De Europese Innovatie-enquête 2008

advertisement
De Europese Innovatie-enquête 2008
(CIS 2008)
In deze enquête wordt informatie verzameld over product- en procesinnovatie, organisatorische en
marketinginnovatie, alsook innovaties die bijdragen tot het milieu, in de periode 2006 tot en met 2008.
Een innovatie is de marktintroductie van een nieuw of sterk verbeterd product (of dienst), productieproces,
organisatiemethode of marketingmethode. De innovatie moet nieuw zijn voor uw onderneming, alhoewel ze
oorspronkelijk door een ander bedrijf kan ontwikkeld zijn.
Deze vragenlijst is verdeeld in 4 modules:
A. Algemene informatie over het bedrijf
B. Module over de product- en procesinnovaties geïntroduceerd door uw onderneming
C. Module over de organisatorische en marketinginnovaties geïntroduceerd door uw onderneming
D. Module over innovaties die bijdragen tot het milieu («milieuinnovaties») geïntroduceerd door uw
onderneming
Om ondernemingen met en zonder innovatieve activiteiten te kunnen vergelijken, vragen we alle ondernemingen
alle vragen te beantwoorden, tenzij anders aangegeven.
1
Geadresseerde
In te vullen en of te wijzigen
Aangeschreven persoon:
Functie:
Organisatie:
Adres:
Postcode:
Gemeente :
BTW:
Website:
Hoofdactiviteit (NACE-BEL 2008 code met 4 cijfers)1
De hoofdactiviteit is die activiteit die het grootste aandeel vormt van de
omzet (of toegevoegde waarde).
Elektronische vragenlijst
Als u ervoor kiest de vragenlijst elektronisch in te vullen, bent u welkom op
www.belspo.be/stat/cis2008 gebruik makende van uw gebruikersnaam en paswoord die u hieronder vindt:
Gebruikersnaam:
Paswoord:
Voor bijkomende informatie of vragen over de vragenlijst, gelieve contact op te nemen met
M. Jeoffrey Malek Mansour ; tel: 02/238.34.31 ; email : [email protected]; fax: 02/238.34.31
Contactpersoon
Contactpersoon voor verdere inlichtingen, (indien verschillend van hierboven):
Naam
Functie:
Telefoon:
Fax:
E-mail:
1
De NACE-BEL 2008 code heeft 4 cijfers. De lijst vindt u op de volgende website: http://www.belspo.be/stat/cis2008/NACE_Rev2_nl.xls
2
MODULE A. ALGEMENE INFORMATIE OVER HET BEDRIJF
1.
Algemene informatie over het bedrijf
1.1.
Groepsstructuur
Maakte uw onderneming deel uit van een groep in 2008? (Een groep is een operationele eenheid, samengesteld uit
minimum twee ondernemingen die elk hun eigen rechtspersoonlijkheid hebben, maar toch onder de controle van een
gemeenschappelijke aandeelhouder vallen. Elke onderneming binnen de groep kan verschillende geografische markten
bedienen, zoals bijvoorbeeld nationale of regionale filialen, of kan ook andere producten aanbieden. Het moederbedrijf
maakt ook deel uit van de groep).
Ja

Neen

In welk land ligt het moederbedrijf2 ? ______________________
Indien uw onderneming deel uitmaakt van een groep, gelieve de volgende vragen
alleen voor uw onderneming in België te beantwoorden
(op niveau van het BTW-nummer).
Voeg geen resultaten voor dochter- of moedermaatschappijen toe!
1.2
Welke geografische markten bediende uw onderneming tussen begin 2006 en eind 2008?
Ja
Neen
A. Lokale markt / regionale markt in België


