Handig rekenen

advertisement
praktijk
Handig rekenen
De beroemde wiskundige Carl Friedrich Gauss (1777-1855) liet op jonge leeftijd zien
een enorm gevoel voor getallen te hebben. Zo schijnt hij op driejarige leeftijd een rekenfout in het werk van zijn vader te hebben ontdekt en op jonge leeftijd zijn meester verbaasd te hebben door een ontzettend moeilijke som op te lossen. Ga aan de slag met
de rekenformule van Gauss.
Over de wiskundige Gauss gaat het verhaal dat
hij als kind eens een klinkende oorvijg kreeg
van zijn meester. Het ging erom dat de meester
op het bord een som tevoorschijn toverde waarvan hij veronderstelde dat de leerlingen lange
tijd nodig hadden om deze op te lossen. Een
soort zelfstandig werken avant la lettre dus. De
meester dacht genoeglijk achterover te kunnen
leunen en de krant te kunnen lezen, maar daar
kwam niets van, want leerling Gauss stond zeer
snel met het goede antwoord bij de tafel van de
meester.
Optellen
Om welke opgave ging het nu eigenlijk? De
meester stelde de vraag ‘Welk resultaat krijg je
als je de eerste 100 gehele getallen optelt?’
Gauss antwoordde: ‘5050.’ In deze bijdrage
van Praktijk kijken we naar de vraag hoe je
getallen gemakkelijk bij elkaar kunt optellen.
Het gaat hierbij om de gehele getallen. Gauss
is een mooi uitgangspunt om eens aandacht te
besteden aan handig rekenen. We zullen zelfs
een heuse formule introduceren die gebruikt
wordt om reeksen getallen bij elkaar op te tellen. Leerlingen in de bovenbouw zouden deze
wellicht kunnen begrijpen en kunnen toepassen.
Maar voordat we gaan uitleggen wat de
bedoeling is van deze werkbladen, kijken we
eerst kort naar het leven en werk van Gauss.
Wie was Gauss?
Gauss was een beroemd wiskundige die reeds
op jonge leeftijd liet zien een enorm gevoel
voor getallen te hebben. Zo schijnt hij op driejarige leeftijd een rekenfout in het werk van zijn
vader te hebben ontdekt. Zijn vader wilde dat
Carl Friedrich metselaar zou worden, de wiskunde bleek zijn roeping. Maar naast de
wiskunde, waarbinnen hij verschillende stellingen bewees en theorieën ontwikkelde, ontwikkelde hij zich ook in andere wetenschappelijke
disciplines. Landmeting, astronomie en magnetisme zijn hiervan voorbeelden. Ook leverde hij
een formule om de datum van Pasen te berekenen uit het jaartal. Zoals gezegd telde Gauss in
de klas bij zijn meester vliegensvlug een lange
reeks getallen bij elkaar op. In zijn uitleg aan
de meester liet Gauss zien de volgende oplossingsstrategie te hebben gebruikt: als je het eerste en het laatste getal van de reeks bij elkaar
optelt, dan krijg je 1 + 100 = 101. Als je het
tweede getal van de reeks en het voorlaatste
getal bij elkaar optelt, dan krijg je 2 + 99 =
101. Als je het derde getal uit de reeks optelt
bij het op twee-na-laatste getal, dan krijg je 3 +
98 = 101. Zo kun je precies 100 getalparen
maken die bij elkaar opgeteld 101 als antwoord hebben. Hier hoort de som 100 x 101
= 10100 bij. Je hebt echter de getallen uit de
reeks twee keer gebruikt. Dit antwoord moet
worden gehalveerd: 10100 : 2 = 5050.
Hoewel het verhaal mogelijk apocrief is, spreekt
het bij veel mensen tot de verbeelding.
Martin Bootsma is
redactievoorzitter van
JSW en werkzaam op
de Alan Turingschool
Lees verder op pagina 28
JSW 8 april 2017
25
Kopieerblad 1
Optellen als Gauss
1. We beginnen met een makkelijke opdracht ter introductie. Als je alle ogen van een dobbelsteen bij elkaar
optelt, hoeveel ogen heb je dan? Schrijf de som hieronder op:
=
2. Elke dobbelsteen is op dezelfde manier bedrukt met ogen. Tegenover het getal 1 staat altijd het getal 6,
tegenover het getal 2 staat op een dobbelsteen altijd het getal 5 en tegenover de 3 tref je altijd de 4
aan. Je hebt waarschijnlijk het aantal ogen van de dobbelsteen uitgerekend door de volgende som uit te
rekenen: 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 = 21. Bij een dobbelsteen is het nog betrekkelijk eenvoudig om uit te
rekenen wat het totaal is. Maar stel je nu eens voor dat je de getallen van 1 tot en met 50 bij elkaar moet
optellen? Dan ben je wel even bezig. Als je nu kijkt naar de dobbelsteen en je zet de getallen die bij de
ogen horen op een rij en je zet de getallen die aan de andere kant van de dobbelsteen staan eronder,
dan krijg je dit:
1+2+3+4+5+6
6+5+4+3+2+1
7 + 7 + 7 + 7 + 7 + 7 = 42
3. Omdat je nu elke kant van de dobbelsteen dubbel hebt geteld, moet je dit antwoord door 2 delen: 42 :
2 = 21. Het aantal ogen op een dobbelsteen is dus (6x7):2. Misschien zie je niet het voordeel van deze
manier van het uitrekenen van de som. Dat kan. Maar wat nu als je wordt gevraagd om de getallen van
1 tot en met 100 bij elkaar op te tellen? Heb je een idee hoe je dit handig kunt aanpakken? Noteer hieronder je antwoord:
Carl Friedrich Gauss kreeg eens precies deze vraag voorgelegd toen hij ongeveer net zo oud was als jij. De
meester die de som opgaf, dacht een tijdje rustig de krant te kunnen lezen, maar al heel snel stond Gauss
voor hem met het goede antwoord. In zijn uitleg aan de meester liet Gauss zien hoe hij het had aangepakt
– en let op de vergelijking met de dobbelsteen:
1 + 2 + 3 + … + 98 + 99 + 100
100 + 99 + 98 + … + 3 + 2 + 1
101 + 101 + 101 + … 101 + 101 + 101 = 100 x 101 = 10.100
Daarbij heb je elk getal dubbel geteld, aldus Gauss. Dus het antwoord moet gedeeld worden door 2:
10.100 : 2 = 5.050.
