Armenië onafhankelijk

advertisement
Armenië
onafhankelijk
Naam: Robert van der Graaf
Adres: Van Cittersstraat 32B, 3022 LK Rotterdam
E-mail: [email protected]
Studienummer: 0430307
Vak: eindscriptie
Begeleider: Prof. dr. B.G.J. de Graaff
Voorwoord.
Bij het schrijven van deze scriptie ben ik in het bijzonder dank verschuldigd aan de
Internationale Bouworde. Deze uit 1953 stammende organisatie werd oorspronkelijk
opgericht om hulp te bieden bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, met als
achterliggend doel om mensen van verschillende nationaliteiten met elkaar in contact
te brengen en de vrede te bevorderen. Na de val van de Muur heeft de
vrijwilligershulp van deze organisatie zich voornamelijk op Oost-Europa gericht. Via
de Internationale Bouworde heb ik zelf in augustus 2003 gedurende drie weken
meegeholpen met de bouw van huizen in de Armeense hoofdstad Jerevan. Mijn
verblijf in Armenië heeft mij geïnspireerd om het land als scriptieonderwerp te kiezen.
Behalve aan de Internationale Bouworde ben ik mijn huisgenoten, familie, vrienden
en mijn scriptiebegeleider Bob de Graaff dankbaar voor hun interesse en hulp.
2
Inhoudsopgave.
Kaart van Armenië…………….………………. pagina 4.
Inleiding………………….………………….… pagina 5.
De militaire onmacht van Azerbeidzjan..……... pagina 10.
Het Armeense ‘Wirtschaftswunder’…………... pagina 29.
Falende diplomatie…………….………............. pagina 52.
Conclusie……………….……………………… pagina 71.
Gebruikte bronnen…………………………….. pagina 76.
3
Bron: T. de Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war (New York 2006), p. xvi.
Kaart van Armenië.
4
Inleiding.
De geschiedenis van Armenië tot 1991.
De huidige Armeense Republiek, die in deze scriptie centraal staat, herwon in 1991 na
71 jaar zijn onafhankelijkheid als één van de vijftien opvolgerstaten van de SovjetUnie. Een bijzondere gebeurtenis, want in de bijna drieduizend jaar oude geschiedenis
die ten grondslag ligt aan de huidige Armeense Republiek kenden de Armenen maar
een paar momenten van zelfstandigheid. Omringd door regionale grootmachten was
Armenië voor zijn zelfstandigheid afhankelijk van de Russen, Perzen en Turken, die
het land gebruikten als buffer en slagveld in hun onderlinge strijd. Door de diverse
oorlogen die tegen, en over de hoofden van de Armenen heen werden uitgevochten,
ontstond er een grote Armeense diaspora. Van de naar schatting zes miljoen Armenen
woont ongeveer de helft buiten de huidige Armeense Republiek zelf. 1 Tijdens
buitenlandse overheersingen bleef er steeds één instituut overeind, de Armeensapostolische kerk. Als eerste natie ter wereld bekeerde Armenië zich in 301 tot het
christendom. Naast de Armeens-apostolische kerk is de Armeense taal met een eigen
alfabet sinds het begin van de vijfde eeuw een ander symbool van eenheid.
Ondanks de lange geschiedenis is het vooral een aantal tragische historische
gebeurtenissen uit de twintigste eeuw die hun stempel op het Armeense volk hebben
gedrukt. De belangrijkste daarvan is de Armeense genocide in 1915 waarbij meer dan
één miljoen Armenen door de Turken om het leven werden gebracht.2 Een tweede
periode uit de twintigste eeuw die een rol speelt in de huidige Armeense politiek is de
geschiedenis van de eerste Armeense Republiek. Net als na het uiteenvallen van de
Sovjet-Unie in 1991 brak voor de Armenen na de ineenstorting van het Russische
Tsarenrijk in 1918 een periode van onafhankelijkheid aan. De nationalistische
Armeense ‘Dasjnak’ partij, die in hetzelfde jaar de macht greep, raakte snel in een
oorlog met Azerbeidzjan en Turkije verwikkeld. Armenië verloor de strijd met
Azerbeidzjan en Turkije en trad in 1920 noodgedwongen toe tot de Sovjet-Unie om
aan een Turkse annexatie te ontsnappen.3
1
Glenn E. Curtis, Armenia, Azerbaijan and Georgia (Washington D.C. 1995), p. XXIII.
‘Armeniërs herdenken genocide’, de Volkskrant, 25 april 2005.
3
Ian Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, A
guide to the economies in transition (Londen 2003), p. 57.
2
5
De Sovjetrepubliek Armenië viel vervolgens ten prooi aan de politiek van
Stalin. Als onderdeel van de verdeel-en-heers politiek van de dictator werd in 1923 de
Armeense enclave Nagorno-Karabach in buurland Azerbeidzjan toegevoegd aan het
grondgebied van de Azeri’s. De toedeling van Nagorno-Karabach aan de
Sovjetrepubliek Azerbeidzjan was deels een tegemoetkoming aan Turkije, dat de
strijd met Rusland om hegemonie in de Kaukasus had verloren, en op het gebied van
taal en cultuur verwant was met Azerbeidzjan. Behalve het verlies van grondgebied
vonden duizenden Armenen de dood onder Stalin als gevolg van de collectivisering
van de landbouw en de politieke zuiveringen. De Tweede Wereldoorlog bereikte het
grondgebied van Armenië niet, maar kostte wel aan ongeveer 175.000 Armeense
dienstplichtigen in het Rode Leger het leven, onder meer bij de slag om Berlijn in
1945. 4 Na de oorlog en de dood van Stalin in 1953 werd Armenië een redelijk
welvarende Sovjetrepubliek. Het communistische systeem onderdrukte de protesten
van Karabach Armenen die zich door de Azeri’s gediscrimineerd voelden en
verhoogde de levensstandaard. Als Sovjetrepubliek werd Armenië nog één keer door
een ramp getroffen, eind 1988 werd het land opgeschrikt door een zware aardbeving
die ongeveer vijfentwintigduizend mensen het leven kostte en driehonderdduizend
mensen dakloos maakte.5
Armenië na 1991.
In 1991 brak een nieuwe periode van onafhankelijkheid aan voor de Armenen. Al in
1990 had de nationalistische Armeense Nationale Beweging (ANB) de vrije
verkiezingen gewonnen. Een jaar later werd de leider van de ANB, Levon TerPetrossian, tot president verkozen. De nieuwe Armeense regering wilde een eigen
onafhankelijke koers varen met drie speerpunten. Ten eerste streefde de Armeense
regering in Jerevan naar economische en politieke aansluiting bij Europa, ten tweede
wilde het de banden met Rusland zoveel mogelijk verbreken en ten derde wilde
Armenië de plaatsing van Nagorno-Karabach onder Azerbeidjaans gezag in 1923
ongedaan maken.
De geschiedenis van Armenië na 1991 en de mate waarin Armenië erin is
geslaagd om een eigen onafhankelijke koers te varen staan centraal in deze scriptie.
4
5
C. Mouradian, Geschiedenis van Armenië (’s Hertogenbosch 2000), p. 92.
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads (Amsterdam 1999), p. 69.
6
Daarom is een nadere omschrijving van het begrip ‘onafhankelijkheid’ nodig. De hier
gehanteerde definiëring van onafhankelijkheid, of toegespitst op staten vaak
omschreven als ‘soevereiniteit’, is afkomstig van van Stephen D. Krasner. In zijn
boek: ‘Sovereignty Organized Hypocrisy’ onderscheidt hij vier soorten soevereiniteit.
De eerste daarvan is internationaal erkende soevereiniteit waarbij staten elkaars
bestaan en grenzen erkennen. De tweede vorm van soevereiniteit die Krasner
onderscheidt is binnenlandse soevereiniteit, waarbij de bestuursvorm van een staat en
het gezag en de controle van een regering bij, en over de eigen bevolking centraal
staat. Als derde noemt Krasner grensoverschrijdende soevereiniteit, door handelsinformatie- en geldstromen is er sprake van interdependentie tussen staten en is de
controle die staten over hun grenzen hebben soms twijfelachtig. De als vierde
benoemde
‘Westfaalse
soevereiniteit’
behelst
het
zogenaamde
‘niet-
inmengingbeginsel’. Staten en internationale organisaties worden volgens dit beginsel
geacht geen autoriteit en controle uit te oefenen op het grondgebied van andere
internationaal erkende staten.6
Bij het bepalen of Armenië sinds 1991 een eigen onafhankelijke koers heeft
gevaren en het gebruik van het begrip ‘onafhankelijk’ dient de door Krasner
onderscheiden Westfaalse soevereiniteit als leidraad in deze scriptie. De andere
vormen van soevereiniteit komen impliciet aan de orde. Bij schendingen van de
Westfaalse soevereiniteit moet wel een aantal kanttekeningen gemaakt worden. Door
ondertekening van internationale verdragen en lidmaatschap van internationale
organisaties hebben landen namelijk vrijwillig voor een deel hun soevereiniteit
opgegeven. Daarnaast is er ook tussen Armenië en andere staten sprake van
onderlinge interdependentie. Daarom zal er in het bijzonder worden gekeken naar de
mate waarin de Armeense Westfaalse soevereiniteit door dwang en oplegging is
geschonden en de speelruimte die de regering in Jerevan heeft bij het varen van een
eigen onafhankelijke koers.
Sinds 1991 hebben verschillende landen en internationale organisaties met
diverse instrumenten van buitenlandse politiek geprobeerd Armenië te weerhouden
van controle over Karabach. En van een economische en politieke toenadering tot
Europa ten nadele van Rusland. Pogingen tot binnenlandse inmenging van andere
staten concentreren zich in het bijzonder rondom Nagorno-Karabach. (Met als doel de
6
S.D. Krasner, Sovereignty organized hypocrisy (New Jersey 1999), p. 9-40.
7
speelruimte in te perken die Armenië zèlf heeft om de soevereiniteit van Azerbeidzjan
te schenden bij het plaatsen van Karabach onder Armeens gezag.) Al tijdens de
Sovjet-Unie waren er botsingen geweest tussen Azeri’s en Armenen in Karabach die
de toebedeling van de provincie aan Azerbeidzjan in 1923 als een historisch onrecht
zagen. Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie verklaarde Nagorno-Karabach zich
onafhankelijk van Azerbeidzjan. En hoewel internationale erkenning van NagornoKarabach tot op heden is uitgebleven hebben de militaire middelen die Azerbeidzjan
heeft ingezet om het Armeense separatisme de kop in te drukken niet het gewenste
resultaat gehad. De oorlog om de provincie, die in 1994 uitmondde in een staakt-hetvuren, kostte naar schatting twintigduizend mensen het leven, maakte ongeveer één
miljoen mensen vluchteling en werd gewonnen door Armenië. 7 De Armeense
overwinning
was
mede
te
danken
aan
omvangrijke
Russische
geheime
wapenleveranties.8 Rusland, dat vanaf 1992 probeerde zijn invloed in de voormalige
Sovjet-Unie te herstellen, nam ook de bewaking van de Armeense westgrens op zich
en voorkwam daarmee een Turkse militaire interventie. Als Armeense tegenprestatie
kreeg Moskou de beschikking over een aantal militaire bases.
Niet in staat zijnde Armenië militair te beïnvloeden sloot Turkije in 1993 de
grens met zijn oostelijke buurland. Azerbeidzjan was daartoe al in 1989 overgegaan.
Door het ontbreken van spoor- en wegverbindingen met Iran en een burgeroorlog in
buurland Georgië stortte de Armeense economie in elkaar. Eind 1992 riep de
Armeense regering de noodtoestand uit en vroeg de Verenigde Staten om hulp. De
Amerikaanse regering reageerde met het starten van noodvluchten naar Jerevan.
Zonder deze Amerikaanse hulp had Armenië de economische blokkade waarschijnlijk
niet kunnen doorstaan. 9 Behalve aan Amerikaanse hulp was Armenië bij het
economisch overleven van de blokkades overgeleverd aan Europese en Russische
humanitaire en financiële steun. Rusland heeft daarbij, in ruil voor kwijtschelding van
schulden, controle gekregen over een groot deel van de Armeense energiesector.
Op diplomatiek vlak hebben bemiddelaars tijdens en na de oorlog om
Karabach grote druk op Armenië uitgeoefend om vrede te sluiten met Azerbeidzjan.
De Verenigde Staten en Europa hadden een akkoord nodig om een oliepijpleiding via
Armenië van het olierijke Azerbeidzjan naar Turkije aan te leggen. In 1998 ging de
7
T. De Waal, Black garden: Armenia and Azerbaijan trough peace and war (New York 2006), p. 285.
Bert Lanting, ‘Moskou leverde Armenië in het geheim wapens’, de Volkskrant, 4 april 1997.
9
Joseph R. Masih, Robert O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 72.
8
8
Armeense president Ter-Petrossian onder druk van de Verenigde Staten akkoord met
een vredesplan, maar verloor als gevolg hiervan ieder gezag in eigen land en werd
afgezet. Een definitieve vredesregeling tussen Armenië en Azerbeidzjan is
uitgebleven.
De stelling.
De recente geschiedenis van Armenië plaatst vraagtekens bij de onafhankelijkheid
van het land. Ondanks onder andere Russische en Amerikaanse steun aan Armenië
wordt geprobeerd in deze scriptie de volgende stelling te verdedigen: ‘Armenië is
geen speelbal van regionale grootmachten en vaart een eigen onafhankelijke koers’.
Om aan te tonen dat de buitenlandse invloed op Armenië beperkt is gebleven wordt er
eerst gekeken naar de gevolgen van de militaire middelen die zijn ingezet om
Armenië te beïnvloeden. Hebben Azerbeidzjan en Turkije met militaire druk, en
Rusland met militaire hulp, de Armenen beperkt in hun speelruimte om Karabach
onder controle te krijgen en zich los te maken van Rusland? In het tweede gedeelte
staat de economie van Armenië centraal, in het bijzonder de economische blokkades
van Azerbeidzjan en Turkije. Daarnaast wordt de vraag gesteld of de Amerikaanse
hulp en de economische ontwikkelingen in het olierijke en militair vijandelijke
Azerbeidzjan een bedreiging vormen voor Armenië. De diplomatieke initiatieven om
een vredesakkoord te sluiten tussen de Armeense regering in Jerevan en de
Azerbeidjaanse regering in Bakoe worden als laatste behandeld.
Het bronnenmateriaal dat voor deze scriptie is gebruikt bestaat voor het
overgrote deel uit boeken en krantenartikelen uit de Volkskrant, NRC Handelsblad,
The Financial Times, The Times, The New York Times, International Herald Tribune
en de Russische zakenkrant Kommersant.10 Het aanbod van literatuur over Armenië is
relatief beperkt, de beschikbare titels zijn voornamelijk afkomstig van Amerikaanse
en Armeense auteurs. Daarnaast is het tijdsbestek van de beschikbare literatuur
meestal niet overlappend met de hier besproken periode 1991-2006. In plaats daarvan
staan vaak de oorlogsjaren 1988-1994 centraal. De krantenartikelen zijn gebruikt als
aanvulling op de gebruikte literatuur en om de hierboven omschreven lacunes in het
bronnenmateriaal zoveel mogelijk te compenseren.
10
Het betreft hier de Engelstalige interneteditie van de Kommersant, één van de weinige Russische
kranten die met een kritische blik naar de regering van president Poetin kijkt.
9
De militaire onmacht van Azerbeidzjan.
Historische achtergrond van het conflict om Nagorno-Karabach.
In deze paragraaf staan de pogingen centraal om met militaire middelen het Armeense
streven naar zeggenschap over Nagorno-Karabach te dwarsbomen. Voordat er
aandacht kan worden geschonken aan het oplaaien van het conflict om de provincie,
en de oorlog die er op volgde, wordt er gekeken naar de oorsprong van het conflict.
De historische achtergrond van het conflict bestaat namelijk niet alleen uit de door de
Armenen als onrechtvaardige beschouwde toedeling Karabach aan Azerbeidzjan in
1923. Wat is de historische achtergrond van de strijd om Karabach en in hoeverre is
deze van belang voor het huidige conflict om de betwiste provincie?
De oorspong van de oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan ligt in het einde
van de negentiende eeuw. In 1890 werd onder invloed van opkomend nationalisme in
Tbilisi de Armeense Dasjnak partij opgericht, die streefde naar een herenigd en
onafhankelijk Armenië. De nieuwe partij maakte aanspraak op Turks en Russisch
grondgebied, waaronder gebiedsdelen die door Azerbeidjanen gedomineerd werden.11
Pogingen van het Ottomaanse Rijk en Rusland om het Armeense nationalisme
de kop in te drukken werkten averechts. Grootschalige moordpartijen in het
Ottomaanse Rijk in 1895 en pogingen tot Russificatie vanaf 1896 maakten de
Armenen bewust van hun eigen taal, cultuur en geschiedenis en versterkten het
Armeense onafhankelijkheidsstreven. In 1905 kwamen in de nasleep van de eerste
Russische revolutie de oplopende spanningen tussen Armenen, de autoriteiten en de
Azeri’s voor het eerst één jaar lang tot een uitbarsting. In Bakoe waar de Armeense
minderheid de oliewinning controleerde, kwam het tot anti-Armeense pogroms,
gevolgd door Armeense wraakacties van de Dasjnak partij. Vanuit Bakoe sloeg het
geweld over naar de provincies Nagorno-Karabach en Nachitsjevan.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog, de Russische Revolutie van 1917 en de
burgeroorlog die daarop volgde werd er opnieuw slag geleverd tussen Armenen en
Azeri’s. Aanvankelijk verliep de Eerste Wereldoorlog gunstig voor de Armenen, de
11
L. Chorbajian, The Caucasian knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabagh (Londen 1994),
p. 3.
10
Russen veroverden Armeens grondgebied op de Turken. Veel Armenen vochten dan
ook aan Russische zijde of in afzonderlijk guerrillaverband tegen de Turken. De door
de Turken gepleegde Armeense genocide in 1915 was dan ook een poging om het
gevaar van een vijfde colonne en een Armeense staat af te wenden.
De Armeense genocide kon de oprichting van een Armeense staat niet
verhinderen. In 1917 stortte het Russische Tsarenrijk in elkaar, waardoor de
Russische veroveringen op het Ottomaanse Rijk verloren gingen maar tegelijkertijd de
Armenen een jaar later op voormalig Russisch grondgebied hun eigen staat konden
stichten. Naast de Armeense genocide is de geschiedenis van deze eerste Armeense
Republiek een tweede traumatische periode. De in 1918 gestichte Armeense
Republiek kreeg namelijk te maken met militaire interventies van Azerbeidzjan, het
Ottomaanse Rijk, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie. Aanleiding voor de interventies
waren de grenzen van de nieuwe Republiek. Armenië, en het eveneens in 1918
onafhankelijk geworden Azerbeidzjan, maakten beide aanspraak op de provincies
Nachitsjevan, Zanguezoer en Nagorno-Karabach. Van de laatste provincie bestond
negentig procent van de bevolking uit Armenen.12 De grens tussen Armenië en het
Ottomaanse Rijk was eveneens betwist.
De strijd om Nachitsjevan werd als eerste beslecht. Een succesvolle militaire
interventie van het Ottomaanse Rijk voegde de provincie toe aan het grondgebied van
de Azeri’s. Een door Armenen gedomineerde Bolsjewistische opstand in Bakoe werd
door de Turken eveneens met succes neergeslagen, waarbij de stad een herhaling zag
van de anti-Armeense pogroms uit 1905. In weerwil van de Turkse militaire steun aan
Azerbeidzjan slaagde een Armeens partizanenleger erin om de provincie Zanguezoer
bij Armenië te voegen. Met het einde van de Eerste Wereldoorlog op 30 oktober 1918
was de Turkse rol in de Kaukasus voorlopig uitgespeeld.
Van oktober 1918 tot augustus 1919 probeerde Groot-Brittannië de Kaukasus
naar zijn hand te zetten. Het Britse leger was vanuit Perzië naar de Kaukasus
opgetrokken om de Turkse invloed in de regio in te dammen en de Witte Legers in de
Russische burgeroorlog te steunen. De Britten probeerden de Turkse ambities in de
regio in te tomen door de Azerbeidjaanse aanspraak op de drie betwiste provincies en
de Armeense aanspraak op Turks grondgebied te steunen. Groot-Brittannië hoopte
twee levensvatbare staten te vestigen. Het Britse leger ging er niet toe over
12
Ibidem, p. 142.
11
Zanguezoer en Nagorno-Karabach gewapenderhand bij Azerbeidzjan te voegen. In
plaats daarvan verwees Londen de Armenen en de Azeri’s naar een Parijse
vredesconferentie waar de grenzen in de Kaukasus definitief zouden worden
vastgelegd. 13 Groot-Brittannië wachtte de uitkomst van de conferentie niet af, in
augustus 1919 trok het land zich terug uit de Kaukasus. De Britse militaire interventie
had een Armeense poging voorkomen om Nagorno-Karabach net als Zanguezoer
gewapenderhand onder Armeens gezag te plaatsen. Met het vertrek van het Britse
leger barstte de strijd om Karabach los. Daarbij werd onder andere de voornamelijk
Armeense stad Shushi door de Azeri’s grotendeels verwoest, omgedoopt in Shusha,
en in bezit genomen. Terwijl Armenië en Azerbeidzjan slag leverden om NagornoKarabach intervenieerde de Sovjet-Unie als derde partij in het conflict. In 1920 trok
het Rode Leger Azerbeidzjan binnen en bezette vervolgens Nagorno-Karabach,
Zanguezoer en Nachitsjevan. Het Armeense ministaatje dat overbleef werd door
Turkije aangevallen en trad in november 1920 uit lijfsbehoud toe tot de Sovjet-Unie.
Een paar weken daarvoor was de Parijse vredesconferentie uitgemond in het verdrag
van Sèvres waarin delen van het Ottomaanse Rijk aan Armenië werden toebedeeld.
Voor de Armenen kwam het verdrag te laat en de Geallieerden waren niet bereid het
verdrag gewapenderhand af te dwingen.14
In 1921 sloten de Sovjet-Unie en het Ottomaanse Rijk het verdrag van Kars
waarin de grens tussen beide landen werd vastgelegd. In ruil voor de door het
Ottomaanse Rijk bezette Georgische havenstad Batoemi droeg de Sovjet-Unie
Armeens grondgebied over aan Turkije. Nachitsjevan werd om de Turken tegemoet te
komen een autonome Azerbeidjaanse provincie.15 Volgens het verdrag van Kars uit
1921 stond Turkije garant voor de autonome status van Nachitsjevan.16 Als verdere
tegemoetkoming aan de Turken plaatste Stalin in 1923 Nagorno-Karabach als
autonome deelrepubliek onder het gezag van Azerbeidzjan. Van de drie omstreden
provincies was alleen Zanguezoer succesvol bij Armenië gevoegd.
In hoeverre is de historische achtergrond van belang bij het huidige conflict
om Nagorno-Karabach? De voornaamste erfenis van de geschiedenis van de eerste
Armeense Republiek is de angst en haat voor de Turken en in mindere mate voor de
13
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 128.
C.J. Walker (red.), Armenia and Karabagh, the struggle for unity (Londen 1991), p. 33.
15
C. Mouradian, Geschiedenis van Armenië, p. 82.
16
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus (Brussel 1996), p. 182.
14
12
Azeri’s. Als onderdeel van de Sovjet-Unie waren de Armenen uit Turkse handen
gered, maar tegelijkertijd viel het daarmee ten prooi aan de verdeel-en-heers politiek
van Stalin. Desondanks zorgde de Sovjetoverheersing ervoor dat de vrede terugkeerde
in Karabach. Pas eind jaren tachtig laaide het conflict om Nagorno-Karabach weer op.
De nadagen van de Sovjet-Unie onder ‘dictator’ Gorbatsjov, 1987-1992.
