verzoening in bijbels perspectief

advertisement
Peter van ’t Riet
VERZOENING
IN BIJBELS
PERSPECTIEF
Een bijdrage aan
de leerhuisdiscussie
Folianti-reeks nr. 1
1
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
Inhoud
1. Inleiding ................................................................................................. 1
2. Het woord ‘verzoening’ ......................................................................... 1
3. Verzoening als theologisch begrip ......................................................... 2
4. De kerkelijke verzoeningsleer................................................................ 3
5. Het mensbeeld achter de verzoeningsleer .............................................. 5
6. Verzoening in bijbelse zin ..................................................................... 7
7. Verzoening met God in het jodendom ................................................. 13
8. Verzoening in het Nieuwe Testament .................................................. 14
9. Slotopmerkingen .................................................................................. 19
Literatuur ................................................................................................... 20
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
1. Inleiding
Het thema ‘verzoening’ is aan het eind van de 20e eeuw weer terugkomen
op de theologische agenda. Sinds het begin van de jaren zeventig, toen de
kwestie “Wiersinga” de Gereformeerde Kerken parten speelde, heeft dit
thema niet meer zoveel aandacht gekregen. Vanaf 1997 kwam er een grote
stroom artikelen, boeken, lezingen en studiedagen op gang over allerlei
kwesties die met het thema ‘verzoening’ te maken hebben.1 In april 1998
vond in Kampen een Kerkendag plaats, die geheel gewijd was aan het
thema ‘verzoening’. En vooral in politiek en maatschappelijk opzicht werd
verzoening weer actueel vanwege de naweeën van de burgeroorlog in
voormalig Joegoslavië en het werk van de Waarheids- en
Verzoeningscommissie in Zuid-Afrika.
Wat mij in veel publicaties over verzoening opvalt, is dat verzoening
vaak zo’n vanzelfsprekend begrip lijkt te zijn. Wie echter de verschillende
bijdragen aan discussies over verzoening nader bestudeert, kan al snel
ontdekken dat met verzoening allerlei verschillende zaken worden bedoeld.
Dat maakt die discussies er niet helderder op. Alvorens mij te richten op
het thema van deze brochure wil ik daarom kort de diverse betekenissen
van het woord verzoening verkennen.
2. Het woord ‘verzoening’
Etymologisch is het Nederlandse woord verzoening afkomstig van het
Middelnederduitse woord sône en het Oudhoogduitse woord suona, die
beide ‘verzoening door middel van het betalen van een zoengeld’
betekenen. Beide woorden zijn verwant met het Noorse woord svaana,
‘doen bedaren’. Met andere woorden: de door een overtreding of trouwbreuk opgewekte woede wordt bij de verzoening tot bedaren gebracht. Ons
woord zoen in de zin van kus is van dit woordcomplex afkomstig en hangt
samen met de vredeskus, die bij een verzoening gegeven werd. De oudere
betekenis van het woord zoen is dan ook ‘verzoening’ of ‘zoengeld’.2
Daarmee is ‘verzoening’ een begrip uit een min of meer juridische
context, dat zowel betrekking kan hebben op de wereld van de mensen als
1
2
Waaronder het boek Verzoening, Bijbelse notities bij een omstreden thema van
prof.dr. C.J. den Heyer uit Kampen naar aanleiding waarvan halverwege dat jaar
92 gereformeerde predikanten zijn ontslag als hoogleraar eisten. Gevolg was een
langdurige discussie in de opinierubriek Podium van het dagblad Trouw.
De Vries, 1979, onder: Zoen
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
1
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
op die van de goden (het woord stamt immers uit de Germaanse tijd). Er is
in dit betekeniscomplex sprake van twee partijen, wier relatie wordt
hersteld, nadat een van beide de ander onrecht heeft aangedaan of ontrouw
is geweest. Door het zoengeld of een ander verzoeningsmiddel wordt de
woede of grief van de benadeelde partij tot bedaren gebracht. Verzoening
is daarmee een daad van de schuldige die alleen effect heeft als de
benadeelde zich erdoor laat beïnvloeden en er antwoord op geeft door
genade of vergeving te schenken.
Anders is dat in hedendaagse Nederlandse woordenboeken, waar de
ongelijkheid tussen de partijen in de zin van een schuldige en een
benadeelde achter de horizon verdwijnt:3
ƒ Verzoenen wordt omschreven als ‘de vrede herstellen’, ‘goed maken’
of ‘de vijandschap doen eindigen’.
ƒ Zich verzoenen met is dan ‘vrede sluiten met’.
ƒ Verzoening wordt: ‘herstel van de vrede of de vriendschap’.
De betekenis van ‘verzoening’ is daarmee in religieus en ethisch-moreel
opzicht neutraal geworden. De vraag of een van beide partijen schuld heeft
aan de verstoring van de relatie doordat hij de ander heeft benadeeld, is
niet meer aan de orde. Voor moderne, geseculariseerde Nederlanders lijken
kwesties van schuld en vergeving geen rol meer te spelen bij een
verzoeningsproces.
We moeten ons realiseren dat het begrip ‘verzoening’ al bestond nog
voordat Europa gekerstend werd. Ook in de heidense, Germaanse en
Romaanse maatschappijen en godsdiensten bestonden gewoonten en
gebruiken die erop uit waren de harmonie tussen goden en mensen en
tussen mensen onderling te bevorderen en te herstellen. Het streven naar
verzoening tussen tegengestelde polen in de werkelijkheid is dus niet het
alleenrecht van het christendom. Het gaat om een algemeen menselijke
bezigheid. Alleen de wijze waarop dit streven geconcretiseerd wordt en de
motieven van waaruit het gebeurt, verschillen van volk tot volk en van
godsdienst tot godsdienst.
3. Verzoening als theologisch begrip
Ook in de godsdienstwetenschap wordt verzoening omschreven als het
herstel van een vriendschaps- of verbondsrelatie. Het begrip omvat:4
3
2
Kramers’ N.W., 1980; Wolters’ W.N., 1987
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
a) de bezwering van de goddelijke toorn (expiatio) door het uitdelgen van
de menselijke schuld via zoengeld, offer of andere genoegdoening
(satisfactio);
b) het weer opnemen van de mens in de gemeenschap met God
(reconciliatio), het opgeven van de menselijke vijandschap tegenover
God en de aanvaarding van een nieuw leven;
c) het streven naar vrede in de verhoudingen tussen individuele mensen,
volken, rassen en andere groepen.
We zien hier dus een veelheid aan noties in het begrip ‘verzoening’.
Verzoening hangt nauw samen met andere begrippen zoals ‘zonde’,
‘schuld’, ‘vergelding’, ‘straf’, ‘verantwoordelijkheid’, ‘bekering’,
‘genade’, ‘vergeving’, ‘vrede’ en dergelijke. Het is daarom niet vreemd dat
de veranderingen die in de betekenis van het begrip ‘verzoening’ kunnen
optreden, samenhangen met betekenisveranderingen in deze verwante
begrippen. Al deze begrippen vormen een samenhangend
begrippencomplex. Wie een andere invulling van het begrip ‘verzoening’
heeft, zal dat ook hebben van begrippen als ‘zonde’, ‘straf’, ‘bekering’,
‘vergeving’, ‘vrede’ etc.
