26 februari eerste deeltoets nieuwe geschiedenis hoofdstuk 2 t/m 7

advertisement
26 februari eerste deeltoets nieuwe geschiedenis hoofdstuk 2 t/m 7 40%
30 maart tweede deeltoets nieuwe geschiedenis hoofdstuk 8 t/m 13 60%
Hoorcollege 1, 4 februari.
Wat is Europese geschiedenis? Bestaat Europese geschiedenis? Kaarten uit vorige eeuwen
waren nooit volledig objectief. Intellectuelen zagen Europa als een grote gemeenschap.
Waarom? 1) Diplomatiek verkeer met soortgelijk regeringsvorm.
Europa’s geschiedenis is voornamelijk gebaseerd op verworvenheden. Wat is de bijdrage van
de nieuwe geschiedenis aan europese verworvenheden?
In vroegmoderne tijd bestond maatschappij uit corporties.
Vroeg moderne tijd suggereert een opstart proces van de moderne geschiedenis. Staats en
natie vorming zij belangrijk element van de vroegmoderne tijd. Rond 1800 nieuwe fase in de
geschiedenis. Zelfbewustzijn in kunst en denken zijn kenmerken van vroegmoderne
geschiedenis.
Ook in architectuur en beeldhouwkunst dringt nieuwe denken door.
Basis renaissance gelegd in de ME. In de 14e en 15e eeuwe herorientatie en herintrepetatie van
de klassieken.
Humanisme wat is humanisme? Bickhart zegt dat het alles wat intellectueel is,
humanistisch is. Humanistische vakken: grammatica, retorica, poezie, geschiedenis en ethiek.
Notarissen en advocaen in Italiaanse steden gaven aanzet tot humanisme. Moesten latijn
hanteren in rechtbanken..Petrarca vader van humanisme. Tilde hele gebeuren naar een hoger
plan.
Hoorcollege 2, 12 februari.
Luther zet hervorming deels ingang. Luther was echter niet de enige protagonist. Swinley
andere voorganger van reformatie. Was actief in Zwitserland. Geloof alleen, kerk moet
worden hervormd. Swinley wil kerken drastisch aanpassen. Geen heligbeelden. Luther vond
beelden niet zon probleem. Eerste beeldenstorm onder Swinley. Swinley geeft ook andere
intrepetatie van laatste avondmaal. Swinley ziet brood en wijn slechts als symbolische
herdenking. Luther boos. Luther ziet het letterlijk in de bijbel, is not amused.
Thomas Munscher geeft reformatie een radicaal socialistisch tintje. Munscher vind dat de
boeren de macht moeten krijgen, misstanden aanpakken.
Wededopers zien reformatie als teken. Willen Munschter als jeruzalem. Wededopers stellen
sociale orde aan de kaak. Radicale stromingen van reformatie doet gematigder reformators
wat gas terugnemen. Gematigden geven aan ook bereid zijn compromissen te sluiten.
In het ‘oude geloof’ kon men kiezen slecht of goed te doen. Luther maakte dit een stuk
ingewikkelder. Luther zei dat men zelf niet kon beslissen of men in de hemel kwam. Erasmus
dacht hier anders over. Zag geloof als vrije keuze. Luther en Erasmus waren hier enigzins
over gebrouilleerd.
Tweede stroming: Jan Calvijn kreeg inzicht rond 1533. Studeerde rechten. Moest na omgang
met protestanten Parijs verlaten. Gaat naar Geneve. Hier probeert hij zijn nieuwe ideen te
verwezenlijken. Publiceert ‘Instituties van de christelijk religie’ in 1536. Zag mensen als een
puur slecht wezen dat niet in staat was tot iets goeds. God beslist of mens genade ontvangt of
niet. Worden ook wel vraagtekens bij Calvijns theorie gezet. Kijkt ook naar het praktische.
