De wereld wordt kleiner als je groter wordt

advertisement
De wereld wordt kleiner als je groter wordt
De wereld
wordt kleiner
als je groter wordt
De basisschool als oefenplaats
voor wereldburgers
Frits Prior
Guido Walraven
Colofon
NCDO
Mauritskade 63
Postbus 94020, 1090 GA Amsterdam
Contactpersoon: Mariëtte van Stalborch
020-5688755 / [email protected]
APS
Zwarte Woud 2
Postbus 85475, 3508 AL Utrecht
Contactpersoon: Frits Prior
030-28 56 600 / [email protected]
Walraven onderzoek en advies
Bosboom Toussaintstraat 59, 2 hoog, 1054 AP Amsterdam
Contactpersoon: Guido Walraven
[email protected]
Tekst: Frits Prior en Guido Walraven
Redactie: Gerard Lommerse, Mariëtte van Stalborch en Jeroen van der Zant
Tekstredactie: Hansje Galesloot
Vormgeving: Johan van der Woude, Lucie Lausin, Studio Joyo BV, Amsterdam
Druk: Ecodrukkers, Nieuwkoop
ISBN/EAN: 978-90-74612-13-5
© NCDO / APS, 2009
De wereld wordt kleiner
als je groter wordt
De basisschool als oefenplaats
voor wereldburgers
De wereld wordt kleiner
als je groter wordt
De basisschool als oefenplaats
voor wereldburgers
Frits Prior en Guido Walraven
Inhoud
1.
2.
Vooraf
11
Leeswijzer
13
Waarom wereldburgerschap?
Willen en doen wat toevallig ook moet
16
(Wereld)burgerschap in de kerndoelen
18
Een school met de ramen open
20
Zorg voor iedereen
22
Wat is wereldburgerschap?
Wat is wereldburgerschap?
26
Een palet van mogelijkheden
28
Steeds breder en wijder
30
Eerst kijken dan zoeken
32
3.
4.
5.
Waarmee? Keuzekompas
Hoe? Light, medium, strong
Een keuzekompas: acht richtingen
36
Light, medium & strong
72
Thema’s die de kinderen boeien
40
Samsam: light, medium & strong
76
Mondiale betrokkenheid, vrede en conflict
44
Samsam-webexpeditie
78
Identiteit en diversiteit
46
Eerste ‘Art.1 school’
80
Duurzame ontwikkeling en globalisering
48
Mensenrechten en verdeling
50
Hoe? Leeftijdsverschil
6.
Hoe? Participatie
Sociale en mondiale competentie
84
Je leert het al doende, je leven lang
86
Kijken, kijken, kijken
54
Eigenhandig of ‘verlengde arm’?
88
Wisselen van perspectief
56
Het kind als (mede-)eigenaar?
90
Niet zeker weten
58
Vier basisbehoeften
92
Differentiatie naar leeftijd
60
Wie fietst er?
94
Kleuters als wereldburgers
64
Hoe breng je de kinderen in contact met elkaar?
96
Vanuit het kind
66
Hoe zie je ‘competentie’ in de groep?
98
Mondiale thema’s buiten de methoden
68
Echt echt of nog echter…?
100
7.
Verantwoording, bronnen en bestellen
Hoe kwam het boek tot stand?
104
Wie hielpen mee?
105
Verantwoording fotografie
106
Bronnen
109
Bestellen
110
“Sommige mensen leven
in een droomwereld en
anderen zien de
werkelijkheid onder
ogen. Er zijn ook
mensen die hun dromen
verwerkelijken.”
Desiderius Erasmus
Vooraf
Dit boek is gemaakt voor allen die werken in en met de basisschool. Het laat zien hoe je op
verschillende manieren aan wereldburgerschap kunt werken: binnen en buiten de gewone
lessen. Daarbij vormen de ontwikkeling van de kinderen en hun ervaringswereld telkens het
uitgangspunt.
Bij het schrijven van het boek keken we naar wat er nu al in basisscholen plaatsvindt en we
gebruikten de voorbeelden die we zagen. We raadpleegden ook de kerndoelen voor het
basisonderwijs. We vroegen praktijkdeskundigen commentaar en maakten gebruik van het
visiedocument en de canon voor wereldburgerschap van NCDO.
Het boek is meer opgezet als een kijk- en bladerboek dan als een leesboek. Je kunt elk tweetal
bladzijden als afzonderlijke eenheid bekijken en lezen, in willekeurige volgorde. Daarom komt
de van A to Z lezer veel herhalingen tegen. Bij de gekozen opzet was dat onvermijdelijk.
10
11
We willen werkers in basisscholen een aanzet geven bewuster en vaker dan nu aandacht te geven
aan wereldburgerschap als een onderdeel van de gewone lessen. Het boek is wat ons betreft
geslaagd als je bij het bekijken en lezen ervan bijvoorbeeld denkt: ‘Oh, wordt dát met
wereldburgerschap bedoeld’, ‘Daar doe ik nu al veel aan’, ‘Daar zou ik meer aan kunnen doen’
of ‘Daar moeten we het in het team maar eens over hebben’.
We beginnen het boek met de vraag ‘waarom is het belangrijk in de basisschool aandacht te
besteden aan wereldburgerschap?’ We hopen aan te tonen dat wereldburgerschap niet alleen
‘moet’, maar dat het heel erg voor de hand ligt er meer en vaker iets aan de doen. De kinderen
kunnen het.
Frits Prior, Guido Walraven, Gerard Lommerse, Mariëtte van Stalborch en Jeroen van der Zant
Leeswijzer
Hoe zit het boek in elkaar?
We bespreken wereldburgerschap door achtereenvolgens zes vragen te beantwoorden:
12
1.
2.
Waarom is
wereldburgerschap
voor kinderen
belangrijk?
Wat wordt
bedoeld met
wereldburgerschap?
3.
4.
5.
6.
Hoe kies je een
werkwijze die past?
Hoe houd je
rekening met
leeftijdsverschillen?
Hoe kies je daarbij
geschikte doelen en
werkwijzen?
Hoe zorg je ervoor
dat de leerlingen
actief participeren?
13
De voorbeelden die we geven, laten slechts een deel van de vele mogelijkheden zien.
Hoofdstuk 1
Waarom
wereldburgerschap?
Hoofdstuk 1 - Waarom wereldburgerschap?
Willen en doen wat toevallig ook moet
Wereldburgerschap wordt in de Wet op het Primair Onderwijs niet als zodanig
genoemd. Maar volgens de wet moet het onderwijs:
In die kerndoelen kun je ook de kernen van wereldburgerschap herkennen.
Vertaald naar de basisschool gaat het bij burgerschap en sociale integratie
vooral om:
de kinderen een oriëntatie bieden op de samenleving en de wereld om
hen heen: dichtbij, veraf, toen en nu.
met elkaar delen van belangrijke waarden.
de kinderen voorbereiden op integreren en actief deelnemen aan
respecteren van verschillen.
de samenleving.
je verbonden met elkaar voelen.
niemand buitensluiten en voorkomen van eilandjes.
aanspreekbaar zijn op je gedrag en anderen op hun gedrag aanspreken.
Wet op het Primair Onderwijs (2006)
leren omgaan met botsingen en ruzies.
Het onderwijs gaat er mede van uit dat
leerlingen opgroeien in een pluriforme
samenleving.
mede-eigenaarschap ontwikkelen voor gezamenlijke activiteiten en
gezamenlijk benutte ruimten en spullen.
reflecteren op wat er wel en niet goed gaat en samen naar verbeteringen
streven.
de kinderen leren om te gaan met een regenboog aan verschillen: in de klas,
in de buurt, in het land en in de wereld.
17
16
Het onderwijs is mede gericht op het
bevorderen van actief burgerschap en sociale
integratie.
Het onderwijs is er mede op gericht dat
leerlingen kennis hebben van en kennismaken
met verschillende achtergronden.
De vorm en de inhoud die je er in de groep aan geeft, worden bepaald door de
kinderen, de buurt en de situaties die zich dagelijks voordoen. Je doet dat als
leerkracht niet zozeer omdat de wet zegt dat het moet. Je maakt er ook geen apart
leervak van. Je doet het omdat voortdurend werken daaraan noodzakelijk is voor
het creëren van een stimulerende en veilige speel-, leer- en werkomgeving. In
het verlengde van dit werken aan burgerschap kun je ook invulling geven aan het
thema wereldburgerschap.
Hoofdstuk 1 - Waarom wereldburgerschap?
(Wereld)burgerschap in de kerndoelen
In het schema hiernaast noemen we een aantal kerndoelen die gemakkelijk te
koppelen zijn aan de aandachtsvelden van wereldburgerschap zoals we die in
hoofdstuk 3 uitvoeriger bespreken. Als je in school de voorgeschreven kerndoelen
volgt, doe je ongemerkt al een heleboel aan (wereld)burgerschap.
Kennis verwerven
Soms gaat het daarbij om inhouden: kennis hebben van verschillende culturen,
verschillende religies, verschillende landen, de waarden, normen, rechten en
plichten die hier in het land gelden (ook de internationale rechten van het kind).
18
Uit de kerndoelen:
De leerlingen leren
De leerlingen leren zich te
De leerlingen leren over
hoofdzaken over geestelijke
gedragen vanuit respect
de belangrijke historische
stromingen die in de
voor algemeen aanvaarde
personen en gebeurtenissen
Nederlandse multiculturele
waarden en normen.
uit de Nederlandse
samenleving een belangrijke
geschiedenis en kunnen die
rol spelen en ze leren
voorbeeldmatig verbinden
respect op te brengen voor
met de wereldgeschiedenis.
verschillen in opvattingen.
Houdingen en vaardigheden oefenen
Soms gaat het om houding en gedrag. Want er is bijvoorbeeld onderscheid
te maken tussen ‘weten dat er verschillen zijn’ en ‘respectvol omgaan met
verschillen’.