B. De Belgische markt (buiten uw regio, maar binnen België)


C. Andere landen van de Europese Unie (EU), EVA-landen, of EU-kandidaat-landen*


D. Andere landen


In welke van deze geografische zones heeft u het grootste aandeel van uw omzet gerealiseerd
tussen 2006 en 2008? (Duid de overeenkomstige letter aan)
______
*: Met inbegrip van de volgende landen: Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland,
Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, FYROM (Macedonië), Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal,
Roemenië, Slovenië, Slovakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.
2 Een groep is een operationele eenheid, samengesteld uit individuele ondernemingen die elk hun eigen rechtspersoonlijkheid hebben, maar toch onder de controle van
een gemeenschappelijke aandeelhouder (moederbedrijf) vallen. Het moederbedrijf wordt noch direct noch indirect door een andere juridische eenheid gecontroleerd. De
filialen worden direct of indirect door het moederbedrijf gecontroleerd.
3
2.
2.1
Economische basisgegevens van uw onderneming
Hoeveel bedroeg de totale omzet van uw onderneming in 2006 en 2008 (in duizenden EUR)? Omzet wordt
gedefinieerd als de marktwaarde van goederen en diensten3 (inclusief alle belastingen behalve BTW).
2006
2008
0 0 0€
2.2
0 0 0 €
Hoeveel werknemers (in fysieke eenheden) had uw onderneming in 2006 en 2008 gemiddeld in dienst?
(Indien jaarlijks gemiddelde niet beschikbaar, geef het aantal werknemers op het einde van elk jaar)
2006
3
2008
Voor kredietinstellingen: ontvangen rente en soortgelijke baten; voor verzekeraars: geboekte brutopremies
4
MODULE B. PRODUCT- EN PROCESINNOVATIE GEÏNTRODUCEERD DOOR UW
ONDERNEMING
3.
Productinnovatie(goederen of diensten)
Een productinnovatie is de marktintroductie van nieuwe goederen of diensten of sterk verbeterde goederen of diensten
wat betreft kenmerken, zoals betere software, gebruiksvriendelijkheid, nieuwe componenten of subsystemen.
 De innovatie (vernieuwing of verbetering) moet nieuw zijn voor uw onderneming, maar hoeft niet nieuw te zijn voor
uw bedrijfstak of markt.
 Het maakt niet uit of de innovatie oorspronkelijk door uw onderneming of door andere ondernemingen is
ontwikkeld.
3.1.
Heeft uw onderneming in de periode 2006 - 2008 het volgende geïntroduceerd:
Ja
Neen
Nieuwe of sterk verbeterde goederen (met uitzondering van het enkel doorverkopen van nieuwe goederen die
van een andere onderneming zijn afgenomen en veranderingen van louter esthetische aard)


Nieuwe of sterk verbeterde diensten


Indien u "NEEN"heeft geantwoord op beide vragen,
gelieve dan verder te gaan naar vraag 4.
3.2.
Wie heeft deze productinnovaties ontwikkeld?
Kies het antwoord dat het meest van toepassing is
Voornamelijk uw onderneming(sgroep)

Uw onderneming samen met andere ondernemingen/instellingen

Voornamelijk andere ondernemingen/instellingen

5
3.3.
Waren één of meerdere van deze goederen- en diensteninnovaties geïntroduceerd in de periode 2006-2008:
Nieuw op uw markt?
Uw onderneming heeft vóór uw concurrenten nieuwe of sterk verbeterde goederen of
diensten op uw markt gebracht (ook al waren deze misschien al op andere markten
beschikbaar).
Alleen nieuw voor uw
onderneming?
Uw onderneming heeft nieuwe of sterk verbeterde goederen of diensten op de markt
gebracht die al door concurrenten op uw markt waren gebracht.
3.4.
Ja
Neen




Op basis van de volgende definities, gelieve het aandeel in uw totale omzet4 in 2008 van de volgende
elementen aan te geven:
In 2006-2008 geïntroduceerde goederen- en diensteninnovaties die nieuw voor uw markt waren:
  
Uw onderneming heeft vóór uw concurrenten nieuwe of sterk verbeterde goederen of diensten op uw markt gebracht (ook al waren deze
misschien al op andere markten beschikbaar).
  %
In 2006-2008 geïntroduceerde goederen- en diensteninnovaties die alleen nieuw voor uw bedrijf (en niet voor uw
markt) waren:
  
Uw onderneming heeft nieuwe of sterk verbeterde goederen of diensten geïntroduceerd die al door concurrenten op uw markt waren gebracht.
  %
 