Hoe kan men zorgen dat nieuwe kerk niet direct onder weredlijk bestuur komt te staan? Wil
vier soorten mensen aanstellen. Leraren, predikanten, diakenen en ouderlingen. Kerkeraad
moet op lokaal niveau ervoor zorgen dat kerk zelfstandig is. Kerkeraad bestond uit
predikanten en ouderlingen. Grote zaken zouden op nationaal niveau besproken worden in
synodes. Systeem werd van onderop opgebouwd. Calvenisme kan door simpelheid in
bestuursvorm tegen de vervolgingen in een goed gedragen nieuw geloof opbouwen. Kerktucht
werd belangrijk gevonden. Sociale controle in kerk. Ouderlingen zouden uiteindelijk over
iemands lot kunnen beslissen. Zuivere gemeenschap was belangrijk volgens Calvijn.
In 1545 kwam contrareformatie op gang. Historici moeten onderscheid maken tussen
reactionaire acties van de contrareformatie en tussen eigen vernieuwingstradities. In concillie
van Trente worden vernieuwingen besproken. Tussen 1545 en 1563 aantal vergaderingen van
2 a 3 jaar. Alle compromissen werden door de traditie getrouwe jongens van tafel geveegd.
Alle tradities van de katholieke kerk zijn even belangrijk als bijbel. Tradities worden
behouden. Ander punt: hoe verwijderen we misstanden binnen geestelijke stand? Willen
bisschoppen meer macht geven. Betere scholing voor alle geestelijken. Willen geen cooptatie
of vriendjespolitiek meer betreffende belangrijke posities. Pauselijke macht gaat vergroot
worden in het concillie van Trente. Contrareformatie gaat gepaard met een nieuw katholiek
zelf bewustzijn. Jezuieten worden soldaten van de contrareformatie. Staan midden in de
wereld. Willen mensen opvoeden. Het woord verspreidden.
In de eerste decennia van de reformatie zijn de beidde kampen nog niet zo gepolariseerd als
laatste later het geval zou zijn. Midden groepen waren het grootste. Paar uitgesproken
opvattingen maar nog vele overeenkomstige punten. Velen willen compromissen sluiten,
debateren over het geloof. Theologische strijd lijdt tot aanscherpen van grenzen. Reformatie
gaat echter gepaard met politieke strijd.
Keizer van het Roomse rijk had het voor het zeggen. Ingewikkeld mozaiek van verschillende
machtsfactoren. Keizer wordt steeds door zeven keurvorsten gekozen. Roomse rijk kende
rijksdag. Vergadering tussen politiek leiders. Habsburgers brengen vanaf de 16e eeuw vele
roomse keizers voort. Vele machtige Europese koningshuizen brengen Karel V voort. Heerser
over enorm rijk. Karel V moet constant problemen oplossen. Van brandhaard naar brandhaard
reizen. Rijk te groot, communicatie te beperkt. Koning van Frankrijk vond het niet erg relaxed
dat Habsburgse rijk Frankrijk langzaam omsingelde.
Twee machtsblokken tegenover elkaar. Karel V bijna hele regeringsperiode in oorlog met
Fransen. 1494 en 1545 zijn twee grootste oorlogen tussen Habsburgers en Fransen. Oorlogen
werden voornamelijk in Italie uitgevochten. 1525 slag bij Pavia. Militaire revolutie. Moderne
legers met grote infanterie. Geen ridders te paard meer. Oorlog voeren kost gigantisch veel
geld. Oorlog zal niet meer hetzelfde zijn. Op grote schaal wordt er geplunderd. 1527 wordt
Rome geplunderd. Saco di Roma. 1559 vrede van Cato Casi. Habsburgers grote overwinning.
Karel V laat door oorlog de reformatie een tijdje op zijn beloop. Rijksdag van Worms. Men
ziet in dat de stoere taal vermeden moet worden. Katholieken willen liever orde onder deels
protestants geloof. Boerenoorlog en opkomende Ottomaanse rijk dragen hieraan bij.
Habsburgers kunnen zich het niet veroorloven ook nog een geloofsgeschil te hebben. Willen
met prostestanten compromis sluiten. Augburgse confessie zou uiteindelijk Lutherse
geloofsbelijdenis worden, 1530. 1531 wordt het Smallcaldisch verbond gesloten. Dienen
protestantio in. Protestanten gaan zich organiseren. Karel V wil door compromissen oorlogen
tussen katholieken en protestanten vermijden. In 1545 gunstige vrede voor Habsburgers na
oorlog met Fransen. Gaat het nu hard aanpakken. Wint in 1547 eerste Smalcaldische oorlog
van protestanten. Tweede Smalcaldische oorlog 1552 tot 1555. Augburgse vrede. Daarna
mogen plaatselijke vorsten bepalen wat de religie wordt in vorstendommen. Heilige Roomse
rijk is versnipperd.