4. De kerkelijke verzoeningsleer
De kerkelijke verzoeningsleer van het westerse, orthodoxe christendom
sluit aan bij de oudste betekenis van het Germaanse woord ‘verzoening’
zoals we die hierboven zagen. Daarbij moet worden opgemerkt dat het
begrip ‘verzoening’ in de oosterse kerken nooit een centrale rol heeft
gespeeld. Daar ligt de nadruk in de theologie veel meer op de cyclus van
verval en herstel met als hoogtepunt van het kerkelijk jaar het paasfeest,
het feest van de opstanding.
Anders is dat in het westen, waar de Rooms-Katholieke Kerk altijd
sterk onder invloed van het Romeinse rechtsdenken heeft gestaan.
“Schuldbesef en angst voor het oordeel, een obsessie voor zonde en voor
begenadiging zijn het Middeleeuwse West-Europese geloof gaan
kenmerken. De verzoening werd meer herstel van de rechtsorde dan
relatieherstel, en God de rechter moest gunstig gestemd worden door het
offer van Christus.”5 Dat was vooral het geval in de satisfactieleer van
4
5
R.u.T., onder: Versöhnung
Herman Wiersinga geciteerd in Trouw, 11 oktober 1997, p. 10
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
3
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
Anselmus van Canterbury (11e eeuw), die hij ontwikkelde in aansluiting
bij Augustinus. Om de menselijke schuld te kunnen uitdelgen moest de
goddelijke toorn worden gestild (expiatio) door het offer van Christus
(satisfactio).6
Hoewel er in de Middeleeuwen ook andere benaderingen van de
verzoening tussen God en mens bestonden, zoals die van Pierre Abélard
die bij de verzoening de mens een grotere rol toekende, en die van Thomas
van Aquino, die de opvattingen van Anselmus en Abélard trachtte te
verzoenen, sloot de Reformatie op dit punt aan bij Augustinus en
Anselmus. Wiersinga zegt daarover: “De reformatorische theologie
radicaliseerde deze verzoeningsleer met de ideeën van de totale menselijke
corruptie, de wonderlijke ruil met Christus, en de vreemde, door Christus
verdiende vrijspraak”.7 Ook voor de Heidelbergse Catechismus geldt: door
aan het kruis te sterven heeft Christus betaald voor de schuld van de
mensheid en daarmee de toorn van God afgewenteld.8 In die traditie kan
dan ook gesproken worden over Jezus Christus als “de enige ophaalbrug
die God over het ravijn van onze Godsvervreemding heeft neergelaten”9
We zien hier dat het theologische verzoeningsbegrip niet alleen zijn
oorspronkelijke context van schuld, boete en vergeving heeft behouden,
maar tegelijk een ommezwaai heeft gemaakt in de rolverdeling der
partijen. Van ouds was het immers de schuldige partij die door middel van
boete en zoengeld de verzoening moest bewerkstellingen. In deze westersorthodoxe verzoeningsleer echter is het God zelf die als benadeelde partij
geheel autonoom de verzoening voor de schuldige mens bewerkt door
buiten de menselijke wilsbeschikking om een zoenoffer te brengen.
Daarmee heeft een rolwisseling plaatsgevonden die de menselijke
verantwoordelijkheid voor het herstel van de relatie tot God reduceert tot
een restant van echte verantwoordelijkheid. De mens kan nog slechts ‘ja’
of ‘nee’ zeggen tegen dit goddelijke verzoeningswerk. Als hij ‘ja’ zegt, is
het zijn opdracht om diezelfde “omgekeerde” verzoeningsrol op zich te
nemen tegenover de wereld.
Het is deze opvatting van verzoening als daad van een autonome God in
plaats van als daad van een verantwoordelijke mens, die ook de Kerkendag
1998 domineerde. Dat blijkt uit de uitgangspunten over verzoening zoals
de Stuurgroep Kerkendag die indertijd formuleerde:10
6
7
8
9
10
4
R.u.T., onder: Versöhnung
Zie noot 5
Heidelbergse Catechismus, Zondag 15
Ds. R. van den Berg, Trouw, 26 juli 1997, p. 11
Stuurgroep Kerkendag 1998, 1997. Zie voor de formulering: Trouw, 23 september
1997, p. 10.
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
ƒ het initiatief voor verzoening ligt bij God en heeft in Christus een
beslissende wending genomen;
ƒ mensen kunnen zich laten verzoenen en in dienst van de verzoening
gaan staan;
ƒ christenen verwachten de voltooiing van de verzoening, die de hele
geschapen werkelijkheid raakt, in het Koninkrijk van God.
Ook bij het verzoeningswerk van christenen in de samenleving is
verzoening iets dat aan anderen gebracht wordt, getuige een formulering
als: “Vanuit het geloof en de ervaring dat God zich met ons verzoend heeft,
zetten christenen zich in in dienst van de verzoening aan anderen.” Is het
een wonder dat geconstateerd wordt11 dat voor veel ex-kerkmensen
verzoening een negatieve bijklank heeft? Ook het synodale geschrift Jezus
Christus, onze Heer en Verlosser (2000) van de nieuw gevormde Samenop-Weg Kerk heeft op dit punt niets nieuws te bieden. Het wordt wel een
“re-traditionalisering” van de verzoeningsleer genoemd.12 Vinden we hier
niet een belangrijke oorzaak voor de hedendaagse crisis in theologie en
kerk? En voor de secularisatie? De moderne samenleving vindt voor haar
levensvragen immers geen antwoord meer in een rolverdeling tussen God
en mens, waarbij de mens niet wordt aangesproken als een wezen dat zijn
volle verantwoordelijkheid draagt?
5. Het mensbeeld achter de verzoeningsleer
De verzoeningstheologie van het westerse christendom is gebaseerd op een
Gods- en mensbeeld, dat meer bepaald is door de Grieks-Romeinse
gedachtewereld van de kerkvaders en de Germaanse gedachtewereld van
de Middeleeuwse theologen, dan door het gedachtegoed van Tenach en
Nieuwe Testament. Zoals ik elders liet zien13, is de mens in het klassieke
christelijke mensbeeld zowel schepsel als zondaar. Door de zonde van de
mens is er tussen God en mens een voor mensen onoverbrugbare kloof
ontstaan. Hoewel er binnen het christendom in allerlei nuances over zonde
gedacht en geschreven is, overheerst de idee dat het als het ware om een
erfelijke eigenschap gaat, die bij de geboorte door de ouders wordt
overgedragen op het kind. Sinds de kerkvader Augustinus (354 - 430 CJ)
11
12
13
Trouw, 23 september 1997, p. 10
Kalsky, 2001
Van ’t Riet, 2001, hoofdstuk 5
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
5
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
wordt deze gedacht dan ook aangeduid met de term ‘erfzonde’ (peccatum
originale). Zonde is daarmee niet alleen een eigenschap van menselijke
handelingen, maar een alles omvattende kwalificatie van het menselijk
bestaan. Binnen die leer past de idee dat de kloof tussen God en mens niet
is te overbruggen door de mens zelf, maar dat er een goddelijke handeling
voor nodig is om de mens uit zijn toestand van zonde te verlossen. God
offert dan Christus, zijn eniggeboren zoon, aan het kruis om de mensheid
weer met Hem te verzoenen.
