Functionele netwerk aspecten: Sociale steun - Audio

advertisement
Inhoudstafel
1.
De betekenis van persoonlijk netwerken voor
jongeren met een visuele beperking.
2.
Respondenten
3.
4.
Procedure
Analyses en resultaten
5.
6.
Conclusie
Bronnen
1.
De betekenis van persoonlijk netwerken voor
jongeren met een visuele beperking.
Steun ontvangen van personen die deel
uitmaken van persoonlijk netwerk 
bufferwerking voor stress en positieve
invloed op wijze waarop met problemen
wordt omgegaan.
1.
De betekenis van persoonlijk netwerken voor
jongeren met een visuele beperking.
Redenen voor toegenomen aandacht voor
sociale of persoonlijke netwerken en steun:


Ontdekking en bevestiging van mogelijkheid
tot beschermen van gezondheid en voorkomen
van ziekte door sociale bronnen
Nieuwe uitgangspunten voor preventie gericht
op sociale relaties, die een buffer-werking
hebben op stress en helpen gezondheid te
behouden.
1.
De betekenis van persoonlijk netwerken voor
jongeren met een visuele beperking.
Er zijn 2 soorten aspecten
onderscheiden worden in netwerken:

Structurele aspect:
Grootte en samenstelling van persoonlijk
netwerk
 Bereikbaarheid
 Duur van relatie
 Dichtheid


Functionele aspect:
Informatie over kwaliteit van relatie
 Informatie over inhoud van relatie

1.

De betekenis van persoonlijk netwerken voor
jongeren met een visuele beperking.
Persoonlijk netwerk en adolescentie
Tussen 12e en 22e levensjaar waar veel
psychologische en sociale veranderingen
plaatsvinden.
Ouderlijke sociale steun neemt af.
Sociale steun bij vrienden is heel
belangrijk.
1.

De betekenis van persoonlijk netwerken voor
jongeren met een visuele beperking.
Persoonlijk netwerk en jongeren
met visuele beperking
Slechtziende en blinde jongeren in reguliere
onderwijs: integratie heeft positieve
gevolgen. Wisselwerking met elkaar
omgaan.
Maar integratie en normalisatie kan ook
moeilijk zijn en daar is sociale steun van
goed georganiseerd netwerk nodig.
1.

De betekenis van persoonlijk netwerken voor
jongeren met een visuele beperking.
Onderzoek naar persoonlijke netwerken van
blinde en slechtziende jongeren en betekenis
ervan voor adaptatie aan visuele beperking.
Onderzoeksvragen:



Hoe ziet persoonlijk netwerk van adolescenten met
visuele beperking eruit met betrekking tot
structurele en functionele aspecten?
Hangen verschillen in de netwerken van
adolescenten met visuele beperking samen met
geslacht, leeftijd, sociaal economische status,
woonsituatie, afhankelijkheid in mobiliteit en ernst
van beperking?
Wat is invloed van structurele en functionele
netwerk aspecten op welbevinden?
2. Procedure

Instrumenten:




Social Network Map: bevraging naar
netwerkleden, belangrijke personen in acht
sectoren. Wanneer personen in meerdere
sectoren voorkomen, wordt dit opgeteld.
Social Network Grid: informatie over kwaliteit
van relatie met deze belangrijke personen.
Men bevraagt de praktische en emotionele
steun.
Cantrill ladder: algeheel welbevinden. Hier
onderzoekt men de eenzaamheid.
Visuele Funtie Schaal van Weiner: ernst van
beperking meten.
2.
Procedure
Dataverzameling:
Met behulp van face to face interviews waarbij
laptop werd gebruikt. Het gebeurde in hun
thuissituatie zonder aanwezigheid van derden.
Voordelen:



Geautomatiseerde route in vragenlijsten met
complexe structuur
Minder tot geen onbeantwoorde vragen
Automatische controle op range van
antwoordcategorieën
3. Respondenten
Doelgroep bestond uit blinde en
slechtziende adolescenten van 14 tot 24
jaar zonder andere ernstige stoornis of
beperking. Ook enkele non-respons
adolescenten werden aan telefoon even
bevraagd.
4. Analyses en resultaten

Structurele netwerk aspecten

Grootte van netwerk:




Gemiddelde grootte is 15 personen. Kleinste = 2
personen. Grootste = 49 personen.
Kleine netwerken < 12 personen = 41 %
Grote netwerken > 18 personen = 24 %
Samenstelling van netwerk:




Grootste groep netwerkleden: vrienden
Daarna: gezinsleden, familieleden en bekenden van
school en werk.
Vrienden, gezin en familie  basis van netwerk.
Conclusie over samenstelling = jongeren met
visuele beperking verschillen in samenstelling.
4. Analyses en resultaten

Functionele netwerk aspecten:

Sociale steun:




Evenwicht tussen steun krijgen en geven:



Ervaren veel steun van netwerkleden.
Ouders en vrienden zijn meest belangrijke.
Formele netwerk is belangrijker dan familieleden en
broers of zussen.
Krijgen meer steun dan ze geven  steunrelatie is
licht uit balans.
Meest evenwichtige = leeftijdsgenoten en broers of
zussen.
Satisfactie met steun:
 58% is heel erg tevreden met steun die ze krijgen.

Niemand is echt ontevreden.
4.

Analyses en resultaten
Structurele en functionele netwerk verschillen en
respondent kenmerken

Multiniveau-analyse van structurele netwerk
verschillen:



Bij vrouwen blijkt netwerk vrienden groter te zijn
dan bij mannen.
In een voorziening zitten geeft je een groter
netwerk.
Analyse van functionele netwerkverschillen:



Vrouwen ervaren meer steun en ook meer tevreden
over steun dan de mannen.
Jongeren die zelfstandig wonen ervaren minder
steun.
Ouderen zijn minder tevreden over hun steun dan
jongeren.
4.

Analyses en resultaten
Invloed van structurele en functionele
netwerk aspecten op welbevinden en
eenzaamheid

Welbevinden en eenzaamheid:
 Netwerkaspecten zijn zeer duidelijk van
belang voor het welbevinden va jongeren met
een visuele beperking.
5.
Conclusie
Vanwege gevolgen van visuele beperking
voor communicatie en relaties met andere
persoenen, en vanwege het feit dat
netwerkaspecten belangrijk zijn voor het
welbevinden van jongeren met een visuele
beperking, is kennis en begrip over
persoonlijke relaties van blinde en
slechtziende jongeren essentieel voor een
juiste ondersteuning en opvoeding van en
onderwijs aan deze groep.
6.
Bronnen
Habekothé, H.T., Hox, J.J. & Kef, S. (1998).
Jongeren met een visuele beperking:
persoonlijk netwerk en welbevinden.
Nederlands Tijdschrift voor Opvoeding,
Vorming en Onderwijs, 14(4), 200-219.
Download