Goederen en diensten die in 2006-2008 onveranderd of slechts licht veranderd waren (inclusief de doorverkoop
van nieuwe goederen of diensten die van andere ondernemingen waren afgenomen).
Totale omzet 2008
%
1 0
0 %
4 Voor kredietinstellingen: ontvangen rente en soortgelijke baten; voor verzekeraars: geboekte brutopremies
6
4.
Procesinnovatie
Procesinnovatie is de toepassing van een nieuw of sterk verbeterd productieproces, distributiemethode of
ondersteunende activiteit voor uw goederen of diensten.
 De innovatie (vernieuwing of verbetering) moet nieuw zijn voor uw bedrijf, maar hoeft niet nieuw te zijn voor uw
markt.
 Het maakt niet uit of de innovatie oorspronkelijk door uw onderneming of door andere ondernemingen is
ontwikkeld.
 Puur organisatorische innovaties vallen hier niet onder (deze worden behandeld in Module C).
4.1.
Heeft uw onderneming in de periode 2006 - 2008 het volgende geïntroduceerd:
Ja
Neen
Nieuwe of sterk verbeterde methoden voor de productie van goederen of diensten?


Nieuwe of sterk verbeterde logistieke, leverings- of distributiemethoden voor uw inputs, goederen of
diensten?


Nieuwe of sterk verbeterde ondersteunende activiteiten voor uw processen, zoals onderhoudssystemen of
aankoop-, boekhoudkundige of rekenmethoden?


Indien u driemaal "NEEN"heeft geantwoord,
gelieve dan verder te gaan naar vraag 5.
4.2
Wie heeft deze procesinnovaties ontwikkeld?
Kies het antwoord dat het meest van toepassing is
Voornamelijk uw onderneming(sgroep)

Uw onderneming samen met andere ondernemingen/instellingen

Voornamelijk andere ondernemingen/instellingen

7
5.
Lopende of afgebroken innovatieactiviteiten
Innovatieactiviteiten omvatten onder andere de aanschaf van machines, apparatuur, software en licenties; engineering en
ontwikkeling, industrieel design, opleiding, marketing en onderzoek en ontwikkeling (O&O) als deze specifiek gericht waren
op de ontwikkeling en/of implementatie van een product- of procesinnovatie. Ook fundamentele O&O-activiteiten worden
beschouwd als innovatieactiviteit, zelfs indien ze niet direct verbonden zijn aan een product- en/of procesinnovatie.
5.1 Had uw onderneming innovatieactiviteiten voor het ontwikkelen van product- of procesinnovaties in de
periode 2006 – 2008 die niet uitmondden in de implementatie van een product- of procesinnovatie omdat deze
activiteiten:
Ja
Neen




Afgebroken of afgelast werden vóór voltooiing?
Eind 2008 nog niet voltooid waren?
Indien uw onderneming geen enkele product- of procesinnovatie, of
innovatieactiviteiten ontwikkelde in de periode 2006 - 2008
(altijd "NEEN" op vragen 3.1, 4.1 en 5.1)
gelieve naar vraag 9 (Module C) te gaan.
Anders gaat u gewoon verder.
8
6.
Innovatieactiviteiten en -uitgaven
6.1.
Heeft uw onderneming in de periode 2006-2008 de volgende innovatieactiviteiten verricht:
Ja
Neen


Dezelfde activiteiten als hierboven, maar verricht door andere bedrijven
(waaronder andere ondernemingen binnen uw groep) of door publieke of
particuliere onderzoeksorganisaties en aangekocht door uw
onderneming


Aankoop van
machines, apparatuur
en software
Aankoop van geavanceerde machines, uitrusting en computerhardware
of –software ten behoeve van nieuwe of sterk verbeterde producten en
processen


Aankoop van andere
externe kennis
Aankoop van of licentieovereenkomsten voor octrooien en nietgeoctrooieerde uitvindingen, knowhow en andere vormen van kennis van
andere ondernemingen of organisaties


Opleiding
Interne of externe opleidingen voor uw personeel specifiek gericht op de
ontwikkeling en/of introductie van nieuwe of sterk verbeterde producten
en processen


Marktintroductie van
innovaties
Activiteiten voor de marktintroductie van uw nieuwe of sterk verbeterde
goederen en diensten, inclusief marktonderzoek en reclame bij de
productintroductie


Andere
voorbereidingen
Procedures en technische voorbereidingen voor de implementatie van
nieuwe of sterk verbeterde producten en processen die niet in een van
de eerder genoemde categorieën vallen, zoals haalbaarheidsstudies,
testen, softwareontwikkeling, industrial engineering, enz.


