Blik van De Beer - Zeggenschap 2006 nr.2 Ban de i-bom Zondagavond, kwart over negen. Tegen m’n gewoonte in kruip ik nog even achter m’n computer. De komende dagen ben ik veel op stap en er zijn een paar zaken die geen uitstel kunnen velen. Dus pas ik een tekst voor de studiegids van volgend jaar aan, schrijf een commentaar op een conceptartikel voor het tijdschrift waarvan ik redacteur ben en maak de powerpointpresentatie af voor de lezing die ik later in de week houd. Voor ik ze per email kan versturen, verwijder ik eerst een lading SPAM en andere overbodige emails omdat ik de limiet van m’n mailbox heb overschreden. Maar dan heb ik in ieder geval m’n toezeggingen nagekomen. De volgende ochtend om acht uur, voor ik vertrek, check ik nog even m’n email. Tot mijn verbazing zijn al mijn emailtjes van de vorige avond al beantwoord. 21:23 Bedankt voor de tekst voor de studiegids. Nog net op tijd! 22:12 Dank je voor het commentaar. Ik zal het aan de auteur van het artikel toesturen. 23:35 Uw presentatie zal in de documentatiemap voor de conferentie worden opgenomen. Kunt u me ook nog even per omgaande een kort CV toesturen? Blijkbaar was ik zondagavond toch niet de enige die achter z’n computer zat … Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft iets meer dan de helft van de Nederlanders het afgelopen jaar wel eens in het weekend, ’s avonds of ’s nachts gewerkt. Dit percentage loopt echter geleidelijk terug. Minister Brinkhorst van Economische Zaken waarschuwt dan ook regelmatig dat we in de concurrentiestrijd met India en China het onderspit zullen delven als we niet bereid zijn langer te gaan werken. Langer te gaan werken? Hoezo, langer werken? Moeten we soms ook zondagnacht nog achter de computer zitten? Dat zie ik de Chinezen en Indiërs nog niet doen! De moderne economie is een kenniseconomie, zo wordt ons voorgehouden. En zo’n kenniseconomie drijft op informatieuitwisseling. Dat doen we dan ook met volle overgave. Naast het emailbombardement zijn we voortdurend bereikbaar via voicemail en SMS. En omdat onze informatiehonger daarmee nog niet gestild is, surfen we over internet en zappen langs de ontelbare tvzenders. Zo worden we, afgezien van de uren dat we slapen, vrijwel permanent bestookt door een bombardement van informatie. Volgens de theorie dat kennis tegenwoordig de belangrijkste productiefactor is, die de traditionele productiefactoren kapitaal en arbeidskracht inmiddels ruimschoots in belang is voorbijgestreefd, zou Nederland een uiterst productief land moeten zijn. Inderdaad behoort Nederland, wat de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur betreft, tot de wereldtop. Maar merkwaardig genoeg is de 1 jaarlijkse stijging van die productiviteit sinds de jaren tachtig sterk teruggelopen. Tussen 1960 en 1980 groeide die nog met gemiddeld vijf procent per jaar, in de twintig jaar daarna was dit nog slechts anderhalf procent per jaar. Laat dat nu net de periode zijn waarin de PC is geïntroduceerd, internet en email opkwamen en de mobiele telefoon aan zijn zegetocht begon … De Amerikaanse econoom Solow heeft dit aangeduid als de computerparadox: je kunt het computertijdperk overal zien, behalve in de productiviteitsstatistieken. De verklaring voor deze paradox zou wel eens gelegen kunnen zijn in het verschil tussen informatie en kennis. PC, internet, email, GSM, SMS, MSN, enzovoorts, zijn fantastische middelen om informatie uit te wisselen. Maar ze zijn volstrekt indifferent als het gaat om de kwaliteit en bruikbaarheid van informatie. SPAM, nep-viruswaarschuwingen, pesterijtjes en kletspraatjes laten zich even gemakkelijk verspreiden als onmisbare gegevens en briljante ideeën. Het exponentieel toenemende aanbod van informatie maakt het de ontvangers – en dat zijn we allemaal – steeds moeilijker om het kaf van het koren te scheiden. Langzamerhand weegt de waarde van de extra nuttige informatie die we dankzij de moderne communicatiemiddelen ontvangen niet meer op tegen de inspanning om die paar spelden in de hooiberg van zinloze informatie te vinden. Het infobombardement is inmiddels zijn optimum ruimschoots gepasseerd en resulteert nu voornamelijk in infostress. Het vervelende is dat je je hieraan als individu alleen kunt onttrekken op straffe van marginalisering. Als je bij de vergadering op maandagochtend als enige de stukken niet hebt gelezen die in het weekend per email zijn verzonden, daal je onvermijdelijk in de pikorde. Als je, tussen alle zinloze emails, een belangrijk voorstel van je baas over het hoofd hebt gezien, verlies je je recht om te klagen dat er met jouw opvatting geen rekening wordt gehouden. Maar ondertussen is de i-bom er wel verantwoordelijk voor dat onze werktijden geen grenzen meer kennen, dat onze werktijd voor een steeds groter deel bestaat uit het schiften van zinloze en zinvolle informatie, en dat onze productiviteit daardoor eerder wordt geremd dan gestimuleerd. Het is een typisch collectieve-actieprobleem, waarbij individueel rationeel gedrag ontaardt in collectieve dwaasheid. Het gevolg is dat iedereen ongewild zijn steentje bijdraagt aan de informatieoverload, waardoor het probleem alleen maar verder toeneemt. Dergelijke sociale dilemma’s zijn alleen op te lossen als we het gedrag van individuen beter coördineren. Bijvoorbeeld door afspraken te maken over de maximale hoeveelheid informatie die ieder mag verzenden. Een i-quotum dus om de i-bom onschadelijk te maken. Hé, wat een leuk ideetje! Snel deze column afmaken om het per email aan wat mensen voor te leggen en om commentaar te vragen! 2