Vaak zal het om een combinatie van beide gaan. Je doet dat als basisschool niet
alleen omdat maatschappij en politiek dat van je vragen. Je doet het vooral omdat
je de kinderen daarmee geleidelijk – passend bij hun leeftijd en hun mogelijkheden
– wil voorbereiden op hun zelfstandig functioneren in het leven buiten school. Dat
lijkt in de peuter- en kleutergroepen misschien nog heel ver weg, maar toch begint
het ontwikkelen van wereldburgerschap daar. Niet als ‘ver van mijn bed’-show,
maar heel dichtbij, aansluitend bij de ervaring van de kinderen. De wereld komt
met de kinderen de klas in: daar kun je dagelijks gebruik van maken.
19
De leerlingen leren met zorg
om te gaan met het milieu.
De leerlingen leren
hoofdzaken van de
Nederlandse en Europese
staatsinrichting en de rol van
de burger.
De leerlingen leren zorg te
De leerlingen leren zich
dragen voor de lichamelijke
redzaam te gedragen
en psychische gezondheid
in sociaal opzicht, als
van henzelf en anderen.
verkeersdeelnemer en als
consument.
Hoofdstuk 1 - Waarom wereldburgerschap?
Een school met de ramen open
Kinderen zijn de hele dag bezig de wereld om hen heen te ontdekken. Wat
wij gewoon zijn gaan vinden, kunnen zij nog als wonderen zien. Vanwege hun
interesse en hun ervaringen kun je de wijde wereld niet buitensluiten. Op allerlei
manieren dringt de wijde wereld door in het dagelijks leven en komt die ook de
groep in – bijvoorbeeld vanwege:
“Er zijn slechts twee
manieren om je leven te
leven: doen alsof niets
een wonder is, en doen
alsof alles een wonder is.
Ik geloof in de laatste
manier.”
Albert Einstein
diversiteit in buurt en samenleving.
wereldwijde contacten via reizen en internet.
wereldwijde productie van voedsel, kleding en gebruiksgoederen.
internationalisering van banken en bedrijven.
arbeidsmigratie en politieke en economische vluchtelingen.
nieuws over rampen, oorlog en geweld en de vraag om solidariteit en
noodhulp.
kansen om te studeren en te werken in het buitenland.
bedreiging van natuur en milieu, klimaatverandering en de vraag om
schonere brandstoffen.
directe of indirecte betrokkenheid bij wapenhandel, gewapende conflicten
en terrorisme.
21
20
Kinderen krijgen thuis, in de buurt en op school met de wijde wereld te maken.
Zelfs als je er niets aan zou willen doen, komt de wereld toch op kindervoeten de
school in. Je collega’s en jijzelf als individu ontkomen er ook niet aan.
We leven in een ‘global village’ en dat vraagt om reflectie: wat betekent dat voor
mij, wat betekent dat voor anderen?
Hoofdstuk 1 - Waarom wereldburgerschap?
Zorg voor iedereen
Wereldburgerschap begint op school bij het samen prettig en veilig spelen, werken,
leren en leven. In hoofdstuk 6 laten we zien dat wereldburgerschap en sociale
competentie nauw met elkaar verweven zijn: ‘Leren bewust en verantwoordelijk
om te gaan met jezelf, met anderen en met je (wereld)wijde omgeving’.
Het gaat voor kinderen en volwassenen om zorg voor jezelf en tegelijk om zorg
voor iedereen.
22
De gulden regel zou binnen en buiten school moeten luiden: ‘Doe anderen nooit
aan wat je niet zou willen dat ze jou aandoen’. Die regel vind je terug in alle grote
wereldreligies, zij het dat elke religie daar op eigen wijze uitdrukking aan geeft.
Zij vormt ook de kern van praktisch humanisme. Het gaat om zorg voor anderen,
ook voor anderen die we niet kennen, van wie we last hebben of die ons niet
vriendelijk gezind zijn. Respect en mededogen maken geen onderscheid. Ze zijn
niet alleen van mens tot mens nodig, ook van land tot land of van rijk tot arm. Ze
zijn wezenlijk voor ons voortbestaan.
In de school begint mededogen voor de kinderen met: ‘Je contacten niet beperken
tot je vriendjes of vriendinnetjes’. Ieder kind in de klas hoort erbij, ook als het naar
het gevoel van klasgenoten anders of vreemd is. Het gaat om prettig met elkaar
omgaan, elkaar waarderen, verschillen verkennen en erkennen, opkomen voor
elkaar, samen spelen en samen delen.
23
Hoofdstuk 2
Wat is
wereldburgerschap?
Hoofdstuk 2 - Wat is wereldburgerschap?
Wat is wereldburgerschap?
Je hoeft geen verre reizen te maken om wereldburger te zijn. De wereld komt op
allerlei manieren bij je binnen – ook als je je ervoor zou willen afsluiten. De wereld
begint in het hier en nu, niet ver van je bed. Dat geldt voor kleuters net zozeer als
voor volwassenen.
Wereldburgerschap is een verbinding leggen tussen jezelf en anderen, dichtbij en
ver weg. Als je klein bent, kun je nog denken dat de wereld bestaat uit de stukjes
grond onder je voeten en de mensen die je kent. Hoe ouder je wordt, des te
ruimer wordt je gezichtsveld: de wijde wereld komt daardoor al dan niet merkbaar
steeds dichterbij. De wereld wordt steeds kleiner als je groter wordt.
Wereldburgerschap is beseffen dat je, terwijl je hier leeft, toch betrokken bent bij
de wereld buiten de landsgrenzen:
26
27
Je bent je ervan bewust dat de wereld niet ophoudt bij jouw directe
gezichtsveld of bij de grenzen van je land.
Je toont respect en empathie voor mensen uit andere delen van de wereld,
of ze nu hier of daar wonen.
Je reflecteert op je verbondenheid met wat er buiten de landsgrenzen
gebeurt en op wat dat voor jou en anderen betekent.
Je voorkomt binnensluiten (het opleggen van groepsnormen) en buitensluiten.
Je bent bereid zelf stappen te nemen om samen te werken aan wederzijds
respect, duurzaamheid, eerlijke verdeling van rijkdommen,
rechtvaardigheid, vrede en veiligheid.
Het is belangrijk voor hun ontwikkeling dat kinderen zelf onderzoeken en zelf
leren beseffen hoe ze in alles ‘voor en van zichzelf’ en tegelijk ‘voor en van de
wereld’ zijn. De school kan hen daartoe stimuleren.
Hoofdstuk 2 - Wat is wereldburgerschap?
Een palet van mogelijkheden
Werken aan wereldburgerschap is in de eerste plaats kansen zien en die benutten.
Als je zo naar wereldburgerschap kijkt, komt het werken daaraan al in veel vormen
in de basisschool voor:
28
Door de methoden voor wereldoriëntatie die er impliciet of expliciet aandacht
aan besteden.
Door de actualiteit die met de kinderen en via de media de klas in komt.
Door samen te vieren en samen te rouwen.
Werken aan wereldburgerschap:
Via de actualiteit zoals die
Door samen te vieren en
Vanuit de methodes
uit het dagelijks leven en de
te rouwen
wereldoriëntatie
media binnenkomt
Door de liedjes die je zingt
Door werkstukken en
en de spelletjes die je doet
spreekbeurten
Door de liedjes die je samen zingt en de spelletjes die je samen doet.
Door de werkstukken en de spreekbeurten van de leerlingen.
Door wie er in de groep zitten en wie er in de buurt wonen en door de
Door de boeken en
ervaringen en gewoonten die ze meenemen.
gedichten die je leest en de
Door wie er in de groep zit
video’s die je bekijkt
en in de buurt woont
Door speciale projecten, inzamel- en sponsoracties.
Door uitwisseling van kennis en ervaringen met leerlingen in andere landen
via internet.
29
Door te werken aan sociale
Door te werken aan sociale competentie: ‘leren bewust en verantwoordelijk
competentie en actief
Door uitwisseling met
Door speciale projecten,
om te gaan met jezelf, met anderen en met je (wereldwijde) omgeving’.
burgerschap
kinderen in andere landen
inzamel- en sponsoracties
Wereldburgerschap overkomt je als leerkracht niet als iets dat door anderen
bedacht is. Je maakt gebruik van wat zich voordoet in de groep, in de school en in
de (wereldwijde) omgeving. Zo bezien, is werken aan wereldburgerschap niet iets
nieuws. Veel ervan doe je als leerkracht al, ook als je het niet zo noemt. Soms is het
werken eraan iets dat al een vaste plek in je omgang met de groep heeft, soms zal
het iets extra’s zijn.
Hoofdstuk 2 - Wat is wereldburgerschap?
Steeds breder en wijder
Opgroeien is: de wereld steeds opnieuw ontdekken. Hoe breder een kind zich
ontwikkelt, des te verder kan het (leren) kijken. Het krijgt daardoor een steeds
wijder perspectief. Dat is geen lineaire weg, ontwikkeling heeft een veel grilliger
verloop. De schematische voorstelling die we hier geven, moet daarom niet
letterlijk worden genomen.
De blik ontwikkelt zich bijvoorbeeld:
IK
Van dichtbij naar
steeds verder weg
Van vlakbij naar de hele wereld (en het heelal).
Van nu naar diep in het verleden en naar de verre toekomst.
Van je eigen perspectief naar dat van diverse anderen.
Van op jezelf gericht naar betrokken op en delend met anderen.
Van heel concreet naar schematischer en abstracter.
Van je eigen taal naar andere talen.
Van je eigen cultuur naar andere culturen.
Van persoonlijke en culturele waarden naar universele waarden
en spiritualiteit.
Van dichtbij naar steeds
Van nu naar een steeds
verder van huis.
verdere toekomst.
Van nu naar steeds verder
Van eigen taal naar contact
terug in de historie.
met en in andere talen.
30
31
Je kunt als leerkracht die ontwikkeling stimuleren en er voeding aan geven. Werken
aan wereldburgerschap is daar een onderdeel van.