Intramurale (interne)
O&O (Onderzoek en
Ontwikkeling)
Creatieve werkzaamheden binnen uw onderneming om de
kennisvoorraad te vergroten en de toepassing daarvan voor het
ontwerpen van nieuwe en verbeterde producten en processen (inclusief
de ontwikkeling van software)
Indien ja, had uw onderneming O&O-activiteiten in de periode 2006 2008:
Op permanente basis (uw onderneming beschikt over

permanent O&O personeel)?
of eerder occasioneel (enkel indien behoefte eraan)?

Extramurale (externe)
O&O
9
6.2.
Geef een schatting van de uitgaven voor elk van de volgende innovatieactiviteiten alleen in het jaar 2008
(inclusief de personeels- en aanverwante kosten; in duizenden EUR).
Kruis "Geen" aan als uw onderneming in 2008 geen uitgaven heeft gedaan voor een bepaalde categorie
Intramurale (Interne) O&O
Geen
0
0
0
€

0
0
0
€

0
0
0
€

Aankoop van andere externe kennis
0
0
0
€

Totaal van deze vier uitgavencategorieën voor innovatie
0
0
0
€

(inclusief personeels- en aanverwante kosten, kapitaaluitgaven voor
gebouwen en apparatuur specifiek bestemd voor O&O)
Extramurale (externe) O&O
(Aankoop van O&O)
Aankoop van machines, apparatuur en software
(exclusief uitgaven voor apparatuur voor O&O)
6.3.
Heeft uw onderneming in de periode 2006-2008 overheidssteun voor innovatieactiviteiten ontvangen van
de volgende instanties? Deze vraag betreft ook financiële steun in de vorm van belastingkredieten of
aftrekposten, subsidies, gesubsidieerde leningen en garanties voor leningen. De vraag heeft geen betrekking op
onderzoek en andere innovatieactiviteiten die volgens contract volledig voor de overheid zijn verricht.
Ja
Neen
Lokale of regionale overheden


Federale overheid (inclusief agentschappen of ministeries)


De Europese Unie (EU)




Indien « Ja », heeft uw bedrijf deelgenomen aan het zesde of het zevende kaderprogramma
voor onderzoek en technologische ontwikkeling van de EU?
10
7.
Informatiebronnen en samenwerking voor innovatieactiviteiten
7.1
Hoe belangrijk waren elk van de volgende informatiebronnen in de periode 2006-2008 voor de
innovatieactiviteiten van uw onderneming? Geef aan welke bronnen informatie verschaften voor nieuwe
innovatieprojecten of bijdroegen tot de uitvoering van bestaande innovatieprojecten.
Mate van belangrijkheid
Kruis het vakje "Niet van toepassing" indien de genoemde bron geen informatie heeft geleverd
Informatiebron
Interne
bronnen
Marktbronnen
Institutionele
bronnen
Overige
bronnen
Groot
Middelmatig
Gering
Niet van
toepassing
Binnen uw onderneming(sgroep)