Drie godsdienstoorlogen. Franse oorlogen, tachtigjarige oorlog en dertig jarige oorlog.
Godsdienstoorlogen hadden over het algemeen een groot staatsbelang. Protestantse
voorgangers zagen in de paus de anti-christ. Moesten wereld bevrijden van katholicisme.
Andersom zagen katolieken protestanten als bezoedeling van het christendom. Door
godsdienstoorlogen ook vragen over positie van de vorst. Vorst niet langer puur verheven en
voor zichzelf op aarde. Vorsten moeten zorgen dat verschillenden groepen kunnen
samenleven. Wanneer vorst zich niet inzet voor algemeen belang heeft samenleving het recht
vorst omver te werpen.
In Frankrijk werd het koningschap versterkt. Werd moeilijk gemaakt door de verschillende
vergaderingen. Vorst wilde adelijke facties naar zich toetrekken, lukt niet erg goed. Vorst
moest lang regeren om positie van zijn familie en zichzelf te versterken. Bij opvolging zien
adellijke facties direct mogelijkheden. Na oorlog met Habsburgers ten einde is zal Hendrik II
van Habsburg gaan trouwen met een Medici. Hendrik sterft, adellijke facties gaan zich direct
mengen in opvolging. Huizen Guise, Bourbon en Montgomery gaan zich mengen in de
opvolging. Caterina de Medici speelt telkens tolerantie edicten uit om geloofsstrijd te sussen.
Katholieken willen constant de Hugenoten (protestantse groepering) vermorzelen.
Grote omslag in 1572. Politiek van Medici wordt verbroken. Kiest bewust de kant van de
katholieken. Probeert leider van hugenoten om te brengen. Dit mislukt. Wanneer haar dochter
trouwt met een Bourbon laat zij alle aanwezige Hugenoten afslachten. Hugenoten zien dat er
een monarchie bestaat die openlijk strijd tegen hen voert. Velen bekeren zich terug tot het
katholicisme. Andere worden radicaler. Hugenoten houden zich redelijk staande.
1584 breekt Henrikken oorlog uit.
Hoorcollege 3, 14 februari
Hertog van Anjou overlijdt. Geen legitieme opvolger in huis van Valois. Henrik van Bourbon
uit huis van Navarra. Leider van hugenoten. Dreigt een protestantse koning te krijgen.
Gevolgen zijn de Henrikken oorlogen. Hendrik van Guise gaat godsdienstkaart uitspelen. Zegt
dat er geen ketter op de troon mag komen. Henrik van Bourbon is legitiem opvolger. Speelt
deze kaart dan ook constant uit. Gematigd katholieken draaien langzamerhand naar de kant
van Bourbon. Edellieden en hoogopgeleiden staan achter Bourbon, willen weer rust en orde.
Bourbon stond er strategische het slechtste voor. Hugenoten hadden dan wel machtsbasis
maar deze was veel kleiner dan de katholieke.
Hendrik van Guise gaat zich steeds radicaler opstellen. Hendrik III wordt steeds meer de
gevangene van Guise. Guise overspeelt zijn hand. Van Guise wordt door Hendrik III
vermoord. Hendrik III wordt ook vermoord, had katholieke machtsbasis ‘verraden’. Hendrik
van Bourbon laatste overgeblevene. Had Hendrikken oorlogen gewonnen, maar was nog niet
geaccepteerd als vort. Heeft nog een grote tegenstand in katholieken en de koning van Spanje
gaat zich openlijk mengen in godsdienstoorlogen. Filips II wil aan de ene kant chaos voor
eigen machtsontplooing maar wil ook geen protestant op de troon. Henrik IV wint steeds meer
mensen voor zich, door rust en orde te garanderen. Speelt de nationale kaart uit. Bekeert zich
weer tot het katholicisme. In 1593 neemt hij Parijs in. Wil Hugenoten tevreden stellen na
bekering, Bij het edict van Nantes in 1598 maakt hij toleranter beleid.
