Premiebetaling
per kwartaal of maand is echter ook mogelijk. Hiervoor wordt een opslag berekend. De
opslag 3,75% bij kwartaalbetaling of 4,5% bij maandbetaling.
Verhaal van WGA-premie op de werknemer
Wettelijk is bepaald dat de werkgever (gedifferentieerde) WGA-premie tot ten hoogste de
helft kan verhalen op de werknemer. Voor werkgevers die bij het UWV verzekerd zijn, is
dat de helft van de gedifferentieerde WGA-premie. Voor werkgevers die volledig privaat
verzekerd zijn, is dat maximaal de helft van de premie voor de private verzekering.
Voor bedrijven die het risico volledig zelf dragen gelden overigens aparte regels voor het
verhaal van de WGA-lasten op de werknemers. Voor werkgevers die het risico deels zelf
dragen en deels verzekerd hebben, zijn de regels nog in voorbereiding.
Het verhaal van de WGA-premie vindt plaats op het netto-loon van de werknemer. Het
verhaalde bedrag is dus niet aftrekbaar van het brutoloon.
Wanneer de werkgever afziet van verhaal is dat geen belastbaar voordeel voor de
werknemer. De verhaalde premie komt volledig ten goede van de werkgever. Er is geen
sprake van een werknemerspremie WGA die de werkgever moet of kan inhouden en
afdragen aan de verzekeraar.
Winstdeling
Voor grote bedrijven biedt deze verzekeraar op deze polis winstdeling. De
winstdelingsregeling houdt in dat na afloop van iedere 3-jarige contractsperiode het
technische resultaat wordt berekend. Recht op winstdeling bestaat indien en voorzover
80% van de gecumuleerde premie binnen het mantelcontract verminderd met het totaal
bedrag aan uitgekeerde schades en noodzakelijke voorzieningen voor toekomstige
uitkeringen meer bedraagt dan 5% van de gecumuleerde bruto premie.
Jaarpremie
€ 75.000 - € 150.000
€ 150.000 - € 250.000
€ 250.000 - € 500.000
€ 500.000 of meer
Winstdeling
40%
45%
50%
60%
Is er een premie opslag voor het inlooprisico dan wordt bij de toepassing van de
winstdelingsregeling ook de opslag voor dekking inlooprisico als premie meegerekend en
wordt bij de schadelast tevens rekening gehouden met de schadevergoeding en vereiste
voorziening voor uitkeringen die zijn ontstaan door de dekking van het inlooprisico.
Schademelding
De polisvoorwaarden gaan uit van ziektemelding binnen 26 weken na de 1e ziektedag. Dit
om de benodigde schadereserve te kunnen gaan opbouwen. Voor grote werkgevers
(meer dan 500 werknemers) is de procedure dat de werkgever aan het eind van elk
kwartaal een overzicht verstrekt van werknemers die langer dan 26 weken ziek zijn.
Deze opgave kan elektronisch in Excel worden aangeleverd.
Schadevergoeding
De standaard regeling is dat het UWV de WGA-uitkering betaalt en bij de
eigenrisicodrager declareert. Die declaratie vindt maandelijks plaats. De eigenrisicodrager
zendt die declaratie vervolgens door aan de verzekeraar. Bij grote werkgevers kan de
declaratie gebundeld geschieden. Hierna betaalt de verzekeraar aan de eigenrisicodrager.
Rechtstreekse verrekening tussen UWV en verzekeraar is op dit moment nog niet
toegestaan. Er vindt wel overleg over plaats. Ook is in bespreking om de declaraties op
kwartaalbasis te laten plaatsvinden.
Contractduur
De duur van de verzekering is drie jaar, met stilzwijgende verlenging. De opzegtermijn is
twee maanden. Van de zijde van de verzekeraar zijn de polissen in beginsel niet
opzegbaar, behoudens in geval van wanbetaling of fraude.
4.
Re-integratie
Wettelijk kader voor eigenrisicodragers
In de WIA is geregeld dat de gedeeltelijk arbeidsgeschikte aanspraak kan maken op
ondersteuning bij re-integratie. Dit is voor werknemers die een uitkering van het UWV
ontvangen echter anders geregeld dan voor werknemers in dienst van een eigen
risicodrager.
Voor eigenrisicodragers WGA zijn de verplichtingen bij re-integratie afgeleid van de
wettelijk vastgelegde re-integratieverantwoordelijkheid van de werkgever in het kader
van de Wet Verbetering Poortwachter. Een al bestaande verplichting loopt voor deze
werkgevers dus gewoon door. De WIA bevat alleen enkele minimumvoorwaarden voor
de re-integratietaak. Dit zijn:
De eigenrisicodrager bevordert ten aanzien van de verzekerde die recht heeft op
een WGA-uitkering de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf of in het bedrijf
van een andere werkgever.
de eigenrisicodrager treft maatregelen gericht op behoud, herstel of bevordering
van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van de verzekerde.
De eigenrisicodrager evalueert periodiek het plan van aanpak dat is opgesteld op
grond van de Wet Verbetering Poortwachter.
De werkgever heeft dus een grote vrijheid om zijn re-integratieverantwoordelijkheid in te
vullen.