Ook in het bijbelse mensbeeld speelt het begrip ‘zonde’ een belangrijke
rol, die echter sterk afwijkt van het christelijke zondebegrip. Het
Hebreeuwse woord ‘zonde’ (cheet) betekent letterlijk ‘missen’ of
‘tekortkomen’. In ethische zin gaat het om zich misdragen of
tekortschieten tegenover God en/of de medemens. Daarmee is zonde een
kenmerk van menselijk handelen in relaties. Het is geen kenmerk van de
menselijke existentie: erfzonde kent de Bijbel niet. En omdat de Bijbel zeer
hoge eisen stelt aan het ethisch-morele gedrag van de mens, kunnen
relaties gemakkelijk door zonden (misdragingen) verstoord worden. De
gang naar de verzoening moet dan ook met regelmaat worden gemaakt.
In de Tora staan veel regels hoe te handelen in geval van misdraging
tegenover God. In deze regels speelt de offerdienst een belangrijke rol.
Daarbij moeten we bedenken dat een van de belangrijkste woorden voor
‘offeren’ in het Hebreeuws (kareev) niet ‘geven’ (van een offergave aan
God), maar ‘naderen’ (met een offergave tot God) betekent. Het accent in
de bijbelse offerdienst ligt dus niet op het offerdier en de betekenis van
diens dood, maar op de bereidheid en het gedrag van de offeraar om de
gang naar het altaar te maken. De offergave op zich is slechts de concrete
uitdrukking van de bereidheid van de offeraar om zijn relatie met God te
onderhouden of te herstellen en met Hem in relatie te blijven leven.
In dat bijbelse Gods- en mensbeeld past dan ook geen goddelijke
vergelding die los staat van ieders gedrag hetzij als individu, hetzij als lid
van een groep. Dat Jezus’ kruisdood een door God zelf gebracht zoenoffer
zou zijn om de toorn van God over de menselijke zonde te stillen, is meer
gebaseerd op heidense voorstellingen over op wraak beluste goden, dan op
het bijbelse Gods- en mensbeeld. Als er in de procedures en regels van de
Tora om geschonden relaties te herstellen sprake is van straf, dan gaat het
niet om wraak of vergelding, maar om een middel voor de overtreder om
zijn misdragingen uit de wereld te helpen. Dat proces is een proces van
verzoening, waarvoor het initiatief bij de overtreder ligt. Niet het “ravijn”
tussen God en mens, de voor mensen onoverbrugbare kloof tussen hemel
en aarde als gevolg van de zonde, is karakteristiek voor het Gods- en
mensbeeld van de Bijbel, maar het partnerschap tussen God en mens.
6
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
6. Verzoening in bijbelse zin
DE TAAL VAN DE VERZOENING - Verzoening in bijbelse zin is het eindstadium
van een lang en soms ingewikkeld proces van relatieherstel. Het bijbelse
woord ‘verzoening’ komt van een Hebreeuws werkwoord (kafar), dat
‘bedekken’ of ‘uitwissen’ betekent. Het werkwoord kafar komt in de Tora
meer dan 80 keer voor met de betekenis ‘verzoenen’.14 Het wordt vooral
gebruikt in de intensieve werkwoordsvorm, hetgeen betekent dat de
verstoring van de relatie na de verzoening voorgoed is bedekt of uitgewist,
en de relatie weer is als van ouds. Dit proces van relatieherstel is
noodzakelijk, als men tenminste niet permanent in onmin wil blijven leven.
In bijbelse zin geldt dit zowel voor de relatie tussen God en mens, als voor
de relaties tussen mensen onderling.
VERZOENING TUSSEN MENSEN - Een fraai voorbeeld van verzoening tussen
mensen treffen we aan in het verhaal over Jakob die zich verzoent met
Ezau bij zijn terugkeer in het land Kanaän. Het is tevens het eerste verhaal
in de Tora waarin het werkwoord ‘verzoenen’ (kafar) in deze betekenis
voorkomt. Het is alsof de Tora daarmee wil zeggen, dat relatieherstel
tussen mensen moet voorafgaan aan relatieherstel met God - een gedachte
die in het jodendom de tien dagen voorafgaand aan Grote Verzoendag
beheerst.
Jakob heeft met dubieuze middelen het eerstgeboorterecht aan Ezau
ontnomen. Zijn relatie met Ezau is zo ernstig verstoord, dat hij moet
vluchten naar zijn familie in Mesopotamië. Als hij op latere leeftijd
terugkeert naar het land Kanaän, worstelt hij met het grote probleem hoe
hij zijn relatie met Ezau kan herstellen. In Genesis 32:20 lezen we
letterlijk:
‘Want hij [Jakob] zei: Ik wil zijn [Ezau’s] aangezicht verzoenen met
het geschenk dat (uit)gaat voor mijn aangezicht, en daarna wil ik
zijn aangezicht zien, misschien zal hij mijn aangezicht opheffen’.
We zien in deze tekst vier belangrijke aspecten van het verzoeningsproces:
14
De opmerking van Wiersinga dat verzoening in het Oude zowel als het Nieuwe
Testament zelden voorkomt (geciteerd in Trouw, 11 oktober 1997, p. 10), is in elk
geval voor de Tora onjuist.
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
7
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
a) het initiatief gaat uit van de schuldige partij, die zelf de verzoening
moet plegen (de bedekking of uitwissing van het eigen verkeerde
gedrag);
b) het geschenk is een middel voor de schuldige om aan de benadeelde
partij te laten zien dat het hem serieus om relatieherstel gaat;
c) de benadeelde partij behoudt zijn vrijheid om op de verzoeningspoging
al of niet in te gaan;
d) het gaat bij verzoening uiteindelijk om het volledige herstel van de
relatie: het weer van aangezicht tot aangezicht komen met de andere
partij.
Relatieherstel in deze zin kan psychologisch uit verschillende fasen
bestaan. Bij de overtredende partij kunnen dat zijn:
ƒ het komen tot het inzicht zich te hebben misdragen of te hebben
tekort geschoten (zondebesef),
ƒ erkenning van de verantwoordelijkheid om de relatie te herstellen,
ƒ bekering in de zin van gedragsverandering teneinde herhaling van de
misdraging te voorkomen,
ƒ schuldbelijdenis ten overstaan van de benadeelde partij,
ƒ boetedoening in de zin van het herstellen of vergoeden van aangerichte schade,
ƒ verzoek om vergeving,
ƒ geduld als de ander daartoe (nog) niet bereid is.
Bij de benadeelde partij kunnen dat zijn de fasen van:
ƒ de genezing van wonden (zowel lichamelijk, psychisch, als
materieel),
ƒ het komen tot het inzicht dat de overtreder zich bekeerd heeft,
ƒ het accepteren van genoegdoening,
ƒ het kwijtschelden van schuld,
ƒ begenadiging in de zin van de omgang met iemand herstellen,
ƒ de verzoening als volledig herstel van de relatie.
In dit proces kunnen bemiddelaars een rol spelen, maar het is uiteindelijk
de overtredende partij zelf die de gang naar de verzoening moet maken en
het is de benadeelde partij die beslist of de verzoening wordt geaccepteerd.