1.
2.
3.
4.
Edelen mogen protestantse diensten in eigen huis houden
Protestantse diensten mogen ook in sommige steden.
Burgerrechten voor hugenoten
Militaire garantie voor protestantse garniezoenen in 200 steden ter bescherming van
edict.
Hendrik IV moest dit edict wel uitspreken. Hij stond niet sterk genoeg om het niet te doen.
Religieuze probleem was opgelost. Godsdienstoorlogen waren erg belangrijk voor religieuze
kaart. Zou beeld van europa erg veranderen.
Godsdienstoorlog in Heilige Roomse rijk. In edict van Ausburg was gesteld dat er een soort
van godsdientvrijheid was. Probleem begint in Bohemen. Slaat over naar Denemarken en
Zweden. Gustav Adolf van Zweden is waarschijnlijk verantwoordelijk voor militaire
revolutie. Ontstaat een soort van burgeroorlog in Duistland tussen calvenisten en katholieken.
Frankrijk en Spanje gaan zich ook in oorlog mengen. Blijkt dat het geen godsdienst/burger
oorlog meer is. Richielieu gaat openlijk protestanten steunen. Frankrijk gaat vechten tegen
Habsburgers en Spanjaarden. Na oorlog komt vrede van Westfalen. Aantal zaken worden
duidelijk. Roomse rijk bleek geen eenheid. Was al duidelijk in 1555. Binnen heilige Roomse
rijk ontstonden nieuwe concentratie punten. Beieren werd nieuw machtspunt. Habsburgers en
Brandenburgers werden ook nieuwe machtbases. Frankrijk was een van de overwinnaars van
vrede van 1648. Republiek der verenigde Nederlanden was ook overwinnaar. Wordt officieel
erkend. Spanje heeft meeste verloren. Franse ambities niet kunnen beteugelen.
Spaanse heerser: Filips II
Filips III
Filips IV
Karel II
Venetiaanse economie was in middeleeuwen het sterkste. Spanje en Portugal gaan
ontdekkingsreizen ondernemen. Middellandse zeegebied verliest monopolie positie. Spanje is
erg belangrijk in deze. Spanje veroverd gebieden in de nieuwe wereld. Middelpunt van
Europa verschijft van Italie naar Spanje en Portugal.
Filips II was godsdienstwaanzinnege, schurk. Filips had enorme problemen. Filips’ II vader
had heilige Roomse rijk opgedeeld. Aragon en Castille moesten bestuurd worden. Nieuwe
wereld was er bijgekomen. Nederland deed moeilijk met godsdienst zaken. Willem van
Oranje nam wapenen op. Nederlanden waren rijk en geurbaniseerde streken en daarom erg
belangrijk. Ook Ottomaanse rijk kwam steeds dichter bij. Filips II had dus veel kopzorgen.
Hij zag zich als de aangewezen man om het christelijke Europa te beschermen tegen ketters
en agressors. In Lepanto wordt in 1571 wordt Ottomaanse vloot verslagen. Filips II was groot
organisator. Filips’ vader Karel V cond dat vorst geen hof nodig had. Hij ttrok constant rond
om brandjes te blussen. Filips II vond dat moderne vorst niet zonder hof kon. Ontwikkelde
moderne organisatie voor een nieuw hof. Vorst had afgevaardigden in vele gebieden.
Afgevaardigden moesten zich verantwoorden en er wordt constant vergaderd. Het hof wordt
zeer bureaucratisch. Raden bestonden voornamelijk uit professionals: advocaten of hoge
edelen die bedreven waren in de internationale politiek. Over het algemeen waren het oude
mannen. Conservatisme sluipt erin. Filips II wil ieder stuk lezen. Deels omdat dit in zijn
karakter zat en deels omdat Filips II niemand vertrouwde. Filips’ II zoon Don Carlos wordt
moe van zijn langzame vader. Don Carlos gaat zich bemoeien met Nederlanden. Filips II laat
zoon gevangen zetten. Carlos sterft. Filips II wordt steeds minder populair. Filips II slaagt er
in de eerste paar jaren van zijn bewind goed in alle zaken onder controle te houden. Filips II
ziet echter zijn macht steeds verder afzwakken.