Bijna zeventig jaar lang ontbrak elke vorm van geweld tussen Armenen en Azeri’s in
de Sovjet-Unie. Buiten de Sovjet-Unie probeerde het ‘Armenian Secret Army for the
Liberation of Armenia’ (ASALA), de herinnering aan de genocide en de Armeense
zaak levend te houden. Tussen 1973 en 1986 pleegden het ASALA en
zusterorganisaties in de Verenigde Staten, West-Europa en het Midden-Oosten
ongeveer tweehonderd aanslagen op Turkse doelwitten.17 In 1987 laaide het conflict
om Nagorno-Karabach in de Sovjet-Unie weer op. Ongeveer 75 procent van de 160
duizend inwoners van Karabach was Armeens en streefde naar aansluiting bij de
Sovjetrepubliek Armenië.
18
Vanaf 1988 probeerden eerst de Sovjet-Unie en
vervolgens Azerbeidzjan en Armenië met geweld Nagorno-Karabach onder controle
te krijgen. Bakoe kreeg daarbij in 1990 hulp van het Rode Leger. In hoeverre zijn de
Azeri’s en Moskou er in geslaagd met geweld Nagorno-Karabach onder controle te
houden?
In de eerste fase van het conflict probeerde Moskou met vreedzame middelen
een einde te maken aan de roep om hereniging van Sovjetrepubliek Armenië en de
Azerbeidjaanse autonome deelrepubliek Nagorno-Karabach. In plaats van het streven
naar hereniging te onderdrukken stond Moskou in het kader van glasnost en
perestrojka demonstraties toe.
Het etnische geweld waar deze demonstraties in uitmondden leidde in oktober
1987 tot het begin van grote vluchtelingenstromen van Azeri’s in Armenië en
Armenen in Azerbeidzjan naar hun vaderland. Ondertussen klonk de roep om
hereniging van Armenië en Karabach steeds luider. In Jerevan demonstreerden op 25
17
Anonymous, Armenian Claims and Historical Facts, Questions and Answers (Ankara 2005), p. 49.
(Aanslagen in Nederland: 1979, zoon van de Turkse ambassadeur vermoord, bomaanslag in
Amsterdam op een Turkse vliegmaatschappij (zonder doden) 1982, de Turkse consul in Rotterdam
doodgeschoten.)
18
C.J. Walker (red.), Armenia and Karabagh, the struggle for unity, p. 116.
13
februari 1988 bijna één miljoen Armenen voor hereniging met Nagorno-Karabach.
Een groep van elf voorname Armeense schrijvers, dichters en wetenschappers
verenigd in het Karabach Comité leidde de demonstraties. De Armeense
demonstranten zagen zich tijdens de demonstraties als loyale Sovjetburgers. Van
Gorbatsjov verlangden de demonstranten in het kader van de perestrojka dat het
besluit van Stalin uit 1923 om Karabach onder Azerbeidjaans gezag te plaatsen werd
teruggedraaid.19 Moskou was echter uit angst voor een precedentwerking niet bereid
de grens tussen beide Sovjetrepublieken te veranderen. Desondanks ontving
Gorbatsjov Armeense delegaties, tolereerde demonstraties en stuurde onderhandelaars.
Daarmee wekte Gorbatsjov de verkeerde indruk, de Armenen kregen het idee
vooruitgang te boeken.20 Van 1930 tot 1970 vonden er dertig grenswijzigingen in de
Sovjet-Unie plaats en de Armenen hoopten op een éénendertigste grenswijziging.21
Op 27 februari ontaardde twee dagen na de grote demonstratie in Jerevan een
tegendemonstratie van Azerbeidjaanse vluchtelingen in de havenstad Sumgait in antiArmeense pogroms. Door het late ingrijpen van het Rode Leger kwamen naar
schatting tweehonderd Armeense inwoners van de stad om. 22 Onlusten tussen
Armenen en Azeri’s hielden in de rest van 1988 aan. Gorbatsjov probeerde de situatie
tevergeefs te normaliseren door president Karen Demirtsjian van Armenië en
president Kyamran Bagirov van Azerbeidzjan te vervangen. Leden van het Karabach
Comité, waaronder de latere president Levon Ter-Petrossian, werden gearresteerd en
een half jaar zonder proces vastgehouden.23 Daarnaast plaatste Gorbatsjov NagornoKarabach in 1989 onder direct bestuur van Moskou. Het optreden van de voorzitter
van de Opperste Sovjet had als gevolg dat de ANB, voortgekomen uit het Karabach
Comité, in 1989 over onafhankelijkheid begon te denken. In Bakoe streefde het
radicale Azerbeidjaanse Volksfront (AV) naar onafhankelijkheid.
In een tweede wanhopige poging de Sovjetrepublieken Armenië en
Azerbeidzjan onder controle te houden stuurde Gorbatsjov het Rode Leger naar de
twee
deelrepublieken.
Directe
aanleiding
daartoe
waren
demonstraties
in
Azerbeidzjan. Van 13 tot 15 januari 1990 liepen door het AV georganiseerde
19
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia (Londen 1999), p. 14.
John Lloyd, ‘Armenians Expect Enclave To Be Detached’, Financial Times, 3 december 1988, Back
Page p. 22.
21
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. 146.
22
D.E. Miller, Armenia: portraits of survival and hope (Berkeley 2003), p. 47.
23
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 65.
20
14
demonstraties in Bakoe uit op nieuwe anti-Armeense pogroms.24 En twee dagen later
nam het AV in de Azerbeidjaanse hoofdstad zelfs kortstondig de macht over van de
communisten. Het Rode Leger maakte, ten koste van 130 doden, op 19 februari een
einde aan de machtsgreep van het AV.25 Het onderdrukken van het AV had als gevolg
dat bij de eerste vrije verkiezingen in Azerbeidzjan de communisten in 1990 aan de
macht bleven terwijl in Jerevan de ANB in de regering kwam. Ondanks het met
geweld neerslaan van de Azerbeidjaanse opstand liep de militaire poging van Moskou
om een einde te maken aan het conflict om Karabach uit in een eenzijdige steun van
het Rode Leger aan Bakoe. In 1990 werkte Gorbatsjov namelijk aan een nieuw
unieverdrag waarin de afzonderlijke lidstaten meer macht kregen en de leider van de
Sovjet-Unie achtte Azerbeidzjan door zijn olievoorraden van essentieel belang voor
het behoud van de Unie. 26 De steun die Moskou aan Azerbeidzjan gaf om het
Armeense herenigingstreven de kop in te drukken bestond ten eerste uit de plaatsing
van Nagorno-Karabach onder Azerbeidjaans militair bestuur. Omdat Azerbeidzjan
alleen beschikte over een speciale politiemacht kregen deze zogenaamde ‘OMONeenheden’ daarnaast militaire bijstand van een divisie van het Rode Leger. De derde
manier waarop Gorbatsjov de Azeri’s probeerde te helpen was door het verbieden van
zelfstandig opererende Armeense partizanengroepen in Azerbeidzjan.
Deze
zogenaamde ‘fedayien-strijders’ werden door de regering in Jerevan met succes
ondergebracht in een nationaal leger. Met het organiseren van een eigen leger liep
Armenië daardoor voor op Azerbeidzjan.27
In 1991 probeerden OMON-eenheden, gesteund door het Rode Leger, met
operatie Ring een einde te maken aan het Armeense verzet. Operatie Ring behelsde
paspoortcontroles en de deportatie van Armenen in Karabach naar Armenië om de
ring van Azerbeidjaans grondgebied om de enclave te verstevigen. Tot en met
augustus werden in het kader van operatie Ring 26 dorpen ontruimd, en tienduizend
Armenen gedeporteerd.28 In juni 1991 begon het militaire optreden effect te sorteren.
Op 19 juni verklaarden Armeense partijleden uit Karabach te willen onderhandelen.
Als Azerbeidzjan overging tot demilitarisering van Nagorno-Karabach waren de
Quentin Peel, ‘Azerbaijani mobs kill 30 as race rioting breaks out; Worst violence for two years
Soviet troops in Baku reinforced’, Financial Times, 15 januari 1990, p. 1.
25
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 93.
26
Mary Dejevsky, ‘Kremlin aim is to crush Baku nationalists’, Times, 27 januari 1990.
27
Francis X. Clines, ‘Armenia disarms a vigilant group’, New York Times, 31 augustus 1990, Foreign
Desk p. 6.
28
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 28.
24
15
Armenen bereid voorlopig af te zien van hereniging met Armenië. 29 Door de
liquidatie van de leider van de Armeense delegatie kwam er een einde aan de
onderhandelingen.
In augustus 1991 kwam er door de mislukte coup tegen Gorbatsjov een abrupt
einde aan de steun van het Rode Leger aan de Azerbeidjaanse OMON-eenheden
omdat de president van Azerbeidzjan openlijk zijn steun had uitgesproken aan de
coupplegers. Nadat het Kremlin tevergeefs eerst met vreedzame, en daarna met
militaire middelen gepoogd had het Armeense separatisme te stoppen, brak er nu een
derde fase aan in het conflict. Alleen dit keer kreeg Azerbeidzjan geen steun.
Door een betere organisatie van het leger kregen de Armenen in de herfst van
1991 in de strijd om Nagorno-Karabach de overhand. Azerbeidzjan begon pas in
december 1991 met de oprichting van een eigen leger. Een aantal dorpen die in het
kader van operatie Ring waren ontruimd werden door de Armenen heroverd.
Bovendien kon Bakoe niet verhinderen dat Nagorno-Karabach zich op 2 september
1991 onafhankelijk verklaarde. In februari 1992 openden de Armenen een nieuw
offensief waarbij het Azerbeidjaanse plaatsje Khodjali ten koste van veel
burgerslachtoffers op de Azeri’s werd veroverd. 30 De val van Khodjali, dat slecht
verdedigd was door milities die niet samenwerkten, leidde tot politieke chaos in
Bakoe en het aftreden van de communistische Azerbeidjaanse president. In mei
pleegde de afgetreden communistische president een coup waarna het AV
onmiddellijk een succesvolle tegencoup pleegde. Meteen na kennisneming van de
communistische coup waren Azerbeidjaanse milities gelieerd aan het AV van het
front naar Bakoe opgetrokken.31 De chaos in Bakoe en aan het Azerbeidjaanse front
als gevolg van de coup had een aantal grote Armeense overwinningen tot gevolg.32 In
mei 1992 veroverde Armenië in Karabach de Azerbeidjaanse bolwerken Susha en
Lachin en creëerde een corridor tussen Armenië en de enclave.
Zowel Moskou als Bakoe slaagde er niet in om het Armeense streven naar
hereniging in de kiem te smoren. De intentie van Gorbatsjov om het conflict
vreedzaam op te lossen schiep valse hoop bij de Armenen en zorgde ervoor dat het
29
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 118.
‘Massacre by Armenians Being Reported’, New York Times 2 maart 1992, Foreign Desk p. 3.
31
Hubert Smeets, ‘Oppositie in Bakoe zet Moetalibov aan de kant’, NRC Handelsblad, 16 mei 1992,
p. 1 & 5.
32
Glenn.E. Curtis, Armenia, Azerbaidzjan and Georgia, p. 24.
30
16
geweld in Karabach verder uit de hand liep. De eenzijdige militaire steun van Moskou
aan Bakoe, met als doel om Azerbeidzjan binnen de unie te houden, kwam na de
mislukte coup tegen Gorbatsjov abrupt ten einde. De militaire steun van het Rode
Leger aan Azerbeidzjan had de oprichting van een nationaal Azerbeidjaans leger
voorkomen en de communisten in Bakoe aan de macht gelaten. Na het wegvallen van
de steun van het Rode Leger maakten de Armenen gebruik van de slechte organisatie
van de Azerbeidjaanse strijdkrachten en de politieke instabiliteit in Bakoe.
De privatisering van het Rode Leger 1992-1993.
Op 7 juni 1992 kwam er een einde aan de politieke chaos in Azerbeidzjan met het
winnen van de democratische presidentsverkiezingen door Abulfaz Elchibey. De aan
het AV gelieerde president beloofde bij zijn aantreden Nagorno-Karabach binnen
twee maanden te heroveren. 33 In juni 1992 opende Elchibey daartoe een militair
offensief in het noorden van Karabach. In hoeverre slaagde de nieuwe Azerbeidjaanse
regering erin om Armenië militair onder druk te zetten?
Bij de poging van Elchibey om Karabach gewapenderhand onder controle te
krijgen is de staat waarin de Armeense en de Azerbeidjaanse strijdkrachten in 1992
verkeerden van belang. Het in december 1991 opgerichte Azerbeidjaanse leger toonde
minder cohesie dan het in augustus 1990 opgerichte Armeense leger. Bij de stichting
van een nationaal leger liep Bakoe ruim een jaar achter op Jerevan. Daarnaast vochten
aan Azerbeidjaanse zijde Afghaanse Moedjahedienstrijders en Russische en
Oekraïense huurlingen mee waardoor de onderlinge coördinatie verder werd
bemoeilijkt. Aan Armeense zijde vochten in 1992 behalve Russen alleen een kleine
groep Amerikanen van Armeense afkomst mee.
34
Tegenover een gebrekkige
organisatie van de Azeri’s stond wel dat het moreel na de verkiezingsoverwinning van
het AV aan Azerbeidjaanse zijde hoog was. Terwijl veel Armeense fedayien-strijders
na de euforie over de inname van Susha en Lachin terug naar Armenië trokken, in de
veronderstelling dat de oorlog snel afgelopen zou zijn. Bovendien was het
Azerbeidjaanse leger beter uitgerust dan het Armeense leger. Na de mislukte coup
33
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. 15.
Raymond Bonner, ‘Foreigners Fight Again in the Embattled Caucasus’, New York Times, 4 augustus
1993, Foreign Desk p. 3.
34
17
tegen Gorbatsjov in augustus 1991 was het Rode Leger stuurloos in de Kaukasus
achtergebleven, en de Russen verkochten en verhuurden militair materieel aan beide
strijdende partijen. Zowel het Armeense leger als het Azerbeidjaanse leger werd
uitgerust met gekocht en gestolen materieel van Russische militaire bases. 35
Overvallen op Russische bases door Armenen of Azeri’s werden soms in scène gezet
om een zakelijke transactie aan het oog te ontrekken.36 Daarnaast waren Russische
soldaten bereid in ruil voor geld of drank mee te vechten aan Armeense of
Azerbeidjaanse zijde. Het Azerbeidjaanse leger was beter bewapend dan het
Armeense leger omdat de Azeri’s in het voordeel waren bij het illegaal bemachtigen
van wapens. Tijdens de Koude Oorlog lag Armenië bij een aanval van de NAVO in
de frontlinie, en als gevolg daarvan bevond het merendeel van de militaire bases,
vliegvelden en voorraden van het Rode Leger zich in Azerbeidzjan. Bovendien had
het Azerbeidjaanse leger een strategisch voordeel, het Armeense leger verwachtte een
aanval in het oosten van Karabach, en niet in het noorden zoals Elchibey van plan was.
Het offensief van Elchibey was een groot succes. De Azerbeidjaanse overmacht aan
militair materieel, het vertrek van de fedayien-strijders uit Karabach en de
verwachting dat Azerbeidzjan in het oosten zou aanvallen, leidden tot de ineenstorting
van het Armeense front. Begin september had Azerbeidzjan de helft van NagornoKarabach in handen. Als daarvan gevolg balanceerden de Karabach Armenen op de
rand van de afgrond, Azerbeidzjan stond op het punt om de belangrijke Lachin
corridor te heroveren. 37 De Armenen reageerden met een algehele mobilisatie van
iedere man tussen de 18 en 45 jaar om weerstand te bieden aan de Azerbeidjaanse
aanval. Het Azerbeidjaanse offensief verloor uiteindelijk momentum door hulp van
Russen die aan Armeense zijde vochten. Russische piloten hielpen de Armenen door
met helikopters aanvallen uit te voeren op hun landgenoten die met tanks aan
Azerbeidjaanse zijde meevochten.38
Door de Azerbeidjaanse militaire dreiging begon Armenië zich voor zijn
veiligheid in de zomer en herfst van 1992 in toenemende mate te richten op
Rusland.39 De Armeense toenadering tot Rusland bestond uit samenwerking binnen
het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). Het GOS moest als
35
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 54.
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 166.
37
‘Azerisch offensief in Karabach’, de NRC 21 september 1992, p. 7.
38
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 196.
39
Joseph R. Masih, Robert O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 104.
36
18
overkoepelende organisatie de opdeling van de Sovjet-Unie coördineren en
economische samenwerking tussen de voormalige Sovjetrepublieken bevorderen en
op 21 december 1991 was Armenië net als Azerbeidzjan in Alma-Ata (Kazakstan)
toegetreden tot GOS. Maar in tegenstelling tot het buurland trad Armenië op 15 mei
1992 op een conferentie van het GOS in Tasjkent (Oezbekistan) eveneens toe tot het
veiligheidsstelsel van het gemenebest. Indien Turkije besloot te interveniëren, kon
Armenië rekenen op bijstand van andere leden van het GOS. De Armeense bereidheid
lid te worden van het GOS, en het militaire overwicht van Azerbeidzjan en de proTurkse en anti-Russische koers van de regering-Elchibey leidde tot omvangrijke
clandestiene Russische wapenleveranties aan de Armenen. Vanaf midden 1992 tot en
met 1996 leverde Rusland voor ongeveer 1 miljard dollar wapens aan Armenië. 40
Daarmee kwam er op het gebied van militair materieel een einde aan het
Azerbeidjaanse militaire overwicht op Armenië. En door de weigering van de
regering-Elchibey om toe te treden tot het veiligheidsstelsel van het GOS trok het
Russische leger zich eind 1992 terug uit Azerbeidzjan. Daardoor konden de Azeri’s
niet langer illegaal Russisch militair materieel bemachtigen.
In oktober 1992 liep het Azerbeidjaanse offensief vast. Het Armeense leger
vertoonde meer discipline, moreel en cohesie dan het Azerbeidjaanse. 41 En het
Azerbeidjaanse overwicht in militair materieel werd gecompenseerd door Russische
wapenleveranties en de vorderingen die de Armenen boekten bij de vorming van een
nationaal leger. De samenwerking in het Azerbeidjaanse leger was in 1992 nog steeds
gebrekkig en werd niet bevorderd door de hulp van Russische en Oekraïense
huurlingen en Afghaanse Moedjahedienstrijders. Uit onvrede over de vorderingen bij
de herovering van Karabach ontsloeg Elchibey in februari 1993 zijn minister van
defensie en zijn belangrijkste bevelhebber Suret Huseinov. Door goede relaties met
Russische militaire bases had Huseinov een van de grootste en best bewapende
militaire eenheid onder zijn hoede.42 De bevelhebber trok zich van zijn ontslag niets
aan en weigerde zijn gezag over te dragen.
In plaats daarvan trok Huseinov zich in februari met zijn eenheid terug van het
front en liet het gebied rondom Kelbadjar, gelegen tussen Armenië en Karabach,
slecht verdedigd achter. De Armenen maakten hier gebruik van door zonder veel
Bert Lanting, ‘Moskou leverde Armenië in het geheim wapens’, de Volkskrant, 4 april 1997.
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 36.
42
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 18.
40
41
19
tegenstand op 3 april Kelbadjar in te nemen en creëerden daarmee een tweede
corridor tussen Armenië en Karabach.43
De nieuwe regering-Elchibey was aanvankelijk succesvol in zijn poging om
Karabach militair onder controle te brengen. Het Azerbeidjaanse leger was beter
uitgerust dan het Armeense leger maar had één achilleshiel, het vormde geen eenheid.
Door een beroep te doen op Russische militaire steun liepen de Armenen ondertussen
vanaf midden 1992 steeds meer in op het militaire overwicht dat de Azerbeidjanen
aan het begin van het offensief hadden. Als gevolg van de Russische
wapenleveranties en het muiten van Huseinov mislukte de poging van Elchibey om
heel Karabach te heroveren en slaagden de Armenen er zelfs in om een tweede
corridor tussen Armenië en Karabach te bewerkstelligen.
Russische interventie 1992-1993.
Door de Armeense militaire successen dreigde Turkije in mei 1992 en in februari
1993 met militair ingrijpen. De nieuwe Azerbeidjaanse regering onder leiding van
Elchibey zocht bovendien toenadering tot Turkije voor militaire en economische hulp.
Iran liet het niet bij dreigementen en stuurde in september 1993 troepen naar
Nachitsjevan. Tegelijkertijd probeerde Moskou vanaf 1992 en 1993 de voormalige
Sovjetrepublieken weer onder controle te krijgen door de nieuwe staten militair en
economisch afhankelijk van Rusland te maken. In hoeverre heeft het Turkse en
Iraanse militaire optreden samen met het Russische streven naar invloed in de
Kaukasus Armenië militair onder druk gezet, en de speelruimte van Armenië om
Karabach met militaire middelen onder Armeens gezag te plaatsen beperkt?
Turkije was het eerste land dat dreigde met een militaire interventie. Directe
aanleiding daartoe was het Azerbeidjaanse debacle rondom Khodjali in 1992 waarbij
veel Azerbeidjaanse burgerslachtoffers vielen. In hetzelfde jaar braken kortstondig
gevechten uit aan de grens tussen Armenië en de Azerbeidjaanse enclave
Nachitsjevan. Volgens het verdrag van Kars uit 1921 stond Turkije garant voor de
autonomie van Nachitsjevan en een schending daarvan kon door Ankara als (een
43
‘Armenia accused of major attack’, New York Times 5 april 1993, Foreign Desk p. 7.
20
vergezochte) legitimatie gebruikt worden om militair te interveniëren. De nieuwe
militaire successen van de Armenen in het voorjaar van 1993 hadden dan ook tot
gevolg dat de spanningen tussen Turkije en Armenië opliepen. In april begon Turkije
troepen te verplaatsen naar de Armeense grens en dreigde opnieuw met een
interventie.44 Turkije wilde een Azerbeidjaanse nederlaag voorkomen en tegelijkertijd
zijn invloed in het olierijke Azerbeidzjan versterken. Azerbeidzjan verschafte Ankara
bovendien toegang tot de eveneens aan Turkije verwante staten Kazakstan,
Oezbekistan, Turkmenistan en Kirgizië. 45 De Turken werden in hun streven naar
invloed in Centraal-Azië gesteund door de Verenigde Staten die wilden voorkomen
dat Iran een belangrijke speler zou worden in de Kaukasus.46
De beslissing van de Turkse regering om in 1992 en in 1993 uiteindelijk niet
militair te interveniëren werd in Moskou genomen. Rusland, dat na de toetreding van
Armenië tot het GOS de Armeense grens met Turkije controleerde, maakte in 1992
aan Ankara duidelijk dat een Turkse interventie zou leiden tot een oorlog tussen
Turkije en Rusland.47 In 1993 herhaalde Rusland zijn dreigementen. Sindsdien heeft
Turkije alleen op kleine schaal Azerbeidzjan militair gesteund door de levering van
wapens, en advies en trainingen van Turkse militairen ‘op vakantie’.48 Economisch
steunde Turkije de Azeri’s door in februari 1993 de grens met Armenië te sluiten en
geen hulpgoederen meer door te laten. De strijd tussen Turkije en Rusland om de
Kaukasus had een gunstig verloop voor Armenië. Door Russisch optreden bleef de
samenwerking van Turkije en Azerbeidzjan beperkt op economisch vlak en bleef een
gewapend Turks optreden uit.
Iran was het tweede buurland van Armenië dat behalve Turkije militair wilde
interveniëren. In september 1993 braken nieuwe gevechten uit aan de grens met
Nachitsjevan en Iran stuurde troepen naar de Azerbeidjaanse enclave. Het Iraanse
leger bood voornamelijk humanitaire hulp aan Azerbeidjaanse vluchtelingen.
Armenië wilde het conflict niet uitbreiden met Iran en stopte de aanval. Na de opvang
van vluchtelingen en de belofte van Jerevan aan Teheran de provincie niet meer aan te
vallen gaf Iran gehoor aan Russische druk om zich terug te trekken. 49 Net als Turkije
vormde Iran door Russisch optreden na 1993 geen militaire dreiging meer voor
44
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 52.
