gevraagd advies inkoop WMO en Jeugd Nijmegen 29

advertisement
College van burgemeester en wethouder
Postbus 9105
6500 HG Nijmegen
Onderwerp: gevraagd advies inkoop WMO en Jeugd
Nijmegen 29 mei 2017
Geacht college,
De adviescommissie heeft uw stukken ten aanzien van de gunningscriteria voor de inkoop en WMO
en Jeugd ontvangen en bestudeerd. Het moet een heel werk geweest zijn om de wensen van alle
betrokkenen op elkaar af te stemmen. Wij herkennen veel van de geuite wensen in de
gunningscriteria.
Voordat we inhoudelijk ingaan op de gunningscriteria willen we een aantal algemene opmerkingen
plaatsen.
Hoofddoelstelling van de transitie was om dicht bij de burger te staan en onnodige bureaucratie te
voorkomen. Zowel voor burgers met een ondersteuningsvraag als voor zorgaanbieders is de
bureaucratie daarentegen sterk toegenomen. Zie hiervoor de RPE-rapportage over ervaringsverhalen
van burgers met een complexe hulpvraag. De gemeente kan daar niet altijd wat aan doen, maar we
merken op dat hier sprake is van een paradoxale situatie.
Om deze reden wordt in een aantal gemeenten (bijvoorbeeld in Woerden en Rotterdam)
geëxperimenteerd met integrale leef- en ondersteuningsplannen en één centrale regisseurambtenaar die met alle financiers, ondersteunende instanties en gemeentelijke afdelingen achter de
schermen (backoffice) formele en financiële zaken regelt.
De burger met de ondersteuningsvraag wordt daardoor niet extra belast en kan zich richten op zijn
kwaliteit van leven en deelname aan de samenleving. Dat was eigenlijk de grondslag van de transitie.
Wij adviseren u dringend om dit uitgangspunt nog eens te toetsen aan de ontstane situatie, speciaal
voor burgers en gezinnen met een meervoudige ondersteuningsvraag.
Wij zijn gekomen tot de volgende inhoudelijke opmerkingen en adviezen:
Criterium 1: Hulpverleningsplan voldoet aan de eisen
1. We adviseren u de term ‘cliënt’ te vervangen door ‘burgers met een ondersteuningsvraag’.
2. Het begrip hulpverleningsplan is niet gangbaar en een achterhaald begrip. Wij adviseren om
in plaats van hulpverleningsplan te spreken van een integraal leef- en ondersteuningsplan.
1
3. Criterium 1, nummer 3, adviseren wij om toe te voegen: aansluitend bij wensen en
mogelijkheden van de burger met een ondersteuningsvraag.
4. Bij de criteria (onder de opsomming 1 t/m 4) wordt gesproken over een analyse van de
leefdomeinen. Dat klinkt wat statisch. Het zou mooi zijn als die analyse niet alleen gekoppeld
kan worden aan de bestaande situatie, maar ook de gewenste situatie in beeld wordt
gebracht. Daar zijn bij zorgaanbieders instrumenten voor ( bijvoorbeeld: Die Ken ik, Meedoen
in de samenleving, inclusietrainingen).
Criterium 2: Bereik en participatie specifieke doelgroepen
6. Bij het criterium 2 wordt gesproken over Inclusie. Hierbij moet verwezen worden naar het
VN-verdrag over de rechten van mensen met een handicap. Dit verdrag wordt hier ten
onrechte niet genoemd, terwijl het wel het uitgangspunt is om mee te kunnen doen in de
samenleving.
7. U noemt kwetsbare doelgroepen met hun uitdagingen. De uitdagingen betreffen ook burgers
met verschillende handicaps, zoals burgers met een lichamelijke, verstandelijke en/of
psychische beperking. Wij adviseren u dat deze groepen in de opsomming worden
meegenomen.
Criterium 3: Betaalbaarheid
8. Het criterium en de daaronder geformuleerde sub-criteria worden door de adviescommissie
volledig onderschreven. Wel benadrukken wij de zinsnede ‘licht waar kan’. Zoals hier
geformuleerd kan afschaling als dwingende opdracht worden opgevat, maar dit kan alleen
een opdracht zijn in het licht van reële mogelijkheden en het waarborgen van de kwaliteit
van de geboden ondersteuning
Criterium 4: Duurzaamheid
9. Het criterium duurzaamheid wordt door de adviescommissie volledig onderschreven met
de aanbeveling om niet over aantallen personeel te spreken, maar over het percentage
werknemers dat vertrekt in één jaar ten opzichte van het totale personeelsbestand.
10. Wij adviseren de zin ‘verloop wordt gezien als indicatie voor de arbeidskwaliteit’ te
vervangen door ‘veel verloop wordt gezien als een contra-indicatie voor de arbeidskwaliteit’.
11. Naast onze adviezen over de gehanteerde hoofd- en sub-criteria heeft de adviescommissie
nog een advies over de inspraak van burgers met een ondersteuningsvraag. Bij inspraak van
burgers met een ondersteuningsvraag gaat het niet alleen om raden, maar om alle burgers
met een ondersteuningsvraag waardoor deze burgers ook voorafgaande aan besluiten van
zorgaanbieders de mogelijkheid hebben mee te denken in beleid. Daarnaast gaat het om
allerlei vormen van inspraak, zoals: panel- en spiegelgesprekken, 360-graden feedback,
audits, cabaret etc.
Tot slot hebben we nog een opmerking bij het programma van eisen, bij punt 35.1:
‘Indien de cliënt na afloop van een maatwerkvoorziening deze voortgezet wil hebben, moet deze dit
minimaal 8 weken voor afloop van de beschikking aangeven bij het wijkteam. De Opdrachtgever kan
de cliënt hierbij helpen’.
Wij adviseren opnieuw dringend om cliënten actief te herinneren aan het aflopen van de termijn.
2
Zowel voor dit punt als ons dringende advies om te werken met integrale leef- en
ondersteuningsplannen en één centrale regisseur-ambtenaar (experimenten Rotterdam en
Woerden), verwijzen we naar het recent verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor
het Regeringsbeleid ‘Weten is nog geen doen’.
De overheid hanteert een ‘rationalistisch’ perspectief; zij gaat er veel te gemakkelijk vanuit dat
burgers zichzelf kunnen redden en de informatie die hun wordt aangereikt probleemloos in de juiste
actie kunnen omzetten.
De WRR pleit voor een ‘realistisch’ perspectief: niet alle burgers zijn hiertoe in alle omstandigheden
in staat. Er gaapt een kloof tussen wat van burgers wordt verwacht en wat zij aankunnen. Dat kan te
maken hebben met ongeletterdheid of een geringe intelligentie. Maar ook goed opgeleide mensen
kunnen in de knel komen vanwege vermijdingsgedrag, stressvolle situaties of onvermogen in actie te
komen, het hoofd koel te houden en door te zetten bij tegenslag. De WRR introduceert het begrip
‘doenvermogen’: de vaardigheid om te kunnen plannen, het initiatief te nemen tot de juiste actie en
niet toe te geven aan verleidingen. Omdat lang niet iedereen over dit pakket van vaardigheden
beschikt, zo concludeert de WRR, ligt de lat in de participatiesamenleving hoog. Wij vragen u hier als
gemeente rekening mee te houden.
Hoogachtend,
namens de adviescommissie JMG,
Christianne Bongers
voorzitter
Frank Eliëns
secretaris
Adviescommissie JMG
t.a.v. Frank Eliëns M010
postbus 9105
6500 HG Nijmegen
[email protected]
3
Download