Fundamenten van Spaanse rijk waren goud en zilver uit nieuwe wereld en de rijkdom van
Castillie. Door bevolkingsafname krijgt Spaanse overheid steeds minder belastingen binnen.
Lastig om leger te onderhouden. Ecoomie blijkt ook niet innovatief rentenierende edelen.
Spanje wordt zwakker. Na dood van Filips II komt Filips Iv die Gaspar de Guzman graaf van
Olivares aanstelt, soort eerste minister. Zorgt dat de koning alleen nog hoeft te beslissen. De
Guzman gaat hervormingen bedenken en door voeren. Wil economie vernieuwene en
belastingheffing vernieuwen. De Guzman ziet in Spanje echte leider van Europa. Wil
opnieuw oorlog gaan voeren om Spaanse macht te doen laten gelden. Meeste hervormingen
mislukken echter.
Hoorcollege 4, 19 februari.
De 16e eeuw was de eeuw van de habsburgse macht. Karel V was een erg belangrijk figuur in
dit geheel. Frankrijk probeert de Habsburgse invloed terug te dringen door oorlog in Italie te
voeren. In 1559 wordt er vrede gesloten. Door de reformatie blijkt de Habsburgse macht terug
te zijn gedrongen in het Heilige Roomse Rijk. Het zal uiteindelijk ook geen eenheid meer
worden. Ook het Spaanse rijk was in deze periode erg machtig. Het was echter te groot en
leed aan overstretch. Engeland was goed georganiseerd met een parlement en redelijke
vrijheid. De Reformatie in Engeland was een monarchale zet, Hendrik VIII wilde scheidden
van zijn vrouw Catharine van Aragon nadat zij hem geen zoon schenkt. Als dit niet van de
paus mag neemt Hendrik afstand van Rome en trouwt met Anne Boleyn in 1533. Hij maakt
zichzelf hoofd van de Engelse kerk. De kerk blijft een katholiek uiterlijk houden maar de
inhoud wordt lutheraans. Door de breuk met Rome benoemt Henrik zijn eigen bisschoppen en
schaft hij de klooster af. Al het kerkelijk bezit wordt door Hendrik geconfisqueerd. Edward
VI volgt Hendrik op. Edwards sterk gereformeerde raadgevers beinvloeden hem om de
paapse/roomse tradities weg te nemen. De Engelse kerk wordt geprotenstantiseerd. Bij een
reformatie door de monarch is de geloofsopvatting van de opvolger zeer belangrijk voor het
behouden van de gereformeerde zaken. Mary Tudor volgt edward op en zij is zeer katholiek.
Zij gaat de hervormingen proberen terug te draaien en door de vervolging van protestanten
vluchtten vele van hen naar Europa, voornamelijk Duitsland en de Nederlanden. Vanwege
deze vervolging radicaliseren vele protestanten waar ze eerst wat rustiger waren.
Aartsbisschop van Canteburry wordt gedwongen zich terug te bekeren tot het Katholicisme.
Wanneer hij weigert wordt hij een van de eerste protestantse martelaars. De protestanten die
in Engeland gebleven zijn radicaliseren ook vanwege de vervolgingen. Mary Tudor
polariseert het land d.m.v. de vervolging. Tudor trouwt met Filips II omdat zij een katholieke
opvolger wil. Er wordt echter geen kind geboren uit dit huwlijk. In 1558 komt Elisabeth I op
de troon en zij slaagt erin alle problemen op te lossen. Zij regeert vijftig jaar en trouwt nooit,
behalve met Engeland. In 1559 doet zij afstand van de positie van kerkelijk leider en stelt zij
een kerkvoogd aan. Zij keert terug naar de kerk van Edward.
3 groepen binnen anglicaans Engeland:
1)Recasanten zijn katholieken die weigeren mee te doen aan het nieuwe geloof.
2)Puriteinen willen een strengere geloofsbelijdenis.
3)Presbyterianen willen calveniseren, willen hierarchie afschaffen.