Turkmenistan staat ook bekend Toerkmenistan, de afgeschafte benaming van het land.
46
Bush: Turkije model voor ex-Sovjet-staten’, NRC Handelsblad, 12 februari 1992, p. 4.
47
John Lloyd, ‘Moscow reacts to Turkish threats on Armenia’, Financial Times, 22 mei 1992, p. 2.
48
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. 34.
49
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 172.
45
21
Armenië. Maar leidde de Russische grensbewaking en het Russische streven naar
invloed in de voormalige Sovjetrepublieken niet tot een nieuwe afhankelijkheid van
Moskou?
Direct na de val van de Sovjet-Unie was het Russische leger door de nog niet
voltooide ontmanteling van militaire bases en wapenleveranties aan strijdende partijen
de belangrijkste vertegenwoordiger van het Russische buitenlandbeleid in de
Kaukasus. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken was nog bezig
diplomatieke betrekkingen op te bouwen met de voormalige Sovjetrepublieken en had
in tegenstelling tot het Rode Leger nauwelijks directe toegang tot politici. De
Russische buitenlandse politiek naar de voormalige Sovjetrepublieken toe was dan
ook afgestemd op de wens van het Russische leger om controle te houden over de
grenzen van de voormalige Sovjet-Unie. Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was
de belangrijkste verdedigingsgordel die Rusland tegen de NAVO beschermde in het
buitenland komen te liggen. En het Kremlin probeerde militaire bases en radarstations
in de voormalige Sovjetrepublieken daarom te behouden. Naast strategische belangen
wilde Rusland in de Kaukasus graag het monopolie behouden op de export van olie
uit Azerbeidzjan naar het Westen. In 1992 en 1993 raakte de Russische buitenlandse
politiek er daarom op gericht de onafhankelijkheid van de nieuwe staten tot een
minimum te beperken.
50
Het belangrijkste middel om de Russische militaire
aanwezigheid in de Kaukasus na 1991 voort te zetten was het GOS. Armenië was in
1992 noodgedwongen lid geworden van het GOS, buurland Azerbeidzjan weigerde.
In plaats van Russische afhankelijkheid zocht Elchibey toenadering tot Turkije. Het
gevolg was dat Rusland door Armenië te steunen in de oorlog om Karabach probeerde
druk uit te oefenen op Azerbeidzjan om toe te treden tot het GOS. Toen de
gelegenheid zich voordeed ging het Kremlin er in 1993 zelfs toe over een coup tegen
de Azerbeidjaanse president Elchibey te organiseren om een einde te maken aan de
toenadering tussen Ankara en Bakoe.51 Suret Huseinov speelde een prominente rol in
de door Rusland georkestreerde staatsgreep. In juni 1993 stuurde Elchibey, politiek en
militair verzwakt door de nederlaag bij Kelbadjar, het leger af op de muitende
Huseinov om hem uit zijn functie te ontzetten. Huseinov versloeg het regeringsleger
met Russische steun en begon aan een opmars naar Bakoe. De Russen hadden
50
Charles van der Leeuw, Oil and Gas in the Caucasus & Caspian, A History (Richmond 2000), p.
127.
51
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. 32.
22
Huseinov van te voren getipt over de komst van het Azerbeidjaanse regeringsleger.52
Niet in staat zijnde Huseinov tegen te houden droeg Elchibey de macht over aan de
oud-communistisch leider van Azerbeidzjan en voormalig KGB’er Heydar Alijev, en
ontvluchtte de hoofdstad.53 De politieke chaos in Azerbeidzjan leidde net als een jaar
eerder tot grote militaire overwinningen voor de Armenen. Door de Russische
interventie slaagde Armenië erin met militaire middelen heel Nagorno-Karabach en
ongeveer éénzesde van Azerbeidzjan zelf onder Armeens gezag te plaatsen. De
nieuwe machthebber in Bakoe liet Azerbeidzjan toetreden tot het GOS, zette de proTurkse leden uit het kabinet en hernieuwde de relatie met Rusland.
Wat waren de gevolgen van het militaire optreden van Turkije, Rusland en
Iran voor Armenië? De gevolgen van het Russische optreden waren het grootst. Door
een Russische militaire dreiging is een Turkse militaire interventie voorkomen en het
optreden van het Iraanse leger beperkt gebleven. Alleen Iran slaagde er in om de
militaire ambities van Armenië binnen de perken te houden door nieuwe gevechten in
Nachitsjevan te voorkomen. Pogingen van Moskou om de nieuwe Kaukasische
republieken binnen de Russische invloedssfeer te houden resulteerden bovendien in
nieuwe politieke en militaire chaos in Azerbeidzjan en hielpen de Armenen met hun
militaire overwinningen. De toetreding tot het GOS, de Russische grensbewaking en
de aanwezigheid van Russische militaire bases die daarmee gepaard ging, leidden
ertoe dat Armenië gevrijwaard was van militaire interventies van Turkije en Iran.
Daarnaast werd de speelruimte van Armenië om de provincie Nagorno-Karabach op
niet GOS-lidstaat Azerbeidzjan te veroveren groter, Rusland gebruikte Armenië om
druk uit te oefenen op de machthebbers in Bakoe.
Het Azerbeidjaanse slotoffensief tegen Armenië 1993-1994.
De nieuwe machthebber in Bakoe, Heidar Alijev, benoemde Huseinov tot ministerpresident en won vervolgens de presidentsverkiezingen van 3 oktober 1993. In
november 1993 had Alijev zijn positie als president geconsolideerd. Net als de
communisten in 1991 en de regering-Elchibey in 1992 organiseerde Alijev eind 1993
52
53
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 214.
Hubert Smeets, ‘President Azerbajdzjan gevlucht’, NRC Handelsblad, 18 juni 1993, p. 1.
23
en begin 1994 een groot militair offensief. In hoeverre slaagde Alijev als derde
Azerbeidjaanse president erin om Karabach onder controle te krijgen?
Doordat beide landen eind 1993 beschikten over nationale legers die goed
bewapend waren bleven grote veranderingen aan het front uit. In plaats van kleine
partizanengroepen bestaande uit vrijwilligers bracht Alijev een leger op de been van
ongeveer honderdduizend dienstplichtigen. De Armenen beschikten over ruwweg
vijfendertigduizend soldaten. De omvang van beide legers en de gebruikte wapens
maakten van het militaire offensief van Alijev één van de bloedigste. Vierduizend
Azerbeidjaanse en tweeduizend Armeense soldaten sneuvelden. 54 Aanvankelijk
boekte het Azerbeidjaanse leger kleine successen tegen onervaren Armeense
dienstplichtigen. Een Azerbeidjaanse opmars naar Kelbadjar werd echter afgesneden
door aangevoerde Armeense versterkingen. Het snel stijgende aantal doden en de
geringe terreinwinst maakten de tijd rijp voor een staakt-het-vuren. Op 12 mei 1994
werd na Russische bemiddeling een staakt-het-vuren van kracht. Het laatste
Azerbeidjaanse offensief ontaardde niet in politieke chaos. Alijev overleefde
couppogingen in oktober 1994, maart 1995 en september 1996. De mislukte coups
werden door Alijev aangegrepen om onbetrouwbare leden van de regering te ontslaan
en een alleenheerschappij te vestigen. 55 In 2003 overleed Heydar Alijev en werd
opgevolgd door zijn zoon Ilham Alijev die sindsdien in Bakoe de scepter zwaait.
Met het laatste Azerbeidjaanse offensief bereikte Alijev zijn doel niet.
Karabach en grote delen van Azerbeidzjan bleven in Armeense handen. Het enige
gevolg van het offensief was dat de Armeense en Azerbeidjaanse regering gezien de
bloedige strijd en de geringe terreinwinst een staakt-het-vuren verkozen boven het
voortzetten van de oorlog. Pogingen van Azerbeidzjan om Karabach militair te
veroveren zijn volkomen mislukt, Armenië heeft bijna heel Karabach veroverd.
Na 1994: ‘Im Westen nichts neues’.
Het staakt-het-vuren dat in mei 1994 van kracht werd heeft tot op heden stand
gehouden. Het Armeense en Azerbeidjaanse leger hebben zich de afgelopen twaalf
54
55
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 237.
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 19.
24
jaar aan beide zijden van de frontlijn ingegraven. Door de militaire patstelling was
Azerbeidzjan na 1994 niet meer in staat met militaire middelen een voor Bakoe
gunstige vredesregeling aan Armenië op te leggen. De militaire impasse tussen
Armenië en Azerbeidzjan was deels ontstaan door Russische militaire hulp aan de
Armenen. Tijdens het conflict met Azerbeidzjan pakte de Russische steun voor de
Armenen goed uit. Als GOS-lid was Armenië gevrijwaard van Turkse en Iraanse
interventies en in hun strijd met niet GOS-lid Azerbeidzjan kregen de Armenen steun
van Moskou. Rusland gebruikte Armenië om de pro-Turkse regering-Elchibey ten val
te brengen. Nadat Elchibey was vervangen door Alijev trad Azerbeidzjan in 1993 toe
tot het GOS. En een jaar later sloten de strijdende partijen een staakt-het-vuren.
Armenië ondervond steeds minder voordelen van de Russische militaire bijstand
terwijl de Russische militaire aanwezigheid in Armenië en het Armeense
lidmaatschap van het GOS onverminderd bleven voortduren. In hoeverre heeft de
Russische steun aan Armenië in het conflict met Azerbeidzjan de Armenen
afhankelijk gemaakt van Rusland?
Armenië is op een aantal punten afhankelijk van Rusland waardoor zijn
militaire speelruimte wordt beperkt. Ten eerste is Armenië aangewezen op Rusland
bij de levering van militair materieel voor de versterking of vernieuwing van het
Armeense leger. Omdat de bestaande strijdkrachten in Armenië reeds zijn uitgerust
met Russisch materieel zijn de Armenen eveneens van de Russen afhankelijk bij de
levering van munitie en reserveonderdelen. Ten tweede is Armenië aangewezen op
Rusland voor militaire training. Rusland biedt aan het straatarme Armenië gratis
officierenopleidingen.56 En Armenië is ten derde afhankelijk van Rusland op militair
gebied omdat de Russische militaire hulp aan Armenië in een aantal verdragen is
vastgelegd. Het belangrijkste verdrag dat Armenië aan Rusland bindt is het
veiligheidsstelsel van het GOS waar Armenië sinds 1992 onderdeel van uitmaakt.
Daarnaast sloten Jerevan en Moskou op 6 juni 1994 een akkoord waardoor het
Russische leger voor twintig jaar de beschikking kreeg over een aantal militaire bases
in Armenië. Na 1994 sloten Jerevan en Moskou samenwerkingsverbanden op gebied
van militaire training, research, levering van modern Russisch materieel en de
56
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 54.
25
gezamenlijke verdediging van het Armeense luchtruim. 57 Bovendien maakte de
Russische president tijdens een bezoek aan Jerevan op 17 oktober 2001 samen met
zijn Armeense ambtsgenoot de oprichting van gezamenlijke legereenheden bekend.
Het Armeense leger is door de samenwerkingsverbanden en gemeenschappelijke
legereenheden in hoge mate vervlochten met het Russische leger.
Tegelijkertijd is Rusland militair deels afhankelijk van Armenië. Rusland
leverde zonder wederdiensten wapens aan het Armeense leger omdat Armenië voor
Rusland van strategisch belang is. Armenië is de enige Russische bondgenoot in de
Kaukasus. Materieel en manschappen van twee militaire bases in Georgië die Rusland
in 2005 sloot werden in Armenië gestationeerd, ondanks protesten van Azerbeidzjan
dat vreesde voor een verstoring in de militaire balans met Armenië.58 Via Armenië is
Rusland in staat de Turkse invloed in de regio in te perken en heeft het toegang tot
Iran waar Moskou strategische banden mee heeft. Het zuidelijke buurland van
Armenië is voor Rusland belangrijk omdat het met de export van wapens en de hulp
bij de bouw van kerncentrales veel geld aan Iran verdient. Verder staan beide landen
wantrouwig tegenover de Amerikaanse aanwezigheid in de regio.59
Op een aantal gebieden zijn Armenië en Rusland militair wederzijds van
elkaar afhankelijk. De Russische en Armeense militaire belangen in de regio zijn
grotendeels hetzelfde. Beide landen streven ernaar Turkse ambities in de regio in te
tomen en een toenadering tussen Turkije en Azerbeidzjan te voorkomen. Als Jerevan
militair afhankelijk is geworden van Moskou heeft dat niet geleid tot een andere
Armeense militaire opstelling naar Turkije en Azerbeidzjan toe. Rusland was en is de
sterkste regionale grootmacht die in 1992 en in 1993 de Armenen net als tijdens de
eerste Armeense republiek redde uit handen van de Turken. Armenië heeft het
Russische leger dan ook actief verwelkomd. Jerevan en Moskou zijn ook van elkaar
afhankelijk bij de Russische militaire aanwezigheid in Armenië. De Russische
militaire bases in Armenië bestaan namelijk deels alleen op papier. Russische
militaire bases hebben een deel van de lokale Armeense bevolking in dienst genomen.
Door banden met de omgeving is het Russische karakter van de bases deels
weggenomen en kan Moskou de Russische troepen in Armenië niet verplaatsen of
57
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 107.
Vladimir Novokov, ‘Everything goes’, Kommersant, 31 mei 2005.
59
Charles Clover and Guy Dinmor, ‘A relationship based on shared enmities: What do Russia and Iran
see in each other?’, Financial Times, 12 maart 2001, Middle East p. 15.
58
26
plotseling terugtrekken.60 Het 7e Sovjet leger in Armenië dat na onafhankelijkheid is
achtergebleven bestond voor 60 tot 80 procent uit Armeense soldaten, 20 tot 30
procent van de officieren was Armeens. 61 Voor het handhaven van de militaire
aanwezigheid in Armenië is Moskou bovendien deels afhankelijk van financiering
door Jerevan.
Is de militaire speelruimte van Armenië beperkt door het bondgenootschap
met Rusland? Voor bewapening en training is Armenië aangewezen op Rusland, net
als bij het voorkomen van een Turkse interventie in het conflict om NagornoKarabach. Het bondgenootschap met Rusland is bovendien vastgelegd in diverse
verdragen. Aan de andere kant is Armenië als enige Russische bondgenoot in de
Kaukasus belangrijk voor Rusland als toegangspoort tot Iran. Hoewel het Armeense
leger is aangewezen op Rusland streeft het voor een deel net als het Russische leger
naar het voorkomen van een toenadering tussen Ankara en Bakoe. De Armeense
speelruimte op militair gebied is door het bondgenootschap met Rusland nauwelijks
verkleind.
Conclusie.
In hoeverre is Armenië militair gedwarsboomd door Azerbeidzjan en Turkije in zijn
streven naar zeggenschap over Nagorno-Karabach? En hebben de Russische militaire
steun en aanwezigheid in Armenië gezorgd voor een nieuwe afhankelijkheid ten
opzichte van Moskou?
De eerste poging van Azerbeidzjan om Karabach onder controle te krijgen
mislukte door het plotseling wegvallen van militaire steun van het Rode Leger tijdens
operatie Ring. Door de politieke chaos als gevolg van de communistische coup en de
tegencoup van het AV wist het Armeense leger, dat beter georganiseerd was dan het
Azerbeidjaanse, in 1992 Nagorno-Karabach deels te veroveren. De tweede poging van
de nieuwe Azerbeidjaanse regering-Elchibey was aanvankelijk militair succesvol.
Binnen een paar maanden werd de helft van Karabach veroverd. Maar als gevolg van
het muiten van Huseinov slaagden de Armenen er in begin 1993 een tweede corridor
60
61
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 47.
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 202.
27
tussen Armenië en Karabach te veroveren. Het militaire optreden van Alijev
resulteerde in een hoge verliezen en de behoefte aan een staakt-het-vuren.
Azerbeidzjan slaagde er dus niet in om het Armeens streven naar zeggenschap over
Karabach met militaire middelen te dwarsbomen.
Turkije dreigde in 1992 en in 1993 met militair ingrijpen maar zag daar vanaf
na Russische tegendreigementen. Rusland is tijdens de oorlog van groot belang
geweest voor Armenië. Behalve bij het voorkomen van Turkse inmenging waren
Russische wapenleveranties vanaf 1992 belangrijk voor het verloop van de oorlog. De
door Rusland georkestreerde coup tegen Elchibey leidde bovendien tot nieuwe chaos
in Azerbeidzjan en grote overwinningen voor de Armenen. Tegelijkertijd is de
Armeense militaire afhankelijkheid van Rusland beperkt gebleven. De Russische
bases in Armenië zijn deels Armeens en Armenië is voor Rusland strategisch
belangrijk. Daarnaast zijn Russische en Armeense belangen in de regio niet met
elkaar in strijd. Bij de militaire afhankelijkheid van Armenië speelt de geschiedenis
van de eerste Armeense republiek een rol. Armenië is traditiegetrouw anti-Turks en
gematigd pro-Russisch.
Van de buurlanden slaagde alleen Iran er in door het sturen van troepen naar
Nachitsjevan in september 1993 om verdere Armeense aanvallen op de
Azerbeidjaanse enclave te voorkomen.
In overeenstemming met de in de inleiding geponeerde stelling ‘Armenië is
geen speelbal van regionale grootmachten en vaart een eigen onafhankelijke koers’ is
Armenië op beperkte schaal militair beïnvloed door Azerbeidzjan en Turkije en
afhankelijk van Rusland.
28
Het Armeense ‘Wirtschaftswunder’.
De Armeense planeconomie, 1920-1989.
In 1991 was één van de doelstellingen van de Armeense regering om economisch
aansluiting te zoeken bij Europa. Door de geografische ligging van Armenië was de
Armeense economie daarbij aangewezen op de buurlanden Georgië en Turkije. Een
probleem was dat Azerbeidzjan en Turkije door het instellen van economische
blokkades Armenië probeerden te dwingen zijn streven naar hereniging met NagornoKarabach op te geven. In hoeverre zijn Azerbeidzjan en Turkije daarin geslaagd? En
lukte het de Armeense regering om ondanks de economische blokkades met succes
een op westerse leest geschoeide markteconomie in te voeren? Om de gevolgen van
de economische blokkades tegen Armenië door Azerbeidzjan in 1989 en Turkije in
1993 te beoordelen zijn de economische situatie en afhankelijkheid van Armenië als
Sovjetrepubliek van belang. In welke staat verkeerde de Armeense planeconomie, en
in hoeverre was deze voor zijn handelscontacten van andere landen en
Sovjetrepublieken afhankelijk?
Met uitzondering van de jaren tachtig stond de Armeense planeconomie er
verhoudingsgewijs goed voor. De toetreding tot de Sovjet-Unie in 1920 had geleid tot
een snelle economische ontwikkeling. De Armeense economie bestond voornamelijk
uit het vervaardigen van consumentengoederen en daarnaast was een relatief groot
aandeel van de economie gewijd aan de productie van militair materieel. Armenië
beschikt over weinig grondstoffen, waarvan de belangrijkste goud en koper zijn.62
Behalve industrie en landbouw had Armenië een lokale nijverheid gespecialiseerd in
tapijten, sterke drank en edelsmeedkunst. Tijdens de Sovjet-Unie was Armenië één
van de welvarendste Sovjetrepublieken in de Kaukasus. In vergelijking met
buurrepublieken
Azerbeidzjan
en
Georgië
kende
Armenië
een
hogere
levensstandaard.63 Daarnaast waren het onderwijs en de gezondheidszorg van relatief
hoog niveau, zeker in vergelijking met de buurlanden Turkije en Iran. De Armenen in
Nagorno-Karabach waren als onderdeel van de armste deelrepubliek in de Kaukasus
minder bedeeld dan de Armenen buiten Karabach. Het inkomensverschil leidde tot
62
63
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 84.
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. 121.
29
een demografische trend in Nagorno-Karabach in het nadeel van de lokale Armeense
bevolking. Veel Armenen trokken uit Karabach weg naar Armenië voor betere kansen.
Voor zijn welvaart was Armenië in hoge mate economisch afhankelijk van zijn
buurrepublieken Georgië en Azerbeidzjan. Door de incorporatie in de Sovjet-Unie en
de Koude Oorlog had Armenië zijn positie als handelsdoorgang van Europa naar Azië
en het Midden-Oosten verloren. In plaats daarvan werd het een uithoek van het
Sovjetimperium. Met NAVO-lid Turkije werd net als met Iran nauwelijks handel
gedreven. Alle spoor- en wegverbindingen tussen de Sovjet-Unie en Iran lagen
bovendien in de Sovjetrepubliek Azerbeidzjan. Van Azerbeidzjan was Armenië
tijdens de Sovjet-Unie in het bijzonder afhankelijk. Ongeveer 80 procent van de
Armeense import kwam uit Azerbeidzjan of verliep via het buurland.64 Armenië was
voornamelijk op Azerbeidzjan aangewezen voor zijn energievoorziening. De import
van Azerbeidjaanse olie en gas voorzag in de helft van de Armeense energiebehoefte,
de andere helft werd geproduceerd door Armeense waterkrachtcentrales en de
kerncentrale ‘Medzamor’. Naast Litouwen en de Oekraïne beschikte Armenië als
enige Sovjetrepubliek buiten Rusland om over een eigen kerncentrale.
Aan de snelle economische ontwikkeling van Armenië kwam pas in de jaren
tachtig een einde.
65
Met de neergang van de planeconomie begonnen de
schaduweconomie en corruptie aan een opmars. Behalve door stagnatie werd de
Armeense economie getroffen door de aardbeving in december 1988, waarbij
vijfentwintigduizend mensen omkwamen en driehonderdduizend mensen dakloos
werden. Bij de aardbeving werden de noordelijke industriesteden Gumri, Spitak en
Vanazdor zwaar getroffen. De kerncentrale Medzamor raakte beschadigd en werd
stilgelegd waardoor er een energietekort ontstond. De opvang van de daklozen en de
wederopbouw na de aardbeving brachten hoge kosten met zich mee.
Samengevat was Armenië als Sovjetrepubliek in vergelijking met Turkije, Iran
en zijn buurrepublieken Georgië en Azerbeidzjan redelijk welvarend. Het niveau van
het onderwijs, de gezondheidszorg en de levensverwachting van Armenië waren in de
Kaukasus bovengemiddeld. Daarbij was Armenië wel in hoge mate afhankelijk van
buurrepubliek Azerbeidzjan. Pas in de jaren tachtig maakten economische stagnatie
en de aardbeving een einde aan de relatief hoge Armeense levensstandaard. Met het
64
65
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 141.
C. Mouradian, Geschiedenis van Armenië, p. 97.
30
oplaaien van het conflict om Nagorno-Karabach liepen daarnaast eind jaren tachtig de
spanningen op met de belangrijkste handelspartner van Armenië, buurland
Azerbeidzjan.
Azerbeidzjan sluit de grens, 1989-heden.
Door het aanhoudende geweld in Nagorno-Karabach en het streven naar hereniging
van Jerevan en Stepanakert sloot Azerbeidzjan eind 1989 de grens met Armenië. In
hoeverre werd Armenië hierdoor getroffen en genoodzaakt om de steun aan de
Karabach Armenen stop te zetten?
Ondanks de hoge Armeense economische afhankelijkheid van Azerbeidzjan
bleven de gevolgen van de blokkade tot 1991 beperkt door het optreden van de
Sovjet-Unie. Vanaf 1989 tot 1991 probeerde Moskou met wisselend succes een einde
te maken aan de blokkade. Het Rode Leger bewaakte de twee spoor- en
wegverbindingen tussen beide deelrepublieken. Desondanks kon het centrale gezag in
Moskou niet voorkomen dat de Azeri’s de oliepijpleiding naar de Armeense
deelrepubliek dichtdraaiden en goederenwagons bestemd voor de Armenen
leegplunderden.66 Met de onafhankelijkheid van Azerbeidzjan en het uiteenvallen van
de Sovjet-Unie in 1991 kwam een einde aan de pogingen van Moskou de blokkade te
doorbreken.
