Vanenburg bestuurdersoverleg 2016

advertisement
De corporatiesector, onderwijs en zorg vergeleken
Naar Maatschappelijk ondernemen 2.0 in de
corporatiesector
Gebaseerd op:
Omgevingsanalyse t.b.v. de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties (Van
Montfort, Buwalda-Groeneweg, Goodijk, 2014)
+
Van meedeinen naar koers zetten (Van Montfort, Buwalda-Groeneweg, Schulz, 2015)
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
1
Ontwikkelingsgeschiedenis
• Wonen, zorg en onderwijs
Vergelijkbare ontwikkelingsgeschiedenis:
 Particulier initiatief
 Pijler onder verzorgingsstaat: verstatelijking, overheidstoezicht,
onderdeel beleidsagenda
 Liberalisering, marktwerking en/of verzelfstandiging
• Hybride systemen tussen markt,
overheid en samenleving
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
2
Vier overeenkomsten en drie reflecties
1.
2.
3.
4.
Schaalgrootte
Governance
Financiële kengetallen
Topinkomens
• Reflecties
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
3
Schaalgrootte en governance
• Schaalgrootte:
– afname van aantal instellingen/besturen
Corporaties: van 764 (1997) naar 381 (2012)
Scholen voortgezet onderwijs: van 1005 (1994) naar 645 (2013) tot 363
in 2015
• Governance:
– Dominantie van stichtingsmodel
– Introductie van corporate governance elementen: RvB – RvT
– Introductie van governance codes: hoge naleving naar de letter
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
4
Financiële kengetallen, topinkomens
• Financiële kengetallen:
– Golfbewegingen maar op sectorniveau (nog) niet verontrustend
– Grote verschillen tussen instellingen
• Topinkomens:
– in alle sectoren een issue en aan banden gelegd
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
5
Sectoroverschrijdende vraagstukken
• Betrokkenheid stakeholders:
– lastig bij grootschalige organisaties met brede taakopdracht
• Stichtingsvorm:
– Wie is eigenaar?
• Raad van Toezicht:
– Publiek belang of organisatiebelang?
Brief minister EZ ‘Borging van publieke belangen’ 28-11-2014:
“Raden van toezicht zijn ten principale geroepen om de
dienstverlening aan burgers centraal te stellen in hun toezicht
op de instelling”
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
6
Reflectie 1: Schaal
• Schaalvergroting en lokale verankering kunnen
samengaan:
 Grootschalige back office en kleinschalige front office?
• Maar: lokale verankering en maatwerk noodzakelijk
• En: stel kwaliteit dienstverlening en financiële
contituïteit voorop
 Daarnaast: Fusietoets (zie onderwijs), betrek
belanghebbenden bij fusies
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
7
Reflectie 2: Intern toezicht
• Legitimiteits- en effectiviteitsvraagstukken
• Voldoende derde ‘derde partijen betrokken bij beleid en
toezicht?
Bijvoorbeeld externe belanghebbenden of interne partijen zoals een
controller of werknemers
 Zie ook WRR (2014), ‘Van tweeluik naar driehoeken’
• Voldoende bevoegdheden RvT/RvC
bij dochters, deelnemingen
en verbindingen?
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
8
Reflectie 3: Kerntaken
• Taakverbreding in alledrie de sectoren: waar is de
kerntaak?
• Duidelijk en helder omschreven kerntaken nodig in
combinatie met ruimte om lokaal maatwerk te leveren op
een financieel verantwoorde en op een transparante wijze.
Maatschappelijk ondernemen 2.0
Zie publicatie:
Van meedeinen naar koers zetten. Strategische keuzes van woningcorporaties in een veranderend
krachtenveld (2015-2020), Van Montfort, Schulz, Buwalda
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
9
Maatschappelijk ondernemen 2.0
1. Maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen
niet door:
 ‘meer en groter’ (exploiteren van commercieel vastgoed of
het uitbreiden van de dienstverlening),
maar door:
A. Maatschappelijke waarde te creëren
 Bijv. door ‘doelgroepen’ bedienen, zoals studenten
(eenvoudig bouwen), ouderen (levensloop bestendig
bouwen) of asielzoekers (flexibel bouwen)
B. Te investeren in duurzaamheid:

9-6-2016
‘Eco-denken’ en rentmeesterschap t.a.v. maatschappelijk
kapitaal
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
10
Maatschappelijk ondernemen 2.0
2. Duurzaamheid en flexibiliteit zijn onderdeel van de
invulling van de kerntaak.
Dat betekent bijvoorbeeld:
 flexibel bouwen (afbreekbaar /tijdelijk waar nodig) en
 duurzaam bouwen.
• duurzaam als: ‘milieuvriendelijk’ (duurzame materialen,
‘cradle to cradle’, levensloop bestendig)
• duurzaam als: ‘aanpasbaar (‘levensloop bestendig’ bouwen)
3. Slimme en slanke bedrijfsvoering met een centrale
positie voor huurdersbelangen en kwaliteit van de
dienstverlening
9-6-2016
vanenburg bestuurdersoverleg 9 juni 2016
11
Download