En dat beginsel geldt ook voor de verzoening tussen de mens en God.
8
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
VERZOENING MET GOD - Een archetypisch voorbeeld van de verzoening
tussen mens en God vinden we in het verhaal over het gouden kalf (Exodus
32). Daarin is sprake van collectieve misdraging van het volk tegenover
God. Daarna treedt Mozes namens het volk op als bemiddelaar om het volk
en God weer met elkaar te verzoenen. Het verhaal gaat als volgt.
Mozes is bij God op bezoek om Zijn woorden, de ethische, morele en
juridische standaard van de Tora, in ontvangst te nemen. In
gecomprimeerde vorm heeft God deze woorden op twee stenen tafelen
geschreven. Maar Mozes blijft lang weg en het volk wordt ongeduldig: het
wil een beeld van God maken om Hem te kunnen zien en Hem daarmee te
kunnen manipuleren. Het verhaal is een goede illustratie van de heidense
levenshouding die behoefte heeft aan een visuele en technische invulling
van het goddelijke, en grote moeite heeft met het abstracte karakter van het
geloof van de Tora. Aäron maakt op aandringen van het volk daarom een
gouden kalf, waaraan men kan offeren en waaromheen men kan dansen en
vreugde bedrijven. Als Mozes terugkomt en ziet wat er aan de hand is,
breekt hij uit woede de stenen tafelen met het schrift van God erop. Door
toedoen van Mozes vindt er vervolgens omkering en boetedoening plaats:
het kalf wordt vernietigd, Aäron wordt ter verantwoording geroepen en in
een korte burgeroorlog worden drieduizend volhardende overtreders
gedood. Dan volgt de scene waarin de verzoening met God moet
plaatsvinden. Een zo letterlijk mogelijke vertaling luidt als volgt:
‘En het was op de volgende dag dat Mozes zei tot het volk: “Jullie,
jullie hebben misdaan een grote misdaad, maar nu, ik zal opgaan
naar de EEUWIGE, misschien kan ik verzoening doen voor jullie
misdaad.” En terug ging Mozes naar de EEUWIGE, en hij zei: “Ach,
misdaan heeft dit volk een grote misdaad, want zij maakten voor
zichzelf goden van goud. Maar nu, alstublieft, vergeef hun misdaad,
en zo niet, wis mij dan uit, nu, uit uw boek dat u schreef.” En toen
zei de EEUWIGE tot Mozes: “Wie zich blijft misdragen tegen mij,
hem zal ik uitwissen uit mijn boek. En nu, ga, leid het volk naar
waar ik tot jou sprak, zie, mijn boodschapper zal (uit)gaan voor
jouw aangezicht, en op de dag van mijn onderzoek, dan zal ik hun
misdaden op hen onderzoeken.” Zo stootte de EEUWIGE het volk
(af) voor wat zij deden met het kalf dat Aäron gemaakt had’
(Exodus 32:30-35).
We zien hier weer vergelijkbare trekken als in het verhaal over Jakob en
Ezau. Er heeft een proces van inkeer of bekering plaatsgevonden door
toedoen van Mozes. Het initiatief tot de verzoening wordt vervolgens
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
9
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
genomen door Mozes namens het volk als overtredende partij. Mozes biedt
zichzelf als “geschenk” aan om God te laten zien dat het hem serieus is.
Maar God behoudt zijn vrijheid en laat zich niet zomaar verzoenen door
een kortstondige boetedoening en door de opofferingsgezindheid van een
middelaar. Er is aan het eind van dit verhaal dan ook geen sprake van een
verblijf van het volk “voor het aangezicht van de EEUWIGE”. Het volk moet
eerst terug naar de plek “waar God tot Mozes sprak” om de Tora opnieuw
op zich te nemen. De verzoening wordt dus uitgesteld tot de “dag van het
onderzoek”. Ongetwijfeld is daarmee de Grote Verzoendag bedoeld die
later in de Tora (Leviticus 16) wordt ingesteld, en waarvan we dan wèl
over het aangezicht van God lezen:
‘Want op deze dag zal hij [de hogepriester] verzoening doen op
jullie om jullie te reinigen uit al jullie misdragingen. Voor het
aangezicht van de EEUWIGE zullen jullie gereinigd zijn’ (Leviticus
16:30).
Door de instelling van de Grote Verzoendag levert God zijn vrijheid in om
de verzoening van het volk al of niet te aanvaarden. Vanaf de instelling van
Grote Verzoendag kan Israël erop rekenen dat God het doen van
verzoening zal accepteren, omdat het vanaf dat moment een
verbondsverplichting voor Hem is geworden.
DE FUNCTIE VAN DE OFFERDIENST BIJ DE VERZOENING - Bij de verzoening
met God heeft de offerdienst in Israël twee belangrijke functies gehad.
Enerzijds gaf het offeren de mens een concrete mogelijkheid om aan het
relatieherstel met God te werken. Daardoor hoefde niemand met een
gevoel van machteloosheid en onvergeven schuld te blijven zitten.
Anderzijds maakte de offerdienst de gang naar de verzoening tot een
beheersbaar proces. Men hoefde er niet het hele jaar mee bezig te zijn,
maar kon bepaalde zaken uitstellen tot de geëigende tijd. Zo is er
bijvoorbeeld maar één keer per jaar een Grote Verzoendag, hetgeen
voorkomt dat men voortdurend met verzoening bezig moet zijn.
VERZOENING OVER HET ALTAAR - Ook de gedachte dat verzoening alleen
mensen betreft in hun directe relatie tot God, vindt geen steun in de Tora.
Dat blijkt uit het voorschrift dat voor belangrijke rituele voorwerpen
verzoening moet worden gedaan vanwege het misbruik dat ervan gemaakt
kan zijn. Zo moet er verzoening worden gedaan voor het altaar in de
tempel of tabernakel. We lezen:
10
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
‘En de stier van het zonde-offer zul je (klaar)maken elke dag
waarop er verzoeningen worden gedaan, en je zult de zonde
wegdoen van-op het altaar doordat je er verzoening op doet, en je
zult het zalven om het uitzonderlijk te maken. Zeven dagen doe je
verzoening op het altaar en je maakt het uitzonderlijk, en het zal
zijn het aller uitzonderlijkste altaar, en elk ding dat in aanraking
komt met het altaar zal uitzonderlijk zijn’ (Exodus 29:36-37).
Om de bedoeling van de tekst beter weer te geven heb ik het woord ‘heilig’
weergegeven met ‘uitzonderlijk’. We moeten bij deze tekst bedenken dat
het altaar de concretisering bij uitstek is van alle gaven die aan de
EEUWIGE worden opgedragen. Deze verzoening over het altaar is dan ook
een verzoening die gedaan wordt voor alle misdragingen die onbewust bij
het offeren verricht worden en die de offers ongeldig zouden maken als
men er weet van zou hebben. Een zelfde verzoening vindt plaats bij het
reukofferaltaar, dat in de liturgie nauw verbonden is met de gebeden van
het volk. We lezen daarover:
‘En verzoening zal Aäron doen op zijn hoorns [van het
reukofferaltaar], eenmaal per jaar met het bloed van het zonde-offer
voor het doen van de verzoeningen, eenmaal per jaar zal hij er
verzoening op doen voor jullie generaties, alleruitzonderlijkst is het
voor de EEUWIGE’ (Exodus 30:10).
