Wat is er bereikt? Waar gaan we heen? Wat is daarvoor

advertisement
f
um
fOORum | TIJDSCHRIFT VOOR DE ONDERWIJS- EN OPLEIDINGSREGIO LEIDEN | juni 2013, nr. 5
OVER DE GRENS
Cor de Kroon over Australië
CURRICULUMHERZIENING
De nieuwe masterfase
COLUMN Jakob de Mol
Waar zouden we zijn zonder zakken?
2,5 jaar
The
man
umm
er
O
O
LeideR
n
Wat is er bereikt? Waar gaan we heen?
Wat is daarvoor nodig?
inhoud | f OOR um, juni 2013
4
6
8
10
OOR Leiden 2.0
PLEIDERS EN AIOS Op weg naar
O
competentere dokters
OC’S Opleiden is nu een taak van het hele
C
team
NDERWIJSKUNDIGEN Opleiden en werken
O
gaan in één moeite door
URRICULUMHERZIENING IN PROGRESS
C
Meer ruimte voor discussie en debat
12ONDERWIJSDECAAN Opleiden houdt het
ziekenhuis scherp
14OVER DE GRENS Hoe verwondering je een
betere dokter maakt
16
voorwoord
COLUMN Jakob de Mol
fOORum, juni 2013
Jaargang 3, nr. 5
Oplage: 4500
fOORum is het halfjaarlijks tijdschrift van en voor coassistenten, semi-artsen,
artsen (niet) in opleiding tot specialist en opleiders en stafleden van vakgroepen
en maatschappen in de Onderwijs- en Opleidingsregio Leiden. Daarin nemen deel:
Leids Universitair Medisch Centrum, Diaconessenhuis Leiden, Rijnland Ziekenhuis,
HagaZiekenhuis, Medisch Centrum Haaglanden, Bronovo, Groene Hart Ziekenhuis,
Reinier de Graaf Gasthuis, Apotheek Haagse Ziekenhuizen, Rijnlands Revalidatiecentrum,
Sophia Revalidatie, LangeLand Ziekenhuis.
Abonneren
Een abonnement op fOORum is kosteloos. Wilt u het blad voortaan ook ontvangen
of een proefexemplaar opvragen? En/of u abonneren op de digitale nieuwsbrief?
Stuur dan een mail met uw verzoek, uw huidige status of functie en uw adresgegevens
naar [email protected]. Adreswijzigingen s.v.p. naar ditzelfde adres.
Kernredactie (leden redactieraad)
Machteld Bouman (bureau Bouman), Arnout Jan de Beaufort (kinderarts, Directoraat
Onderwijs en Opleidingen-DOO/LUMC), Mandy Boere (managementassistent, DOO/
LUMC), Auk Dijkstra (onderwijskundig adviseur OOR Leiden), Joep Dörr (hoogleraar
Medische Vervolgopleidingen LUMC, gynaecoloog Medisch Centrum Haaglanden,
voorzitter Regionale Opleidingscommissie OOR Leiden, voorzitter redactieraad),
Agnes Kerckhoffs (regiocoördinator medische vervolgopleidingen LUMC), Jørgen
van Overbeek (directeur HagaAcademie HagaZiekenhuis)
Overige leden redactieraad
Leon Aarts (anesthesioloog LUMC), Zaïda Koeks (aios neurologie, afgevaardigde
Vereniging van Arts-Assistenten VAA), Hans van Huisseling (gynaecoloog Groene
Hart Ziekenhuis Gouda), Patty Kuiper (coassistent, lid Leidse Co-Raad)
Concept en realisatie
Machteld Bouman (bureau Bouman tekstproducties)
fOORum gaat op de schop
Dit is de laatste fOORum in deze vorm. Houd
www.oorleiden.nl in de gaten en abonneer u
op de digitale nieuwsbrief. Zodra er meer bekend
is, kunt u daar lezen wat er voor dit blad in de
plaats komt en wanneer u die nieuwe uitgave
tegemoet kunt zien. Wij houden u op de hoogte!
Aan dit nummer werkten mee
Dick Duynhoven, Linda Groothuijse, Jakob de Mol, Jos Overbeeke, Masja de Ree
Fotografie:
Marc de Haan, Arno Massee, Frank Ruiter, Arthur Vahlenkamp
D
e afgelopen jaren is er in de
Leidse OOR veel bereikt. Er is
een hechte overlegstructuur
van bestuurders, COC-voorzitters en
leerhuismanagers, er zijn onderwijskundigen in dienst van de OOR en
werkzaam in alle OOR-ziekenhuizen,
kwaliteitssystemen (D-RECT en EFFECT) zijn online voor alle ziekenhuizen beschikbaar, de communicatie is
ingevuld met een eigen website (www.
oorleiden.nl), het blad fOORum en digitale nieuwsbrieven, er zijn TtT- en CATcursussen voor opleiders en stafleden,
er is OOR-breed, disciplineoverstijgend
onderwijs en OOR-brede toegang tot
de digitale Walaeus Bibliotheek. Een
greep uit de activiteiten die de OOR
Leiden inhoud hebben gegeven.
Vooruitlopend op de conferentie OOR
Leiden 2.0 van 24 juni 2013 stip ik alvast een aantal ontwikkelingen en
kansen tot verbeteringen aan.
Het accent van de samenwerking in
OOR-verband ligt nu in de opleiding
van medisch specialisten. Met de
komst van het nieuwe mastergedeelte
van de geneeskundeopleiding ontstaan
er mogelijkheden tot een nauwere
samenwerking in de opleiding van coassistenten.
Een grote uitdaging is om het competentiegerichte opleiden te implementeren. Zo moeten we ons afvragen of
het traditionele, disciplineoverstijgend
onderwijs voor onze aios wel de meest
geschikte en efficiënte manier is om
Art direction en layout
Sandra van Merode
drukwerk
Van Aalst Printmanagement / www.printmanagement.nu
Contact
Reacties op dit nummer zijn van harte welkom. Graag met naam en toenaam mailen
naar [email protected].
Foto: Frank Ruiter
Op de cover: het onderwijskundig team van de OOR Leiden (foto: Marc de Haan, zie pagina 8).
fOORum is een uitgave van de OOR Leiden. Niets uit deze uitgave mag worden
gereproduceerd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze
dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.
2
| foorum | Zomer 2013
algemene competenties als communicatie, samenwerken en maatschappelijk
handelen in de vingers te krijgen. Online kennisoverdracht, blended learning,
een combinatie van e-learning en contactonderwijs, een directe verbinding
van het leren van algemene competenties met de werkvloer, zijn waarschijnlijk
betere methoden.
Met de nieuwe bachelor- en masteropleiding wordt een continuüm in het
opleiden en toetsen van competenties
met de vervolgopleidingen gecreëerd.
Door vroeg in de geneeskundestudie
te beginnen met het opleiden in de
zeven CanMEDs-competenties zullen
studenten en vervolgens aios zich de
CanMEDs-rollen als dokter gemakkelijk eigen kunnen maken.
Concentratie en spreiding van medischspecialistische zorg in de regio zal de
opleiding van aios meer en meer een
regionale aangelegenheid maken. De
aios volgt de opleiding in meerdere
klinieken of instellingen, waardoor een
goede afstemming extra belangrijk
wordt.
De controle op de kwaliteit van de
medisch-specialistische opleidingen
zal steeds meer een interne aangelegenheid worden. Het ligt voor de
hand dat (regionale) interne visitaties
een belangrijk onderdeel worden van
de traditionele, externe opleidingsvisitaties.
Ook zal er een oplossing gevonden
moeten worden voor de inrichting van
f
um f
TijdschrifT voor de onderwijs- en opleidingsregio leiden | Mei 2011, nr. 1
CanMedS ook in
het basiscurriculum
gevolgen afschaffing
numerus fixus
oor leiden
werkt hard aan haar
kroonjuwelen
Friedo dekker houdt
van dwarse denkers
leergierigheid scoort
een goede coassistent
geeft grenzen aan
dokters zijn feilbaar
en dat mag
Hoe gaat dat,
vernieuwen?