Van concreet, waarneembaar
Van op jezelf gericht naar
en praktisch naar meer
grotere betrokkenheid bij
abstract en theoretisch.
anderen.
Vanuit je eigen (sub)cultuur
Van persoonlijke en culturele
steeds meer contact en
waarden naar universele
openheid naar andere
waarden en spiritualiteit.
(sub)culturen.
Hoofdstuk 2 - Wat is wereldburgerschap?
Eerst kijken dan zoeken
Als je de ontwikkeling van een kind voorstelt als een ontdekkingstocht, dan is het
goed onderscheid te maken tussen:
32
De wereld in blik
lang weten en zelf ook beter kunnen: je ziet ontwikkeling dan
productgericht. Je legt de nadruk op convergerend leren: je werkt toe naar
specifieke kennis, het goede antwoord, de goede oplossing. ‘Er leiden vele
wegen naar Rome, maar de uitkomst moet Rome zijn’.
Een blik op de wereld
communiceren en onderzoeken zonder dat we iets anders op het oog
hebben dan zijn ontwikkeling: je werkt dan procesgericht. Je legt de
nadruk meer op divergerend leren: het leren zit dan in het zelf en samen
doen. Je laat komen wat er komt: er leiden vele wegen de wereld in, je
weet niet precies waar je uitkomt en elke weg is een avontuur.
Kijken naar wat je wil vinden
Het kind – vaak individueel – laten oefenen met wat wij volwassenen al
Het kind – alleen of samen met anderen – laten spelen, ervaren,
33
Kijken naar wat er te zien is
Beide vormen van leren hebben recht van bestaan. Het gaat niet om de keuze voor
de ene of de andere. Je doet recht aan de ontwikkeling van kinderen door bij het
speelwerken en in de lessen beide vormen van leren ruimte te geven. Omdat in het
onderwijs de nadruk steeds meer komt te liggen op toetsbare kennis, is het goed
daarnaast het belang van vrij en ongebonden exploreren te onderstrepen.
Hoofdstuk 3
Waarmee?
Keuzekompas
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Een keuzekompas: acht richtingen
Je bent samen met
Voor het kiezen van activiteiten in de groep kunnen de acht thema’s van de canon
voor wereldburgerschap als een kompas dienen. Ze maken het gemakkelijker
vanuit verschillende perspectieven te kijken naar de wereld om je heen. In die acht
richtingen zijn allerlei activiteiten op het terrein van wereldburgerschap mogelijk.
Het keuzekompas kan ook dienen als een checklist voor individuele leerkrachten,
teams, opleiders en methodemakers. Je kunt aan de hand daarvan nagaan in
hoeverre je aandacht besteedt aan het brede scala van mogelijkheden. Misschien
geeft dat aanleiding bepaalde thema’s nog wat meer te benutten.
36
Welke organisaties houden
anderen verantwoordelijk
zich bezig met al deze
voor vrede, veiligheid en
onderwerpen? Wie zorgen
het oplossen van conflicten
ervoor dat de landen goede
zonder geweld: te beginnen
afspraken maken en beter
thuis, in de groep en op
samenwerken?
straat.
Wat zijn de rechten van het
Hoe word je wie je bent?
kind? Worden die overal
Hoe geef je daar uitdrukking
wel beschermd? Kan ieder
aan? Hoe ga je om met
De canon is niet voorschrijvend en ook niet beoordelend bedoeld. Er
is geen kwalitatieve norm voor wat goed of minder goed onderwijs in
wereldburgerschap zou zijn. Wij bevelen aan wereldburgerschap te integreren in
de normale activiteiten binnen en buiten de lessen. Dit boek en de canon voor
wereldburgerschap zijn bedoeld het denken daarover te stimuleren.
kind vrij spelen, naar school
verschillen?
Het keuzekompas geeft houvast in het kiezen van thema’s en inhouden. In de
hoofdstukken 4, 5 en 6 gaan we in op:
Hoe gewoon is het dat je
Leren omgaan met
hier schoon water hebt,
verschillen. Hoe leven
gezond kunt eten en naar de
andere mensen hier en in
dokter kan gaan als je ziek
andere landen? Wat is hun
bent? Geldt dat voor alle
taal, wat is hun geloof, hoe
kinderen op de wereld?
is hun cultuur?
4 Hoe kies je inhouden en werkvormen die bij de leeftijd en de
ontwikkelingsfase van de leerlingen passen?
gaan, voldoende eten en
wordt het beschermd tegen
geweld?
37
5 Hoe maak je een keuze die rekening houdt met wat het werken aan
wereldburgerschap van je vraagt en wat het de kinderen oplevert?
6 Hoe betrek je de kinderen daar zo actief mogelijk bij?
Hoe ga je om met je
Je bent verbonden met alle
gezondheid, met de
mensen op de wereld: ook
natuur, de ruimte en de
als je dat niet direct merkt.
grondstoffen? Hoe houd je
Waar komen je kleding en je
rekening met andere mensen
voedsel vandaan? Internet,
en andere generaties?
muziek en films.
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Een keuzekompas: acht richtingen
Bij het werken aan (wereld)burgerschap kun je als school globaal twee sporen
volgen, die niet los van elkaar staan:
38
De school als kenniscentrum: Mondiale thema’s komen dan in de groep
aan bod als inhoud bij liedjes en verhalen, in vaklessen, in werkstukken,
projecten, enzovoort.
De school als oefenplek: Je kunt aan wereldburgerschap werken door de
groep en de school in te richten als oefenplek voor houdingen,
vaardigheden en reflectie, voor het aanleren van de kernen van sociale
cohesie, sociale competentie en (wereld)burgerschap.
De acht aandachtsvelden kunnen bij beide sporen als kompas dienen. De kring
van pictogrammen daaromheen (zie het schema hiernaast) geeft per thema nog
een nadere concretisering. Op de volgende bladzijden typeren we de vensters
afzonderlijk, zonder daarbij volledig te willen zijn.
39
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Thema’s die de kinderen boeien
Wereldburgerschap uit zich op allerlei manieren. Door tv en internet weten
kinderen veel over andere landen. Wat er op andere plekken in de wereld gebeurt,
raakt hen ook. Soms komen de onderwerpen met de kinderen de school in
doordat ze er enthousiast of boos over zijn. Soms doordat het nieuws hen angstig
maakt. Soms ook omdat ze het voor anderen beter willen maken.
Onderwerpen die ver weg lijken, kun je dichterbij halen. Onderwerpen die heel
dichtbij zijn, kun je verruimen door te kijken hoe dat op andere plekken in de
wereld gaat. En door te onderzoeken hoe de mensen op de aardbol met elkaar
verbonden zijn: zichtbaar en onzichtbaar.
40
Bij wereldburgerschap in de basisschool start je altijd bij onderwerpen die de
kinderen zelf aandragen of waarvan je weet dat ze bij hun leeftijd en belangstelling
aansluiten. Je doet het op een manier die bij hen past en die binnen je lessen past.
Je kunt de acht thema’s en de 24 vensters van de canon voor wereldburgerschap
gebruiken om na te gaan of je in de loop van 8 basisschooljaren aan het hele
spectrum toekomt. Veel onderwerpen komen nu al in de methoden voor
wereldoriëntatie voor en dat zal bij nieuwe en herziene methoden steeds sterker
het geval zijn.
41
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Thema’s die de kinderen boeien
Vrede en conflict
Mondiale betrokkenheid
Identiteit
Diversiteit
Internationale
Eerlijke handel
Nieuws van
Vrienden
Ruzie oplossen
Vluchten naar
Wat maakt mij
Wat delen we
Jongen, meisje,
Omgaan met
Omgaan met
Regenboog-
afspraken.
betaalt echte
over de hele
maken, vrede
zonder geweld.
veiligheid.
zo bijzonder?
en waarin
hetero-,
verschillen in
mensen met
gezinnen:
prijs.
wereld.
maken.
verschillen we?
homo- of
geloof en
een beperking.
geen is er
biseksueel?
cultuur.
42
Duurzame ontwikkeling
Globalisering
gelijk.
Mensenrechten
43
Verdeling
Geen
Opwarming
Vuile en schone
Contact via
Waar komt
Verdeling
Recht om vrij
Recht om naar
Vrijheid van
Recht op
Recht op
Recht op
vervuiling door
van de aarde.
energiebronnen.
www met de
mijn T-shirt
rijkdom en
te spelen.
school te gaan
denken en van
gezondheid en
voldoende en
genoeg geld
hele wereld.
vandaan?
armoede.
en te leren.
meningsuiting.
op medische
gezond eten.
om te kunnen
fabrieken.
hulp.
leven.
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Mondiale betrokkenheid, vrede en conflict
Globalisering voltrekt zich op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied:
De dingen die we hier in winkels kopen, komen overal vandaan.
Mensen verhuizen van plek om veiligheid en werk te zoeken en nemen
hun taal, geloof en gewoonten mee.
Via kranten, tv en internet komt nieuws uit alle hoeken van de wereld
binnen.
Via telefoon en internet kunnen we met iedereen in bijna alle landen
communiceren.
Als er banken in de Verenigde Staten of IJsland omvallen, krijgt men daar
elders in de wereld ook mee te maken.
Via reizen en transport van dieren en goederen worden hier virussen
en ziekten gebracht die hier eerst niet voor kwamen.
Bij het voeren van oorlogen of het bereiken van vrede zijn meestal vele
landen binnen en buiten de regio betrokken.
45
44
Kortom: mensen, producten, geld, werk, nieuws en cultuur raken steeds meer
verspreid over de hele wereld. Dat geldt ook voor ziekten, rampen en geweld. Ook
de politiek houdt niet op bij de grenzen van een land.
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Identiteit en diversiteit
Nieuwjaar
In groep 8 zitten veel kinderen van elf jaar:
Het jaar 2009 is het jaar 1429 volgens
de islamitische kalender.
Op 10 januari 2009 begint 1430.
