Tijd van pruiken en revoluties Opdrachten

advertisement
Tijd van pruiken en revoluties
Opdrachten
§ 2: Revolutie in Frankrijk
1.
Tijdens de regering van de Franse koning Lodewijk XVI werden zijn onderdanen vertegenwoordigd
door 600 personen. Hoe waren die 1200 personen verdeeld over de drie standen?
1e stand: ........... personen
2e stand: ........... personen
3e stand: ........... personen
2.
De leden van de 3e stand wilden in de loop van 1789 niet meer met de andere standen vergaderen.
Wat was hiervan de oorzaak?
A
de 1e stand had voortdurend honger
B
de 2e stand kreeg minder te vertellen over het bestuur van het land
C
de 3e stand vond dat ze teveel belasting moest betalen
D
de koning verbood samenwerking tussen de drie standen
3.
Welke oplossing hadden de leden van de 3e stand bedacht om een einde te maken aan de
problemen in Frankrijk?
De burgers, dus de leden van de 3e stand, wilden ................................... om een eind te maken aan
de problemen in Frankrijk.
4.
De arme bevolking van de hoofdstad Parijs had iets anders bedacht, om te laten zien dat ze de
ellendige toestand zat was. Die actie wordt nog elk jaar herdacht.
a. Wat was die actie? .............................................................................................................................
b. Wanneer wordt jaarlijks die actie herdacht (dag/maand) ...................................................................
5.
De rellen bleven niet beperkt tot Parijs. Ook op het platteland brak een opstand uit.
Dat lijkt vreemd, want je zou denken dat op het platteland alleen maar arme boeren en hun knechten
woonden.
Waarom werd dan toch op het platteland geplunderd en gemoord?
................................................................................................................................................................
6.
Frankrijk veranderde van een monarchie in een republiek.
Wat is het verschil tussen deze twee manieren om een land te besturen?
................................................................................................................................................................
7.
De koning en koningin werden onthoofd. Onder Robespierre brak een periode van terreur aan,
duizenden Fransen kwamen onder de guillotine terecht.
Zoek op internet naar het antwoord op de volgende vragen:
a. Naar welk persoon is de guillotine genoemd?
b. Welke Fransman was het eerste slachtoffer van de guillotine?
c. Hoe is Robespierre gestorven?
Download