360° feedback in de opleiding:
zegen of zorg?
f
TijdschrifT voor de onderwijs- en opleidingsregio leiden
um
TijdschrifT voor de onderwijs- en opleidingsregio leiden | december 2011, nr. 2
Glen Bandiera:
‘Met de invoerinG van CanMedS
zitten we op het Goede Spoor’
um f
| juni 2012, nr. 3
leren met een iPad
op schoot in het
HagaZiekenhuis
um
fOORum | DECEmBER 2012, nR. 4 | TIJDSCHRIfT VOOR DE OnDERWIJS- En OPLEIDInGSREGIO LEIDEn
met patiëntencontact kun je
niet vroeg genoeg
beginnen
CanmeDs?
CanBetter
samenwerken loont,
ook voor de solodokter
ziekenhuis zoekt
generalist
Zorgconcentratie: hoe
houden we overzicht?
Spoedplein ook
een zegen voor
het onderwijs
opleiden nieuwe stijl:
het definitieve einde
van de hork
eFFeCt-meting
heeft effect
Aiosko neurologie BeAtrijs Wokke:
'leer ons orgAniseren en sAmenWerken'
Suzanne Booij & wouter moojen:
'Bezuinigen moet, maar
niet lukraak!
Op www.oorleiden.nl vindt u
voorgaande nummers van
fOORum. En alle recente
informatie uit de Onderwijs- en
Opleidingsregio Leiden over
het basiscurriculum, de
medische vervolgopleidingen,
cursussen voor opleiders en
aios en nog veel meer.
Benieuwd?
Kijk op www.oorleiden.nl!
het dienstverband van de aios, omdat
zij meerdere malen tijdens hun opleiding
van opleidingsinstelling zullen wisselen. In mijn ogen kan deze gevonden
worden in één regionale of landelijke
werkgever. De huisartsen hebben al
ervaring met dit model.
Kortom, aanleidingen en mogelijkheden genoeg om de opleidingen in de
OOR Leiden aan te passen, verder te
ontwikkelen en nóg beter te maken.
Samen - LUMC en de partnerziekenhuizen - hebben we de ambitie de beste
opleidingen in Nederland te realiseren.
De conferentie OOR Leiden 2.0 zal
hieraan bijdragen!
JOEP DÖRR
Regionale Opleidingscommissie
OOR Leiden
Zomer 2013 | f oorum |
3
reportage
de opleiders & de aios
reportage
Eind 2015 moet het competentiegerichte opleiden in de zeven CanMEDs-rollen volledig zijn geïmplementeerd
in de opleiding van medisch specialisten. Veel specialismen en opleiders zijn al een heel eind op weg, anderen
staan nog aan het begin van de modernisering. fOORum maakt een rondgang langs een drietal ziekenhuizen
binnen de OOR Leiden. Hoe ver zijn ze? Bevalt de vernieuwing of zijn er nog verbeterpunten?
Op weg naar
competentere dokters
door LINDA GROOTHUIJSE
Van artsen wordt verwacht dat zij
niet alleen medisch kunnen handelen,
maar ook competent zijn op het gebied
van samenwerken, communicatie, organisatie, professionaliteit, kennis en wetenschap en maatschappelijk handelen.
Naast de invoering van competentiegerichte opleidingsprogramma's hebben
onderwijskundige fenomenen zoals
portfolio’s, Individuele Opleidingsplannen (IOP), Korte Praktijk Beoordeling
(KPB) en Critical Appraisal of a Topic
(CAT) hun intrede gedaan. Het oude
meester-gezel model heeft de afgelopen
tweeënhalf jaar plaats gemaakt voor
een moderne opleidingsvariant, waarbij
een grote plaats is ingeruimd voor de eigen verantwoordelijkheid van de aios
met betrekking tot het leerproces. Er
wordt meer gerichte feedback gegeven
en opleiders en opleidingsklimaat worden nu beoordeeld door de aios. Al deze
ontwikkelingen vereisen een cultuuromslag die uiteraard niet vanzelf tot
stand komt. Vanuit de OOR Leiden
worden diverse activiteiten ondernomen
om de implementatie van de medische
vervolgopleidingen te ondersteunen.
LUMC
• Volgens Roeland Veenendaal,
opleider Maag-Darm-Lever (MDL),
verloopt het merendeel van de modernisering binnen zijn specialisme volgens
schema. 'De Nederlandse Vereniging van
MDL-artsen is zeer actief. Zo'n 60% is
4
| foorum | Zomer 2013
volledig bij, de overige 40% loopt maximaal een half jaar achter. Ook vanuit de
Leidse OOR is er ondersteuning: de regionale opleidingsplannen zijn onderling
afgestemd en er is een onderwijskundige
beschikbaar gesteld die de moderniseringsplannen helpt implementeren. Voor
de docentprofessionalisering zijn er
trainingen beschikbaar, zoals Teach The
Teachers, CAT en Non-Technical Skills.'
Wat zijn volgens de opleider de verworvenheden van de modernisering? 'De
aios wordt beter en systematischer beoordeeld, waardoor de feedback veel inhoudelijker en to-the-point is. Er is meer
structuur doordat er bewust langs
bewaakte en gecontroleerde momenten
naar een concreet doel wordt toegewerkt.
Het nieuwe opleiden geeft de garantie
dat de afgeleverde specialist aan de be-
oogde eindtermen voldoet.' Maar volgens
Veenendaal moeten de vervolgopleidingen niet te bureaucratisch worden. 'Er
moet balans zijn tussen supervisie, feedback geven en ruimte voor zelfstandig
invulling geven aan de opleiding. Opleiden mag niet ontaarden in betuttelen.'
• Herman Wunderink, vierdejaars aios Medische Microbiologie,
vindt dat zijn opleiding een kwaliteitsslag heeft gemaakt. 'Nieuwe technische
ontwikkelingen dragen bij aan de kwaliteit en een verbeterde efficiency van de
opleiding. Ons lab is geautomatiseerd en
er is vakinhoudelijk meer aandacht.' Onlangs vulde Wunderink zijn eerste beoordeling in over de supervisoren en het
opleidingsklimaat met de beoordelingsinstrumenten EFFECT en D-RECT.
'Hierdoor houd je elkaar scherp en de opleiders reageren sportief op kritiek.' Wat
zou de kwaliteit van zijn opleiding nog
verbeteren? 'Het zou fijn zijn om het portfolio digitaal in plaats van op papier bij te
houden. En helaas wordt er momenteel
nog niet gewerkt met een IOP. Naar mijn
idee geeft dat meer houvast tijdens de
voortgangsgesprekken.' Volgens de aios
wordt hij dankzij het nieuwe opleiden beter voorbereid op zijn toekomstige functie. 'Doordat er vaker geëvalueerd wordt,
kun je eerder en gerichter aan je verbeterpunten werken. Ook voelen opleiders
zich meer betrokken, waardoor zij meer
openstaan voor contactmomenten.
Daarnaast ben je dankzij het CanMEDs-model meer bewust van je eigen
competenties.'
HagaZiekenhuis
• Hanneke Feitsma, plaatsvervangend opleider Gynaecologie:
'Het specialisme Gynaecologie is als een
van de pilotspecialismen voorloper op
het gebied van de modernisering. In ons
lokale opleidingsplan is de opleiding
opgesplitst in vijf modules, waarvan de
focus van zowel de theorie als de praktijk
ligt op verloskunde, oncologie en chirurgie, algemene gynaecologie en fertiliteit,
bekkenbodem en seksualiteit. Tijdens
deze modules worden de aios begeleid
door een supervisor die gespecialiseerd
is in een van deze aandachtsgebieden.'