Ahmed is moslim en zijn familie komt uit Jordanië.
Het jaar 2009 is het jaar 2553 volgens
Deeya is boeddhiste en komt oorspronkelijk uit Nepal.
de boeddhistische kalender.
Kamal is hindoe en zijn opa en oma kwamen uit India.
Het jaar 2009 is Vikram Samvat 2065
volgens de Indiase hindoekalender.
Vamakshi is hindoe en haar ouders komen uit Suriname.
Op 5 november 2009 begint 2066.
Chaim is joods en komt uit Amsterdam.
Het jaar 2009 is Sjaka-era 1920 volgens
de Surinaamse hindoekalender.
Chang is taoïst en komt uit China.
Op 11 maart 2009 begint 1921.
Jerry is katholiek en woont in Maastricht.
Het jaar 2009 is het jaar 5769 volgens
Mandy is ‘niks’ en woont in Deventer.
47
46
Ze zijn bijna even oud en toch in verschillende jaren geboren. Dat komt doordat
verschillende culturen en religies hun eigen jaartelling hebben. In de westerse
wereld is de christelijke jaartelling zo wijd verbreid dat we ons er niet van bewust
zijn hoezeer ‘onze’ jaartelling cultureel bepaald is. Dat is een mooie kans door de
vanzelfsprekendheid ervan heen te prikken.
de joodse kalender.
Op 19 september 2009 begint 5770.
Het jaar 2009 is het jaar 4705 volgens
de Chinese kalender.
Op 26 januari 2009 begint het jaar
4706.
Het jaar waarin ik dit schrijf, is het jaar
2009. Op 1 januari begint volgens de
christelijke jaartelling het jaar 2010.
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Duurzame ontwikkeling en globalisering
Beslissingen die we hier en nu nemen, hebben grote gevolgen voor mensen elders
op de wereld en voor de toekomst. Duurzame ontwikkeling en globalisering
draaien om het maken van bewuste keuzes met het oog op de toekomst van de
mensen, de aarde, werk en handel.
48
Mensen (people)
Respect voor anderen.
Zorgvuldig omgaan met diversiteit.
Gelijke kansen op onderwijs en werk.
Beschermen en helpen van slachtoffers van geweld.
Naleven van de rechten van de mens en van het kind.
Markt (profit)
Gezonde werkomstandigheden en eerlijke betaling van werk.
Eerlijke handel en stimuleren van lokale productie.
Milieu (planet)
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
Behoud van natuur en landschap.
Voorkomen en bestrijden van vervuiling van de lucht en het water.
Afval scheiden, veilig verwerken en zo mogelijk hergebruiken.
Rekening houden met elkaar en verder vooruitkijken begint in de klas. Maar er
zijn tal van mogelijkheden – aansluitend bij de belangstelling van de kinderen –
ook buiten de klas te kijken. Wat doen we om de wereld leefbaar te houden?
49
Hoofdstuk 3 - Keuzekompas
Mensenrechten en verdeling
De ‘Universele verklaring van de rechten van het kind’ stelt dat ieder kind er recht
op heeft:
te zeggen wat het denkt of voelt.
een eigen geloof te belijden.
te spelen (en niet te werken).
genoeg en gezond te eten.
onderwijs te volgen.
een gezond leven te leiden.
51
50
En elk kind moet beschermd worden tegen:
gedwongen arbeid.
mishandeling.
seksueel- en oorlogsgeweld.
Het verdelingsaspect van dit thema betreft de verdeling van schoon water,
voedsel, medicijnen, onderwijs, welvaart, vrijheid en veiligheid over de hele
wereldbevolking.
Hoofdstuk 4
Hoe?
Leeftijdsverschil
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Kijken, kijken, kijken
Kinderen die in niet geleerd hebben ‘te doen alsof’, hebben later moeite zich
in anderen te verplaatsen. Dat maakt respectvol omgaan met elkaar en samen
oplossen van conflicten voor hen lastiger. Vadertje-en-moedertje spelen in de
woonhoek van de kleutergroep is daardoor net zo goed een stap op weg naar
wereldburgerschap als het berekenen van je ecologische voetafdruk in groep
7 of 8. De kern ervan is: leren dat je mensen, dingen en gebeurtenissen van
verschillende kanten kunt bekijken. Toont het plaatje een oude vrouw of een jong
meisje?
de ontdekking
als je goed om je heen
54
kijkt zie je dat alles
gekleurd is
K. Schippers
55
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Wisselen van perspectief
Je kunt leerlingen laten oefenen zelf van perspectief te wisselen en verschillende
perspectieven te accepteren. Een paar voorbeelden:
Doe-alsof-spelletjes en drama waarbij kinderen rollen spelen.
Verhalen vertellen bij plaatjes of foto’s en luisteren naar de verschillende
manieren waarop je een foto of een plaatje in een verhaal kunt omzetten.
Kennisnemen van elkaars smaak of voorkeur als het gaat om bijvoorbeeld
muziek.
Het (voor)lezen of dramatiseren van scheppingsverhalen uit verschillende
culturen.
Tekenen of fotograferen van één en hetzelfde voorwerp of stilleven vanuit
verschillende perspectieven en met verschillende technieken.
De kinderen zich een voorstelling laten maken van het leven in een andere
tijd of op een andere plek: wat zie je, wat ruik je, wat eet je, wat doe je, enz.
En ook: hoe zou je vanuit die tijd of die plek naar het leven nu en hier kijken?
Accepteren dat Loes vandaag ‘tafelhoofd’ is en morgen Aziz, Whitney of Raoul.
57
56
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Niet zeker weten
Ieder kind en iedere volwassene heeft z’n eigen kennis, meningen en
overtuigingen. Als iemand iets zegt wat daarmee botst, zeg je vaak
‘ja, máár …’ en je zet er je eigen feiten of meningen tegenover. Dat doe je vanuit
de overtuiging dat het ook zo is. Je gaat dan uit van zekerheden. Zijn die wel zo
zeker, gelden die overal en kijkt iedereen er zo naar?
58
In de groep 7 staat een zelfgemaakte filosofiebus. Kinderen doen daar hun vragen
in en bespreken die regelmatig in de kring. Bij filosoferen gaat het erom gevoelens,
gedachten, wensen en meningen naast elkaar te zetten: ‘Ik hoor dat jij dit vindt.
En ik denk daar zo over’. Je leert de dingen vanuit verschillende perspectieven
te bekijken en je leert verbanden te herkennen onder de oppervlakte van de
werkelijkheid. Je merkt ook dat er gedachten, gevoelens, wensen en meningen zijn
die elkaar uit lijken te sluiten en die toch naast elkaar kunnen bestaan. Je leert
daar vragen over te stellen.
Werken aan wereldburgerschap is erop gericht situaties en gebeurtenissen vanuit
verschillende perspectieven te bekijken. Het is niet alleen leerzaam voor kinderen,
die zich zo de kunst van het vragen stellen eigen maken en schijnbare zekerheden
kritisch beginnen te benaderen. Het is ook leerzaam voor jou als leerkracht: je
beseft erdoor dat er veel dingen zijn die je niet weet.
Je kunt heel jonge kinderen al over ‘levensvragen’ laten praten. Je stimuleert dat ze
zich vrij en open uiten en dat ze naar elkaar luisteren. In zulke gesprekken bestaat
er geen goed of fout. Het gaat erom dat de kinderen hun eigen binnenwereld en
die van anderen verkennen. En dat ze vanuit verschillende perspectieven leren
kijken naar de wereld om hen heen.
Als je zo naar wereldburgerschap kijkt, is het vanzelfsprekend dat je er in de groep
aandacht aan besteedt.
59
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Differentiatie naar leeftijd
- 4 jaar
Leeftijd en ontwikkelingsfase spelen in de groep een belangrijke rol bij wat er ter
sprake komt en hoe het ter sprake komt. In het schema hiernaast geven de groen
gekleurde vakjes aan waar je voor die leeftijdsfase qua wereldburgerschap het
hoofdaccent zou kunnen leggen.
4 – 8 jaar
8 – 12 jaar
12 +
Liedjes, verhaaltjes, spelmateriaal en vieringen vanuit
verschillende culturen en met gebruikmaking van de
De pijlen laten zien dat:
aanwezige talen / culturen.
wat in een jongere fase misschien de dominante invulling was, in de fase
daarna in aangepaste vorm een rol kan blijven spelen.
wat in de fase daarna een hoofdrol gaat spelen, al voorbereid kan worden in
Leren omgaan met verschillen, leren benutten van
een eerdere fase – aangepast aan de leeftijdsgroep.
verschillen en geweldloos oplossen van conflicten.
61
60
Onderzoeken en kennisnemen van hoe de wereld om
je heen in elkaar zit, welke invloed dat op jou heeft
en welke invloed je daarop kunt hebben.
Je eigen gedrag kunnen verantwoorden ten opzichte
van geldende normen en waarden en een actieve rol
spelen in het democratisch proces waarvan je deel
uitmaakt.
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Letten op leeftijd
Bij de jongste kinderen is de ijsbeer in de eerste plaats:
62
Een lief dier uit een prentenboek of uit een liedje.
Een knuffel of een handpop waarmee je kunt spelen.
Een groot dier in de dierentuin.
Een beer die op een erg koude plek woont.
Bij middengroepen kan wat meer ter sprake komen over de plek waar de ijsberen
wonen, welk klimaat daar heerst, wat ze eten en misschien ook over jacht op
ijsberen: wie doen dat en waarom? De kinderen kunnen die informatie ook zelf
opzoeken.
In de hoogste groepen kan de klimaatverandering ter sprake komen en is er
aandacht voor de gevolgen die het opwarmen van de aarde heeft voor de ijsberen
en voor Nederland.
Dat kán je doen, het is niet verplicht. Kies wat bij de ontwikkeling van de
kinderen, hun belevingswereld en hun vragen past en houd in de gaten wat qua
tijd en energie redelijk is.