Op Grote Verzoendag werd met deze handeling verzoening gedaan voor
alle onbewuste misdragingen van het volk die tijdens de gebeden verricht
werden.
VERZOENING NIET ALLEEN DOOR BLOEDIGE OFFERS - Voorts wijs ik erop dat
verzoening met God niet alleen gedaan werd door middel van bloedige
offers, en niet alleen een zaak van priesters was. Ook door andere
handelingen werd verzoening gedaan en ook gewone Israëlieten deden
verzoening met God. Daarvan laat ik twee voorbeelden zien.
De eerste vermelding in de Tora van een rituele verzoeningshandeling
betreft zelfs geen offer, maar een maaltijd. Dat is het geval bij de inwijding
van Aäron en zijn zonen als priesters van God (Exodus 29). Er werd een
“ram van de inwijding” gekookt en met het brood uit een korf werd het
vlees door Aäron en zijn zonen gegeten bij de ingang van de tent. We lezen
dan:
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
11
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
‘En zij zullen eten deze [dingen]. Dan zal er verzoening gedaan zijn
door hen, om hun hand te vullen [d.w.z. het priesterambt aan hen
over te dragen]15 om hen uitzonderlijk te maken...’ (Exodus 29:33).
Bedoeld is, dat door deze maaltijd verzoend wordt al het vreemde, niet
priesterlijke, dat hun voor hun wijding eigen was, en het verwerpelijke dat
zij verricht mochten hebben.16
Oorspronkelijk was de offerplicht in Israël een plicht van elke Israëliet.
Maar met de concentratie van de offerdienst in de tempel in Jeruzalem
werden veel offerhandelingen overgedragen aan de priesters, de
afstammelingen van Aäron. De tempel was nu eenmaal te klein om het
hele volk te herbergen. Echter, de priesters bleven ook daarna de
offerhandelingen verrichtten namens het volk. Dat zij daarbij inderdaad
vertegenwoordigers van het volk waren, kwam onder andere tot uiting in
het voorschrift voor het betalen van de tempelbelasting. We lezen
daarover:
‘De rijke mag niet méér geven, en de arme niet minder [om de
gelijkheid van elke Israëliet te benadrukken] dan de helft van de
sjekel als [belasting]heffing voor de EEUWIGE om verzoening te
doen op jullie levens. En je zult het geld om verzoening te doen
nemen van de zonen van Israël, en je zult het gebruiken voor de
dienst van de tent van samenkomst, en het zal zijn voor de zonen
van Israël als een herinnering voor het aangezicht van de EEUWIGE
om verzoening te doen op jullie levens’ (Exodus 30:15-16).
Ook de gewone Israëlieten deden dus voor zichzelf verzoening met God
door het betalen van de tempelbelasting, waarmee zij het werk van de
priesters die hun vertegenwoordigers waren, mogelijk maakten.
VERZOENING VOOR MISDADEN TEGEN DE MEDEMENS - Verzoening door
middel van offers bewerkte overigens alleen verzoening met God voor
misdragingen die niet onder de jurisdictie van een gerechtshof vielen. Het
brengen van offers was een vorm van communicatie met het goddelijke,
maar had geen betekenis voor de schade die men had aangebracht aan de
medemens. Voor die misdragingen waren er gerechtshoven, die recht
spraken op basis van Tora en mondelinge traditie. Verzoening van die
misdragingen kreeg men alleen door de straf te ondergaan die door het
15
16
12
Gesenius, 1962, onder !-/, Pi
Zie het commentaar van Rashi ter plaatse in: Onderwijzer, 1977.
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
gerechtshof werd opgelegd.17 Straf werd dus niet gezien als middel tot
wraak of vergelding, maar als middel voor de overtreder om verzoening te
doen. Deze gedachte schuilt ook achter de doodstraf: sommige misdaden
zijn zó groot, dat men ze alleen kan verzoenen (bedekken/uitwissen) met
het eigen leven. In de Misjna lezen we dat degenen die werden veroordeeld
tot de dood, werd voorgehouden schuld te bekennen:18
‘Want dit is de weg voor degenen die veroordeeld zijn tot de dood:
schuld te belijden. Want iedereen die schuld belijdt, heeft een
aandeel in de komende wereld... En als hij niet weet hoe hij schuld
moet belijden, dan wordt hem verteld: “Zeg: Dat mijn dood een
verzoening mag zijn voor al mijn overtredingen”.’
Wie de straf op zich neemt als weg om verzoening te doen, mag erop
rekenen na het ondergaan van de straf verzoend te zijn.
Dat is een gedachte die ons westerse strafrecht vreemd is. Daarin geldt
immers dat de straf er is om de norm te bevestigen, leed toe te voegen ter
compensatie van het door de misdaad aangerichte leed en de daders en
anderen af te schrikken om zich aan een misdaad schuldig te maken.19 Hier
is straf een vorm van wraak met een veronderstelde preventieve werking in
plaats van een middel tot verzoening voor de gestrafte.
7. Verzoening met God in het jodendom
In de tijd van Jezus was er veel kritiek op de wijze waarop de sadducese
hogepriesters de offerdienst in de tempel uitvoerden als een uiterlijk
ritueel. De innerlijke geloofshouding en het maatschappelijk gedrag van de
offeraar speelden in hun tempelbestuur geen rol van betekenis. Zowel
Essenen, Farizeeën als Zeloten stonden op gespannen voet met de
Sadduceeën die de tempeldienst overheersten. De kritiek was bij tijd en
wijle zo zwaar dat sommigen, zoals de Essenen, de tempel de rug
toekeerden en in de woestijn hun eigen gemeenschappen stichtten. Ook
sommigen onder de Farizeeën, die overigens bleven deelnemen aan de
offerdienst, hechtten steeds minder waarde aan de actualiteit van de
tempel. Vooral in de farizese school van Hillel werd de tempel op den duur
17
18
19
Urbach, 1979, p. 433
M. Sanhedrin 6:2
Aldus de toenmalige procureur-generaal A. Docters van Leeuwen in Trouw, 24
september 1997, p. 10.
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
13
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
niet meer gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan
van het joodse volk.
Een sleutelverhaal met betrekking tot de tempel en de rol van de tempel
in de verzoening met God, is de volgende midrasj. Hoofdpersoon is
Hillel’s leerling rabban Jochanan ben Zakkai, die na de verwoesting van
Jeruzalem in 70 CJ de belangrijkste joodse leider is geworden. Het verhaal
gaat als volgt:20
‘Eens, toen Rabban Jochanan ben Zakkai Jeruzalem verliet, volgde
Rabbi Josjoe’a hem en aanschouwde de tempel in puin. “Wee ons,”
riep Rabbi Josjoe’a, “omdat deze plaats, waar voor de overtredingen
van Israël verzoening gedaan werd, verwoest is.” “Mijn zoon,” zei
Rabban Jochanan tot hem, “wees niet bedroefd. We hebben een
ander middel tot verzoening dat net zo goed werkt als dit. En wat is
dat dan? Daden van barmhartigheid, zoals er gezegd is: Want ik
verlang weldadigheid en geen slachtoffers” (Hosea 6:6).’