De zeven competenties zijn in iedere module verweven. 'Neem een slechtnieuwsgesprek bij een vrouw met een hoog risico zwangerschap. Daar zijn onder meer
de competenties communicatie, professionaliteit en medisch handelen belangrijk.' Als groot verschil met vroeger
noemt Feitsma de aanpak: ‘Voortaan
wordt de voortgang in de hele opleidersgroep besproken. Hierdoor ontstaat er
een breder beeld over de aios.' Met het
nieuwe opleiden worden volgens Feitsma bewustere leer- en evaluatiemomenten gecreëerd. 'Hierdoor stijgt de leercurve aanzienlijk sneller.' Ook het IOP
noemt de plaatsvervangend opleider een
grote verbetering. 'Als iemand opgeleid
is tot arts-echoscopist, dan is het zonde
om de aios een half jaar basisecho's te
laten maken. Met een IOP kun je veel beter gebruik maken van diens kennis en
mogelijkheden.' En de nadelen? 'Er zijn
minder praktijkuren. Ook als gevolg van
het werktijdenbesluit loopt het aantal
vlieguren terug. De ondergrens van het
aantal praktijkuren dient goed bewaakt
te worden.'
• Irene Lindenburg, tweedejaars
aios Gynaecologie, noemt het CanMEDs-model een vooruitgang. 'Ik vind
het een goede ontwikkeling dat je niet
alleen op je medisch handelen wordt beoordeeld.' Ook het werken met de modules bevalt de aios. 'Het is zeer overzichtelijk dat je als aios een eigen module hebt.
Daarnaast is het prettig dat je onderling
kunt overleggen en zo nodig taken kan
verdelen en dat je continuïteitszorg voor
de patiënt hebt.’ Lindenburg ziet de vereiste scores van de BOEG (Bezinning
Op Eindtermen Gynaecologen) als een
uitdaging. ‘Er moeten veel competenties
behaald worden volgens een strak schema, maar men kijkt ook verder dan alleen het portfolio. Uiteindelijk draait het
om hoe je in de praktijk functioneert.’
MC Haaglanden
• Wat is volgens Sven Meylaerts,
opleider Chirurgie, kenmerkend aan
het nieuwe opleiden? 'Het aantal feedbackmomenten is vertienvoudigd. Zo
maken we bijvoorbeeld video-opnames
van een aios tijdens de poli. Deze beelden
worden vervolgens besproken. Maar voor
een aios die “goed door de opleiding heen
fietst”, is de hoeveelheid feedbackmomenten en beoordelingen te veel. Voor
een aios die minder presteert, is het
zeker zinvol om tijdig bijgestuurd te
worden.' Ook noemt Meylaerts de grote
registratielast. 'Helaas wordt hier geen
extra tijd en geld voor vrijgemaakt. Hierdoor kom je weleens in tijdnood.' Het
aanleren van de algemene competenties
wordt verweven in diverse opleidingsmomenten. 'Maar ze zijn niet even makkelijk
om te beoordelen. Bij de competentie
medisch handelen en professionaliteit
gaat dat beter dan bij maatschappelijk
handelen.' Volgens de opleider is er veel
discussie rondom de nachtdiensten.
'Zitten hier wel genoeg leermomenten in?
In ons traumacentrum is dat wel zo,
aangezien er hier veel heftige casussen
zijn. Maar voor een klein perifeer ziekenhuis ligt dat vaak anders. En doordat
werktijden aan banden zijn gelegd, lopen
de aios een leerzame dagdienst mis.'
Volgens Meylaerts beginnen aios dankzij
de modernisering beter voorbereid aan
alle onderdelen van de opleiding. ‘Er
wordt meer rendement behaald uit de opleidingsmomenten waardoor de leercurve sneller stijgt. Maar uiteindelijk zien de
aios minder patiënten.'
• Melissa Kerkhof, tweedejaars
aios Neurologie, volgde het eerste jaar
van haar aios-opleiding in het Groene
Hart Ziekenhuis in Gouda. 'Het nieuwe
opleiden was daar al goed ingevoerd. Nu
ik terug ben in het MC Haaglanden merk
ik duidelijk dat er veranderingen hebben
plaatsgevonden.' Het werken met een
portfolio vindt de aios overzichtelijk. 'Je
kunt zien wat er van je verwacht wordt
en wat je nog moet laten aftekenen. Wat
meer ruimte in het portfolio zou echter
fijn zijn. Nu is er wel heel specifiek vastgelegd waar je op beoordeeld wordt.'
Kerkhof heeft in het Groene Hart een
positieve ervaring opgedaan met de 360°
feedback. 'Ook verpleegkundigen en
secretaresses gaven mij een beoordeling.
Een opleider kijkt toch voornamelijk
medisch-inhoudelijk en naar communicatie, de rest naar andere aspecten. Dit
vind ik heel nuttig: het geeft een goede
indruk van hoe je op de afdeling functioneert. Bovendien hoort het ontvangen
en geven van feedback ook bij je professionaliteit. Het is belangrijk dat er meer
openheid tussen je collega's ontstaat.' <
Zomer 2013 | foorum |
5
de coc-voorzitters
reportage
Spin in het web van de modernisering van de vervolgopleidingen zijn de COC’s, de Centrale Opleidingcommissies.
Kunnen de COC’s hun nieuwe taken goed aan? Wat heeft invoering van de CanMEDs voor hen voor consequenties
gehad? Twee voorzitters uit de regio vertellen over hun ervaringen.
Opleiden is nu een taak
van het hele team
door JOS OVERBEEKE | foto’s ARNO MASSEE
Het begeleiden van aios is met
der en je moet het goede voorbeeld
de komst van de CanMEDs behoor- geven. Aios willen weten waarom je
lijk veranderd. Vroeger was de scho- iets doet, ze komen met alternatieven,
ling tot medisch specialist een zaak
en maken je zo bewust van je handevan meester en gezel. Als de leraar
len’, zegt Van der Pol.
vond dat de leerling zich voldoende
Van der Pol is ervan overtuigd dat de
had ontwikkeld, dan was de opleiding
patiëntenzorg er beter door wordt als
klaar. Veel zaken bleven impliciet en
er aios in een ziekenhuis rondlopen.
werden niet benoemd.
Daarom werd hij ook COC-voorzitter:
Met de CanMEDs zijn veel punten nu ‘Ik wilde altijd dat het Rijnland Ziekenuitvoerig omschreven en geëxplici- huis meer zou zijn dan een productieteerd: een opleidingsplan
geeft aan wat een aios moet
kunnen en weten. Evaluaties van opleidingstrajecten zijn verplicht, en met
de uitkomsten moet iets
worden gedaan. De opleider ten slotte moet zich
bijscholen om de nieuwe
competenties te kunnen
overdragen.
Jan van ’t Wout, internist
in het Bronovo, en Ruud
van der Pol, oogarts in het
Rijnland Ziekenhuis, zijn
blij met de vele aios in hun
ziekenhuis. In het Bronovo
lopen er zo’n 25 rond, in
het Rijnland Ziekenhuis 55.
Beiden zijn voorzitter van
de COC van hun ziekenhuis.
‘Aios kosten tijd, maar maken ook dat je meer patiënten kunt aannemen’, zegt
Van ’t Wout. ‘Aios houden je
Jan van ’t Wout, internist in het Bronovo
scherp. Je bent kwetsbaar6
| foorum | Zomer 2013
ziekenhuis, dat we meer aandacht
zouden besteden aan de opleidingen.’
Toen de voorzittersstoel vrijkwam
ging hij de uitdaging aan om het opleidingscentrum verder uit te bouwen en te professionaliseren. En dat
terwijl hij zelf, als oogarts, maar één
aios onder zijn hoede heeft. ‘Zeven
van onze disciplines verzorgen nu een
vervolgopleiding, en dat aantal willen
we graag verder uitbreiden.’
Internist Van ’t Wout benoemt
een belangrijke inhoudelijke
verbetering: ‘Vroeger volgde
je een aios op enige afstand,
je kwam er vooral bij als hulp
nodig was. Nu ben je vaker
bij het patiëntencontact aanwezig. Je ziet hoe een aios
het doet en kunt direct feedback geven.’
Een andere verandering is
dat vroeger één opleider
verantwoordelijk was voor
de scholing van een aios. Nu
wordt opleiden gezien als
een taak van het hele team:
van artsen, aios en anios.
Eén van de artsen blijft
eindverantwoordelijk voor
de opleiding.