63
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Kleuters als wereldburgers
Hoe maken we het prettig
We noemen een baby een nieuwe wereldburger, maar we geven het kind meteen
een (soms dubbele) nationaliteit. Jonge kinderen hebben daar verrassend weinig
last van: ze kunnen met elk kind samen spelen, ongeacht verschillen in herkomst,
thuistaal, geloof en uiterlijk. Als ze zich daarin geremd voelen, komt dat eerder
door wat ze van de volwassenen meekrijgen dan door eigen ervaringen in het hier
en nu.
voor elkaar?
Vaste regels en rituelen.
Samen oplossen van
conflictjes.
Elkaar helpen en troosten.
Peuters en kleuters kijken nog met ongekleurde ogen naar de wereld om hen heen.
Je vertaalt grote dingen natuurlijk naar hun eigen kleine wereld. En je sluit aan bij
hun ervaringen en bij wat ze zelf uit de buitenwereld mee de groep in nemen.
De thuistalen van de kinderen in de groep geven de kans liedjes in
verschillende talen te zingen.
Je viert samen verschillende feesten die te maken hebben met het geloof,
de cultuur of het thuisland van kinderen in de groep.
64
Wie ben ik? En wie is de
Samen delen, samen spelen:
ander?
Ruimte, speelgoed,
Uiterlijk, herkomst, familie,
materialen en aandacht met
gezin, huis, feesten, geloof,
elkaar delen.
liedjes, spelletjes, eten,
vakantie.
Je leert ze ruimte, speelgoed, aandacht en aanwezigheid met elkaar te delen.
Je leert ze kleine botsingen samen op te lossen.
Ze vertellen over thuis, over familie of vakantie en brengen dingen mee die
daarmee te maken hebben.
Je gaat samen met hen verkennen wat er in de buurt te zien is.
Je praat met hen over wat ze lekker vinden en wat heel gezond is om te eten.
Verbondenheid met mensen
en met de aarde
Familiebanden, vakantie,
migratie, vlucht. De wereld
wordt steeds meer één.
Je kunt ook zelf thema’s inbrengen die dicht bij hun belevingswereld liggen. Het
thema ‘Tropen’ en een bezoek aan een dierentuin brengen de vraag naar voren
welke dieren hier leven en welke dieren uit heel warme of heel koude landen
komen. Je kunt ook hun knuffeldieren daarbij betrekken.
Samen zuinig zijn op onze
aarde.
65
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Vanuit het kind
In een kleutergroep in Amsterdam komen verschillende thema’s aan bod die je
kunt verbinden met de invalshoeken van wereldburgerschap. Uitgangspunt is
telkens het kind zelf en hoe het die thema’s zelf (ook van huis uit) ervaart. Door
de multiculturele samenstelling van de groep en de buurt of door de aard van
de activiteiten krijgen die thema’s vaak een ‘mondiaal’ karakter of ze zouden dat
kunnen krijgen.
66
Een uitstapje naar de dierentuin: dieren die hier leven en dieren uit heel
koude en heel warme landen, ver weg.
Het muziekatelier presenteert een activiteit met als thema Bolivia en Peru,
waardoor liedjes, muziek en dans uit Zuid-Amerika de groep in komen.
Het thema tropen brengt allerlei van huis meegebrachte spullen de groep
in. De kinderen maken onderscheid in vruchten die hier groeien en vruchten
uit heel warme landen. En ook de knuffels worden gekoppeld aan koudere en
warmere landen.
Door te vertellen over familie en thuis wisselen de kinderen allerlei informatie
uit over eten en drinken, gewoonten, feesten, enzovoort.
Bij Olympische Spelen of een WK voetbal komen de vlaggen en nationaliteiten
ter sprake.
Bij schoonmaken en opruimen sorteren de kinderen hun afval om het
gescheiden weg te gooien.
Allerlei onderwerpen bieden de kans spullen van thuis mee te nemen. Veel van die
onderwerpen geven ook de mogelijkheid de ouders en grootouders er actief bij te
betrekken. Ze kunnen verhalen vertellen uit hun geboorteland, liedjes en muziek
laten horen, laten zien welke spelletjes ze deden, enzovoort.
67
Hoofdstuk 4 - Hoe? Leeftijdsverschil
Mondiale thema’s buiten de methoden
Moderne methoden voor wereldoriëntatie bieden veel kansen de lessen een
mondiale dimensie te geven. Steeds vaker doen de methodemakers dat zelf
al. Maar de meeste onderwerpen worden in de eerste plaats besproken in een
Nederlandse context en vanuit een Nederlands perspectief, ook als de foto’s zo nu
en dan situaties uit andere landen en culturen laten zien.
Als de methode het niet doet, kun je zelf ook mondiale aspecten aan de lessen
toevoegen. De kansen daarvoor dienen zich vaak aan:
Door de thuis-, buurt- en reiservaringen van de kinderen.
Door wat de kinderen (en de ouders) inbrengen en door de vragen die zij
stellen.
Door de actualiteit die via de media de school in komt.
Door jeugdmedia zoals samsam, Klokhuis en Jeugdjournaal die thema’s
bespreken die je gemakkelijk bij de les kunt betrekken.
Door het aanbod van theaters, musea en bibliotheken.
Via de media en internet.
68
Je kunt als school ook vaststellen welke thema’s (vast of wisselend) je in elk
leerjaar aan de orde wilt stellen, aansluitend bij het aanbod van de methoden.
Het gratis magazine samsam biedt de hoogste groepen van de basisschool een
extra kans mondiale thema’s de klas in te halen. Dat blad en de website
www.samsam.net bieden de leerlingen een andere kijk op de wereld.
t
rne
e
t
in
en
a
i
d
bieb
e
n
m
e
rs
de
Via
eate
edia
h
m
t
d
d
o
ug
rd
anb
e je
a
d
r
hoo
t
i
o
e
o
U
g
D
rt
ien,
buu
Gez
&
ilie
is
Fam
Thu
69
Hoofdstuk 5
Hoe?
Light, medium,
strong
Hoofdstuk 5 - Hoe? Light, medium, strong
Light, medium & strong
Om scholen te helpen een gerichte keuze te maken, hebben we allerlei vormen van
werken aan wereldburgerschap in een schema ondergebracht (zie hiernaast).
We werken daarin twee dimensies uit:
Planmatig en ook
vanuit inbreng
Horizontaal maken we onderscheid in de manier waarop de activiteiten
worden georganiseerd:
Planmatig:
leerlingen of
individueel of per
actualiteit.
Situationeel.
bouw.
Zelf onderzoekend,
Vaste koppeling aan
Iedere leerkracht
In de vorm van
plannend en
de ontwikkeling van
op z’n eigen manier.
projecten of thema’s.
evaluerend.
sociale competentie,
Van incidenteel naar structureel.
Van ‘voor de leerlingen’ naar ‘door de leerlingen’.
ingebed in alle
72
Verticaal maken we onderscheid in het doel van de activiteiten:
Van kennisgericht naar competentiegericht.
Van korte termijn effect naar duurzaam effect.
Geen school-
Als aanvulling op de
Geïntegreerd in de
activiteiten binnen en
afspraken.
lesmethoden.
lessen.
buiten de lessen.
73
Light:
Vooral kennisgericht.
Het onderwijs moet jongeren aanmoedigen
om meer van de wereld te weten te komen...
De aanduidingen ‘light’, ‘medium’ & ‘strong’ hebben we gekozen om een beeld te
geven van de verhouding tussen input en output. Het betreft géén waardeoordeel
over de werkvormen. De keuze van de werkvorm hangt af van het doel dat je
ermee wilt bereiken. Ook spelen de beschikbare tijd en de energie die het je kost
een rol. ‘Strong’ hoeft niet beter te zijn dan ‘light’.
Naast kennisgericht
Medium:
ook gericht op zelf
en om een bewustzijn te ontwikkelen voor
onderzoeken en zelf
het behoud van de aarde met respect voor
ervaren.
al haar bewoners...
Naast kennis-,
Strong:
onderzoeks- en
wat kan leiden tot het ontwikkelen van
ervaringsgericht ook
houdingen, vaardigheden en reflectie die
competentiegericht.
ook buiten en na school nog een blijvend
effect hebben.
Hoofdstuk 5 - Hoe? Light, medium, strong
Een voorbeeld
Light – een museumbezoek, waarbij je je als leerkracht en groep gewoon laat
verrassen door wat daar te zien is.
Medium – een museumbezoek dat je in de groep eerst kort voorbereidt en waarop
je de leerlingen na afloop laat reflecteren door hen zelf een presentatie te laten
verzorgen.
Strong – een museumbezoek, waarbij elk groepje leerlingen zelf voorbereidingen
treft om leerlingen van een lagere groep daarna te begeleiden en als gids te
fungeren.
74
75
Hoofdstuk 5 - Hoe? Light, medium, strong
Samsam: Light, medium & strong
Je kunt in de groep op verschillende manieren met het wereldtijdschrift samsam
(zie kader hiernaast) werken. Bij elke samsam-editie zit een lesbrief (het Uur van
Samsam) met keuze-opdrachten, waarmee je je eigen lesuur en lesdoelen kunt
samenstellen. Je kunt ook kiezen voor de hieronder beschreven opties van light,
medium of strong.
Light: geïnformeerd worden
Je laat het tijdschrift door de kinderen lezen. Daarna bespreken ze in hun
tafelgroepjes wat ze leuk en interessant vonden en wat de overeenkomsten en de
verschillen met hun leven zijn. Misschien neem je ook een van de vensters
of thema’s van de canon als uitgangspunt voor een kringgesprek. Of je kiest een
van de Kofferstories op www.samsam.net, die de leerlingen uitdaagt een mening
te vormen over een concreet dilemma.
De samsam-methode
Het gratis wereldtijdschrift samsam is
onderdeel van een crossmediaal product,
gericht op leerlingen van 9 tot 13 jaar.
Het biedt hun vensters op het leven van
leeftijdsgenoten in niet-westerse landen.