Mary queen of schots mislukt als koningin. Wil Schotland organiseren. Dit mislukt en zij
vlucht naar Engeland. Zij wordt onder huisarrest geplaatst door Elisabeth I. Mary was zeer
katholiek. Engeland zal de katholiken in Schotland verslaan en hier een protestants regime
vestigen. In 1585 gaat Eisabeth de opstand in de Nederlanden steunen. Na Eilsabeths dood in
1603 moest haar opvolger rekening houden met het anti-katholicisme in Engeland. Voor antikatholicisme moest oorlog gevoerd worden, voor een oorlog was geld nodig en het geld moest
via belasting heffing door het parlement geregeld worden. Jacobus I volgt Elisabeth op. Soms
geniaal, soms een idioot. Na een katholieke samenzwering in 1605 (gunpowder plot) moet
Engeland absoluut een anti-katholiek beleid voeren. Karel I volgt Jacobus op. Karel I gaat
door met oorlogsuitgaven bijgestaan door raadgever de hertog van Buckingham. Parlement
wil echter duidelijkheid. In 1628 eist het parlement een aantal rechten om de uitgaven te
kunnen beheersen. Vanaf 1629 roept Karel geen parlement meer bij elkaar. Hij gaat extra
belastingen heffen. Dit creert onrust. Hij wil bovendien katholieke tradities terugbrengen in de
Engelse kerk. Wanneer hij bisschoppen in Schotland wil aanstellen ontstaan hier een rebellie.
Nadat Karel het parlement wil zuiveren is hij gedwongen om te vluchten door vele
tegenstanders. In 1646 geeft karel zich over aan de Schotten. Hij vlucht echter weer. Het
parlement wordt erg radicaal. Ontstaat eveneens een religieuze verdeeldheid:
Presbyterianen: Puriteinten voor een Calvenistische kerk.
Independents: Radicaal, meer vrijheid, kansen voor de middenklasse.
Levelers: Kiesrecht, hervormingen, gedecentraliseerde kerk.
Karel wordt geexecuteerd en na zijn dood wordt de republiek gesticht. De bisschoppen
worden verwijderd uit de kerk. In 1640 wil het parlement een aantal hervormingen. De
corrupte raadgevers moesten weg. Het parlement moest macht bij wet krijgen. Het parlement
gelooft de koning echter niet meer. Een radicale groep maakt een compromis met de koning
onmogelijk.
Uitkomst is ongelukkig voor alle partijen. Er was een bestuurlijke revolutie na de dood van de
koning maar geen sociale revolutie waardoor de verhoudingen scheef bleven. In 1660 wordt
het koningsschap gerestaureerd.
Hoorcollege 5, 22 februari.
Lodewijk XIV schafte alle ministerposten en raden af. Zagen toendertijd een niet
absolutistische staatsvorm als een achterlopende staatsvorm. Vorm van Lodewijk XIV was
niet de enige absolutistische staatsvorm. Nieuwe monarchieen zijn fragiele bouwwerken door
tegendruk van edelen en raden die macht niet volledig naar koning willen doen toestromen.
Fronde was opstand van adel. Kardinaal Richelieu hield Frankrijk in stand. Probeerde de
Habsburgse macht in te dammen. Lodewijk XIV gaat hiermee door. Oorlog kost geld. Geld
komt binnen door het verkopen van ambten. Ambten worden op een gegeven doorgegeven
van vader op zoon. Ambten blijven in de familie, trekken zich minder aan van Mazarin.
Opstand ontstaat in 1648 nadat parlement invloed van Mazarin niet meer trekt. Dor opstand
wil men rust en orde. Adel verzoent zich met koning in 1653.
Absolutisme: In Middeleeuwen was er een wederzijdse verplichting tussen vorst en volk. Jean
Bodin schrijft in 1656 een boek waarin hij onderzoekt wat soevereiniteit is. Doet dit uit
interesse, maar vooral vanwege godsdienstoorlogen omdat mensen in ME opvattingen in
opstand mochten komen wanneer de vorst de wens vna het volk niet behartigde. Schrijft dat
soevereiniteit sowieso bij de vorst ligt. Soevereiniteit is de macht om wet te geven, vorst staat
boven de wet. Gewoonterecht, bezit en persoon zijn echter heilig. Deze ideen worden verder
uitgewerkt door Bossuet. Was een hofpredikant die zei dat de koning van God de macht had
gekregen. Vorst kreeg door theorieen van Bossuet, Bodin en hobbs de fundering en
rechtvaardiging voor de absolute macht. De absolute macht werd echte als iets anders
beschouwd dan despotisme. Koning werd niet geacht willekeurig of tirraniek te regeren.