Rompslomp
Keerzijde van de modernisering is dat het takenpakket van de COC’s behoorlijk
is uitgebreid. Algemeen gesteld: een COC moet zorgen
voor een hoogstaand en veilig leerklimaat. De COC is
waakhond en initiator. Concreet: een COC moet steeds
Ruud van der Pol, oogarts in het Rijnland Ziekenhuis
een aantal punten langslopen. Om te beginnen het
opleidingsplan. Op landelijk niveau
wordt een lijst van eindtermen opgesteld. Iedere regio vertaalt deze naar
zijn eigen gebied, en ten slotte bepaalt
een COC samen met de opleidingsvakgroepen de consequenties hiervan
voor het ziekenhuis.
Ten tweede is een COC verantwoordelijk voor de afname van de evaluaties
D-RECT en EFFECT-vragenlijsten, en
voor de jaarplannen die hieruit moe- aparte commissie, het Bronovo een
ten voortvloeien. COC’s bereiden ook
onderwijscoördinator.
de visitaties voor, en in de toekomst Alles bij elkaar is dat behoorlijk wat.
komen daar de 360-graden-beoorde- ‘Het schiet wel eens door’, vinden zolingen bij. Hierin spreken behalve de
wel Van ’t Wout als Van der Pol. ‘Soms
opleiders ook de verpleegkundigen, wordt de regelgeving erg bureaucrapatiënten en secretaresses zich uit
tisch en formalistisch. Het geeft heel
over een aios.
wat administratieve rompslomp.’ Het
Verder is de COC eindverantwoorde- is één van de redenen dat het opleiden
lijk voor de taken van de tientallen
nu meer tijd kost dan vroeger. Ondercoassistenten en semiartsen in het
steuning bij de administratie lijken de
ziekenhuis: studenten die de artsen
COC’s goed te kunnen gebruiken. Om
geen zorg uit handen nemen, maar
die reden heeft het Bronovo al beslodie wel aandacht vragen. Het Rijn- ten niet langer elk evaluatieformulier
land Ziekenhuis heeft voor hen een
punt voor punt in te vullen. Overigens
'Aios willen weten waarom
je iets doet, ze komen met
alternatieven, en maken je zo
bewust van je handelen’,
krijgen de COC’s vanuit de
OOR Leiden wel onderwijskundige ondersteuning.
De leden van COC’s zijn niet
alleen opleiders en vertegenwoordigers van de aios
en de Raad van Bestuur,
maar ook specialisten, die
zelf geen assistenten in opleiding hebben. ‘Want alle
artsen in een ziekenhuis
hebben met de aios te maken, ook de artsen die niet
opleiden’, zegt Van ’t Wout.
Op hun beurt nemen alle
COC-voorzitters van de regionale ziekenhuizen deel
in de ROC, de Regionale
Opleidingscommissie. En
dan heeft elk specialisme
ook nog zijn eigen regionaal overleg.
Een dichte structuur van
commissies dus. Maar dat
heeft z’n voordelen, vindt
Van der Pol: ‘Het levert
korte lijnen op met collega’s, en deze komen de
opleiding en de patiëntenzorg ten goede.’
Sommige zaken regelt de
COC niet zelf. ‘De regionale commissie bepaalt hoeveel aios een ziekenhuis per discipline
krijgt toegewezen’, zegt Van ’t Wout.
‘Doorgaans blijft dit aantal gelijk, maar
als dit verandert, kan het tot stevige
discussies leiden.’
Vertrouwen
Patiënten hebben wel eens moeite
met een aios aan het bed, zegt Van der
Pol. ‘De assistent wordt dan gezien als
minder deskundig dan de arts, maar
dat is niet terecht. Want gaat het om
een lastige kwestie of ingreep, dan
zorgen wij tegenwoordig altijd dat er
een afgestudeerd arts bij is. Het Rijnland Ziekenhuis vertelt zijn patiënten eerlijk dat ze de zorg van een aios
kunnen weigeren. Er is immers vrije
artsenkeuze, en een patiënt moet vertrouwen hebben in zijn behandelaar.
Maar we leggen ook uit waarom aios
goed zijn voor het ziekenhuis en voor
de zorg. De COC is nu bezig met een
patiëntenfolder hierover. We willen
hier open over communiceren.’ <
Zomer 2013 | f oorum |
7
reportage
de onderwijskundigen
Opleiden en
patiëntenzorg gaan in
één moeite door
door MACHTELD BOUMAN | foto MARC DE HAAN
Dicht bij de werkpraktijk zoeken de
onderwijskundigen van de OOR
Leiden ieder vanuit hun eigen expertise naar manieren om het competentiegerichte opleiden gestalte
te geven. En dan liefst zo dat het
aansluit op wat er al allemaal gebeurt
op die werkvloer. De bij de in het
curriculum opgenomen algemene
competenties passende leersituaties
liggen voor het oprapen. Maar vaak
moet je - naast verstand van wat
beklijft bij professionals - net dat
beetje meer afstand hebben om ze
te herkennen.
Wat het onderwijskundig team
in de hele OOR Leiden probeert te stimuleren – uitwisselen van kennis en ervaring en het werk zien als één lange
reeks leermomenten - doet het zelf onderling ook. En dat werpt z’n vruchten af.
Beatrijs de Leede (BdL) legde de grondslag voor dit werkmodel: ‘Het unieke van
onze aanpak is dat we allemaal een
stukje LUMC en daarnaast een perifeer
8
| foorum | Zomer 2013
ziekenhuis voor onze rekening nemen.
Onze kracht is verder het contact dat we
met elkaar onderhouden. Er worden
doorgaans vele wielen opnieuw uitgevonden omdat mensen niet samenwerken op het gebied van opleiden. En soms
vierkante wielen….’ Auk Dijkstra (AD):
‘We steken veel op van elkaars verhalen,
vertellen elkaar wat goed werkt en wat
minder.’ Tanja van Kempen (TvK): ‘Met
in totaal 4 fte hebben we de tijd en de
mogelijkheden om de opleiders actief op
de werkvloer te begeleiden, op basis
waarvan kwaliteitsdocumenten en opleidingscycli kunnen worden geformuleerd.
Dat werkt zo veel beter dan van bovenaf
van alles te willen implementeren.’
Opleiders zien opleiden nog vaak als iets
wat losstaat van de werkpraktijk, waardoor het opleiden eerder als een extra
last wordt ervaren. Jacqueline Bustraan
(JB): ‘Terwijl wij juist op zoek zijn naar
hoe je beide zaken kunt verenigen. De
gelegenheden om algemene competenties te trainen liggen voor het oprapen.
En door er even bij stil te staan, leert iedereen er ook nog van.‘ AD: ‘Dat een
overdracht een leermoment bij uitstek
is, is nu gemeengoed, maar het heeft
even geduurd om iedereen daarvan te
doordringen.’
Het onderwijskundig team van de OOR
Leiden werkt in de praktijk altijd nauw
samen met specialisten en opleiders.
De combinatie van expertises levert
een sterke formule op. De onderwijskundige focust op de continuïteit van
opleiden en het creëren van leersituaties; de specialist zorgt ervoor dat de
inhoud wordt geborgd. Dit leidt vaak
tot nieuwe en efficiënte oplossingen.
Ook in het opleiden in de zeven competenties. TvK : ‘Mensen zijn vaak geneigd
te denken: o, die CanMEDs in het curriculum, dat is iets nieuws, daar moeten
we dan maar een cursus voor doen.
Natuurlijk is dat een mogelijkheid, maar
behalve dat het kostbaar is en het je
weghaalt van de werkvloer kost het je
ook nog tijd om een manier te vinden
het geleerde toe te passen in jouw specifieke werksituatie.’ Adriaan Norbart
(AN): ‘Vaak zijn de mensen verbaasd
als ze van ons horen dat er tijdens het
werk zo veel momenten zijn waarbij een
beroep wordt gedaan op een of meer
van de vereiste vaardigheden. Maar ze
zijn tenslotte ook niet voor niets in het
curriculum opgenomen. Want beheers
je ze niet, dan gebeuren er ongelukken.
En dat is altijd zo geweest.’