Door het permanenter worden van de blokkade ging Armenië zich op zijn
buurlanden Georgië, Turkije en Iran richten. Na de onafhankelijkheid waren Iran en
Turkije potentiële handelspartners. Maar met Iran had Armenië aanvankelijk geen
contact en ook geen infrastructuur die de rivier de Araks tussen beide landen
overbrugde. Pas eind 1991 begon Armenië door het slaan van een pontonbrug tussen
de beide oevers van de rivier de Araks met het aanknopen van handelscontacten met
Iran. Handel met Turkije was eveneens moeilijk. Slechts één spoorlijn verschafte
Armenië toegang tot Turkije en behalve een gebrekkige infrastructuur bemoeilijkte
het beladen verleden tussen beide landen een (economische) toenadering. Door de
gebrekkige contacten met Iran en Turkije was Georgië de belangrijkste levensader
van Armenië. Via Georgië ontving Armenië in geringe mate Russisch gas en had de
66
‘Armed men take to hills; Ethnic strife in Caucasus’, Times, 5 oktober 1989.
31
Armeense economie toegang tot de havens Batoemi en Poti aan de Zwarte Zee.
Behalve de economische blokkade werd de Armeense economie getroffen door de
oorlog met Azerbeidzjan. Het conflict leidde tot de komst van driehonderdduizend
vluchtelingen die naast de daklozen als gevolg van de aardbeving moesten worden
ondergebracht. Bovendien waren de herstelwerkzaamheden van de schade als gevolg
van de aardbeving na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie tot een halt gekomen.
Door de gesloten grens met Azerbeidzjan was Armenië bijna volledig
aangewezen op Georgië. Van zijn noordelijke buur was Armenië tijdens de SovjetUnie voor minder dan eenvijfde van zijn import afhankelijk. Georgië kon het verlies
van de import van olie uit Azerbeidzjan maar gedeeltelijk compenseren. De
Azerbeidjaanse blokkade had dan ook moeilijke leefomstandigheden voor de
Armenen als gevolg. Tijdens de eerste winter van de tweede Armeense Republiek zat
de bevolking soms zonder verwarming. Tegelijkertijd creëerde de blokkade een
gevoel van saamhorigheid en mobiliseerde het steun voor de Karabach Armenen.67
Van het opgeven van Karabach was geen sprake, de economische blokkade van
Azerbeidzjan zorgde er wel voor dat er van economische hervormingen weinig terecht
kwam. In plaats daarvan stond economische overleving centraal. Daarbij was
Armenië nu wel grotendeels aangewezen op Georgië.
Burgeroorlog in Georgië, 1992-1994.
De politieke situatie in het noordelijke buurland Georgië, en tevens belangrijkste
levensader van Armenië, verslechterde begin jaren negentig in een snel tempo. In
1991 was in Georgië de democratisch gekozen president Zviad Gamsachoerdia aan de
macht gekomen. De nieuwe regering in Tbilisi kreeg te maken met separatisme in de
provincies Zuid-Ossetië, Abchazië en Adzjarië. Net als in Azerbeidzjan werden de
separatisten door Rusland gesteund. 68 Gamsachoerdia slaagde er niet in de diverse
milities in zijn land onder controle te brengen en in december 1991 pleegden twee
militieleiders een coup tegen de Georgische president, die vervolgens naar de
Tsjetsjeense hoofdstad Grozny vluchtte. Op uitnodiging van de coupplegers werd in
67
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 206.
Huib Hendrikse, Conflicten in de Kaukasus en de rol van de internationale gemeenschap
(’s Gravenhage 1995), p.14.
68
32
maart 1992 de voormalige minister van buitenlandse zaken van de Sovjet-Unie,
Eduard Shevernadze, de nieuwe president van Georgië. De oorlog die Shevernadze
ontketende tegen de drie opstandige provincies in 1992 en in 1993 verliep desastreus,
het Georgische leger werd verslagen. Daarnaast keerde de gevluchte president
Gamsachoerdia in september 1993 terug naar Georgië en begon een gewapende
opstand tegen de regering van Shevernadze. In ruil voor Russische militaire hulp trad
Georgië in 1993 noodgedwongen tot het GOS toe en slaagde de Georgische president
er in om de opstand van Gamsachoerdia neer te slaan en een complete desintegratie
van Georgië te voorkomen. Vanaf 1994 bewaakten Russische troepen een broze vrede
tussen de separatisten en het centrale gezag in Tbilisi. Na de Azerbeidjaanse
economische blokkade van 1989 was Georgië de belangrijkste levensader van
Armenië geworden. In hoeverre werd Armenië door de burgeroorlog in Georgië
economisch verder in het nauw gedreven?
Eén spoorlijn, twee wegen en één gaspijplijn gaven Armenië toegang tot
Georgië. Door de burgeroorlog in Georgië had Armenië niet meer de toegang tot de
Georgische havens Batoemi en Poti aan de Zwarte Zee. De havenstad Poti lag in de
separatistische provincie Abchazië, Batoemi was in handen van de separatisten in de
Georgische provincie Adzjarië. Naast de burgeroorlog werd de aanvoer van gas en
olie via Georgië bemoeilijkt door de Azerbeidjaanse minderheid in Georgië die
geregeld de oliepijpleiding en spoorweg naar Armenië opblies. Tegelijkertijd werd
Jerevan geconfronteerd met oplopende kosten als gevolg van de oorlog met
Azerbeidzjan en het ineenstorten van de economie van de belangrijkste handelspartner
Rusland. Mede door de blokkade van Azerbeidzjan en de onrust in Georgië kromp de
Armeense economie in 1992 met 42 procent.69 Voedsel ging in Armenië op de bon en
de elektriciteitsvoorziening functioneerde maar een paar uur per dag. Eind 1992 werd
de situatie precair, er was gebrek aan primaire levensbehoeften en er dreigde een
hongerwinter. Armenië stond op het punt om te bezwijken onder de economische
blokkade. 70 In december 1992 riep de Armeense president de noodtoestand uit en
verzocht de Verenigde Staten om noodhulp.
69
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 86.
David Binder, ‘U.S. Warns of 'Catastrophe' Facing Armenia’, New York Times, 20 december 1992,
Foreign Desk p. 11.
70
33
De Verenigde Staten reageerden meteen met het starten van noodvluchten naar
Jerevan. De belangrijkste motor achter de Amerikaanse hulp was de invloedrijke
Armeense diaspora in de Verenigde Staten. Daarnaast wilde Washington de drie
nieuwe
Kaukasische
republieken
ondersteunen
in
hun
pas
verkregen
onafhankelijkheid en de invloed van Iran en Rusland in de regio terugdringen. 71 De
Amerikanen lieten de humanitaire hulp aan Armenië verlopen via Turkije om hun
Turkse bondgenoot in de regio te promoten. 72 Turkije zag zijn markteconomie en
seculiere staatsbestel als lichtend voorbeeld voor de voormalige Sovjetrepublieken in
Centraal-Azië en werd daarin gesteund door de Verenigde Staten.
73
Via het
grondgebied van de Turken bereikte dan ook eind 1992 en begin 1993 voedselhulp
van de Verenigde Staten en de Europese Unie de Armeense bevolking. Daarnaast
werd door de noodsituatie in Armenië handel met Iran steeds belangrijker. Rusland
bood behalve militaire steun vanaf 1992 ook financiële steun aan de Armenen.
Leningen van de Russische centrale bank waren van vitaal belang voor Armenië.74
Samengevat leidde de burgeroorlog in Georgië, in combinatie met de
economische blokkade van Azerbeidzjan, tot de ineenstorting van de Armeense
economie in 1992. Eind 1992 dreigde Armenië bijna te zwichten onder de
Azerbeidjaanse
economische
blokkade.
Amerikaanse
noodvluchten,
voedseltransporten via Turkije, handelscontacten met Iran en Russische leningen
hebben Armenië in staat gesteld de winter van 1992-1993 te doorstaan.
Turkije sluit zich aan bij de economische blokkade, 1993-heden.
In 1992 dreigde Turkije na het Azerbeidjaanse debacle rondom Khodjali met militair
ingrijpen. Mede door optreden van Rusland zag Ankara van een interventie af.
Daarmee was de roep van Azerbeidzjan en delen van de Turkse bevolking om steun
van Ankara aan Bakoe in het conflict niet verdwenen. De Amerikaanse en Europese
hulptransporten over Turks grondgebied waren een doorn in het oog van de Azeri’s.
Na de inname van de Azerbeidjaanse Kelbadjar-regio door de Armenen in februari
1993, waarbij veel burgerslachtoffers vielen, werden opnieuw Turkse militaire
71
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 116.
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 70.
73
‘Bush: Turkije model voor ex-Sovjet-staten’, NRC Handelsblad, 12 februari 1992, p. 4.
74
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 100.
72
34
dreigementen door Rusland geneutraliseerd. Militair slaagde Turkije er niet in om de
Azeri’s te steunen in de oorlog om Karabach en daarom zocht de regering in Ankara
zijn toevlucht tot het economische wapen. Eind maart 1993 verleende Turkije geen
doorgang meer aan voedseltransporten naar Armenië en sloot het de grens met zijn
oostelijke buurland.75 De Turkse blokkade, die tot op heden voortduurt, wordt pas
opgeheven wanneer Armenië zich terugtrekt uit Azerbeidzjan. Na de blokkade van
Azerbeidzjan in 1989, het ontbreken van goede verbindingen met Iran en de
burgeroorlog in Georgië sloot het vierde en laatste buurland van Armenië de grens. In
hoeverre is Armenië door de Turkse economische blokkade verder in een economisch
isolement terecht gekomen?
Voor het instellen van de blokkade door Turkije wilde Ankara, met steun van
de Verenigde Staten, door het verlenen van humanitaire hulp dienen als voorbeeld in
de regio en zijn invloed in de Kaukasus uitbreiden. Tegelijkertijd wilde Ter-Petrossian
Armenië na onafhankelijkheid in de wereldeconomie integreren. Daarvoor waren
goede betrekkingen met de buurlanden van belang, in het bijzonder met Turkije en
Georgië. De eerste Armeense president van de nieuwe Armeense Republiek voerde
daarom een gematigde buitenlandse politiek, van de regering in Ankara eiste TerPetrossian geen erkenning van de Armeense genocide in 1915. De Armeense
president was pragmatisch, om te overleven moest Armenië door de moeizame
handelscontacten met zijn overige buurlanden betrekkingen met Turkije opbouwen.
De toenadering van Ankara en Jerevan was echter omstreden bij Azerbeidzjan
en delen van de Turkse bevolking die voorstander waren van een Turks militair
ingrijpen. In 1992 was er bijvoorbeeld even sprake van dat Turkije elektriciteit ging
leveren aan Armenië, maar daar werd na kritiek van Azerbeidzjan vanaf gezien.76 Net
als in Turkije waren delen van de Armeense bevolking en in het bijzonder de
Armeense diaspora het niet eens met de toenadering tussen Ankara en Jerevan. 77
Grote Armeense militaire overwinningen leidden er uiteindelijk toe dat de gematigde
politici in Ankara kracht verloren en Turkije overging tot het sluiten van de grens.
Froukje Santing, ‘Geduld van Turken met Armenië raakt op’, NRC Handelsblad, 5 april 1993, p. 4.
John Murray Brown, ‘Turkey under pressure to cancel Armenian power deal’, Financial Times, 4
december 1992, World Trade News p. 7.
77
A.L. Manutscharjan, Der Konflikt um Berg-Karabach: Grundproblematik und Lösungsperspektiven
(Bonn 1998), p. 4.
75
76
35
Het belangrijkste gevolg van de Turkse blokkade was dat de Amerikaanse en
Europese hulpverlening daarmee werd bemoeilijkt. Vanaf 1993 tot 1994 was Armenië
alleen via de lucht zonder problemen te bereiken. En in plaats van te beschikken over
een in de wereld geïntegreerde markteconomie raakten de Armenen steeds meer
gericht op (economische) overleving.
Behalve
nog
zwaardere
leefomstandigheden
en
verder
uitstel
van
markthervormingen had de Turkse blokkade een toenadering tot Iran als gevolg. Iran
werd ondanks een gebrekkige infrastructuur na de dubbele blokkade een belangrijke
handelspartner van Armenië. Zonder handel met Iran had Armenië de winters van
1991-1992 en 1992-1993 waarschijnlijk niet overleefd.78
De Verenigde Staten, die het voortouw namen in de humanitaire hulpverlening,
reageerden op de Turkse blokkade door hulp aan Armenië via Georgië te leveren. Aan
de logistieke problemen veroorzaakt door de Georgische burgeroorlog werd het hoofd
geboden door Amerikaanse overheidsdiensten ter plekke. De door de Verenigde
Staten opgerichte ‘Caucasus Logistics Advisory Unit’ van de Verenigde Naties (VN)
herstelde wegen en spoorlijnen tussen Georgië en Armenië die door sabotage en
oorlogsgeweld onbruikbaar waren geworden.79
In de Verenigde Staten zelf bereikte de Armeense lobby in Washington,
afgezien van het opstarten van de hulpverlening, dat de Amerikaanse steun aan
Azerbeidzjan werd stopgezet. 80 En in 1995 dreigde de Armeense lobby in de
Verenigde Staten een wet door het Amerikaanse Congres heen te loodsen waardoor
landen die hulpverlening aan andere staten onmogelijk maakten Amerikaanse
financiële steun ontzegd zou worden. In reactie hierop opende Turkije een
luchtcorridor naar Armenië als gebaar van goede wil.
De blokkade van Turkije bracht voornamelijk de westerse hulpverlening in
gevaar die na de Azerbeidjaanse economische blokkade en de burgeroorlog in
Georgië voor Armenië van levensbelang was. De blokkade bracht Armenië verder in
een economisch isolement maar noodzaakte de Armenen niet om zich uit
Azerbeidzjan terug te trekken. Door toenemende handel met Iran, Amerikaanse hulp
78
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 206.
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 72.
80
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. 31.
79
36
via Georgië en invloedrijke Armenen in Washington slaagde Armenië er in om de
dubbele blokkade te doorstaan.
Armenië vanaf 1994.
De economische blokkades van Azerbeidzjan en Turkije hadden niet hun beoogde
effect. Armenië zag zich er niet door genoodzaakt het leger terug te trekken uit
Azerbeidzjan en Nagorno-Karabach. Economisch had Armenië de oorlog met
Azerbeidzjan overleefd. Maar slaagde het land er ook in om na het staakt-het-vuren de
economie te hervormen en de economische banden met de voormalige Sovjet-Unie te
verbreken en Armenië onderdeel laten uitmaken van de wereldeconomie, zoals
oorspronkelijk beoogd door Ter-Petrossian in 1991? Daarnaast kon de Armeense
bevolking kon de dubbele blokkade van Azerbeidzjan en Turkije doorstaan dankzij
westerse humanitaire hulp en handel met Iran. In hoeverre is Armenië bij zijn
wederopbouw afhankelijk van westerse humanitaire hulp en is Armenië er in geslaagd
zijn economie weer te herstellen?
Reeds in 1991 begon Armenië voorzichtig met de privatisering van de
landbouw, met als gevolg een stijgende voedselproductie. Twee jaar later startte de
Armeense overheid de verkoop van huizen en winkels aan particulieren. In hetzelfde
jaar voerde Armenië ter vervanging van de Russische Roebel een eigen nationale
munt in, de Armeense Dram. Mede door de economische blokkades was de nieuwe
munt onderhevig aan hyperinflatie. Tussen 1991 en 1996 stegen de voedselprijzen
met bijna 24 duizend procent. 81 Pas na de wapenstilstand werd begonnen met de
privatisering van grote staatsbedrijven. Daarbij werd de regering in Jerevan geholpen
door het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank. Van beide
organisaties was Armenië in 1992 lid van geworden. De Nederlandse ministers van
Ontwikkelingssamenwerking hebben daarbij Armenië vanaf 1992 vertegenwoordigd
bij de Wereldbank en de Nederlandse minister van Financiën Gerrit Zalm
vertegenwoordigt Armenië sinds 1994 bij het IMF.82 In 1994 bereikte de Armeense
economie het absolute dieptepunt, volgens de VN bedroeg de Armeense werkloosheid
81 ‘Shocktherapie stimuleerde armoede en misdaad’, de Volkskrant, 16 oktober 1999, p. 4.
82
Peter Michielsen, ‘Liberalisme wekt Armenië tot leven’, NRC Handelsblad, 26 november 1998,
Economie p. 23.
37
in het jaar van de wapenstilstand 59 procent en leefde 80 procent van de bevolking
onder de armoedegrens van één dollar per dag.83
Nadien stabiliseerde de Armeense economie zich en vertoonde weer groei.
Van de drie Kaukasische republieken slaagde Armenië als eerste erin om de
neerwaartse economische spiraal te doorbreken. De economische noodtoestand had de
regering in Jerevan genoodzaakt tot het doorvoeren van radicale economische
hervormingen die andere voormalige Sovjetrepublieken voor zich uit konden
schuiven.84 Daarnaast stelde het IMF verdere liberalisering van de interne markt en
het snijden in de overheidsuitgaven als voorwaarde voor noodzakelijke leningen aan
Armenië. Behalve door economische hervormingen verbeterde de situatie in Armenië
door het bevriezen van de burgeroorlog in Georgië in 1994. Armenië drijft niet alleen
handel met Georgië, via het neutrale buurland heeft het economische contacten met
Rusland, Azerbeidzjan en Turkije. Ongeveer de helft van de bevolking van Jerevan
loopt in kleding geproduceerd door aartsrivaal Turkije.
85
Twee jaar na de
wapenstilstand nam de handel met Iran een grote vlucht door de aanleg van een brug
over de rivier de Araks. Iran verschaft Armenië toegang tot de Perzische Golf en
Iraanse olie. Eind 2006 nadert naar verwachting de bouw van een gaspijpleiding zijn
voltooiing waarmee Iraans gas naar Armenië getransporteerd kan worden. Armenië
zal daardoor in de toekomst als één van de weinige voormalige Sovjetrepublieken
zonder eigen gasreserves niet meer volledig van Russisch gas afhankelijk zijn. Het
enige gevaar dat kleeft aan de handelscontacten met Iran is het in geding komen van
de Amerikaanse hulp. Maar door de bijzondere situatie hebben de Verenigde Staten
begrip gehad voor de economische contacten van Armenië met Iran. 86 Aan de
Armeense energiecrisis als gevolg van de Azerbeidjaanse blokkade werd verder een
einde gemaakt door, ondanks de grote risico’s, de kerncentrale Medzamor opnieuw op
te starten. Na inzegening van het reactorvat door Catolicos Garegin I, hoofd van de
Armeense kerk, levert de kerncentrale sinds 1997 weer ongeveer eenderde van de
elektriciteit in Armenië.87
De Armeense diaspora heeft een belangrijke rol gespeeld bij het economische
herstel van Armenië. De naar schatting zes tot acht miljoen Armenen in de diaspora
83
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 87.
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 71.
85
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 269.
86
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 85.
87
Of er een causaal verband is tussen de inzegening en het functioneren van het reactorvat is
afhankelijk van de levensovertuiging van de lezer.
84
38
vormen grote gemeenschappen in Parijs, Beiroet, Damascus en de Amerikaanse
steden Boston, Fresno en Los Angelos. De Armeense lobby in de Verenigde Staten is
succesvol, Armenië ontvangt relatief veel steun van de Verenigde Staten, terwijl
Amerikaanse hulp aan Azerbeidzjan is stopgezet. Per hoofd van de bevolking was
Armenië in 2001 met 42$ steun per inwoner na Israël één van de grootste jaarlijkse
ontvangers van Amerikaanse hulp.
88
Bovendien bewerkstelligde de Armeense
diaspora in 1995 indirect een Turkse luchtcorridor naar Armenië. De Armenen in de
Verenigde
Staten
hebben
voornamelijk
verkiezingskassen van politici.
89
invloed
door
donaties
aan
de
De diaspora in de Verenigde Staten is
kapitaalkrachtig en heeft voedsel, kleding en wapens aan de Karabach Armenen
geleverd. Kirk Krekorian bijvoorbeeld, een Amerikaanse miljardair van Armeense
afkomst, heeft 100 miljoen dollar renteloos uitgeleend aan Armeense ondernemingen
en voor 135 miljoen dollar wegen gefinancierd van Jerevan naar Tbilisi en Georgische
havens aan de Zwarte Zee.90 Armenen in de Verenigde Staten hebben ook betaald
voor de aanleg van een weg van Armenië naar Karabach via de Lachin corridor.
Zonder open grenzen zal de economie van Armenië niet instorten door economische
hulp van welgestelde Armenen in het buitenland en de steun van de Verenigde Staten
en Rusland.91 De Amerikaanse politiek is er op gericht invloed van Iran en Rusland in
Armenië zoveel mogelijk te beperken en zal daarom een economische ineenstorting
van Armenië voorkomen. Rusland wil zijn militaire bondgenootschap met Armenië
niet in gevaar brengen.
Door politieke hervormingen, hulp van het IMF, de Wereldbank, de diaspora
en betere contacten met Georgië en Iran kende Armenië sinds 1994 een gemiddelde
jaarlijkse economische groei van ongeveer acht procent.92 Buitenlandse giften waren
voor Armenië in de eerste helft van de jaren negentig belangrijk, maar daarna nam
hun economische betekenis af. In 1999 bedroeg de internationale financiële hulp vijf
procent van het Armeense Bruto Nationaal Product (BNP), tien procent minder dan in
1994. 93 De economische onafhankelijkheid van Armenië is verder versterkt door
toenemende handel met het Westen. In 1995 ging tweederde van de Armeense export
88
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 58.
Steve Levine, ‘Revenge of the Armenian diaspora: A decisive force in the long territorial war with
Azerbaijan’, Financial Times, 16 september 1994, p. 3.
90
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 139.
91
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 277.
92
Zie grafiek op pagina 40.
93
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 71.
89
39
naar het GOS en was de helft van de import afkomstig uit het GOS. Vier jaar later
was het aandeel van het GOS in zowel de Armeense invoer als uitvoer van goederen
gedaald naar een kwart van het totaal. In dezelfde periode steeg de export naar Europa
van twintig naar 42 procent en de import van dertien naar 33 procent. 94 Volgens de
‘Index of Economic Freedom’, een lijst waarin landen worden beoordeeld op de
implementatie van liberale economische beginselen, waren mede door de Armeense
diamantindustrie België en Israël de grootste handelspartners van Armenië in 2003.
Dezelfde index betitelde de economie van Armenië als ‘mostly free’. 95 Aan de
economische samenwerking tussen Armenië en het GOS zijn ook grenzen gesteld
door Jerevan. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Wit-Rusland stemde Armenië tegen
deelname aan een douane-unie en verdere politieke samenwerking binnen het GOS.96
Onderstaande grafiek toont de groei van de Armeense economie sinds 1990.
130
120
110
100
groei van de Armeense economie, 1990 = 100%
90
80
70
60
50
40
19
90
19
91
-11
%
19
92
-42
%
19
93
-15
%
19
94
5,4
%
19
95
6,9
%
19
96
5,9
%
19
97
3,3
%
19
98
7,3
%
19
99
3,3
%
20
00
6,0
%
20
01
9,6
%
20
02
13
,2%
20
03
13
,9%
20
04
10
,5%
20
05
14
%
30
97
94
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 83.
M.A. Miles, K.R. Holmes, M.A. ‘O Grady (red.), 2006 Index of Economic Freedom (2006), p. 89.
96
A.L. Manutscharjan, Der Konflikt um Berg-Karabach, p. 14.
97
Cijfers zijn van de Wereldbank en de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD).