Recht op ondersteuning bij onze voorbeeld verzekeraar
De verzekeraar heeft in haar polis geregeld dat de werkgever en de werknemer, onder
voorwaarden recht hebben op ondersteuning (case-management) bij:
– de uitvoering van de in het Plan van Aanpak opgenomen activiteiten;
– de uitoefening van de in de WIA opgenomen verplichtingen tot bevordering van de
inschakeling van de werknemer in de arbeid in het bedrijf van de verzekeringnemer
of in het bedrijf van een andere werkgever;
– het treffen van maatregelen gericht op behoud, herstel of bevordering van de
mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van de werknemer;
– het treffen van maatregelen gericht op het voorkomen of beperken van het beroep
op WGA-uitkering.
5.
Eigenrisicodragen WGA en het zelfstandig bestuursorgaan (ZBO)
Wettelijk kader
In de WIA is geregeld dat een eigenrisicodrager voor de WGA een maatregel kan
opleggen als een werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet nakomt. De werkgever
moet dat altijd melden aan het UWV. De werkgever mag als maatregel de uitbetaling van
de uitkering opschorten of schorsen, maar niet langer dan 8 weken. Hij mag niet de
uitkering blijvend geheel weigeren. Dat mag alleen het UWV.
Omdat de eigenrisicodrager in zo'n geval de taken van het UWV uitvoert, wordt hij door
de wet aangemerkt als zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) en moet hij voldoen aan de
eisen van de Algemene Wet bestuursrecht.
Dit houdt in:
De te nemen maatregel moet de werknemer schriftelijk worden meegedeeld.
Dat schriftelijke stuk is een beschikking.
In de beschikking moet staan waarom de maatregel wordt opgelegd. Het is van
belang dat er een deugdelijke motivering wordt gegeven.
Tegen de beschikking moet de werknemer bezwaar kunnen maken bij de
werkgever. De werkgever moet dit bezwaar gemotiveerd afhandelen.
Tegen de beslissing op het bezwaar moet de werknemer in beroep kunnen bij de
rechter.
De werknemer moet ook de mogelijkheid hebben een klacht in te dienen over de
procedure met betrekking tot het toepassen van een maatregel.
Op grond van de Wet Openbaar Bestuur (WOB) heeft de werknemer of diens
belangenbehartiger recht op inzage in alle stukken die betrekking hebben op de
maatregel.
Situaties waarin dit aan de orde is
Verwacht wordt dat slechts in uitzonderingsgevallen sprake zal zijn van een maatregel
van een eigenrisicodrager wegens weigering van de werknemer om mee te werken aan
re-integratie.
De re-integratie vangt immers al aan tijdens de eerste twee jaar van ziekte. Het
weigeren van medewerking aan re-integratie zal dus ook meestal tijdens de periode van
loondoorbetaling plaatsvinden. In dat geval valt het conflict gewoon binnen de regels van
het arbeidsrecht.
Het aantal gevallen waarin werkgevers om die reden een loonsanctie op de werknemer
hebben toegepast, is niet erg groot. Ook het aantal maatregelen dat tot nu toe door het
UWV in het kader van de WIA is getroffen, is niet erg groot. Er wordt daarom verwacht
dat de kwestie van het ZBO slechts bij uitzondering aan de orde zal komen.
Consequenties van ZBO status
In de praktijk vallen de consequenties van het ZBO zijn erg mee. Hierbij spelen de
volgende elementen een rol.
De zorgvuldigheidseisen waaraan de werkgever moet voldoen bij het nemen van
de beslissing om een maatregel op te leggen zijn niet zwaarder dan de eisen die
ook al gelden in het burgerlijk recht wanneer een werkgever de werknemer op
het loon wil korten omdat hij niet meewerkt aan re-integratie.
Ook voor beslissingen in het arbeidsrecht geldt dat de werkgever ze deugdelijk
moet motiveren. Het vereiste van een deugdelijke motivering in de algemene
wet bestuursrecht is dus niets nieuws.
Het is juist dat de algemene wet bestuursrecht uitgaat van een behandeling via
bezwaarschrift voordat men naar de rechter gaat. Die tussenstap is echter te
vermijden als de werknemer in zijn bezwaar aangeeft dat hij wil dat de zaak
direct aan de rechter wordt voorgelegd.
Een eigenrisicodrager hoeft geen bezwaarschriftenprocedure in te richten zolang
hij geen sanctie treft.
Naarmate een bedrijf groter is, mag ervan worden uitgegaan dat er reeds interne
klachtenprocedures bestaan en vaak ook procedures zijn ingericht om bezwaren
te behandelen, bijv. tegen beoordelingen. Het ligt dan voor de hand om die
bestaande procedures te gebruiken voor de afhandeling van klachten en
bezwaren.
De wet openbaarheid van bestuur is weliswaar formeel van toepassing, maar de
praktische betekenis is gering. De toepassing beperkt zich tot het daadwerkelijke
geschil. Er kan dus geen informatie over andere zaken gevraagd worden.
Bovendien kan de werkgever verzoeken om informatie van derden afwijzen
omdat het hier een kwestie betreft waarbij de privacy van de werknemer in het
geding is. Ook het UWV verstrekt nooit informatie over specifieke
uitkeringsgerechtigden of geschillen tussen het UWV en een
uitkeringsgerechtigde.
Download