Verzoening met God is in deze visie dus niet langer gebonden aan de
tempel en de offerdienst, maar kan bereikt worden in het dagelijks leven en
in het maatschappelijk handelen.
8. Verzoening in het Nieuwe Testament
WOORDEN VOOR VERZOENING - Het Nieuwe Testament heeft twee
werkwoorden die vertaald worden met ‘verzoenen’:
ƒ allássoo21 met de grondbetekenissen ‘veranderen’, ‘verwisselen’,
‘ruilen’. Het gaat daarbij in het Grieks om een wederkerige handeling,
waardoor een verhouding van gelijkwaardigheid wordt verkregen of in
stand gehouden. Het beeld is ontleend aan het economisch verkeer en is
vooral van toepassing op de wisselaars op de markt.
ƒ hiláskomai22 met de grondbetekenis ‘iemand genadig of gunstig voor
zich stemmen’, en in die zin ook ‘verzoenen’. Dit werkwoord wordt in
de Septuaginta met het voorvoegsel ex (uit) gebruikt als vertaling van
het Hebreeuwse werkwoord kafar (verzoening/bedekking doen).
20
21
22
14
Avot de Rabbi Nathan 6
In Rom. 5:10; 1 Cor. 7:11; 2 Cor. 5:18, 19 (in samenstelling met kata, ‘vanaf’,
‘overheen’) en in Mat. 5:24 (in samenstelling met dia, ‘doorheen’).
In Luk. 18:13 en Heb. 2:17.
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
Bij beide werkwoorden bestaat ook een zelfstandig naamwoord
‘verzoening’.23
We moeten ons nu realiseren dat de Griekse betekenis van deze
woorden er eigenlijk niet zo veel toe doet. Grieks-sprekende joden
gebruikten de Griekse woorden om een joodse gedachtewereld tot
uitdrukking te brengen, zoals Nederlandse joden dat vandaag de dag ook
doen met Nederlandse woorden. Daarbij hebben de woorden voor hen vaak
een andere betekenis dan voor hun niet-joodse landgenoten. Zo duiden de
Nederlandse woorden ‘verzoening met God’ voor joden iets aan dat zij met
de nodige inspanning moeten zien te bereiken, terwijl het voor hun
christelijke buren iets is dat hun zonder inspanning uit genade te beurt valt.
Zo is het ook met het Grieks van de Grieks-sprekende joden geweest.
De Septuaginta geeft het Hebreeuwse werkwoord kafar, ‘verzoening doen’
(voor de eigen misdragingen), weer met het Griekse woord exilásomai,
‘gunstig stemmen’ (van de vertoornde goden). Ongetwijfeld hebben de
joodse vertalers van de Septuaginta met dit Griekse woord de Hebreeuwse
betekenis van kafar bedoeld.
VERZOENING IN DE EVANGELIËN - Ditzelfde geldt nu voor de schrijvers van
het Nieuwe Testament, die - zoals uit steeds meer onderzoek blijkt - veel
joodser zijn geweest dan men eeuwenlang in de kerk en de theologie heeft
aangenomen. We zien dit duidelijk bij Matteüs en Lukas, de enige
evangelisten die elk eenmaal over verzoening schrijven. In Matteüs 5:2324 lezen we een uitspraak van Jezus:
‘Als je dan je gave zult brengen naar/op het altaar, en daar herinner
je je dat je broeder iets tegen je heeft, laat de gave daar achter voor
het front van het altaar en ga heen, verzoen je eerst met je broeder
en kom dan en breng je gave.’
We zien hier in een notendop de hele bijbels-joodse verzoeningsleer
samengevat, zoals we die hierboven bespraken: verzoening doe je zelf,
eerst met je naaste, daarna met God.
Ook Lukas gebruikt eenmaal een werkwoord voor verzoenen in het
verhaal over de Farizeeër en de tollenaar die beiden bidden in de tempel.
De scene doet erg denken aan Grote Verzoendag. De tollenaar bidt in
oprechtheid tot God met de woorden: ‘O, God, wees verzoeningsgezind
23
katallagè (‘verzoening’) in Rom. 5:11; Rom. 11:15; 2 Cor. 5:18, 19, en hilasmós
(‘verzoenmiddel’) in 1 Joh. 2:2; 4:10.
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
15
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
voor mij, overtreder’ (Lukas 18:13). Uit zijn antwoord blijkt dat Jezus een
aanhanger was van de farizese opvatting, dat verzoening ook zonder offers
bereikt kon worden. Beide voorbeelden uit de evangeliën laten duidelijk
zien dat verzoening iets is dat door de overtredende partij moet worden
nagestreefd. Overigens is het opmerkelijk hoe weinig het begrip
‘verzoening’ in de evangeliën voorkomt. Maar eigenlijk is dat ook niet
vreemd, want het jodendom voorzag in voldoende mate in een
verzoeningsleer en een verzoeningspraktijk.
VERZOENING BIJ PAULUS - Ingewikkelder wordt het probleem van de
verzoening in de brieven van Paulus. Terecht is erop gewezen dat Paulus
metaforen gebruikt, dat wil zeggen beeldspraken die ontleend zijn aan het
dagelijks leven. Daaruit moet men dogmatisch niet méér proberen te halen
dan er werkelijk in zit. Men kan dan de dood van Jezus aan het kruis zien
als een verzoeningswerk, maar er een toornende God achter zien, die een
bloedig offer nodig had om zijn gramschap te stillen..., dat is werkelijk niet
uit zijn brieven af te leiden.24 Ook Paulus was echter joodser dan menigeen
denkt.
In de tijd van Paulus was de tempeldienst nog in volle gang. Zijn
brieven geven nergens blijk van verzet tegen de offerdienst in de tempel in
Jeruzalem. Alleen al daaruit kan men opmaken dat zijn opmerkingen over
de verzoening vooral betrekking hebben op de christenen uit de heidenen.
En daarmee lag er voor Paulus, die zichzelf zag als de “apostel der
heidenen”, toch een groot probleem in de belangrijke rol die de offerdienst
vervult in het verzoeningsproces. De niet-joodse aanhangers van Jezus
waren daarvan immers buitengesloten! Met uitzondering van de
Noachidische geboden golden de regels van de Tora nu eenmaal niet voor
hen, en aan de offerdienst konden zij niet actief deelnemen, en zij hoefden
dat ook niet. Maar hoe moesten zij zich met God verzoenen als zij zich
tegenover Hem misdragen hadden?