95
40
Vooral het jaar 1992 is opvallend in de grafiek door een economische krimp van 42
procent. De voornaamste oorzaak van de desastreuze economische ontwikkelingen in
1992 was de burgeroorlog in Georgië, waar Armenië voor zijn in- en uitvoer bijna
geheel afhankelijk van was. De economische blokkade in 1993 van Turkije had
minder effect op de Armeense economie omdat Turkije nooit een grote handelspartner
van Armenië was geweest. Het sterke economische herstel van Armenië sinds 1994 is
duidelijk zichtbaar in de grafiek.
Er is ook een aantal economische en politieke ontwikkelingen die een minder
rooskleurig beeld schetsen van de Armeense economie. De belangrijkste economische
beperking van Armenië is en blijft de dubbele economische blokkade van
Azerbeidzjan en Turkije. De blokkade en de economische moeilijkheden die er deels
door veroorzaakt werden, hebben geleid tot een massale emigratie van jonge hoog
opgeleide Armenen naar Rusland en de Verenigde Staten. Van de 3,7 miljoen
Armenen zijn er waarschijnlijk als gevolg van de oorlog en de economische
blokkades ongeveer 1 miljoen Armenen geëmigreerd.98
Het economische isolement en de oorlog hebben verder de corruptie en de
zwarte markt gestimuleerd. Bij de snelle privatisering als gevolg van de economische
noodtoestand is veel mis gegaan en heeft een kleine elite veel geld verdiend.99 Telman
Ter-Petrossian, de broer van de president, kreeg de meeste voormalige Armeense
staatsbedrijven in handen. In Karabach werden de economie en smokkel met
Azerbeidzjan gecontroleerd door de lokale opperbevelhebber van het Armeense leger.
Hoewel de corruptie groot is moet deze wel in perspectief worden geplaatst. Op de
corruptiebarometer van de internationale organisatie ‘Transparancy International’ uit
2005 staat Armenië op de lijst van 159 onderzochte landen onder Roemenië op plaats
88. Buurlanden Azerbeidzjan en Georgië staan op plaats 137 en 138.100 De corruptie
in Armenië is dus groot maar in verhouding met de eveneens voormalige
Sovjetrepublieken Georgië en Azerbeidzjan redelijk binnen de perken gebleven.
Verder hebben de economische crisis en schaarste aan goederen als gevolg
van de blokkades de schaduweconomie die al tijdens de Sovjet-Unie bestond doen
98
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 73.
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 128.
100
A. Peraznuk (red.), Transparancy International Anual Report 2005 (Berlijn 2005), p.16.
99
41
uitdijen. In 2003 bedroeg de omvang van de schaduweconomie naar schatting de helft
van het Armeense bruto nationaal product.101
Behalve de economische blokkade, de emigratie, de corruptie en de omvang
van de zwarte markt vormt het Russische streven naar invloed in de voormalige
Sovjet-Unie een bedreiging voor een op het Westen georiënteerde Armeense vrije
markteconomie.
Russische
pogingen
om
de
voormalige
Sovjetrepublieken
economisch weer onder controle te krijgen bestaan voornamelijk uit het verwerven
van infrastructuur en oude staatsbedrijven in de energiesector. In het geval van
Armenië heeft Moskou de buitenlandse schuld aan Rusland aangewend om controle
over de Armeense economie te krijgen. In 2002 werd na de overdracht van
staatsbedrijven, waaronder een energiecentrale, bijna honderd miljoen dollar aan
Armeense schulden weggestreept. Als onderdeel van deze schuldsanering kwam in
2003 de kerncentrale Medzamor in Russische handen. Door de overdracht van
strategische bedrijven is de Russische invloed op Armeense economie toegenomen.
Naast de lokale productie van energie is de invloed van Rusland op Armenië
ook groot bij de levering van energie. Deze Russische energieafhankelijkheid werd
pijnlijk duidelijk toen Armenië, net als de Oekraïne en Georgië, eind 2005 niet
ontkwam aan een prijsverhoging voor de levering van Russisch gas. Rusland maakte
bekend dat Armenië in plaats van 56$ het jaar daarna 110$ per 1000 m.³ gas in
rekening zou worden gebracht. (Nog steeds de helft van wat West-Europa moet
betalen.) Waarschijnlijk voerde Moskou de prijsverhoging voor Armenië in om
geloofwaardigheid te geven aan de verklaring van het Kremlin dat de hogere gasprijs
voor de Oekraïne en Georgië geen straf was voor de pro-westerse koers van deze twee
landen. 102 Maar Rusland overhandigde tegelijkertijd zowel aan Georgië als aan
Armenië een ultimatum. Van de Georgiërs eisten de Russen de verkoop van de
gaspijpleiding van de Russische naar de Armeense grens aan Gazprom. Wanneer
Georgië niet akkoord zou gaan werd de gasprijs van 110$ verhoogd naar 200$ in 2007.
De Armenen konden de verhoging van de gasprijs een jaar uitstellen door het
landelijke netwerk van gasleidingen, een deel van een energiecentrale en een groot
aandeel in de nog in aanbouw zijnde gaspijpleiding van Iran naar Armenië aan
Gazprom over te dragen. Armenië was beledigd door de hogere gasprijzen en voelde
zich verraden door ‘bondgenoot’ Rusland. Armeense parlementsleden begonnen een
101
102
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 87.
Alexander Kabokov, ‘A friend full of gas’, Kommersant, 12 januari 2006.
42
financiële vergoeding te opperen voor de Russische militaire bases in Armenië.
Ondanks protesten is de regering in Jerevan gezwicht voor het ultimatum omdat
Armenië een verdubbeling van de gasprijs op korte termijn niet kon betalen. Maar
Armenië is wel gecompenseerd. In plaats van één jaar krijgen de Armenen twee jaar
korting op Russisch gas.103 Daarnaast geeft Rusland grote kortingen op de levering
van Russisch militair materieel aan Armenië. Moskou hoopt op zijn beurt de
kortingen aan Armenië deels te kunnen financieren door tegenorders van
Azerbeidzjan.104
De toekomstige gaspijplijn met Iran zal de regering in Jerevan minder
afhankelijk maken van Russisch gas. Daar staat tegenover dat de pijpleiding
eigendom is geworden van het Russische staatsbedrijf Gazprom. Bovendien zijn de
mogelijkheden van de pijpleiding beperkt. Bij de aanleg hebben namelijk de
Verenigde Staten en Rusland bedongen dat het een pijpleiding met een beperkte
diameter werd waardoor het technisch onmogelijk zou zijn het Iraanse gas verder dan
Armenië zelf te transporteren. De Amerikaanse regering wilde daarmee de
containment van Iran in stand houden en de Russische regering wilde voorkomen dat
bijvoorbeeld Georgië niet meer zou zijn aangewezen op Russisch gas. 105 (Eerdere
plannen voor een pijpleiding van Iran naar Armenië uit 1990 waren stukgelopen op
Amerikaans en Russisch protest)
Een ander probleem voor Armenië is het besluit van Rusland van 2 oktober
2006 om de grens met Georgië te sluiten. Aanleiding daartoe was een conflict tussen
beiden landen over de arrestatie van vier van spionage verdachte Russen in Georgië.
Rusland is nog steeds een belangrijke handelspartner van Armenië en de sluiting van
de grens noodzaakt de Armenen via de Zwarte Zee en de Oekraïne handel te drijven
met Rusland waardoor de transportkosten gestegen zijn. De levering van Russisch gas
aan Armenië en Georgië is niet stopgezet.
Handelscontacten met buurland Iran en de Verenigde Staten kunnen
ondertussen in gevaar komen door de ‘ramkoers’ van de nieuwe Iraanse president.
(Zie foto met uitleg hieronder.)
‘Armenia says its price of US$110 for Russian gas will remain fixed until end of 2008’,
International Herald Tribune, 4 november 2006
104
A. Tatavosyan & A. Reutov, ‘Weapons used to convince Armenia’, Kommersant, 24 maart 2006.
105
A. Tatevosyan & A. Reutov, ‘Just Give Them the Money’, Kommersant 12 januari 2006.
103
43
Een goede buur is beter dan een verre vriend? De uitstekende betrekkingen tussen
Armenië en Iran kunnen de Amerikaanse overheidssteun aan Jerevan in gevaar
brengen. Daarnaast kunnen mogelijke economische VN-sancties als gevolg van het
Iraanse atoomenergieprogramma de handelsbetrekkingen tussen Armenië en Iran in
gevaar brengen. Hieronder de Armeense president Robert Kotsjarian op staatsbezoek
bij zijn Iraanse ambtsgenoot Mahmoud Ahmadinejad in juli 2006. Kort voor het
bezoek had Ahmadinejad zijn voornemen om Israël ‘van de kaart te vegen’ herhaald.
President Mahmoud Ahmadinejad van de Islamitische Republiek Iran (links) en
president Robert Kotsjarian van het Christelijke Armenië (rechts) tonen de wereld hun
vriendschap.106
Is Armenië er in geslaagd zijn economie na 1994 te hervormen en te richten op
het Westen? En in hoeverre is Armenië bij zijn wederopbouw afhankelijk van
westerse humanitaire hulp en zijn de Armenen er in geslaagd hun economie te
herstellen? Voorop staat dat het economische herstel van Armenië sinds 1994 sterk is
met een gemiddelde economische groei van acht procent. Daarnaast heeft de
Armeense regering voortvarend de economie hervormd. Westerse humanitaire steun
106
http://english.farsnews.com/pic.php?ph=Media-8504-ImageReports-850414028812_8504140288_L600.jpg&dsc=Ahmadinejad%20Describes%20IranArmenia%20Relations%20Sustainable, geraadpleegd op 22 november 2006.
44
was tijdens het conflict met Azerbeidzjan essentieel en nam daarna in belang af. In
toenemende mate is Armenië in staat op eigen benen te staan. Daarbij is Armenië
steeds minder afhankelijk van één handelspartner. Als onderdeel van de Sovjet-Unie
verliep het merendeel van de import en export via Azerbeidzjan. Na 1994 zijn
Rusland, Iran, Georgië, de Europese Unie en de Verenigde Staten belangrijke
handelspartners geworden.
Tegelijkertijd hebben oorlog en economische ineenstorting in de eerste helft
van de jaren negentig geleid tot een massale emigratie van Armenen naar Rusland en
de Verenigde Staten. De privatisering en hervorming van de economie hebben
corruptie in de hand gewerkt en de schaduweconomie die tijdens de Sovjet-Unie al
omvangrijk was is na de onafhankelijkheid alleen maar groter geworden. Bovendien
is Armenië door het sluiten van de grens tussen Georgië en Rusland slachtoffer van
het conflict tussen Tbilisi, dat een pro-westerse koers vaart, en Moskou, dat streeft
naar behoud van invloed in de Kaukasus. Tegelijkertijd is Armenië als bondgenoot
van Rusland ook niet gevrijwaard van Russische pogingen de voormalige
Sovjetrepublieken afhankelijk te maken van Moskou. Door de Armeense overdracht
van infrastructuur ten behoeve van de nationale energievoorziening, in ruil voor de
kwijtschelding van schulden en lagere gasprijzen, is er sprake van een hernieuwde
(economische) invloed van Moskou in Armenië. Ondanks afnemende handel met het
GOS zijn pogingen om Armenië economisch op het Westen te richten door de
Russische greep op de Armeense energiesector slechts gedeeltelijk gelukt.
Het zwarte goud.
Door de economische blokkade zijn de economieën van Armenië en Azerbeidzjan van
elkaar
gescheiden.
Desondanks
zijn
de
economische
ontwikkelingen
van
Azerbeidzjan van belang voor Armenië. Grote investeringen in Azerbeidzjan door
bijvoorbeeld Rusland kunnen de Russische steun aan Armenië doen afkalven. En als
de Azerbeidjaanse economie sneller groeit dan de Armeense economie kan de
militaire balans tussen beide landen in gevaar komen. Wordt Armenië bedreigd door
een snel groeiende Azerbeidjaanse defensiebegroting en Russische economische
belangen in Azerbeidzjan?
45
Azerbeidzjan loopt achter op Armenië bij het hervormen van zijn economie.
Pas in 1996, twee jaar na Armenië, werd er onder druk van het IMF gestart met
privatiseringen. 107 Bovendien zijn net als in Armenië veel bewoners het land
ontvlucht, ongeveer éénvijfde van de bevolking is naar Turkije en Rusland
geëmigreerd.108
Daar staat tegenover dat Azerbeidzjan vele malen interessanter is voor
buitenlandse investeerders dan Armenië. Azerbeidzjan beschikt over grote
hoeveelheden olie. Rond 1900 was Azerbeidzjan zelfs de grootste olieproducent ter
wereld. Azerbeidzjan is in potentie een rijke oliestaat maar tegelijkertijd door dezelfde
oliereserves doelwit van buitenlandse interventies. Onder de Tsaren controleerden de
Armenen een groot deel van de oliewinning en tijdens de Eerste Wereldoorlog
bijvoorbeeld intervenieerden de Turken en de Britten mede in de Kaukasus om elkaar
controle over de Azerbeidjaanse olie te ontzeggen. En in 1941 strandde het Duitse
leger in Georgië, op weg naar de Azerbeidjaanse olievelden, op dat moment
verantwoordelijk voor zeventig procent van de oliewinning in de Sovjet-Unie.109 De
Sovjetoverheersers zelf dwongen Azerbeidzjan van 1922 tot 1991 ondertussen om
tegen opgelegde lage prijzen olie aan de overige Sovjetrepublieken te verkopen. Door
de onafhankelijkheid van Azerbeidzjan kwam er een einde aan de nadelige exploitatie
door het communistische systeem. Maar net als na het uiteenvallen van het Russische
Tsarenrijk in 1917 laaide de strijd weer op tussen buitenlandse mogendheden om
controle over de Kaspische olie.
Centraal in de recente strijd om de Kaspische olie, waarvan de opbrengsten in
potentie ruimschoots opwegen tegen de massale emigratie en laat ingezette
economische hervormingen, stonden pogingen van Rusland om westerse toegang tot
de Kaspische Zee te verhinderen. In 1993 bijvoorbeeld stond de regering onder
leiding van de pro-Turkse Elchibey op het punt om een contract te tekenen met
westerse oliemaatschappijen. De met Russische steun uitgevoerde coup van Huseinov,
waardoor Armenië bijna heel Karabach kon betzetten, voorkwam westerse toegang tot
de Kaspische olie. Het tijdstip van de val van Elchibey is dan ook waarschijnlijk niet
toevallig gekozen door Huseinov en Moskou.110 Alijev liet Azerbeidzjan toetreden tot
het GOS, hernieuwde de relaties met Rusland en ontbond het oliecontract met
107
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 130.
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 89.
109
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 134.
110
Ibidem, p. 31.
108
46
westerse maatschappijen.111 Desondanks vaarde Alijev niet de pro-Rusland koers die
van hem werd verwacht. De nieuwe president probeerde de internationale positie van
Azerbeidzjan te verstevigen met internationale olie- en gasleveringen. Rusland wilde
in strijd daarmee controle houden over de Azerbeidjaanse oliewinning door de
Kaspische olie via bestaande pijplijnen over Russisch grondgebied naar de Zwarte
Zee te transporteren. Met olietankers konden dan de westerse markten bediend
worden. Zonder controle over de export van Kaspische olie vreesde Moskou aan
invloed in de Kaukasus te verliezen.112 De Russen hadden alleen één probleem, de
pijpleiding van Azerbeidzjan naar de Zwarte Zee liep dwars door Tsjetsjenië heen.113
Tegelijkertijd slaagden onder andere de Verenigde Staten en Turkije er
evenmin in om toegang tot de Kaspische olie te krijgen. Rusland blokkeerde door de
steun aan de separatisten in Nagorno-Karabach, Abchazië en Adzjarië de aanleg van
een pijpleiding van Azerbeidzjan via Armenië of Georgië naar Turkije. En een
pijpleiding van Azerbeidzjan naar de Perzische Golf was door de aard van het regime
in Teheran onwenselijk en door een Amerikaans investeringsverbod in Iran
onmogelijk. Een andere route was de aanleg van een oliepijplijn vanaf de Kaspische
Zee via Turkmenistan, Afghanistan en Pakistan naar de Arabische Zee.
Onderhandelingen tussen Amerikaanse olieconcerns en de Taliban in Afghanistan
liepen alleen op niets uit.114 Turkije verhinderde op zijn beurt in 1994 de Russische
exportplannen via de Zwarte Zee door het instellen van strenge milieumaatregelen
waardoor het scheepsverkeer in de Bosporus aan banden werd gelegd.115
De Russische tegenzet liet niet lang op zich wachten. In juni 1994 vertraagde
de Russische minister van Energie westerse investeringen in Azerbeidzjan door te
verklaren dat de grenzen in de Kaspische Zee onduidelijk waren.116 Volgens Moskou
was de Kaspische Zee juridisch gezien geen zee maar een meer. Door deze redenering
viel de Kaspische Zee onder een ‘condominium’, meerdere landen hadden
zeggenschap over het gebied. Azerbeidzjan kon als één van deze landen zonder
toestemming van de vier andere landen met een kustlijn aan de Kaspische Zee
(Rusland, Kazakstan, Turkmenistan en Iran) niet eenzijdig contracten sluiten met
111
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 214.
C. van der Leeuw, Oil and Gas in the Caucasus & Caspian, A History, p. 156.
113
Bruce Clark, ‘Oil pipeline hope may spur Azeri peace’, Financial Times, 15 mei 1997, Europe p. 4.
114
Stephen Kinzer, ‘Pipe Dreams, A Perilous New Contest for the Next Oil Prize’, New York Times, 21
september 1997, Week in Review Desk, p. 1.
115
C. van der Leeuw, Oil and Gas in the Caucasus & Caspian, A History, p. 127.
116
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 188.
112
47
oliemaatschappijen.117 Iran stelde als land met de kortste kuststrook als oplossing voor
om de olieopbrengsten ‘eerlijk’ in vijf gelijke stukken over de landen aan de
Kaspische Zee te verdelen.118 Rusland en Iran stonden echter in hun opvattingen over
de Kaspische Zee alleen, en in overeenstemming met de wensen van Azerbeidzjan,
Turkmenistan en Kazakstan werd de zee na onderhandelingen in vijf ongelijke
stukken opgedeeld.
De strijd om de Kaspische olie is ‘gewonnen’ door het Westen. In 1994 haalde
Alijev een belangrijk oliecontract met westerse oliemaatschappijen binnen voor de
exploitatie en exploratie van de Kaspische Zee. Grote deelnemers aan het project zijn
de ‘State Oil Company of Azerbaijan’ (SOCAR) met twintig procent, en British
Petroleum (BP) en het Amerikaanse Amoco met beiden zeventien procent. Het
Russische Loekoil en de Amerikaanse bedrijven Unocal en Pennzoil hebben ieder een
aandeel van tien procent in het project. Het Nederlands-Britse olieconcern Shell kreeg
door de overname van Pennzoil in 2002 toegang tot de Kaspische Zee. Ondanks
deelname aan het contract, en de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het
Russische ministerie van Energie bij de ondertekening, keurde het Russische
ministerie van Buitenlandse Zaken het contract af. (De reden van opgaaf, de gevolgen
voor het milieu, ontvingen de Azeri’s gezien de slechte reputatie van de Sovjet-Unie
en Rusland op milieugebied met hoon.) De totale investeringen die met het contract
gemoeid waren bedroegen zeveneneenhalf miljard dollar. 119 Door de fusie van BP en
Amoco in 1998 is Groot-Brittannië een van de grootste buitenlandse investeerders in
Azerbeidzjan geworden.
Naast exploitatie en exploratie begonnen internationale concerns ook met het
ontsluiten van de Kaspische Zee. Zo zag in 1997 de aanleg van een pijpleiding van
Azerbeidzjan naar Georgië zijn voltooiing. En vijf jaar later werd begonnen met de
aanleg van de Bakoe-Tbilisi-Ceyhan (BTC) pijpleiding onder leiding van BP,
gefinancierd
door
Britse,
Franse,
Italiaanse,
Amerikaanse
en
Japanse
oliemaatschappijen. In 2005 werd de BTC oliepijpleiding geopend. De pijplijn
transporteert vlak langs de frontlijn tussen Armenië en Azerbeidzjan en via Georgië
de begeerde Kaspische olie naar de Turkse haven Ceyhan aan de Middellandse Zee.
John Lloyd, ‘Battle lines drawn up over Caspian oil and gas’, Financial Times, 3 maart 1995,
Commodities and Agriculture p. 29.
118
Charles Clover and Guy Dinmor, ‘A relationship based on shared enmities: What do Russia and Iran
see in each other?’, Financial Times, 12 maart 2001, Middle East p. 15.
119
Peter. Michielsen, ‘Azerbajdzjan; Touwtrekken om (veel) olie’, NRCHandelsblad, 30 september
1994, p. 5.
117
48
De economische vooruitzichten van Azerbeidzjan zijn daarmee goed. De
Azerbeidjaanse olie-inkomsten kunnen de balans tussen Armenië en Azerbeidzjan
drastisch doen omslaan. 120 Azerbeidzjan is bijvoorbeeld van plan om mede met
oliedollars zijn defensie-uitgaven in 2007 van 600 miljoen dollar naar één miljard
dollar te verhogen en weet zich door zijn oliereserves gesteund door het Westen.121
De Britse ambassadeur in Azerbeidzjan formuleerde de oliebelangen van GrootBrittannië in Azerbeidzjan als volgt: ‘What’s good for BP is fine by us’.122 Vanwege
de economische belangen onderschrijft Groot-Brittannië de Azerbeidjaanse claims op
Nagorno-Karabach. Bij de olierijkdom moet wel een aantal kanttekeningen worden
gezet. Zo is de omvang van de oliereserves in de Kaspische Zee nog niet in kaart
gebracht. Daarnaast is het onbekend in welke mate Bakoe er in slaagt om de olieinkomsten succesvol aan te wenden om het leger te moderniseren of om de economie
te hervormen. De Azerbeidjaanse economie groeit jaarlijks met ongeveer tien
procent.123 Desondanks heeft de olierijkdom meer sociale problemen gecreëerd dan
opgelost, de scheiding tussen rijk en arm is er door in Azerbeidzjan toegenomen.124
De Azerbeidjaanse economische ontwikkelingen vormen een bedreiging voor
Armenië. De economie in Azerbeidzjan groeit sneller dan in Armenië, en landen als
de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Rusland hebben grote economische
belangen in de Azerbeidjaanse oliewinning. Bij een eventueel hernieuwde strijd om
Karabach is het voor deze drie Veiligheidsraadlanden uit economisch opzicht
aantrekkelijker om Azerbeidzjan te steunen omdat politieke, economische of militaire
hulp aan Armenië mogelijk de investeringen in de Azerbeidjaanse olie-industrie in
gevaar kunnen brengen. En in vredestijd is buurland Azerbeidzjan door zijn
oliereserves aantrekkelijker voor buitenlandse investeerders dan Armenië. Daar staat
tegenover dat het onduidelijk is of Azerbeidzjan er in zal slagen om de olie-inkomsten
succesvol aan te wenden.
120
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 92.
Dmitri Butin, ‘Ilkham Aliyev Visits Brussels, Moscow’, Kommersant, 9 november 2006.
122
Raymond Bonner, ‘Getting This Oil Takes Drilling and Diplomacy’, New York Times, 15 februari
1995, Business / Financial Desk p. 1.
123
http://devdata.worldbank.org/external/CPProfile.asp?PTYPE=CP&CCODE=AZE, geraadpleegd op
28 juli 2006.
124
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 107.
121
49
Conclusie.
Armenië is door een aantal economische rampen getroffen. De aardbeving in 1988, de
kosten van de oorlog om Karabach, de economische blokkades van Azerbeidzjan en
Turkije, de burgeroorlog in Georgië en de massale emigratie. Tegelijkertijd probeerde
de Armeense regering een op Europa georiënteerde markteconomie in te voeren en
Armenië en in zijn herenigingstreven met Karabach niet te zwichten voor de
economische blokkades van Azerbeidzjan en Turkije. Zijn de Armenen hierin
geslaagd?
