Verslag bijeenkomst met ingenieursbureaus, ronde tafel voor

advertisement
Verslag bijeenkomst met ingenieursbureaus, ronde tafel gesprek voor Netherlands Cycling
Embassy op 8 juni 2011
Aanwezig: Jeroen Smink en André Pettinga, Grontmij, Rolf Pieck, Haskoning, Anke Rouwette en Bas
Tutert, Witteveen en Bos en Theo Megens, Megaborn en Roelof Wittink en Tom Godefrooij namens
de Cycling Embassy i.o.
Afwezig met kennisgeving: Robert Coffeng, met verzoek voor aparte inhaalslag
In de ronde tafel met de ingenieursbureaus kwamen de volgende onderwerpen aan de orde:
De aanbeveling om de kracht te benutten van de fietsinclusieve aanpak in Nederland om sterker op
de kaart te staan op beleidsonderwerpen als verkeersveiligheid en duurzaamheid. De Embassy zal
moeten organiseren dat die kracht wordt onderbouwd en uitgestraald.
Bestaande capaciteiten moeten volop worden benut in externe betrekkingen, zoals Think Bike
workshops, lezingen, seminars. Dit is een oproep om de kracht van overheden, bedrijfsleven,
kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties integraal te gaan benutten en niet langer los van
elkaar een eigen dynamiek te laten hebben. De Embassy moet weet hebben van die capaciteiten en
daar goed mee om gaan. Dit gaat om meer dan profiteren van elkaars capaciteiten, het gaat ook om
respectvol omgaan met kennis, kunde, ervaringen en investeringen van partners.
Kansen op contacten en werk moeten eerlijk worden verdeeld. Dat zal niet eenvoudig zijn maar er is
behoefte aan transparantie en goede spelregels. Overigens zal de Embassy geen organisatie direct
aan werk helpen, maar zij heeft wel als een centrale functie om contacten uit te breiden en te
versterken en daarmee de mogelijkheden op acquisitie. Dit is een oproep om onderlinge
concurrentieverhoudingen niet te verstoren.
De betekenis van de Embassy om kennis te vergaren, vergroten en te delen; dit kan bijv. door het
maken van een landenprofiel, door middel van uitwisseling tussen de verschillende sectoren in de
Embassy, gebruik maken van lokale kantoren van de ingenieursbureaus, van brancheorganisaties,
van ambassades, van EVD, van Holland Branding.
Mede in relatie tot het benutten van capaciteiten, het leggen van contacten, het organiseren van
informatie uitwisseling, etc. moet zorg worden gedragen voor transparantie. De partijen in de
Embassy moeten weten wat er speelt, hun interesses en betrokkenheid tijdig naar voren kunnen
brengen en weten waarom keuzes worden gemaakt die hen direct raken.
Marktverkenning moet een focus hebben op landen waar fietsbeleid in ontwikkeling is. De Embassy
heeft geen taak om fietsbeleid elders te promoten. Zij kan echter wel bijdragen aan
marktontwikkeling en kansen benutten om bij te dragen dat het beleid strategisch sterker wordt
Kwaliteitsborging van het aanbod: de Embassy kan door kennisverzameling en uitwisseling bijdragen
aan kwaliteit en zal in haar uitingen en presentaties voldoende kwaliteit moeten garanderen. Zij kan
intussen niet instaan voor de kwaliteit van producten, diensten en kennis van de individuele partijen
De baten van deelname aan de Embassy moeten duidelijk worden. Dat zal gebeuren langs twee
hoofdlijnen: profilering van de eigen organisatie via de activiteiten en de krachtenbundeling van de
Embassy en marktverkenning en –ontwikkeling waar men zijn/haar eigen voordeel mee kan doen.
1
Organisatiemodel en businessmodel: hieraan wordt op het moment van het overleg aan gewerkt en
valt nog niet veel over te zeggen
Bijlage: weergave van wat er is gezegd:
Er is door de kwartiermaker een splitsing gemaakt tussen enerzijds adviesbureaus en anderzijds
ingenieursbureaus. In de aanloop naar dit ronde tafel gesprek is door André en Anke kenbaar
gemaakt dat deze splitsing niet strookt met de werkelijkheid. De relatief grote(re) bureaus leveren
zowel advies- als ingenieursdiensten, juist en ook voor fietsvraagstukken. En zowel in het binnen- als
in het buitenland.
In het voorstelrondje wordt reeds gesteld dat Nederland naast of in relatie tot het fietsen uitblinkt in
verkeersveiligheid en in duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid. Rolf zegt dat het in de eerste
plaats er om gaat ons daarmee op de kaart te zetten en als dat ook werk oplevert is dat mooi
meegenomen. Bas benadrukt dat de fietsinclusieve benadering (enkele jaren geleden gelanceerd
door I-CE) Witteveen & Bos sterkt aantrekt en dat zijn bureau met name gebruik willen maken van
hun kantoren in Oost-Europa om fietsgerelateerde kennis aan te bieden. Theo benadrukte de
betekenis van fietsen voor duurzaamheid en de betekenis in relatie tot vergrijzing. We hebben veel
kennis maar zijn er te weinig expliciet mee. André meldt dat Grontmij niet toevallig met 2
vertegenwoordigers aan de ronde tafel zit; het belang dat Grontmij aan dit Cycling Embassy initiatief
hecht wordt zodoende onderstreept.