26
JSW 8 april 2017
Kopieerblad 2
Nu jij…
1. Kun jij nu op de manier die Carl Friedrich Gauss gebruikte om een lange som uit te rekenen de volgende opgaven uitrekenen?
1 + 2 + 3 + 4 + 5 … 196 + 197 + 198 + 199 + 200 =
Stap 1:
Stap 2:
1 + 2 + 3 + 4 + 5 … 996 + 997 + 998 + 999 + 1.000 =
Stap 1:
Stap 2:
1 + 2 + 3 + 4 + 5 … 999.996 + 999.997 + 999.998 + 999.999 + 1.000.000
Stap 1:
Stap 2:
Uiteindelijk bedacht Gauss
S = 1
+
S = n
+
Dus optellen geeft:
2S = n + 1 +
En dit betekent dus:
2S = n(n + 1)
de somformule om getallen bij elkaar op te tellen. Die gaat als volgt:
2
+
…
+
n–1 +
n
n–1 +
…
+
2
+
1
n + 1
+
…
+
n + 1
+
n+1
2. Kun jij uitleggen in eigen woorden waarom je uiteindelijk deze formule kunt formuleren als je de
getallen van 1 tot en met n bij elkaar moet optellen? 2S = n(n+1) en dus dat S = 1/2n(n+1). Kijk
terug naar de opgaven hierboven en probeer het in je eigen woorden te beschrijven.
je
un
k
s
s
.
gau oaden
nl/
l
.
n
e
lin
ow
-on n 2 d
w
s
j
e
1
w.
lad
ww
Op pieerb
ko
JSW 8 april 2017
27
De somformule
De formule die door Carl Friedrich Gauss is geformuleerd, is afgeleid uit
pagina 25 al is toegelicht, maar die formeel als volgt wordt genoteerd:
S = 1
+
2
+
…
+
n–1
S = n
+
n–1 +
…
+
2
Dus optellen geeft:
2S = n + 1 +
n + 1 +
…
+
n + 1
En dit betekent dus:
2S = n(n + 1)
Dit leidt tot de volgende somformule van Gauss:
de optelling die op
+
+
n
1
+
n+1
© Christian Jensen
Vervolg van pagina 25
Het verhaal over Gauss op p. 25 bevestigt op
enigerlei wijze de kennis van getallen die hij op
driejarige leeftijd al ten toon spreidde. En het is
natuurlijk mooi om te vertellen hoe zo’n ouderwetse schoolfrik in zijn hemd werd gezet door
een uitermate slimme leerling.
De werkbladen
Als leerkracht kun je ervoor kiezen om de les te
starten met het verhaal over Gauss en hoe deze
zijn meester verraste met zijn snelle antwoord.
Omdat we niet weten of deze gebeurtenis werkelijk heeft plaatsgevonden, is het verstandig dit
er even bij te vermelden. Google is namelijk
meedogenloos voor leerkrachten die goede verhalen kennen. Als je vervolgens de som op het
bord schrijft en de leerlingen met elkaar laat
nadenken over de vraag wat het antwoord is,
dan kun je van hieruit een geleide instructie
geven over de aanpak van dit probleem. Ook
kun je ervoor kiezen om dobbelstenen uit te
delen en leerlingen te laten bepalen wat het
totaal aantal ogen van de dobbelsteen is. De
meeste leerlingen komen hier vlot uit door de
volgende som uit te rekenen: 1 + 2 + 3 + 4 +
5 + 6 = 21. Je legt vervolgens aan de leerlingen uit dat dit gemakkelijker kan. De dobbelsteen laat heel mooi zien dat er telkens twee
getallen tegenover elkaar geplaatst zijn die bij
elkaar opgeteld 7 zijn. Op deze manier kun je
op een simpele manier de somformule uitleggen. De leerlingen kunnen meeschrijven op het
kopieerblad (op p. 26), zodat ze bij die uitleg
actief bezig zijn. Vervolgens kunnen nog enkele
opgaven gemaakt worden waarbij het GRIMMmodel wordt gebruikt. De leerkracht controleert
of de leerlingen in staat zijn om de opgaven
28
JSW 8 april 2017
Carl Friedrich Gauss
zelfstandig te maken en te doorgronden wat
Gauss als jonge leerling zelf had ontdekt.
Brutale leerling?
Een andere mogelijkheid is dat leerlingen zelf
ontdekken hoe kleine Gauss dit probleem aanpakte. Via de dobbelstenen komen ze stap voor
stap verder, waarbij ze uiteindelijk worden uitgedaagd om met zeer grote getallen aan de
slag te gaan en erachter te komen dat dit alleen
geldt voor gehele getallen. De werkbladen (op
p. 26 en p. 27) kunnen dan worden gebruikt
binnen het zelfstandig werken. Nog even terug
naar Gauss. Zou hij die draai om zijn oren hebben gekregen, omdat hij zich een brutale leerling toonde of kwam in de oorvijg de frustratie
van de leerkracht naar boven, omdat hij in
Gauss zijn meerdere moest erkennen? Ik denk
het laatste.
Download