De poging van Azerbeidzjan om in 1989 de Armenen met een economische
blokkade te doen afzien van een afscheiding van Nagorno-Karabach had aanvankelijk
weinig succes. Door het optreden van het Rode leger was de blokkade niet absoluut
en daarnaast versterkten de economische moeilijkheden het gevoel van saamhorigheid
en de steun aan de Karabach Armenen. Bovendien had Armenië via Georgië nog
steeds beperkte toegang tot de andere Sovjetrepublieken. Pas in 1992, door de
burgeroorlog in Georgië, kwam Armenië aan de rand van de afgrond te staan.
Armenië werd afhankelijk van Amerikaanse, Europese en Russische hulp om te
overleven. Door deze hulpverlening en het opbouwen van handelsrelaties met Iran
kon Armenië de oorlog en bezetting van Nagorno-Karabach voortzetten. De pogingen
van Azerbeidzjan en Turkije om Armenië met economische blokkades te dwingen
zijn Karabach-beleid te wijzigen zijn mislukt.
Op het gebied van economische hervormingen en een economische
toenadering tot Europa is het moeilijker om een conclusie te trekken. Tijdens de eerste
jaren na de onafhankelijkheid kwam er weinig van economische hervormingen terecht
en was Armenië alleen bezig met economische overleving. Neveneffect van het
economische isolement van Armenië was wel dat de regering in Jerevan economische
hervormingen doorvoerde die andere voormalige Sovjetrepublieken voor zich uit
konden schuiven. En ondanks de economische blokkades verbeterde de situatie voor
de Armeense bevolking door het staakt-het-vuren, de beëindiging van de burgeroorlog
in Georgië en het opstarten van de kerncentrale Medzamor. Leningen van onder
andere het IMF maakten ondertussen de privatisering van de economie mogelijk.
Sinds 1994 groeit de Armeense economie weer. Door een toename van het aantal
landen waar Armenië naar exporteert en uit importeert is Armenië economisch minder
50
kwetsbaar. De buitenlandse hulp die tijdens de oorlog van levensbelang was is door
de economische groei steeds minder belangrijk.
Ondertussen blijven emigratie, corruptie en de schaduweconomie een groot
probleem voor Armenië. En ondanks het succesvol doorstaan van de economische
blokkade, het invoeren van economische hervormingen en aanknopen van
handelsrelaties met Europa en de Verenigde Staten, is de Russische greep op de
Armeense economie toegenomen. Bovendien kunnen de economische ontwikkelingen
in het olierijke Azerbeidzjan en botsingen tussen Rusland en Georgië in de toekomst
een bedreiging vormen voor Armenië. De relatie met buurland Iran kan de
Amerikaanse hulp aan Armenië in gevaar brengen. En de handelsbetrekkingen met
Iran zelf worden bedreigd door mogelijke VN-sancties tegen het zuidelijke buurland.
De huidige tendens is dat Armenië niet in overeenkomst met de in de inleiding
geponeerde stelling economisch in hoge mate onafhankelijk is. De economische
blokkades van Azerbeidzjan en Turkije hebben de Armenen niet van gedachten
kunnen veranderen en Rusland is als handelspartner in belang afgenomen. Maar
omdat Moskou via het staatsbedrijf Gazprom bijna de gehele Armeense
energievoorziening in handen heeft gekregen is de Armeense economie in hoge mate
aangewezen op Rusland. Het sluiten van de grens met Georgië door Rusland heeft
bovendien recentelijk de mogelijkheden voor economische groei en uitbreiding van de
handelsrelaties verder bemoeilijkt.
51
Falende diplomatie.
Armenië verdeeld.
Tijdens en na de oorlog om Nagorno-Karabach hebben diverse partijen geprobeerd te
bemiddelen in het conflict. Bij de onderhandelingen deden de Karabach Armenen een
beroep op het zelfbeschikkingsrecht van volkeren; de bemiddelaars en de Azeri’s
namen de onschendbaarheid van grenzen als uitgangspunt. Vrede was noodzakelijk
voor de Verenigde Staten en Europa om onafhankelijk van Rusland toegang te krijgen
tot de Kaspische olie. Rusland wilde tegelijkertijd westerse invloed in de Kaukasus
beperken en militair aanwezig blijven in de regio. Daarom probeerde Moskou net als
in Georgië een staakt het vuren te bereiken bewaakt door Russische troepen.
Bemiddelaars uit de Verenigde Staten, Europa en Rusland hebben via hun eigen
nationale overheden en internationale organisaties grote druk op de strijdende partijen
uitgeoefend om een akkoord te sluiten. In hoeverre heeft diplomatieke druk van de
bemiddelaars om de grenzen te respecteren en vrede te sluiten met Azerbeidzjan het
Armeense streven naar zeggenschap over Karabach gedwarsboomd?
Bij de bereidheid van Armenië om vrede te sluiten met Azerbeidzjan spelen
interne Armeense politieke verhoudingen een belangrijke rol. Tijdens de oorlog om
Karabach waren er twee politieke kampen in Armenië. Van de eerste politieke
stroming was de in 1991 tot president verkozen Levon Ter-Petrossian de belangrijkste
vertegenwoordiger. Ter-Petrossian wilde Armenië officieel buiten de oorlog om
Karabach houden en goede relaties met de buurlanden opbouwen. De erkenning van
de Armeense genocide door Turkije werd daarbij door Ter-Petrossian op de lange
baan geschoven. Daarnaast verklaarde de regering van Nagorno-Karabach in
Stepanakert zich in 1991 onafhankelijk en zocht geen aansluiting bij Armenië om
Jerevan buiten het conflict te houden. 125 Ondanks steun aan de separatisten, en
gevechten aan de grens van Armenië zelf, vond Jerevan dat Bakoe directe
onderhandelingen met Stepanakert moest voeren om aan de Azerbeidjaanse
‘burgeroorlog’ een einde te maken.126
125
126
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 161.
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 127.
52
Eén van de belangrijkste vertolkers van de tweede politieke stroming in Armenië was
de minister van Defensie Vazgen Manukian. De Armeense minister van Defensie was
een voorstander van annexatie van Karabach met militaire middelen.127 Ter-Petrossian
en Manukian waren samen de twee belangrijkste leiders van de ANB. Behalve
Manukian was Stepanakert voorstander van een aansluiting van Karabach bij Armenië.
Manukian en de regering in Stepanakert werden gesteund door de Dasjnak partij. De
nationalistische partij had kort de eerste Armeense Republiek bestuurd en 71 jaar in
ballingschap overleefd. De Dasjnak partij was goed georganiseerd en gefinancierd
door de diaspora en speelde belangrijke rol bij het mobiliseren van mensen en geld ten
behoeve van de Karabach Armenen.128 Deels ontstaan door de Armeense genocide in
1915, was de diaspora verbolgen over de toenadering van Ter-Petrossian tot Turkije.
Over de mate waarin Armenië steun moest verlenen aan Nagorno-Karabach
was de Armeense politiek ernstig verdeeld. De Armeense president was gematigd,
zijn minister van Defensie en de regering in Stepanakert waren voorstander van een
militaire aanpak. Door de politieke tegenstellingen in Jerevan was het voor
bemiddelaars moeilijk om de Armeense regering te beïnvloeden. Niet alleen TerPetrossian maar ook Vazgen Manukian, samen de belangrijkste leiders van de ANB,
moesten door de bemiddelaars overtuigd worden.
Vredesduif Iran, 1991-1992.
Eind 1991 begon Teheran met het uitzenden van diplomaten naar Jerevan en Bakoe
voor bemiddeling in het conflict tussen zijn twee buurlanden. Heeft Iran de strijdende
partijen nader tot elkaar gebracht?
Iran verkeerde als bemiddelaar in het conflict in een bijzondere positie. Van de
70 miljoen Iraniërs hebben ongeveer zeventien miljoen de Azerbeidjaanse, en één
miljoen de Armeense nationaliteit. 129 Een escalatie van de oorlog om NagornoKarabach kon de interne stabiliteit van Iran in gevaar brengen. Daarnaast wilde
Teheran een toenadering tussen Turkije en Azerbeidzjan voorkomen en zijn isolement
127
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. 13.
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 35.
129
L. Chorbajian, The Caucasian Knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabakh, p. XV.
128
53
in de regio doorbreken. Turkije is door zijn bondgenootschap met de Verenigde
Staten en het seculiere staatsbestel een rivaal van Iran. Bemiddeling in het conflict
kon de rol van Iran in de regio promoten en in weerwil van de Amerikaanse
containmentpolitiek leiden tot nieuwe economische en politieke contacten in de
regio. 130 De oorlog om Karabach bracht de regering in Teheran in een moeilijke
positie. Enerzijds wilde Iran steun uitspreken aan de eveneens shiitische moslims in
Azerbeidzjan, anderzijds was het wegens geopolitieke redenen belangrijk om het
christelijke Armenië te steunen. Door deze politieke ‘spagaat’ was Iran gebaat bij een
snelle oplossing van het conflict.
Door de positie van Iran was het een acceptabele bemiddelaar in het conflict
voor Armenië en Azerbeidzjan.131 In maart 1992 bereikte Iran als eerste bemiddelaar
in het conflict een staakt-het-vuren dat moest dienen als opstap voor verdere
onderhandelingen. Desondanks hield het staakt-het-vuren maar een paar dagen stand.
Een tweede bemiddelingspoging onder leiding van de Iraanse president Hashemi
Rafsanjani begin mei 1992 leek aanvankelijk succesvoller te zijn. Op 9 mei kwamen
Ter-Petrossian en Yaqub Mamedov, interim-president na de tegencoup van het AV,
bijeen in Teheran voor de ondertekening van een communiqué. Onderhandelingen
tussen
Azerbeidzjan
en
Armenië
waren
uitgemond
in
een
gezamenlijk
overeengekomen basis voor een vredesakkoord. Het tweede Iraanse vredesinitiatief
mislukte uiteindelijk net als de eerste bemiddelingspoging. Vlak voor vertrek uit
Teheran vernam Mamedov van de Armeense aanval op Susha. Het ondertekende
communiqué was niets meer waard en Ter-Petrossian leek geen controle over zijn
minister van Defensie Manukian te hebben.132 In de zomer van 1992 kwam er een
einde aan de Iraanse bemiddeling in het conflict. In Azerbeidzjan was Elchibey aan de
macht gekomen en de nieuwe Azerbeidjaanse president wilde het conflict met
militaire middelen oplossen. De regering in Jerevan aanvaardde Iran niet meer als
bemiddelaar na Amerikaanse druk op Armenië ten einde de containmentpolitiek naar
Iran toe in stand te houden.
Iran heeft de strijdende partijen dichter bij elkaar gekregen, maar succes is
uitgebleven. Armenië en Azerbeidzjan accepteerden Iran als bemiddelaar omdat de
‘As Mediator, Iran Begins Quest for Influence’, New York Tmes, 22 maart 1992, Foreign Desk p. 9.
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 167.
132
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 180.
130
131
54
regering in Teheran neutraal was en zelf belang had bij een snelle beëindiging van het
conflict. Een akkoord onder auspiciën van Teheran is evenwel uitgebleven omdat Iran
relatief kort heeft bemiddeld in het conflict, Elchibey en Manukian de voorkeur gaven
aan een militaire oplossing, en de Amerikanen tegen een Iraanse bemiddelaarsrol
waren. Het optreden van Manukian toonde pijnlijk de politieke verdeeldheid van
Armenië aan. Ter-Petrossian was vatbaar voor bemiddeling, zijn minister van
Defensie en tweede leider van de ANB niet.
De CVSE en de Verenigde Naties, 1992-1993.
In 1992 begon de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE)
zich met het conflict bezig te houden. De Veiligheidsraad vaardigde in 1993 vier
resoluties uit waarin Armenië werd opgeroepen zich uit Azerbeidzjan terug te trekken.
Hebben de VN en de CVSE Armenië met succes gedwongen zich militair terug te
trekken uit Karabach en de internationale grenzen van Azerbeidzjan te respecteren?
Tijdens de Koude Oorlog was de CVSE er op gericht de spanningen tussen
Oost en West te verminderen en de samenwerking te vergroten. Na het uiteenvallen
van de Sovjet-Unie kreeg de CVSE het beheersen en voorkomen van conflicten in, en
tussen zijn lidstaten als nieuwe taak.133 Behalve het takenpakket nam na de Koude
Oorlog ook het aantal lidstaten van de CVSE toe. In januari 1992 waren bijna alle
Oostbloklanden en voormalige Sovjetrepublieken toegetreden tot de CVSE.
Waaronder Armenië en Azerbeidzjan, twee lidstaten met elkaar in oorlog. De CVSE
besloot een rapporteurmissie te sturen naar de twee landen. Naar aanleiding van deze
missie werd op een CVSE-top in Helsinki in 1992 besloten een vredesconferentie
over Nagorno-Karabach te houden. Het nieuwe CVSE-lid Wit-Rusland stelde
daarvoor zijn hoofdstad ter beschikking. De deelnemers aan de geplande conferentie
in Minsk, later omgedoopt tot de ‘Minsk-groep’, bestonden naast Armenië,
Azerbeidzjan en negen leden van de CVSE uit Armeense en Azerbeidjaanse
afgevaardigden uit Karabach.
Pogingen van de CVSE in 1992 en 1993 om Armenië via de Minsk-groep en
met onderhandelingen de grenzen van Azerbeidzjan te laten erkennen liepen op niets
133
H. Hendrikse, Conflicten in de Kaukasus en de rol van de Internationale gemeenschap, p. 69.
55
uit. De bemiddelingspoging van de Minsk-groep mislukte ten eerste omdat de
separatistische regering van de Karabach Armenen in Stepanakert niet mocht
deelnemen aan de onderhandelingen. Het overleg onder leiding van de CVSE was
hierdoor gedoemd te mislukken.134 De Azerbeidjaanse regering en de CVSE zagen
onderhandelingen met Stepanakert als een impliciete erkenning van de separatistische
provincie. Pas na de inname van Shusha en Lachin in mei 1992 werden de Karabach
Armenen serieuzer genomen. Het overleg binnen de Minsk-groep mislukte ten tweede
doordat de CVSE net als de Iraniërs werd geconfronteerd met snelle veranderingen
aan het front. Mede door uitsluiting aan de onderhandelingen zochten de Karabach
Armenen hun heil op het slagveld. Als gevolg van zware gevechten in februari 1992,
waarbij de Armenen Khodjali op de Azeri’s veroverden, werd de eerste bijeenkomst
van de Minsk-groep door Azerbeidzjan afgezegd.
In 1993 raakten de VN betrokken bij het conflict. Nadat Suret Huseinov zich
had teruggetrokken van het front in Kelbadjar had het Armeense leger Karabach zelf
en grote delen van Azerbeidzjan bezet. De Armeense minister van Defensie Manukian
had Ter-Petrossian in het duister gelaten over de omvang van de aanval. 135 Het
resultaat was dat Vazgen Manukian door Ter-Petrossian vervangen werd door Vazgen
Sarkissian. De afzijdigheid van Jerevan in het conflict was met de bezetting van
Azerbeidjaans grondgebied een farce geworden. Als reactie op de bezetting van
Azerbeidjaans grondgebied en uit militaire machteloosheid tegenover Rusland sloot
Turkije begin 1993 de grens met Armenië.
Vier resoluties van de Veiligheidsraad riepen de Karabach Armenen op om
zich uit Azerbeidzjan terug te trekken en onderschreven de territoriale integriteit van
Azerbeidzjan. In de resoluties spraken de VN hun steun uit aan de pogingen van de
CVSE om een staakt-het-vuren te bereiken. De regering in Jerevan heeft om een
aantal verschillende redenen de resoluties naast zich neer kunnen leggen waardoor het
ook de VN niet lukte om Armenië te dwingen om afstand te doen van Karabach. De
eerste reden was dat de VN de oorlogen in de Kaukasus als een interne
aangelegenheid van de betreffende landen zag en niet als een bedreiging voor de
vrede in de regio.136 Daardoor was gezien het handvest van de VN onwaarschijnlijk
dat de resoluties gewapenderhand zouden worden afgedwongen door andere landen
134
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 120.
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 212.
136
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 105.
135
56
dan Azerbeidzjan. Ten tweede verwachtte Armenië dat indien de oorlog een
bedreiging vormde voor de vrede in de regio, Rusland in de praktijk over een
interventie of bijvoorbeeld economische sancties een veto zou uitspreken in de
Veiligheidsraad. Moskou kon echter niet verhinderen dat bijvoorbeeld Turkije
zelfstandig economische sancties instelde. Behalve een dreigend Russisch veto is het
nooit van VN interventies of sancties gekomen omdat de VN bemiddeling in het
conflict toevertrouwde aan de CVSE en de Verenigde Staten en Europa de Kaukasus
als de ‘achtertuin’ van Rusland beschouwden. Bovendien eiste de oorlog in
Joegoslavië veel aandacht op van de CVSE en de VN.
Zowel de CVSE als de VN slaagde er niet in Armenië afstand te laten doen
van Nagorno-Karabach. De Minsk-groep die de CVSE met dat doel oprichtte was
gedoemd te mislukken omdat afgevaardigden uit Stepanakert niet welkom waren op
de bijeenkomsten. De VN raakten betrokken bij het conflict door een tweede
zelfstandige actie van minister van Defensie Manukian. Maar omdat de VN niet in
staat waren te interveniëren met militaire of economische middelen kon de Armeense
bezetting voortduren.
Strijd tussen de bemiddelaars onderling, 1993-1994.
Nadat Teheran door de Verenigde Staten en de regering-Elchibey in Azerbeidzjan
buiten spel was gezet, waren Rusland en de CVSE de belangrijkste bemiddelaars in
het conflict. In 1993 probeerde Moskou via het GOS de voormalige Sovjetrepublieken
weer afhankelijk van Rusland te maken. Tegelijkertijd wilde de CVSE zich als
nieuwe veiligheidsorganisatie bewijzen.
137
Hebben Rusland en de CVSE als
concurrenten van elkaar Armenië met succes onder druk gezet om zijn leger uit
Azerbeidzjan terug te trekken?
De CVSE had als uitgangspunt bij de onderhandelingen de onschendbaarheid
van de grenzen van Azerbeidzjan. In de plannen van de CVSE kreeg NagornoKarabach een hoge mate van autonomie toebedeeld maar zou het wel onderdeel van
Azerbeidzjan blijven uitmaken. Een eventueel vredesakkoord tussen de Armenen en
137
‘Nagorno-Karabach zal nut OVSE moeten bewijzen’, de Volkskrant 29, december 1994.
57
Azeri’s moest bewaakt worden door een multinationale vredesmacht onder vlag van
de CVSE. Rusland probeerde ondertussen als lid van de CVSE buiten de organisatie
om een wapenstilstand te bewerkstelligen en zijn invloed in de regio te herstellen. 138
Rusland was het eens met de uitgangspunten van de CVSE. Moskou erkende
eveneens de onschendbaarheid van grenzen. Een belangrijk verschil met de CVSE
was dat alle Russische vredesplannen de stationering van Russische troepen behelsden.
Het gevolg van de concurrentiestrijd tussen de CVSE en Rusland, toegespitst op het
leveren van een vredesmacht, was dat geen van beide bemiddelaars effectief kon
optreden. Azerbeidzjan stond namelijk erg argwanend tegenover een Russische
troepenmacht op zijn grondgebied. Bakoe zag Rusland als partij in het conflict, en
wilde geen Russische vredesmacht.
139
Tegelijkertijd was een multinationale
troepenmacht ook geen optie omdat geen van de CVSE-lidstaten troepen daarvoor
wilde leveren.
Behalve tussen de CVSE en Rusland was er ook binnen de Russische regering
tussen de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken een machtsstrijd gaande.
Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, door het uiteenvallen van de
Sovjet-Unie nieuw in de regio, beschikte niet over ambassades in de drie nieuwe
Kaukasische Republieken. De ervaren Russische diplomaat Vladimir Kazimirov die
belast werd met de bemiddeling in het conflict had nauwelijks toegang tot lokale
politici. Het Russische leger daarentegen was met militaire bases wel aanwezig in de
Kaukasus en vond door zijn beschikking over militair materieel een luisterend oor bij
de in oorlog zijnde lokale politici. De militarisering van de Kaukasische politiek
leidde tot een politisering van het Russische leger.140 Het optreden van de ministeries
van Defensie en Buitenlandse Zaken was niet op elkaar afgestemd en soms in strijd
met elkaar. Op 19 september 1992 las Kazimirov in de International Herald Tribune
tot zijn verbazing dat collega en minister van Defensie Pavel Grachev een conferentie
aan het houden was met de ministers van Defensies van Georgië, Armenië en
Azerbeidzjan. Wat er op de conferentie was besproken bleef onduidelijk, wel toonde
het aan dat het ministerie van Defensie de dienst uitmaakte in Kaukasus. 141De door
Grachev gehouden conferentie van uitsluitend ministers van Defensie is niet het enige
voorbeeld van tegenstrijdig Russisch optreden in de Kaukasus. In 1993 was Ter138
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 120.
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 69.
140
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 98.
141
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 204.
139
58
Petrossian onder de indruk van de resoluties van de Veiligheidsraad en steunde een
Russisch vredesplan. In ruil voor Russische veiligheidsgaranties voor Karabach trok
Armenië zich terug uit de Kelbadjar-regio. Op 14 juni wist Ter-Petrossian de regering
in Stepanakert te overtuigen. De Karabach Armenen vroegen wel een maand uitstel.
In deze maand viel de regering-Elchibey door Russische militaire hulp aan Huseinov,
en kwam er van het gelijktijdige Russische vredesvoorstel niets terecht.142 Pas eind
1993 werd het beleid van Rusland ten aanzien van de Kaukasus meer gecoördineerd.
Voor 1994 bemoeilijkte de interne machtsstrijd in de Russische regering een akkoord
tussen Armenië en Azerbeidzjan.
Ondertussen zette de strijd tussen de CVSE en Rusland om de positie van
bemiddelaar zich voort. Het belangrijkste aantrekkingspunt van de CVSE was voor
Azerbeidzjan en Armenië de stationering van een multinationale troepenmacht.
Azerbeidzjan zag Rusland als partij in het conflict en wilde in de inmiddels ontstane
strijd om de Kaspische olie onafhankelijk blijven van Rusland. Armenië wilde
voorkomen een instrument van Rusland te worden in dezelfde strijd om toegang tot de
Azerbeidjaanse olie. Desondanks versterkte Rusland zijn positie als onderhandelaar
door het aan de macht komen van Alijev in Bakoe en het toetreden van Azerbeidzjan
tot het GOS. Aanvankelijk was daar weinig van te merken omdat Alijev zich zowel
verzette tegen bemiddelingspogingen van de CVSE als die van Rusland. De nieuwe
Azerbeidjaanse president wilde eerst proberen met militaire middelen NagornoKarabach onder controle te krijgen. Pas na het vastlopen van het Azerbeidjaanse
offensief keerde Alijev terug naar de onderhandelingstafel. De strijd tussen de CVSE
en het GOS werd uiteindelijk –voorlopig- beslecht door Armenië en Azerbeidzjan zelf.
Afgevaardigden uit Jerevan en Bakoe verklaarden in december 1993 hun vertrouwen
in de CVSE te hebben verloren en gaven de voorkeur aan Russische bemiddeling. 143
Het belangrijkste obstakel voor een succesvolle bemiddeling door de CVSE was het
ontbreken van de bereidheid bij de lidstaten om troepen naar Karabach te sturen. 144 In
1994 slaagde de Russische minister van Defensie Grachev er in om een duurzaam
staakt-het-vuren tussen de strijdende partijen te sluiten op een bijeenkomst van het
GOS op 5 mei in Bisjkek (Kirgizië). Het akkoord was eerder het gevolg van het
verloop van de oorlog dan van succesvolle diplomatie. Beide landen waren door de
142
Ibidem, p. 213.
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus, p. 121.
144
Herman Amelink, ‘Kracht van CVSE wordt nu haar machteloosheid’, NRC Handelsblad, 30
november 1993, p. 5.