Koning moest van machtige adel en raden af om de absolute macht naar zich toe te trekken.
Lodewijk XIV wilde van de zwaardadel af. Benoemd enkele kundige mensen uit de hogere
burgerij en niet uit de belangrijke adellijke families. Deze mensen gaan echter ook weer
coopteren. Colbert is een belangrijk politicus. Hield de monarchale uitgaven in de gaten.
Belastingheffing op grond. Heffing moest effiecienter. Colbert wil oude systeem van belasting
verkopen. Colbert wilde import zoveel mogelijk beperken. Hoge belastingen op import. Eigen
export moest erg sterk zijn. Nijverheid moest verbeteren ter bevordering van export.
Handelscompagnieen worden opgezet. Politieke maatregelen om welvaart te creeren. In Parijs
werken maatregelen goed. In de periferie niet. Frankrijk was geen nationale staat. Structuur
van 17e eeuwse samenleving kon niet veranderd worden.
Franse kerk grote onafhankelijkheid van Rome. Mag eigen bisschoppen benoemen. Lodewijk
XIV wilde eenheid binnen zijn godsdienst. Jansenisme was een afwijkende stroming in
katholicisme. Lodewijk wil deze stroming neerslaan. Hiervoor moet hij naar de paus. Wil dit
eigenlijk niet. Moet dan stukje macht opgeven. Gaat ook hard optreden tegen hugenoten.
Hugenoten vluchtten voor vervolgingen. Veel hoogopgeleiden zijn Hugenoten. Hugenoten
gaan naar de republiek der vernigde nederlanden. Door herroeping van edict van Nantes komt
het idee van de godsdienstoorlogen weer boven. Lodewijk krijgt hierdoor slecht imago in
protestantse landen.
Hofleven wordt een groot ritueel. Omdat er minder geweld werd gebruikt tussen adel
onderling werd er hoofsheid ontwikkeld. Men probeerde zich staande te houden door
beleefdheid ipv elkaar de hersen in te slaan. Lodewijk probeerde edelen af te leiden door
feestjes zodat ze geen complotten zouden smeden.
Regime van Lodewijk was er een van oorlog. Oorlog om veilige grenzen en geld. Prestige
was erg belangrijk. Na een aantal nederlagen werd het charisma van Lodewijk minder. Toen
het minder ging wilde Lodewijk weer steun van parlement. In 1688 bleek de afwending van
Lodewijk van de maatschappij een hele onhandige actie.
In Engeland ging het ook fout. Mensen konden geen carriere maken tenzij ze lid waren van de
anglicaanse kerk. Op de lange baan. Belastinginning ook op de lange baan. Gaat helemaal
fout wanneer hij in 1672 een alliantie oorlog met Frankrijk tegen de republiek te voeren.
Karel II wil katholicisme weer terugbrengen in Engeland. Met oorlog tegen protestanten en
contact met Lodewijk ontstaan er complotheorieen. James II is openlijk katholiek. Engeland
bang voor terugkeer naar katholicisme. Ontstaan twee partijen. Wicks en Thories. Gematigde
anglicanen en protestanten sluiten verbond. Men gaat op zoek naar opvolger voor James II.
Komt uit bij Willem III van Oranje. Glorious revolution zorgt ervoor dat James II vlucht.
Willem wordt gekroond. Willem was echter zwakke vorst dus parlement van engeland kon
makkelijk met bill of rights komen waardoor relatie tussen land en koning goed geregeld
werd.
Spaanse succesieoorlogen van 1713 bepalen nieuw beeld van Europa. Franse Bourbons
krijgen Spaanse troon maar mogen deze nooit verenigen met Franse troon. Lodewijk XIV
moet Nederlanden inleveren. Lodewijk is uitgespeeld. Habsburgers erg machtig.
Download