Betreft: nieuwsbrief april 2016 Beste medewerkers, 1e. Verheugend dat we weer een bijeenkomst kunnen aankondigen met een trainster van Het Begint met Taal, onze landelijke organisatie. Dat zal zijn op 11 mei ’s avonds van 20.0022.00 u. en wordt verzorgd door Anna Marie Hazenberg. We zullen elkaar deze keer treffen op een andere locatie, namelijk het atelier van tuin-en landschapsarchitect Dirk Bakker dat grenst aan de gracht tegenover het pompstation: Dijkstraat 17 te Wageningen. Een heel aparte ruimte, maar smaakvol ingericht. Het pand is een voormalige houtzagerij met een helling naar de gracht. U kunt parkeren tot aan de dijk, hoewel de opgang wel open moet blijven. Anna Marie: De training Spreekvaardigheid en Feedback is bedoeld voor taalvrijwilligers die al enige ervaring hebben met NT2 deelnemers, dus ook weten waar ze zoal tegen aanlopen in de begeleiding van de deelnemers. Voor taalleerders is spreekvaardheid en luistervaardigheid vaak de eerste en meest belangrijke stap om mee te kunnen doen in de samenleving. Maar hoe ga je de daar als taalcoach nou mee om? Hoe kan je effectief feedback geven op de taalleerder zonder dat deze ontmoedigd raakt, maar juist geïnspireerd om verder te leren? Hoe kan je als taalcoach voortgang waarborgen, ook al zijn het steeds kleine stapjes....? Uitgangspunten voor het geven van feedback 1. Het uitvoeren van de opdracht 2. Inhoud / begrijpelijkheid/slagen van de communicatie 3. De houding / sociale vaardigheden 4. Kennis van de Nederlandse samenleving 5. Het taalgebruik: - de uitspraak / intonatie / vloeiendheid - de woordenschat / het woordgebruik - de grammaticale correctheid 6. Het proces van taalverwerving: praten over het leren van de taal, samen met iemand reflecteren Brengt u vooral uw ervaring en vragen mee naar de training. 2e. Op dinsdag 16 februari heeft Marie-José de Boer ons ingewijd in de problematiek van de verstaanbaarheid. Een paar tips van haar: - We hoeven niet zoveel aandacht te geven aan kwesties als het verschil tussen de v en de f, ook niet of de diftongen (dubbelklinkers) goed uitgesproken worden. Immers, ze leiden niet tot misverstanden. Dat is ook het geval met de lidwoorden. ‘Sch’ kan prima aangeleerd worden als sr. - Wel aandacht geven aan: o De stomme e zoals in belegen. Deze letter was ooit een klinker, maar vervlakte, omdat die geen accent meer kreeg. ‘Jij’ werd bijvoorbeeld ‘je’. Accent is als voeding voor een klinker. Daarom ligt op de lettergreep met een stomme e nooit het accent. De letter komt veel voor en zorgt voor veel onverstaanbaarheid bij onze gasten. o Verwant hieraan is het woordaccent. Wanneer schrijf je woorden aan elkaar vast? Als ze 1 hoofdaccent hebben. Dus ‘oránje márkt’ zijn vanwege de 2 accenten die je hoort twee woorden, maar Oránjemarkt is aan elkaar vast, omdat er 1 accent te horen is. Ook verkeerde accenten zijn een bron van misverstanden. Je kunt doen aan accentbewustwording door ze in geschreven zinnen streepjes onder de accentlettergrepen te laten zetten, zoals ons woordenboek NT2 dat doet in de lemma’s. o Er is ook zinsaccent. Moeilijk voor buitenlanders is bijvoorbeeld om de vraagintonatie goed te krijgen op de laatste woorden. o Samenstellingen: twee of meer woorden vormen samen 1 woord. Het accent ligt altijd ergens in het eerste woord: telefóónaansluiting. Tip: lange woorden inzichtelijk maken door ze in begrijpelijke stukken te hakken. o De keel g kunnen we hen aanleren door een slok water in te nemen en te gaan gorgelen. o Boeren/buren, huren/hoeren: oefen met andere oe- en uu-woorden die ze misschien wel goed uitspreken, bijvoorbeeld boek, USA Verder geen nieuws. Fijn dat we elkaar weer zullen treffen. Tenslotte de vraag waarmee we altijd eindigen: wilt u zich tijdig opgeven i.v.m. de catering? Ook namens Gon en Kees, Bert van Dorsten Uw coördinator