143
59
oorlog uitgeput. De stationering van een Russische vredesmacht mislukte, het staakthet-vuren dat op 12 mei 1994 van kracht werd is nog steeds geldig.
De CVSE was in een concurrentiestrijd verwikkeld met het GOS en Rusland
om de positie van bemiddelaar in het conflict. In Rusland was tegelijkertijd een
machtsstrijd gaande om de Kaukasus tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en
Defensie. De competitie tussen de verschillende bemiddelaars heeft een oplossing
voor het conflict niet dichterbij gebracht. Door de Russische militaire steun aan
Huseinov had de onderlinge concurrentie tussen de verschillende bemiddelaar zelfs
éénmaal tot gevolg dat een gesloten akkoord niet tot uitvoering kwam. De
verdeeldheid bij de bemiddelaars droeg er aan bij dat Armenië niet hoefde te buigen
voor internationale druk om zich uit Karabach terug te trekken.
Verkiezingen in Armenië, 1995.
In 1995 waren er nieuwe parlementsverkiezingen in Armenië. De nationalistische
Dasjnak partij was een jaar eerder door de Armeense president verboden en de ANB
behield zijn meerderheid in het parlement. Een jaar na de parlementsverkiezingen
won Ter-Petrossian de presidentsverkiezingen van zijn voormalige minister van
Defensie Manukian door fraude te plegen. Aanhangers van Manukian legden zich niet
neer bij de verkiezingsfraude en bestormden het parlementsgebouw. Door tanks en
soldaten op zijn eigen bevolking af te sturen werd de orde door Ter-Petrossian
hersteld.145 Bij het inzetten van het leger had Ter-Petrossian moeten steunen op zijn
minister van Defensie Vazgen Sarkissian, die daardoor aan invloed won in de
Armeense regering. Daarnaast was het aanzien van de president door de
verkiezingsfraude geschaad. Wat waren de gevolgen van de nieuwe politieke
verhoudingen in Armenië voor de steun van Jerevan aan Stepanakert en de bereidheid
om toe te geven aan internationale druk?
Bij de bereidheid van Jerevan om akkoord te gaan met een vredesakkoord is
de organisatie van het Armeense politieke systeem van belang. Armenië is een
presidentiële staat waarin de politiek draait om sterke autoritaire persoonlijkheden en
145
‘Armenian demonstrators try to storm patliament’ Financial Times, 26 september 1996.
60
informele netwerken.146 Het belang van contacten en netwerken op hoog niveau was
het gevolg van een haperend overheidsapparaat tijdens en na de val van de SovjetUnie. De overdracht van de hele staatseconomie naar de nieuwe regering na de
onafhankelijkheid en de daarop volgende privatisering versterkten het belang van
netwerken. Telman Ter-Petrossian, de broer van de president, had een groot deel van
de Armeense economie in handen en was een belangrijke steunpilaar voor het
Armeense staatshoofd. Door de oorlog met Azerbeidzjan zijn het leger en de
veiligheidsdiensten in Armenië een belangrijke machtsfactor. Daardoor waren naast
Telman Ter-Petrossian de minister van Defensie Vazgen Sarkissian en de minister
van Binnenlandse Zaken Vano Siradegian de belangrijkste personen waar netwerken
zich rondom concentreerden en waar Ter-Petrossian op steunde.
Als tegemoetkoming aan de oppositie en als versteviging van zijn positie
benoemde Ter-Petrossian de president van Nagorno-Karabach, Robert Kotsjarian, in
1997 tot premier. De Karabach Armeen Serge Sarkissian werd naast minister van
Nationale Veiligheid door Ter-Petrossian benoemd tot minister van Binnenlandse
Zaken. 147 De nieuwe premier Kotsjarian, tijdens de oorlog actief betrokken bij de
inname van Susha, was net als Manukian en Serge Sarkissian voorstander van een
hardere lijn. Door de vervanging van Siradegian door Serge Sarkissian verloor de
Armeense president belangrijke politieke steun. Desondanks hoopte Ter-Petrossian
met zijn benoemingen de twee Karabach Armenen te laten inzien dat bij het bereiken
van vrede met Azerbeidzjan een compromis noodzakelijk was waardoor zijn
machtsbasis uiteindelijk verstevigd zou worden. Het compromis dat Ter-Petrossian
daarbij voor ogen stond was de plaatsing van Nagorno-Karabach onder Azerbeidjaans
gezag maar met een hoge mate van autonomie.
Ter-Petrossian kon ondanks protesten tegen zijn verkiezingsfraude aanblijven
als president door steun van zijn broer en de invloedrijke ministers van Defensie en
Binnenlandse Zaken. De positie van de president was door het oneerlijke verloop van
de verkiezingen verzwakt. Ter-Petrossian stond in het krijt bij Vazgen Sarkissian, en
had als tegemoetkoming aan de oppositie een aantal politieke opponenten in zijn
regering benoemd. De pro-Karabach factie won aan macht waardoor de kans op een
vrede met Azerbeidzjan afnam.
146
147
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 20.
A.L. Manutscharjan, Der Konflikt um Berg-Karabach, p. 18.
61
De CVSE-leden verzoenen zich met elkaar, 1994-1997.
De dreigende stationering van Russische troepen na het door Pavel Grachev
bemiddelde staakt-het-vuren had als gevolg dat de strijdende partijen weer
aanschoven bij de CVSE. Azerbeidzjan was fel gekant tegen de komst van Russische
troepen. Niet alleen Armenië en Azerbeidzjan keerden terug naar de CVSE. Op de
CVSE-top in Budapest in december 1994 werd de speciale rol van Rusland in de regio
erkend, en kregen Rusland en Nagorno-Karabach een vaste vertegenwoordiging in de
Minsk-groep die sindsdien alle vredesinitiatieven coördineert.148 Daarnaast toonde de
CVSE zich bereid om een vredesmacht van 3000 soldaten in Karabach te stationeren
om een eventuele vrede tussen de strijdende partijen te bewaken. Het Russische
aandeel in de vredesmacht bedroeg maximaal 30 procent van de te leveren
militairen.149 Daarmee kwam er een einde aan de contraproductieve strijd tussen de
CVSE en het GOS die na het staakt-het-vuren zelfs was uitgemond in het gelijktijdig
houden van conferenties over het conflict. 150 Op dezelfde top in Budapest werd
besloten de CVSE om te dopen in de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking
in Europa (OVSE). De nieuwe naam gaf de transformatie van de CVSE weer.
Ondanks het uitgebreide takenpakket had de CVSE tot 1994 een rol van weinig
betekenis gespeeld in het conflict om Nagorno-Karabach. Slaagde de OVSE er wel in
om Armenië en Azerbeidzjan nader tot elkaar te brengen?
Vanaf 1994 tot 1998 ondernam de OVSE twee pogingen om de bezwaren
tegen een vredesakkoord bij de regeringen in Jerevan, Stepanakert en Bakoe weg te
nemen. De eerste poging was eind 1996 op een OVSE-top in Lissabon. In de
Portugese hoofdstad probeerden de OVSE-leden de basislijnen voor een akkoord vast
te leggen. Net als bij eerdere voorstellen stond de onschendbaarheid van de grenzen
centraal. Karabach bleef Azerbeidjaans, zij het met een vorm van autonomie. In het
plan trok Armenië zich terug uit Azerbeidzjan, waarna vervolgens over de definitieve
status van Nagorno-Karabach zou worden onderhandeld. Binnen de OVSE kon
Armenië niet rekenen op de steun van Rusland. Ondanks steun aan separatisten in
Azerbeidzjan en Georgië onderschreef Rusland uit eigen belang op internationaal
148
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads, p. 122.
149 Bruce Clark and Virgina Marsh, ‘CSCE agrees to Karabakh peace operation’, Financial Times, 29
december 1994, p. 2.
150
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 255.
62
niveau de onschendbaarheid van grenzen. Armenië was de enige tegenstander van het
akkoord en sprak een veto uit waarmee de bemiddelingspoging van de OVSE in het
conflict strandde.151
In 1997 gingen Jevgeni Primakov en Madeleine Albright, de nieuwe ministers
van Buitenlandse Zaken van Rusland en de Verenigde Staten, bemiddelen in het
conflict. Primakov vertegenwoordigde in tegenstelling tot Grachev voornamelijk de
economische belangen van Russische bedrijven die mee wilden profiteren van de
oliewinning in Azerbeidzjan. 152 Behalve Rusland en de Verenigde Staten nam
Frankrijk deel aan een nieuwe bemiddelingspoging verenigd in de OVSE. Een aantal
bezwaren van de Karabach Armenen voorkwam een akkoord. De gefaseerde
oplossing die de OVSE voorstelde behelsde als eerste stap de terugtrekking van
Armenië uit Azerbeidzjan. Armenië en Karabach waren bereid zich terug te trekken
uit Azerbeidzjan zelf, maar niet als eerste stap. De bezette gebieden gaven
bescherming aan Karabach en vormden onderhandelwaar in de vredesbesprekingen
met Azerbeidzjan. Zonder een Azerbeidjaanse tegenprestatie wilde Armenië zich niet
uit zijn oostelijke buurland terugtrekken. Bovendien wilde het Armeense leger
Azerbeidzjan alleen verlaten als het de Lachin corridor bezet mocht houden en
internationale vredestroepen langdurig de veiligheid van Nagorno-Karabach
bewaakten.153 De volgende stap in de plannen van de OVSE was de terugkeer van
Azerbeidjaanse vluchtelingen. In Azerbeidzjan bivakkeerden sinds 1992 en 1993
ongeveer
700.000
vluchtelingen
onder
erbarmelijke
omstandigheden
in
opvangkampen.154 Net als de teruggave van land stuitte de mogelijke terugkeer van
Azerbeidjaanse vluchtelingen op protest van de Armenen. Voor de oorlog was
bijvoorbeeld het merendeel van de bevolking van de strategisch gelegen stad Susha
Azerbeidjaans, een terugkeer van Azeri’s naar de stad kon een bedreiging vormen
voor de Armenen. Tevens hadden de Armenen daarbij in het achterhoofd dat
voorafgaand aan de vernietiging van Susha door Azeri’s tijdens Eerste Wereldoorlog
de stad voornamelijk Armeens was. (En de Armeense naam Sushi droeg, zie p. 11.)
151
A.L. Manutscharjan, Der Konflikt um Berg-Karabach, p. 7.
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 262.
153
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 70.
154
Peter Michielsen, ‘Karabach ter sprake in Florida’, NRC Handelsblad, 6 april 2004, p. 5.
152
63
De terugkeer van Azerbeidjaanse vluchtelingen werd daarnaast bemoeilijkt door de
vestiging van Armeense kolonisten in de bezette gebieden.155
De laatste fase van een vredesregeling bestond uit het bepalen van de status
van Nagorno-Karabach. Bakoe maakte kenbaar aan de OVSE om Nagorno-Karabach
de hoogste vorm van autonomie te geven zonder deze precies te omschrijven.
Stepanakert had geen vertrouwen in de Azeri’s, de mensenrechten in Azerbeidzjan
zelf werden geschonden, de beloftes dat de Armenen onder Azerbeidjaans gezag goed
zouden worden behandeld waren waardeloos. Daarnaast was Alijev in 1997 al 75 jaar
oud en had de Azerbeidjaanse president geen opvolger. Bij een eventueel overlijden
van de president kon de oppositie in Bakoe aan de macht komen die tegen elke vorm
van autonomie was van Karabach. Ook vreesden Armenië en Nagorno-Karabach dat
na terugkeer van Karabach onder Azerbeidjaans gezag de OVSE zijn aandacht zou
verleggen en schendingen van het akkoord zou zien als een interne aangelegenheid
van Bakoe.156
Ondanks een gezamenlijk optreden van de OVSE-leden lukte het de
organisatie niet om een oplossing voor het conflict om Nagorno-Karabach dichter bij
te brengen. Pogingen van de OVSE om eind 1996 op een top in Lissabon de
uitgangspunten van een vredesakkoord tussen de Armenen en de Azeri’s vast te
stellen verijdelde Jerevan met een veto. De onderhandelingen in 1997 liepen stuk op
bezwaren van de Karabach Armenen over de teruggave van land, de terugkeer van
vluchtelingen en de onduidelijkheid over de toekomstige status van NagornoKarabach.
Een Armeense paleisrevolutie, 1998.
Terwijl de OVSE meer eensgezind optrad begon het Karabach-beleid van de
Armeense regering scheuren te vertonen. In tegenstelling tot het regime in
Stepanakert en leden van zijn eigen regering raakte Ter-Petrossian in 1997 ervan
overtuigd dat het noodzakelijk was voor de economie van Armenië om met het plan
Bert Lanting, ‘Karabach vastbesloten de corridor met Armenië intact te houden’, de Volkskrant, 14
februari 1998, p. 4.
156
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 63.
155
64
van de OVSE akkoord te gaan. 157 De Armeense president zag in de economische
blokkades van Azerbeidzjan en Turkije een onoverwinbaar obstakel voor de
wederopbouw van Armenië en had weinig vertrouwen in economische hulp van de
diaspora. Minister van Defensie Vazgen Sarkissian en premier Kotsjarian hoopten
ondanks de gesloten grenzen met Azerbeidzjan en Turkije met steun van de diaspora
de economie van Armenië te herstellen. 158 Naast zijn twijfel over de economische
toekomst van Armenië paaide Alijev de Armeense president met de belofte dat er na
een vredesregeling een oliepijplijn van Azerbeidzjan via Armenië naar Turkije kon
worden aangelegd. 159 Een pijplijn zou buitenlandse investeringen, werkgelegenheid
en transportinkomsten voor Armenië opleveren. De Armeense president kwam onder
toenemende druk te staan om vrede te sluiten. Slaagde de OVSE er in om via TerPetrossian een akkoord te bereiken?
Ter-Petrossian probeerde Stepanakert onder druk te zetten maar had niet in de
gaten dat hij geen steun meer genoot van zijn ministers en grote delen van de
bevolking. Het isolement waar Ter-Petrossian in terecht kwam was deels te wijten aan
zijn autoritaire regeerstijl. Publiekelijk steunde Ter-Petrossian Nagorno-Karabach,
privé was hij bereid gebied op te geven. Op 26 september 1997 gaf Ter-Petrossian op
zijn eerste grote persconferentie in vijf jaar toelichting op het plan van de OVSE. Het
resultaat was dat hij door grote delen van de bevolking voor verrader werd
uitgemaakt.160 Ter-Petrossian probeerde de kritiek te verleggen door te verkondigen
dat maar weinig mensen van de werkelijke situatie op de hoogte waren.
De sterkste opponent van de Armeense president binnen de regering was
Kotsjarian. Eén jaar premierschap had Kotsjarian, tegen de hoop van Ter-Petrossian
in, niet gematigd in zijn opvattingen. Kotsjarian was niet bereid zonder
Azerbeidjaanse tegenprestatie bezet gebied op te geven. In plaats van een gefaseerde
oplossing was de Armeense premier voorstander van een ‘package deal’ waarin een
besluit over de definitieve status van Nagorno-Karabach niet werd uitgesteld.
Kotsjarian kreeg de steun van de minister van Binnenlandse Zaken en Nationale
Veiligheid, Serge Sarkissian. De steun aan Ter-Petrossian brokkelde verder af door
Philippe Remarque, ‘Onverschrokken oorlogsheld aan de macht in Armenië’, de Volkskrant, 2 april
1998, p. 4.
158
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 259.
159
Bruce Clark and Ina Sarikhani, ‘Oil may smooth way for Karabakh peace’, Financial Times, 6
maart 1996, p. 2.
160
A.L. Manutscharjan, Der Konflikt um Berg-Karabach, p. 18.
157
65
het overlijden van zijn broer in 1997 en het ‘overlopen’ van zijn minister van
Defensie Vazgen Sarkissian naar het kamp van Kotsjarian. In februari 1998 werd TerPetrossian door de Karabach Armenen die hij had binnengehaald gedwongen om af te
treden.161
Sinds het vertrek van Levon Ter-Petrossian maken de Karabach Armenen de
dienst uit in Armenië. In 1998 won Kotsjarian de presidentsverkiezingen, zijn
belangrijkste opponent bij de presidentsverkiezingen was Karen Demirtsjian,
communistisch leider van Armenië tot zijn door Gorbatsjov gedwongen aftreden in
1988. Kotsjarian won de verkiezingen door steun van de nationalistische Dasjnak
partij.162 De Dasjnak partij werd door Kotsjarian in ere hersteld en beloond met een
ministerspost. 163 Minister van Defensie Vazgen Sarkissian bleef een belangrijke
machtsfactor in Armenië doordat hij de politiek leider was van de ‘Yerkrapah’
(veteranenpartij) die grote delen van de economie in handen had. 164 Bij de
parlementsverkiezingen van 1999 verenigden de Veteranenpartij van Vazgen
Sarkissian en de communisten onder leiding van Demirtsjian zich in de
‘Republikeinse Partij’ en behaalden een grote verkiezingsoverwinning. Sarkissian
werd premier en Demirtsjian parlementsvoorzitter.
De OVSE slaagde er in om Ter-Petrossian te overtuigen van de noodzaak om
vrede te sluiten met Azerbeidzjan. Maar net als bij eerdere bemiddelingspogingen
door Iran had de Armeense president geen controle over zijn regering. De bereidheid
van Ter-Petrossian in 1997 om vrede te sluiten met Azerbeidzjan leidde tot zijn
aftreden en het aan de macht komen in Jerevan van minder gematigde politici die
bereid waren een hogere prijs te betalen voor de bezetting van Karabach. In
tegenstelling tot Ter-Petrossian was Kotsjarian van mening dat Armenië zich ook
zonder open grenzen met Turkije en Azerbeidzjan en de inkomsten uit een
oliepijpleiding economisch kon ontwikkelen. Onder de nieuwe Armeense president
was de speelruimte voor het streven van de Armenen naar een Karabach onder
Armeens gezag vergroot.
Peter Michielsen, ‘Karabach aanleiding val leider Armenie’, NRC Handelsblad, 4 februari 1998, p.
15.
162
A.L. Manutscharjan, Der Konflikt um Berg-Karabach, p. 21.
163
Peter Michielsen, ‘Armenie kiest voor hardere lijn in kwestie-Karabach’, NRC Handelsblad, 22
april 1998, Nieuwsanalyse p. 5.
164
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 257.
161
66
Onderhandelingen onder Kotsjarian, 1998-2006.
Slaagde de OVSE er in om met de ‘haviken’ aan de macht Armenië te dwingen om de
grenzen van Azerbeidzjan te respecteren?
Na het aan de macht komen van Kotsjarian wenste Bakoe de
vredesbesprekingen met Armenië voort te zetten zonder af te wijken van het OVSEplan. Bij de voortgezette onderhandelingen kreeg de Minsk-groep wel te maken met
een Armeense president en regering die minder gematigd waren dan voorheen. Een
voorbeeld daarvan was de succesvolle wereldwijde lobby van Kotsjarian voor
erkenning van de Armeense genocide. 165 Daar stond tegenover dat Kotsjarian
afkomstig was uit Karabach en daarmee het probleem van de weigering van Bakoe
om met Stepanakert te onderhandelen deels omzeilde. De officiële lijn van Armenië
was dat Jerevan pas akkoord ging met een vredesregeling als Stepanakert dat ook
deed. Kotsjarian wilde niet zoals zijn voorganger verweten worden Karabach te
verraden dan wel te verkopen voor een oliepijpleiding. 166 Onder Kotsjarian koos
Armenië dus voor een hardere lijn wat het moeilijker maakte voor de bemiddelaars
om een compromis te bereiken.
Tijdens de festiviteiten in Washington rondom het vijftigjarige bestaan van de
NAVO in 1999 regelde Albright een ontmoeting tussen Alijev en Kotsjarian. Naar
aanleiding van deze ontmoeting vonden in april 1999 onder leiding van de Verenigde
Staten, Rusland en Frankrijk onderhandelingen plaats in de Amerikaanse staat Florida.
Basis van de onderhandelingen was het ‘Goble plan’, vernoemd naar de aan het
Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verbonden Kaukasus-specialist Paul
Goble. Het Goble plan behelsde de overdracht van Armeens grondgebied aan
Azerbeidzjan, en omgekeerd. Het doel van het Amerikaanse ‘verkavelingsplan’ was
om een Azerbeidjaanse corridor naar Nachitsjevan en een Armeense corridor naar
Nagorno-Karabach te creëren. Voor Armenië was het grootste nadeel van het plan dat
het daarmee zijn grens met zijn enige bevriende buurland Iran zou verliezen.
167
Kotsjarian wilde voor het plan eerst steun van Vazgen Sarkissian, premier en de meest
machtige man in Armenië na de verkiezingsoverwinning van de Republikeinse partij
165
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 77. (In 2000
erkenden o.a. Frankrijk en de EU de Armeense genocide)
166
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia, p. 70.
167
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 264.
67
in 1999.168 Armenië stond onder zware Amerikaanse druk om akkoord te gaan met het
plan. Op 27 oktober maakte onderminister Strobe Talbott van Buitenlandse Zaken van
de Verenigde Staten een tussenlanding in Jerevan, en sprak kort met Kotsjarian en
Vazgen Sarkissian, waarbij de Armeense minister van Defensie liet weten akkoord te
gaan met het plan.169 Na het gesprek met Talbott vertrok Vazgen Sarkissian naar het
Armeense parlement om vragen te beantwoorden. Tijdens de parlementszitting
drongen vijf terroristen de zaal binnen en schoten Vazgen Sarkissian, Karen
Demirtsjian en zes andere ministers en parlementsleden dood. De overige
parlementsleden werden in gijzeling genomen. 170 Voor de tweede keer in drie jaar
trok het Armeense leger op naar het parlementsgebouw. Na bemiddeling door
Kotsjarian en in ruil voor een televisietoespraak gaven de terroristen zich op 28
oktober over. De terroristen waren gelieerd aan de Dasjnak partij en gedreven door
nationalisme en de armoede en corruptie in Armenië. Door de moord op Vazgen
Sarkissian en Demirtsjian was Armenië politiek onthoofd en was uitvoering van het
Amerikaanse plan onmogelijk. Het Goble plan is inmiddels afgeschreven, het was niet
te verkopen aan de bevolking.171
De Verenigde Staten slaagden er als OVSE-lid in om Kotsjarian te overtuigen
van een vredesplan, maar net als bij zijn voorganger kwam het niet tot ratificatie door
een politieke aardverschuiving. Pas eind 2001 hebben Armenië en Azerbeidzjan in het
kader van de OVSE en met de Verenigde Staten en Rusland in Frankrijk onder leiding
van Jacques Chirac de onderhandelingen voortgezet. In 2003 werd Kotsjarian met
vrije maar oneerlijke verkiezingen herkozen. 172 De oppositie boycot sindsdien de
regering en probeerde in 2004, in navolging van de Georgische Rozenrevolutie, met
demonstraties een einde te maken aan het presidentschap van Kotsjarian.
Gewelddadig politieoptreden voorkwam dat en tot op heden zit Kotsjarian stevig in
het zadel.173 In Azerbeidzjan volgde Ilham Alijev eind 2003 zijn in oktober overleden
vader op als president. Net als Kotsjarian won Ilham Alijev de verkiezingen door
fraude te plegen. Daarnaast wendde Ilham Alijev een coup af en won aan populariteit
Peter Michielsen, ‘Armenië verliest sleutelfiguren’, NRC Handelsblad, 28 oktober 1999, p. 5.
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war, p. 266.
170
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the Twenty-first Century, p. 65.
171
David Stern, ‘Chance of Karabakh peace slips from grasp: The politicians were ready for a deal, but
their peoples are in no mood for concessions’, Financial Times, 5 juli 2001, Europe p. 3.
172
‘President Armenië boekt dubieuze verkiezingszege’, de Volkskrant, 7 maart 2003, p. 5.
173
‘Zorgen over stabiliteit Armenie’, NRC Handelsblad, 14 april 2004, p. 4.
168
169
68
door impopulaire en corrupte ministers te ontslaan en hun banden met de oppositie
aan te tonen.174 Onderhandelingen tussen beide presidenten hebben nog niet tot een
doorbraak geleid.