Samsam deelt ervaringen en stimuleert
reflectie. De millenniumdoelen en de
rechten van kinderen staan bij de
keuze van thema’s en reportages centraal.
De samsam-methode is journalistiekeducatief, niet gebonden aan de politiek
van een partij of een hulporganisatie, noch
aan de regels van een religie.
77
76
Medium: zelf op onderzoek uitgaan
Het tijdschrift biedt de leerlingen veel aanknopingspunten om zelf meer
uit te zoeken. Kleine groepjes kiezen elk één venster of thema uit de canon om
daar zelf een presentatie van te maken. Ze zoeken bijpassende
verhalen, foto’s en filmpjes op www.samsam.net en in het blad samsam, en gaan in
de buurt op onderzoek uit. Aan het eind van de week presenteren ze elkaar wat ze
hebben gevonden.
Strong: zelf in actie komen
Een groepje leerlingen of de hele groep adopteert een van de vensters, een land
of een thema uit het samsam-archief om daar langere tijd mee te werken. Ze
willen er veel meer van weten, hun kennis ook met anderen delen en samen met
anderen in actie komen. Daarbij kunnen ze samenwerken met kinderen in andere
landen, een mogelijkheid die de samsam-webexpeditie elk jaar in maart aanbiedt.
Zo kunnen ze inspiratie opdoen voor bijvoorbeeld een kaartenactie samen met
Amnesty International. Het maken van producten om die te verkopen ten bate
van een goed doel, is ook een mogelijkheid.
Het magazine samsam komt zevenmaal
per jaar uit en heeft een oplage van
445.000 exemplaren per editie (inclusief
33.000 voor Suriname). Bij elke
editie hoort een lesbrief (het Uur van
Samsam), die naar ruim 17.000 leerkrachten
wordt gestuurd. De website heeft een
maandelijks bezoekersgemiddelde van
76.500, met een piek van 95.200 unieke
bezoekers in maart tijdens de maand van
de webexpeditie (cijfers 2009).
Voor de webexpeditie kunnen scholen een
gratis dvd-speelfilm aanvragen.
Zie: www.samsam.net
Hoofdstuk 5 - Hoe? Light, medium, strong
Samsam-webexpeditie
Eén keer per jaar in maart organiseert samsam een webexpeditie van
drie weken. Het internetproject wordt ondersteund door het magazine en een
gratis dvd.
In drie afleveringen voeren kinderen in het themaland missies uit en tonen ze
fragmenten uit hun leven. De film daagt kinderen uit via de samsam-website
vragen te stellen aan de kinderredactie in het themaland. De samsam-webredactie
stimuleert de leerlingen na te denken en te reageren op de ervaringen van hun
leeftijdsgenoten elders.
Light
Je volgt de dvd-afleveringen en laat de leerlingen daarop reflecteren bij
verwerkingsopdrachten of kringgesprekken.
78
Medium
Je laat leerlingen parallel aan de dvd-uitzendingen meedoen met de wekelijkse
HIK-opdrachten (Ken je dit? en Kun je dat?) en Kofferstories: de klas wordt dan
een web-laboratorium, waarin denkers en doeners gelijkelijk aan hun trekken
komen.
Strong
De leerlingen kiezen zelf (per groepje of met de hele groep) wat ze van het
themaland te weten zijn gekomen. Ze maken een keuze uit de webexpeditieinformatie op internet en bedenken een activiteit. Het resultaat presenteren ze aan
elkaar, aan de middenbouw of aan hun ouders.
79
Hoofdstuk 5 - Hoe? Light, medium, strong
Eerste ‘Art.1 school’
Freinetschool Piramide in Heerlen werd in januari 2008 de eerste school die het
predicaat ‘[ÉÉN] Gelijke behandeling voor iedereen’ kreeg. Sinds jaren toont de
school zich een voorloper op het gebied van het bevorderen van wederzijds begrip
tussen leerlingen, leraren en ouders. We geven een aantal voorbeelden:
80
De leerlingen filosoferen met elkaar over zelf ingebrachte vragen.
Bijvoorbeeld: ‘Wat is dieper dan de zee?’
Bij dramalessen in alle groepen verkennen de kinderen hun eigen en elkaars
identiteit. Ze doen dat aan de hand van de Roos van Leary, vertaald naar de
dieren uit Winnie the Pooh.
Een kunstenaar komt samen met de kinderen werken aan het uitbeelden van
de rechten van het kind. Het kunstwerk komt op het schoolplein te staan.
Het jaarlijkse JABBA DABBA-feest heeft altijd een intercultureel thema. Elke
groep laat daarvan een aspect zien. Ouders en kinderen nemen daarbij eten
uit alle windstreken mee.
Het voorleesontbijt werd dit schooljaar in alle thuistalen gedaan: ouders en
grootouders kwamen voorlezen in hun moedertaal.
In groep 8 doen de leerlingen samen een project om de waarde van geld
te leren kennen en te leren budgetteren.
De kinderen leren actief deel te nemen aan de klassenvergadering en ze zijn
medeverantwoordelijk voor de sfeer in de klas en voor de organisatie van
activiteiten.
Dat is wat we onder ‘strong’ verstaan: burgerschap en wereldburgerschap
geïntegreerd in het schoolbeleid.
81
Hoofdstuk 6
Hoe?
Participatie
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Sociale en mondiale competentie
Er is veel overeenkomst tussen het ontwikkelen van sociale competentie en het
ontwikkelen van mondiale competentie. Naast kennis spelen daarbij vooral
houdingen, vaardigheden en reflectie een belangrijke rol. Je zou kunnen zeggen:
wereldburgerschap is het mondiale aspect van sociale competentie.
bewust en verantwoordelijk omgaan
Voor iedere leeftijdsfase heeft mondiale competentie een andere inhoud: voor
peuter, kleuter, basisschoolkind, puber of jong volwassene. De competenties die
leerlingen ervoor nodig hebben zijn steeds dezelfde. Bijvoorbeeld: omgaan met
verschillen, geweldloos oplossen van conflicten en zorgen voor elkaar en voor hun
leefomgeving. Leerlingen kunnen dat in hun eigen omgeving in en rond school
dagelijks oefenen om het daarna en tegelijk ook te leren gebruiken voor situaties
(veel) verder weg.
84
We beschrijven wereldburgerschap als de mondiale component van sociale
competentie. Het gaat om vier concentrische cirkels (zie figuur hiernaast).
De twee cirkels in het midden vormen de kernen van sociale competentie:
De middelste betreft bewust en verantwoordelijk omgaan met jezelf.
De cirkel daaromheen betreft bewust en verantwoordelijk omgaan met de
mensen met wie je in direct contact bent.
De twee buitenste cirkels verwijden het perspectief naar buurt, stad of regio, land,
Europese Unie en wereld.
De derde betreft bewust en verantwoordelijk deelnemen aan de bredere
samenleving: democratisch burgerschap.
De vierde betreft bewust en verantwoordelijk omgaan met de mondiale
omgeving: wereldburgerschap.
met jezelf,
met anderen
en met je omgeving:
dichtbij
en ver weg
85
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Je leert het al doende, je leven lang
Sociale competentie
Als je volwassenen vraagt hoe ze sociale competentie hebben ontwikkeld,
antwoorden ze steevast: je doet dat altijd, overal, in contact met iedereen en
met vallen en opstaan. Dat is een reden niet al te veel te verwachten van aparte
lessen en trainingen sociale competentie. Veel belangrijker is het leerlingen in de
beschermde en begeleide omgeving van de (brede) school een oefenplek voor
sociale competentie te bieden. Ze oefenen bij elke activiteit geleidelijk hun sociale
competentie terwijl ze in en rond school spelen, werken en leren.
De kringen waarin de kinderen en jongeren zich daarbij bewegen, worden
geleidelijk steeds wijder. De kernen blijven dezelfde. Wat eerst ver weg leek of
buiten hun blikveld viel, komt steeds dichterbij.
86
Sociale competentie heeft niet alleen betrekking op het functioneren in je directe
omgeving. Het gaat daarbij ook om een actieve rol in het samenleven in buurt,
stad, regio, land en in de Europese en mondiale samenleving. Het gaat niet alleen
om het hier en nu, maar ook om het daar en straks en om de zorg voor latere
generaties. Het werken daaraan noemen we burgerschap en wereldburgerschap.
Wereldburgerschap op school is leerlingen laten beseffen dat ze – hoe klein ze
ook zijn – deel uitmaken van een veel wijder geheel. Die wereld heeft invloed op
hen en zij hebben invloed op de wereld. Hun eigen rol doet ertoe. Hoe verder de
dingen van hun bed zijn, des te lastiger is het te overzien wat het voor hun leven
betekent. Die verbondenheid leren kennen, hun verantwoordelijkheid nemen en er
iets mee doen, zijn voor de leerlingen de kernen van mondiale competentie.
Als je de basisschool ziet als een oefenplek voor sociale competentie, dan is de stap
naar mondiale competentie eigenlijk heel voor de hand liggend.
(smal)
In contact met jezelf
Wereldburgerschap
(breder)
In contact met
(breed)
Burgerschap
Wereldburgerschap
anderen
Houdingen
Vaardigheden
Kennis
Ik kies zelf en ben
Ik houd rekening
Betrokkenheid bij de
Betrokkenheid bij het
zelf verantwoordelijk
met wat anderen
samenleving.
lot van anderen in
voor wat ik zeg en
denken, voelen en
andere delen van de
doe. Ik ben daarop
willen. Ik ben daarop
wereld.
aanspreekbaar.
aanspreekbaar.
Ik kan mezelf sturen, Ik kan omgaan met
Kunnen omgaan met
Een actieve rol
ook als het moeilijk
conflicten. Ik kan
verschillen en met
nemen in het
wordt.
me verplaatsen in
wisselende situaties.
verbeteren van de
wat anderen denken,
leefsituatie van
voelen en willen.
anderen in de wereld.