Was het trainen van opleiders en het
maken van opleidingsplannen aanvankelijk prioriteit, de aandacht van de onderwijskundigen richt zich nu ook op de vakgroep - die zich als geheel gelukkig steeds
meer verantwoordelijk voelt voor de opleiding - en op de aios zelf. Aios zouden
bijvoorbeeld nog wel een actievere rol
kunnen vervullen in het ontwikkelen van
De onderwijskundigen van de OOR Leiden (Geke Blok, hoofd medische opleidingen en wetenschap, tevens adviseur voor de Reinier
de Graaf Groep, ontbreekt op de foto) zijn – naast hun werkzaamheden in het LUMC – de vaste adviseur voor de ziekenhuizen in
de Leidse regio. Vlnr: Jacqueline Bustraan (HagaZiekenhuis), Tanja van Kempen (Groene Hart Ziekenhuis), Auk Dijkstra (Ziekenhuis
Bronovo, HagaZiekenhuis), Adriaan Norbart (Medisch Centrum Haaglanden), Beatrijs de Leede (Rijnland Ziekenhuis).
opleidingsplannen, het initiëren van feedbacktrajecten, het organiseren van
EFFECT-gesprekken, het voorbereiden
en voorzitten van opleidersvergaderingen en symposia. Want ga je daarmee
aan de slag, dan train je vanzelf ook je
competenties. TvK: ‘De opleiders vinden
het alleen maar prettig om op die manier
met hun aios om te gaan. Tenslotte zijn
het al volwassen mensen.‘
Dat ze in de OOR Leiden goed op weg
zijn met de modernisering van de medische specialistische opleidingen is ook
bekend in andere regio’s. JB: ‘Het aardige is dat wij regelmatig vanuit het landelijk projectteam (de denktank die het
idee van regiobreed georganiseerd onderwijs handen en voeten heeft gegeven
en waarin Beatrijs de Leede regelmatig
participeert, red.) gevraagd worden om
workshops te verzorgen. Dat is niet alleen leuk, maar ook heel nuttig. We zijn
snel op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en ook van de eisen die tijdens toekomstige visitaties gaan gelden.
En die geven we dan natuurlijk meteen
weer door aan de mensen in het veld.’
AD: ‘Wat we helaas nog teveel zien is dat
mensen zich pas één jaar vóór de visitatie gaan druk maken of met het geboden
onderwijs wel aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Maar wij zien ook een
nieuwe trend ontstaan - en stimuleren
dat waar we kunnen - om elk jaar te bekijken: wat hebben we bereikt en wat
zijn de verbeterpunten? Dat komt niet
alleen de kwaliteit ten goede maar het
maakt ook dat je een stuk relaxter het
jaar van de visitatie ingaat.’
Omdat het medisch onderwijs ook na
2015 (het jaar waarin de eerste aios helemaal volgens de moderne eisen zullen zijn opgeleid) - voortdurend aan
veranderingen onderhevig zal zijn, hebben de onderwijskundigen in de OOR
Leiden voorlopig genoeg te doen. AN:
‘Het vak - en daarmee de opleiding blijft altijd in ontwikkeling. Hoe dan
ook, in de toekomst zal door verandering van de kostensystematiek, de
spreiding en concentratie van zorg etc.
een steeds dringender beroep worden
gedaan op het vermogen tot samenwerken, organiseren, communiceren en ga
zo maar door. De organisatie van het
onderwijs zal zich erop moeten aanpassen en ook daarbij kunnen we helpen.’
BdL: ‘Wat nog moet gebeuren is de best
practises omzetten naar OOR-breed
beleid. En de kwaliteitsborging van opleidingen kan beter. Niet complexer, de
kunst is juist om het zo eenvoudig mogelijk te houden. Dit brengen we in bij de
COC’s. Gelukkig vinden de COC’s in
de OOR dit over all–beleid ook heel
belangrijk. En we willen meer gaan stimuleren dat opleidingen bij elkaar in de
keuken gaan kijken.’
JB: ‘Als ik onderwijskundigen van andere OOR’s hoor, die in hun eentje in
een perifeer ziekenhuis zitten en niet
die samenwerking hebben, prijs ik me
wel gelukkig dat ik hier zit. Het lijkt
me ondoenlijk om in je eentje alle ontwikkelingen bij te houden voor alle
opleidingen, op alle niveaus.' Geke
Blok beaamt dit. 'De kracht van onze
manier van werken, met een team onderwijskundigen dat regelmatig overlegt, is dat ik daardoor altijd over actuele
informatie beschik. Ik durf te zeggen:
als er relevante dingen zijn dan hoor je
die van ons.’ <
Zomer 2013 | f oorum |
9
CURRICULUMHERZIENING
IN PROGRESS
reportage
reportage
De herziening van het geneeskundecurriculum is in volle gang. Terwijl de nieuwe bacheloropleiding nu een jaar
naar tevredenheid ‘draait’, wordt in de OOR Leiden druk gesleuteld aan de masterfase die in 2015 van start
gaat. Integratie van theorie en praktijk en continuïteit staan daarbij hoog in het vaandel.
Meer ruimte
voor discussie en debat
door JOS OVERBEEKE
Over enkele jaren zal de gehele
medische opleiding, van bachelor tot
en met vervolgopleiding, gebaseerd zijn
op de CanMEDs-competenties. Beginnende aios kregen er al vanaf 2011 mee
te maken, de eerstejaars geneeskundestudenten vanaf 2012. Vervolgens zal
de herziening van de curricula zich
over alle studiejaren uitbreiden, zodat
over vijf jaar het complete leerprogramma competentiegericht zal zijn.
De zorg is complexer geworden en de
patiënt assertiever. De medische zorg
van de 21e eeuw is niet alleen multidisciplinair – denk aan ouderen met meerdere aandoeningen – maar is ook ketenzorg. Een medisch specialist is maar
één schakel in een reeks behandelaars
waarmee patiënten te maken krijgen.
Dit alles vraagt om een ander type arts,
een medisch deskundige die verder
kijkt dan zijn inhoudelijke kennis. Belangrijk is dat de dokter goed overweg
kan met patiënten, maar ook met collega’s en andere medewerkers en leidinggevenden in een ziekenhuis.
Uiteindelijk gaat het in de gezondheidszorg natuurlijk om de patiënt. Met artsen
die over de CanMEDs-competenties
beschikken, bieden we voorwaarden
voor een betere patiëntenzorg.
Bachelor, master
Zoals alle studies nu is ook de studie
geneeskunde opgedeeld in een bacheloren een masterfase. Maar praktisch belang
heeft dit in feite niet. Vrijwel alle bachelorstudenten geneeskunde stromen
door naar de master geneeskunde. Er
wordt nauwelijks geswitcht naar andere opleidingen.
In het herziene programma van het
eerste jaar ligt het accent op de basisvakken van medische deskundigheid.
Want pas als je enige inhoudelijke bagage hebt, zo is het idee, heb je iets om
over te communiceren. In vier ‘onderwijslijnen’ wordt gedurende het jaar
aandacht besteed aan algemene aspecten
10 | foorum | Zomer 2013
van het artsenberoep: 1. de arts als gezondheidsbevorderaar, 2. academische
en wetenschappelijke vorming, 3. organisatie en samenwerking, en 4. beroepsvorming en professioneel gedrag. Daarnaast zijn in het eerste bachelorjaar de
contacten tussen docent en student beter verankerd en duurzamer gemaakt.
De herziene bachelor draait nu bijna
een jaar en de ervaringen zijn positief.
Naar aanleiding van de voorlopige evaluatie van het eerste jaar zijn enkele
wijzigingen aangebracht in het tweedejaarsprogramma, dat in september van
start gaat.
Ondertussen is de opleidingscommissie
(OLC) druk bezig het concept-masterprogramma uit te werken dat over
twee jaar moet beginnen. Wat valt er
al over te zeggen? De opbouw van de
coschappen zal anders zijn. Op dit moment kent de master één algemeen coschap (ALCO), dat voorafgaat aan alle
andere coschappen. De bedoeling van
het ALCO-schap is dat kennis en vaardigheden van de bachelor, zoals bijvoorbeeld eenvoudige chirurgische
technieken, weer opgefrist worden.
Een nadeel van één ALCO-schap is dat
de tijd tussen deze introductie en de
laatste coschappen erg lang kan worden.