Leveranciers van apparatuur, materieel, componenten of software




Klanten of afnemers




Concurrenten of andere ondernemingen in uw bedrijfstak




Consultants, commerciële laboratoria of particuliere O&O-instellingen




Universiteiten of andere instellingen voor hoger onderwijs




Overheids- of openbare onderzoeksinstellingen




Conferenties, handelsbeurzen of exposities




Wetenschappelijke tijdschriften en vak-/technische publicaties




Beroeps- en sectorverenigingen




11
7.2
Heeft uw onderneming in de periode 2006-2008 voor haar innovatieactiviteiten samengewerkt met andere
ondernemingen of instellingen? Innovatiesamenwerking is actieve participatie met andere ondernemingen of
niet-commerciële instellingen op het gebied van innovatieactiviteiten. Beide partners hebben niet noodzakelijk
commercieel baat bij de samenwerking. Deze vraag heeft geen betrekking op uitbesteding van werkzaamheden
zonder actieve samenwerking.
Ja
Neen
7.3

 (Indien Neen, ga naar vraag 8)
Beschrijf het type samenwerkingspartner en de locatie
(Alle mogelijkheden die van toepassing zijn aankruisen)
België
Ander
Europees
land*
Verenigde
Staten
China
of India
Overige
landen
A. Andere ondernemingen binnen uw ondernemingsgroep





B. Leveranciers van apparatuur, materieel, componenten of
software





C. Klanten of afnemers





D. Concurrenten of andere ondernemingen in uw bedrijfstak





E. Consultants, commerciële laboratoria of particuliere O&Oinstellingen





F. Universiteiten of andere instellingen voor hoger onderwijs





G. Overheids- of openbare onderzoeksinstellingen





Type samenwerkingspartner
* Met inbegrip van de volgende landen van de Europese Unie (EU), EVA-landen of EU-kandidaat-landen: Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland,
Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Macedonië, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk,
Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slovakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.
7.4
Welk type samenwerkingspartner vond u het meest waardevol voor de innovatieactiviteiten van uw
onderneming?
(Vul in met de overeenkomstige lettercode) _______
12
8.
Objectieven van de innovaties in de periode 2006-2008
8.1
Hoe belangrijk waren de volgende objectieven voor uw activiteiten inzake de ontwikkeling van product(goederen of diensten) of procesinnovaties in de periode 2006-2008?
Mate van belangrijkheid
Objectief
Indien uw bedrijf verschillende product- of procesinnovatieprojecten had, geef een algemene evaluatie
Groot
Middelmatig
Gering
Niet van
toepassing

Uitbreiding van het goederen- of dienstenaanbod



Vervanging van verouderde producten of processen




Introductie op nieuwe markten




Groei van het marktaandeel




Betere kwaliteit van de aangeboden goederen of diensten




Verbeterde flexibiliteit van de productie van goederen en
diensten
Verhoogde productiecapaciteit van goederen en diensten








Verbeterde gezondheid en veiligheid van de werknemers




Lagere arbeidskosten per eenheid output




13
MODULE C. ORGANISATORISCHE EN MARKETINGINNOVATIES GEINTRODUCEERD
DOOR UW ONDERNEMING
9. Organisatorische innovaties
Een organisatorische innovatie is de implementatie van een nieuwe – nog niet eerder door uw bedrijf gebruikte –
organisatiemethode in de bedrijfspraktijken (inclusief het kennisbeheer), in de arbeidsorganisatie of in de externe relaties
met andere bedrijven of openbare instellingen.
 Deze nieuwe organisatiemethode moet het gevolg zijn van strategische beslissingen genomen door het
management
 Worden niet meegerekend: fusies en overnames, ook indien ze voor de eerste keer plaatsvonden.
9.1 Heeft uw onderneming in de periode 2006-2008 de volgende organisatorische innovaties geïntroduceerd:
Ja
Neen
business re-engineering, kennisbeheer, lean production, kwaliteitsmanagement, enz.)


Nieuwe methodes voor het organiseren van verantwoordelijkheden en beslissingsbevoegdheden in het
bedrijf (vb. eerste ingebruikname van een nieuw systeem van werknemersverantwoordelijkheden, team work,