Ik weet wat ik denk,
Ik weet wat wel en
Weten hoe de
Weten hoe de dingen
voel en wil. Ik weet
niet mag en ik weet
samenleving in
in de wereld met
hoe ik met stress
wat anderen van mij
elkaar zit.
elkaar samenhangen
kan omgaan.
verwachten.
en hoe afhankelijk we
van elkaar zijn.
Reflectie
Ik kijk naar de
Ik kijk naar mijn
Inzicht en
Inzicht in de manier
gevolgen van wat ik
effect op anderen.
meningsvorming over
waarop de wereld
de wijze waarop de
invloed heeft op jou
contacten
samenleving in
en jij invloed kunt
verbeteren?
elkaar zit.
hebben op de
doe. Hoe kan ik beter Hoe kan ik mijn
met mezelf omgaan?
wereld.
Naar G. ten Dam e.a. Sociale competentie langs de meetlat.
87
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Eigenhandig of ‘verlengde arm’?
Bij veel activiteiten die de kinderen uitvoeren, kun je je afvragen hoe zelfstandig
ze daarbij kunnen en mogen zijn. Doen ze het eigenhandig en zijn ze zelf ook
verantwoordelijk voor proces en resultaat? Of zijn ze eigenlijk de verlengde arm
van de leerkracht: voeren ze een taakje uit in opdracht van de leerkracht? Als je de
kinderen echt mede-eigenaar wilt maken, kun je jezelf of je collega telkens vragen
stellen, zoals:
88
‘Van wie’ is het opruimen na schooltijd?
‘Van wie’ is de filosofiekring?
‘Van wie’ zijn de schoolregels en het toezicht daarop?
‘Van wie’ is het tutoren?
‘Van wie’ is de beoordeling voldoende / onvoldoende?
‘Van wie’ is het bemiddelen bij ruzie?
In groep 7 bedachten enkele leerlingen dat ze een ‘ruziecommissie’ wilden
vormen. Het was een gemengd groepje: een paar rustige én enkele opvliegende
leerlingen. Ze zochten informatie over bemiddeling op internet en vroegen een
expert van buiten de school een paar keer te helpen. Daarna presenteerden ze
zichzelf aan de groep. In de weken en maanden daarna hielpen ze kinderen in de
klas ruzies op te lossen. En soms grepen ze tijdig in voordat een ruzie escaleerde.
De leerkracht gaf hun daarvoor ruimte en de leerlingen rapporteerden aan de
leerkracht.
We geven dit voorbeeld omdat het laat zien dat de veiligheid in de groep iets van
de leerlingen zelf kan zijn. Voor het ontwikkelen van sociale competentie is het
belangrijk dat de leerlingen de ruimte krijgen zelf verantwoordelijkheid te nemen
voor hun gedrag en voor de sfeer in de groep.
89
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Het kind als (mede-)eigenaar?
Je kunt de mate waarin kinderen participeren onderverdelen in vijf niveaus
van betrokkenheid. Hoe betrokkener de kinderen zijn, des te duurzamer is de
opbrengst van het leren en des te flexibeler kunnen ze wat ze geleerd hebben in
andere situaties toepassen.
De vijf niveaus van participatie zijn:
90
Vertegenwoordigd: De leerlingen zijn uitvoerder. Wat betreft hun
participatie is er sprake van ‘passieve consumptie’, ook als ze tijdens de
activiteiten een actieve rol krijgen.
Geraadpleegd: De kinderen zijn bij themakeuze en opzet betrokken en
hebben daardoor enige invloed op vorm en inhoud van de activiteit.
Ze hebben tijdens de activiteiten een uitvoerende rol.
Actief betrokken: De kinderen worden in alle fasen van de activiteit
geïnformeerd en actief betrokken, kunnen daardoor ook enige sturing
uitoefenen. De uiteindelijke regie en de beslissingen blijven vooral in handen
van de leerkracht.
Mede-eigenaar: De kinderen zijn in alle fasen echt mede-eigenaar en samen
met de leerkracht verantwoordelijk voor het resultaat.
Eigenaar: Uiteindelijk is ieder kind zelf verantwoordelijk voor de eigen
keuzes, ontwikkeling, houding en gedrag.
Vertegenwoordigd Geraadpleegd
Light
Medium
Actief betrokken
Mede-eigenaar
Eigenaar
Het onderwijs moet jongeren aanmoedigen om meer van
91
de wereld te weten te komen...
en een bewustzijn te ontwikkelen voor het behoud van de
aarde met respect voor al haar bewoners...
wat zou kunnen leiden tot het ontwikkelen van houdingen,
Ook deze indeling maakt het mogelijk het werken aan wereldburgerschap in light,
medium en strong te verdelen.
Strong
vaardigheden en reflectie die ook buiten en
na school nog een blijvend effect hebben.
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Vier basisbehoeften
Als je als leerkracht de sociale competentie van kinderen wilt ontwikkelen, dan is
het belangrijk rekening te houden met de volgende vier basisbehoeften:
Autonomie: ik krijg ruimte en verantwoordelijkheid
Kinderen mogen zelf beslissingen nemen, keuzen maken en
verantwoordelijkheid dragen voor hun initiatieven en activiteiten. Hun gevoel
van autonomie wordt versterkt als zij zich betrokken weten bij de belangrijke
zaken in hun leef- en leeromgeving.
Relatie: ik voel me welkom
Kinderen ervaren dat ze erbij horen, mee mogen doen en dat anderen met
hen willen spelen en werken. Het gevoel van relatie wordt versterkt als
kinderen invloed hebben op de manier waarop er met hen wordt omgegaan.
Competentie: ik word voor vol aangezien
Kinderen merken dat ze capabel en op hun taak berekend zijn. Ze leveren
prestaties en krijgen daarvoor waardering van anderen. Leren wordt
betekenisvoller als kinderen invloed hebben op wat en hoe ze leren.
Echtheid: het heeft iets met mij en met de wereld om me heen te maken
Kinderen ervaren leersituaties als ‘echt’ als die voor hun gevoel herkenbaar,
concreet, interessant, betekenisvol of nuttig zijn. Hoe ‘echter’ het leren voor
hun gevoel is, des te gemotiveerder zijn ze er inspanningen voor te
leveren.
Autonomie
Relatie
93
92
Voldoen aan die basisbehoeften levert meer motivatie en een actievere deelname
van de leerlingen op. Op de volgende pagina’s bespreken we de basisbehoeften
toegesneden op het werken aan wereldburgerschap.
Competentie
Echtheid
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Wie fietst er?
Een kind leert pas echt fietsen als je het zelf laat fietsen. Je schept daarvoor een
veilig kader en je houdt van dichtbij of van wat verder weg toezicht. Maar je laat
het zelf fietsen. Zo gaat het ook bij het ontwikkelen van wereldburgerschap.
Als voorbeeld: leren over hoe een microkrediet werkt.
94
Het kinderboek ‘One Hen’ van Katie Smith Milway vertelt over een Ghanees
jongetje dat met behulp van een kleine lening een kip koopt. Uiteindelijk
groeit Kojo’s kleine kippenren uit tot een grote boerderij. Je leest het en
bespreekt het met de kinderen. Je neemt hen dan achter op de fiets.
Op http://onehen.opportunity.org/ kunnen kinderen kraaltjes verdienen door
quizvragen over het boek te beantwoorden, Kojo door een doolhof te helpen
en een memoryspel te spelen. Voor elke kraal die zij verdienen, kunnen ze op
een online marktplaats zelf een lening verstrekken. Opportunity International
belooft dat zij daarvoor een echte lening aan een kleine ondernemer zal
geven. De kinderen zijn actiever betrokken, maar in feite zitten ze nog
achter op de fiets van de websitemakers.
Met de Klasse!Actie leren kinderen ondernemen met een microkrediet. Alle
basisschoolleerlingen in Nederland kunnen met hun groep een microkrediet
van twintig euro ontvangen van Day for Change. Daarmee zetten ze in de
maanden maart en april eigen bedrijven op zoals autowasstraten,
tuinonderhoudsbedrijven, IT-bedrijfjes, schoonheidssalons, of andere slimme,
originele bedrijven. Dat vergt investeringen, creativiteit en ondernemerschap.
Met de winst die de leerlingen maken, worden in ontwikkelingslanden meer
echte microkredieten mogelijk gemaakt.
Hierbij kunnen ze werkelijk zelf aan de slag gaan met hun eigen ‘bedrijfjes’
die wel of geen winst maken. Ze zijn zelfstandiger, moeten ook beter
samenwerken en deze werkvorm is ‘echter’.
95
Autonomie
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Hoe breng je de kinderen in contact
met elkaar?
Het is belangrijk situaties te creëren waarin leerlingen positieve relaties met elkaar
aangaan. De vaardigheden die belangrijk zijn voor interpersoonlijk contact, zijn
ook noodzakelijk voor wereldburgerschap: van perspectief leren wisselen, leren
omgaan met verschillen, opkomen voor elkaar en empathie kunnen opbrengen.
Dat train je op school bijvoorbeeld:
Door hen in wisselende groepjes te laten samenwerken (tafelgroep, kleine
kring, samen iets voorbereiden).
De maandagmorgenkring doe je in kleine groepjes. Door de samenstelling
regelmatig te veranderen, leer je de kinderen hun ervaringen met elk van hun
klasgenoten te delen.
Door hen bepaalde rollen ten opzichte van elkaar te geven (tafelhoofd,
voorzitter, helper, tutor, mentor, bemiddelaar).
Kinderen leren zo dat je elkaar hulp kunt vragen, naar elkaar moet luisteren
en aanwijzingen van anderen moet navolgen. Juist voor kinderen die in
vrije situaties zeer dominant of juist zeer teruggetrokken zijn, is het goed van
rol te wisselen.
Door hen te stimuleren lief en leed samen te delen (empathie, je kunnen
verplaatsen in het perspectief van de ander, samen vieren en rouwen, zorgen
voor elkaar).