Paulus heeft daarop een antwoord geformuleerd in de taal van de
offerdienst. Daarbij moeten we er rekening mee houden dat in de joodse
denktrant een persoon in een verhaal of betoog fungeert als voorbeeld van
zijn levenshouding en zijn gedrag, zijn trouw, zijn geloof, zijn goede of
kwade daden. Dat geldt ook voor Jezus. We lezen dan in Romeinen 3:
‘(21) Nu echter is [ook] buiten de Tora om de rechtvaardigheid van
God openbaar geworden [voor de heidenen], over welke
[gebeurtenissen] de Tora [zelf] en de profeten getuigen. (22) De
24
16
Den Heyer, 1997, p. 43-73
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
rechtvaardigheid van God [is] door de [levenswijze van]
geloofstrouwa van Jezus, [die een] messia[an]s [mens was,
gekomen] in allen die [ook] geloofstrouw zijn [zoals hij], zonder
onderscheid [des persoons]. (23) Want allen hebben [voor zij tot de
gemeente toetraden] zich misdragen en te kort gedaan aan de
heerlijkheid van God. (24) Zij worden [echter] vrijgesproken, als
geschenk voor zijn vriendschap, door de verlossing die [voortkomt
uit participatie] in [de] messia[an]s[e gemeente van] Jezus. (25)
Hem [immers] heeft God te voorschijn gehaald als een
“verzoendeksel” door[dat hij] geloofstrouw [was tot] in zijn bloed
[in zijn dood]. Aldus toonde Hij Zijn rechtvaardigheid door de
vergeving van de misdragingen die voordien [toen men nog niet
was toegetreden tot de gemeente van Jezus] zijn gedaan onder Gods
verdraagzaamheid’ (Romeinen 3:21-25).
Bij deze vertaling merk ik op dat Paulus zijn brieven beknopt heeft
geformuleerd, evenals dat met de rabbijnse literatuur zoals Misjna en
Talmoed het geval is. Vaak worden aspecten van de zaak die voor de eerste
lezers vanzelfsprekend waren, weggelaten of verkort. Vandaar dat voor een
goed begrip van de tekst in de vertaling leemten opgevuld dienen te
worden die in het origineel open gelaten zijn. Door die aanvullingen tussen
rechte haken te plaatsen, kan men de reconstructie van de vertaler op de
voet volgen. Ook bij vertalingen van de Misjna en de Talmoed gaat men op
die wijze te werk.
Paulus’ betoog komt nu hierop neer. Door te gaan deelnemen aan de
messiaanse gemeenschap van Jezus wordt een mens verlost van zijn
voormalige misdragingen. Door het navolgen van Jezus’ levenswijze, die
hij trouw volhield tot in de dood (bloed staat hier voor het leven en de
dood van de martelaar), krijgt een mens vergeving en doet hij verzoening
voor de misdragingen, die hij voorafgaand aan zijn bekering en toetreding
tot de gemeente deed. Deze verzoening, met het leven van Jezus als
levensmodel, is voor niet-joden even effectief als de verzoening die de
hogepriester op Grote Verzoendag doet voor de joden door bloed te sprenkelen op de verzoendeksel van de ark in het binnenste van de tempel.
a
Het Griekse woord pistis, dat vaak vertaald wordt met ‘geloof’, betekent ook
‘trouw’ of ‘vertrouwen’ en staat voor een levenswijze die aan God en Zijn Tora is
gewijd. Het gaat daarbij dus niet alleen om een overtuiging (geloof), maar vooral
ook om het vasthouden aan bepaalde vormen van gedrag. Een vertaling met
‘geloofstrouw’ in plaats van ‘geloof’ geeft dit beter weer..
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
17
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
Het voert hier te ver alle teksten over verzoening bij Paulus en in de
overige brieven vanuit deze joodse optiek te onderzoeken. Als men dit
doet, kan men tot vergelijkbare resultaten komen.
VERZOENING IN DE “JOHANNES”-TRADITIE - Eerst een opmerking vooraf.
Hoewel ik elders heb laten zien dat het vierde evangelie niet is geschreven
door de apostel Johannes, maar afkomstig is uit kringen rond Jezus’
leerling Lazarus25, blijf ik aansluitend bij het gangbare spraakgebruik toch
maar van de “Johannes”-traditie spreken. Daartoe behoren het vierde
evangelie, de z.g. brieven van Johannes en het boek Openbaring. Deze
bijbelboeken zijn geschreven aan het eind van de 1e eeuw CJ toen het
herstel van de in 70 CJ verwoeste tempel in Jeruzalem definitief van de
baan leek te zijn. Joodse-christenen zaten toen - net als de andere joden met het probleem dat zij de gang naar het altaar nimmer meer zouden
kunnen maken. Uit de Handelingen der Apostelen immers weten we dat zij
dat vóór 70 CJ gewoon zijn blijven doen (Handelingen 2:46; 3:1-3, 8, 10;
5:20-21, 25, 42; 21:26-30; 22:17; 24:6, 12, 17-18; 25:8; 26:21). Ook voor
dit probleem echter lag er in het toenmalige jodendom een oplossing klaar,
die eveneens door de rabbijnen, de opvolgers van de Farizeeën, werd
gekozen.26 Aansluitend bij profeten zoals Hosea stelden zij dat het
praktiseren van gerechtigheid en barmhartigheid een minstens zo effectief
middel tot verzoening met God is als het brengen van offers. Aansluitend
bij de profeet Jesaja is deze opvatting in sommige verhalen gegoten in de
vorm van een lijdende en stervende martelaar die door zijn rechtvaardige
en Tora-getrouwe levenswijze een lichtend voorbeeld voor zijn volk werd.
Dat is het geval in de midrasjiem over de binding van Izaäk (Genesis 22).27
Elders heb ik het vierde evangelie tegen deze achtergrond onderzocht
en laten zien dat ook de vierde evangelist een zelfde soort antwoord op dit
probleem heeft gegeven.28 Het lijden van de martelaar is dan niet een door
God vereiste genoegdoening voor alle zonden van het volk, de wereld of
de mensen, maar een middel om hen tot inkeer te doen komen, waarna ook
zij zelf de weg der rechtvaardigheid moeten gaan om zich zo met God te
verzoenen. Verwant aan het vierde evangelie is de eerste brief van
Johannes, waarin we dezelfde opvatting kunnen lezen, als we de tekst op
een joodse wijze interpreteren:
25
26
27
28
18
Van ’t Riet, 1996, passim.
Van ’t Riet, 2001, P. 249
Zie: Zuidema e.a., 1980, p. 11-46
Van ‘t Riet, 1996
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
‘En als iemand zondigt [zich misdraagt], dan hebben we een helper
bij [het benaderen van] de Vader: Jezus die een messia[an]s [mens
en] een rechtvaardige is, en hij is [bij navolging van zijn
levenswijze] een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor
de onze, maar ook voor [die van] heel de wereld’ (1 Johannes 2:1b2).
9. Slotopmerkingen
Uit bovenstaande kunnen we een aantal conclusies trekken. In de eerste
plaats zagen we dat het bijbelse begrip ‘verzoening’ een heel andere
inhoud en structuur heeft, dan het begrip ‘verzoening’ zoals het fungeert in
de kerkelijke verzoeningsleer. De westers-christelijke verzoeningsleer is in
hoge mate beïnvloed door niet-bijbelse theologische uitgangspunten, zoals
die van een voor mensen onoverbrugbare kloof tussen God en mens, de
zonde als erfelijke staat van de menselijke existentie, een genoegdoening
eisende God en dergelijke. De basis voor die uitgangspunten werd echter
pas gelegd in de tijd van de kerkvaders en in de Middeleeuwen. Maar de
Hebreeuwse Bijbel laat ons een andere verzoeningsleer zien, die dichter bij
Jezus en zijn eerste leerlingen staat. Daarin wordt verzoening de zondaar
niet geschonken, maar verzoening wordt door hem of haar gedaan. Eerst
wie verzoening doet voor zijn misdragingen tegenover God, mag op Gods
vergevingsgezindheid rekenen.