André vraagt over de rol van NLIngenieurs. Roelof wijst op de rol tot nu toe, leden te wijzen op en uit
te nodigen voor de ronde tafelbijeenkomst en inputs en ondersteuning leveren voor de brief aan het
Top Team Logistiek. Er wordt gevraagd naar meer informatie over het buitenland beleid van de
branche vereniging en wat dit beleid voor betekenis kan hebben voor de Embassy.
André benadrukt de betekenis van informatie delen in de Embassy en transparantie. Hoe
betrouwbaar is de Rijksoverheid in de beoogde pps? Hij schetst een illustratief recent voorbeeld:
Het Internationale Loket van het Fietsberaad negeerde zijn uitnodiging om een seminar van de
Nederlandse Ambassade in Dublin te ondersteunen met zijn kennis en goede relaties die hij sinds
1993 in Ierland heeft opgebouwd. Hij leverde daar talloze adviesproducten. Rolf zegt dat het moeilijk
is een handleiding te leveren voor het mixen van eigen en collectieve belangen, maar onderstreept
het benutten van bestaande netwerken. Jeroen trekt de conclusie dat als je intern (in eigen land) niet
goed bent georganiseerd, je je extern (in het buitenland) niet goed kunt manifesteren.
Het gesprek komt op de functie van de Embassy. Gewezen wordt op landenprofielen maken,
actoranalyses en het gebruik maken van locale kantoren die o.a. als ambassadeurs kunnen opereren.
Opnieuw wordt de branchevereniging naar voren gehaald om mee samen te werken en het
buitenland in beeld te brengen en contacten mee te vestigen. Als belangrijk voordeel van de Embassy
wordt kennisbundeling gezien. Bas wijst er op dat in een land informatie en kennis moet worden
ingekocht en het zou goed zijn als dat zoveel mogelijk via de Embassy kan. Hij geeft Riga als
voorbeeld, waarbij Roelof wijst op het feit dat de stad partner is van Eindhoven in een Europees
project over de marketing van het fietsen en een stedenband heeft met Amsterdam. Bas zegt dat
Oosteuropese landen zich in belangrijke oriënteren op Scandinavië, ook vanwege gelijkenis op
klimaatomstandigheden. We kunnen ons daaraan meten en ons aanbod breed etaleren. In Rusland
bijv. ligt de prioriteit bij verkeersveiligheid en is dat de binnenkomer.
2
Rolf wil meer informatie over het stadium van ontwikkeling in een land t.a.v. het fietsen. In Vietnam
en Indonesie zie je de omgekeerde beweging, het fietsen wordt weggedrongen. Het heeft geen zin
tegen de bierkaai te vechten. Hoe duurzaam is fietsbeleid. Een hit&run beleid is niet zinvol op te
investeren. Hij heeft interesse in ondersteuning in Engeland, waar Haskoning veel kantoren heeft die
goed gebruik kunnen maken van fietsexpertise. De Embassy moet vooral ondersteunen dat
fietsbeleid structureel en strategisch wordt. Geconstateerd wordt dat de internationale uitwisseling
die nu op fietsbeleid plaatsvindt niet alleen gefocust is op overheid met overheid maar ook veelal op
een operationeel niveau. Het moet worden opgeschaald naar bestuurlijk niveau. Met daarbij alle
nuances naar gelang de ontwikkeling van fietsbeleid: zoveel te verder, zoveel te meer kun je je
richten op ontwerpen.
André stelt dat de Embassy niet vanuit een blanco situatie start. Alle ingenieursbureaus hebben al
locale contacten via hun eigen locale kantoren. Er is anno 2011 kennelijk sprake van een nieuwe golf
van aandacht voor fietskennis. De vraag is hoe de Embassy aanhaakt bij die zorgvuldig opgebouwde
contacten. Als Nederlander word je in het buitenland al gauw gezien als vertegenwoordiger (lees:
ambassadeur) van de fietscultuur.
Opgemerkt wordt dat de legitimiteit van de Embassy van belang is. Wie mag zich op welk moment
fietsambassadeur noemen. Deelnemers zouden hieraan een keurmerk kunnen ontlenen en de
Embassy moet er aan bijdragen dat het keurmerk zich bewijst. Theo mist echter een heldere
boodschap en formule voor de Embassy. De visie is er wel, maar hoe vertaalt die zich in
kwaliteitsaspecten, in het betrekken van alle spelers inclusief contracters
3
Download