In de nieuwe opzet kent ieder cluster
van coschappen daarom een eigen introductietijd, zodat opgefriste kennis
en vaardigheden beter aansluiten op
de praktijk van de werkvloer.
In de nieuwe master krijgt het laatste
jaar een andere opzet. Dit jaar bestaat
nu uit een semi-artsstage, een wetenschapsstage en keuzecoschappen. Deze
onderdelen blijven gehandhaafd, maar
de Universitair Medische Centra (UMC’s)
overwegen dit ‘schakeljaar’ zo in te
richten dat het beter aansluit op de vervolgopleidingen, die hierdoor eventueel
kunnen worden ingekort.
Geen cesuren meer
De Nederlandse Federatie van UMC’s
(NFU) stelde in 2009 een Raamplan op
voor de artsenopleiding en ieder UMC
werkte dat voor zichzelf uit tot een
uniek onderwijsprogramma. Op deze
manier kan elk UMC eigen accenten
aanbrengen.
Het UMC Leiden profileert zich met
wetenschappelijke vaardigheden: een
goede arts moet kunnen achterhalen
wat de wetenschappelijke stand van
zaken is rond een klinische vraag. Hoe
weeg ik de informatie die ik boven water
krijg? Waar vind ik de juiste antwoorden?
Leidse studenten waren hierover de afgelopen jaren wel eens ontevreden: de
studie zou niet wetenschappelijk genoeg
zijn. In de nieuwe bachelor is dit ondervangen: ten eerste is nu meer ruimte
ingebouwd voor inhoudelijk debat en
discussie. Een aankomend arts wordt
geleerd kritisch te zijn bij alles wat als
leerstof wordt aangeboden. Ook zijn er
verdiepingsopdrachten opgenomen in
de blokken van de bachelor.
In het nieuwe studieprogramma, van
bachelor tot en met vervolgopleiding,
zullen theorie en praktijk meer en meer
geïntegreerd worden. Als je iets leert en
daarna kunt toepassen, zullen kennis
en inzicht beter blijven hangen. Een
ander kenmerk van de nieuwe opleiding
is continuïteit. De CanMEDs-competenties vormen de basis voor zowel de
bachelor- en masterfase als ook voor de
vervolgopleiding. Hinderlijke cesuren
behoren binnenkort tot het verleden.
Teach The Teacher
Een moderne arts moet goed kunnen
communiceren – alle recente problemen
met specialisten in ziekenhuizen onderstrepen dat. Te vaak gebeurt het
dat de patiëntenzorg in gevaar komt
omdat artsen niet samen door één deur
kunnen of solistisch te werk gaan. Het
is in ieders belang – van patiënten, ziekenhuisbestuurders én van de artsen zelf
– dat dergelijke ontsporingen definitief
tot het verleden behoren.
Maar wie traint de artsen van de toekomst? Wie leert studenten en aios dat
communicatie en samenwerking even
belangrijk zijn als medische expertise
en wetenschappelijke scholing? De
artsen van nu hebben immers geen
training gehad in algemenere competenties zoals communicatie.
Vandaar dat de huidige curriculumher-
'Een aankomend arts leert
kritisch te zijn bij alles wat hij of
zij te leren krijgt'
ziening meer een uitdaging is voor de
docenten dan voor de studenten. Studenten hebben op de middelbare
school misschien wel gesprekstrainingen gehad. Het zijn de opleiders, artsen
die zelf op de oude manier zijn opgeleid, die de omslag moeten maken naar
een teamspeler te midden van collega’s,
bestuurders en patiënten. Het LUMC
en de OOR Leiden geven daarom veel
aandacht aan Teach The Teachertrainingen. Professionalisering van de
docent is een belangrijk thema bij de
recente veranderingen van de opleidingen(zie ook elders in dit nummer).
Curriculumherziening is een zaak van
lange adem. De vervolgopleidingen
krijgen tot 2015 de tijd de CanMEDscompetenties in te voeren, en in 2018
studeert de eerste generatie basisartsen
af met een herziene master op zak. Het
gehele opleidingscontinuüm zal dan gebaseerd zijn op CanMEDs, zodat de onderdelen perfect op elkaar aansluiten. <
Zomer 2013 | f oorum |
11
de
onderwijsdecaan
reportage
reportage
De modernisering van de medische vervolgopleidingen blijkt in de praktijk niet eenvoudig. Opleiders raken
zwaar belast en de rest van de ziekenhuisorganisatie bemoeit zich er niet zo mee. Maar het Nieuwe Opleiden
doet een beroep op de hele organisatie, stelt onderwijsdecaan Theo van Woerkom.
Opleiden houdt
het ziekenhuis scherp
door DICK DU Y NHOV EN | foto A RTHUR VA HLENK A MP
Hij heeft in het HagaZiekenhuis
zijn sporen verdiend. Dertig jaar als
neuroloog, waarvan veertien jaar als
opleider en daarnaast een aantal andere functies. Maar stilzitten kan de
68-jarige niet. Op verzoek van de raad
van bestuur werd hij in 2010 onderwijsdecaan met als belangrijkste taak
het invoeren van het Nieuwe Opleiden:
de modernisering van de medische
vervolgopleidingen.
Van Woerkom: ‘In essentie komt die
modernisering neer op het observeren
van de arts-assistent, het beoordelen
met terugkoppeling, een follow-up en
een eindoordeel. Dat moest voorheen
natuurlijk ook, maar het gebeurde
slechts zelden expliciet en het werd
niet of nauwelijks vastgelegd. Toen ik
voor het eerst een lumbaalpunctie
deed, was daar niemand bij om te kijken
hoe ik dat deed. De opleiders waren met
heel andere zaken bezig.’
Het tweede aspect van de modernisering zijn algemene competenties als
samenwerking, communicatie, professionaliteit, geneeskundig maatschappelijk handelen en organisatie. De
invoering daarvan heeft alles te maken
met de grotere complexiteit van de
ziekenhuisorganisatie en de maatschappelijke veranderingen. Van Woerkom:
‘Medisch gezien vereisen de onderzoeken en behandelingen een veel nauwere
samenwerking; ziekenhuizen moeten
veel gedetailleerder verantwoording
afleggen over hun werk en prestaties,
patiënten zijn mondiger en veeleisender
12 | foorum | Zomer 2013
geworden en managers hebben hun intrede gedaan.’
De nieuwe competenties in de opleiding
spelen daarop in. ‘Vroeger was het opleiden vooral vakinhoudelijk gericht.
Als ik maar genoeg wist van mijn vak,
dan was het allemaal prima. Tegenwoordig willen we ook dat iemand kan
samenwerken, goed communiceert met
patiënten en andere disciplines. Maar
ook dat je je voldoende bewust bent
van je maatschappelijke verantwoordelijkheid en dat je benul hebt van de
organisatorische en financiële aspecten
van het ziekenhuis. Van wezenlijk belang is het besef dat vakinhoudelijke
en algemene competenties in elkaars
verlengde liggen. Vakinhoudelijk goed
zijn, maar slecht communiceren leidt
nog steeds tot ongelukken.’
Patiëntenzorg onder druk
‘Opleiders zijn een rolmodel voor de
competenties van het betreffende geneeskundig specialisme’, schrijft de
KNMG op www.knmg.artsennet.nl.
‘Zij leveren een bijdrage aan de opleiding
door het eigen handelen voortdurend te
expliciteren, de werkplek ten volle als
opleidingsactiviteit te benutten en door
gestructureerd feedback te geven.’
Van Woerkom kent de dagelijkse prak-
tijk: ‘Onze opleiders ervaren het Nieuwe
Opleiden vooral als taakverzwaring.
Het zet hun primaire taak, de patiëntenzorg, verder onder druk. Ik spreek
ook opleiders in het LUMC en het Erasmus MC. Ook daar speelt het probleem.
Dat is niet te wijten aan de opleiders.
De structuur van de patiëntenzorg is
niet meeontwikkeld met het Nieuwe
Opleiden. In feite is de druk op de directe patiëntenzorg zelfs toegenomen.
De vraag is dus: hoe kunnen we dit
Nieuwe Opleiden implementeren zonder
het primaire proces, de patiëntenzorg,
nog meer te belasten?’