Conclusie.
Is Armenië gezwicht voor internationale druk en heeft de regering in Jerevan door
bemiddeling afstand moeten doen van Nagorno-Karabach?
Iran heeft door zijn rivaliteit met Turkije en zijn samenstelling van de
bevolking Armenië noch Azerbeidzjan onder druk kunnen zetten. Tegelijkertijd was
de regering in Teheran daardoor voor Armenië en Azerbeidzjan een acceptabele
bemiddelaar in het conflict. Maar na Amerikaanse druk op Armenië en de keuze van
de nieuwe Azerbeidjaanse president Alijev om Karabach gewapenderhand onder
controle te krijgen was de bemiddelingsrol van Teheran uitgespeeld.
De VN slaagden er met vier Veiligheidsraadresoluties in 1993 evenmin in
Armenië te dwingen afstand te doen van Nagorno-Karabach en lieten bemiddeling in
het conflict over aan de CVSE. De onmacht van de VN had meerdere oorzaken maar
de belangrijkste was dat de internationale gemeenschap kort na de ineenstorting van
de Sovjet-Unie de Kaukasus nog steeds als de ‘achtertuin’ van Rusland beschouwde.
De concurrentiestrijd tussen de CVSE en het GOS en tussen de Russische
ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie bemoeilijkte tot eind 1994 effectieve
bemiddeling in het conflict. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is de door het
Russische leger gesteunde coup tegen Elchibey in 1993 waardoor een gelijktijdig door
het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken gesloten vredesakkoord in duigen
viel. Pas op de CVSE-top in Budapest werden de krachten van de CVSE en Rusland
gebundeld in een gezamenlijke bemiddelingsinspanning. Het een half jaar eerder door
Rusland bemiddelde staakt-het-vuren was voornamelijk het gevolg geweest van het
verloop van de oorlog, zowel Armenië als Azerbeidzjan was in 1994 door de strijd
uitgeput.
De OVSE heeft na de top in Budapest tweemaal een Armeens staatshoofd
overtuigd om in te stemmen met een vredesregeling. Beide keren kwam het echter
174
Nargiz Asadova, ‘Ilhams Kingom’, Kommersant, 31 oktober 2005.
69
niet tot een uitvoering van de regelingen. Ter-Petrossian werd als gevolg van zijn
steun aan een OVSE-plan afgezet. En zijn opvolger Kotsjarian kon na de moord op
onder andere zijn minister van Defensie het Goble plan niet uitvoeren.
Concurrentie tussen bemiddelaars, coups, paleisrevoluties, en politieke
moorden hebben tot nu toe voorkomen dat overeengekomen vredesregelingen tot
stand kwamen of uitvoering zagen. Daardoor is de geformuleerde stelling in de
inleiding op diplomatiek vlak in hoge mate van toepassing. Diplomatieke
inspanningen van verschillende landen en organisaties hebben geen einde kunnen
maken aan de Armeens bezetting van Azerbeidjaans grondgebied. Onafhankelijk van
de VN, de CVSE, het GOS, de OVSE en landen als de Verenigde Staten en Rusland
heeft Armenië in zijn streven naar zeggenschap over Nagorno-Karabach geen bakzeil
hoeven te halen.
70
Conclusie.
De stelling.
Volgens de geponeerde stelling in de inleiding vaart Armenië een onafhankelijke
koers bij zijn streven economisch aansluiting bij het Westen te zoeken en NagornoKarabach onder Armeens gezag te plaatsen. In hoeverre is deze stelling van
toepassing? Een conclusie per betrokken land gevolgd door een eindconclusie:
Azerbeidzjan.
De regering in Bakoe heeft met voornamelijk militaire middelen geprobeerd om
Armenië te dwingen af te zien van een hereniging met Nagorno-Karabach. De oorlog
om Karabach die hier uit voortvloeide werd door Azerbeidzjan verloren. Armenië
won de oorlog door steun van de Russen en de politieke instabiliteit in Azerbeidzjan.
Driemaal leidde politieke chaos in Bakoe tot grote Armeense overwinningen. Tijdens
de coup van de communisten en tegencoup van het AV in 1992 veroverde Armenië
Susha en Lachin. En het muiten van Suret Huseinov bood het Armeense leger de kans
om Kelbadjar in het voorjaar van 1993 in te nemen. Tijdens de machtswisseling van
Elchibey en Alijev veroverden de Armenen hetzelfde jaar heel Karabach. Pogingen
van Alijev om Armenië met militaire middelen op andere gedachten te brengen
gingen met hoge kosten en weinig terreinwinst gepaard. Militair is Azerbeidzjan niet
in staat gebleken om Armenië te beïnvloeden.
Economisch heeft Azerbeidzjan door het instellen van een economische
blokkade in 1989 tevergeefs geprobeerd de Armenen op andere gedachten te brengen.
Wel heeft de blokkade, geholpen door gebrekkige contacten met Turkije en Iran en de
burgeroorlog in Georgië, geleid tot de ineenstorting van de Armeense economie. Door
het sluiten van de grens is de Azerbeidjaanse economie, afgezien van smokkel en
handel via Georgië, afgescheiden van Armenië. Desondanks vormen de economische
ontwikkelingen in Azerbeidzjan een bedreiging voor Armenië. Oliedollars kunnen
door Azerbeidzjan aangewend worden voor het moderniseren van de economie en de
aankoop van wapens. Maar het is onduidelijk in hoeverre Bakoe er in zal slagen de
olie-inkomsten goed aan te wenden.
71
Diplomatiek staat Azerbeidzjan sterker dan Armenië. De internationale
gemeenschap onderschrijft de onschendbaarheid van grenzen. En door de export van
olie
naar
het
Westen
kan
Bakoe
rekenen
op
buitenlandse
steun
bij
vredesonderhandelingen en zijn aanspraak op Nagorno-Karabach.
Turkije.
Ankara dreigde in mei 1992 en begin 1993 met militair ingrijpen. Beide keren moest
het daar van afzien na Russische veiligheidsgaranties aan Armenië. Door het militaire
bondgenootschap tussen Armenië en Rusland is Turkije niet in staat om Jerevan met
militaire middelen te beïnvloeden.
Economisch heeft Turkije, door zich in 1993 aan te sluiten bij de
Azerbeidjaanse blokkade, geprobeerd Armenië te dwingen om zijn leger uit
Azerbeidzjan terug te trekken. Ondanks dat de hulpverlening aan Armenië door het
Turkse optreden in gevaar kwam hebben de Armenen hier geen gehoor aan gegeven.
Mede omdat de Verenigde Staten doorgingen met de aanvoer van noodhulp via
Georgië en handelscontacten met Iran een uitweg boden. Door de Turkse blokkade in
1993 hebben economische ontwikkelingen in het westelijke buurland nauwelijks
invloed op Armenië. Alleen op kleine schaal wordt er met de Turken via Georgië
gehandeld. Via Georgië is Armenië er ook in geslaagd om in weerwil van de Turkse
blokkade handelscontacten met het Westen op te bouwen.
Diplomatiek heeft Turkije zonder succes geprobeerd in het kader van de
OVSE een oplossing voor het conflict om Nagorno-Karabach te vinden. Militair,
economisch en diplomatiek hebben de Turken weinig mogelijkheden om
Azerbeidzjan te steunen en Armenië te dwarsbomen in de strijd om NagornoKarabach.
Iran.
In september 1993 stuurde Teheran na Armeense aanvallen troepen naar Nachitsjevan.
Russische druk en beloftes van Jerevan om verdere aanvallen op de Azerbeidjaanse
enclave af te blazen leidden tot een terugtrekking van het Iraanse leger. Iran heeft
Armenië in 1993 met succes militair beïnvloed, verdere Armeense aanvallen op
Nachitsjevan zijn uitgebleven.
72
Desondanks onderhoudt Armenië met Iran goede economische betrekkingen.
Iran is een van de belangrijkste handelspartners en heeft Armenië in staat gesteld
minder afhankelijk te worden van de Russische economie, in het bijzonder Russische
gasleveranties via het instabiele Georgië. Omgekeerd stelt Iran de economische
betrekkingen met Armenië op prijs omdat het daarin een middel ziet om de
Amerikaanse containmentpolitiek te doorbreken.
Het regime in Teheran heeft in 1991 en in 1992 met aanvankelijk succes
bemiddeld in het conflict om Karabach. In tegenstelling tot de CVSE slaagde Iran er
in om de strijdende partijen aan tafel te krijgen en een aantal malen een staakt-hetvuren te sluiten. De bevolkingsamenstelling van Iran zorgde ervoor dat Teheran voor
de strijdende partijen een acceptabele bemiddelaar in het conflict was, tegelijkertijd
konden de Ayatollahs daardoor geen druk uitoefenen op één van de strijdende partijen.
Het aan de macht komen in Azerbeidzjan van de pro-Turkse president Elchibey en de
Amerikaanse druk op Armenië hadden uiteindelijk als gevolg dat Iran in 1992 als
bemiddelaar in het conflict buiten spel kwam te staan. Iran is dus belangrijk voor
Armenië, maar door de Amerikaanse containmentpolitiek en interne minderheden wil
en kan Teheran het Armeense streven naar hereniging met Karabach niet dwarsbomen.
Rusland.
De Russische wapenleveranties en de bewaking van de Armeense grens met Turkije
hebben Armenië tijdens het conflict met Azerbeidzjan gevrijwaard van een Turkse
interventie. Maar tegelijkertijd zijn de Armenen daardoor in de armen van Moskou
gedreven. Het Armeense leger onderhoudt sterke banden met het Russische leger en
Jerevan is militair afhankelijk van Moskou. Andersom is Armenië voor Rusland van
strategisch belang. Armenië is de enige bondgenoot in de regio en biedt toegang tot
Iran. Daarnaast overlappen Russische en Armeense belangen elkaar, beide landen
vinden het belangrijk om goede contacten met Teheran te onderhouden en zijn er op
gericht om Turkse invloed in de regio te beperken.
Rusland is als handelspartner van Armenië in belang afgenomen. Door handel
met de Verenigde Staten, Europa en Iran is Armenië in steeds mindere mate
economisch afhankelijk van Rusland. Tegelijkertijd heeft het Kremlin zijn greep op
de Armeense energiesector versterkt. De nieuwe gaspijpleiding naar Iran die Armenië
73
minder afhankelijk maakt van Russisch gas is net als alle andere gasleidingen in het
land in handen van het Russische staatsbedrijf Gazprom.
Op diplomatiek gebied was Rusland het enige land dat in staat was een
duurzaam staakt-het-vuren tot stand te brengen. Sinds 1994 vinden de diplomatieke
inspanningen van Rusland plaats binnen het kader van de OVSE. Rusland is lid van
de Minsk-groep en een leverancier van troepen voor een eventuele toekomstige
OVSE vredesmacht. Militair en economisch is Rusland van groot belang voor
Armenië maar door gedeelde belangen wordt de speelruimte van Jerevan op militair
gebied er niet door verkleind. Op economisch terrein heeft Rusland door de overname
van Armeense staatsbedrijven en het sluiten van de grens met Georgië de
mogelijkheden voor een economische aansluiting van Armenië bij Europa wel beperkt.
Verenigde Staten.
De Amerikaanse regering heeft het voortouw genomen in de humanitaire steun aan
Armenië. Zonder de verstrekking van noodhulp had Armenië de economische
blokkades van Azerbeidzjan en Turkije niet kunnen doorstaan. In plaats van de
Armenen te dwarsbomen maakte de hulp van de Amerikanen het juist voor een deel
mogelijk om de oorlog tegen Azerbeidzjan voort te zetten. De belangrijkste motor
achter de Amerikaanse hulp is de Armeense diaspora in de Verenigde Staten. Na de
wapenstilstand nam het belang van Amerikaanse hulp voor de Armenen af. Door de
goede betrekkingen met Iran is het daarnaast onduidelijk of de Verenigde Staten hun
hulp aan Armenië in de toekomst voortzetten. Bovendien kunnen de grote
investeringen van Amerikaanse oliemaatschappijen in Azerbeidzjan, samen met de
goede relaties tussen Jerevan en Teheran, leiden tot meer Amerikaanse politieke steun
aan Bakoe. Desondanks hebben de Verenigde Staten tot op heden begrip gehad voor
de Armeense situatie. En ongeacht veranderingen in de buitenlandse politiek van de
Verenigde Staten zal de diaspora zijn belangrijke economische steun aan Armenië
voortzetten.
Diplomatiek hebben de Verenigde Staten de presidenten Ter-Petrossian in
1997 en Kotsjarian in 1999 succesvol onder druk gezet. Maar Ter-Petrossian werd in
1998 afgezet door zijn premier en minister van Defensie, en door de moord op
Vazgen Sarkissian en Karen Demirtsjian was in oktober 1999 een akkoord met
Azerbeidzjan van de baan. De Amerikaanse invloed is dus beperkt gebleven.
74
Europese landen.
Europa heeft belangrijke humanitaire hulp verleend aan Armenië tijdens de oorlog om
Karabach. Daarnaast zijn de Europese landen ten koste van Rusland sinds 1991
economisch belangrijker geworden voor Armenië. Alle Europese landen hebben zich
in de OVSE ingezet voor een akkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan. Deze inzet
was wel beperkt, maar weinig Europese landen bereid waren om in het kader van de
OVSE militairen naar Karabach te sturen. Deels in reactie hierop kozen Armenië en
Azerbeidzjan in 1994 voor Rusland als bemiddelaar.
Eindconclusie.
Militair slaagde Iran er in om in 1993 Armenië te weerhouden van verdere aanvallen
op de Azerbeidjaanse enclave Nachitsjevan. Van Rusland is Armenië afhankelijk voor
zijn veiligheid. En de Verenigde Staten en Europa hebben de Armenen met
humanitaire hulp in staat gesteld de economische blokkades te weerstaan. Daarnaast
heeft Rusland recentelijk zijn greep op de Armeense economie verstevigd.
Tegelijkertijd was de militaire interventie van Iran waarschijnlijk eenmalig.
Rusland heeft Iran duidelijk gemaakt buiten het conflict te blijven. En de Armeense
afhankelijkheid van Russische militaire steun is niet eenzijdig. Armenië is de enige
bondgenoot van Rusland in de regio en beide landen streven dezelfde doelen na.
Economisch is de buitenlandse hulp steeds minder belangrijk geworden. De landen
waar Armenië handel mee drijft zijn in aantal en diversiteit toegenomen. Bovendien
kunnen de Armenen altijd rekenen op hulp van hun landgenoten in de diaspora.
Twee keer stemde een Armeense president in met een vredesplan. Beide keren stuitte
het plan op verzet van politici, de bevolking en in het laatste geval gewapende
Karabach Armenen.
De eindconclusie is dat Armenië moeilijk militair en diplomatiek te
beïnvloeden is. Op economisch gebied kunnen de Armenen niet om de Russen heen.
De stelling: ‘Armenië is geen speelbal van regionale grootmachten en vaart
een eigen onafhankelijke koers’ is dan ook grotendeels van toepassing.
75
Gebruikte bronnen.
Literatuurlijst:
*
Anonymous, Armenian Claims and Historical Facts, Questions and Answers
(Ankara 2005).
*
L. Chorbajian, The Caucasian knot: the history & geopolitics of NagornoKarabagh (Londen 1994).
*
B. Coppotiers (red.), Contested Borders in The Caucasus (Brussel 1996).
*
G.E. Curtis, Armenia, Azerbaijan and Georgia (Washington D.C. 1995).
*
H. Hendrikse, Conflicten in de Kaukasus en de rol van de internationale
gemeenschap (’s Gravenhage 1995).
*
E. Herzig, The new Caucasus: Armenia, Azerbaijan and Georgia (Londen
1999).
*
I. Jeffries, The Caucasus and Central Asian Republics at the turn of the
Twenty-first Century, A guide to the economies in transition (Londen 2003).
*
S.D. Krasner, Sovereignty, organized hypocrisy (New Jersey 1999)
*
C. van der Leeuw, Oil and Gas in the Caucasus & Caspian, A History
(Richmond 2000).
*
M.A. Miles, K.R. Holmes, M.A. ‘O Grady (red.), 2006 Index of Economic
Freedom (2006).
*
D.E. Miller, Armenia: portraits of survival and hope (Berkeley 2003).
*
A.L. Manutscharjan, Der Konflikt um Berg-Karabach: Grundproblematik und
Lösungsperspektiven (Bonn 1998).
*
J.R. Masih, R.O. Krikorian, Armenia at the Crossroads (Amsterdam 1999).
*
C. Mouradian, Geschiedenis van Armenië (’s Hertogenbosch 2000).
*
A. Peraznuk (red.), Transparancy International Anual Report 2005 (Berlijn
2005).
*
T. De Waal, Black Garden: Armenia and Azerbaijan through peace and war
(New York 2003).
*
C.J. Walker (red.), Armenia and Karabagh, the struggle for unity (Londen
1991).
76
Krantenberichten gesorteerd naar datum en krant:
NRC Handelsblad.
*
‘Bush: Turkije model voor ex-Sovjet-staten’, NRC Handelsblad, 12 februari
1992, p. 4.
*
Hubert Smeets, ‘Oppositie in Bakoe zet Moetalibov aan de kant’, 16 mei 1992,
NRC Handelsblad, p. 1 & 5.
*
‘Azerisch offensief in Karabach’, de NRC 21 september 1992, p. 7.
*
Froukje Santing, ‘Geduld van Turken met Armenië raakt op’, NRC
Handelsblad, 5 april 1993, p. 4.
*
Hubert Smeets, ‘President Azerbajdzjan gevlucht’, NRC Handelsblad, 18 juni
1993, p. 1.
*
Herman Amelink, ‘Kracht van CVSE wordt nu haar machteloosheid’, NRC
Handelsblad, 30 november 1993, p. 5.
*
Peter Michielsen, ‘Azerbajdzjan; Touwtrekken om (veel) olie’, NRC
Handelsblad, 30 september 1994, p. 5.
*
Peter Michielsen, ‘Karabach aanleiding val leider Armenie’, NRC
Handelsblad, 4 februari 1998, p. 15.
*
Peter Michielsen, ‘Armenie kiest voor hardere lijn in kwestie-Karabach’, NRC
Handelsblad, 22 april 1998, Nieuwsanalyse p. 5.
*
Peter Michielsen, ‘Liberalisme wekt Armenië tot leven’, NRC Handelsblad,
26 november 1998, Economie p. 23.
*
Peter Michielsen, ‘Armenië verliest sleutelfiguren’, NRC Handelsblad, 28
oktober 1999, p. 5.
*
Peter Michielsen, ‘Karabach ter sprake in Florida’, NRC Handelsblad, 6 april
2004, p. 5.
*
‘Zorgen over stabiliteit Armenie’, NRC Handelsblad, 14 april 2004, p. 4.
De Volkskrant.
*
‘Nagorno-Karabach zal nut OVSE moeten bewijzen’, de Volkskrant, 29
december 1994.
77
*
Bert Lanting, ‘Moskou leverde Armenië in het geheim wapens’, de
Volkskrant, 4 april 1997.
*
Bert Lanting, ‘Karabach vastbesloten de corridor met Armenië intact te
houden’, de Volkskrant, 14 februari 1998, p. 4.
*
Philippe Remarque, ‘Onverschrokken oorlogsheld aan de macht in Armenië’,
de Volkskrant, 2 april 1998, p. 4.
*
‘Shocktherapie stimuleerde armoede en misdaad’, de Volkskrant, 16 oktober
1999, p. 4.
*
‘President Armenië boekt dubieuze verkiezingszege’, de Volkskrant, 7 maart
2003, p. 5.
*
‘Armeniërs herdenken genocide’, de Volkskrant, 25 april 2005.
Financial Times.
*
John Lloyd, ‘Armenians Expect Enclave To Be Detached’, Financial Times, 3
december 1988, Back Page p. 22.
*
Quentin Peel, ‘Azerbaijani mobs kill 30 as race rioting breaks out; Worst
violence for two years Soviet troops in Baku reinforced’, Financial Times, 15
januari 1990, p. 1.
*
Reuters, ‘Azeri’s claim Armenians 'killing hundreds’, Financial Times, 2
maart 1992, Overseas News p. 2.
*
John Lloyd, ‘Moscow reacts to Turkish threats on Armenia’, Financial Times,
22 mei 1992, p. 2.
*
John Murray Brown, ‘Turkey under pressure to cancel Armenian power deal’,
Financial Times, 4 december 1992, World Trade News p. 7.
*
Steve Levine, ‘Revenge of the Armenian diaspora: A decisive force in the
long territorial war with Azerbaijan’, Financial Times, 16 september 1994, p.
3.
*
Bruce Clark and Virgina Marsh, ‘CSCE agrees to Karabakh peace operation’,
Financial Times, 29 december 1994, p. 2.
*
John Lloyd, ‘Battle lines drawn up over Caspian oil and gas’, Financial Times,
3 maart 1995, Commodities and Agriculture p. 29.
*
Bruce Clark and Ina Sarikhani, ‘Oil may smooth way for Karabakh peace’,
Financial Times, 6 maart 1996, p. 2.
78
*
Sander Thoenes, ‘Armenian demonstrators try to storm parliament’ Financial
Times, 26 september 1996, Europe p. 2.
*
Bruce Clark, ‘Oil pipeline hope may spur Azeri peace’, Financial Times, 15
mei 1997, Europe p. 4.
*
Charles Clover and Guy Dinmor, ‘A relationship based on shared enmities:
What do Russia and Iran see in each other?’, Financial Times, 12 maart 2001,
Middle East p. 15.
*
David Stern, ‘Chance of Karabakh peace slips from grasp: The politicians
were ready for a deal, but their peoples are in no mood for concessions’,
Financial Times, 5 juli 2001, Europe p. 3.
(London) Times.
*
‘Armed men take to hills; Ethnic strife in Caucasus’, Times, 5 oktober 1989.
*
Mary Dejevsky, ‘Kremlin aim is to crush Baku nationalists’, Times, 27 januari
1990.
New York Times.
*
Francis X. Clines, ‘Armenia disarms a vigilant group’, New York Times, 31
augustus 1990, Foreign Desk p. 6.
*
‘Massacre by Armenians Being Reported’, New York Times, 2 maart 1992,
Foreign Desk p. 3.
*
‘As Mediator, Iran Begins Quest for Influence’, New York Tmes, 22 maart
1992, Foreign Desk p. 9.
*
‘Armenia accused of major attack’, New York Times, 5 april 1993, Foreign
Desk p. 7.
*
David Binder, ‘U.S. Warns of 'Catastrophe' Facing Armenia’, New York Times,
20 december 1992, Foreign Desk p. 11.
*
Raymond Bonner, ‘Foreigners Fight Again in the Embattled Caucasus’, New
York Times, 4 augustus 1993, Foreign Desk p. 3.
*
Raymond Bonner, ‘Getting This Oil Takes Drilling and Diplomacy’, New
York Times, 15 februari 1995, Business / Financial Desk p. 1.
*
Stephen Kinzer, ‘Pipe Dreams, A Perilous New Contest for the Next Oil Prize’,
New York Times, 21 september 1997, Week in Review Desk, p. 1.
79
Kommersant:
*
Vladimir Novokov, ‘Everything goes’, Kommersant, 31 mei 2005.
*
Nargiz Asadova, ‘Ilhams Kingom’, Kommersant, 31 oktober 2005.
*
Alexander Kabokov, A friend full of gas, Kommersant, 12 januari 2006.
*
Dmitri Butin, ‘Ilkham Aliyev Visits Brussels, Moscow’, Kommersant, 9
november 2006.
International Herald Tribune:
*
‘Armenia says its price of US$110 for Russian gas will remain fixed until end
of 2008’, International Herald Tribune, 4 november 2006.
Websites:
www.azerbaijan.com
www.armenianhistory.info
www.armenpress.am
www.eurasianet.org
www.nkr.am
www.nkrusa.org
www.regnum.ru/english/
www.worldbank.org
80
Download