Door hen samen verantwoordelijkheid te laten dragen en samen beslissingen
te laten nemen (verantwoordelijkheden in de groep delen, samen beheren van
ruimte en spullen, klassendemocratie).
96
97
Dat doe je terwijl ze voor het oog gewoon bezig zijn met hun dagelijkse
schoolwerk.
Relatie
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Hoe zie je ‘competentie’ in de groep?
Je stelt leerlingen in staat zoveel mogelijk verschillende intelligenties te benutten.
En je laat hen voortdurend reflecteren op wat ze voelen, denken, willen, zeggen
en doen. Ze zijn (mede)verantwoordelijk voor hun eigen ontwikkeling. Daarmee
versterk je hun sociale competentie en ook hun ontwikkeling als wereldburger.
98
Ontwikkelen van meervoudige intelligentie:
Leerlingen krijgen de kans de hele regenboog van intelligenties te
ontwikkelen. Ze werken met taal, rekenen, ruimte en beeld, muziek, drama en
dans, beweging en sport, natuur en materie en levensbeschouwing.
Reflectie:
‘Vooruitkijken – doen – terugkijken’ is overal de leidraad voor leren en gedrag.
Evalueren van het eigen doen en leren:
De kinderen zijn actief betrokken bij het evalueren van hun eigen
ontwikkeling: Wat gaat er goed? Waar wil ik extra aandacht aan besteden?
Waar moet ik echt hulp bij vragen?
99
Door daaraan te werken, geef je de kinderen een kompas in handen. Ze drijven
niet doelloos rond op een vlotje, voortgestuwd door wind en golven. Ze leren een
richting te kiezen, hun zeilen zo naar de wind te zetten dat ze vaart krijgen en hun
roer te gebruiken om koers te houden.
Competentie
Hoofdstuk 6 - Hoe? Participatie
Echt echt of nog echter…?
Als leerkracht kun je de kinderen meenemen op wereldreis. Met echtheid
bedoelen we hier alles wat door de kinderen wordt ervaren als:
100
werkelijk.
concreet.
interessant.
betekenisvol.
nuttig.
Wat wij als volwassenen belangrijk vinden, wordt door hen niet altijd als
betekenisvol ervaren. Het heeft geen nut kinderen tegen hun zin wijs te maken.
Maar een leerkracht die het eigen enthousiasme op de kinderen weet over te
brengen, kan hen alles laten leren.
101
‘Echtheid’ heeft niet noodzakelijk te maken met ‘realisme’. Het gaat er in de eerste
plaats om de aandacht te wekken voor dingen die het onderzoeken waard zijn.
Dat kan door de werkelijkheid de klas in te halen of door de werkelijkheid buiten
op te zoeken. Het kan ook door te werken met gedichten, verhalen, fantasie, spel
en drama en door te filosoferen over vragen waar eigenlijk niemand het antwoord
op weet.
Wereldburgerschap begint met echte belangstelling en met gemotiveerd zijn
de wereld om je heen te onderzoeken. Wie die houding weet op te wekken, kan
ook aandacht stimuleren voor dingen die buiten het directe gezichtsveld van de
kinderen vallen.
Echtheid
Hoofdstuk 7
Verantwoording,
bronnen
en bestellen
Hoofdstuk 7 - Verantwoording, bronnen en bestellen
104
Hoe kwam het boek tot stand?
Wie hielpen mee?
NCDO stimuleert en ondersteunt scholen en onderwijsinstellingen bij het werken
aan wereldburgerschap. Drie activiteiten zijn bepalend geweest voor het schrijven
van dit boek:
We hebben dankbaar gebruik gemaakt van de ervaringen van leerkrachten,
schoolleiders, opleiders en wetenschappers. In het bijzonder noemen we:
In 2004 en 2005 werd een masterclass georganiseerd waaraan leerkrachten,
schoolleiders, opleiders en wetenschappers deelnamen. Dat resulteerde in
het visiedocument ‘Wereldburgerschap in het onderwijs’ (2007 en 2008).
In 2007 kregen wij, de auteurs van dit boek, aansluitend daaraan de opdracht
samen met enkele basisscholen te onderzoeken hoe wereldburgerschap
geïntegreerd kan worden in de reguliere activiteiten binnen en buiten
de lessen.
In 2008 startte een werkgroep met het opstellen van een canon voor
wereldburgerschap. Die werd in 2009 gepubliceerd.
Bij het bespreken van de eerste versies van de visie en de canon, werd duidelijk:
dat er nog een concretisering voor de onderwijspraktijk nodig was.
dat het voor het basisonderwijs bovendien wenselijk was het begrip
wereldburgerschap naar alle leerjaren te vertalen.
Personeel en directie van de Willem Alexanderschool in Rotterdam,
de OBS Oscar Carré in Amsterdam en basisschool Piramide Freinet in
Heerlen.
De leden van de klankbordgroep wereldburgerschap van NCDO.
Hun voorbeelden en commentaren hebben veel bijgedragen aan de inhoud van
dit boek.
105
Hoofdstuk 7 - Verantwoording, bronnen en bestellen
Verantwoording fotografie
pag. 41:
Bart Versteeg.
Leigh Schindler, Wereldbol, iStockphoto.
Cliff Parnell, Lachen – Schooljongen met een camera, iStockphoto.
Holger Mette, Taj Mahal, Agra, India, iStockphoto.
pag. 45:
William Walsh, Hulp bij ramp, iStockphoto.
pag. 47:
Ariadna de Raadt, Nieuw jaar performance, Azie, iStockphoto.
pag. 4:
Jani Bryson, Diverse kleurrijke kinderen, iStockphoto.
pag. 49:
Zie pagina 34.
pag. 9:
Christian Nasca, Jongen in ballon, iStockphoto.
pag. 51:
Zie pagina 34.
pag. 10:
Rich Legg, Peuterschool, iStockphoto.
Bart Versteeg.
Sven Klaschik, Aardbeien plukken, iStockphoto.
pag. 52:
Fotostudio André Ruigrok © Almere.
Bart Versteeg.
Gaffera, Spelende kinderen, iStockphoto.
pag. 14:
Fotostudio André Ruigrok © Almere.
Daaronj, Werken in klaslokaal, iStockphoto.
Foto studio André Ruigrok © Almere.
pag. 54:
Cartoonist W. E. Hill, My wife and mother in law, internet.
pag. 57:
Olga Lyubkina, Jonge fotograaf, iStockphoto.
pag. 16:
Grand-V, Wereld, iStockphoto.
pag. 59:
Zie pagina 52.
pag. 23:
Fotostudio André Ruigrok © Almere.
pag. 63:
Jan Will, De laatste ijsbeer, Noordpool, iStockphoto.
pag. 24:
Bart Versteeg.
Amber Antozak, Behoud groen – Denk aan het milieu, iStockphoto.
Marc Lantrok, Kind met kaart, iStockphoto.
pag. 67:
Benoit David, Giraf, iStockphoto.
pag. 69:
Maica, Golven, iStockphoto.
pag. 27:
Zie pagina 24.
pag. 70:
pag. 33:
Ronen, Kind met vergrootglas, iStockphoto.
Maria Pavlova, Klein meisje, kijkend door het raam, iStockphoto.
José Krijnen.
José Krijnen.
Cynoclub, Zussen in het museum, iStockphoto.
pag. 75:
Zie pagina 70.
pag. 79:
Bart Versteeg.
pag.2:
106
pag. 34:
Claude Dagenais, Jonge kunstenaar, iStockphoto.
Peeter Viisimaa, Broer en zus kijken tv, West Afrika, iStockphoto.
Robert Churchill, Rijst planten, Japan, iStockphoto.
107
Hoofdstuk 7 - Verantwoording, bronnen en bestellen
Verantwoording fotografie
pag. 81:
Bart Versteeg.
pag. 82:
Rob Friedman, Strijd, iStockphoto.
Bart Versteeg.
Johnny Scriv, Thuis oogst, iStockphoto.
Bronnen
Geert ten Dam e.a. (2003) Sociale competentie langs de meetlat.
Transferpunt Onderwijsachterstanden, Den Haag.
NCDO (2009). Brochure de Samsam-methode.
NCDO (2008). Wereldburgerschap in het onderwijs. NCDO visiedocument,
pag. 85:
Slawomir Jastrzebski, Vallend water, iStockphoto.
Amsterdam.
pag. 89:
Bart Versteeg.
NCDO (2009). Vensters op de Wereld. Canon voor wereldburgerschap,
ISBN/EAN: 978-90-74612-12-8.
pag. 93:
Jane Norton, Fietsen, iStockphoto.
Bonnie Jacobs, Groepsproject, iStockphoto.
Zie pagina 82.
Prior, F (1999) en Walraven G. Sociale competentie: zelf leren.
PMVO, Den Haag.
pag. 95:
Zie pagina 93.
www.samsam.net
pag. 97:
Zie pagina 82.
www.wereldburgerschap.nl
pag. 99:
Zie pagina 93.
109
108
pag. 101: Zie pagina 82.
pag. 102: MBCheatham, Creatieve vrijheid, iStockphoto.
Jacek Chabraszewski, Kinderen leren thuis, iStockphoto.
Tim Pohl, Stoepkrijten, iStockphoto.
Cover:
Morgan Lane, Leerlingen achter laptop, iStockphoto.
Kate Monakhova, Leerlingen op school iStockphoto.
Bonnie Jacobs, Leerlingen werken in de klas, iStockphoto.
Zie pagina 2, 33, 34, 52, 63, 69, 93, 102.
Hoofdstuk 7 - Verantwoording, bronnen en bestellen
Bestellen
Vensters op de wereld
Bestel dit boek via het bestelformulier op:
beschrijft in woord en beeld de
canon voor wereldburgerschap.
www.werelddocent.nl
of neem contact met ons op:
[email protected]
NCDO
Mauritskade 63
Postbus 94020, 1090 GA Amsterdam
020-5688755
110
111
6
Download