Juist omdat de opleiding tegenwoordig
te maken heeft met al die verschillende aspecten van de ziekenhuisorganisatie, kan het opleiden niet meer op
zichzelf plaatsvinden, stelt de decaan.
‘Als opleiden werkelijk tot doel heeft
artsen - onder elkaar en met verpleegkundigen en paramedici - goed te laten
samenwerken en goed te leren communiceren, dan moet dat niet buiten
de organisatie om gebeuren, maar in
de organisatie zelf.’
De nieuwe competenties moeten volgens de decaan niet alleen een essentieel en integraal onderdeel worden
van de patiëntenzorg, maar ook intrinsiek in de hele organisatie verankerd
Theo van Woerkom: ‘Aan de organisatie moet je kunnen zien
hoe er wordt opgeleid’
‘De hokjesgeest moet
verdwijnen’
zijn. ‘Anders blijven het loze vaardigheden. Iemand leren samenwerken
lukt alleen als goed samenwerken en
communiceren in alle geledingen van
het ziekenhuis vanzelfsprekend is.’
De praktijk van alledag levert genoeg
leermomenten, weet Van Woerkom.
Een voorbeeld: ‘Artsen kunnen ´s morgens de overdracht snel afraffelen. Dat
scheelt tijd. Maar je kunt van het ochtendrapport ook een opleidingsmoment
maken. Dan kijk je hoe de assistent
zijn overdracht presenteert, hoe hij
die nacht heeft samengewerkt, of hij
ook luistert naar wat de verpleging
zegt over de patiënten. Daarmee beoordeel je veel elementen van samenwerking en communicatie. Natuurlijk
gebeurt dat hier en daar al, maar nog
te weinig. Het zou goed zijn als coassistenten, arts-assistenten en verpleegkundigen, waar mogelijk, samen
worden opgeleid.’
Opleiden en organisatie zijn aan elkaar
gerelateerd, is zijn stelling. ‘Aan de
organisatie moet je kunnen zien hoe
er wordt opgeleid en voor welke waarden de opleiding staat. Omgekeerd
heeft het opleiden een taak bij het
ontwerpen en in stand houden van
een organisatie die gericht is op adequate patiëntenzorg. Vroeger zeiden
we: een coassistent houdt een arts
scherp, want hij stelt vragen bij diens
manier van handelen. Vanaf nu houdt
het opleiden de organisatie scherp.
Het bewaakt en versterkt de competenties van iedereen in het ziekenhuis.’
Ziekenhuis als leerhuis
De HagaAcademie is ‘het leerhuis’ van
het ziekenhuis. ‘Zo noemen we dat
hier’, zegt de onderwijsdecaan. ‘Maar
als het goed is, is het ziekenhuis als lerende organisatie zelf het leerhuis. En
dat is wezenlijk iets anders. Als het
goed is gaan de nieuwe competenties,
waaronder ook bejegening en patiëntveiligheid, heel diep de organisatie in.
En gelden ze voor iedereen en op alle
niveaus: van coassistenten tot medisch specialisten, van ondersteunende diensten tot raden van bestuur. De
modernisering van het opleiden gaat
iedereen aan.
Daar is volgens Van Woerkom ‘een cul-
tuuromslag’ en ‘een deltaplan’ voor nodig. En daar gaat hij werk van maken.
‘We organiseren bijeenkomsten met iedereen die binnen het HagaZiekenhuis
bij opleidingen is betrokken: medici,
stafdiensten, managers. We gaan
brainstormen over de vraag: hoe maken we onze organisatie klaar voor dat
Nieuwe Opleiden?’
Zelf weet hij één ding zeker: ‘De hokjesgeest moet verdwijnen. De modernisering van de opleidingen verdraagt
geen schotten tussen vakinhoudelijke
en algemene competenties, tussen medisch en zakelijk management, tussen
verpleegkundigen en artsen, tussen
opleidingen en patiëntenzorg. Natuurlijk heeft alles zijn eigen waarde en iedereen zijn eigen taak, maar
uiteindelijk gaat het om het doorzien
van verbanden, het besef van de waarde
van het gezamenlijke belang: het continueren van goede patiëntenzorg door
het opleiden van goede professionals
en een ziekenhuis dat voldoet aan alle
eisen van deze tijd. Idealistisch? Jazeker. Maar wel uitvoerbaar.’ <
Zomer 2013 | f oorum |
13
over
de grens
reportage
reportage
Stage in het buitenland
regel je zo
De koffie is er heerlijk, net als de wijn, en toch was de keuze voor Australië geen bewuste. ‘Ik wilde vooral ervaren
hoe het elders gaat’, zegt gynaecoloog-oncoloog Cor de Kroon van het LUMC. Hij werkte ruim drie maanden in het
Royal Women’s Hospital in Melbourne.
De mogelijkheden om een coschap
of opleidingsstage in het buitenland
te volgen, wisselen per land en
specialisme. Voor een opleidingsstage in het buitenland bij de
opleiding tot medisch specialist
gelden de volgende voorwaarden:
Cor de Kroon:
‘De verwondering
heeft van mij een betere
dokter gemaakt’
• h
et deel van de opleiding dat
buiten Nederland wordt gevolgd,
mag niet plaatsvinden in het
eerste kalenderjaar van de
opleiding
• h
et dienstverband of de
arbeidsovereenkomst tussen de
instelling van waaruit de aios
naar het buitenland gaat, duurt
voort gedurende de periode in
het buitenland
• d
e periode in het buitenland
moet zijn opgenomen in het
opleidingsschema en vooraf zijn
goedgekeurd door de registratiecommissie (de RGS)
door MASJA DE REE | foto MARC DE HAAN
‘Ik schreef mijn proefschrift in
Leiden, werd gynaecoloog in Leiden
en volgde in Leiden de opleiding tot
oncologisch gynaecoloog. Dat maakte
me misschien eenzijdig. Er zijn méér
manieren om iets te doen. Daarom
wilde ik eens echt ervaren hoe het
elders toegaat. In Australië kreeg ik
een tijdelijke status als gynaecoloog
en werkte onder supervisie van het afdelingshoofd. Ik kwam terecht in een
Women’s Hospital. Dat is al zó anders.
Van arts tot portier, iedereen is gericht
op vrouwen, op kinderen krijgen, op
vrouwenrechten. Er zijn ook veel meer
vrouwelijke hoogleraren en directeuren dan hier.’
‘Zo’n gespecialiseerd ziekenhuis geeft
de zorg inhoudelijk een enorme positieve vibe, maar het heeft ook nadelen.
Er is geen chirurg in huis, geen radiotherapeut. Dat maakt overleggen lastig.
Een ander nadeel van het Australische
systeem is dat privé- en publieke gezondheidszorg naast elkaar bestaan.
Ook dat maakte de samenwerking
moeizaam. In het publieke ziekenhuis
waar ik werkte, kwamen patiënten uit
een heel grote regio – soms moesten ze
14 | foorum | Zomer 2013
vijf uur reizen. De CT-scans die bij hun
lokale privékliniek gemaakt waren, kon
ons systeem niet lezen. Ook het opvragen van biopten was een enorm gedoe.’
‘Ik leerde veel over chemotherapie, dat
deed de gynaecoloog daar zelf. In Nederland zal ik die kennis niet direct
gebruiken, maar het is toch waardevol.
Ook bepaalde laparoscopische behandelingen heb ik daar veel gedaan. De
techniek die daarbij hoort, pas ik hier
nu toe. Maar het belangrijkste dat ik
geleerd heb, is dat je bescheiden moet
zijn. We hebben allemaal dezelfde kennis: die is wereldwijd beschikbaar. Toch
doen we dingen op verschillende plekken op een andere manier. Het besef
dát er meer manieren zijn, de verwondering daarover, die is heel belangrijk.
Het is nu gemakkelijker om voor een
individuele patiënt af te stappen van
een “monomaan” idee. Ik durf eerder af
te wijken van de norm. Daar ben ik een
betere dokter van geworden.’
