De Cel

advertisement
BioMedisch 1
De Cel - 1
Doel:
- de bouw van de eukaryote cel kennen,
- de functies van onderdelen kunnen benoemen,
- belangrijke verschillen tussen verschillende soorten cellen aan kunnen geven
Info:
"Biologie voor het MLO" Hoofdstuk 2 (2-4 t/m 2-5)  Belangrijkste tabel: 2-1 (bouw en functie) ;
belangrijkste plaatje: 2-14
+ stukjes van hoofdstuk 3 (3-4 chromosomen), hoofdstuk 4 (osmose, diffusie, transport),
In "Binas" tabel 82-x (zoek even, per druk verschillend!)
Wat moet je na het maken van deze opdracht kennen / kunnen uitleggen?
Wat is het verschil tussen een eukaryote en een prokaryote cel? Geef van elk voorbeelden!
Wat is een celmembraan? Wat doet een celmembraan? Waaruit bestaat een celmembraan? Wat is
selectief transport? Wat is aktief transport? Wat is diffusie? Wat is osmose? Wat betekent hypertoon?
Wat betekent hypotoon? Noem een isotone oplossing waarin cellen zich lekker voelen.
Hoe ziet een celkern er uit? Waar is DNA van gemaakt? Wat doet DNA? Hoeveel chromosomen
heeft de mens? Wat is chromatine? Wat gebeurt er bij een celdeling met de chromosomen? Wat zijn
kernporiën en waar dienen ze voor?
Wat zijn ribosomen? Waar zijn ze van gemaakt? Wat maken ze? Hoe weten ze wat ze moeten
maken?
Wat is ER? Waar zit het? Wat is het verschil tussen ruw en glad ER? Wat is het verband met 1e
kernenveloppe 2e ribosomen 3e golgi-apparaat 4e uitscheiding?
Wat is het Golgi-apparaat? Waar zit het? Waar dient het voor? Wat is endocytose? Wat is exocytose?
Wat zijn lysosomen? Wat zit er in? Wat doen die enzymen? Wat is autolyse? Wat zijn peroxisomen?
Wat is het verschil met lysosomen?
Wat zijn vacuolen? Waar dienen ze voor? Wat kan er allemaal in zitten? Welk soort cel heeft de
grootste? Wat is de overeenkomst en wat is het verschil met Golgi?
Wat zijn mitochondriën? Waar dienen ze voor? Wat voor bijzondere bouw hebben ze? Hoe worden
mitochondriën bijgemaakt? Wat kun je zeggen over cellen die veel mitochondriën hebben? Van wie
is het mitochondriale DNA altijd afkomstig? (En wat heb je aan die kennis?)
Wat zijn plastiden? Wat zit er in? Wat zijn chromoplasten? Wat zijn chloroplasten? Wat zijn
leukoplasten (geen pleisters!)? Wat zit er in leukoplaten van tarwe? In welke cellen zitten plastiden?
Wat doet chlorofyl? Wat is fotosynthese?
Wat is het cytoskelet van een cel? Waar is het van gemaakt? Wat doet het (min. 2 dingen!) Wat zijn
microtubili? Waar zijn ze van gemaakt? Wat doen ze (1-2-3)? Wat zijn microfilamenten? Waar
helpen die bij? Wat zijn ciliën? Wat doen ze? Bij welke cellen komen ze voor? Wat zijn flagellen?
Waar zijn ze voor? Welke menselijke cel heeft een flagel? Waarvoor dienen centriolen?
Wat is een celwand? Waar is die van gemaakt? Bij welke cellen komt ie voor? Wat doet ie daar? Wat
is papier? Wat is pectine?
Wat is het cytoplasma? Wat zit er in? Wat is het sponsmodel voor cytoplasma?
Noem minstens 3 verschillen tussen een plantencel en een zoogdiercel.
Noem minstens 3 verschillen tussen een zaadcel en een zoogdiercel.
Noem minstens 3 verschillen tussen een eicel en een zoogdiercel.
Wat kan je hierna doen?
-
celstofwisseling : glycolyse, citroenzuurcyclus en ademhalingsketen
-
van gen naareiwit: replicatie – transcriptie – translatie proces
-
receptoren en hun werking kunnen uitleggen
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

kinderdagverblijf Wiekwijs

2 Cards oauth2_google_7b80f232-43ab-4a38-be6e-61287e4cdb0a

Test

2 Cards peterdelang

engels hfst 1

25 Cards oauth2_google_c110ae80-d7f3-4403-b521-4d3d8bb0f63c

Create flashcards