Nieuwe bedrijfspraktijken voor het organiseren van werk of van procedures (vb. supply chain management,
decentralisatie, integratie of de-integratie van departementen, opleidingssystemen, enz.)
Nieuwe methodes voor de organisatie van externe relaties met andere bedrijven of met publieke instellingen
(vb. het aangaan van de allereerste alliantie, samenwerking, uitbesteding of onderaanneming, enz.)
Indien u op deze 3 opties “NEEN” heeft geantwoord, gelieve naar vraag 10 te gaan.
Anders gaat u verder.
9.2 Hoe belangrijk waren de volgende objectieven voor de organisatorische innovaties die uw bedrijf in de
periode 2006-2008 heeft geïntroduceerd?
Mate van belangrijkheid
Indien uw bedrijf verschillende organisatorische innovaties heeft geïntroduceerd, geef een algemene evaluatie
Groot
Objectief
Snellere reactie op behoeften van klanten of leveranciers
Verbeterd vermogen om nieuwe producten of processen te ontwikkelen
Betere kwaliteit van goederen of diensten
Lagere kosten per eenheid output
Verbeterde communicatie of informatiedeling binnen uw bedrijf
of met andere bedrijven of openbare instellingen
Middelmatig
Gering















Niet van
toepassing





14
10. Marketinginnovaties
Een marketinginnovatie is de implementatie van een nieuw marketing concept of van een nieuwe marketingstrategie die
significant verschillend is van de binnen uw bedrijf bestaande marketingmethodes en die nog nooit eerder door uw bedrijf
werd gebruikt.
 Het vereist significante veranderingen in design, verpakking, plaatsing, promotie of prijszetting van het product.
 Seizoenveranderingen, regelmatige veranderingen of andere routinematige veranderingen in de
marketingtechnieken vallen hier niet onder.
10.1
Heeft uw onderneming in de periode 2006-2008 de volgende marketinginnovaties geïntroduceerd?
Significante veranderingen van het esthetisch design of verpakking van goederen of diensten (uitgezonderd
veranderingen die alleen maar de functionele of gebruikskenmerken van het product wijzigen – dit zijn
productinnovaties)
Nieuwe middelen of technieken voor het promoten van een product (vb. eerste gebruik van een nieuw
advertentiemedium, een nieuw imago, invoering van getrouwheidskaarten, enz.)
Nieuwe technieken voor de plaatsing van een product of nieuwe verkoopskanalen (vb. eerste gebruik van
franchising, distributielicenties, directe verkoop, exclusieve detailhandel, nieuwe concepten voor
productpresentatie, enz.)
Nieuwe methodes voor de prijszetting van goederen en diensten (vb. eerste gebruik van variabele
prijszetting naargelang de vraag, kortingen, enz.)
Ja
Neen








Indien u op deze 4 opties “NEEN” heeft geantwoord,
gelieve naar vraag 11 te gaan (ModuleD).
Anders gaat u verder.
10.2
Hoe belangrijk waren de volgende objectieven voor de marketinginnovaties die uw bedrijf in de periode
2006-2008 heeft geïntroduceerd?
Mate van belangrijkheid
Indien uw bedrijf verschillende marketinginnovaties heeft geïntroduceerd, geef een algemene evaluatie
Groot
Middelmatig
Gering
Niet van toepassing
Objectief




Groter of gehandhaafd marktaandeel




Introduceren van producten bij nieuwe klantengroepen




Introduceren van producten op nieuwe geografische
markten
15
MODULE D: INNOVATIES TEN BEHOEVE VAN HET MILIEU (“MILIEUINNOVATIES”)
Een milieuinnovatie is de introductie van een product (goed of dienst), proces-, organisatie- of marketinginnovatie5 die een
positieve bijdrage levert voor het milieu in vergelijking met de alternatieven.
11.

Deze milieubijdragen kunnen het hoofdobjectief zijn van deze innovatie, maar kunnen ook het resultaat zijn van
andere objectieven.

De milieubijdragen van de innovatie kunnen ontstaan tijdens de productiefase van de goederen of de diensten, of
tijdens het gebruik ervan na aankoop door de eindgebruiker.
Heeft uw onderneming in de periode 2006-2008 een product- (goed of dienst), proces-, organisatorische of
marketinginnovatie geïntroduceerd die de volgende milieuvoordelen opleverde?
Ja
Neen
Lager materiaalverbruik per eenheid output


Lager energieverbruik per eenheid output


Kleinere CO2–voetafdruk van uw bedrijf (totale CO2 –uitstoot door productie, vervoer enz.)