‘De structuur van de opleiding in Australië is te vergelijken met Nederland,
maar waar we hier bezig zijn met doelen stellen, differentiatie en compe-
tenties, is dat daar helemaal niet het
geval. Geen CanMEDs, geen klinische beoordelingen: aios volgen een
vast traject. Dat is een gemiste kans,
denk ik. Aan de andere kant hebben
de aios wel veel meer medische kennis.
Dat komt omdat je in zo’n vrouwenkliniek ook veel van andere specialismen
moet weten, maar óók omdat ze – in
tegenstelling tot hier - steeds grote inhoudelijke examens moeten afleggen.
Dat is echt een issue. Een fellow die
daar werkte, nam twee weken vrij om
te studeren. Dat kwam mij goed uit,
want toen mocht ik zijn werk doen!’
‘Het is voor iedere arts nuttig om een
tijd naar het buitenland te gaan, daar
ben ik van overtuigd. Ik noemde al de
mogelijkheid om je te verwonderen
over zaken die anders gaan dan je gewend bent. Het voordeel van het buitenland is daarbij dat je de tijd hebt
om over die dingen na te denken. Je
wordt daar niet geleid door de waan
van de dag en dat biedt veel mogelijkheden. Je kunt tijdens je opleiding
gaan, of zoals ik, daarna. Het voordeel van die laatste optie is dat je beter kunt vergelijken. Bovendien heb
• d
e periode in het buitenland mag
niet leiden tot verlenging van het
opleidingsschema.
Meer informatie: Agnes Kerckhoffs
(regiocoördinator medische
vervolgopleidingen),
[email protected].
je het ziekenhuis dat je bezoekt dan
meer te bieden. Het is ook heerlijk om
eens een tijd weg te zijn, alleen met
je gezin, weg van alle verplichtingen.
Maar ik zou niet in Australië willen
blijven. Werken in een publieke vrouwenkliniek trekt me niet, omdat ik
het te belangrijk vind dat er ook een
chirurg en andere specialisten in huis
zijn, en ook omdat ik de scheiding tussen privé en publiek niet prettig vind.
Ik heb daar heel veel over gediscussieerd met een Australische collega. In
Australië begint vrijwel iedere arts na
een aantal jaar ook “private practise”,
zogenaamd om genoeg geld te verdienen. Dan krijg je de situatie – dat vertelde die collega zelf – dat je voor de
ene patiënt meer je best doet dan voor
de andere. Of je een contract hebt met
een patiënt of met een ziekenhuis, dat
maakt blijkbaar een verschil. In een
publiek ziekenhuis heeft een patiënt
ook geen vaste gynaecoloog. Tijdens
het spreekuur moest ik gewoon het
bovenste dossier van de stapel pak-
‘De baas heeft niet automatisch gelijk en respect moet je
verdienen. Ik zie mezelf daarom meer als coach’
ken. Je weet dus minder van de patiënt, je houdt minder rekening met
de persoon.’
‘Het heeft me minstens een jaar gekost om alles te regelen: alle papieren
te verzenden, voorzien van de juiste
handtekeningen. Ik heb zelfs zelf een
stempel laten maken. Toen ik eenmaal aankwam, bleek mijn verklaring
van goed gedrag inmiddels verlopen.
Gelukkig kon dat toen redelijk snel
opgelost worden. Het is dus een gedoe, en ik heb wel eens overwogen om
het op te geven. Maar uiteindelijk was
het zeer de moeite waard. En we hebben drie zomers meegemaakt! Twee
hier en tussendoor één in Australië.
Het was wel weer afzien afgelopen
winter.’ <
Zomer 2013 | f oorum |
15
column | Jacob de Mol
Foto: Marc de Haan
Goed
gevuld
Naast muziek - zijn grootste hobby - houdt Jakob de Mol van stukjes schrijven.
Hij schrijft ook voor Predoctor, het verenigingsblad van de M.F.L.S. In
september 2011 begon hij met zijn coschappen. Hij wil oogarts worden.
Zowel op het gebied van patiëntenzorg als door de organisatie wordt ‘de
co’ dagelijks op de proef gesteld. Daarbij is hij of zij een wezen dat zich
in een constant veranderende omgeving snel en vaardig aan elke situatie moet kunnen aanpassen. En waar zouden we dan zijn zonder al die
zakken in onze witte jassen?
Begin je net met je eerste coschap, dan heb je nog geen idee welke
onbegrensde mogelijkheden zo’n witte jas met al die zakken biedt. Die
bewustwording is een langzaam proces. Op de afdeling dermatologie - het
eerste klinische coschap – beleef je het eerste eureka-moment. Bij je
eerste anamneses ben je geneigd dingen over het hoofd te zien, zoals:
waar staan de letters PROVOKE ook al weer voor bij het beschrijven van
huidafwijkingen? Vlak voor het consult reik je met trillende handjes naar
je zak en pakt, als een soort legaal spiekbriefje, een zelfgemaakt of van
internet geplukt zakkaartje erbij. Verrek, dat is handig! Vanaf dat moment
zul je nooit meer met lege zakken een onderzoekskamer binnenlopen.
Een paar weken en heel wat anamneses later begin je met het coschap
interne geneeskunde. Dit is de plek waar de zakken zich in een tijdsspanne van tien weken tot ware magische knapzakken zullen hebben
ontpopt. Waar de eerste ochtend je zakbagage nog enigszins binnen de
perken blijft (‘zou de stethoscoop al mee moeten vandaag?’) is na een
paar weken de spanwijdte rond je heupen met een halve meter toegenomen. Met uitpuilende flanken sleur je kilo’s aan hulpmiddelen met je
mee: van piepernummers tot aan handboekjes als Oxford Handbook of
Clinical Medicine. En vergeet het onvolprezen borstzakje niet. Een daarin
bewaard pepermuntje of een werkende balpen zijn - mits op het juiste
moment gebruikt - de sleutel tot een goed cijfer in je KKB-boekje. Dat
overigens ook tot je vaste zakbagage behoort.
Maar hebben al die kaartjes en boekjes nou echt zo’n toegevoegde
waarde? Kan de co niet gemakkelijk zónder, na al die tentamens? Na
twee acute buiken heb je die steuntjes in de rug eigenlijk ook niet meer
nodig. Maar ze veilig in je zak te weten, geeft wel net dat extra beetje
zelfvertrouwen waardoor de anamnese vlekkeloos verloopt. Bij hoeveel
coschappen heb ik al wel niet een kaartje uitgeprint, in mijn zak gedaan,
maar er vervolgens nooit meer naar omgekeken? Toch geldt deze wet:
hoe zwaarder je jas, hoe lichter de dag. En andersom. •
Apotheek Haagse
Ziekenhuizen
Escamplaan 900
2547 EX Den Haag
070–3217217
www.apotheekhaagseziekenhuizen.nl
Bronovo
Bronovolaan 5
2597 AX Den Haag
070–3124141
www.bronovo.nl
Diaconessenhuis Leiden
Houtlaan 55
2334 CK Leiden
071–5178178
www.diaconessenhuis.nl
Groene Hart Ziekenhuis
Graaf Florisweg 77
2805 AH Gouda
0182–505050
www.ghz.nl
HagaZiekenhuis
Diverse locaties in
Den Haag
070–2100000
www.hagaziekenhuis.nl
LangeLand Ziekenhuis
Toneellaan 1
2725 NA Zoetermeer
079–3462626
www.langeland.nl
Leids Universitair
Medisch Centrum
Albinusdreef 2
2333 ZA Leiden
071–5269111
www.lumc.nl
Medisch Centrum
Haaglanden
Locaties in Den Haag,
Leidschendam,
Monster en Voorschoten
070–3302445
www.mchaaglanden.nl
Reinier de Graaf Gasthuis
Reinier de Graafweg 3-11
2625 AD Delft
015–2603060
www.rdgg.nl
Rijnlands
Revalidatiecentrum
Wassenaarseweg 501
2333 AL Leiden
071–5195195
www.rrc.nl
Rijnland Ziekenhuis
Locaties in Alphen aan
den Rijn en Leiderdorp
0172–467467
www.rijnland.nl
Sophia Revalidatie
Vrederustlaan 180
2543 SW Den Haag
070–3593593
www.sophiarevalidatie.nl
Download