In de tweede plaats zagen we dat verzoening met God niet afhan-kelijk
is van bloedige offers. Door het bedrijven van rechtvaardigheid en
barmhartigheid in de samenleving kan een mens zijn voormalige
misdragingen tegenover God verzoenen. Ook het Nieuwe Testament laat
zich op die manier lezen: door te leven zoals Jezus deed, doet men
verzoening tegenover God.
In de derde plaats gaat verzoening met de medemens vooraf aan
verzoening tegenover God. Als men zelf de benadeelde partij is, moet men
daarbij het volgende bedenken. Wie een ander vergeeft en “verzoent”
zonder de omkering (bekering) en spijtbetuiging van die ander af te
wachten, ontneemt hem het meest wezenlijke van zijn menszijn: zijn eigen
verantwoordelijkheid. Vergeving kan alleen maar het antwoord zijn op
omkering en daden van verzoening.
In de vierde plaats heeft het moderne, ethisch-moreel neutrale
verzoeningsbegrip ‘vrede stichten’ (zie het begin van de brochure). weinig
te maken met het bijbelse verzoeningsbegrip ‘de relatie herstellen door
misdraging uit de weg te ruimen’. Dat wil niet zeggen dat ‘vrede stichten’
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
19
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
daarmee geen belangrijke zaak zou zijn. Maar verzoening staat bijbels
gezien altijd in een context van overtreding, schuld, verantwoordelijkheid,
omkering, boete en vergeving. In een christendom à la Jezus zal het
bijbelse perspectief op de verzoening richtinggevend kunnen zijn bij het
herstel van relaties tussen mensen en God, mensen onderling, groepen,
samenlevingsverbanden en volken.
Literatuur
Gesenius, W., Hebräisches und aramäisches Handwörterbuch über das Alte
Testament, Berlin/Göttingen/Heidelberg, 1962, 17e druk
Heyer, C.J. den, Verzoening, Bijbelse notities bij een omstreden thema, Kampen,
1997, 3e druk
Kalsky, M., Veel verleden, weinig heden, in: Interpretatie, 2001, pag. 6-8
Kramers' N.W. =, Kramers' Nederlands Woordenboek, Amsterdam/Brussel, 1980, 19e
druk
Onderwijzer, A.S., Nederlandsche vertaling van den Pentateuch benevens eene
Nederlandsche vertaling van Rashie's Pentateuch-Commentaar, 5 Delen,
Amsterdam, 1977, 2e druk
R.u.T. = Taschenlexikon Religion und Theologie, 4 Delen, E. Herdieckerhoff, J. Tolk
(Red.), Göttingen, 1971
Riet, P. van 't, Het evangelie uit het leerhuis van Lazarus, Een speurtocht naar de
joodse herkomst van het vierde evangelie, Baarn, 1996
Riet, P. van 't, Christendom à la Jezus, De herziening van het christelijk geloof vanuit
haar joodse bronnen, Kampen, 2001
Stuurgroep Kerkendag 1998, Uit op verzoening, Kampen, 1997
Urbach, E.E., The Sages, Their concepts and beliefs, 2 Vol., Jerusalem, 1979
Vries, J. de, Etymologisch woordenboek, Waar komen onze woorden vandaan?,
Utrecht/Antwerpen, 1979, 12e druk
Wolters' W.N. =, Wolters' Woordendoek Nederlands, Groningen, 1987, 28e druk
Zuidema, W., Voolen, E. van, Soetendorp, A., Heyer, C. den, Isaak wordt weer
geofferd, De verwerking van de Holocaust door jodendom en christendom, Baarn,
1980
20
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
VERZOENING IN BIJBELS PERSPECTIEF
FOLIANTI-REEKS
Uit de Folianti-reeks zijn nog diverse nummers leverbaar. Welke dat zijn
kunt u zien op de website www.folianti.com, waar u ze ook kunt bestellen.
De prijs per nummer is € 2,- (excl. verzendkosten).
De website petervantriet.nl
Peter van ’t Riet heeft een website (www.petervantriet.nl) waarop u
informatie kunt vinden over zijn werk. Ook kunt u er veel artikelen vinden
die hij in de loop der jaren in verschillende tijdschriften gepubliceerd heeft.
Tevens is er een rubriek Vragen & Antwoorden. Heeft u vragen over de
inhoud van deze brochure of over andere kwesties die betrekking hebben
op de joodse uitleg van de Bijbel, het jodendom of joods-christelijke
betrekkingen dan kunt u die stellen aan Peter van ’t Riet via e-mailadres
[email protected].
Peter van ’t Riet – Folianti-reeks 1 (2e herziene uitgave)
21
Verzoening staat sinds het begin van de nieuwe eeuw weer hoog op de
theologische agenda. Maar wat men onder verzoening verstaat, blijkt
vaak zeer verschillend te zijn. Reden voor Peter van ‘t Riet om, na een
korte verkenning van de christelijke verzoeningsleer, op zoek te gaan
naar de bijbelse oorsprong van het verzoeningsbegrip.
Het resultaat van deze korte studie is even helder als ingrijpend:
Verzoening krijg je niet voor niets, verzoening moet je doen!
Verzoening is wat de overtredende partij moet doen om de relatie met
de benadeelde partij te herstellen. En dat geldt niet alleen voor mensen
onderling, maar ook tussen mensen en God.
De auteur concludeert dat er in de christelijke verzoeningsleer een
rolverwisseling heeft plaatsgevonden tussen God en mens. Het bijbelse
verzoeningsbegrip, dat bewaard is gebleven in het jodendom, biedt
nieuwe inspiratie voor ieder die in onze moderne samenleving op zoek
is naar nieuwe geloofsinhouden.
Deze 2e herziene uitgave van nr. 1 van de Folianti-reeks werd in 2001
ook gepubliceerd als hoofdstuk 10 van het boek Christendom à la
Jezus : De herziening van het christelijk geloof vanuit haar joodse
bronnen
Peter van ’t Riet studeerde wiskunde en psychologie, promoveerde op
een onderwijspsychologisch onderwerp. Naast zijn werk als lector ICT
en onderwijsinnovatie aan de hogeschool Windesheim in Zwolle doet
onderzoek naar het joodse karakter van de evangeliën. Hij geeft
regelmatig lessen en lezingen in leerhuizen. Van zijn hand verschenen
o.a. Het evangelie uit het leerhuis van Lazarus (Ten Have, Baarn, 1996),
Lukas versus Matteüs (Kok, Kampen, 2005), Het mensbeeld van de Tora
(Kok, Kampen, 2006) en De filosofie van het scheppingsverhaal (Kok,
Kampen, 2008) en Lukas de Jood (Folianti 2009). Al deze boeken zijn
nog verkrijgbaar bij Folianti (op www.folianti.com).
© Folianti, Zwolle 1997/2009 (2e herziene uitgave)
ISBN 90-802435-3-1
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt, in
enige vorm, of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door middel van
druk, fotokopieën, microfilm, opnamen of op welke andere wijze ook, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Download