Vervanging van materialen door minder vervuilende of minder gevaarlijke alternatieven


Minder vervuiling van grond, water, lucht of minder geluidshinder


Recyclage van afval, water of materiaal


Lager energieverbruik


Minder vervuiling van grond, water, lucht of minder geluidshinder


Betere recyclage van het product na gebruik


Milieuvoordelen van de productie van goederen en diensten binnen uw bedrijf
Milieuvoordelen van het gebruik van de goederen of diensten na aankoop door de eindgebruiker
12.
Heeft uw onderneming in de periode 2006-2008 een milieuinnovatie geïntroduceerd als reactie op:
Ja
Neen
Reeds bestaande milieureglementeringen of milieutaksen?


Milieureglementeringen of –taksen die u verwachtte voor de toekomst?


De beschikbaarheid van toelagen, subsidies of andere openbare financiële incentieven voor milieuinnovatie


Een bestaande of geanticipeerde vraag vanwege uw klanten naar milieuinnovaties?


Vrijwillige gedragscodes of akkoorden ter bevordering van goede milieupraktijken in uw bedrijfstak?


13. Heeft uw bedrijf procedures opgezet met het oog op het regelmatig identificeren en verminderen van uw milieuimpact? (Bijvoorbeeld, de voorbereiding van milieu-audits, het formuleren van doelstellingen inzake milieuperformantie,
het verkrijgen van een ISO 14001 certificaat, enz.).
Indien uw bedrijf zulke procedures vóór en na januari 2006 heeft opgezet, kruis twee keer “JA” aan; indien het zulke procedures nooit
heeft geïntroduceerd, gelieve twee keer “NEEN” aan te kruisen.
Ja
Neen
Ja: geïmplementeerd vóór januari 2006


Ja: geïmplementeerd of significant verbeterd na januari 2006


5 Een innovatie is de marktintroductie van een product (goed of dienst), van een productieproces, een organisatiemethode of een marketingtechniek die nieuw of
significant verbeterd is. De innovatie moet nieuw zijn voor uw onderneming maar kan oorspronkelijk door andere ondernemingen ontwikkeld zijn.
16
OPMERKINGEN
Eventuele opmerkingen of suggesties bij de vragenlijst kunt u hier invullen:
Wij danken u voor de tijd die u heeft uitgetrokken voor het invullen van deze vragenlijst.
Uw medewerking wordt erg op prijs gesteld.
U kunt de ingevulde vragenlijst kosteloos terugsturen in de bijgevoegde antwoordenvelop.
CONFIDENTIALITEIT
Het Federaal Wetenschapsbeleid en de betrokken regionale overheidsdiensten zijn gebonden aan het statistisch geheim. De
verzamelde gegevens worden uitsluitend gebruikt voor statistische doeleinden en de opmaak van indicatoren op het gebied van
wetenschap, technologie en innovatie. Ze worden onder geen enkele voorwaarde aangewend voor andere doeleinden.
U zou graag informatie ontvangen over het Federaal Wetenschapsbeleid?
Activiteiten, missies, projecten, historiek, contactgegevens, toegang, diensten, bibliotheek, agenda, aankondigingen, jaarverslag en O&O
statistieken. Gelieve de website van het Federaal Wetenschapsbeleid te bezoeken: http://www.belspo.be
De dienst “Productie en analyse van de O&O indicatoren” van het Federale Wetenschapsbeleid levert ook fiscale attesten aan
ondernemingen die bijkomend personeel aanneemt voor wetenschappelijk onderzoek en dit met het oog op fiscale vrijstellingen. U kunt
informatie vinden op de volgende webpagina’s: http://www.belspo.be/belspo/fisc/index_fr.stm
(Voor bijkomende informatie kunt u M.Ward ZIARKO, Tel. 02/238.34.90, e-mail: [email protected] contacteren)
Federaal Wetenschapsbeleid
Wetenschapsstraat 8, 1000 Brussel
Tel. 02/238.34.11 - Fax 02/230.59.12
17
Download